CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Beantwoording technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026 Z25.003401

Gemeenteraad 14 januari 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herijkte Nota van Uitgangspunten Middengebied, Financieel Kader, Grondexploitatie Fase 1a & Casco Fase 1a Cortelande en vangnetregeling4.283 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z25.003401*

Memo

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2025 ter attentie van

datum 24/11/2025

kenmerk Z25.003401

kopie aan

Bijlage 1

afzender M. van Lente

telefoon 0180-330300

e-mail marco.vanlente@zuidplas.nl

cluster Projectmanagement Bureau

Geachte heer Bakker & heer Versluis, Hierbij ontvangt u de beantwoording technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2025. Vraag 1: In het raadsvoorstel wordt bij kanttekening 4.2 gesproken over netcongestie. Aansluitingen voor bedrijven en voorzieningen zij problematisch. Voor woningbouw lijkt dit (nog) niet het geval te zijn. Hoe staat dit in relatie tot de eerdere ontwikkeling van het HS-station waar aangegeven werd dat Cortelande hier expliciet in meegenomen is? Antwoord 1: Dat er met de bouw van het HS-station rekening was/werd gehouden met het Middengebied is correct. Echter destijds was er nog geen sprake van netcongestie in het algemeen. Deze problematiek is na aanvang van de bouw van het HS-station opgekomen. De congestieproblematiek is aanwezig op de Tennet-structuur en (vooralsnog) niet op de onderliggende netwerken van Liander of Stedin in deze regio. Dit is derhalve een nieuw probleem op een ander deel van het net. Voor de laatstgenoemde partijen is het HS-station met bijbehorende trafo's vooral een oplossing en vereiste aanvulling op de netwerken. Vraag 2: Welke overbruggingsoplossing wordt voorzien om het netcongestieprobleem te overbruggen? Antwoord 2: Dat is momenteel in onderzoek. In de komende weken worden er door de netbeheerders en de ACM nieuwe congestiemaatregelen afgekondigd. Deze kunnen mee of tegenvallen, met een verwachting op tegenvallen.

Er wordt daarom gewerkt aan oplossingen via zowel door de gemeente uitgezette onderzoeken alsmede via gesprekken met de nutsbedrijven over nader te verkennen maatregelen. We zien in en om het Middengebied diverse aanknopingspunten om de problematiek “te lijf te gaan” zoals bijvoorbeeld de te ontwikkelen batterijopslag in nabijheid. Ook laten we ons nu en ook de komende periode inspireren door andere (ontwikkelings)opgaven en innovaties in het land. Vraag 3: Waarom is ervoor gekozen om een beperkt budget voor bovenstaande overbruggingsoplossing te kiezen? En wat is hierin de verantwoordelijkheid van de gemeente en wat van de netbeheerder?

Pagina 1 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

Antwoord 3: M.b.t. bedrijventerrein Doelwijk II wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd op welke wijze netcongestie het beste kan worden aangepakt. Er worden op dit moment kansrijke scenario’s verkend met partijen ( o.a. batterij project Zuidplas Energy bv, energiehub bedrijventerreinen). Vooruitlopend hierop is een stelpost voor kleine maatregelen opgenomen. In het risicodossier is een aanvullend risico opgenomen. Voor de woningbouw worden op dit moment nog geen concrete belemmeringen gezien en voor de maatschappelijke voorzieningen moet dit nader met de nutsbedrijven worden afgestemd. Zonder enig beeld te hebben bij oplossingsrichtingen en inzicht in de verantwoordelijke daarbij is het ondoenlijk om een concrete en juiste financiële inschatting te maken. Daarom is vooral gekozen voor opname in de risico's. Vraag 4: In het raadsvoorstel wordt bij kanttekening 5.3 gesproken over de aansluiting knibbelweg-oost. Wat is de status van dit project qua procedure? Antwoord 4: Er stond een zitting van de RvS gepland op 15 december, maar deze is recent om nog onbekende redenen uitgesteld. Ondertussen vorderen het bouwrijp maken en het graven van de nieuwe watergangen voor Knibbelweg-Oost echter gestaag zonder dat er een voorlopige voorziening is aangevraagd. Vraag 5: NvU blz 16 uitgangspunt ‘’I’’.

Hier wordt gesproken over 140 tijdelijke woningen binnen 3 jaar voor jongeren en starters. Hoe staat dit in relatie tot de 20 tot maximaal 80 tiny houses waar bij ‘’h’’ over gesproken wordt? Wat is daarnaast de status van beide uitgangspunten? Antwoord 5: De 140 tijdelijke woningen voor jongeren en starters is aanvullend programma op het te realiseren permanente woonprogramma. De 20 tot maximaal 80 tiny houses maken onderdeel van het permanente woonprogramma. Het is mogelijk om daarbij ook enkele permanente tiny houses een plek te geven. De komende maanden worden mogelijke locaties voor de tijdelijke woningen door het projectteam getoetst aan technische, financiële en juridische kaders. Vraag 6: NvU blz 13 uitgangspunt ‘’p’’. Klopt het dat voor enkele geselecteerde locaties het aantal bouwlagen naar 8 is bijgesteld? Is het aantal bouwlagen inclusief of exclusief de begane grond? Waarom is er bijvoorbeeld niet gekozen om op meerdere locaties maximaal 6 bouwlagen toe te staan? Antwoord 6: Het aantal van 8 bouwlagen is niet bijgesteld ten opzichte van het vastgestelde bestemmingsplan uit mei 2024. In een zone langs de 4e tocht is ruimte voor maximaal 10 gebouwen met 8 bouwlagen tot een maximum hoogte van 26 meter. Dit is inclusief de begane grond.

Het aantal van 6 bouwlagen is niet specifiek toegewezen aan locaties maar zijn in het gehele gebied mogelijk (met uitzondering rondom de linten waar in de regels aparte bepalingen opgenomen zijn ten aanzien van bouwhoogtes). Dit is gemaximeerd op maximaal 30% van de gebouwen die hoger mag zijn dan 3 bouwlagen (13 meter). Met deze hoogtemogelijkheden kunnen stedenbouwkundige accenten worden gemaakt op specifieke locaties die vanuit de context daarvoor geschikt zijn. Vraag 7: In het ‘’wijzigingen overzicht NvU (heeft geen bijlage nummer)’’ wordt aangegeven dat het volgende uitgangspunt is teruggetrokken; het visje als laatste ontwikkelen als dit voor energieneutraliteit noodzakelijk zou blijken. Graag een nadere toelichting vanuit het college wat hier bedoeld wordt.

Pagina 2 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

Antwoord 7: Als gevolg van de recent sterk veranderde energiesituatie in de regio met de aangekondigde netcongestie tot 2035 kan het nodig zijn voor de ontwikkeling van de bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II om het visje eerder in te zetten als energielandschap als onderdeel van de nog op te stellen energiestrategie. Deze behoefte wordt versterkt omdat het agrarisch voorgezet gebruik van Gouwepark II in het bestemmingsplan beperkt is tot 5 jaar, waardoor de ontwikkeling van Gouwepark II desgewenst eerder kan plaatsvinden. Als het nodig blijkt te zijn om het visje eerder in te zetten zal hier een separate planologische procedure voor doorlopen worden om de functie aan te passen naar energielandschap. Deze mogelijkheid is met de aanpassing in de NvU nu gecreëerd. In de door de raad aangenomen motie 2023M051 is opgeroepen om scenario's voor het visje uit te werken. Het bovenstaande zou één van de scenario's kunnen zijn. Vraag 8: In het ‘’wijzigingen overzicht NvU’’ is te lezen dat voor fase 1a de hoeveelheid commerciële voorzieningen naar beneden is bijgesteld (van 3500m2 naar 3100m2). Voor de maatschappelijke voorzieningen is dit bijgesteld van 18.000 naar 12.300 m2. Graag een onderbouwing waarom dit wordt aangepast, hoe dit zich verhoudt tot de resterende fases van Cortelande en welke keuzes hier in de tijd gemaakt kunnen worden.

Antwoord 8: Voor het commerciële voorzieningen programma in het centrum wordt nu uitgegaan van totaal 13.600 m2bvo. Hiervan is 3.100 m2bvo geprogrammeerd als onderdeel van fase 1a. Het restant in de overige fasen. In 2023 werd uitgegaan van het mogelijke scenario dat er alleen een fase 1a kon komen en werd om die reden met iets meer nl. 3.500 m2bvo rekening gehouden. Wat betreft de maatschappelijke voorzieningen werd in 2023 rekening gehouden met 18.000 m2 bestaande uit ca. 11.600 m2bvo bebouwd en 6.400 m2 onbebouwd (schoolpleinen). In de NvU is per abuis het aantal uitgeefbare m2 vergeleken met m2bvo. Hierdoor zijn de verdiepingen in de vergelijking niet meegenomen. De juiste optelling moet zijn: - IKC's + gymzaal 7.200 m2bvo - Cultuurhuis 1.350 m2bvo - 1e lijnszorg + CJG 750 m2bvo - Schoolpleinen 6.400 m2 Totaal 15.700 m2 en daarmee 2.300 m2 minder dan in 2023. Dit wordt verklaard door het aanpassen van de m2 cultuurhuis (-450 m2bo), het vergroten van 1e lijnsvoorzieningen (+150 m2bvo) en het faseren van de grote sporthal naar een vervolgfase (-2.000 m2bvo). Hier is voor gekozen omdat – nu er weer perspectief is op een integrale ontwikkeling – deze stedenbouwkundig minder passend is in het centrum van het dorp, maar onderdeel kan zijn van een sportpark of wijkpark in fase 1b.

De juiste cijfers zullen in de definitieve versie van de herijkte NvU, na besluitvorming hierover door de gemeenteraad, worden opgenomen. Vraag 9: In de stukken lezen we over verschillende buisleidingen van bv Gasunie waar rekening mee gehouden is in het stedenbouwkundig casco. Ook lopen er 2 buisleidingen van Dunea door het gebied die zettingsgevoelig zijn (dus een risico bij ophogingen). Dit is bijvoorbeeld het geval bij Doelwijk 2 (nabij onderdoorgang N457). Hier staan tevens enkele gebouwen nabij deze leiding. In hoeverre is hier rekening mee gehouden zowel technisch als financieel? Antwoord 9: Met de ligging van alle hoofdstructuren van leidingbeheerders is rekening gehouden in de plannen. Specifiek de Dunea leidingen zijn gelegen in een gebied van toekomstige bermen, sloten, groenstroken en wellicht een fietspad. Ter plaatse van bermen en groen is er geen voorbelasting nodig. Ter plaatse van een fietspad is er wellicht met lichtere maatregelen te werken. Dit wordt in de vervolgfase nader onderzocht. Vooralsnog is rekening gehouden met een reguliere/maximale ophoging waardoor een financiële voorziening is ingerekend waaruit mogelijk ook lichtere- of alternatieve maatregelen gebudgetteerd kunnen worden.

Pagina 3 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

Vraag 10: Op pagina 50 van het stedenbouwkundig casco wordt gesproken over nieuwe landelijke erven tussen de bestaande erven (bv de Middelweg). Zit het toevoegen van woningen in de bestaande linten in de woningbouwprogrammering? Antwoord 10: Het toevoegen van woningen aan het bestaande lint van de Middelweg is onderdeel van de woningbouwprogrammering fase 1a. Vraag 11: Op pagina 64 van het stedenbouwkundig casco staat een profiel van een belangrijkste toegangsweg naar het dorpshart. Deze is ca 15 meter breed. Kijkend naar de andere profielen is dit o.a. een doorgaande fietsroute, doorgaande boomstructuur, vrijliggende busroute. Aan beide zijde van de 15 meter is de uitgeefbare grond. Hoe moeten wij dit profiel lezen? Wordt er per definitie tot de ‘’uitgeefbaar grens’’ gebouwd? Antwoord 11: Nee, in geen der profielen wordt er per definitie tot de uitgeefbare grens gebouwd. Het uit te werken beeldregieplan zal hierover meer duidelijkheid gaan geven. Daarbij kan gekozen worden van een rooilijn op de erfgrens tot een rooilijn enkele meters op uitgeefbaar gebied. In het casco is een weergave geschetst die vermoedelijk passend gaat zijn bij het dorpslint wat de hartlijnen beogen te zijn/worden. Vraag 12: Met welke parkeernorm is in het centrum deel gerekend? Graag een nadere toelichting.

Antwoord 12: Het centrum bestaat uit een combinatie van verschillende type woningen, bezoekers parkeren en parkeren voor commerciële en maatschappelijke voorzieningen. De parkeerplaatsen voor de woningen en bezoekers bevinden zich m.n. in de achterhoven en het carré. De parkeerhuizen zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het parkeren t.b.v. de voorzieningen. De parkeernorm is gedifferentieerd naar functie. Naar verwachting zijn er in de eindsituatie ca. 1.300 parkeerplekken benodigd voor het centrumprogramma, waarbij gedurende de ontwikkeling van het centrum rekening wordt gehouden met het amendement van de Raad om gemiddeld 1,3 parkeerplek per woning te realiseren. De parkeerhuizen geven flexibiliteit aan het aantal parkeerplaatsen in het centrum en kunnen richting de eindsituatie groter of kleiner worden uitgevoerd afhankelijk van de uiteindelijke behoefte. Vraag 13: In het stedenbouwkundigcasco van Doelwijk 2 zien we de rooilijn op 2 meter van de erfafscheiding. Klopt dit? Waarom is hier voor gekozen? Antwoord 13: Is conform het vastgestelde bestemmingsplan; deze eis van 2 m is opgenomen om te voorkomen dat gebouwen te dicht op elkaar en op de openbare ruimte kunnen worden geplaatst en er ruimte overblijft voor de vereiste groene erfafscheiding rondom elk kavel.

Tevens zorgt dat aan de zijde van de trottoirs voor een prettige overgang tussen openbare ruimte en gebouw (menselijke maat). De twee meter zone borgt daarnaast ook dat er gevelgroen geplant kan worden met voldoende groeiruimte. Vraag 14: Hoe matcht het verkleinen van het plangebied met het bestemmingsplan? Is het aantal m2 met bestemming ‘woningbouw’ verkleind? Antwoord 14: Het plangebied (bestemming Woongebied) wordt op dit moment niet verkleind. In de verkenning van het maatregelenpakket om te komen tot een Financieel Kader met perspectief op een neutraal resultaat wordt rekening gehouden met een maatregel waarbij het plangebied verkleind wordt. Dit besluit wordt

Pagina 4 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

nu echter niet voorgelegd. Het wordt in die zin gezien als een maatregel die ingezet zou kunnen worden indien dit nodig blijkt op termijn. De verkleining wordt in dat geval verwacht aan het eind van de ontwikkeling in fase 2 (de watertuinen). Als deze maatregel daadwerkelijk ingezet wordt (o.b.v. een raadsbesluit) dient op dat moment de oppervlakte van de bestemming Woongebied aangepast te worden middels een wijziging omgevingsplan. Vangnetregeling Vraag 15: Drukken investeringen vanwege de vangnetregeling op de GREX? Is taxatiewaarde inclusief of exclusief effecten op marktprijs van omgevingsplanwijziging? Antwoord 15: De investeringen vanwege de vangnetregeling vallen onder de reguliere begroting. Het is een beleidsinstrument dat wordt ingezet. Dit kan ook niet zonder meer ondergebracht worden in de grondexploitatie. De taxatiewaarde van woningen wordt bepaald aan de hand van gebruikelijke taxatiemethodiek. Hierbij wordt rekening gehouden met het geldende bestemmingsplan (Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1). Als er door vaststelling en inwerkingtreding van het bestemmingsplan een waardevermindering heeft plaatsgevonden bestaat hier de regeling nadeelcompensatie (voorheen planschade) voor. De taxateur zal de waarde wel onder andere bepalen aan de hand van referentietransacties op de reguliere woningmarkt.

Vraag 16: Hoe zijn de criteria wel/niet van toepassing verklaren vangnetregeling geformuleerd? Vraagt dit steeds een raadsbesluit? Antwoord 16: Als de regeling in werking is getreden is er geen sprake meer van een besluit of afweging. Alle adressen die zijn aangewezen in de regeling (de bestaande woningen in of direct aan het ontwikkelgebied) kunnen aanspraak maken op de regeling. Om hiervoor in aanmerking te komen dient de eigenaar de woning ten minste zes maanden op openbare en gebruikelijke verkoopkanalen (zoals Funda) te koop hebben staan. Risico’s Vraag 17: Hoeveel onvoorzien is opgenomen voor onverwachte bijstellingen / effecten die te maken hebben met de bodemgesteldheid? Antwoord 17: Gezien de omvang van deze kostenpost zijn er 5% aanvullende kosten opgenomen voor tijdelijke maatregelen / onvoorziene kosten gerelateerd aan de grondbalanskosten. Daarnaast zijn er specifieke maatregelen voorzien om het watersysteem in het gebied voor woningbouw gereed te maken. Hier zijn 10% tijdelijke maatregelen / onvoorziene kosten opgenomen. Vraag 18: Op welke andere posten is rekening gehouden met onvoorzien? Waarom daar? Graag nadere toelichting? Antwoord 18: Gegeven deze fase van de planontwikkeling waarbij nog niet alle plannen volledig zijn uitgewerkt wordt er op bijna elke kostenpost rekening gehouden met een post onvoorzien van 5% tot 10%.

Hiermee is er wendbaarheid in de grondexploitatie waarmee onvoorziene omstandigheden kunnen worden opgevangen. Op het moment dat werkzaamheden zijn aanbesteed is er pas volledige zekerheid over de kosten. Vraag 19: Welke stresstesten/risicoscenario’s zijn doorgerekend? Bijvoorbeeld stijgende bouwkosten, stijgende

Pagina 5 van 9

registratienummer

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

Z25.003401

rente, dalende woningmarkt, vertraging in uitvoering. Kunnen we hier een toelichting op krijgen inclusief bijbehorende financiële bandbreedtes? Antwoord 19: In hoofdstuk 7 van de Toelichting GREX Cortelande fase 1a is dit uitgewerkt. Op pagina 46 zijn ook enkele specifieke scenario's doorgerekend. Vraag 20: Drukt het risico van de investering in WKSC ook op de risicoreservering Cortelande / reserve GREX of wordt dit risico binnen de reguliere begroting / algemene reserve opgevangen? Antwoord 20: Het risico van de investering in WKSC drukt niet op de risicoreservering Cortelande / reserve GREX en valt daarmee onder de risico's binnen de reguliere begroting / algemene reserve. Dit omdat het WKSC een toekomstig deelnemingsrisico, in lijn met de methodiek rondom het risico van de deelname in de GR Grondbank, betreft en niet een ontwikkelrisico. Vraag 21: Hoeveel ruimte is er naast de huidige risicoreservering Cortelande in de reserve Grondexploitaties beschikbaar? Antwoord 21: Het MPG 2025 is als bijlage bij de jaarrekening 2024 door de raad vastgesteld in juni 2025. Daarin is de volgende stand van de reserve Grondexploitaties per 1-1-2025 weergegeven: Totale reserve Grondexploitatie per 1-1-2025

€ 20.451.000

Saldo verwachte dotaties en onttrekkingen 2025-2028

€ -1.747.000

Reservering Middengebied

€ -14.213.000

Overige risicoreserveringen

€ -2.157.000

‘Vrije ruimte’ reserve Grondexploitatie

€

2.333.000

De mutaties t.g.v. de vastgestelde najaarsnota 2025 beïnvloeden dit beeld in beperkte mate. Alle grondexploitaties en de risicoanalyse worden in de komende periode geactualiseerd. De resultaten worden verwerkt in het MPG 2026, dat u wederom als bijlage bij de jaarrekening wordt aangeboden. Vraag 22: Staan we als gemeente voldoende gesteld voor het vervolg. Qua organisatie, governance, samenwerking met ontwikkelende (markt)partijen, adaptief vermogen etc. Welke organisatiegroei is voorzien en in hoeverre is dit meegenomen in de ‘financiële effecten op de meerjarenbegroting’? Antwoord 22: Binnen de GREX is een begroting opgenomen voor de huidige en toekomstige projectorganisatie. In samenhang hiermee verkennen we inhoudelijk wat er nodig is om een robuuste projectorganisatie in te richten. Daarnaast is in de meerjarenbegroting nog geen rekening gehouden met de aanpalende groei van de organisatie. Echter is in de notitie Financiële effecten op de meerjarenbegroting wel een richting opgenomen van 10% van de totale groei. Deze richting, welke onderdeel is van de overige kosten bedrijfsvoering, is gebaseerd op de huidige in de Begroting 2026 opgenomen integrale organisatiekosten.

Vraag 23: Waarom wordt het tekort GREX fase 1A op 3 miljoen becijferd en niet op 13 miljoen? Is het niet te onvoorzichtig de subsidieopbrengst van na fase 1A nog te bouwen woningen nu al aan fase 1A toe te rekenen?

Pagina 6 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

Antwoord 23: De grondexploitatie is nu zo opgezet dat in fase 1A aanzienlijke voorinvesteringen voor de integrale ontwikkeling zitten. Deze zijn als kostenpost subsidiabel in de aangevraagde subsidie gebiedsbudget grootschalige woongebieden. Door de verdeelsleutel o.b.v. aantal woningen kan de subsidie maar in mindere mate worden toegerekend aan grondexploitatie fase 1A, terwijl de subsidie voor die maatregelen is verstrekt. Met dit effect van ca 10 miljoen mag rekening worden gehouden bij het treffen van de verliesvoorziening. Dit sluit aan bij de regelgeving en dit is bevestigd door de controlerend accountant. Het nadelige resultaat van 1A is feitelijk 13 miljoen op basis van de beperktere toerekening van de subsidie, maar omdat de subsidie wel beschikt zal zijn en uitgekeerd mag rekening worden gehouden met het deel van de subsidie dat niet kon worden toegerekend aan 1A, maar aan een volgende fase. Vraag 24: Is het risicodossier ook onderdeel van de uitgevoerde second opinion? Waar kunnen we de review hierop lezen? Antwoord 24: Akro heeft kennis gehad van het risicodossier en de methodiek zoals in 2023 gehanteerd. Daarbij is door de organisatie aangegeven die methodiek te willen doorzetten in 2025. Daarnaast is er in september met Akro een werksessie geweest over de wendbaarheid en weerbaarheid van de grondexploitatie.

De rapportage ziet vooral toe op de aanbevelingen gerelateerd aan de grondexploitatie. Begrotingsbeleid Vraag 25: Bij de Zomernota 2026 wordt het begrotingsbeleid omgevormd. Maakt het presenteren van een sluitend meerjarenperspectief hier onderdeel van uit? Antwoord 25: Ja, dit hangt met elkaar samen. Er moeten, als het gaat om de groei van en door Cortelande, keuzes worden gemaakt over hoe we toekomstige groei (zowel qua uitgaven als qua inkomsten) verwerken in de begroting. Vraag 26: Begrijpen wij goed dat het college voor de reguliere begroting 2 systemen wil hanteren: reguliere begroting bestaande dorpen en reguliere begroting Cortelande. Wat is hier de meerwaarde van en in hoeverre is dit haalbaar? Zijn er voorbeelden waar dit goed heeft gewerkt? Antwoord 26: Binnen de begroting wil het college geen onderscheid maken. In de notitie is ten opzichte van de huidige begroting zonder Cortelande aangegeven wat het effect gaat zijn van de ontwikkeling van Cortelande op diezelfde begroting. Daarmee is niet bedoeld dat het 2 systemen zouden zijn. Vraag 27: Hoe zitten de van de grondbank over te nemen gronden die niet ontwikkeld worden in de begrotingswijziging. Welke beheerlasten horen erbij en hoe wordt dit georganiseerd? Antwoord 27: De gronden die niet ontwikkeld worden maken nog geen onderdeel uit van de aangeboden begrotingswijziging.

Op dit moment wordt enkel de grondexploitatie aangeboden en is dit als zodanig in de begrotingswijziging betrokken. De uitwerking van de door de GR Grondbank aangeboden begrotingswijziging van de GR en de hieruit voortvloeiende wijziging van de koopovereenkomst maakt de noodzaak van de verwerking van de overige niet direct te ontwikkelen gronden opportuun. Ook de hieruit voortvloeiende wijze van beheer en beheerlasten maken onderdeel uit van deze nadere uitwerking en zijn onderdeel van een dan aan de raad aan te bieden begrotingswijziging.

Pagina 7 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

Rente Vraag 28: Wat is afgesproken over het moment dat het rijk de subsidiebijdrage van 130 miljoen gaat overmaken? Staat ergens zwart op wit dat de bijdrage voor de gehele planontwikkeling vooraf wordt overgemaakt? Antwoord 28: In de kamerbrief Woningbouw en Mobiliteit van 10 november 2025 worden de subsidiebijdragen toegezegd. Over het moment van ontvangen en de wijze waarop moeten nog bestuurlijke afspraken worden gemaakt. Vraag 29: Komen alleen rentevoordelen door WBI en aanvullende subsidie gebiedsontwikkeling ten gunste van GREX of geldt dit ook voor alle andere (toekomstige) subsidies? Stappen we hiermee alsnog over naar projectfinanciering? Antwoord 29: Het voorliggende besluit ziet toe op de rente-effecten van de vooruitontvangen WBI en de naar verwachting vooruit te ontvangen middelen van de subsidie gebiedsbudget grootschalige woongebieden. Deze zijn specifiek uitgekeerd ten behoeve van de ontwikkeling van Cortelande en bedoeld om rentedragend positief bij te dragen aan de ontwikkeling. De WBI dekt daarmee een deel van de nadelige netto contante waarde van het woongebied af en kan dit alleen in volle omvang doen als de rentevoordelen meegenomen worden. Het gebiedsbudget is bedoeld om door deze vooruit uit te keren een positief rente-effect te creëren die bijdraagt aan het Financieel Kader.

Specifiek voor dit soort subsidies heeft de commissie BBV een regeling gepubliceerd hoe hiermee om kan worden gegaan. Het is geen projectfinanciering. Het is enkel een overbrugging voor de periode tussen het moment dat de subsidie vooruitontvangen is en het moment dat deze feitelijk administratief mag worden toegerekend aan de grondexploitatie op basis van de BBV-criteria, zodanig dat de subsidies wel voor hun volledig bedoelde effect kunnen bijdragen. Vraag 30: Kunnen wij kennisnemen van de position paper ‘rente’. Antwoord 30: U kunt kennisnemen van de position paper rente welke ter informatie met de gemeenteraad wordt gedeeld. Zie hiervoor de bijlage. Fractie: D66 Vraag 31: We lezen dat parkeren nu zal gebeuren in parkeerkoffers (p49) a. Welke parkeer eis (tussen 1.1 en 1.3 dus) laat de originele idee van parkeerhubs nog mogelijk zijn? b. Hoeveel m2 openbare parkeerruimte is er bij gekomen door de verhoging van de parkeer eis? c. Hoeveel (meters of %) geplande wandelpaden rond woningen zijn nu aangepast om autoverkeer naar de 'koffers' mogelijk te maken? Antwoord 31: a. De parkeereis van 1,1 per woning was stedenbouwkundig gezien de bovengrens om parkeren in hubs te organiseren. Daarboven zouden de hubs zo groot worden dat afstanden toenemen en de stedenbouwkundige kwaliteit zou afnemen. b. Er is ongeveer 17.500 m2 aan openbare parkeerruimte bijgekomen. c.

Deze analyse is niet gemaakt. In de stedenbouwkundige uitwerking is gewerkt van een voorlopig stedenbouwkundig ontwerp naar een proefverkaveling, waarmee de mate van gedetailleerdheid is toegenomen. Het vergelijk is daarom niet direct te maken. Vraag 32: We lezen in de fasering 1A dat het oppervlak maatschappelijke voorzieningen van 19000 naar 12300

Pagina 8 van 9

onderwerp Technische vragen t.b.v. PC B&M 26 november 2026

registratienummer Z25.003401

gaat & dat de looptijd van de grex verlengd wordt om deel hiervan later te kunnen realiseren. Daarbij neemt het aantal huizen eerder toe dan af in deze fase. Wat is dan de onderbouwing van deze aanpassing? Antwoord 32: Voor het eerste deel van de vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 8 van de fractie CU/SGP. Voor het overige geldt dat we van grof naar fijn werken, waarbij in het oorspronkelijke plan een wat grovere aanname was opgenomen. In de huidige opzet van de grondexploitatie en nota van uitgangspunten is het voorzieningenprogramma behoedzamer opgenomen. In het plan zit flexibiliteit om met de ontwikkeling van de vraag de voorzieningen mee te laten groeien. Vraag 33: We lezen in de fasering 1A dat de oppervlakte van commerciële voorzieningen van 3500 naar 3100 gaat terwijl het aantal huizen eerder toe neemt dan af (in deze fase). Wat is de onderbouwing van deze aanpassing? Antwoord 33: Zie ook het antwoord op vraag 8 van de CU/SGP. In de grondexploitatie wordt voorzichtig gecalculeerd als het gaat om het aantal m2 commerciële voorzieningen. Het centrum maakt het te allen tijde mogelijk om in te spelen op de uiteindelijke behoefte. Dat zou kunnen betekenen 2 supermarkten van 3000 m2 maar ook 3 supermarkten van 1500 m2 bijvoorbeeld. E.e.a. is afhankelijk van de ontwikkelingen in de detailhandel in de dagelijkse levensbehoeften op lange termijn.

Vraag 34: In de NvU lezen we op meerdere plaatsen dat 'natuurvriendelijke oevers' erg belangrijk zijn ; maar: in het stuk met de meest opvallende verschillen in de NvU lezen we dat het percentage van "50% van de oevers zijn natuurvriendelijk" weggelaten wordt waarom is het percentage van 50% niet meer belangrijk. Antwoord 34: Het is de ambitie om zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers te realiseren. Het koppelen aan een vast percentage is daarmee iets minder gepast, dit suggereert dat het percentage de doelstelling is terwijl dat niet zo is.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16285849/1