CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Bp 't Lage, Moordrecht, vaststelling, Toelichting Bijlage 4, Onderzoek vleermuizen A21.002026

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 't Lage, Moordrecht3.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen

085 7737676

info@regelink.nl | www.regelink.nl

KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390980458

Colofon

Tekst, foto's en samenstelling

Niki Wensink

In opdracht van

Buro SRO

Rapportnummer

RA20284-01

Status rapport

Definitief

Datum oplevering rapport

04 november 2020

Aantal pagina's

18

Collegiale toets

Manon Mulder

Wijze van citeren

Wensink, N., 2020, Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te

Moordrecht Rapport RA20284-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.

Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

2

Inhoudsopgave Aanleiding

4

1.1 1.2

4 4

Aanleiding Doel

Plangebied en ingreep

5

2.1 2.2

5 6

Plangebied Ingreep

Werkwijze

7

3.1 3.2 3.3

7 7 8

Onderzoeksinspanning Methode vleermuisonderzoek Volledigheid inventarisatie

Resultaten

9

4.1 4.2 4.3

9 9 10

Algemeen beeld Gewone Dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis

Toetsing aan de Wet natuurbescherming

11

5.1

11

Effectbepaling en toetsing

Conclusies en vervolgstappen

12

6.1 6.2

12 12

Conclusies Aanbevelingen

Bronnen

13

7.1 7.2 7.3

13 13 13

Literatuur Websites Project gerelateerde bronnen

Bijlage 1.

Wet natuurbescherming

14

Bijlage 2.

Kaart waarnemingen

18

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

3

Aanleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens woningbouw te realiseren op de locatie waar thans een sportpark aanwezig is. De bestaande bebouwing en sportvelden worden gesaneerd. Uit een ecologische potentie-inschatting van Blom Ecologie B.V. (april, 2020) is gebleken dat in het plangebied mogelijk geschikte zomer-, kraamen paarverblijfplaatsen aanwezig zijn voor gewone dwergvleermuis ( Pipistrellus pipistrellus ), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii ) en laatvlieger (Eptesicus serotinus ). Volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zorgplicht) is het verplicht om voordat de ingreep plaatsvindt onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Er moet daarom nader onderzoek gedaan worden naar de aanwezigheid van deze soorten en de functies van het plangebied. Regelink Ecologie & Landschap heeft in opdracht van Buro SRO in het plangebied dit onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. Bij het opstellen van deze rapportage is uitgegaan van de definities zoals aanwezig op de website van Regelink Ecologie & Landschap .

1.2 Doel Het doel van het onderzoek is het beantwoorden van de volgende vragen: •

Welke soorten vleermuizen komen voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige soorten vleermuizen?

•

Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen zijn nodig om overtreding van de Wet Natuurbescherming (zoveel mogelijk) te voorkomen

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

4

Plangebied en ingreep 2.1 Plangebied Het plangebied betreft Sportpark ’t Lage aan de Sportlaan 1 en 1a en het aanliggend speelveld aan de Dokter van Westendorplaan te Moordrecht in de gemeente Zuidplas, provincie Zuid-Holland. Aan de noordwestzijde van het plangebied is de kantine (Sportlaan 1a), zijn de kleedkamers (Sportlaan 1) en is de parkeergelegenheid gesitueerd. Het clubhuis heeft gemetselde muren met spouw en heeft een plat bitumen dak. Het hele perceel is omrasterd met hekwerk, waarachter een beschoeide afwateringssloot is gelegen. De enige groenstructuren binnen het plangebied betreffen knotwilgen naast de waterkanten en een speelveld aan de Dokter van Westendorplaan. Het grootste gedeelte van het perceel betreft (kunst)gras, verharding of bebouwing. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een bebouwde omgeving met woningen en maatschappelijke gebouwen. Vrijwel direct ten zuidwesten van het plangebied is het buitengebied van Moordrecht gelegen, met hoofdzakelijk melkveehouderijen. Circa 600 meter ten oosten stroomt de Hollandsche IJssel en circa 1,7 kilometer ten noordwesten is de rijksweg A20 gelegen. De begrenzing van het plangebied is in Figuur 1 met rood aangegeven.

Figuur 1 Het plangebied (rood omkaderd) is gelegen aan de Sportlaan 1 te Moordrecht (bron kaartmateriaal; webgis publisher)

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

5

2.2 Ingreep Het voornemen is om nieuwbouw te realiseren op de locatie waar thans een sportpark en een speelveld gelegen zijn. Hierbij dient het perceel een woningbestemming te krijgen. De knotwilgen blijven behouden, waardoor kapwerkzaamheden niet nodig zijn. De werkzaamheden zullen globaal bestaan uit: •

Algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal;

•

Graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen;

•

Algemene bouwwerkzaamheden;

•

Aanleg verharding en beplanting.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

6

Werkwijze 3.1 Onderzoeksinspanning In het voorjaar, zomer en najaar van jaar 2020 werd het plangebied aan de Sportlaan 1 te Moordrecht geïnventariseerd op de aanwezigheid van vleermuizen. In Tabel 1 zijn de gegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. De toegepaste onderzoeksmethoden worden in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk nader toegelicht.

Tabel 1. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. V= Vliegroute, F= Foerageergebied, K= Kraamverblijf, Z= Zomerverblijf, P=Paarverblijf, MZ= middernachtelijk zwermgedrag winterverblijfplaats Datum

Tijd

Onderzochte functies

Medewerker

Weerstomstandigheden

20-05-2020

21:30-23:45

Vleermuizen: V, F, K, Z

B. Steen

19ºC, onbewolkt, droog, 3 Bft

19-06-2020

03.00-05.15

Vleermuizen: V, F, K, Z

B. Steen

14ºC, onbewolkt, droog, 2 Bft

22-06-2020

22.00-00.15

Vleermuizen: V, F, K, Z

B. Steen

14ºC, onbewolkt, droog, 2 Bft

26-08-2020

23:30-01:30

Vleermuizen: V, F, P, MZ

B. Steen

16ºC, zwaar bewolkt, droog, 2 Bft

27-09-2020

23:30-01:30

Vleermuizen: V, F, P, MZ

B. Steen

14ºC, zwaar bewolkt, droog, 1 Bft

3.2 Methode vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken werd op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Pettersson D240x) werd de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt voor mensen. Wanneer de soort op grond van frequentie, klank en ritme niet met zekerheid kon worden bepaald, werd een opname gemaakt met een extern opnameapparaat. Met behulp van het computerprogramma Batsound werden de opnamen nader geanalyseerd. Voor determinatie werd gebruik gemaakt van Barataud, 2015 en de grenswaarden in echolocatie van www.batecho.eu. Voor sociale geluiden van vleermuizen werd gebruik gemaakt van Middleton, 2014 en Pfalzer, 2002. Door daarnaast zoveel mogelijk visueel waar te nemen werd de determinatie geverifieerd en werd het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Gedurende het kraamseizoen (mei tot juli) werden de bezoeken direct vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang of vanaf twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst uitgevoerd. Gedurende het paarseizoen (augustus tot oktober) werden de bezoeken tussen een uur na zonsondergang en een uur voor zonsopkomst uitgevoerd. In deze periode werd minimaal twee uur geïnventariseerd.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

7

3.3 Volledigheid inventarisatie De vleermuisinventarisatie is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017 zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur. Inventarisaties zijn een steekproef gebaseerd op momentopnames, waardoor het niet is uit te sluiten dat soorten en functies die niet waargenomen werden op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methoden en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderhavige onderzoek heeft d e initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

8

Resultaten 4.1 Algemeen beeld Gedurende het onderzoek werden in en in de nabijheid van het plangebied de volgende soorten aangetroffen: •

Gewone dwergvleermuis

•

Ruige dwergvleermuis

In Tabel 2 staat een overzicht van de aan getroffen vleermuissoorten en functies. In de volgende paragrafen wordt per soort de waarnemingen en functies verder besproken. De waarnemingskaart is opgenomen in Bijlage 2.

Tabel 2 Samenvatting van de waargenomen vleermuissoorten en functies. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Soort

Verblijfplaats functie

Andere functie

Zomer

Kraam

Paar

Winter

Vliegroute

Foerageergebied

-

-

-

-

-

10-15

-

-

-

-

-

5

gewone dwergvleermuis ruige dwergvleermuis

4.2 Gewone Dwergvleermuis Foerageergebied Tijdens de inventarisaties werden foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen in en nabij het plangebied. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden, zoals in het nabijgelegen groen ter hoogte van de Vierde Tochtweg, kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis is. Vliegroutes In het plangebied zijn enkele langstrekkende gewone dwergvleermuizen waargenomen langs de bomen net buiten het plangebied. Voor deze dieren zijn ruim voldoende alternatieve lijnvormige elementen aanwezig, zoals langs de West Ringdijk ten zuidoosten van het plangebied. Een essentiële functie van het plangebied als vliegroute voor gewone dwergvleermuizen kan hierdoor worden uitgesloten. Kraam- en zomerverblijfplaats Er zijn tijdens de veldbezoeken geen zomer en/of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Paarverblijfplaats Gewone dwergvleermuizen vliegen al roepend rond om vrouwtjes naar hun paarverblijfplaats te lokken. Doordat zij hierbij door hun hele territorium vliegen is het doorgaans lastig om de exacte paarverblijfplaats te lokaliseren.

Tijdens de paarperiode (augustus – september) werden er binnen het plangebied geen roepende mannetjes van gewone dwergvleermuis waargenomen. Op basis van het Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

9

waargenomen gedrag in het veld is daarom geen paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Winterverblijfplaats Bij beide bezoeken in het najaar nam de activiteit af tegen middernacht. Er zijn geen zwermende dieren in het plangebied waargenomen. Daarmee kan de aanwezigheid van een massa winterverblijfplaats worden uitgesloten.

4.3 Ruige dwergvleermuis Foerageergebied Tijdens de inventarisaties werden enkele foeragerende ruige dwergvleermuizen waargenomen net buiten het plangebied. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieven foerageermogelijkheden, zoals in het nabijgelegen groen ter hoogte van de Vierde Tochtweg, kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor ruige dwergvleermuis is. Vliegroutes Er zijn tijdens de veldbezoeken geen vliegroutes van ruige dwergvleermuis aangetroffen. Daarmee kan een essentiële functie van het deelgebied als vliegroute voor ruige dwergvleermuizen worden uitgesloten. Kraam- en zomerverblijfplaats Er zijn tijdens de veldbezoeken geen zomer en/of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. Ook zijn er geen kraam- zomerverblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Paarverblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus – september) werden er binnen het plangebied beperkt roepende mannetjes van ruige dwergvleermuis waargenomen. Ruige dwergvleermuizen vliegen al roepend rond om vrouwtjes naar hun paarverblijfplaats te lokken. Doordat zij hierbij door hun hele territorium vliegen is het doorgaans lastig om de exacte paarverblijfplaats te lokaliseren. Op basis van het waargenomen g edrag in het veld is daarom de ligging van de paarverblijfplaatsen geïnterpreteerd.

Door de ligging van het baltskwartier ten westen van het plangebied wordt geconcludeerd dat hier, buiten het plangebied, vier paarverblijven aanwezig zijn. Zie waarnemingenkaart in bijlage 2. Winterverblijfplaats Bij beide bezoeken in het najaar nam de activiteit af tegen middernacht. Er zijn geen zwermende dieren in het plangebied waargenomen. Daarmee kan de aanwezigheid van een massa winterverblijfplaats worden uitgesloten.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

10

Toetsing aan de Wet natuurbescherming 5.1 Effectbepaling en toetsing Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis is foeragerend in en nabij het plangebied waargenomen. Het deelgebied vormt geen essentieel foerageergebied of onmisbaar onderdeel van leefgebied van gewone dwergvleermuis. Er werden geen zomer-, kraam- en/of paarverblijven in het plangebied waargenomen. Het voortbestaan van verblijven buiten het plangebied komt niet in gevaar als gevolg van de werkzaamheden. Omdat negatieve effecten niet aan de orde zijn, is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Ruige dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis is eenmalig foeragerend in het plangebied waargenomen. Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied of onmisbaar onderdeel van leefgebied van ruige dwergvleermuis. Er werden geen zomer-, kraam- en/of paarverblijven in het plangebied waargenomen. Het voortbestaan van verblijven buiten het deelgebied komt niet in gevaar als gevolg van de werkzaamheden. Omdat negatieve effecten niet aan de orde zijn, is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

11

Conclusies en vervolgstappen 6.1 Conclusies Algemeen Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2017, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd. Resultaten en effecten Het project aan de Sportlaan 1 te Moordrecht leidt niet tot een verlies van essentieel leefgebied en verblijven van vleermuizen. Negatieve effecten op vleermuizen zijn uitgesloten. Toetsing Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden.

6.2 Aanbevelingen Door een uitvoering met de volgende maatregel voorkom je ernstige lichtverstoring voor overvliegende en/of foeragerende vleermuizen: •

Richt in de periode maart t/m oktober geen continue lichtbron op de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

12

Bronnen 7.1 Literatuur •

Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series].

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus . Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.

•

Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur.

•

Middleton, N., A. Froud & K. French. (2014) Social Calls of the Bats of Britain and Ireland. Pelagic Publishing, Exeter.

•

Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern.

•

Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat. In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.

•

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol. (4-112020)].

7.2 Websites •

wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01

•

www.batecho.eu

•

www.bij12.nl

•

www.telmee.nl

•

www.verspreidingsatlas.nl/

•

www.vleermuis.net

•

www.waarneming.nl

•

www.zoogdiervereniging.nl

7.3 Project gerelateerde bronnen •

Schrader, T.W.D. 2020, Quickscan Wet Natuurbescherming Sportpark ’t Lage aan de Sportlaan 1 te Moordrecht, Rapport BE/2020/160/r, Blom Ecologie B.V., Waardenburg.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

13

Bijlage 1.

Wet natuurbescherming

Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •

bescherming van Natura 2000-gebieden,

•

bescherming van soorten,

•

bescherming van houtopstanden.

Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html).

Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •

leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of

•

natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de

Habitatrichtlijn. Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •

de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechter en

of, •

een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag.

Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.

beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,

2.

beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,

3.

beschermingsregime andere soorten.

1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

14

1.

opzettelijk vogels te doden of te vangen;

2.

opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;

3.

eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;

4.

opzettelijk vogels te storen.

Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn.

2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,

•

het Verdrag van Bern, bijlage II,

•

het Verdrag van Bonn, bijlage I,

en alle planten uit: •

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,

•

het Verdrag van Bern, bijlage I.

Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1.

opzettelijk dieren te doden of te vangen;

2.

opzettelijk dieren te verstoren;

3.

opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen;

4.

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;

5.

opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,

te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1.

opzettelijk dieren te doden of te vangen;

2.

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;

3.

opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,

te ontwortelen of te vernielen.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

15

Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •

geen andere bevredigende oplossing bestaat;

•

geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;

•

en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en

artikel 3.10, lid 2). Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang.

Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •

houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;

•

houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

•

naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;

•

uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

•

het dunnen van een houtopstand;

•

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o

ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

o

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;

o

zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

16

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland.

Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •

zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.

Onderzoek vleermuizen Sportlaan 1te Moordrecht

RA20284-01

17

Bijlage 2.

Kaart waarnemingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10872199/1