CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - GoFlo 's-Gravenweg 16_A26.002859

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Adviesrecht aanvraag Omgevingsvergunning (BOPA) 's-Gravenweg 1611.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol. Zelfredzaamheid Het risico op een incident met een hogedruk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade -

de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Hiertoe dient in het omgevingsplan opgenomen te worden dat binnen het belemmeringengebied van 5 meter aan weerszijden van leiding A-518 een bouwverbod geldt. Tevens wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden zoals heien op minder dan 20 meter van de buisleiding aan

,

,

onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Gelet op de afstand tot de buisleiding speelt dit niet op het onderhavige perceel. Binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van de bebouwing tot de aardgasleiding zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor ,

zelfredzaamheid groter. Vluchten kan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel.

pagina 28 van 38

Aangezien het zicht

het

binnen de PR 10

plangebied

de fakkel. Via het bestaande

van

contour is

wegennet

gelegen, is vluchten bij een

kan

afzijdig van

de

calamiteit alleen

mogelijk buiten

buisleiding gevlucht worden.

-__Risicocommunicatie In

zijn algemeenheid waarschuwings-

een

gebaseerd In

kan worden

geval

dienen

alarmeringssysteem

en

op het eerder

van

zichtbaar

(WAS)

levensbelang

van

dat de

duidelijk

te

worden

bedrijfshulpverlening

inrichten

en

oefenen op het beschreven

aangeduid. Hierbij zijn

ontruimingsplan (dit maakt

In het

verbeterd door te

(hoe

maatregelen

handelen

aanwezigen tijdig gewaarschuwd

en

verhogen.

kan worden

risicocommunicatie

en

bij

zoals

incident,

een

genoemde scenario).

calamiteit is het

een

dat de zelfredzaamheid

gesteld

onderdeel

uit

het

opstellen

scenario interne

bedrijfsnoodplan

een

en

de

maatregelen die de zelfredzaamheid

bedrijfsnoodplan)

het

van

van

worden. Vluchtroutes

dient onder andere te worden

beschreven: „

wie de

Ll

de

Li

waar

Le

de

-

wie zorg

Het

organisatie

het

van

begeleidt;

evacueren

verantwoordelijkheden; de verzamelplaats

organisatie

is;

op de verzamelplaats;

draagt voor alarmering;

ontruimingsplan

dient

ontruimingsoefeningen

opgesteld

te worden

te

worden

gedaan waarbij

in

de

samenspraak

frequentie

de

met

hiervan in

brandweer. met

overleg

Daarnaast

de brandweer

dienen

kan worden

vastgesteld. De

invulling

de

van

risicocommunicatie

Veiligheidsregio’s uitgevoerd voorbereiding

een

De

de

veiligheidsregio's

Wet

Veiligheidsregio

ondersteunt

door

het

adviseert de

en

bestuur

gemeenten

van

de

hierin

in

bij

de

alarmering bij rampen.

Advies

-__

In

op

worden.

te

conform

dient

de

rapportage

Kragten

van

oordeelsvorming

inzake

de

zijn

elementen

aangedragen

omgevingsveiligheid

voor

planvoornemen.

De gemeente Zuidplas heeft advies

op basis

een

hiervan

standpunt in

aangaande

het

die

aspect

ingewonnen bij

de externe

de

gemeenteraad

externe

de

veiligheid

Veiligheidsregio

kan

gebruiken

ten

aanzien

Hollands Midden

van en

het

neemt

veiligheid.

(geanonimiseerd) veiioneiosregio Hollands Midden (d.d. 25 november 2025) OM Veiligheidsregio

(VRHM)

Hollands Midden

merkt op dat het veiligheidsniveau op deze locatie ‘risicovol’ is. De locatie

ligt nabij de hogedruk aardgasleiding A-518 Het

5

plangebied ligt binnen

scenario korte

waar

afstand

dan ook tussen

een

brand-

rekening de

onder

en

mee

planlocatie

en

een

explosieaandachtsgebied

gehouden en

hoogspanningslijn.

de

dient te worden

leiding

mag

is

verwacht

van een

de

aardgasleiding

fakkelbrand.

worden

dat

er

A-518

Vanwege

en

het

de relatief

onherstelbare

schade

ontstaat: alle brandbare materialen zullen gaan branden.

Le

Tevens

ligt het plangebied

brandweer

pagina

29

van

38

zeer

onder

risicovol vanwege

het

laagste punt

van

een

hoogspanningslijn. Bij brand

elektrocutiegevaar. Volgens

het protocol

van

is inzet

de netbeheerder

van

mag

de pas

worden ingezet nadat de installatie is afgeschakeld. Dit proces kost tijd en is tijdens piekuren soms niet mogelijk. Dit heeft effect op het brandverloop. Er zijn geen bijzonderheden ten aanzien

van

de bereikbaarheid

voor

hulpdiensten

,

het plangebied is via de

openbare weg goed bereikbaar via meerdere rijroutes. In de bestaande situatie is nabij het plangebied een brandkraan aanwezig die dienst kan doen als offensieve bluswatervoorziening ten behoeve van de brandweer. De benodigde defensieve bluswatervoorziening is toereikend. De waterwinplaats voor het watertransportsysteem ligt binnen 400 meter vanaf het plangebied. Deze locatie voldoet waterlevering

,

en het oppervlaktewater

naar

is daarbij voldoende schoon

en

verwachting

aan

de minimaal benodigde

diep.

Wat betreft de beoogde functie en doelgroep lijkt de gekozen bestemming ondanks de genoemde risico’s voor deze locatie de best haalbare en meest passende optie. De vuurlast van de beoogde functie is relatief beperkt het ,

,

,

gaat om een doelgroep die in hoge mate zelfredzaam is behoud van het monument geborgd.

,

en

Hoewel vanuit veiligheidsperspectief gesproken kan worden

met de ontwikkeling wordt bovendien het gebruik en

van een

verhoogd risiconiveau ligt het uiteindelijk ,

binnen de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen of deze risico’s - in samenhang met de voordelen en ruimtelijke ambities - aanvaardbaar worden geacht. Conclusie Gelet op bovenstaande is er sprake van een beperkt kwetsbaar gebouw met een bijeenkomstfunctie. Het ligt binnen de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen of deze risico’s - in samenhang met de voordelen en ruimtelijke ambities - aanvaardbaar worden geacht. Omdat

er

Advies gebruikers

fysiek gezien geen wijzigingen plaatsvinden zijn er geen aanpassingen mogelijk aan het gebouw. Het de Veiligheidsregio Holland Midden (d. d. 25 november 2025) is meegenomen in de afweging en de ,

van

van

het pand worden

op

de hoogte gesteld van de genoemde punten in het advies. Geconcludeerd

wordt dat het aspect omgevingsveiligheid/externe veiligheid geen belemmering vormt voor het initiatief.

5. 12

Ruimtelijke kwaliteit

Artikel 22. 29 lid 1 onder b van het Omgevingsplan gemeente Zuidplas bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

van

welstand

,

De gemeente Zuidplas hanteert de ‘Nota Omgevingskwaliteit gemeente Zuidplas’ wat de basis vormt van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en wat duidelijkheid geeft over hoe met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven ,

wordt omgegaan. Om een goede afweging te maken over omgevingskwaliteit vraagt de gemeente situaties advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

voor sommige

Planspecifiek Het betreft uitsluitend een gebruikswijziging waarbij geen ingrepen aan de (monumentale) bebouwing nodig zijn. Derhalve kan gesteld worden dat de ruimtelijke kwaliteit niet in het geding is. ,

pagina 30 van 38

5. 13

Archeologie , cultuurhistorie en erfgoed

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. Maar er zijn ook algemene rijksregels: in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels voor erfgoedactiviteiten. Artikel 13. 8 Bal geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht (3. 7 Bal). in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5. 130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd archeologische ,

monumenten Rijksmonumenten beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8. 8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het ,

,

verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen wordt hieraan getoetst.

,

Planspecifiek Archeologie Het plangebied is ter plaatse van de bestaande bebouwing als onderdeel van een oud bewoningslint in het tijdelijke ,

,

deel van het omgevingsplan ('Parapluherziening Archeologie’) voorzien van ‘Waarde - Archeologie - 2': Archeologisch onderzoek is hier noodzakelijk bij bodemingrepen (inclusief heien) groter dan 100 m² en dieper dan 03 meter beneden maaiveld. Het noordwestelijke deel van het perceel is voorzien van ‘Waarde - Archeologie - 4' waar archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen (inclusief heien) groter dan 1. 000 m² en dieper dan 70 ,

,

meter beneden maaiveld. Het betreft hier evenwel

een

bestaande situatie. Bovendien gaat het uitsluitend om het

strijdig gebruik en zijn geen bodemingrepen nodig. Derhalve is hier geen archeologisch onderzoek nodig. Cultuurhistorie en erfgoed De boerderij ‘Langehof’ is een Rijksmonument. De omschrijving luidt als volgt: “Boerderij met dwars gebouwd woongedeelte waarschijnlijk 18e eeuw. Rechts een opkamer. Vensters met luiken en zesruitsschuiframen. ” ,

Het gaat in de voorliggende situatie uitsluitend om het gebruik van de bestaande bebouwing door de Stichting Voedselbank Zuidplas. Dit gaat niet gepaard met ingrepen aan de bebouwing. Deze stichting is vanaf 1 mei 2024 reeds op de locatie gevestigd in het kader van leegstandshuur. Destijds kon het pand in gebruik worden genomen zonder de monumentale waarden te schaden. Omdat er ook voor dit permanente gebruik geen aanpassingen nodig ,

zijn aan het gehele pand is uitgesloten dat er afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige monumentale waarden. Het gebruik kan voortgezet worden zonder dat de monumentale waarden in het geding zijn. Cultuurhistorisch ,

onderzoek is niet vereist.

pagina 31 van 38

,

Rijksmonument ’s-Gravenweg 16 (bron: Wikipedia Lijst van rijksmonumenten n Nieuwerkerk aan den IJssel)

Conclusie De aspecten archeologie cultuurhistorie en erfgoed vormen geen belemmering voor het initiatief. ,

5. 14

Bodem

Een omgevingsplan bevat waarden

voor

de toelaatbare kwaliteit

van

de bodem

voor

het bouwen

van een

bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5. 89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. voor

Een bodemgevoelige locatie en een bodemgevoelig gebouw worden als volgt gedefinieerd: ▪

Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw ;

▪

Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of personen meer

een

bijbehorend bouwwerk tot 50 m² valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5. 89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5. 89k Bkl). Planspecifiek Het initiatief leidt niet tot een strenger bodemgebruik. Daarnaast gaat het initiatief niet gepaard met bodemroerende werkzaamheden (bouw- en/of graafwerkzaamheden). Derhalve wordt bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Het aspect bodem vormt geen belemmering.

pagina 32 van 38

5. 15

Activiteiten en milieuzonering

De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2024 de uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’ gepubliceerd. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van 'milieuhinderlijke activiteiten' onder de Omgevingswet. Het begrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’ wordt gehanteerd om alle (bedrijfs)activiteiten met een hindercontour vanwege geur- en/of geluidproductie in één passende term te vangen. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Onder een milieugevoelige activiteit wordt een activiteit verstaan waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden

van een

Zolang

milieuzonering

de

VNG-handreiking

‘Activiteiten

en

aanvaardbaar woon2024’

en leefklimaat.

niet is verwerkt

omgevingsplan wordt de oude VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 richtafstanden gehanteerd.

en

,

in het

gemeentelijk

de hierin

opgenomen

Planspecifiek Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen bestaande (bedrijfs)activiteiten niet belemmeren in hun bedrijfsvoering en de bedrijfsactiviteiten mogen niet ten koste gaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er wordt nog uitgegaan van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. De omgeving van het plangebied kan gelet op de afwisseling van functies in het lint (woningen bedrijvigheid maatschappelijke functies) worden gekarakteriseerd ,

,

,

,

als ‘gemengd gebied’. Voedselbank Er zijn in de VNG-brochure geen richtafstanden opgenomen voor een voedselbank. Het gaat ter plaatse uitsluitend opslag en kleinschalige distributie. Er heeft geen bewerking e. d. plaats. Zodoende is het maximaal een categorie 2-bedrijvigheid met een richtafstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde gevoelige functie (wonen0 is op circa 30 om

,

meter afstand gesitueerd. Gesteld kan worden dat de activiteiten van de voedselbank geen hinder opleveren voor de omliggende woonpercelen. Omliggende bedrijven Voor wat betreft de invloed

het onderhavige initiatief zijn omliggende functies beschouwd. Het gaat hierbij om meerdere bedrijven op het aangrenzende perceel ’s-Gravenweg 18. Hier is onder andere een bedrijf gevestigd dat is gespecialiseerd in de verkoop van hengelsportproducten. Deze activiteit gaat van

omliggende functies

op

,

niet met onevenredige hinder gepaard. Op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn ter plaatse bedrijven tot en met categorie 3. 1 toegelaten. Dat houdt in dat theoretisch rekening dient te worden gehouden met een richtafstand van 30 meter. De bestaande bedrijfsbebouwing bevindt zich op een grotere afstand waardoor de bedrijfsactiviteiten niet gehinderd worden door de voedselbank. Op het meest nabijgelegen perceelsgedeelte heeft het parkeren van personenauto’s plaats wat ,

,

evenmin hinder oplevert voor de voedselbank. Bovendien is op de locatie ‘s-Gravenweg 16 thans al sprake van een gevoelige functie (wonen) zodat gesteld kan worden dat het initiatief geen (extra) belemmering oplevert voor ,

de bedrijven op het perceel ’s-Gravenweg 18. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect Activiteiten en milieuzonering.

pagina 33 van 38

5. 16

Ontplofbare oorlogsresten

Op

onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen

een

Wereldoorlog. Tot

op

heden worden bij grond-

en

granaten en andere munitie uit de Tweede waterwerkzaamheden nog nagenoeg dagelijks ontplofbare ,

oorlogsresten gevonden. Volgens een mondiale militaire inschatting is van al het materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) verschoten of afgeworpen is ondergronds 10% en onder water 15% niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen kunnen deze gevaar ,

,

,

opleveren

voor

de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten

een

zware

belasting

voor

het milieu

vormen.

Planspecifiek Uit eerder

uitgevoerd grootschalig vooronderzoek

blijkt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Bovendien worden ten behoeve van het initiatief geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. Een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het initiatief.

5. 17

Beperkingengebieden

In de Omgevingswet is een ‘beperkingengebied’ gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. ,

,

Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Ter bescherming gelden beperkingen die het bevoegd gezag aanwijst. Planspecifiek Het initiatief is niet gelegen binnen het beperkingengebied rondom wegen vormt dan ook geen belemmering voor het onderhavige initiatief.

pagina 34 van 38

,

spoorwegen

of vaarwegen. Dit aspect

6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6. 1

Omgevingstafel

De gemeente Zuidplas heeft het initiatief besproken aan de Omgevingstafel op 2 december 2025. Het initiatief betreft het wijzigen van de woonfunctie naar een maatschappelijke functie. Naar aanleiding van de bespreking van het initiatief aan Omgevingstafel 3 is geconcludeerd dat het plan haalbaar is. De gemeente Zuidplas is bereid om medewerking te verlenen aan het wijzigen van de functie aan de 's-Gravenweg 16 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Ter nadere motivering het volgende: ▪

Initiatief sluit aan op provinciaal beleid. Provincie Zuid-Holland gaat akkoord met de onderbouwing: het provinciale beleid is voldoende omschreven in de onderbouwing.

▪

Initiatief

levert

positieve bijdrage aan ontwikkelambitie Omgevingsvisie Zuidplas 2040. De maatschappelijke functie levert een positieve bijdrage aan de ontwikkelambitie ‘Gezond Zuidplas’ zoals ,

omschreven in de Omgevingsvisie. ▪

Ruimtelijke impact rijksmonument blijft nihil. De Omgevingstafel wijst er op dat het voorstelbaar is dat in verband met voedselveiligheid de Voedselbank (mogelijk) aanpassingen wil doen aan het interieur of de ,

,

indeling van het rijksmonument. Aandachtspunt is dat interne aanpassingen vergunningplichtig zijn. Geadviseerd wordt om de onderbouwing aan te passen naar aanleiding van de bespreking

van

het initiatief aan de

Omgevingstafel. Dat betreft de koppeling met de Omgevingsvisie Zuidplas 2040 een nadere onderbouwing van de verkeersgeneratie en de participatie. De voorliggende onderbouwing is op die onderdelen aangepast/aangevuld. ,

6. 2

Participatie

Op grond van de participatieverordening van de gemeente Zuidplas is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Regelen via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betekent het toepassen van het Besluit Verplichte Participatie (raad) artikel 9 lid 1 Overige doeleinden (sociaal). De gemeente adviseert om de omgeving ,

te informeren. Bij aanvraag omgevingsvergunning wordt vermeld of en zo ja wat er aan participatie is gedaan. Bij brief van 24 april 2024 zijn omwonenden geïnformeerd over de nieuwe invulling van het pand. Daarbij is aangegeven dat vanaf 1 mei 2024 de Voedselbank haar intrek neemt en dat de huur van de tijdelijke leegstandbewoners is opgezegd. Omdat de functie participatie uitgevoerd.

pagina 35 van 38

van

het kavel onveranderd blijft is ,

er nu geen

nieuwe

7 Het

Financiële haalbaarheid kostenverhaal

is het door

de overheid verhalen

kosten

initiatiefnemer. Het

gaat over overheidskosten voor werken werkzaamheden en maatregelen. Bijvoorbeeld kosten voor het wijzigen van het omgevingsplan en het aanleggen van openbare voorzieningen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is van

op

een

,

het exploitatieplan als publiekrechtelijk instrument komen te vervallen. Het publiekrechtelijk kostenverhaal is daarmee geïntegreerd in het omgevingsplan het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse ,

omgevingsplanactiviteit. Het bevoegd

gezag

betrekking hebben

kan voorschriften verbinden aan een vergunning op het gebied waar

voor een

BOPA. Deze voorschriften mogen

de omgevingsvergunning voor geldt en de aangevraagde ontwikkeling.

Planspecifiek De gronden zijn in het bezit van de gemeente Zuidplas. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en het daarbij horende risico wordt volledig gedragen door de gemeente.

pagina 36 van 38

8

Conclusie

Planvoornemen voorziet in het gebruik van een bestaande (monumentaal) pand Nieuwerkerk

aan

en

perceel ’s-Gravenweg 16 in

den IJssel door de Stichting Voedselbank Zuidplas. Het initiatief is getoetst

aan

het rijks-

provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieruit blijkt dat het in lijn is met dat beleid en in ieder geval niet in strijd is met het beleid. Daarnaast is het initiatief getoetst op alle relevante aspecten over de fysieke leefomgeving en het milieu. Vanuit deze aspecten komen geen belemmeringen naar voren. Omdat er sprake is van voortzetting van het huidige gebruik (tijdelijk naar permanent) zijn er geen aanpassingen nodig. Daarmee is het uitgesloten dat de monumentale waarden in het geding komen. Alle aspecten afwegende kan gesteld worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling locaties.

pagina 37 van 38

van

functies

aan

,

pagina 38 van 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17079332/2