CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1h Concept-Nota maatwerk parkeren Middengebied A23.001219

Gemeenteraad 24 oktober 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van Uitgangspunten en Grondexploitatie Fase 1a Ontwikkeling Middengebied5.213 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota maatwerk parkeren Middengebied 2023 Concept (22 augustus 2023)

Bestuurlijke samenvatting Het college van B&W presenteert voorliggende concept-Nota maatwerk parkeren Middengebied 2023, en stelt eenieder in de gelegenheid om binnen de gestelde termijn zienswijzen in te dienen. Deze Nota betreft een uitwerking van de vastgestelde Nota Parkeernormen 2019, specifiek ten behoeve van de ontwikkeling van het Middengebied. Voor deze nieuwe ontwikkeling worden twee uitzonderingen voorgesteld: het toepassen van Zone A uit de Nota Parkeernormen 2019 voor het Vijfde Dorp en het maximeren van de loopafstanden tussen woningen en parkeervoorzieningen op 250 meter. Ook wordt als optie voorgesteld om een parkeerregime te ontwikkelen voor het Vijfde Dorp. Tot slot worden mogelijkheden voorgesteld om de parkeernorm te kunnen reduceren, mits kan worden aangetoond dat de parkeerbehoefte lager ligt en/of er sprake is van inzet op duurzame mobiliteit. Dit met het oog op doelstellingen en afspraken van de gemeente ten aanzien van duurzame mobiliteit in het Vijfde Dorp. 1

Inhoud Aanleiding en juridisch kader .................................................................................................................. 3 Doel van deze notitie........................................................................................................................... 3 Procesmatige aanpak .......................................................................................................................... 4 1.

Waar dient een parkeernorm voor?................................................................................................ 4 Rekenmethodiek van de parkeernorm ............................................................................................... 4 Basisnorm voor Middengebied ........................................................................................................... 4

Mogelijke indicatoren als basis voor de parkeernorm ............................................................................ 5 Woningtype: .................................................................................................................................... 5 Locatie: ............................................................................................................................................ 6 Overige aspecten: ............................................................................................................................ 6 Parkeerregulering ................................................................................................................................ 7 Samenhang omgeving ......................................................................................................................... 7 Deelauto’s........................................................................................................................................ 7 2.

Juridisch kader ................................................................................................................................. 8 Financiële consequenties .................................................................................................................... 9

3.

Proces voor het bepalen van een afwijkende parkeernorm ........................................................... 9 Concrete afspraken / uitgangspunten voor projecten in woongebied van het Middengebied Zuidplaspolder voor een reductie op de parkeernorm ..................................................................... 10 Randvoorwaardelijke uitgangspunten .............................................................................................. 11

Bijlage 1: Afwegingskader voor mogelijk afwijken van de parkeernorm .............................................. 12 Stappenplan toepassen toetsingskader parkeernormering projecten Middengebied ..................... 12

2

Aanleiding en juridisch kader De vastgestelde Nota Parkeernormen van de gemeente Zuidplas dateert van 27 november 2019. Samen met die nota is middels een “Parapluherziening Parkeren” een dynamische koppeling gemaakt met het meest actuele parkeerbeleid en de meest actuele parkeernormennota in Zuidplas. Voor de parkeernormen voor het gebied “Middengebied Zuidplaspolder” geldt een afwijking op de Nota Parkeernormen 2019, die in deze maatwerknotitie is vastgelegd. De regels in de “Nota Parkeernormen 2019” blijven van kracht, met enkele uitzonderingen en aanvullingen specifiek voor de bestemmingsplanfunctie ‘woongebied’ in het Middengebied Zuidplaspolder. Deze uitzonderingen en aanvullingen zijn in deze onderhavige nota (“Nota maatwerk parkeren Middengebied 2023”) uitgewerkt. Daar waar er tegenstrijdigheden zitten tussen de “Nota maatwerk parkeren Middengebied 2023” en de “Nota Parkeernormen 2019” gelden de regels zoals vastgelegd in “Nota maatwerk parkeren Middengebied 2023”. Voor bedrijventerreinen blijft de Nota Parkeernormen 2019 van kracht.

Doel van deze notitie Deze notitie geeft richtlijnen aan om onderbouwd af te kunnen wijken van de geldende parkeernorm in Zuidplas voor de ontwikkeling van het Middengebied1, specifiek de functie woongebied. Voor alle andere functies in het bestemmingsplan, blijven de vigerende normen uit de Nota Parkeernormen 2019 van kracht. De afwijking die voor het woongebied in het Middengebied wordt mogelijk gemaakt met deze nota is gebaseerd op de uitwerking van het Mobiliteitsconcept Het Vijfde Dorp (2023). Er wordt ingezoomd op de specifieke kenmerken van het woongebied in het Middengebied, die het rechtvaardigen dat afgeweken kan worden. De parkeernorm is vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Parkeernormen 2019. Voor elke afwijking van de geldende parkeernorm moet toestemming aan het college van B&W worden gevraagd. Daarom wordt nadrukkelijk gekeken naar de onderbouwing om gefundeerd een reductie op de parkeernorm toe te passen. De reeds vastgestelde parkeernormen uit 2019 blijven hierbij steeds het uitgangspunt. Naast het doel om voldoende parkeerplaatsen te realiseren voor de nieuwe functies is er ook een uitdaging betaalbare woningen te realiseren, in een dorp waar hoge ambities zijn ten aanzien van duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie.

Waarbij mensen gestimuleerd worden om minder eigen auto’s te bezitten en te gebruiken, in lijn met het STOMP-principe2 en ten behoeve van de realisatie van een modal shift met minimaal 5% reductie van het aantal autoritten ten opzichte van een conventioneel ontwikkeld Middengebied3. Om deze reductie te realiseren moeten dan wel alternatieven voor de auto voor handen zijn, zoals goed openbaar vervoer, goede fietsvoorzieningen en -verbindingen en deelmobiliteit. Dit is uitgewerkt in het Mobiliteitsconcept Het Vijfde Dorp (2023). 1 Voor het exacte gebied, zie de kaart van het bestemmingsplan (CHW bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1). 2

Het STOMP-principe is een verkeerskundig ontwerpprincipe. Hierbij staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt er in volgorde uitgegaan van eerst de voetganger (Stappen), vervolgens de fietser (Trappen), openbaar vervoer (OV) en mobility as a service (MaaS). Als laatste wordt de privé-auto meegenomen in de inrichting. 3 In de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (2021) heeft de gemeente afspraken gemaakt over het bewerkstelligen van een 5% autoverkeersreductie als gevolg van een modal shift gericht op duurzame mobiliteit.

3

Als aan de voorwaarden wordt voldaan, zijn bij de te realiseren woningen minder parkeerplaatsen nodig. De mogelijkheid om de parkeernorm naar beneden bij te stellen wordt door de kaders in deze nota geboden.

Procesmatige aanpak Voorliggende concept-nota wordt ter inzage gelegd tezamen met het ontwerpbestemmingsplan ontwikkelgebied van het Middengebied. Deze nota wordt daarna ter vaststelling voorgelegd aan het college van B&W om de kaders te concretiseren waarbinnen afgeweken kan worden van de geldende parkeernorm voor het woongebied van het Middengebied. Het college van B&W heeft op basis van de Nota Parkeernormen 2019 formeel de bevoegdheid om in specifieke gevallen van grootschalige projecten af te wijken van de parkeernorm, op basis van paragraaf 2.3 van ‘beleidsregels algemeen’. Gezien de grote samenhang van deze notitie met de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Middengebied en de grote impact van gereduceerde parkeernormen op het eindbeeld, wordt deze nota, in combinatie met de Nota van Uitgangspunten en grondexploitatie voor het Middengebied, ook als concept gedeeld met de gemeenteraad.

1. Waar dient een parkeernorm voor? Rekenmethodiek van de parkeernorm Om uitspraken te kunnen doen over de te hanteren parkeernorm is het van belang om de werking van de parkeernorm toe te lichten. De parkeernorm heeft namelijk een belangrijke functie: zorgen dat de parkeerbalans in de gemeente op orde blijft en zorgen dat er bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dit om te borgen dat de leefbaarheid in een gebied gegarandeerd blijft en overlast in de omgeving wordt voorkomen. De berekening van de parkeernorm voor woningen gaat uit van verschillende woningtypes zoals beschreven in de Nota Parkeernormen 2019. Voor overige functies binnen de bestemming woongebied wordt aangesloten bij de normen in de Nota Parkeernormen 2019. Het gebruik van een parkeernorm is bedoeld om te voorkomen dat er door het toevoegen van functies in een gemeente parkeerdruk in de omgeving ontstaat en er zo een toekomstig parkeerprobleem gecreëerd wordt. In principe moet iedere functie zijn eigen parkeercapaciteit organiseren, waarbij rekening wordt gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Hoe stedelijker het gebied, hoe meer druk er op de openbare (parkeer)ruimte ligt en hoe belangrijker het is dat de gemeente de controle houdt over de parkeerbalans (de balans tussen het beschikbaar aantal plaatsen en het benodigde aantal plaatsen).

Basisnorm voor Middengebied Voor de parkeernorm voor het Middengebied geldt in de basis de parkeernorm zoals in de Nota Parkeernormen 2019 is vastgelegd. In de Nota Parkeernormen 2019 wordt voor de parkeernorm onderscheid gemaakt in Zone A, B en C. De zones zijn vooral geografisch bepaald, waarbij Zone Agebieden de centrumgebieden zijn, Zone B de schil om het centrum heen en Zone C het overige (rest) bebouwde kom gebied, dat verder van voorzieningen afligt. Het huidige gebied van het 4

Middengebied zou in eerste instantie als buitengebied bestempeld worden, maar er moet gekeken worden naar de eindsituatie van het Middengebied. In de eindsituatie wordt er een nieuw centrum gebouwd, met voorzieningen, winkels, openbaar vervoerdiensten en goede fietsvoorzieningen. Voor het Middengebied gelden dan ook de normen van Zone A. Het Middengebied wordt namelijk ontwikkeld als een nieuw gebied, waar het THAMES-principe (Thuis werken en voorzieningen nabij (sturing door ruimtelijke ordening, nabijheid voorzieningen), Actieve Mobiliteit (stappen en trappen), Mobility as a Service, Elektrificatie en Stadslogistiek) geldt als aanvulling op het eerdergenoemde STOMP-principe. Dit houdt in dat het gebied in de basis al ontworpen wordt om andere vormen van mobiliteit meer prioriteit te geven dan het gebruik van de auto. In het gebied wordt al rekening gehouden met een mobiliteitsconcept voor het Middengebied waarin de auto niet centraal staat. In de ontwerpen van de woningen en de voorzieningen erom heen wordt gefaciliteerd dat er mogelijkheden zijn om meer thuis te werken, waardoor er minder verplaatsingen noodzakelijk zijn. Door dit in de ontwikkeling van het gebied al mee te nemen kan het gebied gezien worden als een Zone A, met een lagere parkeernorm.

Tabel: Parkeernormen per woningcategorie en zone uit de Nota Parkeernormen 2019.

Mogelijke indicatoren als basis voor de parkeernorm Onderstaande indicatoren bepalen het autobezit. In de Nota Parkeernormen 2019 is voor de woningen alleen het type van de woning bepalend voor de parkeernorm. In de praktijk blijkt echter dat niet alleen het type van de woning bepalend is voor het autobezit, maar bijvoorbeeld ook het type bewoners, of het huur- of koopwoningen zijn en de nabijheid van (frequent) openbaar vervoer.

Woningtype: Het woningtype (grondgebonden of gestapeld en de omvang van de woning) is in de Nota Parkeernormen 2019 de basis voor het bepalen van de parkeernorm. Hier is de gemeentelijke 5

parkeernorm op gebaseerd. Indien er geen bijzondere locatie-omstandigheden zijn of het type bewoners is niet nader te specificeren, dan vormt het woningtype de meest solide basis voor de berekening van de parkeereis. Indien locatie en bewonerstypering echter wel tot een aantoonbaar andere omstandigheid leiden, dan kan deze leiden tot de onderbouwing van het hanteren van een reductie op de parkeernorm.

Locatie: De nabijheid van ov-faciliteiten, (winkel)voorzieningen en werkgelegenheid op loop- of fietsafstand, beschikbaarheid over deelauto’s, faciliteiten voor fiets e.d. bepalen of bewoners de noodzakelijkheid ervaren om zelf een auto te hebben. En het bepaalt voor werknemers in hoeverre ze met de auto naar het werk moeten, of ook met fiets of met openbaar vervoer kunnen komen. Het stedenbouwkundig ontwerp kan ook invloed hebben op het autobezit, door ruimtelijke keuzes te maken die fiets- en ov-gebruik ten opzichte van autogebruik aantrekkelijker maken. Zoals directe routes voor fiets en buslijnen, geen doorrijroutes voor de auto (door middel van inprikkers) en de inrichting van de wegen.

Overige aspecten: Er zijn veel aspecten die van invloed kunnen zijn op de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen. Meestal is de wijze hoe het totaalconcept wordt ingevuld bepalend voor hoeveel reductie aan benodigd aantal parkeerplaatsen behaald kan worden. Een hele specifieke doelgroep aan bewoners kan mede bepalend zijn voor de benodigde parkeercapaciteit. Ook is het gebruik van deelauto’s afhankelijk van de doelgroepen. De inzet van MaaS-app’s kunnen bijdragen aan een verminderde parkeervraag, maar ook dat moet goed uitgevoerd zijn, vroegtijdig gecommuniceerd worden en de doelgroep moet er voor open staan. Ieder type bewoner heeft een andere parkeerbehoefte en is ook op een andere manier gevoelig voor deelauto’s of het gebruik van de fiets of het openbaar vervoer. Om een scherpe en realistische parkeerbehoefte te bepalen is het van belang om alle drie de elementen te beoordelen op waarde en niet alleen het te realiseren woningtype. Dit dient onderbouwd te worden met een mobiliteitsplan per deelgebied. Risico: Het woningtype en de locatie zullen in de toekomst niet gaan veranderen. Het type bewoners en de omstandigheden in de omgeving, zoals het voorzieningenniveau, kan door de jaren heen wel veranderen. Het is van belang dat wijzigingen gemonitord worden. Er moet rekening gehouden worden met flexibiliteit in de toekomst.

Zowel met een stijgende als een dalende parkeerbehoefte. Er zullen periodiek parkeerdrukmetingen uitgevoerd moeten worden en er moet een alternatief zijn op het moment dat er in een gebied toch een onacceptabele parkeerdruk ontstaat. De parkeerdrukmetingen moeten bezien worden in het kader van het gebied dat in ontwikkeling is. Zo moet er rekening gehouden worden met tijdelijke situaties, toekomstige ontwikkelingen, een veranderend mobiliteitsgedrag en de groei van het voorzieningenniveau. Om het risico op toekomstige wijzigingen in het mobiliteitsgedrag te mitigeren, blijft de basis de parkeernorm zoals deze door de gemeenteraad in de Nota Parkeernormen 2019 is vastgesteld behouden. Mogelijke reducties die op de parkeernorm verkregen worden, moeten worden 6

onderbouwd met concrete maatregelen. Deze maatregelen moeten contractueel vastgelegd en toekomstbestendig en handhaafbaar zijn, zodat de leefbaarheid binnen het plangebied en daarbuiten gewaarborgd blijft.

Parkeerregulering Om een lage(re) parkeernorm te rechtvaardigen is niet alleen het ontwerp van het gebied van belang, maar ook een vorm van parkeerregulering. Naast het stimuleren van alternatieven voor de auto, moet er ook een financiële prikkel zijn of het verbieden van het parkeren voor ongewenste parkeerders. Zonder een vorm van parkeerregulering mag iedereen de auto overal parkeren. Een lage parkeernorm moet dan ook ondersteund worden door een (eventueel lichte) vorm van parkeerregulering. In ieder geval om het bezit van een 2e of 3e auto te ontmoedigen.

Samenhang omgeving Voor ieder gebied geldt dat er een samenhang is met de omliggende deelgebieden van het Middengebied. Voor het Vijfde Dorp, zijn dat in de tijd voornamelijk de reeds gerealiseerde woonwijken. Zo dient in de onderbouwing van de parkeeropgave voor volgende bouwfases de inzichten uit fase 1a meegenomen te worden. In algemene zin mag een toevoeging of wijziging van functies bij een nieuwe ontwikkeling in een deelgebied van het Middengebied geen parkeeroverlast veroorzaken in de omliggende wijken in het Vijfde Dorp. Je kunt niet geheel voorkomen dat men in een naastgelegen gebied parkeerders krijgt als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. Zeker als het om openbaar toegankelijke parkeerplaatsen gaat. Er dient van tevoren een plan te zijn op welk moment hoeveel parkeerders een ontwikkeling zal aantrekken en hoe deze gefaciliteerd worden. Indien een ontwikkeling haar eigen parkeervoorziening heeft, ligt het voor de hand dat men daar ook zal parkeren. Omgekeerd kunnen mensen uit omliggende gebieden ook op de parkeervoorziening van de nieuwe ontwikkeling parkeren. Deze dynamiek maakt dat een gebied altijd in samenhang met de omgeving gezien moet worden en dat in een mobiliteitsplan van een nieuwe ontwikkeling ook aandacht moet besteden aan die omgeving.

Onderdeel van een mobiliteitsplan voor een deelgebied kan de invulling van de parkeerbehoefte op een tijdelijke locatie zijn. Het is mogelijk om een braakliggend terrein tijdelijk als parkeerterrein in te richten. Uiteraard in afstemming met de eigenaar van de grond en de gemeente. Het parkeren dient wel in het definitieve plan verwerkt te zijn, zodat de eventuele tijdelijke parkeerplaatsen weer opgeheven kunnen worden in de eindsituatie. Ook is het mogelijk om de witte vlekken in het gebied in een tijdelijke situatie in te vullen met parkeren. Als het mobiliteitsconcept voldoende werkt, kan de parkeerfunctie opgeheven worden. Als het onvoldoende werkt, dan moet de parkeerfunctie mogelijk blijven bestaan.

Deelauto’s Een van de elementen die kunnen zorgen voor een reductie van het aantal parkeerplaatsen is de aanwezigheid van deelauto’s. In Zuidplas is al een reductie mogelijk van 4 parkeerplaatsen per inzet 7

van een deelauto (netto: 1 deelauto vervangt 3 parkeerplaatsen, doordat de deelauto een eigen parkeerplaats moet hebben). Er zijn momenteel nauwelijks gegevens bekend over het gebruik van deelauto’s. Bij de uitgifte van vergunningen voor deelauto’s kan de gemeente voorschrijven dat de gebruiksgegevens (geanonimiseerd, conform AVG-richtlijnen) aan de gemeente ter beschikking worden gesteld. Op deze manier wordt kennis vergaard over het aantal mensen dat gebruik maakt van een deelauto en de typering van mensen die er gebruik van maken. Hoe concreter de gegevens van het gebruik van deelauto’s, hoe sterker de onderbouwing om dit te hanteren als argument voor een reductie op het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Uit het Mobiliteitsconcept Het Vijfde Dorp (2023) blijkt dat een deelauto voor een deel van het “betaalbare programma” financieel gezien niet interessant is (anno 2023). Voor het verdienen van een reductie op de parkeereis dient dan ook rekening gehouden te worden met het bouwprogramma en het realiteitsgehalte van de mate waarin er gebruik gemaakt gaat worden van deelauto’s. Het gebruik van deelauto’s kan ook gestimuleerd worden door bijvoorbeeld een vast bedrag voor de beschikbaarheid van deelauto’s in de servicekosten van de woningen (bij huur of bijdrage in de VVE) op te nemen. Doordat mensen al betalen voor de beschikbaarheid, zal men er ook eerder gebruik van maken.

2. Juridisch kader De parkeernorm, zoals vastgelegd door de gemeenteraad in de Nota Parkeernormen 2019, is en blijft de basis waarop de benodigde parkeercapaciteit berekend moet worden. De parkeernorm is, zoals al aangegeven, een belangrijk instrument om de parkeerbalans op orde te houden. Dat is dus altijd het vertrekpunt van het berekenen van de parkeereis. In deze nota zijn de mogelijkheden aangegeven waarbinnen het college van B&W kan besluiten om af te wijken van de parkeernorm. In het bestemmingsplan is dynamische verwijzing naar deze notitie opgenomen. Van de parkeernorm kan afgeweken worden door gebruik te maken van de hardheidsclausule. De parkeernorm, zoals vastgelegd door de gemeenteraad in Nota Parkeernormen 2019, is en blijft de basis waarop de benodigde parkeercapaciteit berekend moet worden. Onderbouwd afwijken van de parkeernorm op basis van locatie en typering van de bewoners is formeel geen standaard grond om af te wijken van de norm. Met de hardheidsclausule is er een breed kader om af te mogen wijken van de huidige parkeernorm. In de Nota Parkeernormen 2019 staat: “Voor grootschalige projecten die een forse investering kennen kan de dekking van de parkeereis voor auto- en fietsparkeren een heel specifiek onderdeel van een project worden.

Een lager dekking van de eis kan, als afwijking op de reguliere regel, aan het college voor besluitvorming worden voorgesteld, mits er een goede, toetsbare onderbouwing aan ten grondslag wordt gelegd.” 8

Om de onderbouwing toetsbaar te maken is het wenselijk om een structureel kader vast te leggen waarbinnen van de huidige parkeernorm afgeweken kan worden, om daarmee willekeur te voorkomen. In deze notitie wordt invulling en uitleg gegeven aan de bestaande regeling die geldt om voor deze specifieke uitzondering in aanmerking te komen.

Financiële consequenties In de huidige parkeernorm is het aantal te realiseren parkeerplaatsen aangegeven. Deze norm geldt als het vigerende beleid. De ontwikkelaar dient de parkeereis zelf te realiseren. Het heeft de voorkeur om de parkeercapaciteit zoveel mogelijk in een centrale mobiliteitshub onder te brengen. Indien er afgeweken wordt van de norm en de ontwikkelende partij minder of geen parkeerplaatsen op haar eigen gronden wenst maken, dan is dat mogelijk doordat: 1) er voldaan wordt aan de mobiliteitsmaatregelen die ervoor zorgen dat de vraag naar parkeerplaatsen afneemt (hiervoor dienen duurzame maatregelen vastgelegd te worden). De voorwaarden om hieraan te voldoen staan in deze notitie nader uitgewerkt. Er wordt dan invulling gegeven aan het actief verminderen van de parkeerbehoefte; 2) er aantoonbaar niet voldaan kan worden aan de parkeereis doordat deze op zodanige bezwaren stuit, dat aan deze bezwaren een doorslaggevende betekenis moet worden gegeven. In dat geval moet de parkeereis ingevuld worden in de centrale mobiliteitshub en dan moeten de stichtingskosten voor het aantal benodigde parkeerplaatsen voldaan worden aan de eigenaar/ontwikkelaar van de centrale mobiliteitshub.

3) er bewust door de ontwikkelende partij gekozen wordt om geen (of minder) parkeerplaatsen op haar eigen gronden te maken, maar die parkeerplaatsen in de centrale mobiliteitshub in te vullen. In dat geval moeten de stichtingskosten voor het aantal benodigde parkeerplaatsen voldaan worden aan de eigenaar/ontwikkelaar van de centrale mobiliteitshub.

3. Proces voor het bepalen van een afwijkende parkeernorm Om te kunnen beoordelen of er een reductie kan worden toegepast op het aantal te realiseren parkeerplaatsen moeten voor ieder in te dienen mobiliteitsplan onderstaande stappen doorlopen worden: 

Deze nota geldt, na vaststelling door het college van B&W, als leidraad voor het toetsingskader om onderbouwd af te kunnen wijken van de parkeernorm voor nieuwe ontwikkelingen in het woongebied van Middengebied van de Zuidplaspolder. In een mobiliteitsplan wordt uitgewerkt op welke wijze (een reductie van) de parkeereis per ontwikkellocatie wordt ingevuld. Dit plan kan ook door verschillende ontwikkelende partijen samen worden opgesteld. Dat is verplicht als het om een ontwikkel(deel)gebied gaat. Het mobiliteitsplan wordt aangeboden samen met een omgevingsvergunningaanvraag. Voorafgaand aan het indienen van de omgevingsvergunningaanvraag inclusief het mobiliteitsplan vindt overleg plaats tussen ontwikkelende partij en beleidsadviseur 9

mobiliteit. Het doel van dit overleg is om de uitgangspunten van de plantoets te bespreken en afspraken te maken en vast te leggen over de in te dienen onderbouwingen. Bij plantoets-beoordeling wordt getoetst op betrouwbaarheid, correctheid en compleetheid van het ingediende mobiliteitsplan, de toekomst bestendigheid en het mobiliteitsconcept voor het hele Middengebied. In bijlage 1 is het afwegingskader aangegeven op basis waarvan het plan beoordeeld zal worden. De afspraken van het mobiliteitsplan worden contractueel toegevoegd aan de overeenkomst met de ontwikkelaar/ontwikkelaren en na realisatie overgedragen aan de eigenaar/eigenaren van de gronden.

Concrete afspraken / uitgangspunten voor projecten in woongebied van het Middengebied Zuidplaspolder voor een reductie op de parkeernorm 

De ontwikkelende partijen van één ontwikkel(deel)gebied worden verplicht één mobiliteitsplan op te stellen, c.q. zich te verbinden aan een (gebieds)mobiliteitsplan indien dit reeds is opgesteld. Ontwikkelende partijen van kleinere projecten in het woongebied van het Middengebied dienen zelfstandig een mobiliteitsplan in te dienen (of indien mogelijk gezamenlijk in combinatie met naastgelegen ontwikkelingen) voor een reductie op de parkeereis. In een mobiliteitsplan dient ten minste te zijn opgenomen: o Een analyse van de doelgroep die in het gebied komt wonen en werken. Hoe robuuster deze analyse, hoe toekomstbestendiger. o Hoe het mobiliteitsgedrag van deze doelgroep is: waarbij ten minste het aantal auto’s per huishouden en het verplaatsingsgedrag onderbouwd moeten zijn. o De wijze waarop en mate waarin dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. o De wijze waarop en de mate waarin ingespeeld wordt op de parkeerdruk of de restcapaciteit in relatie tot omliggende deelfasen en al dan niet tijdelijkheid van beschikbaar parkeerplaatsen in de directe omgeving. o Financiële onderbouwing van het mobiliteitsplan voor een periode van minimaal 10 jaar. o Juridische verankering van het mobiliteitsplan naar toekomstige rechtsopvolgers.

o Alternatieve mogelijkheden voor het geval het aantal gerealiseerde parkeerplaatsen in de eerste 10 jaar na oplevering van het plan niet voldoende blijkt te zijn. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de benoemde witte vlekken in het Middengebied. Wel dient er in de planvorming al rekening gehouden te worden met dit scenario, bijvoorbeeld door het reserveren van ruimte voor een extra parkeervoorziening. o Analyse van het bereikbaarheidsprofiel: hoeveel ov-haltes en hoe frequent rijdt het ov, hoeveel deelauto’s, deelfietsen en andere alternatieve vervoerswijzen zijn binnen bereik.

10

   

Voorgestelde maatregelen die bijdragen aan de reductie van het aantal parkeerplaatsen zijn niet los van elkaar te zien. Uiteindelijk wordt het “totaalpakket” beoordeeld en niet ieder element afzonderlijk. De maximale reductie op de parkeernorm bedraagt 30% van het aantal parkeerplaatsen volgens de standaardberekening van de parkeernorm, waarbij de mobiliteitsmaatregelen contractueel vastgelegd dienen te worden om te garanderen dat voldaan wordt aan het bereikbaar houden van de gemeente Zuidplas. De maximale reductie van 30% komt voort uit ervaringscijfers bij andere gemeenten waar een hogere basisnorm wordt gehanteerd en waar tot maximaal 50% reductie behaald kan worden. Doordat het Middengebied als Zone A wordt bestempeld is de basisnorm laag. Een reductie op die lagere norm tot maximaal 30% wordt gezien als realistisch, zonder dat de parkeercapaciteit dan te laag kan gaan worden. De behoefte aan voldoende parkeerplaatsen, zal (ook met een goed mobiliteitsplan) aanwezig blijven. Doordat de reductie verdiend moet worden door het creëren van goede en duurzame alternatieven is het risico op parkeeroverlast acceptabel, terwijl aan de andere kant de mogelijkheid om betaalbare woningen met minder parkeerplaatsen te realiseren geboden wordt. Inzichtelijk maken van de typering van de toekomstige bewoners en de te verwachten parkeerbehoefte hierbij.

Mogelijke alternatieven voor het mobiliteitsgedrag inzichtelijk maken en hoe te concretiseren. Inzichtelijk maken van maatregelen om ervoor te zorgen dat parkeerdruk niet afgewend wordt op de openbare ruimte in de omgeving. Minder parkeerplaatsen mogen niet gerealiseerd worden, tenzij er gebruik gemaakt wordt van beschikbare restcapaciteit in de directe omgeving. De parkeerdruk in de omgeving dient inzichtelijk gemaakt te zijn. Bij voldoende restcapaciteit in (private) naastgelegen parkeervoorzieningen is het mogelijk om gebruik te maken van deze restcapaciteit, mits deze restcapaciteit niet al ingerekend is voor toekomstige ontwikkelingen. Er dient onderbouwd te worden op welke momenten de restcapaciteit nodig is en hoeveel capaciteit er beschikbaar is. Met de eigenaar/exploitant van deze parkeervoorziening dient een langjarige overeenkomst gesloten te worden, waarin de benodigde parkeercapaciteit gegarandeerd wordt. In dit geval is er geen financiële eis ter afkoop van de parkeerplaatsen vanuit de gemeente.

Randvoorwaardelijke uitgangspunten Er is een aantal uitgangspunten waar randvoorwaardelijk aan voldaan moet worden om een mobiliteitsplan te laten slagen.  

Er dient in het beïnvloedingsgebied van het Vijfde Dorp een vorm van gereguleerd parkeren aanwezig te zijn, die in ieder geval een 2e en 3e auto ontmoedigd. Er dient een actuele parkeerdrukmeting te zijn, op basis waarvan beoordeeld kan worden hoe groot de parkeerdruk in het gebied en de omliggende gebieden is. Bij de interpretatie 11

van de actuele parkeerdruk zal rekening gehouden worden met veranderende omstandigheden en het in ontwikkeling zijn van het gebied. In te zetten deelauto’s dienen niet alleen gebruikt te kunnen worden door eigen bewoners en werknemers, maar ook beschikbaar te zijn voor omliggende doelgroepen. Ook dient de data van het gebruik van deze deelauto’s beschikbaar te worden gesteld aan de gemeente Zuidplas om analyses mee uit te kunnen voeren.

Bijlage 1: Afwegingskader voor mogelijk afwijken van de parkeernorm Om de parkeereis te bepalen wordt uitgegaan van de parkeernorm conform Zone A in de Nota Parkeernormen 2019. Aanvullende daarop kunnen er reducties verdiend worden die onderbouwd moeten worden in een mobiliteitsplan. Er kan in totaal een maximale reductie van 30% op de parkeernorm van zone A verdiend worden. In onderstaande schema wordt het afwegingskader beschreven om in aanmerking te komen voor een reductie. De beoordeling is voornamelijk een kwalitatieve beoordeling, waarbij het gaat om geloofwaardigheid, toekomstbestendigheid en realiteitsgehalte.

Stappenplan toepassen toetsingskader parkeernormering projecten Middengebied Dit toetsingskader is opgesteld voor het beoordelen van de mobiliteitsplannen, die als onderlegger dienen te worden ingediend voor nieuwbouwprojecten en verbouwingen, waarbij een wijziging van de bestaande functie(s) optreedt. Het gaat specifiek om de huidige projecten die liggen in het Middengebied – functie woongebied. Stap 1 – Vigerende parkeernorm is leidend voor het opstellen van de parkeernorm De vigerende parkeernorm is en blijft de basisnorm. Op basis van deze norm dient de parkeerbalans (parkeerbehoefte) van een nieuwe ontwikkeling te worden opgesteld. Dit geeft inzicht in het aantal te realiseren parkeerplaatsen (zonder eventuele reducties). 1) Ligt de ontwikkeling in het Middengebied?

ja

nee

Is er sprake van realisatie, renovatie, verbouw, nieuwbouw of een functiewijziging.

ja

Bereken de benodigde parkeercapaciteit op basis van de Nota Parkeernormen 2019, waarbij de parkeernorm voor zone A wordt gehanteerd.

nee

Geen berekening van parkeercapaciteit nodig. Bereken de benodigde parkeercapaciteit op basis van de Nota Parkeernormen 2019.

12

Stap 2 – onderbouwing van mogelijke afwijking middels een mobiliteitsplan voor de nieuwe ontwikkeling. Het is mogelijk om tot een reductie te komen indien de onderbouwing in het mobiliteitsplan dit aannemelijk maakt. Onderstaande regels gelden als afwegingskader hiervoor. Hierbij is het mogelijk om maximaal 30% reductie te verkrijgen op de geldende parkeernorm. De optelsom van alle mogelijke reducties is hoger dan 30%, maar toch kan er niet meer reductie verkregen worden, aangezien dan de leefbaarheid (parkeerdruk) in het gebied in het geding komt. Randvoorwaardelijke uitgangspunten Indien niet aan onderstaande randvoorwaarden voldaan is, kan geen reductie op de parkeernorm plaatsvinden. De kans dat parkeeroverlast in de omgeving gaat optreden is groot, op het moment dat er wel een reductie op de parkeernorm wordt uitgevoerd, maar niet wordt voldaan aan de randvoorwaardelijke uitgangspunten.

Randvoorwaardelijke uitgangspunten om te komen tot reductie

Bewoners, medewerkers, eigenaren kunnen geen beroep doen op gemeentelijke parkeervergunningen op straat in het omliggende gebied.

Ja

Nee

Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst en tevens vastgelegd in een POET-lijst (parkeren op eigen terrein). Deze adressen worden uitgesloten van de mogelijkheid om een parkeervergunning te krijgen. Geen reductie

Is er overal binnen een straal van 300 meter van de buitenrand van de ontwikkeling een vorm van gereguleerd parkeren aanwezig?

ja

Reductie op de parkeernorm mogelijk.

nee

Er is geen reductie mogelijk, tenzij er een bestuurlijke toezegging is dat er in het gebied gereguleerd parkeren ingevoerd zal worden vóór de realisatiedatum van de ontwikkeling.

De parkeerdruk in de directe omgeving (200 meter loopafstand vanaf het plangebied) is op maatgevende momenten <90% (aan te tonen middels parkeerdrukmeting)

ja

Reductie op de parkeernorm mogelijk. Rekening houdend met de fase waarin het gebied zich bevindt: in de ontwikkelfase is de huidige parkeerdruk niet altijd representatief. 13

nee

Geen reductie op de parkeernorm mogelijk. De parkeerdruk is reeds te hoog. Tenzij onderbouwd kan worden dat de gemeten parkeerdruk niet representatief is voor de eindsituatie, doordat er bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van tijdelijke parkeerplaatsen of doordat het gebied in ontwikkeling is.

14

Stap 3 – Mogelijkheden ter afwijking van de parkeernorm Nadat in stappen 1 en 2 is aangeven dat reductie mogelijk is, volgt in stap 3 de uitwerking van welke reductiepercentages mogelijk kunnen zijn. 1) Inzetbaarheid deel-auto's

ja

Het aantal in te zetten deelauto's wordt door de ontwikkelaar voor een periode van 10 jaar gegarandeerd.

ja

Mogelijke reductie van 3 parkeerplaatsen per deelauto. (norm 1 deelauto vervangt 4 auto's, waarbij er voor de deelauto een parkeerplaats dient te worden gerealiseerd). Totale maximale reductie bedraagt 10% van de benodigde parkeercapaciteit. Hierbij dient aangetoond te worden dat de deelmobiliteitsconcept duurzaam is en blijvend financieel aantrekkelijk als alternatief voor een eigen auto.

nee nee ja 2) Aanwezigheid van aantal openbare fietsparkeerplaatsen conform berekening Nota Parkeernormen 2019 van gemeente Zuidplas en de bereikbaarheid van de fiets is heel goed.

Geen reductie. Geen reductie.

Alle fietsparkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijk en te gebruiken en er is een goede bereikbaarheid door goede fietspaden naar het centrum en station.

ja

Maximale reductie van 15% op de benodigde parkeercapaciteit.

nee

indien geen fietsparkeerplaatsen openbaar zijn en er geen goede fietsverbindingen zijn, levert dit geen reductie op autoparkeerplaatsen op (0%). Indien het aantal fietsparkeerplaatsen conform de nota Parkeernomen deels openbaar is, en er redelijke fietsverbindingen zijn, is een reductie mogelijk tussen 0% 15%. 15

nee 3) Ligt de ontwikkeling op loopafstand van een frequente busverbinding naar het station?

ja

Geen reductie. In een straal van maximaal 300 meter tot een frequente busverbinding?

ja

Loopafstand tot 200 meter = maximaal 10% reductie op aantal parkeerplaatsen. Loopafstand tot 400 meter = maximaal 5% reductie op aantal parkeerplaatsen volgens de norm.

nee

Geen reductie.

nee

4) Liggen de voorzieningen voor dagelijkse benodigdheden dicht bij de woningen?

ja

(denk daarbij aan supermarkt, bakker, sportschool, mogelijkheid om te vergaderen of te werken)

Geen reductie.

Zijn deze voorzieningen goed te voet of met de fiets te bereiken en liggen ze binnen 300 meter loopafstand?

ja

Reductie afhankelijk van de voorziening, loopafstand en omstandigheid tot max 15% mogelijk. (het is mogelijk om minder reductie toe te kennen als de loofstand 300 meter is dan wanneer de loopafstand 100 meter is.

nee

Geen reductie.

nee ja 5) Zijn er andere maatregelen genomen of locatie specifieke omstandigheden die een reductie op de parkeernorm rechtvaardigen. (zoals bijvoorbeeld (maar niet limitatief) hele specifieke doelgroepen die aantoonbaar minder auto’s hebben, of het gebruik van een MaaS-apps die mensen stimuleren om alternatieve vervoerswijzen te gebruiken)

nee

Geen reductie. Zijn deze goed onderbouwd, duurzaam en is het effect ervan zeer aannemelijk?

ja

Reductie afhankelijk van de maatregel of omstandigheid tot max 15% mogelijk.

nee

Geen reductie. Geen reductie.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13278524/1