Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing A24.001912
Tekst van het document
Omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk Aan Den IJssel Ontwerp
Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan den IJssel
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Goede ruimtelijke onderbouwing 1.5 Leeswijzer
4 4 4 5 6 6
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie
7 7
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
10 10 12
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
14 14 16 23 25
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.4 Waterhuishouding
29 29 29 30 31
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
32 32 41 44 48
Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49 49 49 49
Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1
Akoestischonderzoek industrielawaai
Bijlage 2
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
3
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Kortenoord 1 in Nieuwerkerk aan den IJssel staat een leegstaand horecapand met dienstwoning. Het continueren van een horecabestemming is als gevolg van de huidige economische situatie dusdanig veranderd dat de behoefte aan een nieuwe horecafunctie niet langer aanwezig is, zoals dat is aangetoond in een uitgevoerd horeca onderzoek. In verband hiermede heeft de eigenaar zich beraden over een passende vervolgfunctie van het perceel in het dijklint langs de Hollandsche IJssel. Qua locatie is het een uitgelezen mogelijkheid om hier een woning te realiseren. Enerzijds sluit dit mooi aan bij de woningen van het project ‘Zelling Onderneming’ en anderzijds bij de naastgelegen molen met bijgebouwen. De hoogte van de woning zal iets minder hoog zijn dan het huidige gebouw, zodat de molen meer wind vangt dan in de huidige situatie. Verder kan het voetpad voor het café worden doorgetrokken langs de dijk naar de molen, zodat de verkeersveiligheid voor voetgangers wordt verbeterd. Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat de gevraagde woning vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is. Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden.
Op grond van artikel 4.3 (besluit op aanvraag) van de Invoeringswet Omgevingswet blijft voor de gevallen waarin een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet de vergunningprocedure van toepassing op basis van het oude recht tot: het besluit onherroepelijk is, als tegen het besluit beroep openstaat het besluit van kracht is, als tegen het besluit geen beroep openstaat. De aanvraag omgevingsvergunning is in december 2023 ingediend, zodat het oude recht van toepassing blijft en het (oude) bevoegd gezag een besluit neemt op basis van de oude regels. De ruimtelijke onderbouwing is opgesteld op basis van de wet- en regelgeving zoals deze gold tot 1 januari 2024.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan Kortenoord 1 in Nieuwerkerk aan den IJssel. Aan de noordzijde staat een gebouw voor dagbesteding van ASVZ bij de molen 'Windlust'. Aan de zuidzijde zijn onlangs geschakelde woningen gerealiseerd. Aan de westzijde ligt de Kortenoord. Achter het dijklichaam ligt een bedrijventerrein. Aan oostzijde ligt een haven met aansluitend de Hollandsche IJssel. In figuur 1 is de ligging van het plangebied met omgeving weergegeven.
4
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Figuur 1: Situering plangebied (rood gestippeld omkaderd) en omgeving.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan
Raadsbesluit
Goedkeuring Uitspraak ABRvS Gedeputeerde Staten
“Buitengebied"
7 juli 1987
6 februari 1988
n.v.t.
"Parapluherziening Archeologie" 6 maart 2018
n.v.t.
n.v.t.
"Parapluherziening Parkeren"
n.v.t.
n.v.t.
24 april 2018
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan 'Buitengebied', waarin het plangebied is bestemd voor 'Horecadoeleinden'. Binnen het bouwvlak bedrijfsgebouwen voor een horecabedrijf en één dienstwoning toegestaan. In de 'Parapluherziening Archeologie' heeft het plangebied geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' gekregen.
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
5
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Buitengebied'. Plangebied rood omkaderd.
1.4
Goede ruimtelijke onderbouwing
Om medewerking te kunnen verlenen aan een vervolgfunctie van het perceel naar wonen moet een planologische procedure worden doorlopen. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan, mits er een concreet bouwplan aan ten grondslag ligt. De aanvraag omgevingsvergunning dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als genoemd in artikel 2.12, lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van het onderhavige plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch- planologische consequenties. Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 is de Waterparagraaf opgenomen. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten en overige uitvoeringsaspecten. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid, het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening en de maatschappelijke uitvoering.
6
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1
Bestaande situatie
2.1.1
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied grenst aan het buurtschap Kortenoord, bestaande uit een mix van woningen (met name aan de 's-Gravenweg en De Britten) en een grote diversiteit aan bedrijven voor wat betreft aard en schaal. Een enkel woonpand staat op de dijk, terwijl de overige panden zich op een lager niveau bevinden. Verder staat hier korenmolen 'Windlust' met dagcentrum Korenaer van ASVZ. In het naastgelegen gebouw is een bakkerij en een theeschenkerij gevestigd dat wordt geëxploiteerd door ASVZ. Op Zelling Blok en op het terrein aan de overzijde van de weg Kortenoord bevinden zich uiteenlopende vormen van relatief grootschalige bedrijvigheid, waaronder afvalwaterzuiveringsinstallatie Kortenoord. Woning aan Kortenoord.
Enkele woningen aan Kortenoord. Bedrijventerrein achter de dijk.
Woningen in Zelling Onderneming. Gebouw naast molen van ASVZ.
Watergebonden bedrijvigheid.
Planspecifiek In het plangebied is Café-Biljart 'Rustwat' gesitueerd met een buitenterras gericht op de Hollandsche IJssel. Het horecapand is als gevolg van de Coronapandemie al enige jaren gesloten. Een aanzichttekening van de bestaande en nieuwe situatie is opgenomen in figuur 3.
Figuur 3: aanzichttekening vanaf Kortenoord, nieuw (links) en bestaand (rechts).
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
7
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Het te slopen café.
Achterzijde van het café.
Plangebied en molen vanaf de Vijf Boeken.
Plangebied met rechts woningen en midden de molen 'Windlust'.
Horeca onderzoek In verband met de herontwikkeling van het horeca-perceel aan de Kortenoord 1 te Nieuwerkerk aan den IJssel heeft Expercisecentrum Horeca onderzoek uitgevoerd of een bedrijfseconomisch verantwoorde exploitatie van deze locatie in de vorm van een horecagelegenheid anno 2023 niet langer mogelijk is. Op basis van de 'Rapportage inschatting levensvatbaarheid horecafunctie locatie Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan den IJssel' van 26 april 2023 kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Op basis van alle verzamelde gegevens is een vijftal scenario's benoemd en doorgerekend qua investeringen, omzet, kosten, resultaat en netto geldstroom: 1. 2. 3. 4. 5.
Café-restaurant, meest geëigend horecaconcept, verbouw huidig pand; Café-restaurant, meest geëigend horecaconcept, nieuwbouwpand; Lunchroom, verbouw huidig pand; Lunchroom, nieuwbouwpand; Restaurant, nieuwbouwpand.
Uitgaande van een passend ondernemersinkomen, de beschreven investeringen en in te brengen eigen vermogen, alsmede de berekende huur (als afgeleide van de investeringen door pandeigenaar/ verhuurder) is het in geen van de vijf benoemde scenario's, ook niet in jaar 3 van de exploitatie, mogelijk om een positief financieel resultaat te bewerkstelligen of een positieve netto geldstroom te realiseren. In tegendeel: geen der geschetste scenario's komt ook maar in de buurt van een resultaat dat de conclusie 'bedrijfseconomisch haalbaar zou kunnen legitimeren.' Samenvattend wordt geconcludeerd dat ongeacht of geopteerd wordt voor verbouw of nieuwbouw en ongeacht welke van de drie meest plausibele horeca concepten gehanteerd wordt, de exploitatie van de locatie Kortenoord 1 te Nieuwerkerk aan den IJssel niet op bedrijfseconomisch verantwoorde wijze plaats kan vinden. De resultaten van het onderzoek rechtvaardigen een herontwikkeling naar andere
8
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
functies, zoals wonen.
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
9
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Het te slopen horecapand maakt plaats voor een woning met bijbehorende bouwwerken langs het dijklichaam, waarbij er meer samenhang ontstaat met de noordelijk gelegen theeschenkerij naast de molen en zuidelijk gelegen woningen langs de Hollandsche IJssel. De woning krijgt een klassieke uitstraling. Deze is passend in de omgeving, zodat er een aanzienlijke kwaliteitswinst wordt gerealiseerd. Het parkeren vindt aan de achterzijde van de woning plaats. De hoogte van de woning zal iets minder hoog zijn als het huidige gebouw, zodat de molen meer wind vangt dan in de huidige situatie. Ook is er zorgvuldig naar de kade en aansluiting op het omliggend terrein gekeken. Het voetpad dat in de huidige situatie eindigt bij het café wordt doorgetrokken langs de dijk naar de molen, zodat de verkeersveiligheid voor voetgangers wordt verbeterd. De woning krijgt een goothoogte van 3,5 meter en nokhoogte van maximaal 8,5 meter. De nokrichting van het hoofdgebouw wordt evenwijdig op Kortenoord georiënteerd. Een situatietekening van de nieuwe toestand is opgenomen in figuur 4. Enkele aanzichttekeningen van de nieuwe woning zijn in figuur 5 weergegeven. Vogelvluchttekening van het plan is opgenomen in figuur 6.
Figuur 4: Situatietekening nieuwe toestand.
10
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Figuur 5: Impressietekeningen nieuwe woning (indicatief).
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
11
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Figuur 6: Vogelvluchttekening nieuwe situatie (indicatief).
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer De Kortenoord is een dijkweg langs de Hollandsche IJssel. In zuidelijke richting gaat deze weg over op de Groenendijk langs de Hollandsche IJssel en de 's-Gravenweg richting de wijk Kralingen van Rotterdam, via de gemeente Capelle aan den IJssel. In noordelijke richting is via de Schielandweg het centrum van Nieuwerkerk aan den IJssel bereikbaar. Achter het dijklichaam ligt de Vijf Boeken. Via deze weg is het bedrijventerrein bereikbaar. Deze weg gaat over in een fietspad richting Moordrecht en Gouda. Op de Kortenoord is de maximumsnelheid ter plaatse 30 km/uur. In noordelijke richting gaat deze over op 60 km/uur. De woning wordt ontsloten via een uitrit naast de woning. Op het achtererf is voldoende gelegenheid voor stalling van voertuigen.
12
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Kortenoord richting 's-Gravenweg.
Kortenoord richting Moordrecht.
's-Gravenweg vanaf Groenendijk/Kortenoord.
Kortenoord vanaf 's-Gravenweg/ Groenendijk.
Parkeren Op 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Nota Parkeernormen 2019' vastgesteld. De gemeente Zuidplas wil de toenemende vraag naar parkeergelegenheid op zodanige wijze faciliteren dat de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft en de bereikbaarheid van de dorpen kan worden gewaarborgd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van groot belang dat er een oplossing wordt gecreëerd voor het parkeervraagstuk. Parkeernormen zijn instrumenteel in het behouden van evenwicht tussen vraag en aanbod van parkeerplaatsen. Het college hanteert bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de hoge parkeernormen, zoals deze zijn verankerd in het door de gemeenteraad op 24 april 2018 vastgestelde bestemmingsplan Parapluherziening Parkeren. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1.
Tabel 3.1 Parkeernorm wonen Functies
Norm maximum rest bebouwde kom (zone B) Aandeel bezoekers
Woning niet-gestapeld groot 110m²/150 m²
2,5 per woning
waarvan 0,3 per woning
Op het achtererf bij de woning is voldoende ruimte aanwezig om de parkeerbehoefte te kunnen opvangen. Dit betekent dat kan worden voldaan aan de parkeernorm van de Nota Parkeernormen. In de voorwaarden van de omgevingsvergunning wordt dit geborgd.
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
13
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bouwplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden
14
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Dit plan maakt de herontwikkeling van een bedrijfsgebouw naar woondoeleinden mogelijk in bestaand stedelijk gebied. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening genoemde rijksbelangen zijn niet in het geding. 4.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (2017)
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Dit bouwplan maakt het oprichten van een woning mogelijk, waarvoor een horecapand met dienstwoning wordt gesloopt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 april 2014, zaaknummer 201306183/1). 4.1.4
Conclusie Rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
15
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen.
De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Regionale Realisatieagenda Midden-Holland Om de druk op de woningmarkt te verminderen, hebben provincie Zuid-Holland en het Rijk in oktober 2022 samenwerkingsafspraken gemaakt over het bouwen van 235.000 woningen in Zuid-Holland in de periode 2022 tot en met 2030. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland. Daarin is opgenomen dat in de
16
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
periode 2022 ten met 2030 circa 20.000 nieuwbouwwoningen moeten worden toegevoegd. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. Zie hiervoor verder paragraaf 4.3.2. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.
Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.
De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van 'Rivierklei en veen' in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen ligt het plangebied aan een rivierdijk. De dijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc.
kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken geplaatst worden binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders en het behouden van de
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
17
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit steden en dorpen in de dorpsrand (figuur 7). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, door o.a. de nabijheid van voorzieningen. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Op de Laag van de Beleving ligt de planlocatie ten oosten van fiets- en wandelroutes (figuur 7). Het netwerk van fiets- en wandelpaden (indicatief op kaart weergeven) en vaarwegen verbindt een verscheidenheid van stedelijke en landelijke gebieden, natuur- en recreatiegebieden en andere toeristische trekpleisters.
Richtpunt is onder andere het voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk.
Figuur 7: Links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie' en rechts uitsnede kaart 'Laag van de beleving'. Toetsing aan kwaliteitskaarten Dit bouwplan maakt het oprichten van een woning mogelijk waar nu een café met dienstwoning staat. De belevingswaarde van het bebouwingslint wordt opgewaardeerd, omdat de vervolgfunctie beter aansluit tussen de zuidelijk gelegen woningen en het noordelijk gelegen dagcentrum van ASVZ naast de molen. Het plan geeft een duurzame kwaliteitsverbetering van het bebouwingslint aan de Kortenoord. De richtpunten zijn niet in het geding. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het plangebied ligt in de 'Laag van de stedelijke occupatie' in bestaand dorpsgebied, grenzend aan de dorpsrand. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie, omdat het dijklint wordt opgewaardeerd. De vervangende nieuwbouw is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar. De belevingswaarde van het perceel krijgt een kwaliteitsimpuls. Er is geen strijd met de provinciale belangen.
18
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
4.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bouwplan maakt een vervolgfunctie van horeca naar wonen mogelijk, waarbij de dienstwoning wordt vervangen door een nieuw te bouwen woning. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart maakt het plangebied onderdeel uit van bestaand dorpsgebied grezend aan de dorpsrand. De landschappelijke kenmerken van het gebied worden verbeterd, omdat de nieuw te bouwen woning beter aansluit bij de omliggende bebouwing. Bovendien wordt de woning minder hoog, zodat de windvang van de naastgelegen molen wordt verbeterd. De richtpunten zijn niet in het geding. Hier is sprake van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. De bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde van het dijklint blijven ondanks deze functiewijziging intact. Molenbiotoop In artikel 6.25, lid 1 (Bescherming molenbiotoop) is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen garandeert en voldoet aan de volgende voorwaarden: a.
binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
19
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: 1. voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; 2. voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is op grond van lid 2 het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van: a. een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd; of b.
een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop, waarvan de plaats geometrisch is begrensd en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast. Toetsing planinitiatief De molen aan de Kortenoord 3 is een stellingmolen (biotooprapport 96a). De molen geldt als een gezichtsbepalend element van Nieuwerkerk aan den IJssel. De molen dateert van 1776 en is in 2004 herbouwd. Het plangebied ligt ten zuiden van deze molen in de binnenste zone van de molenbiotoop (figuur 8). De afstand tussen de molen en de mieuwe bebouwing bedraagt minimaal 6,5 meter. De molen heeft een stellinghoogte van 6,85 meter en een vlucht (lengte van de roeden) van 22 meter. Binnen 100 m van de molen mag de bouwhoogte daarom niet hoger worden dan 6,85 meter. Het bestaande horecagebouw heeft een goothoogte van 3,7 meter en een bouwhoogte van 9,10 meter. De nieuwe woning krijgt een goothoogte van 3,5 meter met een bouwhoogte van maximaal 8,5 meter. De bouwhoogte van de woning wordt minder hoog, zodat de vrije windvang van de molen wordt verbeterd. Mitsdien kan hieraan medewerking worden verleend op grond van artikel 6.25, lid 2 onder a.
Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden In artikel 6.20a is opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening houdt met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 24 in bijlage II, alsmede de lange afstand wandelpaden, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 24 in bijlage II (figuur 8). De planontwikkeling heeft geen consequenties voor het westelijk gelegen recreatief fietsnetwerk.
20
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Figuur 8: Links uitsnede kaart 24 (Hoofdfietsnet en Hoofd wandelnet) van de Omgevingsverordening en rechts uitsnede kaart 15 (Molenbiotoop). Het plangebied is zwart omkaderd. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het plangebied ligt binnen de BSD. De planontwikkeling zal worden opgenomen in de Regionale Agenda Wonen (zie paragraaf 4.3.2). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd, omdat de situering van de woning vanuit landschappelijk oogpunt beter aansluit in het dijklint. De molenbiotoop wordt gerespecteerd.
Gesteld kan worden dat sprake is van 'inpassing'. Voldaan wordt aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 9.10 lid 1 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit); het de nieuwe woning minder hoog wordt dan de bestaande bebouwing, zodat op grond van artikel 6.25, lid 2 sub a van de Omgevingsverordening (Bescherming molenbiotoop) hieraan medewerking kan worden verleend, omdat de vrije windvang van de molen wordt verbeterd. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3
Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas
De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
21
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Planspecifiek Het gebiedsprofiel is opgebouwd uit diverse elementen. Voor de nieuwe ontwikkelingen zijn met name de elementen 'Onderscheidend Rivierengebied', 'Linten blijven linten' 'Weg door stad en land' en 'Identiteitsdragers' van belang. Onderscheidend Rivierengebied Langs de Hollandsche IJssel ligt een aantal buitendijkse gebieden (zellingen).
De zellingen langs de Hollandsche IJssel hebben allen een sterk eigen karakter. Sommige gebieden zijn bebouwd, andere onbebouwd, sommige liggen hoog, anderen lager. De oevers zijn afwisselend zacht en hard, soms met damwanden. Alle buitendijkse gebieden worden ontsloten vanaf de rivierdijk. De aanwezige bebouwing is zeer afwisselend met zowel wonen als bedrijvigheid, grote en kleine complexen. Bebouwing staat over het algemeen hoog. Ambities zijn de verscheidenheid aan zellingen koesteren, zachte oevers creëren, versterken van de natuurwaarden, buitendijkse bebouwing organiseren als robuuste eenheden en contact met het water versterken, historie van de zellingen zichtbaar en beleefbaar maken. Weg door stad en land Het gebied Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas wordt gekenmerkt door een functionele inrichting. Dat is ook de benadering van de lokale infrastructuur: sober en doelmatig. Lokale wegen liggen in de polderstructuur en op dijken langs de rivieren en stromen. Vanuit de nut en noodzaak in de tijd dat de wegen zijn aangelegd zijn ze relatief smal. Kenmerkend voor de lokale wegen is de openheid en het uitzicht op het landschap. Grenzend aan het plangebied ligt Kortenoord. De vervolgfunctie sluit beter aan op de zuidelijk gelegen nieuw gebouwde woningen en de noordelijk gelegen molen. Voorliggend plan geeft een kwaliteitsimpuls.
Linten blijven linten Het plangebied ligt aan een rivierdijklint. Langs de Hollandsche IJssel liggen de buurtschappen Kortenoord, Klein Hitland en Groot Hitland, die hun bestaan voornamelijk danken aan de plaatselijke steenfabrieken. De binnendijkse bebouwing staat over het algemeen onderaan de dijk. Buitendijks staat de bebouwing ongeveer op dijkhoogte. De dijk is onbeplant, heeft een smalle kruin met daarop een gecombineerde autoweg/fietspad en steile taluds. De dijk geeft uitzicht op het polderlandschap en de rivier. Hier zijn de hoogteverschillen in het landschap sterk te ervaren. Identiteitsdragers De naastgelegen molen is een oriëntatiepunt in het landschap en is mede bepalend voor de identiteit en het karakter van het dorp. Ze geeft vorm aan het dorpssilhouet. Herkenningspunten als deze molen zijn ook van belang voor de oriëntatie voor de gebruikers van de netwerken voor wandelen, fietsen en varen. Rond molens geldt een zone van 400 meter waar bebouwing en beplanting aan regelgeving onderworpen is om de vrije windvang voor de molen te garanderen. Dit is de zogenaamde molenbiotoop, in paragraaf 4.2.2 is nader toegelicht hoe de beoogde ontwikkeling hierop inspeelt. Conclusie Het kenmerkende landschap van het rivierdijklint wordt opgewaardeerd met deze vervangende nieuwbouw.
Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de structuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De
22
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
vervolgfunctie naar wonen is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas
Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de voormalige gemeenteraad van Nieuwerkerk aan den IJssel op 7 februari 2006 vastgesteld.
Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 9) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'.
Het plangebied is hierin aangeduid als 'bestaand en gepland: wonen en werken'. Het plangebied is met gele stip en zwarte pijl aangeduid op de plankaart. Deze wijziging van 'Horeca' naar 'Wonen' is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
23
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
Figuur 9: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip en zwarte pijl aangeduid. 4.3.2
Regionale Agenda Wonen
Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, ondernemen en recreëren van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag. De kwaliteiten van de centrale ligging worden versterkt doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, bijvoorbeeld dankzij het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Regionale samenwerking rond wonen in de regio Midden-Holland is wenselijk vanwege de sterke samenhang in de woningmarkten in dit gebied. De samenwerkende gemeenten ambiëren een actuele, kwalitatieve en toekomstbestendige woonagenda voor een goed functionerende woningmarkt op lokaal en regionaal niveau. Die ambities zijn verwoord in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019.
Deze agenda beoogt bij te dragen aan versterking van de kwaliteiten van de woonmilieus in de verschillende delen van de regio, aansluitend bij de behoefte aan woningen.
24
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
De woonagenda is ook bedoeld om ontwikkelende partijen duidelijkheid te geven over wat de gewenste soorten woningen zijn en zo te stimuleren dat de juiste plannen gerealiseerd worden. Dit in goede samenwerking met ontwikkelende partijen zoals woningcorporaties, commerciële marktpartijen en zorgpartijen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 is een vijftal belangrijke gezamenlijke thema’s geformuleerd: gevarieerd woon- en leefklimaat duurzaamheid wonen en zorg betaalbaarheid/toegankelijkheid beschikbaarheid. Per thema is de regionale ambitie beschreven, aangevuld met een actielijst als eerste aanzet voor een uitvoeringsprogramma. De praktijk van de woningmarkt vraagt flexibiliteit en bewegingsruimte binnen gedeelde kaders en drie opgaven die prioriteit moeten krijgen. In de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2019 leggen de gemeenten de nadruk op tempoversnelling in de productie, een knellende mismatch tussen vraag en aanbod voor een aantal groepen op de woningmarkt. De derde opgave is die van onderscheidende woonmilieus. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod van woningen in de regio Midden-Holland weer. De Regionale Agenda Wonen vormt het vertrekpunt voor een nieuwe, flexibeler methodiek voor de regionale afstemming van woningprogrammering en uitvoeringsprogramma.
De Regionale Agenda Wonen is complementair aan lokale woonvisies. Zuidplas Zuidplas bestaat uit een viertal kernen met een verschillend karakter. De kernen hebben een dorps karakter; de kern Nieuwerkerk is door groei de afgelopen decennia het karakter van dorp ontgroeid. Belangrijk voor de ontwikkeling van Moerkapelle en Zevenhuizen is de ligging dicht tegen het randstedelijk gebied van Rotterdam en Den Haag, met recente verstedelijking in Lansingerland en Nesselande. Nieuwerkerk aan den IJssel heeft al de groeispurt doorgemaakt en heeft als profiel: veel laagbouw maar zonder het eigen karakter van een kleiner dorp. Moordrecht ligt wat in de luwte ten opzichte van het verstedelijkt gebied met een dorpskern van beperkte omvang. Nieuwbouw in Westergouwe maakt de afstand van Moordrecht met Gouda kleiner. Conclusie De nieuwbouw van een woning in de dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Nieuwerkerk aan den IJssel voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (één woning) niet te worden afgestemd met de Regio Midden-Holland, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Agenda Wonen.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie Zuidplas
De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 1 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie omschrijft de gemeente het unieke karakter van gemeente Zuidplas. In de visie staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie geeft de gemeente richting aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. De visie is gebaseerd op de volgende ambities. Aantrekkelijk Zuidplas De gemeente zet vooral in op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen wanneer de geplande uitbreidingen aan de dorpen zijn gerealiseerd. Daarnaast zet zij in op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als zij dorpen in Zuidplas wil uitbreiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Het erfgoed wil de gemeente beter zichtbaar en
Ruimtelijke onderbouwing (ontwerp)
25
omgevingsvergunning Kortenoord 1, Nieuwerkerk aan d en IJssel
beleefbaar maken. Het cultureel leven wordt in stand gehouden en versterkt waar mogelijk. Er wordt ingezet op een beter en aantrekkelijk openbaar vervoer, een goede bereikbaarheid met de auto en een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen de gemeente en regio. Duurzaam Zuidplas Nieuwe ontwikkelingen wil de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal. Ook voor bestaande gebouwen zet zij hier op in, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen werkt de gemeente aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. Ondernemend Zuidplas De gemeente wil in 2040 een aantrekkelijke gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio. Zij gaat kijken waar bedrijven het beste gevestigd kunnen worden. Voor bedrijven met een hogere milieubelasting is de gemeente terughoudend en kijkt zij vooral naar de brede meerwaarde van een dergelijk bedrijf. Lichte vormen van bedrijvigheid, die gecombineerd kunnen worden met wonen, dragen juist bij aan levendigheid en diversiteit. Een toekomstige transformatie van het Nijverheidscentrum in Zevenhuizen ziet de gemeente als een belangrijke kans.
Zij ziet mogelijkheden voor versteviging van de landbouw gecombineerd met lichte recreatie. De keuze daarbij is concentratie, waarbij plaats wordt geboden aan innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. De dorpen beschikken over diverse winkelgebieden met dagelijkse voorzieningen. Deze centra wil de gemeente sterk houden, waarbij wordt ingezet op versterking van het draagvlak door een levendige mix aan functies. Gezond Zuidplas De gemeente wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van haar inwoners. Dit in de brede zin van het begrip positieve gezondheid, waarbij zowel lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren meetellen. Ontmoeten is daarbij één van de essentiële behoeften. De inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte, maar ook die van gebouwen vindt de gemeente daarbij van belang. Daarbij zet zij in op het verbeteren en uitbreiden van het fiets-, wandel- en vaarnetwerk in de dorpen en het buitengebied. Gezond en verantwoord voedsel draagt ook bij aan die gezondheid. Van visie naar uitvoering De visie op de gemeente Zuidplas is uitgewerkt in een visie per dorp. Zij heeft daarin aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet voor ieder dorp.
De omgevingsvisie van de gemeente geeft de hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van de gezonde en veilige leefomgeving weer. De volgende stap is de uitvoering. De ontwikkeling van de leefomgeving werkt de gemeente in meerdere instrumenten uit. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Deze hoofdlijnen vormen de basis voor de uitvoering. Nieuwerkerk aan den IJssel 2040 Het thuis werken heeft een enorme vlucht genomen en de moderne werkgelegenheid kent veel minder ruimtebeslag. Dat bood ruimte aan transformaties van traditionele werklocaties in Nieuwerkerk aan den IJssel, maar ook de mogelijkheden om uiting te geven aan de ambitie om Nieuwerkerk aan den IJssel meer te verbinden met de Hollandsche IJssel. Door het realiseren van het project Zelling Onderneming is Nieuwerkerk aan den IJssel weer aan de Hollandsche IJssel komen te liggen. Vanaf de Kortenoord is de markante ’s-Gravenweg nog steeds een herkenbare oude lintstructuur. Combinaties van schone en lichte bedrijvigheid met woningbouw hebben ertoe bijgedragen dat bewoners uit de dorpen op korte afstand kunnen wonen en werken in een gezonde leefomgeving. Toetsing planinitiatief aan Omgevingsvisie Op de Visiekaart ligt het plangebied in een dorp met eigen identiteit en voorzieningen langs de Hollandsche IJssel.