CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 F 336 - Jaarstukken 2020 ODMH E21.001745

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Concept begroting 2022 en Jaarrekening 2020 ODMH MH21.825 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit

Verloop van de kengetallen Verslag 2019 19,2% 19,2% 21,8% 0,8% n.v.t. n.v.t.

Begroting 2020 15,8% 15,8% 21,0% 0,0% n.v.t. n.v.t.

Verslag 2020 17,7% 17,7% 22,1% -2,2% n.v.t. n.v.t.

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaliter ligt de netto schuldquote tussen 0% en 90%. Pas bij 100% wordt de kritische norm bereikt. De ODMH voldoet dus ruim aan de norm. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De ODMH verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit van de ODMH is stabiel. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele baten van de ODMH maar beperkt lager zijn dan de structurele lasten, hetgeen een financieel gezonde situatie weergeeft. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODMH.

3.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf dient inzicht te worden gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid. Voor de voorziening wordt uitgegaan van een horizon van 20 jaar. Het meerjarenonderhoudsplan geldt als een planningsinstrument. In werkelijkheid wordt altijd voordat een post wordt uitgevoerd bezien of dit inderdaad noodzakelijk is of dat enig uitstel verantwoord is of dat er beter een alternatieve oplossing kan worden gekozen. Dit leidt er toe dat sommige posten naar een volgend jaar

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

25 van 63

doorschuiven. Daar staat tegenover dat soms blijkt dat vervroegd onderhoud of vervanging noodzakelijk is of dat het veel duurder uitvalt dan voorzien. Sinds begin 2015 is het Midden-Hollandhuis eigendom van de ODMH. Voor het meerjaren onderhoud is een voorziening beschikbaar, die gebaseerd is op het meerjarenonderhoudsplan. In de jaren tot en met 2020 is beperkt onderhoud gepleegd aan het panden in 2020 is het onderhoudsplan geactualiseerd. Daarnaast wordt gewerkt aan een klimaat- en energieplan in relatie tot het pand. In verband met de actualisatie moest om BBV-technische redenen de voorziening in 2019 vrijvallen ten gunste van het resultaat. Het tijdelijk vrij te vallen saldo van de voorziening voor het meerjarenonderhoudsplan bedroeg destijds € 760.429. Via de resultaatsbestemming is dit bedrag tijdelijk in een bestemminsgreserve gestort. In 2020 is het bedrag weer onttrokken aan deze bestemmingsreserve en weer in de voorziening gestort. Ook is in 2020 de benodigde jaarlijkse dotatie aan de voorziening vastgesteld. Deze storting bedroeg in 2020 € 93.943. Met ingang van 2021 wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met dezelfde index die ook gehanteerd wordt voor het uurtarief.

3.2.4 Financiering In deze paragraaf dient de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille te worden opgenomen. In de vergadering van het algemeen bestuur van 14 maart 2019 is het Treasurystatuut van de ODMH geactualiseerd vastgesteld. In dit statuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Jaarlijks wordt zowel in de begroting als in de jaarrekening een treasuryparagraaf opgenomen. In deze paragraaf worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van de treasury vastgelegd. In het kort wordt de huidige situatie weergegeven met betrekking tot een aantal aandachtspunten: Financieringspositie De financieringspositie wordt als volgt weergegeven (bedragen x € 1.000): Ultimo 2020 6.840 0 6.840

Ultimo 2019 7.122 0 7.122

3.164 2.469 955 6.588

3.352 3.179 0 6.531

Financieringstekort

252

591

Afname financieringstekort

339

Boekwaarde vaste activa Overige verbonden partijen Totaal vaste activa Deze boekwaarde wordt gefinancierd met: Langlopende schulden Eigen vermogen Voorzieningen Totaal financiering

Kasgeldlimiet

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

26 van 63

De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (primitieve) begroting ad € 19.482.357 (zie hoofdstuk 4.4) ofwel € 1.597.553. Volgens de jaarrekening 2020 bedraagt het overschot aan vlottende middelen (bedragen x € 1.000): Totaal vlottende passiva Totaal vlottende activa Tekort middelen

4.564 4.312 252

De confrontatie van de kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld heeft periodiek plaatsgevonden. Renterisicobeheer Bij het aantrekken van langlopende financiering stelt de wet Fido een norm waaraan het renterisico van de langlopende opgenomen leningen als geheel moet voldoen. Deze norm wordt aangeduid als de renterisiconorm en bedraagt 20% van het begrotingstotaal. De aflossingen en renteherzieningen van de bestaande leningenportefeuille mogen jaarlijks deze norm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal van € 19.482.357 ofwel € 3.896.471. De toetsing van het renterisico aan de norm laat zien dat de ODMH binnen de norm blijft. De berekening van deze toetsing is als volgt: Renterisico's Renteherzieningen 2020 Aflossingen 2020 Renterisico 2020

188 188

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2020 Percentage conform regeling Renterisiconorm 2020

19.482 20% 3.896

Toetsing renterisico aan norm Renterisico Renterisiconorm Onderschrijding

188 3.896 3.708

Bedragen x € 1.000,-

Geldstromenbeheer De kosten van het geldstromenbeheer hebben wij beperkt door gebruik te maken van het “pakket geïntegreerde dienstverlening“ van de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG). Het betalingsverkeer is zoveel mogelijk uitgevoerd door de BNG. Met de Rabobank en de BNG zijn afspraken gemaakt om beschikbare middelen vast te zetten en daardoor meer aan liquiditeitsplanning te gaan doen met als doel om meer rendement te behalen. Schatkistbankieren In december 2013 is de Wet Schatkistbankieren ingevoerd. Op grond van deze wet is een drempel vastgesteld met het bedrag dat decentrale overheden buiten de schatkist mogen aanhouden. De

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

27 van 63

drempel is vastgesteld op 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000 en een maximum van € 2.500.000. Berekening drempel schatkistbankieren Primitieve begroting 2020: 19.482.357 Percentage: 0,75% Toegestane drempel: 146.118

De toegestane drempel is lager dan het minimumbedrag, zodat voor de ODMH het minimumbedrag van € 250.000 van toepassing is. Het gemiddelde saldo per kwartaal dat in 2020 buiten de schatkist is gehouden bedroeg: 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

219.999 227.889 157.600 150.337

EMU-saldo De begroting en jaarrekening van de ODMH is opgesteld conform ene (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomst de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. (bedragen x € 1.000)

1 2 3 4

5

6

7 8 9

10

11

Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) (een nadelig saldo wordt negatief weergegeven) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie:Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten Berekend EMU-saldo

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

Rekening 2019

Raming 2020

Rekening 2020

726

-858

-646

+

617

600

549

+

-760

854

955

-

759

425

268

+

-

-

-

+

-

-

-

-

-

-

-

+

-

-

-

-

39

110

16

-

-

-

-

+

-216

61

574

28 van 63

Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de ODMH voor het jaar 2020 komt uit op € 574.000 positief. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 574.000 groter zijn dan de inkomsten. Financiering Tot en met 2014 had de ODMH geen leningen. Met ingang van 2015 is daar verandering in gekomen. Met de overname van het Midden-Hollandhuis van het ISMH op 12 januari 2015 is ook de geldlening van ruim € 4 miljoen overgenomen. De leningportefeuille bestaat uit één lening met een totale omvang van € 4.198.259 per 12 januari 2015. Deze lening is in 1993 afgesloten bij de BNG. Oorspronkelijk bedroeg deze € 5.923.193 tegen een rente van 6,84 % en een looptijd van 40 jaar.

De restantschuld bedraagt per 31 december 2019 € 3.351.962. In de leningsovereenkomst van deze lening zijn per 1 juli 2003, 1 juli 2013 en 1 juli 2023 momenten voorzien waarop de rentevoet kan worden herzien. Als gevolg van renteherziening per 1 juli 2013 is de huidige rente 3,62%. De rentelasten bedroegen in 2020 € 117.937.

3.2.5 Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering werkt voornamelijk voor de ODMH, maar verricht vooral op facilitair gebied ook diensten aan de RMH en de RDOG. Human Resource: Het cluster Human Resource (HR) heeft een ondersteunende rol in de realisatie van de organisatiedoelen van de ODMH en het Streekarchief. HR geeft deskundig advies over het personeelsbeleid en de organisatieontwikkeling. Daarnaast zorgt HR voor de personeels- en salarisadministratie. Financieel beheer en Administratieve organisatie: Het cluster Financiën was belast met het financieel beheer van de ODMH en de RMH. Financiën stelt jaarlijks de programmabegrotingen, detailbegrotingen, de managementrapportages en de jaarrekeningen op. Het cluster ondersteunt het managementteam in het te voeren financieel beleid. Huisvesting en overige facilitaire onderwerpen: De aandacht binnen dit cluster is vooral gericht op het dagelijks en meerjaren onderhoud van het pand. 2020 was in voor dit cluster een heel bijzonder jaar. Een groot deel van het jaar werd voornamelijk thuisgewerkt, waardoor het pand maar weinig gebruikt is. In 2020 is het meerjaren onderhoudsplan voor het Midden-Hollandhuis geactualiseerd. De uitgaven vanuit de hiervoor gevormde voorziening zijn in 2020 beperkt gebleven.

Uitgaven aan bijvoorbeeld het luchtbehandelingssysteem zijn uitgesteld naar 2021 om aansluiting te vinden bij het vergroenings- en verduurzamingsplan, waaraan momenteel gewerkt wordt en dat naar verwachting in 2021 vastgesteld wordt. Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

29 van 63

ICT en functioneel applicatiebeheer Het cluster ICT zorgt voor de gehele ICT van de ODMH. Naast het onderhoud van de werkstations, servers en het netwerk is het cluster ook verantwoordelijk voor de telefonie. Het cluster Functioneel applicatiebeheer (FAB) verzorgt het beheer op de primair proces systemen (DMS, VTH-applicatie, koppelingen, tijdschrijven, gegevensbeheer, GIS, et cetera).Na uitvoerig onderzoek en testen heeft in 2020 een omvangrijke opwaardering van kantoorapplicaties plaatsgevonden. Deze vernieuwing draagt bij aan: • een betere beveiliging van mail en data en • consolidatie van functionaliteiten die tot voor kort door meerdere applicaties werden verzorgd; • meer beschikbare data-opslag-capaciteit, die nodig is voor het bouwen en inrichten van een redundante systeemomgeving In 2020 is ook gestart met de realisatie van een redundante systeemomgeving. De functie “primaire locatie” wordt verlegd naar een datacentrum, die een hogere beschikbaarheid en data-snelheden biedt dan de huidige locatie, die als secundaire locatie zal worden ingericht. Na de realisatie van een redundante systeem-omgeving vind implementatie van een nieuwe- en uitfasering van de oude telefooncentrale plaats. Ook is gestart met de voorbereiding op het vervangen van mobiele apparaten, waaronder smartphones.

De nieuwe kantoorapplicaties, telefooncentrale en mobiele apparaten dragen bij aan een nog verdere flexibilisering van werkplekken, beveiliging van data en stabiliteit van applicaties en systemen. Functioneel en gegevensbeheer In 2020 is gewerkt aan onder andere: • De implementatie van onze nieuwe VTH-applicatie Squit 20/20. In juni is door de leverancier aangekondigd dat Squit 20/20 volgend jaar vervangen gaat worden door een nieuwe oplossing: Rx.Mission. Dit heeft impact op de implementatie bij de ODMH. We hopen in het eerste kwartaal van 2021 een besluit te kunnen nemen met welke oplossing we “live” gaan. • De Europese aanbesteding voor de vervanging van ons DMS (Verseon). Nadat er op de eerste publicaties geen inschrijvingen volgden, heeft een nieuwe ronde wel resultaat opgeleverd, zodat in 2021 een proof of concept kan worden uitgevoerd. • De implementatie van onze nieuwe e-formulierenvoorziening Seneca Formulierenserver. • De praktijkproef “Van aanvraag tot archief” in het kader van ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit in samenwerking met gemeente Gouda, Zaaksyteem.nl, Jnet en Roxit. In deze praktijkproef wordt de samenwerking aan het behandelen van een aangevraagde omgevingsvergunning beproefd middels de hiervoor in de DSO-LV beschikbare samenwerkingsfunctionaliteit.

3.2.6 Verbonden partijen De ODMH heeft geen verbonden partijen (een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk én een financieel belang heeft). De relatie tussen de ODMH en de deelnemende gemeenten en provincie valt niet onder deze noemer.

3.2.7 Rechtmatigheid Hierna wordt ingegaan op welke wijze rechtmatigheid gevolgen heeft voor de jaarstukken.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

30 van 63

Getrouwe financiële verantwoording van een onrechtmatig beheer De getrouw opgestelde financiële verantwoording kan reeds inzicht geven in een mogelijk onrechtmatig financieel beheer. De financiële gevolgen van een mogelijk onrechtmatig beheer kunnen immers getrouw in de jaarrekening worden verwerkt, dan wel worden toegelicht. Getrouwe vermelding in het jaarverslag van een (on)rechtmatig beheer Voor de rechtmatigheid controles is het belangrijk dat de gemeenschappelijke regeling zelf vastlegt welke normeringen men onderkent inzake de uitvoering van de rechtmatigheid controle. Welke verordeningen zijn geïnventariseerd, welke betekenis is er aan de relevante bepalingen gegeven, hanteert men in het eerste jaar een “gedoogbeleid”, welke zaken zijn tussentijds geaccordeerd, enzovoorts.

3.2.8 Corona In 2020 werd de wereld geconfronteerd met de coronapandemie. In deze paragraaf wordt aan de hand van een negental vragen weergegeven hoe de ODMH hierop geanticipeerd heeft. Deze vragenlijst is opgesteld door de Provincie Zuid-Holland en eerder door de ODMH ingevuld aan de provincie retour gestuurd. 1. Hoe is de organisatie omgegaan met de COVID-19 pandemie in 2020? Toen COVID greep kreeg op ons land, hebben wij als ODMH meteen een COVID-team ingesteld. Dit team adviseerde het MT over de te volgen koers. Belangrijkste doel was meteen vanaf het begin om de gezondheid van onze medewerkers zoveel mogelijk te waarborgen. Het COVID-team kwam twee keer per week bijeen en daarnaast was er dagelijks digitaal contact over relevante ontwikkelingen. Bij alle beslissingen vormden de maatregelen van het Kabinet het (harde) uitgangspunt. 2.

Welke maatregelen zijn er binnen uw organisatie getroffen als gevolg van de COVID-19 pandemie? In eerste instantie is een zogenaamd viergroepen-schema geconstrueerd, waarbij collega’s 25% van de werktijd de gelegenheid kregen om op kantoor te werken. Deze groepen waren zo samengesteld, dat mensen uit 1 discipline in verschillende groepen zaten, zodat deze elkaar niet op werk konden besmetten en de continuïteit van de werkzaamheden daardoor gewaarborgd werd. Toen in de herfst een lockdown werd afgekondigd, is het viergroepen-systeem verlaten en is (vrijwel) iedereen thuis gaan werken. Alleen facilitaire zaken (ook in verband met onderhuurder GGD) en DIV (in verband met analoge post) hielden een vaste fysieke bezetting op kantoor. Deze situatie is tot op dit moment actueel. Pas indien landelijk versoepeling wordt afgekondigd, wordt een en ander mogelijk heroverwogen. 3. Welke werkzaamheden konden geen doorgang vinden in 2020 door COVID-19? Grosso modo konden alle werkzaamheden doorgang vinden. Dit blijkt ook uit de productiecijfers over 2020, die over de hele linie rond 100% zijn uitgekomen. In sommige gevallen is voor digitale controle gekozen, indien en voor zover mogelijk en wenselijk. 4.

Indien er bepaalde werkzaamheden geen doorgang konden vinden, hebben er dan andere werkzaamheden ter vervanging hiervan plaatsgevonden, en zo ja, welke? Alle werkzaamheden vonden plaats binnen de reikwijdte van de jaarprogramma’s en de aanvullende afspraken en opdrachten.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

31 van 63

5. Welke financiële/juridische gevolgen had COVID-19 voor de organisatie in 2020? De ODMH is in financieel opzicht goed door het eerste jaar van de COVID crisis gekomen. Er is sprake van financiële effecten, die elkaar evenwel hebben gecompenseerd. Samen met de goede productiecijfers is hierdoor een positief exploitatieresultaat over 2020 behaald. De COVID-pandemie heeft geen juridische gevolgen gehad. 6.

Welke extra kosten/uitgaven zijn er in 2020 gemaakt? Hadden deze kosten gevolgen voor het uiteindelijke jaarresultaat/liquiditeit/eigen vermogen? De ODMH heeft een aantal investeringen moeten doen om het kantoor en het wagenpark COVIDproof te maken. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan spatschermen. Daarnaast heeft de ODMH zijn personeel een uitkering gegeven voor de thuiswerkplek en voor de extra kosten van gas, licht, water, etc. Deze investeringen en uitgaven waren niet begroot en hebben derhalve een kosten opstuwend effect gehad. Daarnaast is er ook bespaard op een aantal posten. Zo is de kantine gesloten en is minder koffie (etc.) verbruikt. Ook zijn de reiskosten omlaag gegaan. Per saldo heffen de plussen en de minnen elkaar in 2020 op. Het gerealiseerde resultaat is in lijn met het resultaat dat zonder COVID verwacht werd. Welke risico’s worden verwacht voor het jaar 2021? En welke beheersmaatregelen worden daarop genomen? De verwachting is dat de productie ook in 2021 rond de 100% zal liggen, maar gelet op het verdere verloop van de pandemie is dit nu nog niet helemaal zeker. Risico’s schuilen in het langdurige ziekteverzuim ten gevolge van COVID en in de verlofstuwmeren die veel collega’s in de loop van 2020 hebben opgebouwd. Naar verwachting zullen deze verdampen zodra vrij reizen weer mogelijk wordt.

Het is dan zaak de productie en bezetting op pijl te houden. De ODMH tracht door middel van het maken van afspraken met personeelsleden de verlofstuwmeren op een zodanige manier af te bouwen, dat de operatie gewoon door kan lopen. Ten laste van het resultaat over 2020 is een voorziening getroffen voor langdurig zieke COVID patiënten, waardoor het financiële risico grotendeels wordt afgedekt. 7.

8. Is er voldoende weerstandsvermogen om de financiële gevolgen op te vangen? Ja, het weerstandsvermogen van de ODMH is op peil en wordt groot genoeg geacht om eventuele (eerste) klappen op te vangen. 9. Welke financiële gevolgen ontstaan door de risico’s en genomen beheersmaatregelen? De ODMH gaat er vanuit dat het zelf de negatieve effecten van de COVID-pandemie kan opvangen. Mocht de productie in 2021 achterblijven, dan zal tijdig gekeken worden of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. De ODMH wil te allen tijde een positief exploitatieresultaat behalen.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

32 van 63

4

Jaarrekening

Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in het jaar 2020 gerealiseerde beleid.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

33 van 63

4.1

Balans per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)

ACTIVA

Ultimo 2020

Ultimo 2019

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut

6.840 6.840

Totaal vaste activa

7.122 7.122

6.840

7.122

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Kas- en banksaldi Overlopende activa - De van Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen - Nog te ontvangen bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen - Vooruitbetaalde bedragen die ten gunste van volgende begrotingsjaren komen

3.546

3.221

613

420

2.925

2.774

8

28 184

184

208 208

583

637

9 123

27 36

319

353

132

221

Totaal vlottende activa

4.312

4.066

Totaal activa

11.152

11.188

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

34 van 63

(bedragen x € 1.000)

PASSIVA

Ultimo 2020

Ultimo 2019

Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat Voorzieningen - Onderhoudsegalisatievoorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen en risico's Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse lening van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

2.469 1.403 915 152

3.179 1.403 952 825

955 838 117

0 0 0

3.164 3.164

Totaal vaste passiva

3.352 3.352

6.589

6.531

331

214

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar - Overige schulden

Overlopende passiva - De van Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Het Rijk Overige Nederlandse overheidslichamen - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

331

214

4.232

4.442

813 1.209

679 1.605

2.210

2.159

Totaal vlottende passiva

4.564

4.657

Totaal passiva

11.152

11.188

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

35 van 63

4.2

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.

4.2.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Producten worden afgerekend volgens de methoden, zoals omschreven in de productenboeken van milieu en BWT. Bij langlopende producten van toezicht op bouwprojecten worden tussentijds uren afgerekend tot maximaal de betreffende kentallen. Systematiek afrekening Uitgangspunt is om zoveel mogelijk producten op basis van kentallen te verrekenen. De kentallen zijn gebaseerd op ervaringen en worden jaarlijks gevalideerd, evenals de regionale producten. Voor producten die vanwege hun aard of omvang niet geschikt zijn om op grond van de kentallen af te rekenen, vindt verrekening plaats op basis van een inschatting van het benodigd aantal uren per jaar en een nacalculatie op daadwerkelijk gemaakte uren na afronding van het product (maatwerk).

Er zijn werkzaamheden en activiteiten die voor de hele regio van belang zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de instandhouding van regionale beleidsontwikkeling, juridische advisering bij wetswijzigingen en de helpdesk. Voor deze producten wordt veelal een regionale verdeelsleutel gebruikt, wat wil zeggen dat de betrokken deelnemers een deel van de totale urenbesteding afrekenen op grond van bijvoorbeeld inwonersaantallen, indien en voor zover van toepassing. Iedere twee maanden wordt gerapporteerd. Tot slot is er voor de (nieuw toetredende) deelnemers de mogelijkheid om producten op basis van lumpsum af te rekenen. Bij lumpsum bepalen opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk hoeveel uren er begroot worden per product, en wordt dit aantal uren in rekening gebracht, ongeacht het werkelijk aantal geleverde uren. Vaak wordt in rapportages het werkelijk aantal producten en uren wel in beeld gebracht, om inzicht te krijgen of de inschattingen reëel zijn. Samengevat kennen we de volgende vier afrekenmethoden:

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

36 van 63

Begroting

Afrekening

Kentallen

Kental * aantal ingeschatte producten = begroot aantal uren

Kental * werkelijk aantal producten = af te rekenen uren

Urenbasis

Inschatting van het benodigd aantal uren

Werkelijk aantal gemaakte uren (op basis van het tijdschrijfsysteem Timetell) of begrote uren worden lineair afgerekend (na twee maanden 2/12e van het totaal, na zes maanden 6/12e van het totaal, enz.)

Regionaal

Uren die alle deelnemers gezamenlijk betalen voor onder meer gemeenteoverstijgend beleid of het up-to-date houden van modellen

Begrote uren worden lineair afgerekend (na twee maanden 2/12e van het totaal, na zes maanden 6/12e van het totaal, enz.)

Lumpsum

Inschatting van het benodigd aantal uren.

Begroot aantal uren

De in de jaarrekening 2020 verantwoorde opbrengsten zijn gebaseerd op de in de kolom afrekening opgenomen methodiek. Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

4.2.2 Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

37 van 63

De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Materiële vaste activa (*) Afschrijvingstermijn (in jaren)

Afschrijvingsmethode

Gronden en terreinen Gronden en terreinen

n.v.t.

n.v.t.

Bedrijfsgebouwen

50

annuïtair

Aanpassingen gebouw / verbouwingen

20

lineair

4

lineair

Installaties bedrijfsgebouw

25

annuïtair

Airconditioning

10

lineair

Airconditioning serverruimte

5

lineair

Telefooncentrale

7

lineair

Mobiele telefoons

2

lineair

Apparatuur kantine

5

lineair

Automatisering

4

lineair

Automatisering (Financiën)

6

lineair

Apparatuur (Milieu)

5

lineair

Overige machines, apparaten en installaties

10

lineair

Meubilair

10

lineair

Bodemkwaliteitskaarten

4

lineair

Bedrijfsgebouwen

Vervoermiddelen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties

Overige materiële vaste activa

(*) Afschrijvingstermijnen van de materiële vaste activa, indien en voor zover aanwezig op de balans van de ODMH

Operational leasing wordt niet als actief in de balans verwerkt. Wel wordt de omvang van de langjarige verplichtingen die uit hoofde van leasing, huur en anderszins zijn aangegaan, in de toelichting vermeld.

4.2.3 Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vooruitlopend op te ontvangen bijdragen van overheden worden de daarvoor gemaakte kosten ondergebracht bij de vlottende activa. De waardering is gebaseerd op kosten minus eventuele bijdragen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

38 van 63

4.2.4 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten. b. bestaande risico’s op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is. c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt maar de oorsprong hebben in het begrotingsjaar of een eerder begrotingsjaar en de voorziening strekt tot kostenegalisatie.

4.2.5 Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

4.2.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verplichtingen die voortvloeien uit bijdragen van overheden ondergebracht bij de vlottende passiva. De waardering is gebaseerd op bijdragen minus bestedingen.

4.2.7 Waarderingsgrondslagen WNT Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

39 van 63

4.3

Toelichting op de balans per 31 december 2020

ACTIVA 4.3.1 Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit overige investeringen met een economisch nut. Deze investeringen kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

638.771 5.102.086 1.099.407

638.771 5.365.105 1.117.851

6.840.263

7.121.726

Gronden Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: Investeringen

Boekwaarde 31-12-2019

Grond Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties

638.771 5.365.105 1.117.851

Totaal

7.121.726

Afwaardering

Bijdrage van derden

Afschrijvingen

Desinvesteringen

Investeringen

207.132 341.898 0

0

549.031

0

Boekwaarde 31-12-2020

7.189 260.379

638.771 5.165.161 1.036.331

267.568

6.840.263

Een deel van de kapitaallasten op de materiële vaste activa wordt gedekt uit bestemmingsreserves. Dit betreft enerzijds de bodemkwaliteitskaarten en anderzijds een deel van de verbouwings- en automatiseringslasten. Voor het verloop van deze reserves wordt verwezen naar hoofdstuk 4.3.3 Vaste Passiva. De totale investeringen in heel 2020 worden in het hierna volgende overzicht getoond.

Investeringsomschrijving

Beschikbaar gesteld krediet

Werkelijk besteed in 2020

Automatisering Apparatuur Meubilair - overig huisvesting

325.000 50.000 50.000

216.756 0 43.624

Totaal

425.000

260.379

De investeringen voor automatisering en meubilair zijn deels vervangingsinvesteringen. In 2020 zijn onder andere de audiovisuele middelen in de vergaderruimtes vervangen en zijn nieuwe iPads gekocht. Daarnaast zijn er nieuwe investeringen gedaan voor aansluiting op het glasvezelnetwerk, voor geheugenuitbreiding, voor een nieuwe telefooncentrale, voor meubilair in 3 nieuwe spreekkamers en voor een afvalscheidingssysteem. Vervanging van bijvoorbeeld geluidsapparatuur was in 2020 niet nodig, zodat in dat jaar aan apparatuur geen uitgaven gedaan zijn.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

40 van 63

4.3.2 Vlottende activa Onder deze paragraaf lichten we de volgende zaken toe: • uitzettingen korter dan één jaar; • liquide middelen; • overlopende activa.

Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Soort vordering

Saldo 31-12-2020

Voorziening voor oninbaarheid

Saldo 31-12-2019

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

612.544

0

419.891

2.925.061 8.196

0 0

2.773.598 27.558

Totaal

3.545.800

0

3.221.048

De uitstaande vorderingen betreffen voor het merendeel vorderingen op openbare lichamen, waartoe ook de deelnemende gemeenten en provincie behoren. Het restant betreft vorderingen op marktpartijen. De ODMH heeft geen voorziening voor oninbaarheid. In december 2013 is de Wet Schatkistbankieren ingevoerd. Op grond van deze wet is een drempel vastgesteld met het bedrag dat decentrale overheden buiten de schatkist mogen aanhouden. De drempel is vastgesteld op 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000 en een maximum van € 2.500.000. De toegestane drempel is lager dan het minimumbedrag, zodat voor de ODMH het minimumbedrag van € 250.000 van toepassing is. Het gemiddelde saldo per kwartaal dat in 2020 buiten de schatkist is gehouden bedroeg: 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal

219.999 227.889 157.600 150.337

De ODMH heeft voldaan aan de norm.

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:

Kassaldi Banksaldi

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

87 183.554

510 207.332

183.641

207.842

41 van 63

De rekening-courantverhouding met het Rijk voor het schatkistbankieren is opgenomen onder de uitzettingen korter dan één jaar.

Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden:

De van Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan zijn door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel het Rijk overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Vooruitbetaalde bedragen dien ten gunste van volgende begrotingsjaren komen

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

8.762 122.524

27.047 36.410

318.966

352.850

132.255

220.814

582.505

637.121

De posten nog te ontvangen bedragen van de verschillende overheidslichamen betreffen het saldo van reeds gedane uitgaven. Hiertegenover zijn door overheidsinstellingen nog bijdragen en/of subsidies toegezegd. Deze moeten op balansdatum echter nog worden ontvangen. De specificatie van dit bedrag luidt: Omschrijving project

Middelen te ontvangen van:

Voorbereidingssubs. gevelmtr. 137 woningen N228 Vlist Voorbereidingssubs. gevelmtr. Schielandweg Zuidplas Aanvr. Uitv.subs. gevelmtr. Bredeweg Zuidplas Voorbereidingssubs. gevelmtr. Noordeinde Zuidplas Voorbereidingssubs. gevelmtr. Moerkapelse zijde Zuidplas Voorb.subs. gevelmtr. BK-weg, Kreftlaan en Zuidlaan N207 en Zijde Boskoop BSV uitvoeringssubsidie Uitvoeringssubsidie Dammekant Bodegraven Reeuwijk Uitvoeringssubsidie Noordeinde Zuidplas Voorber.subs. 1e Tochtweg Zuidplas, deel reconstructie Update provinciale bodemdata Uitvoeringssubsidie Kerkweg-oost Waddinxveen Uitvoeringssubsidie N228 Vlist 137 woningen Bodemsanering Reijm Krimpenerwaard Werkzaamheden provincie p(ZZS) PFAS-onderzoek BKK Midden-Holland Begeleiding Ecoschool Totaal

Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen

Saldo per 1-1-2020 9.988 2.023 0 491 0 0 18.575 6.439 3.506 13.610 4.226 777 3.822 0 0 0 0 63.457

Mutaties Aanwending balans + + 9.988-

Vrijval

Toevoegingen

+

-/-

Saldo per 31-12-2020

4.475

3.822256.649-

270.460-

33.698

728-

37.196

322.813 14.296 57.644 273 428.723

728-

89.707

48.037

2.023 491 18.575 1.964 3.506 13.610 0 777 66.163 14.296 9.607 273 131.285

Algemene toelichting op de verschillende soorten mutaties: Mutaties balans: Deze projecten muteren van activa naar passiva of omgekeerd, afhankelijk van het saldo van deze projecten; Aanwending: In deze kolom worden de bestedingen voor de projecten weergegeven; Vrijval: Ten gunste of ten laste van de exploitatie komende resultaten van de projecten. Een negatief bedrag toont een tekort in het project. Een positief bedrag laat zien dat project met een overschot eindigt; Toevoegingen: In deze kolom worden de inkomsten van de projecten weergegeven.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

42 van 63

PASSIVA 4.3.3 Vaste passiva Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten:

Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

1.402.500 914.656 152.214

1.402.500 952.108 824.518

2.469.371

3.179.126

Het totale resultaat van de ODMH over het jaar 2020 bedraagt € 152.214 positief. In onderstaand overzicht wordt een uiteenzetting gedaan van de stand en de mutaties van de reserves. Hierin is nog geen rekening gehouden met de bestemming van het resultaat 2020. Omschrijving

Saldo aan het Bestemming begin 2020 resultaat vorig jaar

Saldo begin 2020 na resultaatbestemming

Toevoegingen

Vrijval

Onttrekkingen Vermindering ter dekking van afschrijving

Saldo ultimo 2020

Algemene Reserve Algemene reserve

Totaal Algemene Reserve

1.402.500

1.402.500

1.402.500

1.402.500

0

1.402.500

0

0

0

0

1.402.500

91.121 106.652 494.528 112.500 87.307 60.000 0

760.429

91.121 106.652 494.528 112.500 87.307 60.000 760.429

6.075

85.046 115.743 461.560 105.000 87.307 60.000 0

952.108

760.429

1.712.537

9.091

0

760.429

46.543

914.656

2.354.608

760.429

3.115.037

9.091

0

760.429

46.543

2.317.156

Bestemmingsreserves BR Informatisering/Automatisering BR Bodemkwaliteitskaarten BR Verbouwing BR Digitalisering BR Externe Veiligheid BR Ontwikkelingen BR Meerjaren onderhoud Totaal Bestemmingsreserves Totaal Reserves

9.091 32.968 7.500

760.429

Resultaat Resultaat

824.518

-824.518

0

152.214

Totaal Resultaat

824.518

-824.518

0

152.214

0

0

0

152.214

3.179.126

-64.089

3.115.037

161.305

0

760.429

46.543

2.469.371

Totaal Eigen Vermogen

152.214

Slechts de onttrekking aan de bestemmingsreserve ontwikkelingen heeft een incidenteel karakter. Structureel zijn de toevoeging aan de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten en de onttrekkingen ter dekking van kapitaallasten. Begin 2020 had de ODMH de beschikking over 7 bestemmingsreserves. Onderstaand volgt per bestemmingsreserve een korte toelichting: - De bestemmingsreserve informatisering/automatisering dient ter structurele dekking van investeringen op automatiseringsgebied. Deze reserve bedroeg oorspronkelijk ruim € 120.000 en wordt gedurende 20 jaar als dekkingsmiddel ingezet. - Uit de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten worden de jaarlijkse kapitaallasten van de bodemkwaliteitskaarten gedekt. Deze zijn op 1 januari 2012 in gebruik genomen en daarna in 2016 geactualiseerd. Eind 2019 zijn de kaarten vanuit financieel oogpunt bekeken volledig afgeschreven. Sinds 2012 wordt ook jaarlijks een bedrag gelijk aan 100 productieve uren in der

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

43 van 63

-

-

-

-

-

reserve gestort. Hiermee wordt gereserveerd voor toekomstige actualisering/vervanging van de kaarten. Dit betreft dus een structurele toevoeging. Er zijn onttrekkingen geraamd aan deze reserve ter gedeeltelijke dekking van kosten voor de decentralisatie van bodemtaken (warme overdracht bodemtaken). De verwachting is dat deze kosten in 2021 gemaakt worden en dan niet volledig uit de jaarprogramma’s betaald kunnen worden. De benodigde, extra dekking hiervoor is geraamd op € 50.000. Het resterende bedrag van de bestemmingsreserve wordt ingezet voor het actualiseren van de bodemkwaliteitskaarten en de nota bodembeheer (grondverzet). De huidige kaarten moeten medio 2021 vervangen zijn, want dan zijn de 5 jaar voorbij. In 2013 is de bestemmingsreserve verbouwing gevormd. Deze reserve dient ter structurele dekking van de kapitaallasten van de verbouwing van het Midden-Hollandhuis. De reserve wordt gedurende 20 jaar ingezet, hetgeen gelijk is aan de afschrijvingstermijn van de verbouwing. De bestemmingsreserve digitalisering is gevormd in 2013 en dient ter structurele dekking van de kapitaallasten van de digitaliseringsinvesteringen, die verband houden met de van de invoering van het flexwerken. Deze reserve bedroeg oorspronkelijk € 150.000 en wordt gedurende 20 jaar als dekkingsmiddel ingezet.

De bestemmingsreserve externe veiligheid is in 2014 gevormd en is bedoeld ter dekking van afnemende subsidiebijdragen in de komende jaren. De onttrekkingen zullen een incidenteel karakter hebben. De bestemmingsreserve ontwikkelingen is gevormd in 2016 via de resultaatbestemming. Deze bestemmingsreserve dient ter dekking van de implementatiekosten van nieuwe wetgeving, zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De invoering van beide wetten wordt verwacht op 1 januari 2021. De onttrekking aan deze reserve is incidenteel van aard. De voor 2020 geraamde onttrekking is niet uitgevoerd vanwege het uitstel van de invoering van de Omgevingswet. De hieraan verbonden implementatiekosten worden nu in 2021 verwacht, zodat ook de onttrekking voor dat jaar gepland is. De Bestemmingsreserve Meerjaren onderhoud is gevormd bij de resultaatbestemming van het jaar 2019. Omdat bij het opstellen van de jaarrekening 2019 geen actueel meerjaren onderhoudsplan voorhanden was, moest om BBV-technische redenen de voorziening voor het onderhoud vrijvallen ten gunste van het resultaat. Bij de resultaatbestemming is het vrijgevallen saldo van € 760.429 in de bestemmingsreserve gestort. Na het gereedkomen van het nieuwe onderhoudsplan in 2020 is het saldo weer in de betreffende voorziening gestort.

Voorzieningen Voorzieningen zijn in de volgende categorieën in te delen: 1 onderhoudsvoorzieningen; 2 bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; 3 verplichtingen of verliezen waarvan de omvang onzeker is, doch waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten; 4 van derden verkregen middelen welke specifiek besteed moeten worden.

Onderhoudsegalisatievoorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen en risico's

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

838.263 117.035

0 0

955.298

0

44 van 63

In 2013 is de voorziening personeel gevormd. Deze voorziening is bestemd voor de dekking van incidentele personeelslasten. Deze voorziening valt onder categorie 2. In 2020 is een toevoeging gedaan aan de voorziening personeel. Het coronavirus heeft er voor gezorgd dat enkele medewerkers langdurig ziek geworden zijn. Om een dreigend financieel probleem te voorkomen in 2021 is het bovenmatige ziekteverzuim per einde 2020 gekwantificeerd en is de uitkomst daarvan in de voorziening personeel gestort. Dit bedrag kan in 2021 en eventueel ook nog in 2022 ingezet worden voor de tijdelijke vervanging van de vaste medewerkers. Het bedrag dat in de voorziening gestort is bedraagt € 117.035.. De voorziening meerjarenonderhoudsplan valt onder categorie 1 en betreft het groot onderhoud van het Midden-Hollandhuis. Het onderhoudsplan is in 2020 herzien. Om BBV-technische redenen is de voorziening in 2019 vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Na de actualisatie is de voorziening opnieuw gevormd en is het vrijgevallen resultaat weer in de voorziening gestort. In 2021 wordt de duurzaamheidsopgave voor het pand verder uitgewerkt. De onzekerheden die als gevolg daarvan nu nog in de voorziening zitten, worden dan uitgekristalliseerd. In het hierna volgende overzicht wordt een uiteenzetting gedaan van de stand en de mutaties van beide voorzieningen.

Voorzieningen

Saldo 31-12-2019

Onttrekkingen

Voorziening personeel Voorziening onderhoud

0 0

0 16.109

Totaal voorzieningen

0

16.109

Vermindering ter dekking Toevoegingen van afschrijving

Vrijval

0 0

Saldo 31-12-2020

117.035 854.372

0 0

117.035 838.263

971.407

0

955.298

Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt:

Onderhandse lening van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

3.163.885

3.351.962

3.163.885

3.351.962

In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2020. Soort vordering

Saldo 31-12-2019

Vermeerderingen

Aflossingen

Saldo 31-12-2020

Onderhandse lening

3.351.962

-

188.077

3.163.885

Totaal

3.351.962

-

188.077

3.163.885

In 2015 is tegelijkertijd met het Midden-Hollandhuis de langlopende lening van het ISMH overgenomen. De voorwaarden van deze geldlening zijn gelijk gebleven. De rentevast periode loopt af op 30 juni 2023. Tot die tijd bedraagt het rentepercentage 3,62%.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

45 van 63

De totale rentelast voor het jaar 2020 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt € 117.937.

4.3.4 Vlottende passiva Op basis van het BBV dienen niet-bestede middelen van uitkeringen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel als ‘vooruitontvangen middelen’ op de balans verantwoord te worden onder de overlopende passiva. Verder zijn onder de vlottende passiva ook kortlopende schulden opgenomen. Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

331.309 4.232.348

214.324 4.442.326

4.563.658

4.656.650

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

331.309

214.324

331.309

214.324

Overige schulden < 1 jaar Overlopende passiva

Kortlopende schulden < 1 jaar De samenstelling van de kortlopende schulden is als volgt:

Crediteuren

Overlopende passiva De post overlopende passiva kan als volgt onderscheiden worden:

De van Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren het Rijk overige Nederlandse overheidslichamen Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

813.278 1.208.633

678.736 1.604.568

2.210.437

2.159.022

4.232.348

4.442.326

De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen (met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume) zijn de volgende schulden:

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

46 van 63

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

320.443 1.213.179 676.815

788.354 1.039.751 330.916

2.210.437

2.159.022

Af te dragen BTW Af te dragen premies en sociale verzekeringen Overige nog te betalen bedragen

Het nog te betalen bedrag betreft kosten van 2020, die pas in 2021 gefactureerd zijn en betaald worden. In dit bedrag is ook € 105.000 opgenomen voor het bovenmatige verlofsaldo door COVID-19. Doordat vakanties voor een groot deel niet doorgegaan of ingekort zijn, is er een verlofstuwmeer ontstaan. De posten nog te besteden middelen van de verschillende overheid betreffen het saldo van ontvangen bedragen van overheidsinstellingen waartegenover nog verplichtingen staan. De specificatie van dit bedrag is als volgt: Omschrijving project

ISV3 Nazorg Groenhovenpark Raadhuis-Zoutmansweg - afh. won. saneringslijst Reeuwijk N207 Waddinxveen geluidsanering - stil asfalt Nazorg (NAVOS, Holl. IJssel Projecten, nazorg BOS) Werkbudget spoedlocaties Aanvraag voorber.subsidie bij BSV afh. won. op B-lijst Voorbereidingssubs. gevelmtr. 137 woningen N228 Vlist Afh. Woningen boven plandrempel Gouda Voorbereidingssubsidie Gecombineerde san.lijsten Dammekant Voorbereidingssubsidie gevelmtr. Bredeweg Zuidplas Voorbereidingssubsidie gevelmtr. Moerkapelse zijde Zuidplas Aanvr. Uitvoeringssubsidie gevelmtr.Middelweg Moordrecht Voorbereidingssubsidie gevelmtr.

BK-weg, Kreftlaan en Zuidplein Voorbereidingssubsidie Kerkweg Oost Waddinxveen Voorbereidingssubsidie BSV 1e Tochtweg Zuidplas Beheer en onderhoud zwemwaterborden Ondersteuningsstructuur VNG energie-aanpak Saneringsproject geluid Schoonhoven Saneringsproject geluid Bergambacht Saneringsproject geluid Ouderkerk Vulling Geoweb en koppelen bodemrapporten AadR Opstellen geluidskaarten Waddinxveen Stedebouwkundige visie Bodegraven Reeuwijk Programmamanagement regionale energiestrategie Geluidssanering Industrielawaai Gouda ISV-aanpak verduurzaming particuliere woningbouw Voorbereidingssubsidie Goudseweg Bodegraven Verkeersmodule MH Inkooptraject groene stroom Uitvoeringsubsidie Noordeinde Zuidplas Onderzoeksvoorstel archeobotanie Uitvoeringssubsidie Kerkweg-oost Waddinxveen Provinciale ondersteuning regionaal energieloket Uitvoeringssubsidie N228 Vlist 137 woningen Online aanvragen provinciale diensten Publieksbereik archeologie Alphen aan den Rijn Woningen Zijde n.a.v.

actieplan Boskoop Voorbereidingssubsidie Reigerstraat Gouda Voorbereidingssubsidie Wachtelstraat Gouda Intensivering duurzaamheid Bodemsanering Reijm Krimpenerwaard Uitvoeringssubsidie Bredeweg Moerkapelle Uitvoeringssubsidie stil asfalt Goudseweg Bodegraven Uitvoeringssubsidie Fluwelensingel cluster 1 Gouda Uitvoeringssubsidie Blekersingel cluster 2 Gouda Uitvoeringssubsidie Fluwelensingel cluster 5 Gouda Voorbereidingssubsidie Bodegraafsestraatweg Gouda Voorbereidingssubsidie Geluidsanering Krimpen aan den Lek Regionaal energieloket voor bedrijven Erfgoed in gebiedsgenese in Midden-Holland Totaal

Middelen ontvangen van:

Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Het Rijk Ov. Ned. overheidslichamen Ov. Ned. overheidslichamen

Saldo per 1-1-2020 381.070 29.242 4.112 14.451 78.465 363.335 15.895 0 22.023 3.719 6.485 1.494 2.983 2.608 2.973 89.374 209.601 8.050 20.634 15.000 59.993 22.813 12.943 11.875 8.742 28.209 189.046 58.702 49.913 8.265 0 1.600 0 20.353 0 117.959 823 42.237 33.150 29.400 26.798 256.649 2.534 29.785 0 0 0 0 0 0 0 2.283.304

Mutaties balans +

-9.988

Aanwending -/35.614,11 1.367,15 875,00

Vrijval

Toevoegingen

-/-

+

89.272,37 150.810,26 6.197,00 330,00

Saldo per 31-12-2020

44.196,00 194.600,00 34.420,00

113,64 391,18 322,50

94.811,40 500,01 2.666

4.668,60

5.686-

11.875 2.864 10.703

1.749 3.500

80.362

3.822-

11.770 45.458 823 4.691 9.348 21.364

256.6492.116 2.704

270.460-

493.958

823

38.125 37.250 23.000 30.600 31.200 70.000 31.500 631.692

Algemene toelichting op de verschillende soorten mutaties:

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

47 van 63

345.456 27.875 3.237 14.451 33.388 407.124 9.698 24.102 22.023 3.605 6.094 1.494 2.661 2.608 2.973 89.374 119.458 7.550 17.968 15.000 65.679 22.813 12.943 5.878 17.505 189.046 58.702 128.526 4.765 1.600 20.353 7.948 72.500 37.545 23.803 29.400 5.434 418 29.785 35.421 37.250 23.000 30.600 31.200 70.000 31.500 2.149.755

• Mutaties balans: Deze projecten muteren van activa naar passiva of omgekeerd, afhankelijk van het saldo van deze projecten; • Aanwending: In deze kolom worden de bestedingen voor de projecten weergegeven; • Vrijval: Ten gunste of ten laste van de exploitatie komende resultaten van de projecten. Een negatief bedrag toont een tekort in het project. Een positief bedrag laat zien dat project met een overschot eindigt; • Toevoegingen: In deze kolom worden de inkomsten van de projecten weergegeven.

4.3.5 Niet uit de balans blijkende verplichtingen De ODMH is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: Jaaroverschrijdende contracten. Op de balansdatum 31 december 2020 heeft de ODMH een drietal langlopende contracten, welke een restantverplichting voor 2021 en verdere jaren hebben van meer dan € 50.000 per contract. Deze contracten betreffen de licentiekosten voor Squit iBis en Squit 20/20 en huur- en servicelasten van Kyocera voor de printers. Laatstgenoemd contract is in 2020 afgesloten voor de duur van 5 jaar. In totaal vertegenwoordigen deze contracten een restantverplichting ultimo 2020 van bijna € 829.000. Leasecontracten auto’s De ODMH leaset een aantal dienstauto’s. De aanleiding hiertoe is het streven om het sterk oplopen van de reiskosten een halt toe te roepen. Om het elektrisch rijden te bevorderen en zelf het goede voorbeeld te geven wordt voor een groot deel gebruik gemaakt van elektrische auto’s. Door de groei van de organisatie gaat het inmiddels in totaal om 13 dienstauto’s. In 2018 is het leasecontract (Europees openbaar) aanbesteed en aansluitend zijn aan het begin van 2019 de nieuwe auto’s besteld. De verschillende auto’s zijn in het 2e/3e kwartaal 2019 afgeleverd en in gebruik genomen.

In 2020 zijn er geen wijzigingen aangebracht in het wagenpark. De totale jaarlijkse leasekosten bedragen, afhankelijk van het aantal gemaakte kilometers, ongeveer € 82.000. In 2024 wordt het leasecontract opnieuw aanbesteed met als doel om begin 2025 de nieuwe auto’s in gebruik te nemen. De totale verplichting van het huidige wagenpark tot 2025 bedraagt ongeveer € 268.000. Verlofsaldi Het aantal verlofuren bij de ODMH per balansdatum bedraagt 10.505. Gemiddeld voor de 182 fte’s van de ODMH zijn dat 57,6 verlof- en plusuren per medewerker. Dit blijft ruim binnen het gestelde maximum van 72 verlofuren en 24 plusuren, dat per medewerker meegenomen mag worden naar een volgend jaar. De uren vertegenwoordigen een waarde van € 503.018. In de jaren 2017 tot en met 2019 waren er gemiddeld 8.297 verlofuren aan het eind van het jaar. Omdat het totaal aan verlofuren eind 2020 flink hoger is dan dit gemiddelde, is voor het meerdere (2.208 uur) een nog te betalen schuld opgenomen. Verminderd met het deel waarvoor dus een schuld is opgenomen, resteert een niet uit de balans blijkende verplichting van 8.297 uur, ofwel € 397.300.

Jaarstukken 2020, Omgevingsdienst Midden-Holland

48 van 63

4.4

Overzicht van baten en lasten

Samen met de balans vormt het overzicht van baten en lasten de jaarrekening 2020. De jaarrekening geeft inzicht in het financiële eindresultaat 2020 met een analyse en toelichting op de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting. Rekening 2019

Overzicht van baten en lasten Omschrijving Programma Baten en lasten Programma milieu Programma bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Vennootschapsbelasting Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma milieu Programma bouw- en woningtoezicht Overhead Totaal mutaties reserves Resultaat

Overzicht van baten en lasten Omschrijving Programma Baten en lasten Programma milieu Programma bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Vennootschapsbelasting Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma milieu Programma bouw- en woningtoezicht Overhead Totaal mutaties reserves Resultaat

Lasten

Baten

9.586.459 -13.503.922 4.823.471 -6.552.641 6.006.288 -1.209.900 124.626 0 0 0 20.540.845 -21.266.463 8.843 0 0 8.843

Programmabegroting 2020 Saldo

Lasten

-3.917.463 -1.729.170 4.796.389 124.626 0 -725.618

9.602.068 -13.476.213 3.685.458 -5.415.711 6.076.894 -447.566 117.937 0 0 0 19.482.357 -19.339.490

0 0 -107.743 -107.743

8.843 0 -107.743 -98.900

20.549.688 -21.374.206

-824.518

9.091 0 0 9.091

Baten

10.236.071 -14.533.752 4.646.554 -6.297.988 7.162.854 -473.795 117.937 0 0 0 22.163.416 -21.305.535 9.091 0 0 9.091

Saldo -3.874.145 -1.730.253 5.629.328 117.937 0 142.867

-44.215 0 -107.743 -151.958

-35.124 0 -107.743 -142.867

19.491.449 -19.491.449

0

Begroting 2020 ná wijziging Lasten

Baten

Rekening 2020

Saldo

Lasten

-4.297.681 -1.651.434 6.689.059 117.937 0 857.881

9.702.487 -14.254.244 4.719.476 -6.520.402 7.348.615 -468.203 117.937 0 0 0 21.888.515 -21.242.848

0 0 -866.972 -866.972

9.091 0 -866.972 -857.881

22.172.507 -22.172.507

0

9.091 0 0 9.091

Baten

Saldo -4.551.757 -1.800.926 6.880.412 117.937 0 645.667

0 0 -806.972 -806.972

9.091 0 -806.972 -797.881

21.897.606 -22.049.820

-152.214

4.4.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2020 Het overzicht van baten en lasten 2020 beslaat de periode 1 januari tot en met 31 december 2020. In 2019 is de programmabegroting 2020 vastgesteld De baten van de programma’s milieu en BWT bestaan voor het overgrote deel uit de bijdragen voor de jaarprogramma’s door de deelnemers. De lasten van de ODMH zijn grofweg in 2 categorieën op te delen, namelijk personeelskosten en apparaatskosten. De apparaatskosten maken onderdeel uit van de overheadkosten en bestaan voor een groot deel uit huisvestingslasten, automatiseringslasten en afschrijvingslasten. Per 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen in werking getreden. Ondersteund door een fiscalist van Deloitte heeft de ODMH onderzocht welke gevolgen deze wet heeft voor de dienst. Geconcludeerd is dat de ODMH aangemerkt wordt als

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10135117/1