CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 F 847 2 Jaarstukken 2025 van RBG A26.001908

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Conceptbegroting 2027 RBG13.268 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2025 ValidSigned door R. van Hattem Msc RA op 28-04-2026

Publieke Sector Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden Behorende bij het assurancerapport d.d. 28 april 2026 met kenmerk 312025018.26.466

Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 Postbus 4083 3102 GB Schiedam www.derbg.nl

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

1

Inhoudsopgave

Jaarverslag

Voorwoord

3

1.

Inleiding

4

1.1

Programmaverantwoording

9

2.

Paragrafen

9

2.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

9

2.2

Financiering

11

2.3

Bedrijfsvoering

12

2.4

Verbonden partijen

14

2.5

Onttrekkingen overige bestemmingsreserves en voorzieningen

15

2.6

Incidentele lasten en baten

17

Jaarrekening

1.1

Balans

19

1.2

Waarderingsgrondslagen

20

1.3

Toelichting op de balansposten

22

1.4

Exploitatierekening naar programma

30

1.5

Exploitatierekening naar kosten- en opbrengstensoorten

31

1.6

Toelichting op de kosten- en opbrengstensoorten

32

1.7

Wet Normering Topinkomens

37

1.8

Rechtmatigheidsverantwoording

38

Overige gegevens - Overzicht baten en lasten per taakveld

40

- Controleverklaring

41

- Vaststelling

42

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

2

Jaarverslag 2025 Voorwoord De jaarverantwoording 2025 is even wennen voor ons. Veel jaren werkten we samen met Deloitte. Na een aanbestedingsprocedure is het accountantskantoor PSA met ingang van het verantwoordingsjaar 2025 onze nieuwe accountant. Andere inzichten, andere methoden. Het geeft weer een frisse kijk op onze verantwoordingen en het houdt ons scherp. Naast een nieuwe accountant heeft het jaar 2025 nog een verandering voor de RBG. Vanaf 2025 zijn we verplicht om de verslaggevingsvoorschriften van het BBV in plaats van het BBVW (waterschappen) te volgen inclusief een rechtmatigheidsverantwoording door ons dagelijks bestuur. De voorschriften wijken op sommige onderdelen wat af. Echter de belangrijkste doelen blijven hetzelfde: •

Transparantie en vergelijkbaarheid: Alle gemeenten, provincies en belastingkantoren presenteren hun cijfers op dezelfde manier, waardoor begrotingen en jaarrekeningen eenvoudig naast elkaar te leggen zijn.

•

Financieel beheer en risicomanagement: Het helpt bij het tijdig signaleren van financiële knelpunten en ondersteunt beter financieel beleid.

•

Verantwoording aan de raad: Het BBV sluit aan bij het budgetrecht van het algemeen bestuur, waarbij het dagelijks bestuur pas uitgaven kan doen na toestemming van het algemeen bestuur.

Het sturen op kwaliteit en klantgerichtheid blijft een belangrijke pijler. In 2026 hebben we inmiddels onze visie bijgesteld aan de actualiteit van onze samenleving en de gewenste dienstverlening door onze deelnemers. Als organisatie hebben wij continu aandacht voor ontwikkelingen en veranderingstrajecten om ervoor te zorgen dat we tevreden deelnemers, klanten en ook medewerkers blijven behouden. In 2025 hebben we weer een medewerkersonderzoek uitgevoerd (de laatste keer was 4 jaar geleden). Naast een hoge deelname (97% van de collega’s) leverden het ons de World-class Workplace 2025 – 2026 op. Net zo trots waren we op het verkrijgen van het keurmerk Geldzorgen Bewuste Organisatie (GBO). Het Keurmerk GBO laat zien dat wij onze incasso- en HR-werkprocessen zo inrichten dat klanten en personeel geholpen worden bij geldzorgen. Ten slotte. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 is in totaal ca. € 2,1 miljoen voordeel ontstaan. Dit voordeel wordt, zoals gebruikelijk, teruggestort naar onze deelnemers. Voor een toelichting op dit positieve verschil, waarvan een deel incidenteel, verwijs ik naar de jaarrekening 2025. Ik wens u veel leesplezier met ons jaarverslag 2025.

J.F. Kooistra directeur

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

3

1. Inleiding Financieel resultaat op hoofdlijnen Het resultaat van de bedrijfsvoering voor bestemming is € 2.105.700 positief. Na bestemming van diverse geplande toevoegingen en onttrekkingen is het te bestemmen resultaat in totaal € 1.924.800 positief (zie onderstaande specificatie). In deze jaarrekening wordt bij de vaststelling een aantal voorstellen gedaan om onttrekkingen en een toevoeging aan reserves te doen. Het saldo van deze onttrekkingen en toevoeging bedraagt € 148.000 en wordt hierna gespecificeerd. Na verwerking van deze posten ontstaat er een positief resultaat van € 2.072.800, dat zal worden teruggestort naar de deelnemers.

Exploitatierekening RBG 2025

Begroting Primair 2025

Jaarrekening

Jaarrekening

2025

2024

Werkelijke lasten projectkosten afschaffing kwijtschelding HHD en HHSK Incidentele lasten Totaal lasten

€ 20.093.900 € 350.000 € € 20.443.900

€ 20.411.700 € 283.100 € 9.100 € 20.703.900

€ 19.271.800 € 301.200 € 28.000 € 19.601.000

Werkelijke baten projectbijdrage afschaffing kwijtschelding HHD en HHSK Incidentele baten Te dekken uit bijdragen deelnemers

€ 4.272.800 € 350.000 € € 15.821.100

€ 5.998.000 € 350.000 € 459.600 € 13.896.300

€ 3.718.400 € 350.000 € 318.400 € 15.214.200

Deelnemersbijdragen

€

16.002.000

€

16.002.000

€

15.737.000

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

€

-180.900

€

-2.105.700

€

-522.800

- toevoeging aan bestemmingsreserve bedrijfsvoering - toevoeging aan bestemmingsreserve matchingskosten - onttrekking aan bestemmingsreserve huurcompensatie kantoorpand - onttrekking aan bestemmingsreserve Implementatie waarderen - onttrekking aan bestemmingsreserve uit te keren jubilea - onttrekking aan bestemmingsreserve Bedrijfsvoering - onttrekking aan bestemmingsreserve aanbestedingen - onttrekking aan bestemmingsreserve uitvoeringskosten KOTA

€ € € € € € € €

100.000 300.000 -219.100

€ € € € € € € €

100.000 300.000 -219.100

€ € € € € € € €

100.000 550.000 -62.100 -74.700 -170.000 -120.800 -219.100

€

180.900

€

180.900

€

Saldo geraamde toevoegingen en onttrekkingen

Gerealiseerd resultaat Voorstel bestemmingsreserves - toevoeging aan bestemmingsreserve uit te keren jubilea - toevoeging aan bestemmingsreserve Uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire - toevoeging aan bestemmingsreserve Samenwerking gemeenten - onttrekking aan bestemmingsreserve uit te keren jubilea - onttrekking aan bestemmingsreserve Uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire - onttrekking aan bestemmingsreserve Aanbestedingen - onttrekking aan bestemmingsreserve Implementatie waarderingssysteem - onttrekking aan bestemmingsreserve Bestandsoptimalisatie - onttrekking aan bestemmingsreserve Bedrijfsvoering - onttrekking aan bestemmingsreserve Samenwerking gemeenten - onttrekking aan bestemmingsreserve Matching invorderingsopbrengst Saldo voorgestelde toevoegingen en onttrekkingen

Totaal resultaat voorstel te bestemmen regulier Totaal resultaat bestemming afschaffing kws waterschappen Totaal resultaat voorstel te bestemmen totaal

€

€

€ € €

-

-

-

3.300

€

-1.924.800

€

-519.500

€ € € € € € € € € € €

296.900 129.000 100.000 -38.000 -80.500 -74.100 -82.700 -56.100 -342.500

€ € € € € € € € € € €

241.600 40.000 -22.500 -12.400 -65.200 -4.100 -11.200 -648.500

€ € €

-2.005.900 -66.900 -2.072.800

€

-148.000

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

4

€

-482.300

€ -953.000 € -48.800 € -1.001.800

Nog te besluiten onttrekkingen/toevoegingen ten laste van het resultaat 2025 (zie vaststelling blz. 42) Voor een inhoudelijke toelichting op de reserves wordt verwezen naar de toelichting bij de passiva vanaf blz. 26.

Reserve “Uitbreiding samenwerking gemeenschappelijke regeling” Deze bestemmingsreserve is ingesteld ter dekking van projectkosten voor gemeentelijke samenwerking. € 71.800

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Toevoeging aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024

€ 11.200 -/€ 40.000 € 100.600

Stand per 31-12-2025 Nog te besluiten: • Onttrekking kosten 2025

•

€ 56.100 -/€ 100.000

Toevoeging opbrengsten 2025

Reserve “Uit te keren jubilea” Het betreft een reserve voor de in de toekomst uit te keren ambts- en RBG-jubileumuitkeringen aan het personeel. € -

Stand per 31-12-2025 Nog te besluiten: • Toevoeging door stelselwijziging BBVW-BBV • Onttrekking kosten 2025 • Toevoeging volgens berekeningsmodel

€ 273.500 € 38.000 -/€ 23.400

Reserve “Bedrijfsvoering” Het betreft een reserve voor de uitvoering van diverse kleine projecten binnen de bedrijfsvoering. €

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Toevoeging volgens begroting 2025

4.100

€ 4.100 -/€ 100.000 € 100.000

Stand per 31-12-2025 Nog te besluiten: • Onttrekking kosten 2025

€ 82.700 -/-

Reserve “Matching invorderingsopbrengst” Het betreft een reserve voor vervolgacties na het betekenen van dwangbevelen. € 1.735.100

Stand per 1-1-2025

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

5

Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Toevoegen volgens begroting 2025

€ 648.500 -/€ 300.000 € 1.386.600

Stand per 31-12-2025 Nog te besluiten: • Onttrekking kosten 2025

€ 342.500 -/-

Reserve “Uitvoeringskosten hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire” Het betreft een reserve voor de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire in de periode 2023-2027. € 657.300

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Toevoeging aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Onttrekking aan de reserve volgens begroting 2025

€ 241.600 € 219.100 -/€ 679.800

Stand per 31-12-2025 Nog te besluiten: • Toevoeging opbrengsten 2025 • Extra onttrekking aan de reserve o.b.v. gelijkmatige onttrekking

€ 129.000 € 80.500 -/-

Reserve “Bestandsoptimalisatie” Het betreft een reserve voor de uitvoering van diverse (buiten)controleactiviteiten die in coronatijd niet of minder konden plaatsvinden. De uitvoering vindt in 2024 t/m 2026 plaats. € 285.600

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024

€ 65.200 -/€ 220.400

Stand per 31-12-2025 Nog te besluiten: • Onttrekking kosten 2025

€ 74.100

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

6

Terugstorten positief resultaat naar deelnemers Het resultaat na bestemming (€ 2.072.800) zal worden teruggestort naar de deelnemers. Het resultaat na bestemming kwijtschelding (€ 66.900) wordt verdeeld over de twee waterschappen op basis van de werkelijke uitvoeringskosten 2025 van de afschaffing kwijtschelding zuiveringsheffing van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard. Het restantvoordeel (€ 2.005.900) wordt volgens de totale kostenverdeling respectievelijk voor 12,9% toebedeeld aan de gemeente Delft, 8,6% aan de gemeente Vlaardingen, 8,9% aan de gemeente Schiedam en 69,6% aan de twee waterschappen. Volgens bestuurlijke afspraken wordt dit aandeel van 69,6% in de verhouding 2/3 voor Delfland en 1/3 voor Schieland en de Krimpenerwaard verdeeld. Het voorstel is om de volgende bedragen over 2025 terug te storten: totaal

project

regulier

resultaat

kws

resultaat

Delft

€

258.800

€

Vlaardingen

€

172.500

€

258.800 * 172.500 *

Schiedam

€

178.500

€

178.500 *

Delfland

€

975.300

Schieland en de Krimpenerwaard

€ €

44.600 22.300

€

930.700

487.700

€ €

€

465.400

2.072.800

€

66.900

€ 2.005.900

* De gemeenten worden separaat geïnformeerd over hun aandeel in de doorschuif btw.

Belastingopbrengsten deelnemers In totaal is in het boekjaar 2025 een hogere netto-belastingopbrengst van ca. € 36 miljoen opgelegd ten opzichte van de realisatie 2024. Ten opzichte van de ramingen in de vastgestelde begrotingen van de deelnemers is netto ca. € 2 miljoen meer opgelegd en zijn € 5,7 miljoen hogere inkomsten over voorgaande jaren gerealiseerd. De belastingopbrengsten per deelnemer zijn in het volgende overzicht weergegeven.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

7

geraamd

werkelijk

werkelijk

verschil

2025

2025

2024

geraamd - rek 2025

HHD Bruto-OPBRENGST

€

Bruto-OPBRENGST Leges ed.

€

€

314.576.900

€

299.444.800

€

1.607.815

€

570.500

€

192.300

€

-/- kwijtschelding

€

570.500

-5.964.348

€

-5.937.900

€

-5.781.600

€

-/- oninbaar

26.448

€

-4.035.411

€

-3.779.100

€

-3.331.600

€

256.311

Netto-OPBRENGST

€

302.969.326

€

305.430.400

€

290.523.900

€

2.461.074

Opbrengst voorgaande jaren

€

1.181.623

€

2.544.500

€

-836.600

€

1.362.877

Bruto-OPBRENGST

€

146.225.983

€

145.552.500

€

136.529.300

€

-673.483

Bruto-OPBRENGST Leges ed.

€

390.000

€

447.000

€

371.000

€

57.000

-/- kwijtschelding

€

-3.137.809

€

-3.072.500

€

-2.661.100

€

65.309

-/- oninbaar

€

-1.688.300

€

-1.175.300

€

-1.362.300

€

513.000

Netto-OPBRENGST

€

141.789.874

€

141.751.700

€

132.876.900

€

-38.174

Opbrengst voorgaande jaren

€

1.663.946

€

2.440.700

€

516.200

€

776.754

Bruto-OPBRENGST

€

73.585.600

€

74.883.900

€

69.107.200

€

1.298.300

Bruto-OPBRENGST Leges ed.

€

4.658.100

€

2.414.473

€

2.064.372

€

-2.243.627

-/- kwijtschelding

€

-1.679.700

€

-1.704.900

€

-1.628.300

€

-25.200

-/- oninbaar

€

€

-276.700

€

-420.500

€

-276.700

Netto-OPBRENGST

€

76.564.000

€

75.316.773

€

69.122.772

€

-1.247.227

Opbrengst voorgaande jaren

€

-228.000

€

2.677.263

€

2.135.865

€

2.905.263

Bruto-OPBRENGST

€

46.963.800

€

48.134.000

€

45.746.600

€

1.170.200

Bruto-OPBRENGST Leges ed.

€

3.086.800

€

3.293.875

€

3.346.905

€

207.075

-/- kwijtschelding

€

-926.400

€

-1.005.700

€

-1.014.100

€

-79.300

-/- oninbaar

€

-264.700

€

-249.400

€

-247.100

€

15.300

Netto-OPBRENGST

€

48.859.500

€

50.172.775

€

47.832.305

€

1.313.275

Opbrengst voorgaande jaren

€

-797.000

€

-392.993

€

372.496

€

404.007

Bruto-OPBRENGST

€

45.265.400

€

45.767.100

€

42.980.600

€

501.700

Bruto-OPBRENGST Leges ed.

€

2.209.300

€

2.606.685

€

1.427.041

€

397.385

-/- kwijtschelding

€

-1.223.500

€

-1.101.000

€

-1.042.200

€

122.500

-/- oninbaar

€

€

-493.000

€

-399.600

€

-493.000

Netto-OPBRENGST

€

46.251.200

€

46.779.785

€

42.965.841

€

528.585

Opbrengst voorgaande jaren

€

-137.000

€

148.589

€

123.267

€

285.589

312.969.085 -

HHSK

Delft

-

Vlaardingen

Schiedam

totaal RBG

-

geraamd 2025

werkelijk 2025

werkelijk 2024

verschil

€

634.964.068

€

637.229.433

€

600.646.819

€

2.265.365

-/- kwijtschelding

€

-12.931.757

€

-12.822.000

€

-12.127.300

€

109.757

-/- oninbaar

€

-5.988.411

€

-5.973.500

€

-5.761.100

€

14.911

Netto-OPBRENGST

€

616.043.900

€

618.433.933

€

582.758.419

€

2.390.033

Opbrengst voorgaande jaren

€

1.683.569

€

7.418.058

€

2.311.227

€

5.734.489

Bruto-OPBRENGST Bruto-OPBRENGST Leges ed.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

8

1.1 Programmaverantwoording De RBG hanteert één programma, namelijk het programma Heffen en Invorderen van belastingen. Binnen dit programma zijn de producten Belastingheffing en Invordering opgenomen. De uitwerking van dit programma is in de jaarrekening verwerkt in de hoofstukken 1.4, 1.5 en 1.6.

2. Paragrafen In de verslaggevingsvoorschriften worden diverse paragrafen voorgeschreven. De op de RBG van toepassing zijnde paragrafen worden hierna toegelicht.

2.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen De RBG houdt geen weerstandsvermogen aan. Dit onderwerp is meerdere keren aan de orde geweest in de bestuursvergaderingen. Overschotten in de jaarrekening worden zoals is besloten altijd teruggestort naar onze deelnemers. Volgens artikel 31 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling RBG zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de RBG altijd beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Het is daarom van groot belang om risico’s goed te beheersen. Binnen de begroting is een post onvoorzien opgenomen van € 250.000 die gebruikt kan worden om niet begrote kosten te dekken. Risicomanagement De RBG streeft ernaar de risico’s in de processen in hoge mate te vermijden en/of beheersen. We willen voorkomen dat er te laat, onvolledig of onjuist wordt opgelegd of beschikt, om zo te voorkomen dat de klanten in financiële problemen komen of ons imago een flinke deuk oploopt. De RBG is bekend met de risico’s (bijvoorbeeld financiële of imago) die gelopen worden bij de uitvoering van de werkprocessen. Op een groot aantal onderdelen zijn maatregelen getroffen om deze risico’s tot een minimum te beperken. Dat is vooral gebeurd waar de risico’s het grootst (kans en impact) zijn.

Op basis van een risico-inventarisatie wordt per jaar een top vijf van processen nader onderzocht om verdere verfijning van beheersmaatregelen door te voeren om de risico’s verder af te dekken. Vanaf 2025 is het ook van belang om de rechtmatigheidsverantwoording voor dat jaar te waarborgen, waarbij de verantwoordelijkheid hiervoor bij het dagelijks bestuur ligt. Om de risico’s te beheersen, maken we gebruik van het zogenaamde Three Lines of Defense-model. Primair verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstelling en beheersing van risico’s van het proces is het lijnmanagement (eerste lijn). Een ander onderdeel van het model is het (intern) uitvoeren van verbijzonderde interne controles (VIC’s) en audits. Dit zijn respectievelijk de tweede en derde lijn. Toezichthouders zoals de accountant en de Waarderingskamer kunnen gezien worden als vierde (externe) lijn.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

9

Risicoposten De ontwikkelingen en doelen benoemd in het programma heffen en invorderen van belastingen kennen op onderdelen financiële onzekerheden. Het gaat daarbij om de volgende posten: 1. Gevolgen van de oorlogen in de Wereld en de gespannen geopolitieke verhoudingen De Russische inval en oorlog in de Oekraïne is nog steeds gaande. Ook de oorlog in het Midden-Oosten zorgen voor internationale spanningen en onzekerheid. De indirecte effecten van deze oorlog zorgen voor stijgende (energie)prijzen en een beperkte beschikbaarheid van energiebronnen. 2. Opbrengst dwanginvordering De opbrengst voor de dwanginvordering is een belangrijk dekkingsmiddel voor de uitgaven van de RBG. De invorderingsopbrengst blijft naast onze eigen tijdige incassoactiviteiten sterk afhankelijk van het betaalgedrag van de klanten en externe ontwikkelingen, zoals het economisch klimaat of wijzigingen in het belastingstelsel. De hoogte van de opbrengst is daardoor ongewis. Daarnaast bestaat het risico dat deze opbrengst niet volledig wordt gerealiseerd. Om dit risico op te vangen wordt jaarlijks bij de jaarrekening de stand van de voorziening dubieuze debiteuren bepaald. Ook zijn er wijzigingen doorgevoerd in wet- en regelgeving met betrekking tot maatschappelijk invorderen. Deze wijzigingen kunnen ook van invloed zijn op de hoogte van de opbrengst dwanginvordering. 3.

Uitbesteding van niet-kernactiviteiten Niet-kernactiviteiten zijn waar mogelijk uitbesteed. Het risico is dat afspraken niet, of niet tijdig worden nagekomen, of dat de kwaliteit van dienstverlening onvoldoende is. Door middel van algemene leveringsvoorwaarden, contracten, dienstverleningsovereenkomsten, stuurinformatie en controlemaatregelen houdt de RBG grip op de dienstverlening die is uitbesteed. Via het afsluiten van verwerkersovereenkomsten wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld bescherming persoonsgegevens. 4. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. In het kader van het uitvoeringsprotocol zijn goede afspraken met deelnemers gemaakt maken over beheer, verantwoordelijkheid, gebruik en uitwisseling van gegevens. Door middel van een stelsel van periodieke verbandcontroles worden de juistheid en volledigheid van de administraties geborgd. Foutieve en/of onvolledige gegevens van derden worden volgens protocol terug gemeld aan de bronhouder van de betreffende (landelijke) basisregistraties. 5. Fraude Onder frauderisico verstaan we: het risico dat met opzet handelingen worden verricht, door eigen personeel of derden, waardoor de RBG en daarmee de deelnemers financiële schade oplopen.

Er zijn grofweg een tweetal onderdelen in de RBG-organisatie waar fraude aan de orde zou kunnen zijn: het belastingproces en de financiële administratie. De RBG heeft mogelijke situaties waarin fraude zich voor zou kunnen doen geïnventariseerd en maatregelen beschreven om de risico’s op fraude tot een minimum te beperken. De frauderisicoanalyse is onderdeel geworden van het risicomanagement. 7. Integriteit De RBG besteedt nadrukkelijk aandacht aan het thema integriteit. De (her)invoering van de ambtseed heeft vanaf 2015 plaatsgevonden en maakt vast onderdeel uit van het integriteitsprogramma. Alle medewerkers doen jaarlijks mee aan workshops of e-learning waar diverse dilemma’s worden besproken en de medewerkers worden geconfronteerd met fraudegevoelige situaties. Voor nieuwe medewerkers wordt elk jaar de eed of belofte afgelegd. 8. Claims van derden

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

10

De RBG is verzekerd tegen aansprakelijkheid door derden. Daarnaast kunnen in bepaalde gevallen ook claims door derden worden ingediend die niet onder de aansprakelijkheidsverzekering vallen. Claims van derden kunnen betrekking hebben op claims wegens aansprakelijkheid door onzorgvuldig handelen. 9. Informatiebeveiliging en privacy Vanwege de grote afhankelijkheid van een goed functionerende ICT-infrastructuur en de eisen (ook door derden) die aan de betrouwbaarheid daarvan worden gesteld, heeft de RBG het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld, die periodiek wordt geactualiseerd. In dit plan zijn maatregelen opgenomen die noodzakelijk zijn (en soms ook wettelijk verplicht) om een betrouwbare werking van onze informatiesystemen zoveel mogelijk te garanderen. In het plan komen onderwerpen aan de orde zoals: beveiliging van de toegang, privacy persoonsgegevens, DigiD- beveiligingscertificaat en certificering van onze leveranciers. In het privacybeleid is rekening gehouden met de bepalingen uit de Wet Meldplicht Datalekken en de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

2.2

Financiering

De RBG heeft geen lopende leningen en uitgangspunt is dat vervangingsinvesteringen vanuit de eigen liquide middelen gefinancierd worden. De rentelasten zijn nihil en het renteresultaat is positief vanwege de rentebaten op het bankieren. Kasgeldlimiet Op grond van de Wet FIDO is bepaald hoeveel maximaal met kort geld gefinancierd mag worden. De norm voor gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de bruto kosten van de begroting. Voor het begrotingsjaar 2025 is dit: 8,2% van € 20.844.000 = € 1.709.000 (afgerond). Deze limiet is in 2025 niet overschreden. De RBG heeft een rekening-courantverhouding met de NWB van maximaal € 3.500.000 Renterisiconorm De renterisiconorm bindt de looptijd van leningen aan een minimum. De Wet FIDO omschrijft deze norm als maximale herfinanciering van bestaande leningen van 20% per jaar voor gemeenschappelijke regelingen. De RBG heeft geen geldleningen uitstaan. Er is daarom geen sprake van een renterisiconorm. Liquiditeit De exploitatiekosten worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de bijdragen van de deelnemers. Deze bijdragen worden per kwartaal ontvangen van de deelnemers. Van de deelnemers is in 2025 een totaalbedrag van € 16.352.000 ontvangen. EMU-saldo De RBG is niet gehouden aan de EMU-regels.

De effecten van de RBG behoren tot uitdrukking te komen via de individuele bijdragen aan de RBG in de begrotingen van de deelnemers. Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën in werking getreden. Deze wet voorziet in een wettelijk instrument voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. Onderdeel van de wet vormt het verplicht schatkistbankieren, waarbij de saldi van de bankrekeningen van lagere overheden, onder bepaalde voorwaarden, verplicht aan de schatkist moeten worden gestort. Met de deelnemers zijn afspraken gemaakt om die verplichte afstorting tot een minimum te beperken. Belastingopbrengsten van de deelnemers

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

11

De RBG ontvangt belastingopbrengsten voor haar deelnemers. Deze gelden komen binnen op de inningsrekeningen van de RBG. De gelden worden dagelijks afgedragen aan de deelnemers. Treasurybeheer en beleid De financieringsfunctie van de RBG is gericht op de ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. De uitvoering daarvan vindt plaats binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido, onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) en het eigen treasurystatuut. Zoals voorgeschreven heeft de RBG een treasurystatuut. In het Treasurystatuut zijn de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden weergegeven van de verschillende functionarissen binnen de RBG, die een rol hebben in het treasury beheer. Verplichte kengetallen Volgens het BBV dienen in de jaarstukken enkele verplichte kengetallen te worden opgenomen. De kengetallen maken inzichtelijk hoeveel financiële ruimte er aanwezig is om de structurele en incidentele lasten te kunnen dekken. De kengetallen geven daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de RBG. Kentgetallen Solvabiliteit Netto schuldquote Structurele exploitatie ruimte

2025 65% -9% 7%

2026 27% -9% 0%

2027 23% -8% 0%

2028 23% -7% 0%

2029 23% -7% 0%

2030 23% -7% 0%

De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Omdat de algemene reserve van de RBG gelimiteerd is en overschotten in de jaarrekening altijd teruggestort worden naar de deelnemers, is deze ratio relatief laag (zie ook paragraaf Weerstandvermogen). De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Er moet een onderscheid gemaakt worden door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Van verstrekte leningen is bij de RBG geen sprake, zodat beide kengetallen aan elkaar gelijk zijn. Als de netto schuldquote negatief is betekent dit dat het eigen vermogen hoger is dan de boekwaarde van de investeringen. Bij structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang om te weten welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen. De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 1.651.300.

Hierdoor wordt voor 2025 een percentage van 7% berekend. De begrotingen van de RBG worden altijd volledig sluitend opgesteld, zodat voor de jaren 2026 tot en met 2030 een percentage van 0 wordt berekend.

2.3

Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering omvat het geheel van activiteiten die ondersteunend zijn aan de primaire taak heffen en invorderen van belastingen. In deze paragraaf zijn diverse ontwikkelingen ten aanzien van de bedrijfsvoering opgenomen en wordt ingegaan op de toetsing van de financiële rechtmatigheid met ingang van 2025. Dienstverlening

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

12

Wij sturen op kwaliteit en zijn altijd klantgericht. Omdat onze klantgegevens op orde zijn met betrouwbare data, kunnen onze klanten goed worden bediend. We verdiepen ons in de klant en betrekken hem proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij voorop. We moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zetten in op online gebruikersgemak voor onze klant. Onze website is een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Wij blijven ons innoveren op basis van de klantbehoefte. Verdere ontwikkelingen zullen we uit eigen middelen bekostigen. Onze website voldoet aan de eisen van de Europese verordening over “Single Digital Gateway”. Heldere overheidscommunicatie Het Rijk wil dat overheden duidelijke en begrijpelijke teksten schrijven. Het doel hiervan is dat meer mensen kunnen meedoen en weten wat er van ze verwacht wordt. De landelijke campagne Direct Duidelijk van Het Ministerie van BiZa en de Taalunie ondersteunt overheidsorganisaties bij het verbeteren van hun communicatie. Overheidsorganisatie kunnen de Direct Duidelijk Deal ondertekenen. Hiermee verklaart een organisatie serieus met het onderwerp aan de slag te gaan en stapsgewijs te transformeren naar een overheidsorganisatie die duidelijk en begrijpelijk communiceert. De RBG heeft in 2023 deze Direct Duidelijk Deal ondertekend.

Onze medewerkers hebben eind 2023 een training gevolgd om op taalniveau B1 te schrijven. De RBG heeft de app “Klinkende taal” aangeschaft om het gebruik van dit taalniveau te ondersteunen. De RBG past de communicatie met de klanten hierop aan door op taalniveau B1 te gaan schrijven (brieven, e-mails, de website, brochures en invorderingsstukken). Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en bedrijven belangrijker. De RBG zal zijn digitale weerbaarheid op peil houden. De RBG maakt qua beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en de diensten van haar leveranciers. Op dit onderdeel werken we ook samen met andere belastingkantoren. De Europese Unie heeft in 2023 de richtlijn NIS-2 afgegeven met betrekking tot informatieveiligheid. NIS2 zijn Europese richtlijnen op het gebied van risico’s in netwerk- en informatiesystemen, zoals cyberbeveiligingsrisico’s. De komst van de richtlijn moet bijdragen aan meer Europese harmonisatie en een hoger niveau van cybersecurity. De Nederlandse regering moet deze richtlijn omzetten in nationale wet- en regelgeving. In Nederland (incl. de RBG) maken we gebruik van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid).

De verwachting is dat NIS2 wordt geïmplementeerd door aanpassing van de BIO. De impact voor de RBG zal beperkt zijn, aangezien de BIO al vergevorderde maatregelen heeft op het gebied van risicobeheersing en beveiliging. Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief (ongevraagd) openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

13

De voor de RBG van toepassing zijnde informatiecategorieën van de eerste tranche van de Woo worden al (actief) openbaar gemaakt. De overige nog niet verplichte categorieën worden op een later, nog niet bekend tijdstip bij Koninklijke Besluiten gefaseerd verplicht gesteld en vooruitlopend daarop door de RBG -voor zover van toepassing- openbaar gemaakt. Koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving. Als de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het btw-compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. De koepelvrijstelling wordt vooralsnog gedoogd.

Financiële rechtmatigheid In het kader van de financiële rechtmatigheid zijn onderstaande afwijkingen op de begroting geconstateerd en gemeld aan het dagelijks bestuur: - De opbrengst dwanginvordering (€ 5.938.600) overschrijdt in 2025 met € 1.738.600 het begrote bedrag van € 4.200.000. Deze overschrijding is door het bestuur aangemerkt als tijdig gemeld in het kader van de begrotingsrechtmatigheid. - De personeelskosten (€ 11.130.200) onderschrijden in 2025 met € 348.800 het begrote bedrag van € 11.479.000. Deze onderschrijding is door het bestuur aangemerkt als tijdig gemeld in het kader van de begrotingsrechtmatigheid. De omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag voor het programma ‘Heffen en invorderen belastingen’ bedraagt € 260.000. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 414.708 (2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves). Dit past daarmee binnen het vooraf vastgestelde beleid en is om die reden vooraf als acceptabel geduid.

2.4

Verbonden partijen

Vanuit het publiek belang kunnen banden worden aangegaan met derden, de zogenaamde verbonden partijen. De RBG heeft hierbij een bestuurlijk en/of een financieel belang. De RBG is sinds januari 2019 lid van de werkgeversvereniging waterschappen om de CAO voor waterschappen van toepassing te kunnen verklaren. Lid worden van de werkgeversvereniging is een keuze van elk waterschap en elke sectorvolger (de RBG is een sectorvolger). Een vereniging wordt gevormd door leden die ambitie en doelstellingen delen en verwachten deze gezamenlijk beter te kunnen realiseren dan ieder voor zich. De vereniging heeft tot taak te verbinden, draagvlak onder haar leden te verwerven en zo het samen sterker staan te realiseren.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

14

2.5

Onttrekkingen overige bestemmingsreserves en voorzieningen

De volgende onttrekkingen en/of toevoegingen aan reserves en voorzieningen hebben conform begroting 2025 of volgens besluitvorming van het algemeen bestuur in 2025 plaatsgevonden. Bestemmingsreserve Reserve “Bedrijfsvoering” Het betreft een reserve voor de uitvoering van diverse kleine projecten binnen de bedrijfsvoering. € 4.100

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Toevoeging volgens begroting 2025

€ 4.100 -/€ 100.000 € 100.000

Stand per 31-12-2025

Reserve “Matchingskosten” Het betreft een reserve m.b.t. de vervolgacties van vooral dwangbevelopbrengsten die in een toekomstig belastingjaar plaatsvinden: het zogenaamde „matching-principe”. In de tariefstelling van de kosten (waaronder die van het dwangbevel per post) is hier rekening mee gehouden. Immers, het versturen van het dwangbevel is eenvoudig administratief te realiseren. Vanuit deze opbrengst moet ook het werk ter voorbereiding en uitvoering van een hernieuwde betekeningsronde gedekt worden. € 1.735.100

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Toevoegen volgens begroting 2025

€ 648.500 -/€ 300.000 € 1.386.600

Stand per 31-12-2025

Reserve “Aanbestedingen” Het betreft een reserve voor implementatie van automatiseringsprojecten na uitgevoerde Europese aanbestedingen. € 22.500

Stand per 1-1-2025 Onttrekking aan de reserve o.b.v. jaarrekening 2024

€ 22.500 -/€ nihil

Stand per 31-12-2025 De bestemmingsreserve is beëindigd.

Reserve “Implementatie Waarderingssysteem” Het betreft een reserve voor de implementatie van een nieuw waarderingssysteem dat na een Europese aanbesteding is geselecteerd. De implementatie heeft grotendeels in 2022 plaatsgevonden. In 2024 heeft de afronding van het project plaatsgevonden waarna de reserve kon worden gesloten. € 12.400

Stand per 1-1-2025

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

15

Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024

€ 12.400 -/€ nihil

Stand per 31-12-2025 De bestemmingsreserve is beëindigd.

Reserve “Uitvoeringskosten hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire” Het betreft een reserve voor de uitvoering van de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire in de periode 2023-2027. € 657.300

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Toevoeging aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024 Onttrekking aan de reserve 2025

€ 241.600 € 219.100 -/€ 679.800

Stand per 31-12-2025

Reserve “Bestandsoptimalisatie” Het betreft een reserve voor de uitvoering van diverse controleactiviteiten waaronder leegstand van bedrijven. De verdere uitvoering vindt in 2025 e.v. plaats. € 285.600

Stand per 1-1-2025 Al besloten: Onttrekking aan de reserve o.b.v. de jaarrekening 2024

€ 65.200 -/€ 220.400

Stand per 31-12-2025

Voorzieningen Naast de voorziening dubieuze invorderingsdebiteuren heeft de RBG één voorziening voor arbeidsgerelateerde verplichtingen. Deze voorziening is ingesteld voor het gekochte IKB-verlof door personeel RBG. Zie voor een nadere toelichting en specificatie van de voorzieningen de toelichting op de passiva (blz.26).

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

16

2.6

Incidentele lasten en baten

Volgens het besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient inzicht te worden gegeven in de incidentele baten en lasten. Dit is één van de toezichtcriteria die de provincie gebruikt om te bepalen of een organisatie materieel en financieel in evenwicht is. Hiervan is sprake als de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Voor een juist beeld van de financiële positie worden daarom de incidentele componenten uit het saldo geëlimineerd (zie in de jaarrekening onder kosten- en opbrengstensoorten). In 2025 waren er de volgende incidentele baten: Kinderopvangtoeslagaffaire Als gevolg van de hersteloperatie toeslagen kinderopvang heeft de RBG namens haar deelnemers belastingschulden kwijtgescholden en/of terugbetaald in 2025. Wij krijgen van de Belastingdienst door middel van periodieke aanleveringen de namen van de (getoetste) gedupeerden. In 2025 hebben wij ca. 400 nieuwe dossiers aangeleverd gekregen en zijn er 2.800 aanvragen als gedupeerde klanten afgewikkeld. De volledige afronding van de hersteloperatie kan tot en met 2027 doorlopen. Tot en met december 2025 zijn ca. 15.700 dossiers van gedupeerden bij de RBG afgewikkeld naar aanleiding van berichtgeving van de Belastingdienst. In totaal dienen nog 227 aanvragen (binnen het gebied van de RBG) te worden beoordeeld door de Belastingdienst per 31-12-2025.

De effecten op de opbrengsten van de deelnemers zijn in de specifieke belastingverantwoordingen inclusief accountantsverklaring aan de deelnemers verantwoord. De effecten voor de exploitatierekening van de RBG hebben betrekking op de invorderingsopbrengst en de uitvoeringskosten. De verleende kwijtschelding aan gedupeerden heeft plaatsgevonden over de jaren 2013-2020. De compensatie van het Rijk betreft de jaren 2016-2020.

Incidentele lasten kinderopvangtoeslagaffaire - Kwijtschelding invorderingsopbrengst 2013-2020

€

9.100 € 9.100

Totaal lasten Incidentele baten kinderopvangtoeslagaffaire - Compensatie kwijtschelding invorderingsopbrengst 2025 €

57.100

€ € €

16.700 112.300 129.000

-

Compensatie uitvoeringskosten 2025 gemeenten Compensatie uitvoeringskosten 2025 waterschappen Subtotaal compensatie uitvoeringskosten

€ 186.100

Totaal baten

De compensatie voor de uitvoeringskosten is gebaseerd op het aantal toegewezen gedupeerden bij de deelnemende gemeenten en de overeengekomen normvergoeding tussen de VNG, de Unie van Waterschappen en het Rijk. De compensatie m.b.t. de uitvoeringskosten (€ 129.000) wordt aan de bestemmingsreserve uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire toegevoegd. Zie toelichting bij de bestemmingsreserves(vanaf blz. 26).

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

17

Vrijval voorziening jubilea Door de stelselwijziging van BBVW naar BBV in 2025 is het niet meer mogelijk om een voorziening aan te houden voor jubileumuitkeringen. Om die reden valt het saldo van deze voorziening ultimo 2024 vrij ten gunste van het resultaat 2025. In de resultaatsbestemming zal het bedrag van deze voorziening worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve ‘Uit te keren jubilea’. € 273.500

Incidentele bate vrijval voorziening jubilea Het totaal aan incidentele baten in 2025 bedraagt € 459.600.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

18

Jaarrekening 1.1.

Balans bedragen in € Omschrijving 31-12-2025

31-12-2024

ACTIVA VASTE ACTIVA: Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

208.700

0

Financiële vaste activa

0

0 208.700

0

VLOTTENDE ACTIVA: Uitzettingen looptijd < 1 jaar

1.554.000

1.086.700

Kortlopende vorderingen

1.936.600

2.809.800

Overlopende activa Liquide middelen

422.300

362.200

2.703.800

1.913.200 6.616.700

6.171.900

6.825.400

6.171.900

Bestemmingsreserves

2.487.400

2.788.800

Gerealiseerd resultaat

1.924.800

519.500

4.412.200

3.308.300

503.900

723.900

0

0

Totaal ACTIVA PASSIVA VASTE PASSIVA: EIGEN VERMOGEN

VOORZIENINGEN VASTE SCHULDEN > 1 JAAR

VLOTTENDE PASSIVA: Netto-vlottende schulden < 1 jr Overlopende passiva

Totaal PASSIVA

909.200

1.071.200

1.000.100

1.068.500 1.909.300

2.139.700

6.825.400

6.171.900

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

19

1.2

Waarderingsgrondslagen

Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening en de resultaatbepaling De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, en ook de baten en lasten over de specifieke uitkeringen op grond van art.

17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 4 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor onderschrijdingen van baten en onderschrijdingen van lasten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium geldt”: Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake als bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan is.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. - De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV en ook onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de RBG, exclusief toevoeging aan de reserves is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

20

o

Een rapporteringstolerantie van € 40.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijving van het geactiveerde object vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief. De RBG hanteert voor het kantoorpand een annuïtaire afschrijvingsmethode waarbij onder een bedrag van € 120.000 niet geactiveerd wordt. De afschrijvingen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte levensduur van 5 jaar met uitzondering van de afschrijvingstermijn voor het verbouwen van het kantoorpand, deze bedraagt 10 jaar. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en de overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Binnen de vorderingen worden ook de belastingdebiteuren gerekend voor het aandeel Invorderingsopbrengst. Uitgangspunt is dat alle bevoegdheden op het terrein van invordering worden benut om de vorderingen te innen. Als alle mogelijkheden tot invordering zijn uitgeput, wordt overgegaan tot afboeking wegens oninbaarheid. Op basis van het betreffende debiteurensaldo en de ouderdom van de vordering is een risicoanalyse gemaakt. Voor het risico van oninbaarheid is een voorziening getroffen welke op de debiteuren in mindering is gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. Netto-vlottende schulden < 1 jaar en de overlopende passiva De netto-vlottende schulden < 1 jaar en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

21

1.3 Toelichting op de balansposten Toelichting op de vaste activa Immateriële vaste activa De RBG heeft in 2025 geen immateriële vaste activa. Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut - Laptops personeel Betreft de aanschaf van laptops voor het personeel in het derde kwartaal 2025. €

Boekwaarde per 01-01-2025

-

€ 219.700 € 11.000 -/-

Aanschaf 09-2025 Afschrijving 2025

€ 208.700

Boekwaarde per 31-12-2025 De gehanteerde afschrijvingstermijn is 5 jaar. Financiële vaste activa De RBG heeft in 2025 geen financiële vaste activa.

Toelichting op Vlottende activa bedragen in €

Uitzettingen looptijd < 1 jaar

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren invordering

3.157.000

2.463.700

af: voorziening dubieuze debiteuren

-1.603.000

-1.417.000

Debiteuren algemeen

0

40.000

Uitzetting looptijd < 1 jaar

0

0

1.554.000

1.086.700

Totaal Uitzettingen looptijd < 1 jaar

De debiteuren invordering betreffen de openstaande vorderingen van invorderingsactiviteiten die de RBG heeft verricht. Van de openstaande vorderingen is per ultimo 2025 op basis van ouderdom en risico bepaald welk deel vermoedelijk oninbaar zal worden geleden. Van het nog openstaande bedrag wordt 50,8% vermoedelijk oninbaar geraamd. a) Voorziening dubieuze debiteuren dwanginvordering Stand per 1-1-2025 Af: Oninbaar geleden posten over oude jaren Bij: toevoeging ten laste van exploitatie Stand per 31-12-2025

€ 1.417.000 € 1.146.000 -/€ 1.332.600 € 1.603.000

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

22

De oninbaar geleden posten van het belastingjaar 2025 (in totaal een bedrag van € 162.900) zijn gecorrigeerd op de invorderingsopbrengst 2025. Alle oudere posten zijn ten laste van de voorziening dubieuze debiteuren gebracht. Het totaal aan openstaande dwanginvorderingposten bedraagt € 3.157.000. Rekening houdend met een oninbaar percentage van 50,8% (samengesteld percentage gebaseerd op een ouderdomsanalyse van openstaande vorderingen) dient de voorziening € 1.603.000 te bedragen. Om de voorziening op dit niveau te brengen is € 1.332.600 aan de voorziening toegevoegd.

Belastingdebiteuren deelnemers Hoewel geen onderdeel van de jaarrekening van de RBG wordt onderstaand inzicht gegeven in de belastingdebiteuren van de deelnemers. De deelnemers krijgen jaarlijks een specifiek door de accountant goedgekeurde belastingverantwoording.

Totaal

Stand openstaande vorderingen per 31-12-2024 Opbrengst deelnemers Invorderingskosten RBG € 40.058.500 € 2.463.700 €

Totaal 42.522.200

Totaal

Stand openstaande vorderingen per 31-12-2025 Opbrengst deelnemers Invorderingskosten RBG € 38.909.100 € 3.157.000 €

Totaal 42.066.100

Het debiteurensaldo van de deelnemers is ten opzichte van 2024 vrijwel gelijk gebleven. In 2025 is overigens een fors hoger bedrag aan aanslagen opgelegd dan in 2024 (bijna € 37 miljoen meer: € 637,2 miljoen in 2025 tegenover € 600,6 miljoen in 2024). b) debiteuren algemeen Onder de post debiteuren algemeen heeft de RBG per 31-12-2025 geen openstaande vorderingen van niet belastingdebiteuren open staan.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

23

Sinds eind 2013 zijn decentrale overheden verplichte deelnemers aan schatkistbankieren. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen, verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Tegelijkertijd met de wet is de ministeriële regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht geworden. Onderdeel van die regeling is de rekening-courantovereenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. De regeling bevat ook de verplichting voor decentrale overheden om een bankrekening aan te houden die gekoppeld kan worden aan de schatkist. In onderstaande tabel is de berekening van het drempelbedrag voor het schatkistbankieren per kwartaal weergegeven.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar Drempelbedrag 10.267 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist 3.456 2.702 2.624 2.113 aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag 6.811 7.565 7.643 8.154 Overschrijding van het drempelbedrag Berekening drempelbedrag Verslagjaar Begrotingstotaal verslagjaar 633.561 Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500.000 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te 133.561 boven gaat Drempelbedrag = € 10 miljoen bij begrotingstotaal boven € 500 miljoen + Drempelbedrag 10.267 0,2% van het deel boven 500 miljoen. Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden 311.034 245.912 241.403 194.439 middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist 3.456 2.702 2.624 2.113 aangehouden middelen

In dit overzicht is te zien dat de gemiddelde stand in rekening-courant in 2025 ruim onder het drempelbedrag van € 10.267.000 gebleven is.

Kortlopende vorderingen Overige vorderingen (af te romen via inningsrekening deelnemers) De betalingen van de invorderingsopbrengst en de verrekening van de kosten van betalingsverkeer vindt plaats via de inningsrekeningen. Deze inningsrekeningen worden periodiek afgeroomd naar de deelnemers. Per 31-12-2025 dient een deel van de betaalde invorderingsopbrengst nog te worden verrekend. Per saldo heeft de RBG op 31-12-2025 een tegoed van € 1.936.600 op onze vijf deelnemers.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

24

Overlopende activa bedragen in €

Overlopende activa

31-12-2025

31-12-2024

Nog te ontvangen bedragen

186.200

325.300

Vooruitbetaalde bedragen

236.100

36.900

Totaal overlopende activa

422.300

362.200

Nog te ontvangen bedragen Het vorderingsbedrag heeft bijna geheel betrekking op de compensatie kinderopvangtoeslagaffaire, die of nog te ontvangen is van de Belastingdienst of van onze eigen deelnemers voor de uitvoeringskosten ervan. Vooruitbetaalde bedragen Eind 2025 zijn veertien facturen vooruitbetaald met een totaalbedrag van € 236.100.

Liquide middelen

Liquide middelen

31-12-2025

31-12-2024

Banken

2.703.800

1.913.200

Totaal liquide middelen

2.703.800

1.913.200

Voor de bedrijfsvoering van de RBG is één rekening-courantverhouding afgesloten bij de Nederlandse Waterschapsbank. Daarnaast heeft de RBG een inningrekening ten behoeve van de verwerking van internetbetalingen, een rekening voor het schatkistbankieren en een kleine kas. Per 31-12-2025 staan de volgende saldi op de bankrekeningen:

Saldo Liquide middelen Rekening-courant 005 Inningsrekening 678 IDEAL-rekening (ING) Kleine kas RBG Totaal

2025

2024

€ 2.650.900 € 28.300 € 24.400 € 200 € 2.703.800

€ 1.661.100 € 104.500 € 147.300 € 300 € 1.913.200

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

25

Toelichting op de passiva Eigen vermogen Bestemmingsreserve: Omschrijving

Stand per 1-1-2025

Reserve uitbreiding samenwerking GR Reserve uit te keren jubilea Reserve bedrijfsvoering Reserve aanbestedingen Reserve Implementatie Waarderingssysteem Reserve matchingskosten Reserve kosten KOTA Reserve Bestandsoptimalisatie Resultaat 2024 Terugbetaald aan deelnemers Saldo bestemmingsreserve

€ 71.800 € € 4.100 € 22.500 € 12.400 € 1.735.100 € 657.300 € 285.600 € 519.500 €€ 3.308.300

Resultaat 2024

€

Onttrekking

28.800

€ -4.100 € -22.500 € -12.400 € -648.500 € 241.600 € -65.200 € -519.500 € 1.001.800 € -

€

100.000

€

300.000 €

€

400.000

-219.100

€ -1.001.800 € -1.220.900

€ 2.072.800

Gerealiseerd resultaat 2025 Totaal eigen vermogen

Toevoeging

€ 3.308.300

€

-

€ 2.472.800

€ -1.220.900

Stand per 31-12-2025

Voorstel resultaat

Stand per

bestemming 2025

1-1-2026

€ € € € € € € € € € €

100.600 100.000 1.386.600 679.800 220.400 2.487.400

€ € €

43.900 258.900 -82.700

€ 144.500 € 258.900 € 17.300 € € € 1.044.100 € 728.300 € 146.300 € € € 2.339.400

€ € €

-342.500 48.500 -74.100

€

-148.000

€

2.072.800

€

-2.072.800

€

€

4.560.200

€

-2.220.800

€ 2.339.400

-

Bestemmingsreserve Reserve “Uitbreiding samenwerking gemeenschappelijke regeling” Deze bestemmingsreserve is ingesteld ter dekking van projectkosten voor gemeentelijke samenwerking. Sinds eind 2023 hebben de RBG en de gemeente Zuidplas een verbeterslag uitgevoerd op de WOZadministratie van de gemeente Zuidplas. Zowel in 2024 als in 2025 heeft de RBG de gemeente Zuidplas ondersteund bij de waardering van woningen en niet-woningen. In 2024 is een vergoeding van € 40.000 voor regie. In 2025 is ook ondersteund op uitvoering. Hier is een vergoeding van € 100.000 ontvangen. In het eerste kwartaal van 2025 is een toetredingsverzoek ontvangen van de gemeente Zuidplas. Onze deelnemers hebben met een toetreding tot de GR RBG per 1-1-2026 ingestemd. De implementatiekosten Zuidplas voor de RBG bedragen € 45.700. In september 2025 hebben de gemeente Maassluis en de RBG een intentieovereenkomst gesloten om te onderzoeken of een samenwerking voor beide partijen efficiency en financiële voordelen oplevert. Beoogde toetredingsdatum van de gemeente Maassluis is 1 januari 2028. De in 2025 gemaakte onderzoekskosten bedragen € 10.500. Reserve “Uit te keren jubilea” Het betreft een reserve voor de in de toekomst uit te keren ambts- en RBG-jubileumuitkeringen aan het personeel.

Deze is vanwege de stelselwijziging van BBVW naar BBV vrijgevallen vanuit de balansrubriek voorzieningen als incidentele bate. Het saldo van deze voorziening wordt in het voorstel resultaatbestemming toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Reserve “Bedrijfsvoering” Deze reserve is ingesteld om projecten te kunnen uitvoeren. De afgelopen jaren is arbeidsmarkt redelijk overspannen en kosten moeite om personeel voor vast aan te trekken of überhaupt de juiste personen aan te trekken. In 2025 heeft de RBG gewerkt aan een nieuwe arbeidsmarktcommunicatie die heeft geleid tot een nieuwe “Werken bij de RBG”website. Onze slogan is “Doen wat telt” geworden. We verwachten met behulp van deze in ons werving en selectieproces meer divers personeel aan te trekken.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

26

Reserve “Matchingskosten” Het betreft een reserve m.b.t. de vervolgacties van vooral dwangbevelopbrengsten die in een toekomstig belastingjaar plaatsvinden: het zogenaamde „matching-principe”. In de tariefstelling van de kosten (waaronder die van het dwangbevel per post) is hier rekening mee gehouden. Immers, het versturen van het dwangbevel is eenvoudig administratief te realiseren. Vanuit deze opbrengst moet ook het werk ter voorbereiding en uitvoering van een hernieuwde betekeningsronde gedekt worden. Reserve “Uitvoeringskosten kinderopvangtoeslagaffaire (KOTA)” Als gevolg van de hersteloperatie toeslagen kinderopvang heeft de RBG namens haar deelnemers belastingschulden kwijtgescholden en/of terugbetaald. Wij krijgen van de Belastingdienst door middel van periodieke aanleveringen de namen van de (getoetste) gedupeerden. In 2025 hebben wij ca. 2.800 aanvragen als gedupeerde klanten afgewikkeld nadat de Belastingdienst deze aanvragen had afgewikkeld. De volledige afronding van de hersteloperatie kan tot en met 2027 doorlopen. Tot en met december 2025 zijn ca. 15.700 dossiers van gedupeerden bij de RBG afgewikkeld naar aanleiding van berichtgeving van de Belastingdienst. In totaal dienen nog 227 aanvragen (binnen het gebied van de RBG) te worden beoordeeld door de Belastingdienst per 31-12-2025.

De effecten op de opbrengsten van de deelnemers zijn in de specifieke belastingverantwoordingen inclusief accountantsverklaring aan de deelnemers verantwoord. De compensatie van het Rijk betreft de jaren 2016-2020. De compensatie voor de uitvoeringskosten is gebaseerd op het aantal toegewezen gedupeerden bij de deelnemende gemeenten en de overeengekomen normvergoeding tussen de VNG, de Unie van Waterschappen en het Rijk. De compensatie over het jaar 2025 is ook in deze jaarrekening opgenomen. De financiële afhandeling KOTA is inmiddels vijf jaren bezig. De uiterste termijn om aan te melden als gedupeerde is bepaald op 31 december 2023. De verantwoordelijke Staatssecretaris heeft qua afhandeling toegezegd om in 2027 klaar te zijn. Er is een discrepantie in de te ontvangen compensatie uitvoeringskosten en de daadwerkelijke tijdbesteding. De toewijzers zijn qua tijd makkelijker administratief te bewerken dan de uiteindelijke afwijzers. In 2021/2022 heeft de RBG vooral van de belastingdienst toewijzers ontvangen. Tot en met 2025 zijn er inmiddels 4.000 afwijzers ontvangen. In overleg met onze accountant is eind 2022 een bestemmingsreserve ingesteld om zo de jaarlast van kosten en compensatie over de periode 2023-2027 te spreiden. In totaal is tot en met december 2025 een bedrag van € 1.422.150 gedeclareerd via de deelnemers, t.w.

- Compensatie uitvoeringskosten ‘21-‘25 gemeenten € 207.650 - Compensatie uitvoeringskosten ’21-’25 waterschappen € 1.214.500 Reserve “Bestandsoptimalisatie” In 2025 hebben we de reserve gebruikt voor de inhuur van deskundig personeel om de voorraad leegstand niet-woningen te onderzoeken en aan te passen in onze belastingadministratie. Hierdoor is een deel van de gecontroleerde niet-woningen alsnog op aanslag gekomen. In 2026 zetten we de controle van de voorraad leegstand niet-woningen voort door inhuur (€ 50.000) van deskundig personeel. We verwachten de voorraad medio 2026 tot een normaal niveau te hebben teruggebracht zodat de controle weer volledig onderdeel zal zijn van het dagelijks werk.

Jaarrapport 2025 Regionale Belasting Groep

27

Bij de nieuwe werkwijze tabelbedrijven (nieuwe toepassing tabel afvalwatercoëfficiënten) worden bedrijven ingedeeld in klasse 8, tenzij afvalwateronderzoek een lagere/hogere klasse aantoont. Deze afwijking van klasse 8 moet worden vastgelegd in het belastingsysteem en worden beschikt. Voor de administratieve werkzaamheden zal vanaf 2026 ongeveer € 100.000 worden ingezet voor de inhuur van deskundig personeel.

Terugbetaald aan deelnemers Het nog te bestemmen resultaat 2024 ad. € 1.001.800 is volgens het bestuursbesluit van 16 mei 2025 teruggestort naar de deelnemers. Voorzieningen Voorziening arbeidsgerelateerde verplichtingen a) WW-uitkeringen/transitievergoedingen Deze voorziening is vanwege de stelselwijziging van BBVW naar BBV opgeheven in 2025. € 1.300

Stand per 1-1-2025: Af: Opheffen voorziening i.v.m. stelselwijziging

€ 1.300 -/€

Stand per 31-12-2025:

-

b) Voorziening jubilea Deze voorziening is vanwege de stelselwijziging van BBVW naar BBV omgezet naar een bestemmingsreserve in 2025. € 273.500

Stand per 1-1-2025: Af: Vrijval voorziening i.v.m. stelselwijziging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17008553/1