CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026 wijzigingsversie A25.002746

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026’ en ‘Verordening controle financiële beheer en organisatie gemeente Zuidplas 202612.472 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas houdende regels omtrent financiën Financiële verordening gemeente Zuidplas 2024 Geldend van 01-01-2023 t/m heden Intitulé Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van ……2025; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Zuidplas 2024.

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zuidplas Besluit van de raad van de gemeente Zuidplas tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zuidplas 2026 (Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026) De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025 (B25.000435); gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; gelezen het advies van de auditcommissie; besluit vast te stellen de volgende verordening: Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: • • • •

•

• •

a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b. besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): besluit houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en gemeenten. c. cluster: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan burgemeester en wethouders. d. gesloten circuit: een gesloten circuit is een activiteit, of een aantal samenhangende activiteiten, waarvan de totale kosten geheel worden gedekt uit een specifieke inkomstenbron, anders dan de algemene dekkingsmiddelen. Het saldo van baten en lasten van deze activiteiten wordt altijd toegevoegd of onttrokken aan een bestemmingsreserve of een voorziening. e. netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva.

Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa. f. inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves. g. onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 1 van 24

•

• •

h. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. i. product: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende activiteiten. j. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling • • •

•

1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders van de producten per programma vast. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording. 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken • 1. Bij de begroting en de jaarstukken wordt onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per product weergegeven. • 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. • 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. • 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. • 5. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd. Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming • 1.

Burgemeester en wethouders bieden voor het zomerreces aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vast. • 2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. De post onvoorzien kan door burgemeester en wethouders, bij incidentele overschrijdingen, worden ingezet conform de 3-O’s systematiek:

•

o Is het onvoorzienbaar? o Is het onuitstelbaar? o Is het onvermijdbaar? 3. Burgemeester en wethouders geven de raad, bij de tussenrapportages en de jaarstukken, inzicht in de besteding van de post onvoorzien.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 2 van 24

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten • 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. • 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. • 3. Burgemeester en wethouders informeren de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. • 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. • 5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000 informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. • 6. Bij investeringskredieten met een meerjarig karakter, waarbij in meerdere jaren deelbedragen van het totale krediet begroot zijn, wordt een overschrijding in enig jaar niet als onrechtmatig aangemerkt, indien aan twee voorwaarden is voldaan: a) het totale meerjarige kredietbedrag wordt niet overschreden, b) er kan gemotiveerd worden dat kosten eerder in de planning zijn gemaakt maar dat het totale meerjarige krediet naar verwachting niet overschreden wordt. Deze motivering vindt plaats in de jaarrekening. Artikel 6. Tussentijdse rapportage • 1.

Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages in het voorjaar en in het najaar over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. • 2. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van producten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 10% met een minimum van € 50.000 toegelicht. Artikel 7. Informatieplicht Burgemeester en wethouders informeren in ieder geval vooraf de gemeenteraad en besluiten, nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen inzake: • • •

a. de aan- en verkoop van goederen, diensten en werken voor zover deze niet bij begroting of begrotingswijziging zijn vastgesteld; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties; en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.

Artikel 8. EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig acht, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 3 van 24

Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa • 1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 afschrijvingsbeleid bij deze verordening. • 2. De componentenbenadering wordt toegepast voor bepaalde assets, waaronder wegen, bedrijfsgebouwen en sportaccommodaties zoals uiteengezet in de tabel ‘Afschrijvingstermijnen’ van deze verordening. De componentenbenadering is een boekhoudkundige methode waarbij een materieel vast actief (zoals een gebouw) wordt opgesplitst in afzonderlijke bestanddelen (componenten) die een verschillende gebruiksduur hebben, waarna elke component afzonderlijk wordt afgeschreven over zijn eigen levensduur. • 3. De toepassing van de componentenbenadering voor de asset wegen vindt plaats met ingang van 1 januari 2026. • 4. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. • 5. Een saldo voor agio of disagio wordt afgeschreven in een periode maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden kunnen een of meerdere voorzieningen wegens oninbaarheid worden gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen of op basis van het historisch percentage van oninbaarheid.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen • •

•

•

1. In de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen plaats. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: o a. de vorming en besteding van reserves; o b. de vorming en besteding van voorzieningen. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: o a. het specifieke doel van de reserve; o b. de voeding van de reserve; o c. de maximale hoogte van de reserve; en o d. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

Artikel 12. Kostprijsberekening •

•

•

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 4 van 24

•

• •

4. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde lid betreffen, wordt uitgegaan van de totale overheadkosten gedeeld door de totale loonkosten (ambtelijk apparaat inclusief griffie maar exclusief burgemeester en wethouders en raad). 5. Voor de toerekening van rente aan de kostprijs wordt de omslagrente gehanteerd, zoals berekend is in het renteschema dat jaarlijks met de begroting wordt vastgesteld. 6. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten • • • • •

1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: o

o o o o o o

a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen •

1. Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, en overige rechten, heffingen en prijzen. Een uitzondering geldt voor de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, marktgelden, lijkbezorgingsrechten, leges en precariobelasting.

Artikel 15. Financieringsfunctie • 1. Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: o a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en o b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. • 2. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 5 van 24

Hoofdstuk 4. Paragrafen Artikel 16. Lokale heffingen Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op: • • •

a. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid; b. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; en c. het verloop van het aantal kwijtscheldingen.

Artikel 17. Financiering Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op: • •

a. de berekening van de renterisiconorm; b. de berekening van de kasgeldlimiet.

Artikel 18. Weerstandsvermogen en risicobeheersing •

•

1. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken nemen burgemeester en wethouders naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op: o a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; o b. het saldo van de baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; o c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten. 2. Burgemeester en wethouders bieden de gemeenteraad ten minste eens in de vier jaar een nota risicomanagement en een nota risicomanagement grondbeleid aan. Deze nota wordt door de gemeenteraad vastgesteld. De nota behandelt: • •

de beleidskaders; de onderverdeling van de risico’s.

Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen • 1. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording op. • 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vijf vier jaar de integraal beheerplannen openbare ruimte aan. Het beheerplan geeft de kaders weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor in ieder geval: het openbaar groen, watergangen, wegen, kunstwerken, spelen en openbare verlichting. De raad stelt het beheerplan vast. • 3. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vijf vier jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het rioleringsplan vast. • 4. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan vast.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 6 van 24

Artikel 20. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken nemen burgemeester en wethouders naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV in ieder geval op: • a. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 28 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Artikel 21. Verbonden partijen • •

1. Bij de begroting en de jaarstukken nemen burgemeester en wethouders in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording op. 2. Burgemeester en wethouders bieden de gemeenteraad ten minste eens in de vier jaar een nota verbonden partijen aan. De gemeenteraad stelt de nota vast.

Artikel 22. Grondbeleid • 1. In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken nemen burgemeester en wethouders de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording op. • 2. Burgemeester en wethouders bieden de gemeenteraad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. In de nota grondbeleid wordt aandacht besteed aan: o a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; o b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; o c. het verloop van de grondvoorraad, en o d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden. • 3. Burgemeester en wethouders bieden de gemeenteraad jaarlijks, voorafgaand aan het aanbieden van de jaarstukken, een Meerjarenperspectief Grondbedrijf (MPG) Perspectief Ruimtelijke Opgaven (PRO) aan. De gemeenteraad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: o a. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; o b. het verloop van de grondvoorraad. Artikel 23. Gesloten circuits • 1. In de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken nemen burgemeester en wethouders de volgende onderdelen op met betrekking tot de gesloten circuits van het afvalbeleid en de riolering: o a. een overzicht van kosten en opbrengsten, o b.

een overzicht van de meerjarige ontwikkeling van de betreffende reserve en voorziening. • 2. Het saldo van baten en lasten van de afvalinzameling wordt jaarlijks verrekend met de egalisatiereserve afvalstoffenheffing. • 3. Het saldo van baten en lasten van de riolering wordt jaarlijks verrekend met de egalisatievoorziening riolering. Artikel 24. Bezuinigingen Indien er een paragraaf bezuinigingen bij de begroting en de jaarstukken is, nemen burgemeester en wethouders in ieder geval daarin op: • • • •

a. de taakstelling in een meerjarenraming, b. de reserveringen ten behoeve van toekomstige financiële onzekerheden (dit kan op basis van een inschatting of reeds vrijgemaakte begrotingsruimte), c. een overzicht van het verloop van de realisatie van de bezuinigingen; d. de maatregelen die genomen moeten worden om de bezuinigingen te realiseren.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 7 van 24

Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 25. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: • • • • • •

a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de clusters; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 26. Financiële organisatie Burgemeester en wethouders dragen zorg voor: • • • • • • • • • •

a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de clusters; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de clusters over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de programma’s en taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, j.

het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

Artikel 27. Interne controle • 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 20 onder a. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 8 van 24

•

2. Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 6. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 28. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording • 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. • 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens. De verantwoordingsgrens moet binnen de bandbreedte van 0% tot 2% van de totale lasten van de gemeente vallen, exclusief toevoegingen aan de reserves. De door gemeente Zuidplas gehanteerde verantwoordingsgrens is 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. De verantwoordingsgrens valt binnen de bandbreedte van 0% tot 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief toevoegingen aan de reserves. De door gemeente Zuidplas gehanteerde verantwoordingsgrens is door de raad vastgesteld op 1%. • 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000,- nader toegelicht. Artikel 29. Voorwaardencriterium • 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen.

De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. • 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks, uiterlijk voor aanvang van de jaarrekeningcontrole, ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing. Artikel 30. Begrotingscriterium • 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; • 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. • 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag.

Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. • 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: o a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. o b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. o c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. • 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden gezamenlijk is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 9 van 24

Artikel 31. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium • 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. • 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 32. Intrekken oude verordening en overgangsrecht • 1. De ‘Financiële verordening gemeente Zuidplas 2024’ vastgesteld op 12 december 2023 wordt ingetrokken. De Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet gemeente Zuidplas 2023 vastgesteld op 20 december 2022 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. • 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de ‘Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet gemeente Zuidplas 2014’ van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel • 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt terug tot en met 1 januari 2025.1 januari 2023. • 2. In afwijking van lid 1 treedt artikel 9, lid 2 in werking op 1 januari 2026. • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026. 2024.

Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad op 11 november 2025.12 december 2023). De Raad voornoemd,

Griffier L.J. Ligtenberg M.L. Engelsman

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Voorzitter J.F. Weber

Pagina 10 van 24

Bijlage 1. Afschrijvingsbeleid Methodiek: • •

•

• • • •

1. Onder investeringen worden naast initiële investeringen ook vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen gerekend. 2. Het betreft een vervangingsinvestering of een uitbreidingsinvestering wanneer: o a. het een capaciteitsuitbreiding betreft. o b. de levensduur van het gehele actief wordt verlengd. o c. een actief in zijn geheel gesloopt wordt en volledig opnieuw opgebouwd wordt. De boekwaarde van het gesloopte deel wordt hierbij tot nihil afgeschreven. o d. een verbouwing aan een actief, die een geheel andere bestemming krijgt dan de oorspronkelijke bestemming. 3. De componentenmethode wordt niet toegepast. Materiële vaste activa worden niet naar hun verschillende samenstellende delen geactiveerd. De componentenbenadering wordt toegepast voor bepaalde assets, waaronder wegen, bedrijfsgebouwen en sportaccommodaties zoals uiteengezet in de tabel ‘Afschrijvingstermijnen’ van deze verordening. De componentenbenadering is een boekhoudkundige methode waarbij een materieel vast actief (zoals een gebouw) wordt opgesplitst in afzonderlijke bestanddelen (componenten) die een verschillende gebruiksduur hebben, waarna elke component afzonderlijk wordt afgeschreven over zijn eigen levensduur.

Deze benadering wordt toegepast om de afschrijving nauwkeuriger af te stemmen op de verwachte levensduur van elk deel, in plaats van één afschrijvingstermijn voor het gehele actief te hanteren. Voor de overige activa wordt de globale benadering toegepast, waarbij het gehele activum als één eenheid wordt gezien. 4. Uit doelmatigheidsoverwegingen worden activa geactiveerd vanaf € 25.000. 5. Kosten van voorbereiding en indirecte kosten kunnen worden toegerekend aan de betreffende investering voor zover deze deel uitmaken van het investeringsvoorstel. 6. Bij de bepaling van de afschrijvingslasten wordt de stelregels gehanteerd dat bij de bepaling geen rekening gehouden wordt met de restwaarde van het actief. 7. De afschrijving van activa start op 1 januari na ingebruikname van het actief, De toerekening van rente is gebaseerd op de boekwaarde per 1 januari (datum in gebruik name is hier niet bepalend).

Afschrijvingstermijnen Nr. 1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.1.1 2.2 2. 2.1 2. 2.2 2.3 2. 3.1 2. 3.2 2. 3.3 2. 3.4 2.3.5 2.4 2. 4.1 2. 4.2

Soort actief Immateriële Vaste Activa -Saldo van agio en disagio -Kosten van onderzoek en ontwikkeling -Bijdragen aan activa in eigendom van derden Materiële Vaste Activa Gronden en terreinen Gronden en terreinen Woonruimten -Woonruimten -Woonwagens Bedrijfsgebouwen Gebouwen (nieuwbouw) Noodgebouwen/tijdelijke gebouwen Bouwkundige aanpassingen/renovatie (levensduurverlengend) Inrichtingskosten gebouwen en buitenruimte Technische installaties gebouwen Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken Riolen: Drukriolering Riolen: gemalen elektrisch/mechanisch en pompen, drukriolering mechanisch/elektrisch

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Afschrijvingstermijn Variabel Variabel (max 5 jaar) Variabel

40 jaar 25 jaar 50 jaar 20 jaar 20 jaar 15 jaar 15 jaar 20 jaar 15 jaar

Pagina 11 van 24

2. 4.3

2. 4.6 2. 4.7 2. 4.8 2. 4.9 2.4.10 2.4.11 2.4.12 2.4.13 2.4.12 2.4.13 2.4.14 2.4.15 2.4.16 2.4.17 2.4.18 2.4.19 2.4.20 2.4.21 2.4.22 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.5.6 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.6.4 2.6.5 2.6.6 2.6.8 2.6.9 2.6.10 2.6.11 2.7 2.7.1

Riolen: Vrijvervalriolering, persleiding of vacuümriolering, individuele behandeling afvalwater (IBA’s), gemalen bouwkundig, bergbezinkingen, drukriolering bouwkundig, grondwatermaatregelen Begraafplaatsen: Aanleg (inclusief uitbreiding) Begraafplaatsen: Herinrichting Sportaccommodaties: Aanleg van velden Sportaccommodaties: Aanleg toplaag en renovatie van velden inclusief bijbehorende investeringen Aanleg en renovatie van wegen, fietspaden en voetpaden op dijken en waterkeringen Constructie, Aaanleg en renovatie wegen, fietspaden en voetpaden Wegen deklaag asfalt Wegen versterkingslaag asfalt Openbare verlichting: masten en armaturen Openbare verlichting kabels en kasten Kunstwerken houten constructies Kunstwerken stalen constructies Kunstwerken betonnen constructies Verkeersmeubilair: abri’s en plattegrondkasten Watergangen: beschoeiingen en watergangen Openbaar groen Verkeersregelinstallaties Ondergrondse afvalcontainer, betonnen buitenbak Ondergrondse afvalcontainer, binnenbak Vervoersmiddelen Transportmiddelen (vrachtwagens, reinigingswagens) Transportmiddelen (personenauto’s, bestelwagens) Zoutstrooiers, sneeuwploegen en machines Veegwagens Tractoren Elektrische voertuigen Machines, apparaten en installaties Gereedschappen/investeringen gemeentewerken Investeringen begraafplaatsen Investeringen reiniging/milieu Inventaris/meubilair Installaties, machines Automatisering

(hardware): mobiele telefoons Automatisering (hardware): laptops, pc’s en tablets Automatisering (hardware): overig Speelplaatsen: speelvelden en toestellen Brandkranen Overige Materiële Vaste Activa Automatisering (software)

50 jaar

50 jaar 15 jaar 40 jaar 12 jaar 15 jaar 30 jaar 7 jaar 15 jaar 20 jaar 50 jaar 40 20 jaar 80 40 jaar 80 60 jaar 10 jaar 25 jaar 30 jaar 15 jaar 30 jaar 15 jaar 12 jaar 8 jaar 10 jaar 5 jaar 12 jaar 5 jaar 5 jaar 10 jaar 8 jaar 10 jaar 15 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 15 jaar 20 jaar 5 jaar

Algemeen De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) heeft haar basis in artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet, waarin is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt, en daarnaast de uitgangspunten voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) vult daarnaast de vrije ruimte nader in die iedere gemeente heeft bij de inrichting van het eigen financieel beleid, beheer en organisatie en de rechtmatigheid.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 12 van 24

De Gemeentewet biedt de belangrijkste kaders en regelt bijvoorbeeld dat er nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de begroting en de jaarrekening. Dit wordt vervolgens uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies (hierna: BBV). Het BBV schrijft voor op welke wijze de gemeente moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. Om een correcte interpretatie van deze artikelen te waarborgen is er een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: commissie BBV). De commissie BBV draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring (artikel 75, tweede lid, van het BBV). Richtlijnen van de commissie BBV aan gemeenten en andere decentrale overheden zijn een belangrijk instrument van de commissie BBV om in navolging van artikel 75 van het BBV de eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV te bevorderen. De richtlijnen van de commissie BBV worden onderverdeeld naar stellige uitspraken en aanbevelingen. De stellige uitspraken zijn dwingend; een gemeente behoort zich hier aan te houden. Met stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is.

Indien een gemeente toch een afwijkende interpretatie kiest, dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en jaarstukken. De aanbevelingen zijn niet dwingend. Hierbij gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De commissie BBV spoort gemeenten aan om deze aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). Omdat deze aanbevelingen vanuit de expertise van de commissie BBV zijn opgesteld, zijn specifiek die aanbevelingen die gaan over de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) opgenomen als onderdeel van de verordening. In artikel 75, tweede lid, onder b, van het BBV is vastgelegd dat de commissie BBV een kadernota rechtmatigheid opstelt voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring. Met het instellen van de rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders heeft de commissie BBV de Kadernota rechtmatigheid 2025 opgesteld. Rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders Vanaf boekjaar 2023 nemen burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Deze verantwoording is een standaardmodel dat bij wet is vastgelegd en het geeft inzicht in hoeverre de gemeente rechtmatig heeft gehandeld.

Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording toetst de accountant uitsluitend of de jaarrekening getrouw is, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat is. Dit betekent onder meer dat afwijkingen van rechtmatigheid (voor zover deze niet tevens van invloed zijn op het getrouwe beeld), geen invloed hebben op de strekking van de controleverklaring. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er omvangrijke afwijkingen van rechtmatigheid opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording van burgemeester en wethouders, terwijl de strekking van de controleverklaring toch goedkeurend is, omdat de omvangrijke rechtmatigheidsfouten getrouw opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is mede bedoeld om het gesprek te ondersteunen tussen de raad en burgemeester en wethouders, over de (financiële) rechtmatigheid. Het doel hiervan is om de kaderstellende en controlerende rol van de raad op dit vlak te versterken.

Het is daarnaast de verwachting dat dit een kwaliteitsimpuls zal geven aan de interne processen en beheersing, zodat burgemeester en wethouders kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem. Ook is de verwachting dat er meer vooruitgekeken gaat worden naar het oplossen van onrechtmatigheden, omdat burgemeester en wethouders ook beheersmaatregelen moeten formuleren (Kadernota rechtmatigheid 2025).

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 13 van 24

Toelichting op de artikelen behorende bij de financiële verordening gemeente Zuidplas 20262024 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling Het begrip administratie is gedefinieerd ten behoeve van artikel 23 van de verordening. Het begrip cluster is gedefinieerd ten behoeve van de artikelen 23 en 24 van de verordening. Het begrip product is gedefinieerd ten behoeve van de artikelen 2, 3, 6 en 24 van de verordening. Het begrip gesloten circuits is gedefinieerd ten behoeve van artikel 23 van de verordening. De begrippen inkomsten, netto schuld per inwoner en onbenutte belastingcapaciteit zijn gedefinieerd ten behoeve van artikel 18 van de verordening. Hiervoor zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast voor de financiële kengetallen over de gemeentefinanciën. Tot slot is het begrip overheidsbedrijf gedefinieerd om in artikel 13 van de verordening nadere invulling te kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet voor het vaststellen van de hoogte van prijzen.

Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop, dat de taakvelden aan de programma’s moeten worden toegewezen. Het tweede lid regelt, dat de producten op voorstel van burgemeester en wethouders aan de programma’s worden toebedeeld. Het derde lid bepaalt, dat op voorstel van burgemeester en wethouders de raad beleidsindicatoren per programma vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Wat de verplichte beleidsindicatoren zijn, volgt uit de (ministeriële) Regeling vaststelling beleidsindicatoren door gemeenten in programma’s en programmaverantwoording, welke zijn grondslag vindt in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV. Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken moeten worden herzien. In de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Als de indeling en gebruikte beleidsindicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende. Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor.

In een paragraaf wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt, geïnformeerd. Het vierde lid bepaalt, dat de raad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode kan aangeven, welke paragrafen hij nog meer wenst. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een paragraaf subsidies of een paragraaf duurzaamheid. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Het artikel schrijft voor, dat de baten en lasten onder de programma’s in de begroting per product worden weergegeven. In het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te bepalen, dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt gegeven. Dit is nodig om ook de autorisatie van investeringskredieten mogelijk te maken. Bij investeringen moet ook worden gedacht aan grondexploitaties. Het derde lid bepaalt, dat in aanvulling op het bepaalde in het BBV de gevolgen van de begroting en meerjarenraming voor de gemeentelijke schuldpositie inzichtelijk worden gemaakt.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 14 van 24

In het vierde lid wordt voor de jaarrekening het inzicht in de uitputting van investeringskredieten geregeld. In het vijfde lid wordt geregeld vanaf welk grensbedrag incidentele baten en lasten worden gespecificeerd in het overzicht van de (geraamde) incidentele baten en lasten per programma, conform het advies van de commissie BBV (Kadernota rechtmatigheid 2025). Artikel 4. Kaders begroting Artikel 4 biedt de kaders voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Hierin staan een aantal uitgangspunten die burgemeester en wethouders bij het opstellen van deze stukken in acht moeten nemen. Dit in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 van de Gemeentewet en het BBV. Het eerste lid van het artikel bepaalt, dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen van de begroting een nota vaststelt, waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders geven richting aan burgemeester en wethouders voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Deze systematiek wordt in veel gemeenten toegepast en deze nota draagt vaak de naam Kadernota of Voorjaarsnota. In Zuidplas is dit de Perspectiefnota. Artikel 8 van het BBV zegt, dat het bedrag voor onvoorzien moet zijn opgenomen in het programmaplan.

In het tweede lid van artikel 4 wordt een nadere invulling aan deze wettelijke verplichtingen gegeven door de voorwaarden voor het inzetten van onvoorzien vast te leggen. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten Artikel 5 bevat regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192 van de Gemeentewet besluiten nemen voor het wijzigen van de begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht (derde lid van artikel 189 van de Gemeentewet). De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Autorisatie door de raad van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma (eerste lid). Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen, waaronder investeringen in grondexploitaties. Ook uitgaven voor investeringen moeten door de raad worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van deze investeringskredieten is ervoor gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te nemen (derde lid).

Wel kan de raad bij de begrotingsbehandeling aangegeven, welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de uitgaaf nog niet. Burgemeester en wethouders zijn nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan te gaan. Burgemeester en wethouders dienen dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten en investeringskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde baten bij het bekend worden aan de raad te melden, zodat de raad kan besluiten of het budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden bijgesteld. Voor het behandelen van de daadwerkelijke begrotingswijzigingen en bijstellingen van beleid is er voor gekozen deze mee te nemen bij de behandeling van de tussenrapportages (vierde lid). Bij investeringen met een meerjarig karakter waaronder ook grondexploitaties, bepaalt het vierde lid ook, dat bij elke begroting een actualisatie van de ramingen plaatsvindt en burgemeester en wethouders aan de raad voorstellen doen voor het wijzigen van de investeringskredieten.

Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op tafel, die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Het vijfde lid van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten anders dan bij vaststelling van de begroting. Dus ook voor investeringen die pas in de loop van het begrotingsjaar worden voorzien. Daarbij draagt dit lid aan burgemeester en wethouders op bij grote investeringen aan te geven wat het effect is op de schuldpositie van de gemeente.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 15 van 24

Het zesde lid regelt de autorisatie overschrijding in één jaar bij meerjarige investeringskredieten. Het voorkomen van begrotingsonrechtmatigheid heeft voordelen bij investeringskredieten waarbij vooraf de precieze planning van facturatie nog niet helemaal duidelijk is. Bij meerjarige investeringskredieten, waarbij in meerdere jaren deelbedragen van het totale krediet begroot zijn, wordt een overschrijding in enig jaar niet als onrechtmatig aangemerkt, indien aan twee voorwaarden is voldaan: a) het totale meerjarige kredietbedrag wordt niet overschreden, b) er kan gemotiveerd worden dat kosten eerder in de planning zijn gemaakt maar dat het totale meerjarige krediet naar verwachting niet overschreden wordt. Artikel 6. Tussentijdse rapportage De tussenrapportages zijn een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage, waarbij informatie over de grondexploitatie valt onder de investeringskredieten Daarnaast bepaalt het tweede lid welke afwijkingen ten opzichte van de begroting burgemeester en wethouders de tussenrapportages moeten toelichten. Artikel 7.

Informatieplicht In artikel 7 van de financiële verordening is een nadere invulling van de informatieplicht van burgemeester en wethouders aan de raad opgenomen. Het betreft een uitwerking van het vierde lid van artikel 169 van de Gemeentewet. Dat artikel verplicht burgemeester en wethouders vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te verstrekken, indien de raad daar om verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van burgemeester en wethouders ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In artikel 7 verzoekt de raad burgemeester en wethouders om informatie vooraf aan het aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien het aangaan van deze verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen overschrijden. De bepalingen uit het artikel ontslaan burgemeester en wethouders niet van de informatieplicht in andere gevallen. Ook moeten besluiten van burgemeester en wethouders voor het doen van privaatrechtelijke rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is uiteengezet. Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen burgemeester en wethouders en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken. Artikel 8.

EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd, dat ze een aandeel hebben in het plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMUtekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden, dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook zijn, dat de overschrijding niet tot aanvullend beleid van het Rijk of Europa leidt. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan de gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. In het artikel is opgenomen, dat burgemeester en wethouders de raad informeren als de gemeente van het Rijk een bericht heeft ontvangen dat het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten dreigt te worden overschreden. Als daarop actie nodig is van de gemeente, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

A25.002746 Financiële verordening gemeente Zuidplas 2026

Pagina 16 van 24

Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa In het tweede lid, onder a, van artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen, dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 9 invulling gegeven. Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de immateriële en materiële vaste activa wordt in de verordening verwezen naar de bijlage bij de verordening. In de bijlage zijn naast de methodiek de afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën immateriële vaste activa en materiële vaste activa opgenomen. Deze vorm sluit aan bij de voorheen gebruikelijke werkwijze in sommige gemeenten om de afschrijvingstermijnen in een apart document vast te leggen. Een mogelijkheid is om voor bepaalde vaste activa een maximale afschrijvingstermijn op te nemen in plaats van een vaste afschrijvingstermijn. Van een maximale afschrijvingstermijn kan met de afschrijvingstermijn naar beneden worden afgeweken. Reden hiervoor is, dat de economische levensduur van bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van oude riolering. Door het opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude riolering een kortere afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de verordening een aparte bepaling op te nemen.

De componentenbenadering is een boekhoudkundige methode waarbij een materieel vast actief (zoals een gebouw) wordt opgesplitst in afzonderlijke bestanddelen (componenten) die een verschillende gebruiksduur hebben, waarna elk component afzonderlijk wordt afgeschreven over zijn eigen levensduur. Dit gebeurt op basis van de verwachte technische levensduur en waarde van die specifieke onderdelen, in plaats van het gehele bezit. Dit is de juiste methode als de delen niet allemaal even lang meegaan, omdat het zorgt voor een nauwkeurigere weergave van de economische levensduur van elk onderdeel. Vanaf 1 januari 2017 is ook het activeren van investeringen met maatschappelijk nut verplicht. Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen. Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen op de verwachte gebruiksduur. Indien dit wordt nagelaten, wordt het getrouwe beeld van de jaarrekening aangetast. Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen. Dit artikel bevat regels voor het vaststellen van deze voorziening. Vorderingen van de gemeente worden individueel beoordeeld op oninbaarheid.

Maar voor gemeentelijke aanslagen, heffingen en bijstandsverstrekkingen kan een voorziening worden getroffen op basis van het historisch percentage van oninbaarheid. Een individuele beoordeling per aanslag of heffing is bij dit soort vorderingen namelijk zeer bewerkelijk. Wel zal een accountant eisen, dat de grote bedragen onder deze vorderingen toch individueel worden beoordeeld. Artikel 11. Reserves en voorzieningen Met de wijziging van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart worden verantwoord. Daarom is het noodzakelijk geworden kostprijzen van rechten en heffingen en van gemeentelijke goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, extracomptabel te onderbouwen. Daarmee vervalt ook de noodzaak de rentevergoeding over reserves en voorzieningen in de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening aan de taakvelden toe te rekenen. Het eerste lid bepaalt daarom, dat voor de toerekening van rentelasten en rentebaten in de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening aan de producten geen rentevergoeding over reserves en voorzieningen wordt meegenomen. Het tweede lid bepaalt, dat burgemeester en wethouders eens in de vier jaar een nota over de reserves en voorzieningen aan de raad aanbieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16067391/1