CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was- wordt-lijst ASV A25.001206

Gemeenteraad 16 september 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Algemene Subsidieverordening3.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

A25.001206 Was-wordt-tabel Algemene Subsidieverordening Zuidplas Was - 2016

Wordt - 2025

Toelichting

Awb

Wet

Aanpassing op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG NB: zie art.1 onder j

Art. 1 onder b de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

Art 1 onder b De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);] Artikel 1 onder j wet: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 lid 3 Deze verordening is niet van toepassing op subsidie in het kader van het Innovatiefonds en op bijdragen aan instellingen vanwege een jubileumviering.

Artikel 5 lid 5 Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Artikel 2 lid 3 Deze verordening is niet van toepassing op bijdragen aan instellingen vanwege een jubileumviering. Artikel 3 lid 1 Subsidie is mogelijk voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van doeleinden van gemeentelijk beleid. Artikel 5 lid 3 De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betreffende jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. Artikel 5 lid 5 Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. 1

Aanpassing op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG Het Innovatiefonds was specifiek voor Zuidplas en bestaat niet meer

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

A25.001206 Artikel 6 lid 3 onder d 2° een verklaring als bedoeld in de deminimisverordening;

Artikel 6 lid 4 Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. Artikel 9 lid 1 Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

Bij verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel 6 lid 3 onder d 2° een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (deminimisverklaring); Artikel 6 lid 4 Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. Artikel 9 lid 1 Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat vanwege een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

Artikel 11 lid 2 Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

Artikel 9 lid 2 Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. Artikel 11 lid 1 Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het college. Artikel 11 lid 2 Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

Artikel 11 lid 1 Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het college.

2

Wijziging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Deels taal kundige wijziging, deels op basis van geactualiseerde modelverordening VNG

Wijziging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Tekstuele wijzigingen

A25.001206 c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; Artikel 12 lid 1 Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; Artikel 12 lid 1 ASV verwijderd. Er zijn nadere verplichting uitgewerkt in artikel 12

Artikel 12 lid 1 toevoeging: De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. Artikel 12 lid 2 Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. Artikel 12 lid 3 Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. Artikel 12 lid 4 Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 12a lid 1 Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.

Artikel 15 lid 2

Artikel 12a lid 2 De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. Artikel 15 lid 2 3

Artikel 12 lid 2 wordt lid 1 met genoemde toevoeging Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

A25.001206 De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Artikel 15 lid 3 Bij uitvoeringsregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht. Artikel 16 lid 2 onder a een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; Artikel 18. 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de uitvoeringsregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de uitvoeringsregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. Artikel 19

De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Artikel 15 lid 3 Bij uitvoeringsregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Artikel 16 lid 2 onder a een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan verplichtingen is voldaan; Artikel 18 is geschrapt

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Artikel 18

Vanwege schrappen artikel 18 wordt artikel 19 artikel 18

Artikel 20 lid 1 Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Artikel 21 lid 1 De Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2012 (1e wijziging) wordt ingetrokken. Artikel 21 lid 2 Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2016.

Artikel 19 lid 1 Het college kan van deze verordening afwijken, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen en doelen.

Artikel 21 lid 3 Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2012 (1e wijziging) van toepassing. Artikel 21 lid 4

Artikel 20 lid 3 Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016 van toepassing.

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG In de startnotitie is het volgende bepaald: “subsidieovereenkomsten zijn maatwerk per instelling en daarom wordt niet gewerkt met uniforme kostenbegrippen”. Op grond hiervan is artikel 18 geschrapt.

Vanwege schrappen artikel 18, wordt artikel 20 artikel 19. Deels taalkundige wijziging. Daarnaast “belangen” toegevoegd op grond van Modelverordening.

Artikel 20 lid 1 De Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016 wordt ingetrokken.

Datum geactualiseerd

Artikel 20 lid 2 Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2025.

Datum geactualiseerd

Datum geactualiseerd

Artikel 20 lid 4 Datum geactualiseerd 4

A25.001206 Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016.

Toelichting Artikel 2 Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene Subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2025

Artikel 2 Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid om te besluiten over het verstrekken, bevoorschotten, lager vaststellen en terugvorderen van subsidies waarop de Algemene Subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke 5

A25.001206 verordening een uitputtende regeling is getroffen;

verordening een uitputtende regeling is getroffen;

Artikel 2 Het derde lid betreft het Innovatiefonds en de bijdragen bij jubilea - Innovatiefonds: In de gemeentebegroting is geld opgenomen voor een zogenaamd Innovatiefonds. Het doel van het Innovatiefonds is ervoor te zorgen dat een aantal initiatieven van inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven de kans krijgt om uit te groeien tot duurzame, sociale projecten waar de inwoners van Zuidplas trots op kunnen zijn. Een beoordelingscommissie adviseert het college van burgemeester en wethouders over de ingediende verzoeken. Uitgangspunt bij het Innovatiefonds is dat er zo min mogelijk voorwaarden en regels zijn. Dit is dan ook de reden dat de subsidieverordening niet van toepassing is op de subsidies die verstrekt worden op basis van het Innovatiefonds. Artikel 5 De raad kan jaarlijks subsidieplafonds vast. Vervolgens bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door de raad wordt er, indien van toepassing, gewezen op de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen.

Artikel 2 Uit het derde lid is het innovatiefonds geschrapt.

Artikel 5 De raad stelt jaarlijks subsidieplafonds vast. Vervolgens bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Wet). De subsidieplafonds en wijze van verdelen worden bekend gemaakt door te verwijzen naar de - door het college vastgestelde - uitvoeringsregeling waarin deze zijn vastgelegd. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door de raad wordt er, indien van toepassing, gewezen op de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen. Verlaging subsidieplafond De verlaging van een subsidieplafond heeft in beginsel geen gevolgen voor aanvragen die vóór bekendmaking van de verlaging zijn ingediend (artikel 4:27, tweede lid, van de Wet). Dat is anders als aan de drie voorwaarden genoemd in artikel 4:28 van de Wet is voldaan: 1. aanvragen voor de desbetreffende subsidie moeten worden ingediend voordat de begroting is vastgesteld of goedgekeurd. 2. verlaging vloeit voort uit vaststelling of goedkeuring van de begroting, en 3. de mogelijkheid van verlaging is aangekondigd bij de vaststelling van het oorspronkelijke subsidieplafond. Om te waarborgen dat de raad alleen overgaat tot verlaging van subsidieplafonds als die verlaging ook daadwerkelijk kan worden gebruikt zijn het derde en vierde lid opgenomen. Het komt er op neer dat een subsidieplafond alleen kan worden 6

Innovatiefonds is geschrapt uit het derde lid, omdat deze niet meer bestaat.

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

A25.001206

Artikel 6 In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Het college stelt voor de aanvraag een formulier vast, dit betekent ook dat elke aanvraag door middel van dit aanvraagformulier moet worden gedaan. In het derde en vierde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden. Een aanvraag kan ook digitaal worden gedaan. Om rechtsgeldig te zijn dient ook een digitaal ingediend formulier ondertekend te zijn. Dat betekent dat een digitaal formulier moet worden: 1. uitgeprint, ondertekend en per post opgestuurd aan de gemeente; 2. geprint, mét handtekening gescand en per mail verstuurd aan de gemeente; 3. ondertekend via DigiD en via de gemeentelijke website ingediend. Artikel 7 De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen instellingssubsidies, activiteitensubsidies en incidentele subsidieaanvragen. Deze begrippen worden verklaard in artikel 1. Bij uitvoeringsregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid.

Artikel 11 Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.

verlaagd als het oorspronkelijke subsidieplafond is vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld én de aanvragen voor de vaststelling van de begroting moesten zijn ingediend én er bovendien op de mogelijke verlaging wordt gewezen bij de bekendmaking van het plafond. Artikel 6 In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan. Het college stelt voor de aanvraag een formulier vast, dit betekent ook dat elke aanvraag door middel van dit aanvraagformulier moet worden gedaan. In het derde en vierde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd moeten worden. Wanneer het noodzakelijk is voor een juiste beoordeling van de subsidie kan het college te allen tijde daarnaast nog andere gegevens opvragen bij de aanvrager van de subsidie.

Artikel 7 De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen instellingssubsidies, activiteitensubsidies en incidentele subsidieaanvragen. Deze begrippen worden verklaard in artikel 1. Aanvragen die te laat worden ontvangen niet in behandeling te worden genomen. Bij uitvoeringsregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid. Artikel 11 Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.

Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, een reden zijn om met toepassing van artikel 4:49 Awb de subsidievaststelling in te trekken, omdat de ontvanger wist of behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief wettelijke rente van het gehele subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden geacht, omdat de ontvanger dan misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan de onderhavige subsidieverordening. 7

Gekozen is voor een werkwijze die zo min mogelijk administratieve lasten vraagt van de aanvrager en is ook de al geldende praktijk. Kanttekening is dat de aanvraag juridisch gezien zonder handtekening niet rechtsgeldig is.

Toevoeging op basis van juridisch advies

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

A25.001206 Zo is de subsidieontvanger verplicht gedurende de looptijd van de subsidie te melden bij de gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit/prestatie niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of niet, niet tijdig of niet geheel volgens alle daaraan verbonden voorwaarden/verplichtingen zal worden verricht. De subsidieaanvrager kan verplicht worden om mee te werken aan een onderzoek ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten/prestaties en de daaraan verbonden subsidiabele lasten en baten. Hierbij kan gedacht worden aan een steekproefsgewijze controle wanneer er sprake is van directe vaststelling van een subsidie. De subsidieontvanger overlegt daarbij onverwijld de gevraagde bewijsstukken. Artikel 12 Het tweede lid ziet op de verplichtingen die verband houden met de verwezenlijking van het doel van de subsidie. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eisen ten aanzien van de deskundigheid van de personen die de te subsidiëren activiteit uit zullen voeren. Het derde lid biedt de mogelijkheid om verplichtingen op te leggen die niet direct bijdragen aan het behalen van het eigenlijke doel van de gesubsidieerde activiteit. Deze verplichtingen moeten echter wel een zekere relatie hebben met de gesubsidieerde activiteit.

Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat er een extra inspanning wordt gevraagd om een specifieke doelgroep bij de activiteit te betrekken, of om de activiteiten op een milieuvriendelijke manier uit te voeren. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bij het opleggen van dergelijke subsidieverplichtingen voorzichtigheid geboden is (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 66). Wanneer het college van deze optie gebruik maakt, dient dit goed gemotiveerd te worden.

Artikel 12a. De figuur van de egalisatiereserve is gebaseerd op artikel 4:72 van de Wet. Een egalisatiereserve is een reserve van de subsidieontvanger waaraan als bestemming het dekken van exploitatierisico’s is verbonden. De reserve wordt gevormd om tot een gelijkmatige verdeling van lasten te komen. Op grond van artikel 4:58 van de Wet is artikel 4:72 van de Wet alleen van toepassing op per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie aan een rechtspersoon en bovendien enkel als dat in de ASV, een subsidieregeling of bij de subsidieverlening is bepaald. De verplichting een egalisatiereserve te 8

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

A25.001206

Artikel 14 Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.

vormen als bedoeld in het eerste lid kan dus enkel aan rechtspersonen worden opgelegd, voor per kalender- of boekjaar verstrekte subsidies. Het college kan bij een verleningsbeschikking voor een subsidie die per kalender- of boekjaar wordt verstrekt en die meer dan € 50.000 bedraagt bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve dient te vormen (eerste lid). In dat geval komt het verschil tussen het vastgestelde subsidiebedrag en de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve. De reserve wordt dus gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen. Naast een door het college opgelegde verplichting kan op grond van het tweede lid elke subsidieontvanger het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. Omdat de egalisatiereserve dient om tekorten in het ene jaar te compenseren met overschotten in het andere jaar, heeft de toepassing van het eerste of tweede lid alleen zin bij subsidies die in een reeks van jaren achter elkaar worden verstrekt. Artikel 14 Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen.

Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard, terwijl toch het risico voor de gemeente beperkt blijft. Artikel 15 en artikel 16 Toevoeging: Uit de AVG volgt dat van de aanvrager alleen die gegevens verlangd worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de verantwoording. Toelichting Artikel 18 geschrapt

Artikel 19 Toevoeging: Deze hardheidsclausule is opgenomen omdat in uitzonderlijke gevallen de toepasselijke uitvoeringsregeling wegens bijzondere omstandigheden onevenredig kan zijn tot de daarmee te dienen belangen.

9

Toevoeging beperking risico

Artikel 18 is geschrapt, derhalve ook de toelichting

Toevoeging op basis van de in 2019 geactualiseerde modelverordening VNG

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15817839/1