CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was- wordt-lijst Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang A23.001064

Gemeenteraad 24 oktober 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Aanpassing Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023 Zuidplas2.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

A23.001064 bij R23.000089

Lijst van wijzigingen Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023 Zuidplas t.o.v. Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2020

Verordening VE&PO 2020

Verordening VE&PO 2023

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen a) beroepskracht voorschoolse educatie: pedagogische medewerker ve als bedoeld in artikel 1.1 van de wet en artikel 4 van de AMvB ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’

*) 'CJG' werd in deze verordening niet gedefinieerd e) fiscaal uurtarief: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (peuteropvang); *) 'gecontracteerde peuterplaats werd in deze verordening niet gedefinieerd' g) houder van het kindercentrum/aanbieder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert h) kindercentrum: kindercentrum, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet j) Landelijk Register Kinderopvang (LRK): landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet k) locatie: voorschoolse voorziening voor peuteropvang of kinderopvang, die staat ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang met een geregistreerde voorziening in de gemeente Zuidplas p) peuterplaats: een aanbod aan peuteropvang voor peuters, niet zijnde doelgroeppeuters

a) beroepskracht voorschoolse educatie: pedagogische medewerker ve als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en artikel 4 van de AMvB ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’ NB: overal waar in de oude verordening het begrip 'HBO vecoach' werd gebruikt, is nu consequent 'beroepskracht voorschoolse educatie' gehanteerd b) CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin e) fiscaal maximum: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van de kosten voor kinderopvang (peuteropvang); f) gecontracteerde peuterplaats: een peuterplaats waar een kindercentrum met de ouder(s) van een doelgroep- of reguliere peuter een contract over heeft afgesloten j) kinderopvangorganisatie/houder van het kindercentrum: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of meerdere -centra in de gemeente Zuidplas exploiteert; k) kindercentrum: kindercentrum, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang l) Landelijk Register Kinderopvang (LRK): landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang *) definitie 'locatie' vervallen, dit werd al voldoende gedekt door de begrippen 'kindercentrum' en/of ve-locatie.

q) peuterplaats: een full-time aanbod van peuteropvang voor één peuter (640 uur/jaar in het geval van doelgroeppeuters, 320 uur/jaar in het geval van reguliere peuters) t) toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de Wet kinderopvang v) ve: voorschoolse educatie, zijnde kortdurende opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar waarbinnen op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling

s) toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de wet u) ve: voorschoolse educatie, zijnde kortdurende opvang met een aanbod voor kinderen van 2 tot 4 jaar waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling Artikel 2 - Subsidiabele activiteiten Vervallen, want geldt niet meer. 2. Voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub a en b dient het NB: lid 4 en 5 van Verordening VE&PO 2020 zijn nu lid 2 en 3 van kindercentrum tot en met 31 juli 2020 per jaar tenminste 400 Verordening VE&PO 2023. uur ve per kind aan te bieden waarvan maximaal 400 uur per jaar ve per kind wordt gesubsidieerd. 3. Voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub c wordt tot en met 31 juli 2020 maximaal 200 uur peuteropvang per jaar per kind gesubsidieerd. Artikel 3 - Hoogte subsidiebedrag voor peuterplaatsen en HBO-ve-coach 1. Het college subsidieert per uur per gecontracteerde 1. Het college subsidieert per uur per gecontracteerde peuterplaats. Voor de in artikel 2 lid 1a en b genoemde peuterplaats. Voor de in artikel 2, lid 1, sub a genoemde doelgroepen gelden de maximale subsidiebedragen: doelgroep geldt: a. voor de in artikel 2 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep a.

voor de eerste 50% van het aantal gecontracteerde uren bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per week bedraagt de maximale subsidie per bezette per jaar: uren per week * aantal weken * subsidie-uur-tarief peuterplaats per jaar: minus de geldende, berekende inkomens-afhankelijke (uren per week) * (aantal weken) * (ve-subsidie-uurtarief ouderbijdrage conform artikel 4 lid 3 voor de eerste 50% minus de geldende, berekende ouderbijdrage conform van het aantal gecontracteerde uren per week. artikel 4 lid 3);

1

A23.001064 bij R23.000089

Verordening VE&PO 2020

Verordening VE&PO 2023

De tweede 50% van het aantal uren per week zijn voor doelgroeppeuters gratis.

2. Voor de in artikel 2 lid 1 sub c genoemde doelgroep gelden de maximale subsidiebedragen: a. de maximale subsidie voor de bezette peuterplaats per jaar bedraagt: uren per week * aantal weken * het fiscaal uurtarief minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk;

5. Het college stelt jaarlijks voor 1 november de subsidieuurtarieven voor peuterplaatsen en de HBO ve-coach vast. 6. Het college behoudt zich het recht om bij de vaststelling van de subsidiebedragen af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief en het vastgestelde uurtarief voor de inzet van de HBO ve-coach. Artikel 4 - Ouderbijdrage 1. Ouders betalen voor een peuterplaats een inkomensafhankelijke bijdrage op basis van de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk: a. ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen per uur een inkomensafhankelijke bijdrage aan de aanbieder; b. ouders met recht op kinderopvangtoeslag betalen per uur het door de aanbieder vastgestelde uurtarief aan de aanbieder. 2. Ouders van een doelgroeppeuter betalen enkel voor de eerste 50% van de ve-uren per maand een ouderbijdrage conform artikel 3 lid 1. De tweede 50% van de ve-uren per maand zijn voor ouders van een doelgroeppeuter gratis.

3. De hoogte van de in lid 1 sub a genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar volgens de Kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vragen de ouders een inkomensverklaring aan bij de Belastingdienst en overleggen deze ter inzage en beoordeling aan de houder. Artikel 5 - Aanvraag subsidie 1. Subsidie voor peuterplaatsen kan uitsluitend door aanbieders worden aangevraagd voor peuters die woonachtig zijn in gemeente Zuidplas. 2. Subsidie voor peuterplaatsen kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindercentrum waarvan het desbetreffende kindercentrum is gevestigd in gemeente Zuidplas en geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang. 3. Subsidie voor ve-peuterplaatsen kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kindercentrum waarvan het desbetreffende kindercentrum is gevestigd in gemeente Zuidplas en dat gecertificeerd is voor ve en als zodanig geregistreerd in het LRK.

2

b. de tweede 50% van het aantal uren per week zijn voor doelgroeppeuters gratis, de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar bedraagt daarvoor: (uren per week) * (aantal weken) * (ve-subsidie-uurtarief). 2. Voor de in artikel 2 lid 1 sub b genoemde doelgroep geldt dat de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar bedraagt: (uren per week) * (aantal weken) * (het subsidieuurtarief voor reguliere peuters minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk); Het subsidie-uurtarief voor reguliere peuters bedraagt ten minste het fiscaal maximum van het betreffende kalenderjaar. 5. Het college stelt jaarlijks voor 15 september de subsidieuurtarieven voor peuterplaatsen (regulier en ve) en de beroepskracht voorschoolse educatie vast. 6. vervallen

1. Ouders betalen voor een reguliere peuterplaats een inkomensafhankelijke bijdrage op basis van de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk: a. ouders met recht op KOT betalen per uur het door de aanbieder vastgestelde uurtarief aan de aanbieder. b. ouders zonder recht op KOT betalen per uur een inkomensafhankelijke bijdrage aan de aanbieder (zie lid 3); 2. Ouders van een doelgroeppeuter betalen enkel voor de eerste 50% van de ve-uren per maand een ouderbijdrage, conform artikel 3 lid 1. De tweede 50% van de ve-uren per maand zijn voor ouders van een doelgroeppeuter gratis. a. Voor ouders van een doelgroeppeuter die recht hebben op KOT geldt dat de door de aanbieder berekende ouderbijdrage nooit hoger mag zijn dan het fiscaal maximum van het betreffende kalenderjaar. b. Ouders van een doelgroeppeuter die geen recht hebben op KOT betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage (zie lid 3), die niet hoger mag uitkomen dan het fiscaal maximum van het betreffende kalenderjaar. 3. De hoogte van de in lid 1 sub b en lid 2 sub b genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar volgens de Kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk.

Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vragen de ouders een inkomensverklaring aan bij de Belastingdienst en overleggen deze ter inzage en beoordeling aan de houder.

1. Subsidie voor peuterplaatsen kan uitsluitend door kindercentra worden aangevraagd voor peuters die woonachtig zijn in de gemeente Zuidplas. 2. Subsidie voor peuterplaatsen (voor zowel reguliere en doelgroeppeuters) kan alleen aangevraagd worden door de houder van een kindercentrum dat is gevestigd in de gemeente Zuidplas en dat gecertificeerd is voor ve en als zodanig geregistreerd in het LRK. 3. gecombineerd met lid 2

A23.001064 bij R23.000089

Verordening VE&PO 2020

Verordening VE&PO 2023

4.

4. Subsidie voor een ve-peuterplaats kan door kindercentra slechts aangevraagd worden voor doelgroeppeuters die beschikken over een verwijzing van het CJG. 5. Subsidie voor de inzet van de beroepskracht voorschoolse educatie kan worden aangevraagd per groep, waarbij wordt uitgegaan van een bezetting van maximaal 8 doelgroeppeuters. 6. Subsidie op grond van lid 2, 3 en 5 wordt door de kinderopvangorganisatie aangevraagd vóór 1 oktober voor het daaropvolgende kalenderjaar. De gemeente kan een voorschot uitbetalen op basis van het door de kinderopvangorganisatie geschatte aantal gesubsidieerde peuterplaatsen.

5.

6.

Subsidie kan slechts aangevraagd worden door de aanbieders voor doelgroeppeuters die beschikken over een verwijzing van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Subsidie voor de inzet van de pedagogische HBO-coach VE kan worden aangevraagd per groep waarbij wordt uitgegaan van een bezetting van maximaal 8 doelgroeppeuters Subsidie op grond van lid 2,3 en 5 wordt door de aanbieder aangevraagd voor 1 oktober voor het daaropvolgende kalenderjaar. De gemeente kan een voorschot uitbetalen op basis van het door de aanbieder geschatte aantal gesubsidieerde peuterplaatsen.

Artikel 6 - Verantwoording en vaststelling subsidie 1. De verantwoording en vaststelling van de subsidie voor peuteropvang en ve vindt plaats op basis van het werkelijke aantal gecontracteerde peuterplaatsen (daaronder wordt verstaan het aantal contracturen per werkelijk gecontracteerde peuterplaats regulier en ve), het werkelijk gehanteerde uurtarief, de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en het aantal in het voorgaande kalenderjaar in het LRK geregistreerde ve-locaties op basis van een door de gemeente ontwikkeld registratieformulier en een inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8 lid 3 sub j.

2. De vaststelling en verantwoording van de aanvullende locatiegebonden subsidie voor ve-locaties vindt plaats op basis van de wettelijke eisen uit het 'Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie' en de inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8 lid 3 sub j. 3. Indien bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder gecontracteerde ve- of reguliere peuterplaatsen dan wel minder gecertificeerde ve-locaties, dan wordt het te veel aan verleende subsidie teruggevorderd. 4. Indien de subsidiebedragen per aanbieder hoger uitvallen dan € 50.000,- dan wordt er tevens een accountantsverklaring aangeleverd. Artikel 9 - Slotbepalingen 1. De verordening wordt aangehaald als: "Verordening voorschoolse educatie en peuteropvang 2020". 2. De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020. 3. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 4. Met de inwerkingtreding van de 'Verordening voorschoolse educatie en peuteropvang 2020' wordt de 'Verordening kindgebonden tegemoetkoming peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Zuidplas 2018' ingetrokken. Toelichting Algemeen. N.v.t.

3

1. De verantwoording en vaststelling van de subsidie voor peuteropvang en ve vindt per kalenderjaar plaats op basis van een inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8, lid 3, sub j. en op basis van de financiële verantwoording genoemd in het tweede lid. 2. Kinderopvangorganisaties leveren iedere 3 maanden een financiële rapportage aan de gemeente over de gerealiseerde peuterplaatsen, op basis van het aantal contracturen per werkelijk gecontracteerde peuterplaats regulier en ve, het werkelijk gehanteerde uurtarief, de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen, het door het college vastgestelde subsidietarief en het aantal in het voorgaande kalenderjaar in het LRK geregistreerde ve-locaties. De vier kwartaalrapportagens tezamen vormen de totale financiële jaarverantwoording behorende bij de inhoudelijke subsidieverantwoording zoals genoemd in het eerste lid. 3. De vaststelling en verantwoording van de aanvullende locatiegebonden subsidie voor ve-locaties vindt plaats op basis van de wettelijke eisen uit het 'Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie' en de inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8 lid 3 sub j. 4.

Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat er sprake is van minder gecontracteerde ve- of reguliere peuterplaatsen dan wel minder gecertificeerde ve-locaties, dan wordt het te veel aan verleende subsidie teruggevorderd. 5. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling per kinderopvangorganisatie een subsidiebedrag hoger dan € 50.000 betreft, dan wordt er bij de subsidieverantwoording tevens een accountantsverklaring aangeleverd. 1. De verordening wordt aangehaald als: "Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023 Zuidplas". 2. De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2023. 3. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 4. Met de inwerkingtreding van de 'Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023 Zuidplas' wordt de 'Verordening voorschoolse educatie en peuteropvang 2020 Zuidplas' ingetrokken. Algemeen. Voorschoolse Educatie (VE) is een onderdeel Vooren Vroegschoolse Educatie (VVE), wat weer een onderdeel is van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). VE wordt aangeboden aan 'doelgroeppeuters' (kinderen tussen de 2 en 4 jaar oud met een VE-indicatie, afgegeven door het CJG. Deze peuters bezoeken dan een kindercentrum dat (ook) 'peuteropvang' aanbiedt; een werkvorm die eerder bekend stond als 'peuterspeelzaal'.

A23.001064 bij R23.000089

Verordening VE&PO 2020

Verordening VE&PO 2023 Ook peuters zonder VE-indicatie ('reguliere peuters') kunnen gebruik maken van peuteropvang (PO), maar krijgen daar dan geen extra VE-aanbod. Indien de ouders van 'reguliere peuters' geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (KOT), draagt de gemeente naar rato van inkomen bij aan de kosten van de PO. Alles rondom de subsidiëring van VE&PO is vastgelegd in de Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang van de gemeente Zuidplas.

Artikel 2. De huidige regeling voor het aantal uren reguliere peuteropvang en VE wordt wettelijk verplicht vanaf 1 augustus 2020. Omdat gemeenten vanaf 1 januari 2020 de middelen voor de uitbreiding al ontvangen, heeft de Rijksoverheid de gemeente opgeroepen het mogelijk te maken voor aanbieders om eerder te starten. In dit artikel wordt deze mogelijkheid geboden.

Artikel 2. Toelichting vervallen omdat betreffende leden vervallen zijn.

Artikel 3. De subsidie-uurtarieven worden vastgesteld op basis van de werkelijke kostprijs van de aanbieders (jaarlijks vastgesteld door de brancheorganisatie in overleg met het Ministerie van SZW) en het fiscale maximum en de kinderopvangtoeslag tabel. Tarieven zijn voor 2020 voor reguliere peuters 8,50 per uur en voor doelgroeppeuters 10,50 per uur. Het uurtarief voor de HBO ve-coach wordt bepaald op basis van het uurtarief van de HBO vecoach volgens het dienstenboek van de sector kinderopvang. Hierbij wordt uitgegaan van 10 uur per jaar inzet per doelgroeppeuter (37,50 per uur voor 2020).

Artikel 3. De subsidie-uurtarieventarieven zijn voor 2023:  voor reguliere peuters € 9,34 per uur en  voor doelgroeppeuters € 12,50 per uur. Het uurtarief voor de HBO ve-coach wordt bepaald op basis van het uurtarief van de HBO ve-coach volgens het dienstenboek van de sector kinderopvang. Hierbij wordt uitgegaan van 10 uur per jaar inzet per doelgroeppeuter (€ 43 per uur voor 2023). Jaarlijks wordt landelijk het standaard-uurtarief (het maximumuurtarief van de toeslagregeling voor dagopvang) vastgesteld door de brancheorganisatie in overleg met het Ministerie van SZW) en het fiscale maximum en de kinderopvangtoeslag tabel. Het subsidie-uurtarief in Zuidplas, voor reguliere peuters, doelgroeppeuters en voor de HBO-ve-coach (ook wel pedagogisch beleidsmedewerker, pmb-er genoemd) wordt in principe jaarlijks verhoogd met het percentage waarmee het landelijk standaard-uurtarief stijgt ten opzichte van het jaar ervoor. Zoals in lid 2 van artikel 3 staat genoemd, bedraagt het subsidieuurtarief voor reguliere peuters ten minste het fiscaal maximum.

Artikel 5. De gemeente ontvangt de middelen voor de subsidie slechts voor kinderen woonachtig in Zuidplas. Alleen kinderen woonachtig in Zuidplas komen hierdoor in aanmerking voor de subsidie.

Artikel 5. De gemeente ontvangt van het rijk de middelen voor doelgroeppeuters (SPUK-GOAB - Specifieke UitKering Gemeentelijk OnderwijsAchterstandenBeleid) slechts voor kinderen woonachtig in Zuidplas. Kinderopvangorganisaties komen daarom alleen in aanmerking voor subsidie voor peuterplaatsen die worden bezet door kinderen woonachtig in Zuidplas. De gemeente verdeelt - op basis van de regels in deze verordening - de subsidiemiddelen over kinderopvangorganisaties die ve-peuterplaatsen bieden binnen de eigen gemeentegrenzen.

Artikel 6. Aanbieders leveren de gemeente per 3 maanden een rapportage aan om te voorkomen dat het subsidieplafond tussentijds wordt bereikt.

Artikel 6. Kinderopvangorganisaties leveren de gemeente per 3 maanden een (financiële) rapportage aan over de gerealiseerde peuterplaatsen, zodat de gemeente zicht kan houden op de werkelijke kosten van de voorschoolse educatie en peuteropvang ten opzichte van de verleende subsidiebedragen. Op basis van deze overzichten kunnen kinderopvangorganisaties tussentijds correctiefacturen sturen. Dit voorkomt dat er na afloop van het subsidiejaar nog grote bedragen moeten worden verrekend.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13267523/1