Bijlage 2 Onderbouwing BOPA Noodopvang vluchtelingen Oekraïne J.A. Beijerinkstraat 31 Nieuwerkerk A24.002796
Tekst van het document
Voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.7) een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico opgenomen van ten hoogste één op de miljoen per jaar (10-6/jaar). In het omgevingsplan moet deze grenswaarde ‘in acht worden genomen’. (Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen daarom niet binnen de PR(plaatsgebonden risico)-10-6-contour van een activiteit worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties, zoals verspreid liggende woningen en kleine sportlocaties, geldt de PR-10-6-contour als standaardwaarde. Hiermee moet in het omgevingsplan ‘rekening gehouden worden’. Dit houdt in dat aan de norm van ten hoogste één op de miljoen per jaar moet worden voldaan, tenzij er redenen zijn om af te wijken. Het Bkl geeft in de bijlagen ook aan wat de PR-contouren en aandachtsgebieden zijn. Vervoer gevaarlijke stoffen Er geldt verschillende nationale en internationale wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit zorgt ervoor dat de kans op een ongeval en het vrijkomen van deze stoffen zo klein mogelijk is. Er bestaat wet- en regelgeving voor vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water, oftewel het Basisnet. Regels over vervoer van gevaarlijke stoffen blijven buiten de Omgevingswet bestaan onder de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs).
Alle artikelen over de ruimtelijke ordening gaan over naar de Omgevingsregeling. In bijlage VII onder C bij het Bkl zijn de afstanden voor de aandachtsgebieden voor het Basisnet:
▪
30 meter voor een brandaandachtsgebied
▪
200 meter voor een explosieaandachtsgebied
De Omgevingsregeling (artikel 2.23 Invoeringsregeling Omgevingswet) wijst wegen en spoorwegen aan die een aandachtsgebied hebben. Welke wegen en spoorwegen dit zijn, staat in de Regeling basisnet, tabellen I en II. Voor deze wegen en spoorwegen gelden dan de eerdergenoemde aandachtsgebieden.
Planspecifiek Woongebouwen worden in het Bkl aangemerkt als kwetsbaar. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen, buisleidingen, transportroutes van gevaarlijke stoffen en/of hoogspanningslijnen aanwezig zijn, is de Atlas Leefomgeving geraadpleegd.
pagina 30 van 41
De navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze risicokaart.
Risicokaart, plangebied zwart omkaderd (bron: Atlas Leefomgeving).
Buisleidingen Op minimaal 580 m ten noordwesten van het plangebied bevinden zich aardgastransportleidingen van Gasunie Transport Services. Het plangebied is gelegen buiten de plaatsgebonden risicocontour. Dat geldt ook voor de nieuw aan te leggen aardgastransportleiding, die op gelijke hoogte met de hiervoor genoemde aardgastransportleidingen komt te liggen tussen de Energiecentrale van Uniper (Rotterdam) en de Zuidelijke Dwarsweg (gemeente Zuidplas). Gezien de ruime afstand tot het plangebied treedt geen verslechtering op ten aanzien van het groepsrisico. Risicovolle activiteiten Er bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle activiteiten. Wel bevindt zich op ca. 485 m in oostelijke richting het tankstation ‘NRG Value Tankstations Nederland B.V.’, waarbij sprake is van een vulpunt LPG. Voor deze LPG-installatie geldt een invloedsgebied van het groepsrisico van 150 m vanaf het vulpunt. De projectlocatie is niet in dit invloedsgebied gesitueerd en daarmee op voldoende afstand gelegen. Verder bevindt zich op ca. 610 m afstand in zuidwestelijke richting het zwembad ‘Stichting Polderpad’. Daar is sprake van de restcategorie, te weten chlooropslag. Het plangebied ligt op grond van deze stoffen echter niet binnen het invloedsgebied van deze opslag.
pagina 31 van 41
Transport gevaarlijke stoffen Op ca. 575 m afstand is een spoorweg gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De projectlocatie is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour of binnen het invloedsgebied van 200 m voor de groepsrisicoverantwoording. De projectlocatie is op ca. 650 meter afstand gelegen van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De projectlocatie is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour of binnen het invloedsgebied van 200 m voor de groepsrisicoverantwoording. Daarnaast is de projectlocatie ook niet gelegen in het plasbrand-aandachtsgebied. Voorzieningen Conform artikel 4.124 (regelbaarheid en uitschakelbaarheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) beschikt het pand over mechanische ventilatie die handmatig uitgeschakeld kan worden. Tevens is aan de noordzijde van het gebouw, binnen 10 meter van de ingang, een opstelplaats voor hulpdiensten aanwezig. Conclusie Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect omgevingsveiligheid geen belemmeringen veroorzaakt voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
4.13
Trillingen
Trillingen zijn een onderdeel van de fysieke leefomgeving. Van belang is het beperken van overlast door trillingen. Dit aspect is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Omgevingsplan gemeente Zuidplas (op basis van de Bruidsschat). Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de 22.88 van het Omgevingsplan gemeente Zuidplas en artikel 5.87a van het Bkl.
Planspecifiek Het betreft hier een trillinggevoelig gebouw, maar er zijn in de omgeving geen activiteiten die trilling veroorzaken. Zo is de spoorweg op een ruime afstand van ca. 575 m afstand gelegen. Het aspect trilling vormt hier geen belemmering.
4.14
Ruimtelijke kwaliteit
Artikel 22.29 lid 1 onder b van het Omgevingsplan gemeente Zuidplas bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. De gemeente Zuidplas hanteert de ‘Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas’ (van kracht met ingang van 1 januari 2024), wat de basis vormt van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en wat duidelijkheid geeft over hoe met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven wordt omgegaan.
pagina 32 van 41
Planspecifiek Er vindt met het voorliggende initiatief geen verandering plaats aan het uiterlijk van het pand. De ruimtelijke kwaliteit is dan ook niet in het geding.
4.15
Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed
In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. Maar er zijn ook algemene rijksregels: in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels voor erfgoedactiviteiten. Artikel 13.8 Bal geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht (3.7 Bal). in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, Rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart.
Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.
Planspecifiek Het perceel is, volgens de Beleidsnota Archeologie Zuidplas, gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Met het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie' is de onderzoeksplicht voor gebieden met een lage verwachting komen te vervallen. Er geldt daarmee geen archeologische onderzoeksverplichting. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht en er zijn geen gemeentelijke of Rijksmonumenten aanwezig in (de nabijheid van) het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de aspect archeologie, cultuurhistorie en erfgoed geen belemmeringen vormen voor het voorgenomen initiatief.
4.16
Bodem
Een omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.
pagina 33 van 41
Een bodemgevoelige locatie en een bodemgevoelig gebouw worden als volgt gedefinieerd:
▪
Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw;
▪
Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk tot 50 m² valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.
Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).
Planspecifiek Eerder is, in het kader van het (vernietigde) bestemmingsplan ‘De Twee Gebroeders’, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van bodemverontreiniging. Daarmee is het plangebied geschikt voor de beoogde functie. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
4.17
Activiteiten en milieuzonering
Het aspect activiteiten en milieuzonering gaat in op de invloed die activiteiten hebben op hun omgeving. In de omgevingswet wordt in de bijlage bij artikel 1 het begrip milieubelastende activiteit (mba) gedefinieerd. Dit gaat feitelijk om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Milieubelastende activiteiten zijn niet in alle gevallen aan de orde. Er moet gecontroleerd worden of het Bkl, Bal of Bbl instructieregels bevatten die relevant zijn voor het project. In het gemeentelijke omgevingsplan wordt het milieuspoor verder geïntegreerd. De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2019 de uitgave ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ gepubliceerd. Met deze uitgave wordt de toelating van bedrijven gereguleerd op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. De uitgave is verder doorontwikkeld tot geïntegreerde staalkaart. De Staalkaart Bedrijventerrein maakt inzichtelijk hoe activiteiten met gebruiksruimte en milieugevolgen inpasbaar kunnen worden gemaakt en welke regeling in het omgevingsplan hiervoor kan worden opgenomen. De staalkaart zal vervangen worden door de VNG-uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2024’.
Deze kan ook worden toegepast buiten bedrijventerreinen, in tegenstelling tot de uitgave uit 2019 en de geïntegreerde staalkaart. Bij milieuzonering gaat het om de milieuthema’s die afstandsgerelateerd zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd. Afstandsgerelateerd wil zeggen dat de milieubelasting afneemt bij grotere afstand, zoals bij geluid en geur.
pagina 34 van 41
Planspecifiek Met onderhavige onderbouwing voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt voorzien in woonruimte voor het tijdelijk opvangen van vluchtelingen. Tijdelijke huisvesting wordt niet gezien als een geluidgevoelige, trillinggevoelige en geurgevoelige functie in het Omgevingsplan (zie o.a. zie artikel 22.54 lid 2 b.). Omliggende bedrijven/activiteiten worden door de tijdelijke huisvesting niet belemmerd. Geconcludeerd kan worden dat het aspect activiteiten en milieuzonering geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
4.18
Beperkingengebieden
In de Omgevingswet is een ‘beperkingengebied’ gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Ter bescherming gelden beperkingen die het bevoegd gezag aanwijst.
Planspecifiek Het initiatief is niet gelegen binnen het beperkingengebied rondom wegen, spoorwegen of vaarwegen. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het onderhavige initiatief
pagina 35 van 41
5.
Participatie
Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De gemeenteraad moet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangeven in welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld. Daarbij moet aandacht besteed worden aan de rol en/of het doel van de participatie. In beginsel is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. Daarbij bestaat de mogelijkheid zienswijzen op het ontwerpbesluit in te dienen. Informatieavond voorgaande vergunningaanvraag Voor de voorgaande aanvraag (tijdelijke) omgevingsvergunning is op 14 maart 2022 een informatieavond georganiseerd met als doel de direct omwonenden te informeren over de noodopvanglocatie voor vluchtelingen in hun directe omgeving. Tijdens de avond heeft de gemeente de plannen voor de noodopvang uitgelegd. Daarbij kwamen naast de bouwplannen – het pand is verouderd en door achterstallig onderhoud is een verbouwing noodzakelijk – ook onderwerpen als de impact voor de omgeving op het gebied van veiligheid en overlast, mogelijke scholing en anderszins aan bod.
Er was ruime gelegenheid om vragen te stellen, ideeën te delen en er is een oproep gedaan aan mensen om zich aan te melden als vrijwilliger. Verder is de omgeving ten aanzien van de verbouwing via de online-kanalen van de gemeente Zuidplas op de hoogte gehouden van de vorderingen. Hernieuwde vergunningsaanvraag Omdat het voor deze vergunningsaanvraag alleen om informeren, de eerste trede van de Participatieladder (Kader Participatie) gaat, is de participatieverordening niet van toepassing en volstaat een procesbeschrijving (zie algemene toelichting, De participatieverordening in een notendop, participatieverordening gemeente Zuidplas). Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zuidplas heeft op dinsdag 8 oktober besloten dat de Oase, vanwege de steeds hogere taakstelling, blijft worden ingezet voor de opvang van Oekraïners. Het wordt een eerste opvanglocatie en krijgt ook een time-outfunctie (TOL). Er zijn drie informatiebrieven verstuurd naar de direct omwonenden van de Oase, de eerste op 27 augustus 2024, een op 3 september 2024 en een nadat het besluit is genomen over de verlenging en inzet van de Oase, op donderdag 17 oktober 2024. Het huidige pand blijft dus worden ingezet voor de opvang van Oekraïners. Vrijwel de gehele huidige groep verhuist naar verwachting eind 2024 naar Kavel 13. Er is dus ruimte voor een nieuwe groep.
Als Oekraïense vluchtelingen in Nederland binnenkomen, komen ze terecht op een eerste opvanglocatie; een soort tussenstation. Vanuit daar worden de Oekraïners overgeplaatst naar de opvanglocaties waar zij voor langere termijn verblijven. Dit ‘tussenstation’ was voorheen in Alphen aan den Rijn, maar deze opvanglocatie is gesloten per 1 november 2024. De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft daarom gemeente Zuidplas verzocht Oekraïne-opvang 'Oase' deels in te zetten als eerste tijdelijke opvanglocatie. Deze tijdelijke opvang wordt crisisnoodopvang genoemd.
pagina 36 van 41
Een onderdeel van de tijdelijke opvang is de time-outfunctie. Een time-outfunctie is bedoeld om ontheemden maximaal 14 dagen op te vangen en te begeleiden omdat het locatieteam van de opvang waar zij geplaatst zijn, het nodig vond om rust en veiligheid te creëren. Het betreft bijvoorbeeld mensen die ruzie hebben of waar huiselijk geweld is geweest. Ook kan het gaan om mensen die niet wilden luisteren naar het management van de andere opvanglocatie. Tijdens het verblijf krijgt degene professionele begeleiding. Tot op heden (over een periode meer dan een jaar) zijn nooit meer dan drie personen tegelijk in een time-out geweest. Een ontheemde die in een timeout zit, blijft maximaal twee weken op de Oase. Op 12 september 2024 is er een inloopavond gehouden met als doel de omgeving te informeren over het besluit om de Oase te verlengen en daarnaast in te zetten als ‘eerste opvanglocatie’. Daarnaast was er de gelegenheid om vragen te stellen. Tijdens de inloopavond waren er twee leden van het team Taskforce Huisvesting Ontheemden (projectmanager en omgevingsmanager) en twee vertegenwoordigers van de Veiligheidsregio Hollands Midden aanwezig. Het verslag van deze informatieavond is gepubliceerd op de gemeentelijke website onder ‘Vluchtelingen’ en ‘Opvang Oekraïense vluchtelingen’. Het betreffende verslag is ook als bijlage 1 bij deze onderbouwing gevoegd.
De aanwezige omwonenden hadden geen bezwaar tegen de voortzetting van de opvang voor Oekraïners in de Oase. Bestuurlijk vooroverleg In het voortraject heeft de Veiligheidsregio Hollands Midden advies uitgebracht over het voornemen. Dit heeft ertoe geleid dat een passage omtrent een opstelplaats voor hulpdiensten en over uitschakelbare mechanische ventilatie is opgenomen in dit document.
pagina 37 van 41
6.
Financiële haalbaarheid
Het kostenverhaal is het door de overheid verhalen van kosten op een initiatiefnemer. Het gaat over overheidskosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Bijvoorbeeld kosten voor het wijzigen van het omgevingsplan en het aanleggen van openbare voorzieningen. Met de inwerkingtreding van de omgevingswet is het exploitatieplan komen te vervallen. Het Publiekrechtelijk kostenverhaal is daarmee geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een vergunning voor een BOPA. Deze voorschriften zijn mogelijk voor zover ze betrekking hebben op het gebied waar de vergunningaanvraag op ziet én voor zover de voorschriften betrekking hebben op de aangevraagde ontwikkeling. De overheid (meestal een gemeente) en een initiatiefnemer kunnen een overeenkomst sluiten over kostenverhaal voorafgaand aan het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt: een zogenoemde ‘anterieure overeenkomst’. De Omgevingswet biedt daarvoor een grondslag. Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige ‘financiële bijdrage gebiedsontwikkeling’ worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied.
Als er geen overeenkomst tot stand komt, moet het kostenverhaal op een andere manier geregeld worden. Meestal regelt de gemeente het kostenverhaal. Dat kan de gemeente doen door kostenverhaalregels in het omgevingsplan op te nemen of het kostenverhaal te regelen in de omgevingsvergunning. Wanneer een omgevingsvergunning wordt verleend op grond waarvan schade wordt veroorzaakt is art. 4.5 Awb van toepassing en dient een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten te worden.
Planspecifiek Het uitvoeren van het project heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente. Eventuele te maken kosten (onderhoud van het pand, ‘brood-bed-bad’) worden vergoed door het Rijk. Hiermee is de financiële haalbaarheid van de opvang gegarandeerd. Omdat geen sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, is er geen verplichting tot het verzekeren van het verhaal van kosten.
pagina 38 van 41
7.
Conclusie evenwichtige toedeling van functies
aan locaties De gemeente wil graag bijdragen aan de benodigde opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en wil daarvoor het bestaande voormalige Rabobankgebouw aan de J.A. Beijerinkstraat 31 in Nieuwerkerk aan den IJssel blijven benutten. In juli 2022 heeft de gemeente een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de opvang voor ongeveer 120-150 vluchtelingen uit Oekraïne. De gestelde termijn is verstreken, terwijl de behoefte aan deze opvanglocatie nog steeds bestaat en de taakstelling bovendien is toegenomen. Daarom bestaat het voornemen voor een nieuwe tijdelijke vergunning met de duur van 4 jaar, waarbij op deze locatie wordt uitgegaan van de opvang van maximaal 120 vluchtelingen uit Oekraïne (met een reguliere bezetting van 80-90 vluchtelingen). Dit initiatief voldoet aan de voorwaarden van zowel het Rijks-, provinciaal als gemeentelijk beleid. Zo past het binnen de beleidsregels ‘Beleid inzake toepassing van planologische kruimelgevallen gemeente Zuidplas’. Ook vanuit de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu komen geen belemmeringen voort. Zo wordt voorzien in voldoende parkeermogelijkheden (auto en fiets), vormt het initiatief geen belemmering voor omliggende functies en wordt geen schade toegebracht aan natuur- of landschapselementen. Daarbij wordt met de ontwikkeling een passende, tijdelijke invulling gegeven aan een leegstaand kantoorpand.
Gesteld kan worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
pagina 39 van 41
8.
Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het
omgevingsplan Het onderhavige initiatief heeft betrekking op het verlengen van de tijdelijke opvang van Oekraïense vluchtelingen in het voormalige Rabobank-gebouw aan de J.A. Beijerinkstraat 31 in Nieuwerkerk aan den IJssel. Door middel van een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (BOPA) kan tijdelijk, voor een periode van 4 jaar, worden afgeweken van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan, onderdeel ‘Beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel’ en kan, mede gelet op de mogelijkheden op basis van het ‘Beleid inzake toepassing van planologische kruimelgevallen gemeente Zuidplas’, de opvang tijdelijk worden vergund. Omdat het een tijdelijke vergunning betreft, hoeft het Omgevingsplan van de gemeente Zuidplas hierop niet te worden aangepast.
pagina 40 van 41
pagina 41 van 41