Bijlage 12 Beantwoording technische vraag weigering VVGB Middelweg 19 nav PC Ruimte 24 september 2024 Z24.002340
Tekst van het document
*Z24.002340*
Memo
onderwerp Beantwoording technische vraag Middelweg 19 na behandeling PC Ruimte 24 september 2024 ter attentie van Gemeenteraad
datum 01/10/2024
kenmerk Z24.002340
kopie aan
bijlage
afzender N. Hidding
telefoon 0180-330300
e-mail nick.hidding@zuidplas.nl
cluster Ruimtelijk beleid
Het CDA heeft tijdens de behandeling in de Programmacommissie Ruimte van 24 september 2024 technische vragen gesteld over het raadsvoorstel R24.000091 ‘Vaststelling weigering VVGB Middelweg 19 Moordrecht – Bouw rundveestal’ en bijbehorende Nota van beantwoording. Via dit schrijven beantwoorden wij de door u gestelde technische vragen. Technische vragen Fractie CDA: Vraag 1: Verder lezen wij in de nota van beantwoording een reactie van het college over beheer van N12.02 gebieden zoals de ambitie die voorligt voor de natuurweides bij de initiatiefnemer. Nou moet ik bekennen dat ik mij nooit eerder verdiept heb in deze kruiden en faunarijke graslanden, maar dat nu toch maar eens gedaan heb, aan de hand van de meest actuele beheeradvies voor deze gronden. En daar staat eigenlijk iets heel anders dan de nota van beantwoording schetst. Volgens het beheeradvies gaan deze N12.02 gronden namelijk heel goed samen met extensief beweiden en worden deze ook meestal door beweiden beheerd. Sterker nog, met beweiden is de kans op een meer gevarieerde structuur groter dan bij maaien. College, hoe kan het dat ik uit het beheeradvies N12.02 hele andere conclusies lees en trek dan de nota van beantwoording geeft? Antwoord 1: De Nota van beantwoording beschreef in grote lijnen de ambities voor de natuurontwikkeling in de Groene Waterparel.
In algemene zin is, ten aanzien van de mogelijkheden tot extensieve beweiding, van belang dat dit pas mogelijk is ná het bereiken van het nieuwe natuurtype N12.02, en dan slechts in zeer beperkte mate. In het Beheerplan VO Groene Waterparel van 26 april 2024 is concreet het volgende opgenomen ten aanzien van de N12.02 (kruiden- en faunarijk grasland) gebieden, algemene regels voor inrichting en beheer en eventuele bemesting. N12.02 (kruiden- en faunarijk grasland) “Dit natuurtype omvat droge tot vochtige, matig voedselrijke tot (van nature) voedselrijke graslanden op zwak zure tot neutrale (onder andere) veenbodem. Kruiden- en faunarijk grasland van goede kwaliteit kenmerkt zich door een hoge kruidenrijkdom en een ruime variatie in structuur en patroon van de vegetatie. Deze variatie is belangrijk voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren. (…) Het reguliere beheer van deze graslanden, die doorgaans niet bemest worden, bestaat uit hooibeheer
Pagina 1 van 2
onderwerp Beantwoording technische vraag Middelweg 19 na behandeling PC Ruimte 24 september 2024
registratienummer Z24.002340
(maaien en afvoeren), eventueel met nabeweiding. Om verzuring en/of te sterke verschraling tegen te gaan kan, bij uitzondering, vaste mest (ruige stalmest) worden aangewend.” Algemene regels voor inrichting en beheer (artikel 2.1 Algemeen) “Voor alle beheertypen gelden de volgende regels aangaande inrichting en beheer (voor zover van toepassing): • Het beheer is gericht op het behalen van de ecologische doelen. Agrarische of andere bedrijvigheid is hier ondergeschikt aan.” Bemesting (artikel 2.2) “Het actief aanwenden van meststoffen in welke vorm dan ook (dus geen kunstmest, organische (compost) of dierlijke mest), op percelen met SNL-subsidie in het projectgebied Groene Waterparel is niet toegestaan. Dit uitgangspunt is gebaseerd op onderstaande punten: • De Index Natuur en Landschap geeft voor percelen met doelstelling N12.02 kruiden- en faunarijk grasland aan dat deze niet of slechts licht bemest mogen worden om verzuring tegen te gaan. (…) Voor deze natuurtypen is bemesting conform de omschrijving hier in beginsel niet geheel verboden. Echter, de voedingstoestand van de percelen met als doelstelling N12.02 kruiden- en faunarijk grasland is nog zodanig hoog dat verschralingsbeheer nodig is om de biomassaproductie voldoende laag te krijgen zodat de grasdominantie wordt doorbroken en kruiden zich (ruimer) kunnen vestigen.
Om hier de SNL kwaliteit hoog te halen, moet bemesting achterwege blijven. (…) Voor alle beheertypen geldt dat verhoging van de natuurlijke voedselrijkdom van bodem en water ongewenst is. • In het natte en zuurstofloze deel van de veenbodem van de percelen stimuleert nitraat (dat een onderdeel vormt van de mest) de afbraak van organisch materiaal. Hierdoor vindt verwerking van bodem en oevers plaats, waardoor bodem uitspoelt naar het oppervlaktewater en er dus baggeraanwas plaatsvindt. Deze aanwas heeft direct een negatief effect op de waterkwaliteit omdat uit de bagger nutriënten vrijkomen.” Bodemonderzoek Groene Waterparel 2016 “Vanuit de huidige vegetaties is het niet waarschijnlijk dat met een beheer gericht op natuurwinst er binnen enkele jaren succes kan worden behaald. Eerder zal gedacht moeten worden aan een inspanning van 10 á 15 jaar tot mogelijk enkele tientallen jaren. Het beheer zal dan moeten bestaan uit niet bemesten, en jaarlijks – afhankelijk van de productie – meerdere keren maaien en afvoeren en nabeweiding in de nazomer en najaar.” Concluderend: Natuurontwikkeling kan hand in hand gaan met extensief agrarisch medegebruik. Veel boeren zijn ook nu al natuurbeheerders en dragen zorg voor het landschap. Het klopt dan ook dat kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) goed kan samengaan met beheer door extensieve begrazing en/of beweiding.
Om van grasland tot een kruiden- en faunarijk grasland te komen is beperking van de voeding in de vorm van mest nodig. Zo wordt de grond minder voedselrijk, groeit het gras minder snel en komt er meer ruimte voor kruiden. Na een aantal jaar, soms meer dan 10 jaar, is onder andere het fosfaatgehalte laag genoeg en is er meer variatie in begroeiing. Vanaf dat moment is extensieve beweiding met koeien mogelijk. Het aantal koeien en het maaibeleid dient hierbij afgestemd te zijn op de natuurdoelstellingen. Hierbij wordt als uitgangspunt 1 grootvee-eenheid per hectare aangehouden, wat voor het gehele N12.02 gebied uitkomt op maximaal 15 runderen.
Pagina 2 van 2