Bijlage 2 Concept tekst regeling recreatieschap Rottemeren wijzigingen geel A24.000685
Tekst van het document
22
gemengde regeling één raadslid mocht afvaardigen als lid van het algemeen bestuur en zodoende dat raadslid een stem in het algemeen bestuur had. Dat het hier gaat om verlengd lokaal bestuur maakt dat het bestuur van het Recreatieschap bijzondere verplichtingen inzake gevraagde en ongevraagde informatieverstrekking en het afleggen van verantwoording kent. Om de belangen van de deelnemers verder te borgen bevat de gemeenschappelijke regeling – in aanvulling op wat de Wet gemeenschappelijke regelingen voorschrijft – afspraken over de gewenste stemverhoudingen (w.o. het uitgangspunt van consensus, en in bepaalde gevallen de mogelijkheid van afwijking daarvan) voor besluitvorming in het bestuur inzake bepaalde belangrijke besluiten. Terrein beherende organisatie Het Recreatieschap moet in staat zijn de feitelijke uitvoering van taken en bevoegdheden over te laten aan een of meer TBO’s. Aan het Recreatieschap wordt de ruimte gelaten om de juridische wijze waarop deze uitvoering wordt overgelaten of opgedragen aan de TBO nader te bepalen. Om het Recreatieschap in staat te stellen daartoe de meeste passende en juridisch correcte en bestuurlijk gewenste (denk o.m.
aan eisen inzake aanbestedingsrecht en Wet markt en overheid, opvattingen over mate van zeggenschap) vorm te kiezen biedt, de gemeenschappelijke regeling daarvoor verschillende handvatten (verlenen van overeenkomst van opdracht, gronduitgifte in erfpacht, subsidieverlening, deelname in rechtspersonen).
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Dit artikel bevat een aantal definities en begripsbepalingen. Artikel 2 Het eerste lid bepaalt dat de deelnemers ten behoeve van hun samenwerking een openbaar lichaam hebben opgericht. De vestigingsplaats daarvan is Lansingerland. Het tweede lid benoemt conform artikel 10, eerste lid, van de Wet de belangen ter behartiging waarvan het openbaar lichaam is opgericht. Ter realisering van voornoemde belangen heeft het samenwerkingsverband de in het derde lid genoemde taken. Voor elk van deze taken geldt dat het Recreatieschap deze taken alleen heeft voor zover deze strekken tot realisering van de belangen als bedoeld in het tweede lid. Ten behoeve van de voorbereiding van de door de gemeenteraden vast te stellen kaders wordt een adviescommissie ingesteld (lid 4). In deze adviescommissie nemen in ieder geval ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemers plaats (artikel 23 lid 4).
Artikel 3
23
Artikel 3 bepaalt dat de colleges van burgermeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, gezamenlijk of afzonderlijk, het bestuur kunnen verzoeken de regeling te evalueren.
Artikel 4 Het eerste lid bepaalt – conform artikel 33 van de Wet - dat de door de colleges overgedragen bevoegdheden berusten bij het algemeen bestuur. Dit lid regelt tevens – conform artikel 33a van de Wet – dat het algemeen bestuur deze bevoegdheden kan overdragen. Het tweede en derde lid regelen welke collegebevoegdheden inzake de recreatie bij deze regeling worden overgedragen aan het algemeen bestuur. Het gaat dan in de eerste plaats om alle bevoegdheden die in de gebiedsverordeningen door de gemeenteraad zijn geattribueerd aan het college en om de collegebevoegdheden inzake toezicht en handhaving van de regels in voornoemde gebiedsverordeningen. Het gaat daarbij in de tweede plaats om de collegebevoegdheid tot verlening van subsidie ten behoeve van de behartiging van de aan het recreatieschap opgedragen belangen. Het vierde lid stelt zeker dat het dagelijks bestuur de praktische uitvoering van haar taken kan opdragen (mandateren) aan ambtenaren van de deelnemers. In het vijfde lid is geregeld dat het dagelijks bestuur een openbaar toegankelijk register bijhoudt. Dit register vermeldt de gebiedsverordeningen en subsidieverordeningen van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten als bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede van de bevoegdheden uit deze verordeningen die krachtens deze regeling zijn overgedragen aan het algemeen bestuur.
Artikel 5 Het samenwerkingsverband kent een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en een voorzitter. Het samenwerkingsverband heeft overigens ook een secretaris; dat is geregeld in artikel 22. Daarnaast kunnen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur adviescommissies instellen (zie ook artikel 23). Het algemeen bestuur mag voorts bestuurscommissies instellen waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur kunnen worden overgedragen (zie ook artikel 24). Artikel 6 en 7 In deze artikelen is geregeld ten aanzien van welke besluiten het bestuur beslist of de mogelijkheid tot burgerparticipatie wordt geboden en op welke wijze. Artikel 8 Dit artikel regelt de samenstelling van het algemeen bestuur. Daarbij geldt op grond van de Wet dat alleen uit de colleges uit hun midden leden van het algemeen bestuur kunnen worden benoemd. Het is de colleges toegestaan tevens plaatsvervangende leden te benoemen. Artikel 9 Voor een goed functioneren van het samenwerkingsverband is tijdige en periodieke afstemming nodig tussen de deelnemers en het samenwerkingsverband, onder over zaken die het omgevingsrecht aangaan (zie ook artikel
24
27). Ten behoeve van deze afstemming wordt een vaste (gecombineerde) adviescommissie voor advies aan het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ingesteld. Artikel 10 Dit artikel geeft een nadere uitwerking van de bevoegdheden van het algemeen bestuur. Artikel 10, tweede lid sub c maakt het algemeen bestuur bevoegd om te bepalen dat een terrein beherende organisatie wordt belast met de uitvoering van taken van het recreatieschap. Daarmee kan het algemeen bestuur zowel bepalen of, en zo ja, in welke mate een terrein beherende organisatie met de uitvoering van deze taken kan worden belast. Het algemeen bestuur is bovendien bevoegd te bepalen op welke juridische wijzen de terrein beherende organisatie met deze taken kan worden belast (bijvoorbeeld, overeenkomst van publiek-publieke samenwerking, een aan te besteden overeenkomst van opdracht, erfpacht, subsidieverlening). Hiertoe heeft de regeling het algemeen bestuur in beginsel alle relevante bevoegdheden gegeven. Artikel 10 lid 2 sub d bepaalt – conform artikel 31a, eerste lid, van de Wet – dat het algemeen bestuur mag besluiten dat het openbaar lichaam deelneemt in een privaatrechtelijke rechtspersoon (stichting, vereniging, BV, etc.) dan wel een privaatrechtelijke rechtspersoon (mede)opricht.
Deze deelname in en oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon is ingevolge artikel 31a, eerste lid, van de Wet overigens alleen toegestaan indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Op een besluit tot deelname in of oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon is ingevolge artikel 31a, tweede lid, van de Wet een wensen- en bedenkingenprocedure bij de gemeenteraden van toepassing. Artikel 11 tot en met 15 Deze artikelen regelen de samenstelling en werkwijze van het algemeen bestuur. Hier wordt ook geregeld de wijze waarop het algemeen bestuur de gemeenteraden en colleges inlichtingen verstrekt en waarop een lid van het algemeen bestuur verantwoording aflegt aan het college dat hem heeft aangewezen. Artikel 16 tot en met 19 Deze artikelen regelen de samenstelling en werkwijze van het dagelijks bestuur. Hier wordt ook geregeld de wijze waarop de leden van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur inlichtingen verstrekken en verantwoording afleggen. Artikel 20 Dit artikel regelt – conform artikel 33b van de Wet – de bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Artikel 21 Dit artikel regelt de verantwoordelijkheid van het gehele bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter) om de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd te informeren.
25
Artikel 22 en 23 Deze artikelen bevatten specifieke bepalingen de taken en bevoegdheden van de voorzitter, alsmede voor de aanstelling en taken van de secretaris. Artikel 24 en 25 Het recreatieschap kan beschikken over adviescommissies en bestuurscommissies. Ingevolge artikel 24, vierde lid, van de regeling heeft het recreatieschap in ieder geval een (vaste) adviescommissie ten behoeve van de algemene kaderstelling door de gemeenteraden. Het algemeen bestuur kan ingevolge artikel 25 voorts bepalen dat een bestuurscommissie wordt ingesteld. Aan een dergelijke bestuurscommissie kunnen bevoegdheden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur worden overgedragen. Op een dergelijk voornemen tot overdracht van bevoegdheden is een wensen- en bedenkingenprocedure bij de gemeenteraden van toepassing. Artikel 26 Conform artikel 10 vijfde en zesde lid van de Wgr, regelt dit artikel dat geen besluiten van het bestuur voor zienswijzen voorgelegd worden aan de raden van de deelnemende gemeenten, anders dan die besluiten waarvan in deze regeling of in de Wgr is vastgelegd dat deze voor zienswijze aan de raden zullen worden voorgelegd. Artikel 27 De gemeenteraden stellen de algemene kaders vast waarbinnen het recreatieschap tot uitvoering van haar taken dient te komen.
Om het recreatieschap in staat te stellen tot een zo efficiënt en effectief mogelijke taakuitvoering te komen dienen de deelnemers zich ervoor in te spannen dat hun gemeenteraden zo veel mogelijk eensluidende kaders en beleid vaststellen. Het algemeen bestuur kan in dat kader de gemeenteraden verzoeken om door het algemeen bestuur opgestelde concepten voor kaders en beleid vast te stellen. Artikel 28 Dit artikel regelt de stemverhoudingen binnen het algemeen bestuur en dagelijks bestuur, alsmede de onderwerpen waarover bij consensus (hoofdregel) moet worden besloten. Tevens regelt dit artikel ten aanzien van welke onderwerpen kan worden besloten bij twee derde meerderheid en bij aanvullende voorwaarden, indien consensus niet wordt bereikt. Artikel 29 tot en met 36 Deze artikelen regelen de financiële bepalingen voor het recreatieschap, alsmede de archivering van stukken van het recreatieschap. Hier wordt ook de kostenverdeelsleutel geregeld (artikel 34 lid 1), alsmede de wijze waarop wordt omgegaan met batige en nadelige saldi (artikel 36). Artikel 37
26
Ingevolge de Archiefwet 1995 zijn overheidsorganen verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. Een regeling waarbij een of meer taken van een overheidsorgaan worden overgedragen aan een ander overheidsorgaan, hetgeen in deze gemeenschappelijke regeling aan de orde is, houdt een voorziening in omtrent de archiefbescheiden. Hierin wordt voorzien in artikel 37. Artikel 38 tot en met 48 Deze artikelen regelen de wijze van toetreding tot, wijziging van, uittreding uit en opheffing van het recreatieschap. Conform de Wet dient dit te geschieden op basis van besluiten van de colleges, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden. In geval van opheffing van het recreatieschap geschiedt de verdeling van baten en lasten in het kader van de liquidatie conform de kostenverdeelsleutel van artikel 34, eerste lid, van de regeling. Voorts zijn niet alleen de gevolgen van uittreding vastgelegd, maar ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden (hoofdstuk 17). Artikel 49 De Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet in artikel 28 in een bijzondere regeling voor geschilbeslechting door gedeputeerde staten. Het betreft dan geschillen omtrent de toepassing van de gemeenschappelijke regeling.
Deze regeling voor geschilbeslechting is van toepassing indien het geschil niet kan worden voorgelegd aan de bestuursrechter of de burgerlijke rechter. Voordat in zo’n geval het geschil aan gedeputeerde staten kan worden voorgelegd, dienen de deelnemers met elkaar in overleg te treden om te bezien of op minnelijke wijze het geschil kan worden bijgelegd. Artikel 50 tot en met 53 Deze artikelen bevatten de overige bepalingen van de regeling.