CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 NvU Bijlage 1 - ODMH ROM quickscan A25.000058

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van Uitgangspunten 100 MW EOS (Energie Opslag Systeem)2.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Team ROM, Externe veiligheid en Ecologie M. Kolpa 088 - 54 50 164

Postbus 45 2800 AA Gouda 088 - 54 50 000 www.odmh.nl

Gemeente Zuidplas Postbus 100 2910 AC NIEUWERKERK AD IJSSEL

Besluitdatum Verzenddatum

20-11-2024

Ons kenmerk

2024-00018826

Uw kenmerk

Onderwerp ROM quickscan energieopslaginstallatie Knibbelweg, Zevenhuizen

Bijlagen

1

Beste lezer, Op 11 september 2024 heeft u ons gevraagd om voor een EOS aan de Knibbelweg te Zevenhuizen een quickscan ruimtelijke ordening en milieu op te stellen. Doel van de quickscan is om te beoordelen of het beoogde project kansrijk is op deze locatie en welke milieukundige onderzoeken noodzakelijk zijn in het kader van deze ontwikkeling. Ons advies leest u in deze brief. Situatie De initiatiefnemer is voornemens om een energieopslaginstallatie (EOS) van 100MW/400MWh te realiseren aan de Knibbelweg te Zevenhuizen, waarvan de restwarmte zal worden ingezet voor de nog te realiseren glastuinbouw. De locatie (ca 2 hectare) is hieronder weergegeven. De beoogde nutsvoorziening past niet binnen de kaders van Omgevingsplan Zuidplas. De locatie heeft daarin een functieaanduiding ‘Glastuinbouwbedrijvenlandschap - Uit te werken 1'.

Figuur 1: Mogelijke batterijlocatie (geel) binnen de ontwikkeling van Glastuinbouw binnen plangebied Knibbelweg-Oost

Identificatie D-2024-00142002

1 van 7

Afkadering De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) adviseert gemeenten op de omgevingsaspecten geluid (weg, spoor, industrie), trillingen, luchtkwaliteit, licht, activiteiten & milieuzonering, externe veiligheid, bodem en ondergrond (verontreiniging, archeologie, ontplofbare oorlogsresten en overige ondergrond), natuur (gebieds- en soortenbescherming, natuurinclusief bouwen en biodiversiteit), klimaatadaptatie en duurzaamheid (circulariteit, mobiliteit, energietransitie). Daarnaast gaat de Omgevingsdienst bij elke ontwikkeling na of er sprake is van m.e.r.-plicht en/of een provinciaal milieubelang in het geding is. Advies De ontwikkeling past naar verwachting binnen de gewenste kwaliteiten van het gebied (voor zover beschreven of beschikbaar). De onderstaande tabel vat de quickscan samen. Bijlage 1 bevat een uitgebreidere bespreking van de diverse omgevingsaspecten. Thema Werken in de bodem

Aspect Bodemverontreiniging

Omgevingsveiligheid

Archeologie Ontplofbare oorlogsresten Externe veiligheid

Gezondheid in relatie tot milieu

Geluid van weg, spoor en/of industrieterrein Trillingen Activiteiten en milieuzonering Luchtkwaliteit

Ecologie

Lichthinder Gebiedsbescherming Soortenbescherming *Biodiversiteit

Water en Bodem Sturend Duurzaamheid

Klimaatadaptatie

Procedurele aspecten

Milieueffectrapportage (m.e.r.) Provinciale milieubelangen

*Energietransitie

Bespreking Geen (bodem-) gevoelige functie WA3 Onverdacht Ligging in brandaandachtsgebied Niet van toepassing op deze functie Waarschijnlijk geen belemmering Geluidproductie kan niet worden ingeschat Ligging in aandachtsgebied Geen belemmering Mogelijk stikstofdepositie Ontwikkeling gebied met agrarische waarde Kansen voor biodiverse inrichting Geen bijzonderheden

Vervolgactie -

Aandacht voor netcongestie Niet van toepassing Niet van toepassing

Toelichting/ onderbouwing -

Vooronderzoek Advies VRHM Onderbouwing effecten Akoestisch onderzoek Onderbouwing NIBM AERIUSberekening Quickscan flora en fauna Neem mee in ontwerp Risicobeoordeling

Heeft u vragen? Neem dan contact op met M. Kolpa of J. Rings. Dat kan via 088 - 54 50 164 of per e-mail via mkolpa@odmh.nl. Vermeld dan het kenmerk 2024-00018826. Zo kunnen wij u sneller helpen. Met vriendelijke groet, M. Kolpa Adviseur ROM Dit document is digitaal vastgesteld. Bijlage 1: Beoordeling en conclusie per aspect

Identificatie D-2024-00142002

2 van 7

Bijlage 1 Beoordeling en conclusie per aspect Bodem Voorafgaand aan de bouw van een bodemgevoelig c.q. grondwatergevoelig gebouw moet vooronderzoek uitwijzen of verder onderzoek van bodem en/of grondwater nodig is om vast te kunnen stellen of de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden en/of dat er sprake is van een significante verontreiniging van grondwater. In dit geval is geen sprake van een bodemgevoelig en/of grondwatergevoelig gebouw1. Onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Er is van het plangebied Knibbelweg-Oost bij de Omgevingsdienst Midden-Holland alleen een historisch bodemonderzoek bekend. Archeologie Op grond van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente geldt archeologische waarde WA3 voor een deel van het plangebied (zie Figuur 2). Er moet een archeologisch onderzoek worden gedaan als de grond over een oppervlakte van 1.000 m2 en een diepte van 3,0 m wordt geroerd. Voor deze ontwikkeling worden de vrijstellingscriteria waarschijnlijk overschreden. Voor de realisatie van de energieopslag is archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Figuur 2: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart. Geel: WA3 Ontplofbare oorlogsresten Uit ervaring blijkt dat circa 10 à 15% van de tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte munitie niet tot de gewenste uitwerking kwam en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Op grond van Arbowetgeving moet in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten een oriënterend onderzoek worden gedaan voordat werkzaamheden kunnen starten. Indien nodig gevolgd door een nader onderzoek, indien nodig gevolgd door opsporing van ontplofbare oorlogsresten of andere passende maatregelen.

1

Zie voor definities Provinciaal blad 2023, 15013 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

Identificatie D-2024-00142002

3 van 7

Uit eerder uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Verder onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is naar onze mening niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, kunnen wij niet met zekerheid stellen dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Externe veiligheid Het plangebied ligt in het aandachtsgebied van een risicobron (hogedrukaardgasleiding, zie Figuur 3). Er is geen beperking voor deze ontwikkeling. Vanwege de ligging in het brandaandachtsgebied van de risicobron adviseren we wel om de Veiligheidsregio om een advies te vragen; in het geval van een calamiteit kan dit mogelijk tot complicaties leiden. De ontwikkeling is ook een risicobron. Er liggen echter geen kwetsbare gebouwen in de ruime omgeving. Het groepsrisico neemt door deze ontwikkeling niet toe. Er hoeft geen verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld.

Figuur 3: Uitsnede kaartlaag risicobronnen EV, met brandaandachtsgebied (oranje arcering) en 100% lethaalzone (paarse arcering) Geluid van weg, spoor en/of industrieterrein Er wordt geen geluidsgevoelige bestemming gerealiseerd. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt er geen onderzoeksplicht. Trillingen In een eerdere fase is gesproken over de inzet van één of meerdere vliegwielen, voor de opslag van kinetische energie. Deze activiteit kan trillinghinder veroorzaken. In de directe omgeving worden geen gevoelige gebouwen gerealiseerd; de dichtstbijzijnde woning ligt op ruim 250 m afstand. Trillinghinder wordt daarom niet als een directe belemmering gezien. Desondanks adviseren we wel om een uitgebreide toelichting en kwantificering indien deze methode wordt toegepast.

Identificatie D-2024-00142002

4 van 7

Activiteiten en milieuzonering De ontwikkeling betreft, vanuit Activiteiten en milieuzonering bezien, een milieubelastende activiteit. In de directe nabijheid liggen geen gevoelige bestemmingen; de dichtstbijzijnde woningen liggen op ruim 250 m afstand. De geluidsproductie van deze activiteit kan echter niet worden ingeschat op basis van richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering’. We adviseren daarom een akoestisch onderzoek uit te laten voeren. Luchtkwaliteit Het toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is alleen nodig als een project binnen één van de aandachtsgebieden valt, er sprake is van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit óf als de ontwikkeling veel bijdraagt aan luchtverontreiniging (overschrijding NIBM). Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). Het plangebied bevindt zich in een aandachtsgebied, en de ontwikkeling betreft een milieubelastende activiteit. De ontwikkeling is niet te onderbouwen door middel van een verwijzing naar de regeling NIBM. De verkeersaantrekkende werking van het plan moet worden bepaald en hiermee kan worden doorgerekend of deze ontwikkeling al dan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Lichthinder De geplande ontwikkeling betreft geen bron van lichthinder.

Een onderzoek naar lichthinder is niet noodzakelijk. Ecologie Gebiedsbescherming: Als een ontwikkeling in of in de buurt van een beschermd gebied plaatsvindt, kunnen mogelijk negatieve effecten ontstaan. Gezien de omvang van de ontwikkeling en de afstand tot Natura2000-gebieden (<25 km) adviseren wij om een AERIUS berekening te laten doen. Dit zijn twee berekeningen, één voor de bouwfase en één voor het gebruik van de nieuwe situatie. We adviseren ook om een rekenpunt op te nemen voor (deel)gebied Polder Stein. Dit natuurgebied is nog niet opgenomen als stikstofgevoelig gebied, maar zal op termijn wel die status toegewezen krijgen. De ontwikkeling ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in een zone met aanduiding als belangrijk weidevogelgebied (Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland). Soortenbescherming: Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling is een ecologische quickscan noodzakelijk. De locatie betreft namelijk een gebied met agrarische waarden en (beperkte) natuurwaarden. Uit de resultaten van deze quickscan kan volgen dat nader onderzoek nodig is. Biodiversiteit Voor het voorgenomen initiatief kan een biodiversiteitsplan opgesteld worden. Hierin kan bijvoorbeeld opgenomen worden welke waardevolle, te behouden ecologische structuren aanwezig zijn.

Daarnaast kan gekeken worden naar ecologisch waardevolle structuren die in het nieuwe plan aangelegd kunnen worden. En op basis van de aanwezige grondsoort gekeken worden naar het aanplanten/inzaaien van

Identificatie D-2024-00142002

5 van 7

(gedeeltelijke) inheemse (bij voorkeur autochtoon) planten. Hierbij kan bij de keuze voor de beplanting bijvoorbeeld gericht worden op enkele bij de nieuwe situatie passende soorten. Water en Bodem Sturend Bij ruimtelijke ontwikkelingen wil het rijk dat Water en Bodem Sturend (WBS) zijn. Dit staat in de kamerbrief van 25-11-2024. Het rijk heeft daarom het ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving2 uitgebracht. In deze kaart staat waar ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en welke inspanning aan maatregelen deze locatie vereist. Daarbij hoort ook de nationale Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving die richting geeft aan mogelijk te nemen maatregelen en een landelijk gelijk speelveld beoogt. Provincie Zuid-Holland hanteert WBS ook als randvoorwaarde voor veilige toekomstbestendige ontwikkelingen in haar omgevingsbeleid en haar ruimtelijk voorstel “Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland”. De beoogde ontwikkeling ligt in risicoklasse “ja, mits, gemiddelde opgave”. De risicoklasse ‘ja, mits’ geeft in verschillende gradaties aan dat er risico’s zijn vanuit het water- en bodemsysteem en dus een noodzaak tot het nemen van klimaatadaptieve maatregelen.

Klimaatadaptatie Risico's door klimaatverandering Conform de Omgevingsverordening art 7.41b “Risico's van klimaatverandering” van Provincie ZuidHolland moeten in elk omgevingsplan de volgende aspecten in beschouwing worden genomen:  Wateroverlast door overvloedige neerslag;  Overstroming;  Hitte;  Droogte;  Bodemdaling. Voor dit plan zullen de risico’s door de initiatiefnemer nader moeten worden beoordeeld. Indien blijkt dat er risico's voor (een van) bovengenoemde aspecten aanwezig is/zijn dan dienen maatregelen of voorzieningen te worden genomen en geborgd in het omgevingsplan. Gezien de functie van de locatie adviseren we om voldoende aandacht te besteden aan de gevolgen van wateroverlast door extreme regenval. Klimaatadaptatie Herontwikkeling is een natuurlijk moment om ook klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Hiermee maak je de ontwikkeling ook toekomstbestendig. De gemeente heeft het 'Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland', versie 2022, ondertekend. Voor richtlijnen en maatregelen wordt verwezen naar de ‘Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ en de Leidraad klimaatadaptief bouwen. Dit is voornamelijk gericht op de bouw van panden, maar het kan ook handvatten bieden voor onderhavig plan. Duurzaamheid Op dit moment is sprake van netcongestie in dit deel van de gemeente Zuidplas3.

Een los energieopslagsysteem levert niet per sé bijdrage aan het voorkómen op oplossen van netcongestie, maar kan dit ook verergeren. Tegelijk is bekend dat er een nieuw hoogspanningsstation nabij de A12 wordt gebouwd. Geef een onderbouwing of de activiteit inpasbaar is, en geef ook aan of dit belemmeringen kan opleveren voor andere beoogde ontwikkelingen in de directe omgeving. 2 3

Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving (arcgis.com) Capaciteitskaart elektriciteitsnet

Identificatie D-2024-00142002

6 van 7

Opgemerkt wordt dat de gemeente de aansluiting op het stroomnet niet kan verbieden. De gemeente heeft in het ruimtelijk spoor echter wel veel mogelijkheden om te sturen in het energiesysteem. Netcongestie kan dus ook een onderdeel zijn van de beoordeling of sprake is van ETFAL. M.e.r. Het initiatief betreft een ontwikkeling die niet wordt genoemd in Bijlage V van het Omgevingsbesluit en geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Een (plan) m.e.r. of m.e.r. beoordeling is niet noodzakelijk. Provinciale milieubelangen De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsverordening een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetst ODMH initiatieven op vier van deze belangen4:  Bescherming van stiltegebieden (Omgevingsverordening artikel 3.14) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een stiltegebied.  Windenergie stimuleren (Omgevingsverordening artikel 7.76) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een plaatsingsgebied voor windmolens.  Beschermen van (watergebonden) bedrijventerreinen (Omgevingsverordening artikel 7.52) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een (watergebonden) bedrijventerrein. Afname van of beperkingen aan (watergebonden) bedrijventerreinen is derhalve niet aan de orde.

 Beschermen van grote groepen mensen (Omgevingsverordening artikel 7.18) De voorgenomen ontwikkeling ligt in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron, maar het groepsrisico neemt niet toe. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met deze provinciale milieubelangen.

4

Toetsingskader: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 1 januari 2024, i.c.m. kaarten in bijlage II. Het gaat om in de Omgevingsverordening aangewezen locaties. Identificatie D-2024-00142002

7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15160121/1