Bijlage 2 Verzoek om zienswijze A24.000067
Tekst van het document
Bezoekadres Postadres
Geadresseerde T.a.v. Adres Postcode Plaats
Contactpersoon
Telefoon E-mail KvK Bank BNG BIC-code BTW nummer
Overschieseweg 310 3112 NC Schiedam Postbus 2 3800 AA Amersfoort (010) 298 10 10 info@staatsbosbeheer.nl 53216520 NL24 BNGH 0285 0139 55 BNGHNL2G NL0033.11.764.B.01 www.recreatieschaprottemeren.nl Volg ons:
: Voorletter(s) Achternaam
Ons kenmerk
: Zaaknr / Docnr
Doorkiesnummer
:Doorkiesnummer
Uw kenmerk
: Uw kenmerk
Betreft
: Betreft
Bijlage
: Bijlage Schiedam, Datum
Geachte heer/mevrouw,
U wordt gevraagd zo spoedig als mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken na dagtekening van deze brief uw zienswijze te geven op de voorgestelde aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling voor het Recreatieschap Rottemeren, verder de 'GR' te noemen. Voornoemde aanpassingen zijn naar aanleiding van de wijziging van 1 juli 2022 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De wijziging van de Wgr heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen is reeds op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Wgr (en dus uiterlijk voor 1 juli 2024) geïmplementeerd moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd in de concept GR, zijn de volgende: 1.
Afspraken over participatie: In elke regeling dient te worden opgenomen op welke wijze burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 6 en 7 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het dagelijks bestuur bij besluiten over ontwikkelingen beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt aangeboden. Indien de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden, stelt het dagelijks bestuur bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier burgerparticipatie wordt toegepast. 2. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 21 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat het bestuur via twee manieren informatie, die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, kunnen delen. Dat is schriftelijk aan de raden of via een raadsinformatiebijeenkomst.
3. Zienswijze voor besluiten: Er is een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stem men (art. 1 Wgr). Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 26 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat geen aanvullende besluiten van het bestuur vatbaar zijn voor zienswijze van de raden van de deelnemende gemeenten. De gemeenteraden kunnen bij de vaststelling van beleid voor de GR zienswijzen indienen en bij de P&C cyclus. 4. De GR bevat gewijzigde regels voor de planning- en controlcyclus (met name de begrotingscyclus). De aanpassing van termijnen zien op de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting. Ook nieuw is een verplichting (zie art. 35 lid 4 Wgr) voor het dagelijks bestuur om schriftelijk en gemotiveerd aan de gemeenteraden te laten weten wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid.
In artikel 33 en 35 van de GR zijn voornoemde termijnen gewijzigd en de verplichting van het dagelijks bestuur om een oordeel over de zienswijze kenbaar te maken aan raden, is toegevoegd als lid 4 van artikel 33. 5. Afspraken over evaluatie: Het is verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze, wordt niet voorgeschreven. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 3 van de concept GR. Hierin is uitgewerkt dat de behartiging van de belangen van de deelnemers aan het recreatieschap (zoals omschreven in artikel 2 lid 2 van de regeling) op verzoek kan worden geëvalueerd. 6. Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Deze verplichting is doorgevoerd in artikel 41 t/m 48 van de concept GR.
Hierin is, kortgezegd, uitgewerkt dat de gemeente die wenst uit te treden, eerst een voornemen tot uittreding kenbaar maakt, waarna een concept-uittredingsplan wordt opgesteld. In het concept uittredingsplan wordt de voorlopige uittreedsom opgenomen. Na ontvangst van dit concept-uittredingsplan kan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden, een definitief besluit tot uittreden aan het algemeen bestuur doen toekomen, waarna een definitief uittredingsplan met een definitieve uittreedsom wordt vastgesteld. In voornoemde artikelen staat voorts omschreven, hoe de (voorlopige) uittreedsom berekend dient te worden. 7. Aan artikel 50 is lid 3 toegevoegd, waaruit blijkt dat het bestuur van de gemeente Rotterdam verantwoordelijk is voor de bekendmaking van de regeling (besluiten tot wijziging, opheffing, verlenging, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding). In de huidige GR is hiertoe namelijk geen gemeente aangewezen en blijkens artikel 26 Wgr dient dan het bestuur van de gemeente waar het schap gevestigd is, zorg te dragen voor bekendmaking. Een verzoek aan het bestuur van de gemeente Schiedam (hier is recreatieschap Rottemeren formeel
gevestigd en om die reden is artikel 2 lid 1 van de GR gewijzigd), is onlogisch en praktisch gezien onhandig omdat deze gemeente geen deelnemer is van de gemeenschappelijke regeling.
8. Aan artikel 19 lid 4 zijn enkele woorden toegevoegd om de bedoeling van dit lid duidelijker en scherper te maken. 9. Tot slot zijn in artikel 1 enkele begrippen toegevoegd (sub i en j) als gevolg van de toevoeging van de artikelen over burgerparticipatie (artikel 6 en 7 van de concept GR).
Verzoek om zienswijze en verdere procedure Op grond van artikel 1 lid 3 Wgr kunt u binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling uw zienswijze over de ontwerpregeling geven. Het college ontvangt uw zienswijze echter graag zo spoedig als mogelijk, zodat de GR tijdig gewijzigd en gepubliceerd zal kunnen worden. U mag ook van de mogelijkheid tot het geven van zienswijzen afzien. Uw zienswijze is gericht aan het college. Het college zal deze zienswijze kenbaar maken bij het bestuur van Recreatieschap Rottemeren met het verzoek om uw zienswijze te verwerken. Na verwerking van alle eventuele zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten, worden de definitieve voorstellen door het Recreatieschap Rottemeren voorbereid. Een definitief concept GR wordt aan de deelnemende colleges van de deelnemende gemeenten voorgelegd. Dan start de definitieve procedure waarbij het college u om toestemming zal verzoeken de GR vast te mogen stellen. Na het verlenen van toestemming zal het college een definitief vaststellingsbesluit kunnen nemen. Ingevolge artikel 34 van de (huidige) GR, kan de regeling worden gewijzigd bij daartoe unanieme besluiten van de deelnemers, waarna de GR gepubliceerd dient te worden. De GR treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking. Om te voldoen aan de wet, is van belang dat dit voor 1 juli 2024 zal plaatsvinden.