Bijlage 2 - Beantwoording technische vragen Transitievisie Warmte Z21.003428
Tekst van het document
*Z21.003428*
Memo
onderwerp Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
datum 26/11/2021
kenmerk Z21.003428
ter attentie van Gemeenteraad
kopie aan College B&W, MT
bijlage
afzender S. Akinci
telefoon 0180-330300
e-mail selcuk.akinci@zuidplas.nl
cluster Gebiedsontwikkeling en Planeconomie
De behandeling van de Transitievisie Warmte staat geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 november. Vanuit uw raad zijn voorafgaand aan de behandeling een drieënveertigtal technische vragen gesteld, die in dit memo worden beantwoord.
Fractie VVD
1.
In 1.1, 1.4 en 3.1 gebruikt u de woorden “losgekoppeld van het aardgas”. Kunt u eens precies uitleggen wat u hiermee bedoelt? Met loskoppeling van het aardgas wordt bedoeld dat de toelevering van aardgas via het gasnet wordt beëindigd.
2.
In deze TVW (1.2) ontbreekt een visie op een substantieel deel van het totale warmteverbruik namelijk de bedrijfsgebouwen. Vermeld is dat de warmtebehoefte in beeld zal worden gebracht. Wanneer kunnen we het resultaat hiervan tegemoetzien? Het in beeld brengen van de totale warmtevraag van bedrijven zal niet in één keer worden opgepakt, maar loopt parallel aan het traject van de buurtverkenningen in de verschillende kernen. Voor de glastuinbouw is de warmtevraag reeds in beeld gebracht.
3.
2.4: Kunnen we inzage krijgen in de resultaten/uitkomsten van het onderzoek van begin 2021 naar de opvattingen over en het draagvlak voor de transitie naar aardgasvrij wonen onder de inwoners? De uitkomsten van het onderzoek zijn ten behoeve van behandeling van de Kadernota Warmtetransitie in de raadsvergadering van 18 mei als bijlage met de stukken toegezonden. Tevens zijn deze weergegeven op pagina 14 van de Transitievisie Warmte.
Pagina 1 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
4.
3.1 Haalbaar en betaalbaar: wat als oplossingen, die uit verkenningen komen, niet haalbaar en betaalbaar blijken te zijn? Indien in een buurt blijkt dat een warmtealternatief niet haalbaar en/of niet betaalbaar is, zal gezocht moeten worden naar een andere oplossing en kan de transitie met het beoogde warmtealternatief in deze buurt niet in gang gezet kunnen worden. Het college zal de inwoners en de raad hier actief bij betrekken.
5.
3.1 Verantwoord en toekomstgericht: hier wordt gesteld dat men zal leren van ‘eerdere projecten’. Worden dan projecten binnen of buiten Zuidplas bedoeld? Het kan gaan om zowel projecten binnen als buiten Zuidplas.
6.
In 3.1 stelt u dat het uitgangspunt van de TVW is dat de kosten van de verduurzamingsmaatregelen via de energierekening kunnen worden terugverdiend. Wat zijn de gevolgen voor deze TVW wanneer gaandeweg het proces zou blijken dat dit uitgangspunt niet haalbaar is? Indien eindgebruikers de investering voor de verduurzaming van de woning niet kunnen terugverdienen via de energierekening, zal dit bij het rijk aan de orde gesteld worden. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat woonlastenneutraliteit het uitgangspunt is.
7.
3.3 draagvlak: Wat zijn de gevolgen wanneer bewoners een door de gemeente gekozen warmte oplossing niet steunen of niet accepteren? (Ter toelichting: met “gevolgen” bedoelen wij de gevolgen voor de bewoners, de gemeente en/óf de warmtetransitie als geheel). In de buurtverkenningen wordt samen met inwoners gezocht naar het meest geschikte warmtealternatief. Wanneer in een buurt geen draagvlak is voor een specifieke oplossing, zullen andere alternatieven moeten worden verkend. Daarnaast kunnen individuele huiseigenaren altijd zelf kiezen voor een andere techniek wanneer zij niet willen meedoen aan een collectieve warmteoplossing. Deze opt-out staat beschreven in de voorgenomen Wet collectieve warmtevoorziening. De eigenaar is dan wel zelf verantwoordelijk voor een alternatieve warmtevoorziening.
8.
Waarom wordt in 4.2.1 geen verdere informatie gegeven over deze piek- en backupvoorziening, bestaande uit biogas of waterstof? Het ontwerp en de dimensionering van een dergelijke voorziening maken onderdeel uit van het technisch ontwerp van een warmtenet en zal dus op een later moment worden opgepakt.
9.
In dezelfde paragraaf wordt uitgesloten dat er voldoende biogas beschikbaar zal zijn in de toekomst. Kunt u ons de onderbouwing van dit standpunt doen toekomen?
Pagina 2 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
Groen gas wordt gewonnen door middel van vergisten of onder hoge temperatuur vergassen van organisch materiaal. De potentie wordt begrensd door de beschikbare hoeveelheid organisch materiaal en de beschikbare vergistings- en vergassingscapaciteit. De groensector heeft de ambitie in 2030 drie miljard kuub groen gas te produceren. Dit is een vervijftienvoudiging van de huidige productie en in theorie voldoende om een kwart van de aardgasvraag in de gebouwde omgeving te vervangen. De verwachting is echter dat dat de vraag naar groen gas vanuit andere sectoren zal toenemen, waardoor minder groen gas voor de gebouwde omgeving beschikbaar zal zijn. Tevens zal de schaarste een prijsopdrijvend effect hebben. Grootschalige inzet van groen gas in de gebouwde omgeving ter afdekking van de basislast is daarmee omwille van de beperkte schikbaarheid onhaalbaar en financieel bovendien onaantrekkelijk.
10. Waarom worden hybride warmtepompen niet genoemd als oplossing in 4.2.1? Een hybride warmtepomp maakt gebruik van zowel elektriciteit als gas. Wanneer gebruik gemaakt wordt van aardgas, is deze oplossing dus niet volledig duurzaam. Het is wel een duurzaam warmtealternatief wanneer een hybride warmtepomp gebruik maakt van groen gas. De beschikbaarheid van groen gas is, ook in de toekomst, echter beperkt beschikbaar (zie antwoord vraag 9). Mede gelet op de hoge instandhoudingskosten van een gasnet bij slechts een beperkt gasverbruik, is de inzet van hybride warmtepompen niet als eindbeeld uit de onderzoeken gekomen. Een hybride warmtepomp kan wel een zeer nuttige tussenoplossing zijn onderweg naar aardgasvrij wonen, zoals in § 5.2.4 is beschreven.
11. In 5.1 stelt u dat voor de vier kernen een warmtenet technisch en economisch haalbaar is. Vervolgens geeft u aan dat de business case voor deze warmtenetten in de verkenningsfase nader uitgewerkt moet worden op basis waarvan een betere indicatie gegeven kan worden over de kosten en de toekomstige warmteprijs. De stelling en de aanvullende opmerking doen veronderstellen dat er al rekenwerk heeft plaatsgevonden en er een voorlopige indicatie is. Graag zouden wij hier inzage in krijgen. In opdracht van de Gemeente Zuidplas heeft het bureau ‘De Warmtetransitiemakers’ op basis van kengetallen een eerste doorrekening gemaakt van de kosten van verschillende warmtealternatieven, die is weergegeven in onderstaande grafieken. Deze eerste berekening heeft een onzekerheidsmarge van 20%, in de grafieken gemarkeerd door de stippellijn. Bij het maken van de berekening is uitgegaan van geothermische warmte. Bij een vergelijkbare warmteprijs zijn ook andere warmtebronnen met hoge temperatuur inzetbaar.
Pagina 3 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
12. Kunt u ons de uitgebreide afwegingen van voor- en nadelen doen toekomen naar aanleiding waarvan de genoemde verkenningsbuurten zijn gekozen? Deze zijn beschreven in § 5.2.1 t/m § 5.2.4.
13. Als blijkt dat voor bepaalde buurten of kernen de aanleg van een warmtenet de beste oplossing is, wat zijn dan de stappen om te komen tot realisatie daarvan? Wij doelen hier met name op de rol(len) van de gemeente, de eigenaar/exploitant van het net en de warmteleverancier(s). Meer specifiek: wie is verantwoordelijk voor de business case(s), de investeringen, de tariefstelling en de exploitatie (waaronder begrepen de overeenkomsten met warmteleveranciers en -afnemers)? De rol en bevoegdheden van de gemeente wordt bepaald door de invulling van de Wet collectieve warmtevoorziening. Deze wet beoogt een fundamentele wijziging van de huidige Warmtewet en bevat een pakket aan regulering om de publieke belangen, betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van de collectieve warmtevoorziening te borgen. In het voorliggende wetsvoorstel wijzen gemeenten warmtekavels aan waarop warmtebedrijven kunnen inschrijven. Het wetsvoorstel voorziet voorts in een op kosten gebaseerde tariefregulering, aangescherpte borging van de leveringszekerheid en invoering van duurzaamheidsnormen. Ook legt het wetsvoorstel taken en verantwoordelijkheden op aan warmtebedrijven ten einde de publieke belangen te borgen. Rijk en de decentrale overheden zijn het op een aantal fundamentele punten oneens over de invulling van het wetsvoorstel.
VNG, IPO en UvW hebben behoefte aan meer mogelijkheden om te sturen op een publieke uitvoeringspartner dan het huidige wetsvoorstel hen biedt. Zij willen vooraf een expliciete voorkeur kunnen uitspreken voor een type warmtebedrijf: publiek, privaat of een samenwerkingsvorm. De staatssecretaris heeft daarop besloten behandeling van het wetsvoorstel over te laten aan een nieuw kabinet. 14. In 5.1.1 wordt gesteld ‘Deze conventionele bronnen zullen in de toekomst ook verduurzaamd worden.’ Houden olieraffinaderijen en kolencentrales dan niet op te bestaan in de toekomst? En is het niet zo dat restwarmte uit vuilverbranding niet meer zal voldoen als de verbranding van restafval afneemt? De (proces)industrie zal nieuwe manieren moeten vinden om duurzame warmte op te wekken. Dat betekent dat industriële processen die nu aardgas als brandstof gebruiken, straks gebruik maken van bijvoorbeeld klimaatneutrale waterstof of duurzaam opgewekte
Pagina 4 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
elektriciteit. Het industriecluster Rotterdam-Moerdijk geeft aan dat de toekomstige potentie van duurzame restwarmte zonder fossiele oorsprong in 2050 ten opzichte van 2030 zal verdubbelen. Daarmee is voldoende duurzame warmte beschikbaar voor de toekomst. 15. Wat bedoelt u onder 5.1.2 precies met “Juist voor deze doelgroepen wil de gemeente energie betaalbaar houden”? Hoe denkt u dit te bereiken en waarom geldt het betaalbaar houden niet voor andere doelgroepen resp. voor alle inwoners van Zuidplas? Woonlastenneutraliteit is een uitgangspunt voor de gehele warmtetransitie, zoals beschreven in § 1.2. Voor iedereen moet de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar zijn. In de Transitievisie wordt daarnaast in paragraaf §6.3 specifiek aandacht besteedt aan energiearmoede. TNO heeft becijferd dat circa 8% van de Nederlandse huishoudens voor het overgrote deel bewoners van huurhuizen - leeft in energiearmoede. Dat wil zeggen dat bewoners de verwarming niet of slechts spaarzaam vaak aanzetten om een hoge energierekening te voorkomen. Aangezien hier sprake is van een laag energieverbruik, is bij verduurzaming van de woning geen mogelijkheid tot het terugverdienen van gedane investeringen. Voor deze bewoners is daarom gerichte, beleidsveld-overstijgende aanpak noodzakelijk.
16. In 5.1.2 noemt u aquathermie een potentiële warmtebron. Vervolgens spreekt u over een HT warmtenet. Wij kunnen de relatie tussen aquathermie en HT niet helemaal plaatsen. Daarom graag nadere uitleg. De paragraaf beoogt exact dat dilemma te omschrijven. De relatief oude woningen vragen ofwel om een hoge temperatuur warmtenet op basis van bijvoorbeeld geothermie, ofwel om ingrijpende isolatie voordat deze op een warmteoplossing met lage temperatuur op basis van bijvoorbeeld aquathermie kunnen worden aangesloten.
17. 5.1.3: Ook in Nieuwerkerk zijn de IJssel en de Ringvaart dichtbij. In tegenstelling tot Moordrecht worden deze hier niet als mogelijke bron genoemd. Wat is daarvoor de reden? In Nieuwerkerk is de afstand van de woningen tot de IJssel groter en bovendien het aantal woningen veel talrijker dan in Moordrecht. Hierdoor vallen andere warmteopties gunstiger uit. In Moordrecht zijn zowel de Ringvaart als de IJssel een nabijgelegen bron. Andere collectieve bronnen zijn hier niet beschikbaar.
18. 5.1.4: Hier stelt u dat voor West 2 een all-electric oplossing minder voor de hand ligt omdat het elektriciteitsnet nog maar weinig restcapaciteit heeft. Tegelijkertijd stelt u dat een renovatie van de openbare ruimte rond 2025 wordt voorzien. Is dat dan niet het uitgelezen moment om het elektriciteitsnet uit te breiden? Vanwege de (beleidsmatig) voorziene groei van het aantal EV’s zal dit immers toch op enig moment moeten plaatsvinden. De energievraag voor warmte ligt fors hoger dan de energievraag voor EV (elektrisch
Pagina 5 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
vervoer) en concentreert zich bovendien in een relatief korte periode. De piekvraag voor warmte overstijgt daardoor de energievraag van elektrisch vervoer, die door middel van slim laden ook beter te sturen is. Grootschalige elektrificatie van de warmtevraag zal een veel ingrijpender aanpassing van het laagspanningsnet en het verdeelstation vragen dan alleen de elektrificatie van het personenvervoer. Daarnaast wordt ook de noodzaak tot forse isolatiemaatregelen genoemd als nadeel van elektrificatie van de warmtevraag.
19. Wanneer verwacht u zekerheid over het moment dat de warmtebron voor het warmtenet in Capelle (de RoCa centrale) zal zijn vervangen door een duurzame warmtebron? Het is aan Uniper om de eigen toekomstplannen voor de Roca-centrale kenbaar te maken. Het gaat dan om zowel verduurzaming als de functie die deze centrale in de toekomst zal vervullen in het elektriciteitssysteem. TenneT sprak in het meest recente Kwaliteits- en Capaciteitsdocument uit 2017 uit te verwachten dat de RoCa 3 in 2025 uit bedrijf genomen zal worden.
20. Hoeveel bedraagt momenteel het aantal bedrijfsuren t.b.v. de elektriciteitsopwekking van de ROCA centrale? Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden. De RoCa-centrale heeft, naast warmteketels, een gasturbine voor zowel elektriciteit als warmte. De productie wordt afgestemd op de vraag naar warmte en de actuele prijs die afnemers betalen voor elektriciteit. De centrale heeft een overcapaciteit, zodat ook bij onderhoud geproduceerd kan blijven worden. In principe is de RoCa-centrale dan ook permanent beschikbaar voor productie.
21. Hoeveel warmte verwacht men te kunnen laten doorstromen uit de RWZI? De economische potentie van Kortenoord bedraagt jaarlijks 60,6 TJ.
22. Wanneer verwacht u zekerheid over het tijdstip dat Zuidplas warmte zou kunnen betrekken van de WarmtelinQ? Het college verwacht hierover in 2023 meer zekerheid te hebben. De Oostlandgemeenten hebben met Gasunie afgesproken voor 2030 warmte uit WarmtelinQ te betrekken. Het exacte moment waarop deze warmte in het gebied beschikbaar is, is afhankelijk van de snelheid waarmee een verbinding gerealiseerd kan worden tussen WarmtelinQ en Bleiswijk en aangesloten kan worden op de Zuidplaspolder. In WSO-verband wordt dit komend jaar nader onderzocht.
23. 6.2 Waar zit de besluitvormingsfase tussen de verkenningsfase en de uitvoeringsfase, en hoe wordt dat proces ingericht? Dit is mede afhankelijk van de gekozen oplossing, de invulling van de Wet collectieve warmtevoorziening en de rol van de gemeente in de uitrol van het betreffende
Pagina 6 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
warmtealternatief. Het college zal de raad actief blijven betrekken bij de gekozen richting, ook wanneer dit niet specifiek een bevoegdheid van de raad betreft. 24. In 6.3 spreekt u over “een gerichte, beleidsveld-overstijgende aanpak”. Graag zien wij een toelichting waarmee duidelijk wordt wat met deze opmerking precies bedoeld wordt. TNO heeft becijferd dat circa 8% van de Nederlandse huishoudens kampt met energiearmoede. Dat wil zeggen dat bewoners de verwarming niet of slechts spaarzaam vaak aanzetten om een hoge energierekening te voorkomen. Aangezien hier sprake is van een laag energieverbruik, is bij verduurzaming van de woning geen mogelijkheid tot het terugverdienen van gedane investeringen. Deze gezinnen lopen daardoor het risico dat – zonder specifieke maatregelen – de energietransitie voor hen kostenverhogend werkt. Energiearmoede kan het gevolg zijn van een laag gezinsinkomen maar bijvoorbeeld ook van schuldenproblematiek. Om energiearmoede tegen te gaan, is een integrale maatwerkaanpak nodig die samen met andere relevante afdelingen van de gemeente en in het geval van huurwoningen ook met woningcorporaties moet worden vormgegeven.
25. In 7.1 lijkt al uitgegaan te worden van een collectieve oplossing. Mochten individuele oplossingen toch het best blijken, dan heeft gemeente toch een meer beperkte rol? De genoemde inzet is becijferd door Onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix. Uitgangspunt daarbij is dat bij elke warmteoplossing een rol voor de gemeente is weggelegd op het gebied van communicatie, participatie, techniek en persoonlijk advies. 26. In bijlage II staat ‘Ook na de verduurzaming van industriële processen blijft er voldoende restwarmte beschikbaar om grote delen van Zuid-Holland van warmte te kunnen voorzien.’ Is hier een onderbouwing van beschikbaar? Zie antwoord 14.
27. Welke zijn naar uw mening de gevolgen van het vergroten van het prijsverschil tussen gas en elektriciteit (zowel door de ontwikkeling van de marktprijs als beleidsmatig door de belastingtarieven) én de verruiming van de subsidie voor warmtepompen van 20 naar 30% voor de toekomstige business cases voor warmtenetten? De stijgende gasprijzen zullen naar verwachting gunstig uitpakken voor de businesscase voor de verduurzaming van woningen en de overstap naar aardgasvrij. De businesscase voor warmtepompen zal door de verruiming van de subsidie in de jaren 2022 t/m 2024 naar verwachting licht verbeteren ten opzichte van andere duurzame warmtealternatieven. Daarbij moet in ogenschouw genomen worden dat een warmtepomp vooral bij woningen met label B of hoger economisch gunstig uit de bus komt. Dergelijke woningen betrekken relatief weinig warmte uit een warmtenet en hebben derhalve ook geen doorslaggevende invloed op de haalbaarheid van een warmtenet.
Pagina 7 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
28. Wanneer verwacht u duidelijkheid over óf en in welke mate Zuidplas gebruik zou kunnen maken van Geothermie? De meest recente onderzoeken laten zien dat geothermie in delen van Zuidplas beperkt mogelijk is. Vooralsnog zijn er geen marktpartijen die nader onderzoek naar en ontwikkeling van geothermieputten ter hand willen nemen. Daardoor is nu niet met zekerheid te zeggen of en wanneer geothermische warmte beschikbaar komt. Gedurende de verkenningsfase moet hier uitsluitsel over gegeven kunnen worden.
29. In het nawoord stelt u dat de doelstellingen uit het klimaatakkoord bindend zijn. Kunt u aangeven op welke wettelijke- en/of juridische grondslag(en) deze uitspraak gebaseerd is? Het Klimaatakkoord van Parijs is een internationaal verdrag dat is ondertekend door de Nederlandse regering, op 5 oktober 2016 is geratificeerd door de Europese Unie, op 31 januari 2017 is goedgekeurd door de Tweede Kamer en op 4 juli 2017 is goedgekeurd door de Eerste Kamer.
30. Alle gebouwen dienen vanaf dit jaar te voldoen aan BENG. Vindt bij het verstrekken van bouwvergunningen controle plaats op het voldoen van alle drie de eisen die uit BENG voortvloeien? Ja. De BENG-eisen gelden voor nieuwbouw. Namens de gemeente Zuidplas toetst de ODMH of plannen voldoen aan het Bouwbesluit, waaronder de BENG-eisen.
31. Recent is de spoedige beschikbaarheid van HT-warmtepompen aangekondigd. Welke gevolgen heeft de beschikbaarheid van deze techniek voor de in de TVW genoemde mogelijkheden en beperkingen? HT-pompen zijn al langer beschikbaar. De efficiëntie - en daarmee de kosten - van deze warmtepompen ligt echter een stuk lager dan bij LT-warmtepompen. Kort samengevat: hoe groter het temperatuurverschil met de omgeving, hoe meer energie het kost om een extra graad te verwarmen. Een HT-warmtepomp kan een individuele oplossing zijn voor slecht geïsoleerde woningen buiten de kernen. Grootschalige toepassing binnen de kernen ligt, gezien de hoge elektriciteitsvraag, het ontoereikende net en de verbruikskosten, echter niet voor de hand.
Fractie ChristenUnie/SGP
1.
Is de gemeente voornemens om warmtekavels aan te wijzen en hiervoor concessies uit te schrijven (conform aanstaande Warmtewet 2.0)? Een warmtekavel is een gebied waarbinnen één warmteberdijf voor een periode van twintig tot maximaal dertig jaar verantwoordelijk is voor transport en levering van warmte
Pagina 8 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
via een warmtenet. Indien in de verkenningsfase de uitrol van een warmtenet positief scoort en mits de Wet collectieve warmtevoorziening door de Kamer is aangenomen, kan het college overgaan tot de aanwijzing van een warmtekavel. Het college zal de raad hier actief bij betrekken.
2.
Is het college van mening dat productie, transport en levering bij één partij moet liggen en dat een warmtenet in handen moet zijn van private partijen? Waarom wel/niet? Binnen de kaders van de aanstaande Wet collectieve warmtevoorziening. Liggen transport en levering van warmte binnen een warmtekavel in handen van één partij. Dit kan zowel een publieke als een private partij zijn. Aanwijzing van een warmtebedrijf dient via een transparante, goed onderbouwde en non-discriminatore wijze plaats te vinden. Het warmtebedrijf kan warmte betrekken van verschillende producenten. Aangezien er in een buurt met een warmtenet geen keuze is tussen meerdere aanbieders, moeten de belangen van bewoners goed geborgd zijn. Dit kan onderdeel uitmaken van de procedure waarin een warmtebedrijf wordt aangewezen.
3.
Welke rol ziet het college voor de gemeente in de warmtetransitie? Denk hierbij aan de verschillende rollen: facilitator, partner, eigenaar etc. De gemeente heeft, conform de afspraken in het Klimaatakkoord, in de warmtetransitie een regierol.
4.
In hoeverre is het reëel dat we nog restwarmte kunnen afnemen vanuit de Rotterdamse haven? Kan een update worden gegeven over het proces en de stand van zaken? Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Gasunie hebben 8 november jl. het besluit genomen om te investeren in de aanleg van een warmteleiding van de Rotterdamse haven naar Den Haag. Een besluit dat gezien wordt als een belangrijke stap in de realisatie van de warmtetransitie door verschillende gemeentes waar de warmteleiding doorheen zal gaan lopen. Voor Oostland betekent het besluit een perspectief op extra warmte van buiten de regio. Op 7 december zal Zuidplas samen met de andere WSO-gemeenten een convenant tekenen met Gasunie, Provincie ZuidHolland, het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij ten einde stapsgewijs de aansluiting van Oostland op WarmtelinQ te verkennen. In het convenant hebben de partijen ieder vanuit haar eigen rol procesafspraken gemaakt over de te verrichte werkzaamheden. De raad zal via een aparte raadsinformatiebrief nader geïnformeerd worden over de stand van zaken.
5.
Waarom is de glastuinbouw geen onderdeel van de TVW? Kan dit niet zorgen voor meekoppelkansen voor de gebouwde omgeving? De Glastuinbouw maakt geen onderdeel uit van de gebouwde omgeving en valt daarmee, zoals omschreven in §1.2, buiten de scope van de Transitievisie. Het gunstige perspectief van een warmtenet gevoed met restwarmte voor de kernen van Moerkapelle en Zevenhuizen houdt evenwel direct verband met de in het gebied aanwezige
Pagina 9 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
glastuinbouw. Niet alleen kan de warmtevraag van de glastuinbouw en de gebouwde omgeving via dezelfde aansluiting met een warmtehub in Bleiswijk naar het gebied getransporteerd worden, ook kan door warmtepooling en inzet van de warmtebuffers in de glastuinbouw efficiënter gebruik gemaakt worden van het beschikbare transportvermogen. De glastuinbouw is in Zuidplas dus ook een belangrijke speler in de uitrol van de warmtetransitie.
6.
Hoe verhouden de kosten voor het warmtenet zich met de kosten van het elektriciteitsnet? Algemene kosten kunnen daarbij op iedereen worden afgewend. Bij warmtenet alleen op de gebruikers. Klopt deze constatering? Dit is juist. In het Klimaatakkoord is daarom afgesproken dat de totale nationale kosten een belangrijke wegingsfactor moeten zijn in de keuze, ten einde het afwentelen van kosten richting derden te vermijden.
7.
Wat alternatief voor Zevenhuizen West 1 en 2? Grote werkzaamheden op komst. De werkzaamheden die hier gepland zijn, kunnen een koppelkans zijn voor de uitrol van een warmtenet. Er moet echter eerst perspectief zijn op de beschikbaarheid van restwarmte. De geplande werkzaamheden worden ook opgenomen in het gebiedspaspoort voor Zevenhuizen.
8.
In de verkenningsfase kunnen inwoners meepraten en meebeslissen. Waarover? Bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte is met de inwonersadviesraad een lijst met selectie- en wegingscriteria opgesteld. Deze zijn op 19 mei door uw raad vastgesteld. In de verkenning wordt samen met buurtbewoners nad3er bepaald wat welke zaken moeten worden onderzocht en welke zekerheden er moeten zijn voordat er een voldoende scherp beeld is om te kiezen voor een warmtealternatief. Hiervoor zal per buurt een inwonersadviesraad in het leven geroepen worden.
9.
Mocht uit de verkenning blijken dat een warmtenet in de eerste fase (Moerkapelle) economisch/betaalbaar en haalbaar is, gaat heel Moerkapelle, inclusief nieuwbouw (Met een aardgasaansluiting; aansluitverbod op aardgas was nog niet van kracht) dan over op een warmtenet? Ten aanzien van de nieuwbouw moet gekeken of aansluiting van deze woningen op een warmtenet economisch zinvol is. Daarnaast heeft elke huiseigenaar – afgaande op de tekst van het voorstel voor de Wet collectieve warmtevoorziening – de mogelijkheid om te kiezen voor een opt-out. De woning wordt dan niet aangesloten op het warmtenet. De eigenaar is dan wel zelf verantwoordelijk voor een alternatieve, individuele warmtevoorziening.
10. Waarom wordt voor de nieuwbouwwijk Zevenhuizen Zuid gekozen voor all electric en voor de nieuwbouwwijk in Moerkapelle voor een warmtenet?
Pagina 10 van 11
onderwerp
registratienummer
Beantwoording Technische Vragen Transitievisie Warmte
Z21.003428
Woningen die nu worden opgeleverd, moeten conform de huidige regelgeving (Wet voortgang energietransitie) aardgasvrij worden opgeleverd. Voor de Jonge Veenen gold deze verplichting ten tijde van de vergunningverlening nog niet. Deze woningen zijn uitgerust met een hybride warmtepomp en daarmee niet aardgasvrij. Bij de buurtverkenning moet bekeken worden of het voor deze woningen zinvol is om aangesloten te worden op een warmtenet of dat een all-electric oplossing meer voor de hand ligt. Voor de nieuwbouwwoningen die in Zevenhuizen Zuid worden opgeleverd, is vanaf fase 4 de Wet voortgang energietransitie wel van toepassing.
11. Hoe kan de gemeente een rol spelen in het tegengaan van energiearmoede? Energiearmoede kan het gevolg zijn van een laag gezinsinkomen maar bijvoorbeeld ook van schuldenproblematiek. Om energiearmoede tegen te gaan, is een maatwerkaanpak nodig die samen met andere relevante afdelingen van de gemeente wordt vormgegeven. Veel huishoudens in energiearmoede wonen in huurwoningen. Naast de gemeente hebben de corporaties ook een rol in het voorkomen en tegengaan van energiearmoede.
Fractie SP
1.
Heeft het dreigende faillissement van het warmte bedrijf Rotterdam consequenties voor de plannen omtrent ons warmtenet? Nee. De aanleg van WarmtelinQ, die warmte van de Rotterdamse Haven naar Den Haag moet transporteren, ligt in handen van Gasunie. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Gasunie hebben 8 november jl. het besluit genomen om te investeren in de aanleg van een warmteleiding van de Rotterdamse haven naar Den Haag. Voor Oostland betekent het besluit een perspectief op extra warmte van buiten de regio. Op 7 december zal Zuidplas samen met de andere WSO-gemeenten een convenant tekenen met Gasunie, Provincie Zuid-Holland, het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij ten einde stapsgewijs de aansluiting van Oostland op WarmtelinQ te verkennen. In het convenant hebben de partijen ieder vanuit de eigen rol procesafspraken gemaakt over de te verrichte werkzaamheden.
Pagina 11 van 11