CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Actualisatie Verordening inspraak en participatie 2025 Z25.001835

Gemeenteraad 13 januari 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Actualisatie Kader participatie en Verordening participatie en inspraak1.328 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2025 Geldend van 25-03-2023 t/m heden Intitulé Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 januari 2023, nr. B23.000017; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit. Overwegende dat het van belang is de betrokkenheid van inwoners bij de ontwikkeling - mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen vast te leggen. Dat het daarnaast van belang is de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, of andere betrokkenen vast te leggen. Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2025 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: • beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid, , project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren • beleid: plan of reeks regels die worden opgesteld om bepaalde doelen te bereiken of problemen op te lossen. • bestuursorgaan: bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval gemeenteraad, burgemeester en het college van wethouders en burgemeester. • Initiatief: ideeën en plannen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties of andere belanghebbenden die passen binnen de doelen van de gemeente maar (nog) niet passen binnen de gemeentelijke regelgeving. • Initiatiefnemer: inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden of andere belanghebbenden die een initiatief hebben. • inspraak: een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester.

Inspraak is een vorm van participatie, veelal geformaliseerd op basis van artikel 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb); • inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak door de gemeente gestalte wordt gegeven; • participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) initiatieven van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden met impact op de lokale samenleving en de fysieke leefomgeving; • participatieprocedure: de wijze waarop de participatie vorm krijgt; Artikel 2. Doelstelling en reikwijdte Deze verordening beoogt de kwaliteit van het vergroten van de (publieke) inbreng in- en ondersteuning van beleidsbeslissingen en de samenwerking tussen gemeente, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden te versterken. Paragraaf 2. Participatie Artikel 3. Onderwerp van participatie

1. Participatie kan toegepast worden door het bestuursorgaan wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in meer of mindere mate geraakt worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over kennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit. 2. Participatie is ook mogelijk wanneer een initiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving. 3. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 4. Participatie wordt ook toegepast door initiatiefnemers anders dan het bestuursorgaan. 5. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de participatie. 6. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 7. Deze verordening wordt niet toegepast: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d.

ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; e. als dit betrekking heeft op de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; f. als de uitvoering van een beleidsvoornemen of initiatief dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; g. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 4. Participatieprocedure bij gemeentelijk beleid en gemeentelijke initiatieven 1. Het bestuursorgaan,, stelt bij de start van elke participatieprocedure voor gemeentelijk beleid en/of initiatieven, vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze. 2. Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval over de navolgende onderwerpen een besluit en legt dit vast in het startdocument dat geldt voor het betreffende beleid of initiatief van de gemeente.

a. doel van participatie b. de doelgroep van participatie; c. de ruimte die er is voor inbreng van participanten (waar gaat de participatie wel/niet over); d.welk niveau van invloed participanten krijgen;e. de rollen in het participatieproces.

Artikel 5. Eindverslag participatieprocedure 1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan of de initiatiefnemer een geanonimiseerd eindverslag op. 2. Het geanonimiseerde eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. op hoofdlijnen een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan de participatieprocedure; c. een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt. d. d. Het bestuursorgaan geeft een reactie op de inbreng, en geeft daarbij aan welke punten al dan niet worden overgenomen en waarom wel/niet.

3. Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat het geanonimiseerde eindverslag openbaar wordt gemaakt. Paragraaf 3. Inspraak Artikel 6. Onderwerp van inspraak 1. Inspraak vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een Nota van beantwoording zienswijzen op. a. Het geanonimiseerde eindverslag bevat in ieder geval: ▪ een overzicht van de gevolgde procedure; ▪ een weergave van de zienswijzen die mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; ▪ een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. b. Het bestuursorgaan maakt het geanonimiseerde eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. 3. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststellen. 4. Deze verordening wordt niet toegepast: a. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 7. Inspraak ruimtelijke plannen Ten aanzien van de inspraak inzake ruimtelijke plannen, bedoeld omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplan activiteit. , , besluit het college of inspraak zoals bedoeld in artikel 6, wordt verleend. Artikel 8. Inspraak gerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Paragraaf 4 Omgevingswet Artikel 9.

Omgevingsplan en omgevingsvergunning 1. Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. 2. Het is verplicht participatie te voeren voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten als genoemd in de beleidsregel “beleid inzake participatie Omgevingswet van Zuidplas”. 3. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie. 4. Het verslag van het participatieproces en bijbehorende uitkomst maakt onderdeel uit van de aanvraag om omgevingsvergunning of aanvraag om wijziging van het omgevingsplan. Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 10. Intrekking oude regeling De Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening in werking treedt. Artikel 11. Overgangsbepaling Op inspraakprocedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de in artikel 9 genoemde verordening van toepassing. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2025.

Ondertekening Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 maart 2023. De raad van de gemeente Zuidplas, De griffier, De voorzitter, J.F. Weber

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16270675/1