CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-wordt lijst Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2024 A23.001926

Gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Aanpassing Integrale Verordening Sociaal Domein 20242.323 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS Artikel 9. Weigeringsgronden

WORDT Artikel 9. Weigeringsgronden 1. d. indien gebrek aan financiële draagkracht de reden is voor het doen van een aanvraag voor reguliere voorliggende voorzieningen, voorbeelden hiervan zijn: huiswerkbegeleiding, begeleiding bij zwemles en bijdragen voor maatschappelijke activiteiten/sport.; (lid d is toegevoegd waardoor de andere artikelleden een andere letter hebben gekregen)

Artikel 19. Vervoer bij jeugdhulp 1. Vervoer bij jeugdhulp kan worden toegekend aan een jeugdige, die een indicatie heeft voor een maatwerkvoorziening jeugdhulp (zorg in natura of persoonsgebonden budget voor behandeling, dagbesteding, kort verblijf of begeleiding). Vervoer bij jeugdhulp is vervoer van of naar een jeugdhulplocatie, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. Beperkingen in de zelfredzaamheid kunnen te maken hebben met leeftijd, stoornis, beperking of ziekte en kunnen tijdelijk of chronisch van aard kunnen zijn. De beperking in de zelfredzaamheid hoeft geen relatie te hebben met de noodzaak tot jeugdhulp 3.

De voorziening wordt toegekend vanaf de datum dat de jeugdhulp in de toekomst zal starten of zo vroeg als de datum van de aanvraag indien het vervoer feitelijk al in gang is gezet. Verstrekking met terugwerkende kracht, dus voor de datum van de aanvraag, is niet mogelijk.

Artikel 23. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 3. Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen overeenkomstig het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Gouda: de geldende verordening en nadere regels maatschappelijke ondersteuning en het overige beleid met betrekking tot beschermd wonen. Artikel 25. Huishoudelijke hulp toelage (HHT) 3. In aanvulling op lid 2, sub b geldt voor mantelzorgers dat hij/zij: a. mantelzorg verleent aan een inwoner die op grond van de Wmo 2015 of Jeugdwet een lopende indicatie heeft; of b. mantelzorg verleent aan een inwoner die door zijn/haar inzet geen of in mindere mate een beroep hoeft te doen op de Wmo of Jeugdwet; en c. niet in een instelling verblijft; en d. geen mantelzorg verleent aan personen die in een instelling verblijven.

Artikel 19. Vervoer bij jeugdhulp 1. Vervoer bij jeugdhulp kan worden toegekend aan een jeugdige, die een indicatie heeft voor een maatwerkvoorziening jeugdhulp (zorg in natura of persoonsgebonden budget voor behandeling, dagbesteding, kort verblijf of begeleiding). Vervoer bij jeugdhulp is vervoer van of naar een jeugdhulplocatie, indien deze voorziening noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de jeugdige. Beperkingen in de zelfredzaamheid kunnen te maken hebben met leeftijd, stoornis, beperking of ziekte en kunnen tijdelijk of chronisch van aard kunnen zijn. De beperking in de zelfredzaamheid hoeft geen relatie te hebben met de noodzaak tot jeugdhulp 3.

De voorziening wordt toegekend vanaf de datum dat de jeugdhulp in de toekomst zal starten of zo vroeg als de datum van de aanvraag indien het vervoer feitelijk al in gang is gezet. Verstrekking met terugwerkende kracht, dus voor de datum van de aanvraag, is niet mogelijk. Vervoer dat is ingekocht bij zorgaanbieders is voorliggend. Artikel 23. Maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo Lid 3 verplaatst naar artikel 30.

Artikel 25. Huishoudelijke hulp toelage (HHT) 3. In aanvulling op lid 2, sub b geldt voor mantelzorgers dat hij/zij: a. minimaal drie maanden lang (gemiddeld) acht uur per week mantelzorg verleent aan een inwoner van Zuidplas; en b. niet in een instelling verblijft; en c. geen mantelzorg verleent aan personen die in een instelling verblijven. Toegevoegd aan dit artikel: 8. De toelage wordt verstrekt tot het einde van een kalenderjaar (tot en met 31 december) en wordt niet automatisch verlengd.

WAS Artikel 29. Aanvullende criteria voor de maatwerkvoorziening logeren Een cliënt kan in aanmerking komen voor logeeropvang of logeerverblijf als er naast de algemene voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende criteria: a. er is sprake van een somatische, psychogeriatrische, psychische, verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke aandoening of handicap; en b. ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert is noodzakelijk; en c. de cliënt is aangewezen op ondersteuning, gepaard gaand met toezicht; en d. de cliënt structureel gedurende maximaal 3 etmalen per week aangewezen is op deze maatwerkvoorziening. Artikel 33. Aanvullende criteria maatwerk woonvoorzieningen 3. Indien de totale kosten van de woonaanpassingen en/of -voorzieningen meer bedragen dan € 10.000,-, dan geldt het primaat van verhuizen, tenzij er argumenten zijn die tegen verhuizen pleiten.

WORDT Artikel 29. Aanvullende criteria voor de maatwerkvoorziening logeren Een cliënt kan in aanmerking komen voor logeeropvang of logeerverblijf als er naast de algemene voorwaarden, zoals bedoeld in artikel 8, wordt voldaan aan de volgende criteria: a. er is sprake van een somatische, psychogeriatrische, psychische, verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke aandoening of handicap; en b. ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert is noodzakelijk; en c. de cliënt is aangewezen op ondersteuning, gepaard gaand met toezicht; en d. de cliënt structureel gedurende maximaal 3 etmalen per week aangewezen is op deze maatwerkvoorziening. Artikel 33. Aanvullende criteria maatwerk woonvoorzieningen 3. Wanneer uit onderzoek blijkt dat verhuizing de goedkoopst adequate oplossing is voor de hulpvraag, dan wordt het primaat van verhuizen toegepast en een verhuiskostenvergoeding toegekend, tenzij er argumenten zijn die tegen verhuizen pleiten. Toegevoegd aan dit artikel: 6. a. De kosten van het verwijderen van woonvoorzieningen, bijvoorbeeld trapliften, zijn voor rekening van de gemeente voor zover deze voorzieningen eigendom zijn van de gemeente.

De kosten voor het verwijderen van een woonvoorziening die in eigendom is verstrekt, middels een financiële tegemoetkoming, uit een eigen of huurwoning zijn voor rekening van degene aan wie de verstrekking is toegekend. b. De herstelkosten bij het verwijderen van voorzieningen, bijvoorbeeld het vullen van gaten en herstellen van vloerbedekking, zijn in alle gevallen voor rekening van degene aan wie de verstrekking was toegekend. In geval van overname van een (huur)woning zijn, na acceptatie van de woning, de kosten voor rekening van de nieuwe huurder/eigenaar en kan geen beroep worden gedaan op de Wmo.

Artikel 34. Afschrijvingsperioden 1. De volgende afschrijvingsperioden worden gehanteerd: a. keuken 15 jaar b. badkamer 25 jaar c. toilet 15 jaar d. hulpmiddelen 7 jaar e. douche- en toiletvoorzieningen 5 jaar f. kindervoorzieningen 5 jaar

Artikel 36. Afschrijvingsperioden 2. De volgende afschrijvingsperioden worden gehanteerd: a. keuken 15 jaar b. badkamer 25 jaar c. toilet 15 jaar d. hulpmiddelen 7 jaar e. douche- en toiletvoorzieningen 5 jaar f. kindervoorzieningen 5 jaar g. traplift geen afschrijvingsperiode

WAS Artikel 37. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Artikel 38. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen Lid 5 betreft de reizigersbijdrage voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer. Artikel 40. Bepalingen om in aanmerking te komen voor een pgb 3. Voor dienstverlening in het kader van de Wmo 2015 of Jeugdwet wordt het tarief voor professionele ondersteuning (instellingen en zzp’er) of het tarief voor nietprofessionele ondersteuning binnen sociaal netwerk gehanteerd. Artikel 42. Regels voor pgb professional 1. Dit artikel heeft betrekking op de zorgaanbieder die middels een persoonsgebonden budget wordt gefinancierd en een eventuele onderaannemer die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaamheden verricht. 2. De aanbieder dient te komen tot een goede samenwerking en een goede afstemming met andere professionals en het sociale netwerk van de cliënt. 3. De professional die een dienst verleent in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet: a. dient een ingezetene van Nederland te zijn en te beschikken over een Burgerservicenummer; b. heeft aantoonbare competenties om de dienstverlening te kunnen uitvoeren (opleiding, werkervaring). Hierbij wordt aangesloten bij de eisen zoals gesteld aan de leveranciers waar de gemeente zorg in natura contracten mee heeft afgesloten; c.

overlegt een verklaring omtrent gedrag (VOG) waaruit blijkt dat het gedrag van de persoon in het verleden geen bezwaar vormt voor het verlenen van diensten in de persoonlijke leefomgeving; d. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; e. hij dient in bezit te zijn van een geldige aansprakelijkheidsverzekering en een geldig lidmaatschap van een klachtencommissie. 4. De professional die een dienst verleent in het kader van de Jeugdwet dient in het bezit te zijn van een SKJ-registratie of voldoet aan de richtlijn verantwoorde werktoedeling. 5. Als het niet voldoen aan de kwaliteitseisen gevolg is van verwijtbaar handelen of er is sprake van voortdurende wanprestatie kan het college een waarschuwing geven, de aanbieder niet (langer) meer accepteren in het kader van een pgb.

WORDT Artikel 37. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Bedragen zijn aangepast aan de hand van indexering. De tekst is onveranderd. Artikel 38. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen Lid 5: bedragen zijn aangepast aan de hand van indexering. De tekst is onveranderd. Artikel 40. Bepalingen om in aanmerking te komen voor een pgb 3. Voor dienstverlening in het kader van de Wmo 2015 of Jeugdwet wordt het tarief voor formele (professionele zorg) of informele (sociaal netwerk) hulp gehanteerd. Artikel 42. Regels voor pgb professional (formele hulp) 1. Van professionele ondersteuning is sprake als de organisatie of zelfstandig werkende hulpverlener die door de cliënt is ingeschakeld voor de ondersteuning, voldoet aan het geheel van de eisen genoemd in één van de volgende onderdelen: a.

Er is sprake van een organisatie die: 1° staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten blijkens deze inschrijving bestaan uit het verlenen van ondersteuning die past binnen de kaders van de Wmo en Jeugdwet; 2° biedt een dienstverband aan minimaal twee medewerkers; 3° de organisatie en de medewerkers voldoen aan de kwaliteitseisen en beroepscodes die voor de betreffende ondersteuning worden gesteld aan gecontracteerde aanbieders en hun medewerkers; 4° de eigenaar en medewerkers zijn geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van degene aan wie ze ondersteuning bieden of van diens vertegenwoordiger; en 5° beschikt, indien ondersteuning wordt geleverd in het kader van dagbesteding, over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven; of b.

Er is sprake van een zelfstandig werkende hulpverlener die: 1° staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten blijkens deze inschrijving bestaan uit het verlenen van ondersteuning die past binnen de kaders van de Wmo en Jeugdwet; 2° de belastingdienst beschouwt de hulpverlener in het kader van de hulpverlening aan de cliënt als ondernemer; 3° de medewerker voldoet aan de kwaliteitseisen die aan een hulpverlener van een gecontracteerde aanbieder worden gesteld en berekent een tarief dat marktconform is; 4° de hulpverlener is geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van degene aan wie hij ondersteuning biedt of van diens vertegenwoordiger; en

WAS

Artikel 44. Hoogte van het pgb 8. Het tarief voor hulp uitgevoerd door een hulpverlener werkzaam bij een professionele instelling bedraagt ten hoogste 100% van het tarief in natura. Artikel 67. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag In dit artikel wordt de inkomensgrens genoemd waarboven ouders/verzorgers een drempelbedrag voor het leerlingenvervoer moeten betalen. Artikel 68. Financiële draagkracht In dit artikel worden de inkomensgrenzen met bijbehorende eigen bijdragen genoemd voor wanneer een leerling meer dan 20 km enkele rit reist naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs. Nieuwe artikelen integrale verordening:

WORDT 5° beschikt, indien ondersteuning wordt geleverd in het kader van dagbesteding, over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven. 2. De professional die een dienst verleent in het kader van de Wmo 2015 en/of de Jeugdwet: a. dient een ingezetene van Nederland te zijn en te beschikken over een Burgerservicenummer; b. Voor het leveren van professionele ondersteuning is vereist dat de hulpverlener beschikt over een VOG die na of kort voor indiensttreding bij zijn werkgever of de start van de ondersteuning is afgegeven; c. De professional die een dienst verleent in het kader van de Jeugdwet dient in het bezit te zijn van een SKJ-registratie of voldoet aan de richtlijn verantwoorde werktoedeling; d. hij dient in bezit te zijn van een geldige aansprakelijkheidsverzekering en een geldig lidmaatschap van een klachtencommissie. 3. De organisatie en de hulpverlener mogen geen enkel ander voordeel aan de ondersteuningsrelatie ontlenen dan de betaling vanuit het pgb. 4. Als het niet voldoen aan de kwaliteitseisen gevolg is van verwijtbaar handelen of er is sprake van voortdurende wanprestatie kan het college een waarschuwing geven, de aanbieder niet (langer) meer accepteren in het kader van een pgb. Artikel 44. Hoogte van het pgb 8.

Het tarief voor formele hulp uitgevoerd door een hulpverlener werkzaam bij een professionele instelling bedraagt ten hoogste 100% van het tarief in natura. Artikel 67. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag De bedragen in dit artikel zijn aangepast aan de bedragen zoals deze op dit moment gelden. De tekst is onveranderd. Artikel 68. Financiële draagkracht De bedragen in dit artikel zijn aangepast aan de bedragen zoals deze op dit moment gelden. De tekst is onveranderd.

Artikel 30. Aanvullende criteria maatwerkvoorziening beschermd wonen en maatschappelijke opvang 1. Op grond van artikel 2.3.2 van de Wmo kan een inwoner in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. De toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang vindt plaats via de gemeente Gouda. 3. Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang overeenkomstig het daartoe vastgestelde beleid van centrumgemeente Gouda, de geldende verordening en nadere regels maatschappelijke ondersteuning.

WAS

WORDT

Artikel 31. Aanvullende criteria maatwerkvoorziening beschut wonen 1. Een cliënt kan in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening beschut wonen als er naast de algemene voorwaarden zoals bedoelt in artikel 8, wordt voldaan aan de volgende criteria: a. er is sprake van belemmeringen in het zelfstandig wonen als gevolg van psychische- of psychiatrische problematiek, een licht verstandelijke beperking, verslaving of een combinatie hiervan; b. is in staat de ondersteuningsvraag te benoemen en kan deze (tijdelijk) uitstellen; c. heeft dag invulling via opleiding, werk of dagbesteding; d. heeft ’s nachts in principe geen begeleiding nodig; e. is aangewezen op begeleiding die door de weeks op vaste momenten aanwezig is en daarbuiten 24-uurs bereikbaarheid heeft en indien nodig op afroep langs komt. 4. Een cliënt is zelf verantwoordelijk voor het betalen van de huur en woonlasten. Door de invoeging van deze artikelen verschuiven de daaropvolgende artikelen in nummering (+2) ten opzichte van de hiervoor geldende verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13835079/1