Bijlage 2 Nota van beantwoording zienswijze A23.000405
Tekst van het document
Nota van beantwoording Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten en kamerverhuur Gemeente Zuidplas 2023
1
Versie : definitief Datum : 3 april 2023 Vastgesteld in : B&W Zuidplas op 18 april 2023
2
Inhoud 1.
Inleiding.................................................................................................................................... 4
2.
Inspraakreactie ...................................................................................................................... 5 Glastuinbouw Nederland ...................................................................................................... 5
3.
Ambtshalve tekstwijzingen ............................................................................................... 9
3
1.
Inleiding
Het ontwerp beleidskader huisvesting arbeidsmigranten en kamerverhuur is tot stand gekomen met input van stakeholders en reflecties van ambtenaren van flankerend beleid. Middels enquête en twee bijeenkomsten is input gevraagd voor het beleid en zijn de uitgangspunten voor beleid getoetst. Het ontwerp beleidskader Huisvesting arbeidsmigranten en kamerverhuur heeft van 25 januari 2023 tot en met 22 februari 2023 ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ontvangen, die is verwerk in hoofdstuk 2: Inspraakreacties. Voorafgaand aan de ter inzagelegging zijn betrokken partijen over het ontwerp geïnformeerd, zoals ODMH, Provincie en de regiogemeente. Ook de adviesraad Sociaal Domein heeft naar het beleidskader gekeken en hier vragen over gesteld. Gemaakte opmerkingen die hebben geleid tot aanpassing van het beleidskader zijn onder de ambtelijke wijzigingen in hoofdstuk 3 opgenomen.
4
2.
Inspraakreactie
Hierna volgt de ontvangen zienswijze van Glastuinbouw Nederland met een reactie daarop. Daarbij is aangeven of de zienwijze aanleiding geeft voor aanpassing van de ontwerpverordening.
Glastuinbouw Nederland Algemene opmerking Internationale medewerkers zijn vooralsnog onmisbaar voor de Nederlandse economie inclusief de glastuinbouwsector. De glastuinbouw heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een hightechsector met veel werkgelegenheid en werk op verschillende niveaus, ook voor arbeidsmigranten. Wij spreken overigens liever van internationale medewerkers. Ondanks de inzet op verdere automatisering en robotisering blijven er grote aantallen mensen nodig voor het productiewerk. Internationale werknemers spelen hierbij een essentiële rol, ook ik de toekomst. Deze groep werknemers heeft recht op goede en betaalbare huisvesting op korte afstand van hun werkplek. Dit is ook een randvoorwaarde om deze werknemers aan ons te binden: zonder goede huisvesting, geen internationale werknemers. Het is van groot belang dat een gemeente helder beleid ontwikkelt dat goede en voldoende huisvesting mogelijk maakt. Wij zijn dan ook blij dat de gemeente Zuidplas tot beleid komt en daarmee tot een toetsingskader voor huisvestinginitiatieven van verschillende omvang en op verschillende locaties. Wij willen u ook bedanken voor het feit dat u in dit proces ook ondernemers en onze organisatie heeft betrokken. Reactie: Wij zijn blij te horen dat u de komst van het beleidskader voor huisvesting van arbeidsmigranten ondersteund.
Constatering 1: Maatwerk De gemeente sluit op voorhand geen locaties uit voor huisvesting van arbeidsmigranten. Per initiatief wordt bekeken in hoeverre het wenselijk is om arbeidsmigranten op de beoogde locatie te huisvesten. Wij vinden dit ‘maatwerk’ een goed uitgangspunt. Reactie: Omdat huisvesting vaak gepaard gaat met ontheffingen van bestaand beleid zal maatwerk vaak het uitgangspunt zijn. Met het beleidskader geven we de kaders aan waarbinnen wij meewerken met huisvestingsinitiatieven welke afwijken van bijvoorbeeld het bestemmingsplan. Uiteraard heeft ook de gemeente te maken met provinciaal beleid aan de randen van dorpen en in het buitengebied. Advies 1: Huisvesting op terrein agrarische ondernemer Uw concept beleid staat (onder voorwaarden) huisvesting op vijf type locaties toe, waaronder op het terrein van agrarische werkgevers. Wij zijn blij dat het mogelijk wordt om op agrarische percelen, dus binnen het glastuinbouwgebied, te huisvesten. De praktijk wijst uit dat huisvesting binnen BSD helaas op weerstand stuit en onvoldoende van de grond komt. Ook zijn wij tevreden dat u als expliciete voorwaarde opneemt dat de huisvesting geen belemmering mag zijn voor toekomstige herstructurering.
Pagina 13: “Het realiseren van (tijdelijke) huisvesting op een perceel mag een eventuele herstructurering niet in de weg zitten.” Ook kunnen wij ons vinden in het maximale aantal van vijftig werknemers, waarbij die personen bij dat bedrijf of bij direct omliggende primaire 5
agrarische bedrijven werkzaam zijn. U zet agrarisch daarbij tussen haakjes, maar wij gaan ervan uit dat u hier bedoelt dat huisvesting op een agrarisch terrein bestemd is voor de werknemers van dat agrarische bedrijf en agrarische bedrijven in de directe omgeving. Wij vragen u de haakjes daarom te verwijderen. Het kan niet zo zijn dat op percelen met een glastuinbouw- of agrarische bestemming wordt gehuisvest voor andere sectoren. Elke sector dient daarin de eigen verantwoordelijkheid te nemen. Een uitzondering kan worden gemaakt voor stellen die gezamenlijk wonen en waarbij een van de twee in een andere sector werkzaam is. Reactie: Huisvesting is inderdaad primair bedoeld voor werknemers in dienst het betreffende agrarische bedrijf en/of agrarische bedrijven in de directe omgeving. Dit advies leidt tot aanpassing van de kop onder hoofdstuk 1.11.1. De haakjes worden verwijderd. De titel van 1.11.1 wordt: ´Aanvullende eisen: huisvesting op terrein van de agrarische werkgever.´ Advies 2: Huisvestingseffect rapportage Wij willen u vragen bij de vergunningsverlening aan bedrijven die zich in Zuidplas willen vestigen of bestaande bedrijven die uitbreiden expliciet de huisvesting van internationale werknemers op te nemen.
Indien een onderneming op substantiële schaal gebruikt maakt van internationale medewerkers, dan dient uw gemeente naar onze mening te vragen hoe men de huisvesting van internationale werknemers vorm\ geeft. Het kan niet zo zijn dat grotere werkgevers een vergunning kunnen ontvangen zonder aandacht te geven aan dit belangrijke vraagstuk. Reactie: Ook in provinciaal omgevingsbeleid (module wonen en werken) is opgenomen dat bij uitbreiding van bedrijvigheid de gemeente in kaart moet brengen wat het huisvestingseffect is en hoe arbeidsmigranten in dienst van een (nieuw te vestigen/ uit te breiden) bedrijf worden gehuisvest. In het beleidskader wordt naar aanleiding van uw advies en mede naar aanleiding van een gemaakte opmerking van de provincie op dit onderdeel in hoofdstuk 1.3 onder het kopje ´voldoende huisvesting dicht bij werk´ toegevoegd: ´Bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen wilt de gemeentelijk inzicht krijgen in het aantal arbeidsmigranten die (nieuwe of uit te breiden) bedrijven nodig hebben en hoe deze worden gehuisvest.
Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het VNG-model voor de ´effectenrapportage voor huisvesting arbeidsmisgraten´ dat momenteel in ontwikkeling is.´ Advies 3: Verwijderen tijdelijke huisvesting op agrarische percelen is onacceptabel U stelt op pagina 15 dat huisvesting mag plaatsvinden in bijgebouwen of bedrijfswoningen mits deze voldoen aan de uniforme eisen. “Aanvullende bebouwing die wordt ingezet voor het huisvesten van arbeidsmigranten heeft een tijdelijk karakter, ofwel bestaat uit chalets, woonunits, containerwoningen of andere vormen met een inherent tijdelijk karakter die buiten het oogst- of plukseizoen verwijderd worden10.” Bij 10 staat vervolgens: “Tijdelijke huisvesting ten behoeve van het pluk- en oogstseizoen bedraagt een termijn van maximaal zes maanden.” Wij delen de mening dat bij huisvesting op een agrarisch perceel altijd sprake is van een tijdelijke situatie. Ons inziens zou u daarbij de provinciale lijn moeten volgen en huisvesting bij agrarische bedrijven moeten toestaan voor maximaal vijftien jaar, onder de eerder genoemde voorwaarden. Daarnaast vragen wij u op te nemen dat de huisvesting bij een agrarisch bedrijf een integraal onderdeel is van dat bedrijf en deze bij de verkoop van het bedrijf dus ten allen tijde mee dient te worden verkocht. Wij kunnen ons absoluut niet vinden in het na zes maanden fysiek verwijderen van de huisvesting.
Dit maakt vrijwel ieder initiatief voor kwalitatief goede huisvesting bij een bedrijf onhaalbaar. 6
Daarnaast is binnen de glastuinbouw sprake van een vrijwel jaarrond behoefte aan werknemers en is er dus ook behoefte aan jaarrond huisvesting. Een periode van zes maanden is volstrekt ontoereikend, nog los van het feit dat het plaatsen en verwijderen van de huisvesting hoge kosten mee zich meebrengt en de huisvesting zo onbetaalbaar wordt. Als u deze regels in stand houdt, sluit uw beleid in de praktijk huisvesting bij glastuinbouwbedrijven uit en biedt voor onze sector dan feitelijk geen oplossing. Wij vinden dit zeer ernstig en dringen dan ook sterk aan op: a. het verwijderen van de voorwaarde dat de huisvesting buiten het oogst- of plukseizoen verwijderd moet worden; b. het laten vervallen van de genoemde maximale periode van zes maanden dat de huisvesting aanwezig mag zijn bij het agrarische bedrijf; c. op te nemen dat huisvesting een integraal onderdeel is van het bedrijf en dat huisvesting bij verkoop van het bedrijf mee verkocht wordt. Reactie: a. Het uitgangspunt voor huisvesting op het terrein van de agrariër is om tijdelijk ruimte te bieden voor huisvesting van arbeidsmigranten als ondersteuning van het bedrijf. Huisvesting op het terrein kan met een functiewijziging van bestaande bebouwing zoals huisvesting in bijgebouwen op het terrein van de werkgever voor het jaarrond huisvesten van arbeidsmigranten.
Of huisvesting kan tijdelijk (max 6 maanden) plaatsvinden met aanvullende bebouwing met een tijdelijk karakter zoals in chalets, woonunits of containerwoningen gedurende het piekseizoen. Deze aanvullende bebouwing moet na het piekseizoen weer verwijderd worden. Als deze units blijven staan ten behoeve van het jaarrond huisvesten van arbeidsmigranten is er ons inziens sprake van huisvesting met een permanente karakter waar strengere regels voor gelden. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat huisvesting met tijdelijk aanvullende bebouwing een alternatief verdienmodel wordt van de agrarische werkgever. Het is voor de gemeente geen optie om de tijdelijke bebouwing te laten staan en enkel tijdens piekseizoenen in te zetten voor bewoning. Dit is niet te controleren en er ligt een risico dat de units dan gebruikt worden voor andere doeleinden. Uw advies leidt niet tot aanpassing van het beleidskader. b. Als er sprake is van jaarrond behoefte aan arbeidsmigranten zal er een permanente behoefte zijn aan huisvesting. Een permanente invulling is mogelijk met wijziging van de bestemming- of omgevingsplan voor huisvesting. Tijdelijke huisvesting wordt voor langer dan zes maanden wel toegestaan (met een tijdelijke ontheffing/kruimelbeleid) in bijgebouwen of bedrijfswoningen tot 10 (of 15) jaar die voldoen aan de kwalitatieve voorwaarden.
De provincie heeft in haar omgevingsbeleid opgenomen dat tijdelijke huisvesting op terrein van de agrariër (buiten BSD) wordt toegestaan voor maximaal drie maanden gebonden aan piekseizoenen. Dit beperkt de mogelijkheden voor tijdelijke ontheffing op terrein van de agrariër voor aanvullende bebouwing met tijdelijke woonunits. Vanwege beoogd maatwerk heeft Zuidplas ervoor gekozen om dit tot zes maanden mogelijk te maken, hiervoor is wel een aanvullende onderbouwing van de ondernemer nodig. De gemeente is zich ervan bewust dat dit de mogelijkheden beperkt zijn. De algemene belangen en ruimtelijke effecten wegen hier zwaarder. Dit advies geeft geen aanleiding voor wijziging van het beleidskader.
7
c. De gemeente kan vanwege het eigendomsrecht en vrijheid van handelsverkeer geen beperkingen opnemen over verkoop. Wel is het mogelijk in de vergunning voor tijdelijke ontheffing de voorwaarden op te nemen dat de vergunning voor tijdelijke (aanvullende) huisvesting op terrein van de agrariër komt te vervallen als huisvesting niet meer ten behoeve het agrarische bedrijf is. Het mag niet de bedoeling zijn dat huisvesting op terrein van de agrariër een primair verdienmodel en niet in dienst staat van het agrarische bedrijf. Dit advies geeft aanleiding om een aanvullende voorwaarden onder 1.11.1 Huisvesting op terrein van de agrarische werkgever’ op te nemen, namelijk: ’Een vergunning voor (tijdelijke) huisvesting komt te vervallen als bij verkoop van het agrarische bedrijf de huisvesting niet wordt mee verkocht. Advies 4: Afstand huisvesting in eengezinswoningen U stelt een minimale afstand van 80 meter voor tussen woningen die beschikken over een kamerverhuurvergunning. Wij vinden die afstand erg groot en vragen u die te verlagen naar maximaal 50 meter. Ook hierbij dient in onze ogen overigens maatwerk mogelijk te zijn. Reactie: De afstandscriteria (80m) en quotum (max. 2% kamerverhuur per dorp) is opgenomen om het aantal kamervergunningen te kunnen reguleren en om de druk op wijken en leefbaarheid te verlichten. Naar aanleiding van uw advies is opnieuw gekeken naar het effect.
Om deze criteria te mogen stellen moet de gemeente een goede onderbouwing hebben om de afstandscriteria en quotum voor kamerverhuur te kunnen stellen. Deze onderbouwing heeft de gemeente (nog) niet. De Huisvestingsverordening, het bestemmingsplan, het bouwbesluit en de Wet goed Verhuurderschap bieden reeds bestaande mogelijkheden om (de negatieve effecten van) kamerverhuur te reguleren. Er wordt daarom besloten om op basis van de heroverweging de afstandscriteria (80m) en het quotum (max 2% kamerverhuur per dorp) onder hoofdstuk 1.11.2. te laten vervallen. Na evaluatie van het beleidskader kunnen de voorwaarden altijd nog aangescherpt worden indien daar – op dat moment - aantoonbaar aanleiding toe is. Advies 5: permanent karakter bij een geconcentreerde voorziening Bij geconcentreerde voorzieningen (huisvesting voor meer dan 100 personen) gaat het om huisvesting met een permanent karakter in (logies)gebouwen. Niet om losse units, die verrijdbaar of demontabel zijn, zoals chalets. Deze huisvesting kan niet worden gerealiseerd op agrarische percelen, aangezien de huisvesting bij agrarische bedrijven gemaximeerd is tot 50 personen. In andere gemeenten zijn wel initiatieven (gerealiseerd) voor meer dan 100 personen waarbij de huisvesting kwalitatief goed (gecertificeerd) is, maar een tijdelijk karakter heeft (bijvoorbeeld Elsenbosch in de gemeente Westland, zie hier).
Door te eisen dat het om permanente bebouwing gaat, legt u in onze ogen initiatiefnemers onnodig een beperking op en staat u mogelijk de realisatie van tijdelijke grootschalige initiatieven in de weg. Wij willen u vragen om de voorwaarde van permanente bebouwing bij grootschalige locaties te heroverwegen. Reactie: Het provinciaal omgevingsbeleid geeft aan dat huisvesting in de greenports mag, maar dit moet dan gekoppeld zijn aan tijdelijkheid. De tijdelijkheid van de exploitatie heeft effect op de investeringskracht van een huisvester. Het permanente karakter voor geconcentreerde voorzieningen zegt iets over de te leveren kwaliteit van de huisvesting/gebouwen, niet over de tijdelijkheid (de termijn) van exploitatie. Wij verwachten dat voorzieningen die voor 10 tot 8
15 jaar geëxploiteerd worden van goede kwaliteit zijn en een permanent karakter heeft. Huisvesting met een permanent karakter kan nog steeds van tijdelijke aard zijn (bijv. met een tijdelijke ontheffing van 10 jaar). Dit advies geeft geen aanleiding tot aanpassing van het beleidskader.
3.
Ambtshalve tekstwijzingen
Hieronder volgen tekstuele wijzingen die nog zijn aangebracht in het beleidskader Huisvesting arbeidsmigranten, bijvoorbeeld ten behoeve van correcte juridische formulering of toevoegingen ter verduidelijking of vernieuwd inzicht naar aanleiding van nog gemaakte opmerkingen van in- en externe partijen op het beleid. 1. Begrip arbeidsmigranten Het beleidskader spreekt over arbeidsmigranten omdat het Rijk en de Provincie dezelfde omschrijving hanteren. Internationale werknemers duidt meer op de totale groep werknemers uit het buitenland, waaronder expats. Expats hebben vaak andere mogelijkheden voor huisvesting en zijn vaak draagkrachtiger dan arbeidsmigranten (de meer kwetsbare groep). In de voetnoot is de toevoeging gemaakt: ´Met deze definitie wordt aangesloten bij de wet Goed Verhuurderschap en de bijbehorende toelichting.´ Het begrijp arbeidsmigranten riep bij diverse partijen vraagtekens op. 2. Toevoeging hoofdstuk 1.2 aantal arbeidsmigranten i.r.t. aantal bedden (de behoefte) Het lokaal beleid biedt ruime mogelijkheden voor huisvesting. Per initiatief wordt bekeken wat past binnen het beleidskader waar ruimte is voor maatwerk binnen provinciaal beleid. Hiermee sluiten we beter aan bij Provinciaal beleid om de behoefte aan huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten te duiden. 3.
Toevoeging hoofdstuk 1.3 Voldoende huisvesting dichtbij werk ´Bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen wilt de gemeentelijk inzicht krijgen in het aantal arbeidsmigranten die (nieuwe of uit te breiden) bedrijven nodig hebben en hoe deze worden gehuisvest. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het VNG-model voor de ´effectenrapportage voor huisvesting arbeidsmisgraten´ dat momenteel in ontwikkeling is.´ Ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen hebben invloed op het aantal arbeidsmigranten dat in Zuidplas werkt en woont. 4. Toevoeging hoofdstuk 1.3 Goede communicatie en participatie van arbeidsmigranten en omwonenden Om deze doelstellingen te bereiken zorgen we voor goede informatie en communicatie. Dat gaat in de eerste plaats om de arbeidsmigranten zelf, over het belang van in- en uitschrijven in de gemeentelijke basisadministratie en daarmee hun rechten en plichten als inwoner. Maar het gaat ook om met onze stakeholders (werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en maatschappelijke organisaties) en om met onze andere inwoners in contact te blijven (door onder andere een contactpunt en een communicatie- en participatieplan). Ook kan er een rol voor partners in de veiligheidsregio (politie, brandweer en GGD) zijn weggelegd. Verduidelijking waarom informatie nodig is. 5. Toevoeging hoofdstuk 1.4 Opgave
9
De gemeente Zuidplas wil ruimte bieden aan nieuwe huisvestingsinitiatieven voor arbeidsmigranten, zonder op voorhand een kwantitatieve opgave vast te leggen. Het streven is om te zorgen dat er meer evenwicht is tussen het aantal arbeidsmigranten dat in gemeente woont en werkt. In bijlage 1 van dit beleidskader is de huidige situatie van het aantal arbeidsmigranten in Zuidplas in beeld gebracht. Met dit beleidskader biedt de gemeente ruimte aan vier vormen van huisvesting: via kamergewijze verhuur, in kleinschalige voorzieningen, in middelgrote voorzieningen en geconcentreerde voorzieningen. De gemeente faciliteert initieel maximaal twee projecten voor geconcentreerde huisvesting en vier projecten van middelgrote huisvesting (een per dorp). Met de ruimte die dit beleidskader biedt, wordt voor een belangrijk deel tegemoetgekomen aan de behoefte van ondernemers aan extra bedden in Zuidplas. De vraag in hoeverre de gemeente aanvullende projecten voor middelgrote en geconcentreerde huisvesting in de toekomst toe gaat staan, wordt meegenomen in de evaluatie van het beleid, dat drie jaar na vaststelling plaatsvindt. Dit zal ook mede afhankelijk zijn van toekomstige ontwikkelingen en uitbreiding van bedrijvigheid in de gemeente. Hiermee sluiten we beter aan bij Provinciaal beleid om de behoefte aan huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten te duiden. 6.
Toevoeging hoofdstuk 1.6 begrenzing kamerverhuur en kleinschalige voorziening - Huisvesting via kamerverhuur (vanaf 1 tot 10 personen) - Huisvesting in kleinschalige voorzieningen (van 10 tot 50 personen) Verduidelijking naar aanleiding van een opmerking van ODMH. 7. Aanpassing hoofdstuk 1.8.1 uniforme kwaliteitseisen - Eerste bullet: Huisvesting arbeidsmigranten is alleen toegestaan in bestaande (logies) gebouwen of tijdelijke woonunits of waar bebouwing is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan (na inwerkingtreding Omgevingswet, het omgevingsplan). In geval dat er strijdigheid met het bestemmingsplan optreedt, is een aanpassing van het bestemmings- of omgevingsplan nodig danwel een kruimelregel of bestemminsplanherziening nodig. Verduidelijking. - Vierde bullet: De huisvestingsvoorziening voldoet minimaal aan de eisen van het keurmerk SNF (Sitchting normering Flexwoning). Aanvullend geldt voor huisvesting één persoon per slaapkamer. Naar aanleiding van de motie Nijboer en in aansluiting op de Roemernorm om kwaliteit van huisvesting te borgen en privacy te bevorderen. De gemeente hecht waarde aan een goede woonomgeving voor arbeidsmigranten. 8. Toevoeging hoofdstuk 1.8.3 Uniforme locatie-eisen De huisvester onderbouwt, bij benodigde tijdelijke ontheffing op een bestemming of omgevingsplan, dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu (inz.
geluid en externe factoren). Deze onderbouwing is noodzakelijk om mee te kunnen werken aan afwijkingen van bestemmingsplannen. 9. Toevoeging hoofdstuk 1.11.1 Huisvesting op terrein van de agrarische werkgever - Huisvesting mag plaatsvinden in bestaande bijgebouwen of bedrijfswoningen of met tijdelijke huisvesting op het terrein mits deze voldoen aan de uniforme eisen, hiervoor is een tijdelijke ontheffing op het bestemmingsplan nodig. Aanvullende bebouwing die wordt ingezet voor het huisvesten van arbeidsmigranten heeft een tijdelijk karakter, 10
ofwel bestaat uit chalets, woonunits, containerwoningen of andere vormen met een inherent tijdelijk karakter die buiten het oogst- of plukseizoen verwijderd worden. Verduidelijking 10. Wijziging hoofdstuk 1.11.2 Huisvesting in eengezinswoningen (kamerverhuur) - De bullet over de bed-en-bed regeling komt te vervallen. Deze staat al in hoofdstuk 1.10 en geldt algemeen. - Wijziging percentage parkeerdruk van 90% naar 85%: ´De parkeerdruk mag na toevoeging van nieuwe kamerverhuur niet hoger uitvallen dan 85%.´ In de meeste woonwijken in Zuidplas liggen de parkeerplaatsen veelal verspreid en minder geconcentreerd. Op basis hiervan kan je dan stellen dat die 90% aan de hoge kant is. Voor andere projecten is de afgelopen jaren voor zones B en C (zoals die gedefinieerd zijn in de nota parkeernormen) altijd strak die 85% gehanteerd. 11. Toevoeging hoofdstuk 2.3: Digitaal nachtregister Vanaf 24 oktober 2022 legt het RNI de tijdelijke verblijfplaats vast van arbeidsmigranten en worden de contactgegevens van niet-ingezetenen in de BRP geregistreerd Op verzoek van de afdeling BRP toegevoegd. 12. Wijziging hoofdstuk 3.2 Communicatie en participatie Als richtlijn geldt bestaand beleid zoals de Verordening Inspraak en Participatie Gemeente Zuidplas 2023 en het kader participatie. Wijziging vanwege de vaststelling van de Verordening Inspraak en Participatie 2023. 13.
Aanscherping tekst hoofdstuk 3.5 Meldpunt - In verband met de aangenomen Wet Goed verhuurderschap is de tekst aangescherpt. - Onder punt 3: Het meldpunt is bedoeld voor huisvesters die nieuwe huisvesting voor arbeidsmigranten willen realiseren en in contact willen komen met de gemeente voor een kennismaking. Met partijen die zich met een huisvestingswens melden bij het meldpunt, wordt een gesprek gepland waarin besproken wordt in hoeverre de initiatiefnemer kan voldoen aan de uniforme indieningseisen en beleidsuitgangspunten. Een initiatiefaanvraag (over de mogelijkheden) wordt altijd via de reguliere procedure bij de Omgevingsdienst Midden-Holland officieel in behandeling genomen Ter verduidelijking. 14. Hoofstuk 4 titel wijzigingen: Titel 4.1.1 gewijzigd naar Omgevingsrecht Titel 4.1.2 gewijzigd naar Bouwvergunning Titel 4.1.3 gewijzigd naar Huisvestingsverordening. Vernieuwd inzicht naar aanleiding van een opmerking van ODMH. 15. Toevoeging hoofdstuk 4.1.2 Bouwvergunning Het bouwbesluit 2021 geldt onverkort voor een pand. Het bouwbesluit bevat voorschriften met betrekking tot het bouwen en gebruiken van bouwwerken. Er is een omgevingsvergunning (ook wel bouwvergunning) nodig om te toetsen of men aan de vereisten voldoet. SNF stelt ook aanvullende (bouw)voorwaarden die hier mogelijk in meegenomen kunnen worden. Ter verduidelijking. 16.
Toevoeging hoofdstuk 4.1.3 Huisvestingsverordening Met de vergunningplicht wordt gekeken naar de effecten van het wijzigen van schaarse zelfstandige woningen in de woningvoorraad. Daarnaast wordt beoordeeld of wijzigingen in 11
de woningvoorraad niet leiden tot aantasting van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de straat. Hoewel de leefbaarheid geen grondslag vormt voor de omzettingsvergunning, kan deze wel worden meegewogen. Als het wetsvoorstel ´wijzingen van de Huisvestingswet 2014 op basis van de evaluatie van de herziene huisvestingswet 2014´ van kracht is, wordt leefbaarheid wel een grondslag voor de omzettingsvergunning. Verduidelijking. 17. Wijziging tekst hoofdstuk 4.1.5 Wet goed verhuurderschap De Wet goed verhuurderschap is aangenomen door Eerste Kamer en treedt per 1 juli 2023 in werking. Met deze wet wil de overheid gemeenten meer mogelijkheden bieden om huurders te beschermen tegen misstanden van het huren van woon- of verblijfsruimten. Door een norm voor goed verhuurderschap te introduceren en gemeenten de mogelijkheid te geven om een verhuurvergunning te verplichten, kunnen gemeenten actief sturen op goed verhuurderschap. Zo kunnen gemeenten extra eisen stellen aan de verhuurder als het gaat om het onderhoud van de woning en de maximale huurprijs van gereguleerde huurwoningen. De wet verplicht gemeenten om een meldpunt in te stellen (zie ook 3.5). Bij het meldpunt kunnen meldingen worden gedaan van verhuurders die zich niet aan de regels houden. Aanscherping omdat de Eerste Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen. 18.
Wijziging hoofdstuk 6.1 Monitoring De twee jaarlijkse monitor helpt daarnaast om tijdig te kunnen bijsturen mocht dat nodig zijn. Jaarlijks monitoren vraagt veel inzet in een vrije korte periode. In twee jaar zijn ontwikkelingen beter te signaleren. 19. Toevoegingen hoofdstuk 6.1 Aspecten monitoring Aantal gerealiseerde huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten (en eventueel het huisvestingseffect; de behoefte aan het aantal plekken en effecten in verhuisbewegingen vanuit eengezinswoningen uit de dorpen). Naar aanleiding een tip van de provincie.
12