Bijlage 2 - GoFlo 's-Gravenweg 16_A26.002859
Tekst van het document
de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol. Zelfredzaamheid Het risico op een incident met een hogedruk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade -
de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Hiertoe dient in het omgevingsplan opgenomen te worden dat binnen het belemmeringengebied van 5 meter aan weerszijden van leiding A-518 een bouwverbod geldt. Tevens wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden zoals heien op minder dan 20 meter van de buisleiding aan
,
,
onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Gelet op de afstand tot de buisleiding speelt dit niet op het onderhavige perceel. Binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van de bebouwing tot de aardgasleiding zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor ,
zelfredzaamheid groter. Vluchten kan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel.
pagina 28 van 38
Aangezien het zicht
het
binnen de PR 10
plangebied
de fakkel. Via het bestaande
van
contour is
wegennet
gelegen, is vluchten bij een
kan
afzijdig van
de
calamiteit alleen
mogelijk buiten
buisleiding gevlucht worden.
-__Risicocommunicatie In
zijn algemeenheid waarschuwings-
een
gebaseerd In
kan worden
geval
dienen
alarmeringssysteem
en
op het eerder
van
zichtbaar
(WAS)
levensbelang
van
dat de
duidelijk
te
worden
bedrijfshulpverlening
inrichten
en
oefenen op het beschreven
aangeduid. Hierbij zijn
ontruimingsplan (dit maakt
In het
verbeterd door te
(hoe
maatregelen
handelen
aanwezigen tijdig gewaarschuwd
en
verhogen.
kan worden
risicocommunicatie
en
bij
zoals
incident,
een
genoemde scenario).
calamiteit is het
een
dat de zelfredzaamheid
gesteld
onderdeel
uit
het
opstellen
scenario interne
bedrijfsnoodplan
een
en
de
maatregelen die de zelfredzaamheid
bedrijfsnoodplan)
het
van
van
worden. Vluchtroutes
dient onder andere te worden
beschreven: „
wie de
Ll
de
Li
waar
Le
de
-
wie zorg
Het
organisatie
het
van
begeleidt;
evacueren
verantwoordelijkheden; de verzamelplaats
organisatie
is;
op de verzamelplaats;
draagt voor alarmering;
ontruimingsplan
dient
ontruimingsoefeningen
opgesteld
te worden
te
worden
gedaan waarbij
in
de
samenspraak
frequentie
de
met
hiervan in
brandweer. met
overleg
Daarnaast
de brandweer
dienen
kan worden
vastgesteld. De
invulling
de
van
risicocommunicatie
Veiligheidsregio’s uitgevoerd voorbereiding
een
De
de
veiligheidsregio's
Wet
Veiligheidsregio
ondersteunt
door
het
adviseert de
en
bestuur
gemeenten
van
de
hierin
in
bij
de
alarmering bij rampen.
Advies
-__
In
op
worden.
te
conform
dient
de
rapportage
Kragten
van
oordeelsvorming
inzake
de
zijn
elementen
aangedragen
omgevingsveiligheid
voor
planvoornemen.
De gemeente Zuidplas heeft advies
op basis
een
hiervan
standpunt in
aangaande
het
die
aspect
ingewonnen bij
de externe
de
gemeenteraad
externe
de
veiligheid
Veiligheidsregio
kan
gebruiken
ten
aanzien
Hollands Midden
van en
het
neemt
veiligheid.
(geanonimiseerd) veiioneiosregio Hollands Midden (d.d. 25 november 2025) OM Veiligheidsregio
(VRHM)
Hollands Midden
merkt op dat het veiligheidsniveau op deze locatie ‘risicovol’ is. De locatie
ligt nabij de hogedruk aardgasleiding A-518 Het
5
plangebied ligt binnen
scenario korte
waar
afstand
dan ook tussen
een
brand-
rekening de
onder
en
mee
planlocatie
en
een
explosieaandachtsgebied
gehouden en
hoogspanningslijn.
de
dient te worden
leiding
mag
is
verwacht
van een
de
aardgasleiding
fakkelbrand.
worden
dat
er
A-518
Vanwege
en
het
de relatief
onherstelbare
schade
ontstaat: alle brandbare materialen zullen gaan branden.
Le
Tevens
ligt het plangebied
brandweer
pagina
29
van
38
zeer
onder
risicovol vanwege
het
laagste punt
van
een
hoogspanningslijn. Bij brand
elektrocutiegevaar. Volgens
het protocol
van
is inzet
de netbeheerder
van
mag
de pas
worden ingezet nadat de installatie is afgeschakeld. Dit proces kost tijd en is tijdens piekuren soms niet mogelijk. Dit heeft effect op het brandverloop. Er zijn geen bijzonderheden ten aanzien
van
de bereikbaarheid
voor
hulpdiensten
,
het plangebied is via de
openbare weg goed bereikbaar via meerdere rijroutes. In de bestaande situatie is nabij het plangebied een brandkraan aanwezig die dienst kan doen als offensieve bluswatervoorziening ten behoeve van de brandweer. De benodigde defensieve bluswatervoorziening is toereikend. De waterwinplaats voor het watertransportsysteem ligt binnen 400 meter vanaf het plangebied. Deze locatie voldoet waterlevering
,
en het oppervlaktewater
naar
is daarbij voldoende schoon
en
verwachting
aan
de minimaal benodigde
diep.
Wat betreft de beoogde functie en doelgroep lijkt de gekozen bestemming ondanks de genoemde risico’s voor deze locatie de best haalbare en meest passende optie. De vuurlast van de beoogde functie is relatief beperkt het ,
,
,
gaat om een doelgroep die in hoge mate zelfredzaam is behoud van het monument geborgd.
,
en
Hoewel vanuit veiligheidsperspectief gesproken kan worden
met de ontwikkeling wordt bovendien het gebruik en
van een
verhoogd risiconiveau ligt het uiteindelijk ,
binnen de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen of deze risico’s - in samenhang met de voordelen en ruimtelijke ambities - aanvaardbaar worden geacht. Conclusie Gelet op bovenstaande is er sprake van een beperkt kwetsbaar gebouw met een bijeenkomstfunctie. Het ligt binnen de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente om te bepalen of deze risico’s - in samenhang met de voordelen en ruimtelijke ambities - aanvaardbaar worden geacht. Omdat
er
Advies gebruikers
fysiek gezien geen wijzigingen plaatsvinden zijn er geen aanpassingen mogelijk aan het gebouw. Het de Veiligheidsregio Holland Midden (d. d. 25 november 2025) is meegenomen in de afweging en de ,
van
van
het pand worden
op
de hoogte gesteld van de genoemde punten in het advies. Geconcludeerd
wordt dat het aspect omgevingsveiligheid/externe veiligheid geen belemmering vormt voor het initiatief.
5. 12
Ruimtelijke kwaliteit
Artikel 22. 29 lid 1 onder b van het Omgevingsplan gemeente Zuidplas bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.
van
welstand
,
De gemeente Zuidplas hanteert de ‘Nota Omgevingskwaliteit gemeente Zuidplas’ wat de basis vormt van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en wat duidelijkheid geeft over hoe met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven ,
wordt omgegaan. Om een goede afweging te maken over omgevingskwaliteit vraagt de gemeente situaties advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
voor sommige
Planspecifiek Het betreft uitsluitend een gebruikswijziging waarbij geen ingrepen aan de (monumentale) bebouwing nodig zijn. Derhalve kan gesteld worden dat de ruimtelijke kwaliteit niet in het geding is. ,
pagina 30 van 38
5. 13
Archeologie , cultuurhistorie en erfgoed
In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met cultureel erfgoed. Maar er zijn ook algemene rijksregels: in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels voor erfgoedactiviteiten. Artikel 13. 8 Bal geeft aan gemeenten de mogelijkheid om in het omgevingsplan maatwerkregels te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht (3. 7 Bal). in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5. 130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd archeologische ,
monumenten Rijksmonumenten beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8. 8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het ,
,
verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen wordt hieraan getoetst.
,
Planspecifiek Archeologie Het plangebied is ter plaatse van de bestaande bebouwing als onderdeel van een oud bewoningslint in het tijdelijke ,
,
deel van het omgevingsplan ('Parapluherziening Archeologie’) voorzien van ‘Waarde - Archeologie - 2': Archeologisch onderzoek is hier noodzakelijk bij bodemingrepen (inclusief heien) groter dan 100 m² en dieper dan 03 meter beneden maaiveld. Het noordwestelijke deel van het perceel is voorzien van ‘Waarde - Archeologie - 4' waar archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen (inclusief heien) groter dan 1. 000 m² en dieper dan 70 ,
,
meter beneden maaiveld. Het betreft hier evenwel
een
bestaande situatie. Bovendien gaat het uitsluitend om het
strijdig gebruik en zijn geen bodemingrepen nodig. Derhalve is hier geen archeologisch onderzoek nodig. Cultuurhistorie en erfgoed De boerderij ‘Langehof’ is een Rijksmonument. De omschrijving luidt als volgt: “Boerderij met dwars gebouwd woongedeelte waarschijnlijk 18e eeuw. Rechts een opkamer. Vensters met luiken en zesruitsschuiframen. ” ,
Het gaat in de voorliggende situatie uitsluitend om het gebruik van de bestaande bebouwing door de Stichting Voedselbank Zuidplas. Dit gaat niet gepaard met ingrepen aan de bebouwing. Deze stichting is vanaf 1 mei 2024 reeds op de locatie gevestigd in het kader van leegstandshuur. Destijds kon het pand in gebruik worden genomen zonder de monumentale waarden te schaden. Omdat er ook voor dit permanente gebruik geen aanpassingen nodig ,
zijn aan het gehele pand is uitgesloten dat er afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige monumentale waarden. Het gebruik kan voortgezet worden zonder dat de monumentale waarden in het geding zijn. Cultuurhistorisch ,
onderzoek is niet vereist.
pagina 31 van 38
,
Rijksmonument ’s-Gravenweg 16 (bron: Wikipedia Lijst van rijksmonumenten n Nieuwerkerk aan den IJssel)
Conclusie De aspecten archeologie cultuurhistorie en erfgoed vormen geen belemmering voor het initiatief. ,
5. 14
Bodem
Een omgevingsplan bevat waarden
voor
de toelaatbare kwaliteit
van
de bodem
voor
het bouwen
van een
bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5. 89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. voor
Een bodemgevoelige locatie en een bodemgevoelig gebouw worden als volgt gedefinieerd: ▪
Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw ;
▪
Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen. Een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of personen meer
een
bijbehorend bouwwerk tot 50 m² valt niet onder het begrip bodemgevoelig gebouw.
Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5. 89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5. 89k Bkl). Planspecifiek Het initiatief leidt niet tot een strenger bodemgebruik. Daarnaast gaat het initiatief niet gepaard met bodemroerende werkzaamheden (bouw- en/of graafwerkzaamheden). Derhalve wordt bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Het aspect bodem vormt geen belemmering.
pagina 32 van 38
5. 15
Activiteiten en milieuzonering
De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2024 de uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’ gepubliceerd. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van 'milieuhinderlijke activiteiten' onder de Omgevingswet. Het begrip ‘milieuhinderlijke activiteiten’ wordt gehanteerd om alle (bedrijfs)activiteiten met een hindercontour vanwege geur- en/of geluidproductie in één passende term te vangen. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van deze activiteiten ten opzichte van gebieden waar wordt gewoond en waar milieugevoelige activiteiten aanwezig zijn. Onder een milieugevoelige activiteit wordt een activiteit verstaan waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden
van een
Zolang
milieuzonering
de
VNG-handreiking
‘Activiteiten
en
aanvaardbaar woon2024’
en leefklimaat.
niet is verwerkt
omgevingsplan wordt de oude VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 richtafstanden gehanteerd.
en
,
in het
gemeentelijk
de hierin
opgenomen
Planspecifiek Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen bestaande (bedrijfs)activiteiten niet belemmeren in hun bedrijfsvoering en de bedrijfsactiviteiten mogen niet ten koste gaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er wordt nog uitgegaan van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. De omgeving van het plangebied kan gelet op de afwisseling van functies in het lint (woningen bedrijvigheid maatschappelijke functies) worden gekarakteriseerd ,
,
,
,
als ‘gemengd gebied’. Voedselbank Er zijn in de VNG-brochure geen richtafstanden opgenomen voor een voedselbank. Het gaat ter plaatse uitsluitend opslag en kleinschalige distributie. Er heeft geen bewerking e. d. plaats. Zodoende is het maximaal een categorie 2-bedrijvigheid met een richtafstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde gevoelige functie (wonen0 is op circa 30 om
,
meter afstand gesitueerd. Gesteld kan worden dat de activiteiten van de voedselbank geen hinder opleveren voor de omliggende woonpercelen. Omliggende bedrijven Voor wat betreft de invloed
het onderhavige initiatief zijn omliggende functies beschouwd. Het gaat hierbij om meerdere bedrijven op het aangrenzende perceel ’s-Gravenweg 18. Hier is onder andere een bedrijf gevestigd dat is gespecialiseerd in de verkoop van hengelsportproducten. Deze activiteit gaat van
omliggende functies
op
,
niet met onevenredige hinder gepaard. Op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn ter plaatse bedrijven tot en met categorie 3. 1 toegelaten. Dat houdt in dat theoretisch rekening dient te worden gehouden met een richtafstand van 30 meter. De bestaande bedrijfsbebouwing bevindt zich op een grotere afstand waardoor de bedrijfsactiviteiten niet gehinderd worden door de voedselbank. Op het meest nabijgelegen perceelsgedeelte heeft het parkeren van personenauto’s plaats wat ,
,
evenmin hinder oplevert voor de voedselbank. Bovendien is op de locatie ‘s-Gravenweg 16 thans al sprake van een gevoelige functie (wonen) zodat gesteld kan worden dat het initiatief geen (extra) belemmering oplevert voor ,
de bedrijven op het perceel ’s-Gravenweg 18. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect Activiteiten en milieuzonering.
pagina 33 van 38
5. 16
Ontplofbare oorlogsresten
Op
onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen
een
Wereldoorlog. Tot
op
heden worden bij grond-
en
granaten en andere munitie uit de Tweede waterwerkzaamheden nog nagenoeg dagelijks ontplofbare ,
oorlogsresten gevonden. Volgens een mondiale militaire inschatting is van al het materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) verschoten of afgeworpen is ondergronds 10% en onder water 15% niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen kunnen deze gevaar ,
,
,
opleveren
voor
de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten
een
zware
belasting
voor
het milieu
vormen.
Planspecifiek Uit eerder
uitgevoerd grootschalig vooronderzoek
blijkt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Bovendien worden ten behoeve van het initiatief geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. Een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het initiatief.
5. 17
Beperkingengebieden
In de Omgevingswet is een ‘beperkingengebied’ gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. ,
,
Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Ter bescherming gelden beperkingen die het bevoegd gezag aanwijst. Planspecifiek Het initiatief is niet gelegen binnen het beperkingengebied rondom wegen vormt dan ook geen belemmering voor het onderhavige initiatief.
pagina 34 van 38
,
spoorwegen
of vaarwegen. Dit aspect
6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6. 1
Omgevingstafel
De gemeente Zuidplas heeft het initiatief besproken aan de Omgevingstafel op 2 december 2025. Het initiatief betreft het wijzigen van de woonfunctie naar een maatschappelijke functie. Naar aanleiding van de bespreking van het initiatief aan Omgevingstafel 3 is geconcludeerd dat het plan haalbaar is. De gemeente Zuidplas is bereid om medewerking te verlenen aan het wijzigen van de functie aan de 's-Gravenweg 16 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Ter nadere motivering het volgende: ▪
Initiatief sluit aan op provinciaal beleid. Provincie Zuid-Holland gaat akkoord met de onderbouwing: het provinciale beleid is voldoende omschreven in de onderbouwing.
▪
Initiatief
levert
positieve bijdrage aan ontwikkelambitie Omgevingsvisie Zuidplas 2040. De maatschappelijke functie levert een positieve bijdrage aan de ontwikkelambitie ‘Gezond Zuidplas’ zoals ,
omschreven in de Omgevingsvisie. ▪
Ruimtelijke impact rijksmonument blijft nihil. De Omgevingstafel wijst er op dat het voorstelbaar is dat in verband met voedselveiligheid de Voedselbank (mogelijk) aanpassingen wil doen aan het interieur of de ,
,
indeling van het rijksmonument. Aandachtspunt is dat interne aanpassingen vergunningplichtig zijn. Geadviseerd wordt om de onderbouwing aan te passen naar aanleiding van de bespreking
van
het initiatief aan de
Omgevingstafel. Dat betreft de koppeling met de Omgevingsvisie Zuidplas 2040 een nadere onderbouwing van de verkeersgeneratie en de participatie. De voorliggende onderbouwing is op die onderdelen aangepast/aangevuld. ,
6. 2
Participatie
Op grond van de participatieverordening van de gemeente Zuidplas is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Regelen via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betekent het toepassen van het Besluit Verplichte Participatie (raad) artikel 9 lid 1 Overige doeleinden (sociaal). De gemeente adviseert om de omgeving ,
te informeren. Bij aanvraag omgevingsvergunning wordt vermeld of en zo ja wat er aan participatie is gedaan. Bij brief van 24 april 2024 zijn omwonenden geïnformeerd over de nieuwe invulling van het pand. Daarbij is aangegeven dat vanaf 1 mei 2024 de Voedselbank haar intrek neemt en dat de huur van de tijdelijke leegstandbewoners is opgezegd. Omdat de functie participatie uitgevoerd.
pagina 35 van 38
van
het kavel onveranderd blijft is ,
er nu geen
nieuwe
7 Het
Financiële haalbaarheid kostenverhaal
is het door
de overheid verhalen
kosten
initiatiefnemer. Het
gaat over overheidskosten voor werken werkzaamheden en maatregelen. Bijvoorbeeld kosten voor het wijzigen van het omgevingsplan en het aanleggen van openbare voorzieningen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is van
op
een
,
het exploitatieplan als publiekrechtelijk instrument komen te vervallen. Het publiekrechtelijk kostenverhaal is daarmee geïntegreerd in het omgevingsplan het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse ,
omgevingsplanactiviteit. Het bevoegd
gezag
betrekking hebben
kan voorschriften verbinden aan een vergunning op het gebied waar
voor een
BOPA. Deze voorschriften mogen
de omgevingsvergunning voor geldt en de aangevraagde ontwikkeling.
Planspecifiek De gronden zijn in het bezit van de gemeente Zuidplas. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en het daarbij horende risico wordt volledig gedragen door de gemeente.
pagina 36 van 38
8
Conclusie
Planvoornemen voorziet in het gebruik van een bestaande (monumentaal) pand Nieuwerkerk
aan
en
perceel ’s-Gravenweg 16 in
den IJssel door de Stichting Voedselbank Zuidplas. Het initiatief is getoetst
aan
het rijks-
provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieruit blijkt dat het in lijn is met dat beleid en in ieder geval niet in strijd is met het beleid. Daarnaast is het initiatief getoetst op alle relevante aspecten over de fysieke leefomgeving en het milieu. Vanuit deze aspecten komen geen belemmeringen naar voren. Omdat er sprake is van voortzetting van het huidige gebruik (tijdelijk naar permanent) zijn er geen aanpassingen nodig. Daarmee is het uitgesloten dat de monumentale waarden in het geding komen. Alle aspecten afwegende kan gesteld worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling locaties.
pagina 37 van 38
van
functies
aan
,
pagina 38 van 38