Bijlage 2 Beantwoording technische vragen Beleidsplan Riolering A.25.001039
Tekst van het document
*A25.001039*
Memo
onderwerp Memo technische vragen Beleidsplan Riolering ter attentie van Griffie
datum 02/04/2025
kenmerk A25.001039
kopie aan
Bijlage nvt
afzender C. Osseweijer
telefoon 0180-330300
e-mail caroline.osseweijer@zuidplas.nl
cluster Beheer Openbare Ruimte
Technische vragen CU/SGP Rioolbeleidsplan: Uitval 1. Hoe vaak komt het voor dat inwoners in Zuidplas te maken krijgen met een verstopt riool (knik in afvoerbuis) als gevolg van verzakkingen? In welke wijken is dat het geval? Deze specifieke storingen als gevolg van zakkingen worden niet apart geregistreerd. Verstoppingen komen gemiddeld eenmaal per maand voor. Wel zien we dat gebieden waar de riolering aan het eind van de levensduur iets vaker verstoppingen hebben zoals bijvoorbeeld rond het hoofriool van de bloemenbuurt in Moordrecht. De storingsopvolging geeft vaak als reden verstoppingen door ‘vochtige doekjes’ of door ‘wortelingroei’. Er zijn ook enkele ‘hotspots’ (te weten 4 locaties in Moordrecht en 1 locatie in Moerkapelle), hier zijn technische problemen in de riolering die nog opgelost moeten worden. Op deze locaties acteert de gemeente pro-actief waardoor er geen storingen meer optreden. Grondwater 1. “Het beleid voor grondwater is aangepast” (pag.4) Wordt daarmee landelijk of gemeentelijk beleid bedoeld? Hiermee wordt gemeentelijk beleid bedoeld. 2. Is met het vaststellen van dit beleidsplan riolering de Beleidsnota Grondwater uit 2014 nog relevant? Zo ja, waarom? Ja, dit beleid is nog steeds ongewijzigd van kracht, uit evaluatie bleek dat het nog steeds voldoet en hiermee de wettelijke grondwatertaken goed uitgevoerd kunnen worden. 3.
Hoeveel bestaande woningen in Zuidplas hebben naar de nieuwe maatstaf van 1,3m boven grondwaterpeil een te laag vloerpeil? (pag.34) Dit uitgangspunt geldt voor nieuwe woningen. Het is onbekend hoeveel bestaande woningen een lager vloerpeil hebben.
Pagina 1 van 6
onderwerp Memo technische vragen Beleidsplan Riolering
registratienummer A25.001039
4. Worden de nieuwe vloerpeilnormen echt een knock-out criterium voor vergunningverlening bij herbouw en inbreilocaties? Wat betekenen deze nieuwe vloerpeilnorm voor de businesscase van inbreilocaties? Omdat er gemeentelijk beleid (via VNG) is om voor 2050 klimaatadaptief te zijn ingericht (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie) is het noodzakelijk om alleen nog klimaatadaptieve nieuwe locaties toe te voegen aan onze woningvoorraad. Ook bij inbreidingslocaties. Anders kan niet aan dit het klimaatbeleid worden voldaan en het minimale beschermingsniveau voor waterschade in deze woningen niet worden garandeert. Het is een beleidsmatig criterium waardoor per locatie maatwerk mogelijk is. Immers de raad mag van haar eigen beleid afwijken. Voor de businesscase van inbreidlocaties geldt dat er hogere kosten zijn voor iets langere heipalen en iets meer grondwerk. 5. In droge perioden kan de permanente drainage ook gaan dienen voor de aanvoer van water als maatregel tegen verdroging om zetting van veenbodems te voorkomen. (pag 35). Is dit een nieuwe techniek of kunnen de huidige drainagesystemen dit ook al? Dat kunnen de huidige drainagestelsels ook al, mits ze op de juiste hoogte zijn aangelegd. 6. Hoe beoordeelt Waterfeit adviseurs de manier waarop gemeente Zuidplas de zorgplicht voor grondwater bij de aanleg van Koningskwartier heeft ingevuld en uitgevoerd? Graag onderbouwing.
Het bureau Waterfeit heeft opdracht gekregen voor het opstellen van het Beleidsplan riolering en de kostendekking daarbij. Een beoordeling op de invulling van de zorgplicht en uitvoering van het Koningskwartier maakte daarvan geen onderdeel uit. Baggeren 1. Wat zijn de gevolgen dat baggerwerkzaamheden niet volgens planning zijn uitgevoerd? (pag.15). Het gevolg is dat de middelen terugvloeiden naar de voorzieningen en in 2025 daarmee een inhaalslag gemaakt wordt, zodat de achterstand weer ingelopen wordt. Daarmee blijven we voldoende invulling geven aan onze wettelijke taak. 2. Wat is het voordeel om baggerwerkzaamheden door HHSK te laten uitvoeren? Kan de gemeente dan nog prioriteren? Worden eventuele klachten dan ook aan HHSK gericht of blijft de gemeente verantwoordelijk? Dit zal bij het onderzoek naar de wenselijkheid verder uitgewerkt worden. Lozingen op rioleringsstelsel 1. Ongewenste lozingen (pag 29.) Wat zijn enkele voorbeelden van ‘foutief aangesloten waterstromen?’ Wanneer vuilwater wordt aangesloten op een hemelwaterssysteem of wanneer hemelwater op een druksysteem wordt aangesloten. 2. pag29. Hoe geeft ODMH invulling aan de controle op bedrijfsmatige lozingen? Hoeveel overtredingen zijn afgelopen 3 jaar geconstateerd en welke maatregelen zijn daarna getroffen? Deze vraag is voorgelegd aan ODMH. Beantwoording volgt op een later moment. 3. pag29.
Als de gemeente weer zelf controle op ongewenste lozingen gaat uitvoeren, wordt deze taak dan bij ODMH weggehaald? Hoeveel kostenbesparing levert dat op? Deze gemeentelijke taak is gemandateerd om namens de gemeente uit te voeren bij ODMH. Hierin vinden geen wijzigingen in plaats. Het terughalen van deze taak levert vanwege extra gemeentelijke fte’s en middelen (aanschaf voertuigen, meetapparatuur, etc.) en noodzaak tot kennisopbouw, geen kostenbesparing op.
Pagina 2 van 6
onderwerp Memo technische vragen Beleidsplan Riolering
registratienummer A25.001039
4. Pag31. Hoeveel (glastuinbouw)bedrijven zijn voor bedrijfsafvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering. Staat het tarief van € 217 dat zij betalen in verhouding tot de kosten? Is het mogelijk om voor de hele grote bedrijfsafvalaansluitingen een afwijkend tarief te hanteren? Het aantal glastuinbouwbedrijven dat is aangesloten op de gemeentelijke riolering is momenteel onbekend. Het is voor een individuele aansluiting moeilijk te zeggen of de kosten opwegen tegen wat betaald wordt aan heffing. Dat is afhankelijk van de hoeveelheid, hoe ver het afvalwater getransporteerd moet worden om vanaf het bedrijf op de Zuivering aan te komen en van de aard van het afvalwater is. Over het algemeen lozen deze bedrijven op een druksysteem. Dat vergt wat meer onderhoud en snellere vervanging en daarmee kost het meer dan een vrij vervalsysteem. Ja, een afwijkend tarief voor bedrijven (ook per soort of hoeveelheid afvalwater) is toegestaan. Investeringen 1. Hoeveel rioolinvesteringen zijn in de jaren 2021 t/m 2024 gerealiseerd en hoe verhoudt dat tot de geplande investeringen 2025 t/m 2028 van € 18,7 mln (tabel pag. 47). (x 1.000) Jaar Investering 2021 922 2022 927 2023 808 2024 1.940 Totaal 4.597 De opgave voor de periode 2025-2028 is significant groter. 2. Wat zijn de 3 grootste geplande investeringen in riolering voor 2022-2024 die niet volgens planning zijn uitgevoerd.
Wat zijn de 2 belangrijkste oorzaken hiervan? Wat maakt dat m.i.v. 2025 wel volgens planning gewerkt zal kunnen worden? ZVH- Midden-Oost ZVH- Hazeveld en Wielewaal NWK- Batavierlaan Tot op heden werd gestreefd naar meekoppelen met wegvervanging/wijkrenovatie. Omdat deze wegvervangingen en wijkrenovaties door verschillende redenen (zoals complexiteit, participatietrajecten, streven naar integraliteit en niet beschikbaar zijn van middelen voor de openbare ruimte) vertraging of geen doorgang hadden in voorgaande jaren, zijn de rioolwerkzaamheden ook niet uitgevoerd. De toestand van de riolering is nu zodanig dat niet meer gewacht kan worden, omdat het risico op instortingen en disfunctioneren te groot wordt. Deze rioolwerkzaamheden worden daarom in de komende planperiode losgetrokken van de integrale weg- en groenopgave. Hiermee is in de kostenraming en planning rekening gehouden. Vanwege de nu gecreëerde onafhankelijkheid met andere budgetten, zijn deze werken nu uit te voeren. 3. Hoe beoordeelt Waterfeit de technische kwaliteit van het huidig rioolstelsel in Zuidplas? Matig, voldoende of goed? “Naast de normale vervangingen waarvan enkele nu enigszins achterstallig zijn, functioneert het rioolstelsel van Zuidplas technisch naar behoren en is over het algemeen in goede staat van onderhoud.” 4.
Waarom wordt voor technische vervanging gerekend met een levensduur van 60 jaar maar blijft de afschrijvingstermijn op 50 jaar?
Pagina 3 van 6
onderwerp Memo technische vragen Beleidsplan Riolering
registratienummer A25.001039
De afschrijftermijnen worden binnen Zuidplas bepaald in de financiële verordening, in bijlage 1. Hierin staat opgenomen dat drukriolering wordt afgeschreven in 50 jaar. Dit dienen wij financieel te volgen. Als in de praktijk blijkt dat door vernieuwde technieken/inzichten een langere of kortere termijn gewenst is, dan kan de financiële verordening hierop aangepast worden. Deze aangepaste termijn geldt dan voor nieuwe investeringen. 5. Hoe zien de tariefscenario’s eruit als voor vrij verval riolering een afschrijvingstermijn van 60 jaar wordt gehanteerd? Verschillen zijn uitsluitend te zien in de kapitaalslasten van nieuwe investeringen. Op de korte zal geen verschil te zien zijn in de heffing. Naar gelang de tijd vordert wordt de kostendekkende heffing lager bij een langere afschrijvingstermijn. Dat geldt voor alle scenario’s. Personeelskosten 1. Klopt het dat met het vaststellen van dit beleidsplan de raad akkoord gaat met 3 fte extra? De raad gaat bij vaststellen akkoord met de dekking van de kosten van 3 fte extra. 2. Is vanuit jaarlijkse groei personeelsbegroting (groeimechanisme formatie) geen fte bij rioleringstaken terecht gekomen, zo nee waarom niet? Nee, er is vanuit het groeimechnisme geen formatie vrijgekomen voor riolering en dit wordt nu bij de vaststelling van het Beleidsplan Riolering voorgelegd.
Na vaststellen wordt deze formatie toegevoegd (specifiek bestemd voor riolering ivm doelheffing). 3. Er wordt 1 bestaande fte extra toegerekend aan riolering. Is dit in de financiële heroverweging (inzicht & wendbaarheid) als voordeel meegenomen/ingeboekt in de cijfers B&M 18 april? Nee, dit is al eerder gebeurd, namelijk bij de begroting 2025. 4. Waarom wordt over de personeelskosten 70% overhead toegerekend. Is dit een reëel percentage? Bij de begroting 2024 is er 70% overhead gerekend over directe personeelskosten. In de begroting 2025 is er met 64% overhead gerekend. Dit percentage is berekend door de totale lasten op taakveld overhead te delen door de totale personeelskosten. De personeelskosten zijn hiermee een kostendrager voor de overhead. De lasten op taakveld overhead omvatten o.a. alle personeelskosten van aan taakveld overhead toegerekend personeel, denk aan leidinggevende, financiën, HR, etc. Maar ook directe overheadskosten zoals huisvesting en ondersteunende middelen. Voorziening riolering 1. Volgens de begroting 2025 bedraagt de voorziening eind 2024 nog € 8,6 mln. Volgens de huidige beleidsnota is ongeveer € 9,5 mln beschikbaar.
Klopt het dat de rioolexploitatie 2024 bijna € 1 mln voordeliger is dan begroot? Zo ja, wat is daarvan de oorzaak: hogere baten, lagere afschrijvingen of lagere exploitatiekosten? De constatering klopt, het is een optelling van; hogere baten, lagere exploitatielasten, lagere personeelslasten en hiermee ook lagere overhead lasten. 2. In welk P&C document is besloten dat 5 ton extra aan riolering kon worden toegerekend en wat was de motivering om dit zonder tariefstijging te kunnen doorvoeren? In de begroting voor 2025 is dit besloten. Er is in dat jaar een tariefverhoging doorgevoerd. 3. Tot en met 2038 wordt een groei van 10.000 woningen ingecalculeerd. Hoe zijn die 10.000 woningen over de dorpen verdeeld? In het nieuwe dorp Cortelande worden 8000 woningen gebouwd. Nog 2000 woningen zitten in de prognoses en visies verdeeld over de al bestaande dorpen.
Pagina 4 van 6
onderwerp Memo technische vragen Beleidsplan Riolering
registratienummer A25.001039
4. Door bovengenoemde groei stijgt de opbrengst tussen nu en 2038 harder (van €5 naar €10 mln) dan de kosten (de kosten nemen maar 40% toe van €4,6 naar €6,3 mln). Rekenen we onszelf niet rijk? Hoe zien de 3 tariefscenario’s zonder Cortelande eruit? De aanleg van riolering van Cortelande is niet meegenomen in de berekeningen. Deze nieuwe aanleg wordt bekostigd door de gebiedsexploitatie. Na oplevering en overdracht aan de gemeente van de riolering wordt wel rekening gehouden met de kosten voor het onderhouden van de nieuwe riolering. Daarbij gaan de nieuwe inwoners ook rioolheffing betalen. Het ligt in de lijn der verwachting, dat de opbrengst van de rioolheffing van Cortelande hoger zijn dan de kosten voor het onderhoud van het relatief nieuwe rioolsysteem. Daarnaast zijn er voor dit systeem nog geen kapitaalslasten. Daarmee zorgt Cortelande voor een netto opbrengst binnen het gesloten systeem van rioolheffing en daarmee in zijn totaliteit voor een lagere heffing. Monitoring 1. Hoe wordt deze nota vertaald naar concrete beleidsvoornemens in de P&C documenten? Bijv. Wat gaan we daarvoor doen? Dat wordt na vaststelling van het nieuwe beleid bepaald.
PvdA/Groenlinks: 1. Klopt het dat dit beleidsplan er alleen is voor de vaststelling van de rioolheffing? Het plan is inderdaad de onderbouwing voor de hoogte van de rioolheffing. Het beleid kent weinig beleidsvrijheid vanwege wet- en regelgeving en vastgesteld beleid. Op enkele punten is het huidige beleid aangevuld, verduidelijkt en voor klimaatadapatie zijn nieuwe beleidskaders gegeven om invulling te geven aan vastgestelde beleidsdoelen. Daarmee is het iets breder dan alleen vaststellen van de rioolheffing. 2. Volgens blz. Van het beleidsplan 3e alinea is de VGRP niet wettelijk verplicht onder de Omgevingswet terwijl bij de kanttekeningen op blz 4 wordt aangegeven dat wel verplicht is uit de “ Wettelijke waterkader vanuit de Omgevingswet”. Is het nu wel of niet verplicht? Het plan zelf is niet meer wettelijk verplicht. Wel is dit het beste middel om te voldoen aan andere wettelijke verplichtingen zoals aantonen dat de assets op orde worden gehouden en als rechtmatige onderlegger voor de onderbouwing van de heffing. 3. Geldt dit plan ook voor het Koningskwartier in Zevenhuizen met betrekking tot de wateroverlast in de kelders voor de bewoners van deze wijk. Ja, dit plan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Zuidplas. Het grondwaterbeleid is in dit plan ongewijzigd gebleven voor bestaande situaties zoals het Koningskwartier. 4.
Vervalt met de aanname van dit beleidsplan de beleidsnota Grondwater uit 2014 en de verordening en invorderingen van Rioolheffing 2016 Nee, het grondwaterbeleid uit 2014 blijft ongewijzigd in stand. Intrekken hiervan is niet aan de orde. Na vaststelling door de raad van het Beleidsplan Riolering zal, wanneer dit nodig is, een voorstel aan de raad worden voorgelegd voor een nieuwe verordening invorderingen van Rioolheffing. In dat geval zal de raad ook worden gevraagd de tot dan toe vigerende verordening uit 2016 in te trekken. 5. Wat wordt bedoeld op pagina 5 onder benodigde rioolheffing en de daaraan gekoppelde handhaving?
Pagina 5 van 6
onderwerp Memo technische vragen Beleidsplan Riolering
registratienummer A25.001039
Met ‘handhaven' wordt hier bedoelt dat gedurende lange tijd in stand blijven houden van de voorziening zodat deze zich afhankelijk van de variant, respectievelijk op kostendekkend niveau, hoog niveau of net boven nul bevindt. 6. De kosten voor de inwoners stijgen vanaf 2025 tot en 2030 met maar liefst 41% volgens scenario 1. Vindt u dit acceptabel ook omdat u daarmee alleen het handhaven kostendekkend maakt terwijl niet duidelijk is wat bedoeld wordt met handhaven? In de kostendekkingsberekening zijn alle kosten die gepaard gaan met de wettelijke watertaken meegenomen. Zie de beantwoording van voorgaande vraag 5.
Pagina 6 van 6