Bijlage 11A Programma van Eisen GBZ 2005 A12.003794
Tekst van het document
PROGRAMMA VAN EISEN voor de GROENBLAUWE ZONE tussen WESTERGOUWE EN MOORDRECHT
Vijfde Tocht gezien vanaf de Provinciale weg met links de in te richten Groenblauwe Zone
Eindrapportage 18 november 2005
1
1 INLEIDING Achtergrond In diverse plannen is indertijd westelijk van het huidige plangebied voor Westergouwe een ecologisch-recreatieve verbindingszone tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard opgenomen (zie ook 3.1). In het convenant Gouda-Moordrecht-Waddinxveen (1993) is langs de westkant van Westergouwe een bufferzone opgenomen die, behalve als buffer dient tussen 'stad en land', tevens anticipeert op bovengenoemde ecologische verbindingszone. Deze zone is vastgelegd in het streekplan Zuid-Holland Oost 2003 wat betreft gewenste ontwikkeling en opgenomen in de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). In september 2004 is door de minister van VROM en de staatssecretaris van V&W groen licht gegeven voor de ontwikkeling van Westergouwe in samenhang met de ecologische verbindingszone. Door de gemeenteraad van Moordrecht is aangegeven het gebied vanaf de gemeentegrens tot aan de Vijfde Tocht als plangebied voor de Groenblauwe Zone (verder: GBZ) te willen beschouwen. In de meest recente besluitvorming (maart 2005) is vastgelegd dat er één bestemmingsplan wordt ontwikkeld voor Westergouwe en de GBZ. De zone is eveneens onderdeel van het milieu effect rapport (MER), het Masterplan Westergouwe en de Nota van Uitgangspunten (NvU).
Doel Het doel van dit Programma van Eisen (PvE) is om uitgangspunten vanuit verschillende plankaders, vanuit beide gemeenten en vanuit andere betrokken partijen te vertalen naar een reeks van te realiseren programmapunten. De vertaling van deze uitgangspunten dient aan de volgende criteria te voldoen: * afdoende informatie bieden om daarop het bestemmingsplan te baseren; * een voldoende concreet beeld leveren voor ontwerpers om daarop in een volgende planfase het inrichtings- en beheerplan te baseren, zodanig dat dit past in de beeldvorming van alle betrokken partijen. Planproces Begin juli 2005 is door de gemeenten Moordrecht en Gouda gezamenlijk opdracht verleend aan het externe adviesbureau GroenTeam om, onder ambtelijke begeleiding en in overleg met betrokken partijen, het PvE op te stellen. Daartoe is in de loop van augustus 2005 bilateraal overleg geweest met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard ('Hoogheemraadschap') en is op 30 augustus en 13 september 2005 een tweetal discussiebijeenkomsten gehouden met een werkgroep van betrokken maatschappelijke organisaties en belanghebben-den (zie Bijlage 2). Op 1 september heeft onder voorzitterschap van Wethouder J. Oomen van Moor-drecht, ten behoeve van de nadere beeldvorming een gezamenlijke discussiebijeen-komst met de raadscommissies van Gouda en Moordrecht plaats gevonden.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
Op 12 september 2005 heeft een terugkoppeling plaatsgevonden van de bijeenkomst in de Moordrechtse raadscommissie Ruimtelijk Ordening en is het verslag van de bijeenkomst ter kennisgeving aangeboden aan raadscommissie 3 van Gouda. Opbouw rapportage In hoofdstuk 2 is, op basis van de landschappelijke oorsprong en de huidige kenmerken van natuur, landschap en cultuurhistorie, als uitgangspunt een beknopte gebiedstypering gegeven van de GBZ met zijn omgeving. Vervolgens geeft hoofdstuk 3 nadere uitgangspunten en randvoorwaarden weer vanuit beleid en regelgeving (3.1), vanuit de beeldvorming van beide gemeentelijke raadscommissies (3.2), vanuit het Hoogheemraadschap (3.3) en vanuit maatschappelijke organisaties en belanghebbenden (3.4). Dit mondt in hoofdstuk 4 uit in een Programma van Eisen met betrekking tot een zestal thema's: bufferfunctie, natuur, water, recreatie, cultuurhistorie en infrastructuur. Vervolgtraject Dit PvE vormt, na vaststelling, de basis voor de uitwerking van de groenblauwe zone in het voorontwerp bestemmingsplan Westergouwe. De planning is dat dit Voor-ontwerp december 2005 gereed is. Het voorontwerp bestemmingsplan zal een globaal karakter hebben.
Begin 2006 zal worden begonnen met het nader uitwerken van het PVE in een inrichtingsplan voor de GBZ dat medio maart 2006 gereed zal zijn voor bestuurlijke vaststelling in de gemeenteraden van Moordrecht en Gouda.
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
2
GEBIEDSTYPERING
Plangebied Groenblauwe zone (GBZ) Het plangebied betreft op Moordrechts grondgebied de zone tussen de Vijfde Tocht en de gemeentegrens met Gouda, de provinciale weg N456 en de Oostringdijk (gelegen langs de Ringvaart). Het vormt thans een grotendeels open weidelandschap met kavelsloten en in het zuidelijk deel doorsneden door de bredere Moordrechtse Tocht (zie Bijlage 3), evenals de Vijfde Tocht een hoofdwaterafvoer. De zone is in het noordelijk deel ca. 120 meter breed, gemeten tussen de noordelijke oever van de Vijfde Tocht en de gemeentegrens, terwijl deze op ca. 180 meter vanaf de provinciale weg geleidelijk breder wordt tot ca. 430 meter en bedraagt in totaal 50 ha.
\ SdittUnd
V
V' 5. Oorsprong De GBZ vormt onderdeel van een veenweidegebied. Van oorsprong is dit, grotendeels vóór de jaartelling, ontstaan uit een ongestructureerd moerasgebied met biezen, riet, moerasstruwelen, plaatselijk moerasbos (tot hoogopgaand elzenbroek) en doorsneden door rivieren en kreken. Om zich te kunnen vestigen hebben mensen vanaf ca. 1000 na C. het land ontgonnen voor landbouwgebruik. Waterbeheersing en hoger gelegen oeverwallen vormden de basis voor de ontginningsstructuur. Dit leidde tot een landschap dat vanaf hoger gelegen oeverwallen is verkaveld in langgerekte percelen met tussenliggende sloten, doorsneden door hoofdwatergangen voor waterafvoer en tegen overstroming behoed door dijken. In dit langdurige proces zijn na aanvankelijke occupatie en ontginning, grote delen van het weidelandschap door vervening getransformeerd in waterplassen die later weer zijn drooggemalen (Zuidplaspolder) en opnieuw verkaveld voor landbouwkundig gebruik.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
Landschappelijk en cultuurhistorisch karakter Dit ontwikkelingsproces heeft geleid tot een cultuurhistorisch landschapskarakter waar-in openheid met slechts plaatselijk bosjes en lintbeplantingen, samen met een structuur van waterlopen, kaden, dijken, paden, wegen en boerderijplaatsen, een beeld* bepalende rol spelen. Overigens heeft dit landschap de laatste decennia een nog opener karakter gekregen door het verdwijnen van lintbeplantingen, kleine bosjes op overhoeken en dergelijke. Het karakter van het landschapsfundament, 'veen en water met bijbehorend(e) waterbeheer en natuurkarakteristieken, is echter nog steeds bepalend voor de identiteit van het gebied. 1
Natuurkarakter Als veengebied werd het natuurkarakter in oorsprong bepaald door een matigvoedselrijke waterkwaliteit, wat in geïsoleerde beheersituaties neigt naar voedselarme omstandigheden. Met name in deze laatste komen natuurkarakters voor die zeldzamer zijn en daarmee ook als waardevoller worden beschouwd dan voedselrijke omstandigheden. De thans voorkomende flora en fauna worden vooral bepaald door veen als bodem-type, samen met het voorkomen van (kleinschalig) water en van moerasomstandig-heden. De huidige 'openheid' als gevolg van het gebruik als grasland, heeft geleid tot het eveneens voorkomen van relatief veel weidevogels. De huidige natuurkwaliteiten van het gebied worden getypeerd door het noordoostelijk van de Vijfde Tocht voorkomen van enkele bijzondere soorten planten en dieren: als broedvogels komen er onder meer Grutto, Tureluur, Slobeend, Wintertaling, Blauw-borst en Bruine kiekendief voor, naast dieren als (lokaal) Ringslang, de Kleine Modderkruiper, Gewone Dwergvleermuis en Meervleermuis, terwijl in de iets wijdere omgeving ook nog andere vleermuissoorten voorkomen: hier zijn slechts de soorten genoemd welke consequenties hebben in het kader van de regelgeving.
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
5
3
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN PvE
3.1
Beleid en regelgeving
Convenant Gouda-Moordrecht-Waddinxveen (1993) In het uit 1993 daterende convenant dat is ondertekend door de gemeenten Gouda, Moordrecht en Waddinxveen, is voor de GBZ aangegeven dat het bestemd is voor een ecologisch/recreatieve corridor. Toegevoegd is dat invulling hiervan plaats kan vinden als verbindingszone tussen Krimpenerwaard en het kembosgebied Bentwoud. Volgens het convenant zal de aanleg en het beheer van de ecologisch/ recreatieve corridor van Rijkswege geschieden. Mocht dit in relatie tot de bouw van de woonwijk Westergouwe niet tijdig gerealiseerd worden dan zal de verwerving voor de aanleg, het beheer en onderhoud, mede in het licht van de recreatieve functie voor de nieuwe wijk, voor een maximale breedte van 100 meter (in totaal maximaal 17 hectare) door en voor rekening van Gouda geschieden, met als functie uitgeplaatst groen.
Masterplan Waterstad Westergouwe + Nota van Uitgangspunten (Gem. Gouda 2005) Het plangebied voor de GBZ is onder andere onderdeel van de ontwikkeling van de woonwijk Westergouwe. In het Masterplan en de Nota van Uitgangspunten zijn daartoe uitgangspunten geformuleerd die de samenhang tussen stadsgebied en GBZ moeten garanderen.
Provincie Zuid-Holland 1. Nota 'Ecologische verbindingszones in Zuid-Holland' (1998) De GBZ vindt zijn oorsprong in een ecologische verbinding tussen het Bentwoud en de Krimpenerwaard en de daaraan gekoppelde verbinding tussen de Zuidplas-polder en het Weegje, als onderdelen van de Provinciale Ecologische Hoofd-structuur (PEHS). In de nota geeft de provincie haar uitgangspunten aan met betrekking tot het streefbeeld, de bijbehorende indicatieve planten en dieren en wensen ten aanzien van inrichting en beheer. Ook de knelpunten in deze verbindingen, bestaande uit infrastructuur die een belemmerende invloed op de ecologische verbindingsfunctie heeft, worden aangegeven. De inrichting van de GBZ dient met de knelpunten die buiten het plangebied van de GBZ liggen, doch daarop aansluiten, rekening te houden. Deze uitgangspunten komen vooralsnog overeen met de Partiële Streekplanherziening en met de Intergemeentelijke Structuurvisie (ISV). 2. Streekplan Zuid-Holland Oost (2003Ï In 2003 heeft de provincie een integrale herziening vastgesteld. Hierin geeft het provinciebestuur haar visie op de ruimtelijke ontwikkelingen van de Zuidplaspolder. Deze visie heeft vooral zijn beslag gekregen in het planvormingsproces van het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidpias (ISP) dat tegelijkertijd met dit streekplan is opgesteld.
In dit plan zijn uitgangspunten aangegeven voor onder meer het 'groenblauwe raamwerk' waarvan ook de GBZ onderdeel uit maakt.
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
6
2 Partiële herziening streekplan Zuid-Holland Oost Zuidpias (het ontwerp van 14 september 2005 ligt nu ter visie): In deze partiële herziening wordt de GBZ bij Westergouwe aangegeven als 'groenzone' met een functie als 'openluchtrecreatiegebied of stedelijk groen', met daarbinnen een 'groene verbinding' welke tevens een ecologische verbindingsfunctie heeft, omschreven als: 'De groene verbindingen zijn minimaal 30-50 meter breed en krijgen een waterrijke inrichting met op de bredere plekken rietland en wilgenstruweel.' Voorts wordt gesteld dat: 'Voor de groene verbindingen die door sterk verstedelijkt gebied lopen, is het van belang dat ze voldoende breed zijn. De groene verbindingen maken ook onderdeel uit van het recreatieve fiets- en wandelnetwerk'. Daarmee wordt met betrekking tot de oorspronkelijk genoemde 'ecozone', door de provincie naast een ecologische functie tevens een recreatieve nevenfunctie aangeduid. e
3. Zuidvleuqel Zichtbaar Groener (2005) Het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel heeft in 2004 onder andere voor groen en water aan de zuidkant van de provincie Zuid-Holland, een bepaalde aanpak geformuleerd. Deze wordt in 2005 verder ingevuld via een af te sluiten overeen-komst 'Zuidvleugel Zichtbaar Groener" tussen rijk, provincie, regionale samen-werkingsverbanden en betrokken gemeenten. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt tussen rijk, provincie en gemeenten over de projectaanpak en de kostenverdeling voor verwerving, aanleg, inrichting en beheer van groen- en waterrijke gebieden. De GBZ wordt onderdeel van deze afspraken. 4. Strategisch Groenproject Zoetermeer Zuidpias (2002) In 2002 is in opdracht van de Dienst Landelijk Gebied een 'Groenblauw casco' opgesteld in het kader van het Strategisch Groenproject Zoetermeer Zuidpias. Primair dient het gebied als uitloopgebied voor stedelingen in de directe omgeving. Volgens de lagenbenadering zijn scenario's beschreven en alternatieven in beeld gebracht voor de ontwikkeling van natuur en recreatie als basis voor in te zetten middelen (hectares). In alle alternatieven is nadrukkelijk de verbinding BentwoudKrimpenerwaard via de GBZ, aangegeven als recreatief parklandschap.
Intergemeentelijke Structuurvisie (ISV, Stuurgroep driehoek RZG-Zuidplas, 2004) De ontwikkeling van de ISV is een voorbereiding op het te wijzigen streekplan en het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidpias. Voor de GBZ vormen de in het ISV aangegeven natuurontwikkelingen in en recreatieve routes vanuit de gebieden Waterparel en Restveen, een belangrijke context voor wederzijdse afstemming.
Ontwerp- Intergemeentelijk Structuurplan (ISP) Zuidpias Het ISP Zuidpias is een gemeenschappelijk plan van de betrokken gemeenten in de Zuidplaspolder. Het plan is opgesteld in samenwerking met Rotterdam, het Hoogheemraadschap en de provincie. Het plan geldt voor de gemeenten als gemeenschappelijke basis voor het toekomstig ruimtelijk beleid, bijvoorbeeld voor bestemmingsplannen. De planontwikkeling voor de GBZ dient dan ook te anticiperen op de ontwikkelingen zoals geschetst in het ISP, c.q. deze niet uit te sluiten. Belangrijk uitgangspunt in dit plan is dat de ecologische verbinding via de Vijfde Tocht in noordwestelijke richting een
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
ondergeschikt belang krijgt en die via de Moordrechtse Tocht en vanuit Waterparel/ Restveengebied naar de Krimpenerwaard, wordt versterkt.
Rijksbeleid Wet- en regelgeving aangaande flora en fauna Bij ruimtelijke ingrepen zoals in het plangebied voorgestane functieveranderingen, speelt ook de Flora- en faunawet een rol: deze geeft voor sommige soorten dieren en planten nadere regels welke wetmatig in acht moeten worden genomen. Dit betreft vooral maatregelen om negatieve effecten op (populaties van) aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. In het verlengde hiervan geldt bovendien een provinciale compensatieplicht ten aanzien van verstoring van dier- en plantensoorten van de Rode Lijst. In het kader van de MER moet ook een compensatieplan worden geschreven. De GBZ wordt hierbij betrokken.
Watertoets Westergouwe Op dit moment vindt er, in het kader van de watertoets, overleg plaats met het Hoogheemraadschap. De GBZ zal hierbij, als onderdeel van het plangebied Westergouwe, direct worden betrokken.
3.2
Gemeenteraden van Gouda en Moordrecht
In een gezamenlijke discussie op 1 september 2005 met de raadscommissies van Gouda en Moordrecht heeft beeldvorming plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een aantal voorwaarden waaraan de inrichting van onderhavig plangebied moet voldoen. Deze zijn samengevat in de volgende punten: Onderwerp ecologie versus recreatie: 1. De recreatie in het gebied moet kleinschalig zijn, met name bedoeld voor Gouda en Moordrecht. 2. Het gebied kan vergeleken worden met 't Weegje. 3. Zonering van het gebied, dus met name aan de Moordrechtse kant wat meer natuur en aan de kant van Westergouwe meer recreatie; mogelijk een toegang vanuit de bestaande boerderij 'Ringhoeve' aan de Oostringdijk. 4. Vanuit Westergouwe kan in de bebouwing al een geleidelijke overgang worden gemaakt richting natuur. 5. Kijk ook naar het ISP en de ontwikkelingen in het restveengebied en laat de ontwikkelingen zoveel mogelijk op elkaar aansluiten. 6. Kijk naar de kwaliteit je kunt er de nodige functies in kwijt. Onderwerp recreatieve functies: 1. Een doorgaande fietsroute is zeker welkom, onder voorwaarden zoals zo min mogelijk belasting van de ecologische functie. 2. Aandacht voor het beheer (financieel punt). 3. Een speelvoorziening aan de kant van Westergouwe. De leeftijdscategorie hoeft voor de meerderheid niet te worden toegevoegd als er ouderlijk toezicht is. 4.
Afstemmen met recreatieve voorzieningen in de Oostpolder. 5. De speelvoorzieningen vooral aan de rand van Westergouwe situeren.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
8
6. Geen sportvelden. 7. Natuuronderwijs kan wel, maar kleinschalig. Mogelijk gekoppeld aan de bestaande boerderij Ringhoeve, in ieder geval aan de Moordrechtse kant. 8. Kleinschalige horeca is mogelijk gericht op Moordrecht en Westergouwe. 9. Geen kinderboerderij (is reeds in Moordrecht aanwezig). 10. De mogelijkheid voor een zorgboerderij met terrasje en toiletten open houden. 11. Kleinschalige en extensieve recreatie, bijvoorbeeld wandelen. 12. De zonering noord-zuid goed bekijken; toegankelijkheid koppelen aan functies die daar worden bedacht.
3.3
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de Zuidpiaspolder, waarvan de GBZ onderdeel uitmaakt. Dit betreft zowel het walerkwantiteitsbeheer ('droge voeten') als het beheer van de waterkwaliteit ('gezond water ). In onder meer de ISV, het ontwerp ISP en in de Waterkansenkaart voor de Zuidplaspolder stelt het Hoogheemraadschap haar voorwaarden vast, waarmee ook in de GBZ rekening gehouden dient te worden. Daarnaast zullen uit het overleg in het kader van de watertoets voorwaarden komen waarmee rekening moet worden gehouden. 1
Waterfovanf/te/fsbeheer Zoals karakteristiek voor de gehele ontstaansgeschiedenis van het veengebied vormt kwantitatief beheer van water een belangrijk sturend aspect voor het gebiedskarakter. Voor het kwaliteitsbeheer moet in de GBZ rekening worden gehouden met vier belangrijke uitgangspunten: 1. In het veengebied van de Zuidplaspolder vindt in de toekomst peilfixatie plaats waartoe de Keur van het Hoogheemraadschap wordt aangepast. Consequentie is dat bij autonome voortgaande inklinking van het veen het gebied in toenemende mate aan vernatting onderhevig zal zijn. 2. Het aantal verschillende peilgebieden in de gehele Zuidplaspolder wordt zoveel mogelijk teruggebracht, wat wil zeggen dat zo min mogelijk afzonderlijke peilgebieden worden gehandhaafd ('ontsnippering'). Consequentie hiervan is dat de GBZ in een omgeving met een lager gelegen maaiveld in tijden van hevige regenval beschikbaar blijft voor de tijdelijke opvang van overtollig water uit de Zuidplas-polder. Tijdelijk is in dit geval de tijd die nodig is om dit met de beschikbare bemalingscapaciteit weer te corrigeren. Dit heeft mede consequenties voor het kwaliteitsbeheer van het water en het daarmee samenhangende inrichtingsprincipe. 3. De Vijfde Tocht en Moordrechtse Tocht vormen de hoofdwaterafvoeren in dit deel van de Zuidplaspolder.
Hoofdafvoeren vanuit Westergouwe zullen hier op enigerlei wijze op worden aangesloten (zie verder 4.3 en Bijlage 2). 4. De wateropgave voor de nieuwbouwwijk Westergouwe wordt in de wijk zelf gerealiseerd. Momenteel vindt in het kader van de Watertoets een discussie plaats over de percentages water in de groenblauwe zone. Het inrichtingsplan zal moeten blijven voldoen aan het bestuursakkoord dat naar verwachting in november wordt afgesloten tussen de gemeente, de provincie en het HHSK.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
9
WatenVwa/tfe/febeheer Het Hoogheemraadschap hanteert ook uitgangspunten voor de te bereiken waterkwaliteiten in haar beheergebied. Bovendien vormt het ontwikkelen van natuurkwaliteiten voor dit deel van de Zuidplaspolder in het kader van de ISV, het Streekplan en het ISP, een belangrijk uitgangspunt. Het waterkwaliteitsbeeld dat in de GBZ wordt nagestreefd, betreft het 'Ruisvoorn-snoektype'. Dit kenmerkt zich door een matig voedselrijk ('mesotroof) waterkarakter met: * een lage fosfaatbelasting (< 1.5 gr. p/m7jaar); * bedekking oeverplanten >10% van de wateroppervlakte; * bedekking waterplanten >50% van de wateroppervlakte; * waterdiepte 80 tot 120 cm (naast ondiepere wateren en poelen), voor zo ver haalbaar in verband met bodeminstabiliteit; * doorzicht > 60 cm. In termen van 'natuurdoeltypen' moet men denken aan de 'gemeenschap van meso- tot eutrofe sloten' en de 'gemeenschap van neutrale tot matig voedselrijke petgaten en plasjes'. Daarbij staat een beeld voor ogen van kleinschalig water in vele vormen: sloten, petgaten, kleine plasjes, ondiepe oeverzones en pias-dras situaties (water in de winter boven het maaiveld).
De natuurwaarden worden bepaald door het naast elkaar voorkomen van verschillende verlandingssituaties: overgangen van open water met waterplanten naar verlandingssituaties met riet en andere oeverplanten, naar kruidenrijke laagveenvegetaties en uiteindelijk naar moerasbos ('broekbos').
3.4. Rijk en Provincie Zuid-Holland De Groenzone Gouda-Waddinxveen is onderdeel van het (rijks-) Strategisch Groenproject Zoetermeer-Zuidplas van 2080 ha. Op de streekplankaart Oost van 1995 is deze groenzone al aangegeven. Op de streekplankaart Oost 2003 en nu ook op de kaart van de partiële streekplanherziening Zuidpias 2005, staat de GBZ aangeduid als 'openluchtrecreatie of stedelijk groen'. Daar doorheen loopt een (smalle) 'groene verbinding' langs de Vijfde Tocht ('minimaal 30 tot 50 meter breed'). De 'groenzone' (= gehele GBZ) heeft in deze streekplanherziening drie functies: geleding in de verstede-lijking, recreatief uitloopgebied en ecologische verbindingszone (de 'groene verbin-ding ). In het Gebiedsperspectief (1995) ten behoeve van het Strategisch Groenproject Zoetermeer-Zuidplas is de verdeling van middelen over de deelprojecten daarvan, geregeld op basis van de functietoekenning aan de deelprojecten. Voor de Groenzone Gouda-Waddinxveen met een omvang van 200 ha, is vanuit het project Zuidvleugel Zichtbaar Groener voor 100 ha rijksgeld beschikbaar voor 'openluchtrecreatie'. Dit betreft het instrument 'Planningsprocedure Openluchtrecreatie' (PPO, wordt nu GIOS of ROS genoemd). De overige 100 ha zal door middel van 'Public Privat Partnership' (PPS, bijvoorbeeld 'groen voor rood') gerealiseerd moeten worden.
Voor de PPO geldt dat de kosten voor grondverwerving en inrichting voor 100% door het rijk worden gedragen terwijl de beheerkosten voor 100% door de andere overheden worden gedragen. De PPO-gelden gaan nu op in de nieuwe beleids-categorie Recreatie om de Stad (ROS) van hetrijk.ROS wordt daarbij als volgt gedefinieerd: 1
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
10
'Realisatie van grootschalige recreatiegebieden in de stedelijke gebieden ter opheffing van de nog bestaande tekorten aan dagrecreatiemogelijkheden en het bijdragen aan groen nabij een aantal grootschalige woningbouwlocaties'. Voor het verkrijgen van de ROS-gelden worden aan de basisinrichting de volgende voorwaarden gesteld: - Een gemiddelde opvangcapaciteit van 20 personen per dag per ha; Volledige openstelling en zonder betaling toegankelijk voor het publiek; - Bereikbaar via met name wandel- en fietspaden vanuit de woonomgeving; De 100 ha PPO is dus beschikbaar voor de gehele groenzone Gouda-Waddinxveen en moet nog worden verdeeld over Waddinxveen, Moordrecht en Gouda's gebied. Recent is in het kader van GlOS-Zuidvleugelonderhandelingen onder regie van 'Interregionaal Samenwerkingsverband Midden Holland (ISMH), min of meer een verdeling tussen Gouda, Moordrecht en Waddinxveen afgesproken: • Groenblauwe zone Westergouwe (50 ha groot): 20 ha PPS Gouda en 30 ha PPO • zone Triangel (80 ha groot): 30 ha PPS en 50 ha PPO • Gouwe knoop (na 2013): 50 ha PPS 10 ha PPO Rijksmiddelen zijn alleen beschikbaar vanuit het Openluchtrecreatiebeleid (PPO= GIOS= ROS) en niet vanuit de EHS. Voor de ecologische verbinding (PEHS verbinding nr. 35 a) is geen rijksgeld beschikbaar, maar alleen zeer beperkt provinciaal geld (€ 700.000 per jaar voor alle verbindingen in Zuid-Holland).
Indien niet aan bovengenoemde voorwaarden voor de basisinrichting ROS wordt voldaan, komt er voor de GBZ ook geenrijksbijdragebeschikbaar voor grondverwerving en inrichting.
3.5
Maatschappelijke organisaties en belanghebbenden
Met betrokken partijen hebben op 30 augustus en 13 september 2005 bijeenkomsten plaats gevonden (zie Bijlage 1). In het algemeen zijn daarbij de voorwaarden zoals aangegeven door de beide gemeenteraden, onderschreven (zie paragraaf 3.2). Daarop aansluitend is met betrekking tot de inrichting speciale aandacht gevraagd voor: * *
*
*
Behoud van een herkenbaar gebiedseigen landschapskarakter. De milieuraad sluit hier op aan door te verwijzen naar de 'ontwikkelingsvisie Landelijk gebied Gemeente Moordrecht' (2004), waar als natuurdoeltype het 'veenoermoeras' wordt genoemd. Zij zien de begroeiing in de vorm van een moerasbos met name langs de bebouwingsgrens van Westergouwe terug. Behoud van de thans voorkomende soorten planten en dieren, dan wel indien onvermijdelijk, het compenseren van deze natuurwaarden elders: daarbij wordt met name aandacht gevraagd voor het in gedrang komen van de weidevogels. Completeren van het onderzoek naar huidige natuurwaarden welke alsnog in het PvE dienen te worden meegenomen.
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
11
Goed aansluiten op de provinciale uitgangspunten voor een ecologische verbindingszone, te koppelen aan de omgeving van het plangebied (ingebracht door milieuvereniging). Het garanderen van een goede kwaliteit van de ecologische verbindingsfunctie. Bij de inrichting van de GBZ moet de mogelijkheid open blijven om op termijn alsnog ecologische verbindingen met het Weegje en het Bentwoud te realiseren. Inpassing van eventueel vastgestelde cultuurhistorische structuren. Het bevorderen van het natuurlijke zuiveringsvermogen door moerasbegroeiing. Vooral extensief houden van recreatieve functies, waarbij fietspaden zodanig worden getraceerd en ingericht dat de ecologische verbindingsfunctie zo min mogelijk wordt belemmerd. De milieuraad voegt hier aan toe dat de ecologische zone vanwege een fietspad slechts op één plaats mag worden onderbroken. De eigenaar van de Ringhoeve aan de Oostringdijk ziet mogelijkheden voor een aan de boerderij gekoppelde horecafunctie in de vorm van een Pannenkoekhuis annex Theetuin. Anderzijds onderzoekt zij de mogelijkheden tot stichting van twee Nieuwe Landgoederen.
In de discussie is aangegeven dat verdergaande recreatie-functies dan pannenkoekhuis annex theetuin hier ongewenst zijn vanwege de ligging langs de ecologische verbindingszone (zie ook 3.2); ook is vastgesteld dat ook landgoederen hier ongewenst zijn (vanwege hun omvang en bebouwing) en planologisch ook niet haalbaar. De milieuraad geeft aan tegen de plannen voor een zorgboerderij te zijn omdat deze functie te intensief is en te belastend voor de ecologische functie. De milieuraad acht het wenselijk om een recreatieve functie te combineren met de natuurfunctie. Daarbij ziet zij het gebruik van de boerderij 'Ringhoeve' als educatief centrum waar door middel van een expositieruimte de veenwerken in beeld worden gebracht om een beeld te schetsen van de levensloop van de Zuidpias. De ecologische verbindingsfunctie verdraagt zich slecht met brede fietsroutes, echter behoefte aan een directe fiets/wandelverbinding het landelijk gebied in. Conclusie is dat de gebiedsfunctie beperkingen oplegt aan fietsroutes, die vervolgens zodanig moeten worden getraceerd en uitgevoerd dat ze de ecologisch functie zo min mogelijk beperken. De milieuraad geeft aan in principe niet voor een speelvoorziening in de GBZ te zijn. Indien toch wordt gekozen voor een speelvoorziening dan stemt men in met een speelvoorziening zoals het Steinse Groen.
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
12
4
PROGRAMMA VAN EISEN
Op basis van het voorgaande wordt het PvE voor de inrichting van de GBZ nader ingevuld, waarbij een aantal functies een rol spelen: * visuele bufferfunctie * natuurfuncties * inrichting en beheer van water * recreatief gebruik * cultuurhistorische identiteit * overige infrastructuur
4.1
Visuele bufferfunctie
Doel hiervan is om de stadsrand van Westergouwe vanuit het aangrenzende Moordrechtse grondgebied (vice versa), zo goed mogelijk visueel 'in te passen' zodat over en weer, het karakter van landschappelijke begroeiing de visuele beleving van bebouwing zal minimaliseren. Een dichte bebossing is, zowel vanuit randvoorwaarden gesteld door gemeenteraden als vanuit natuurambities, niet gewenst. De visuele inpassing dient dan ook vooral te worden gezocht in zo natuurlijk mogelijke, lage moerasstruwelen waarin slechts plaatselijk struweelbosjes en -coulissen met Els en Berk een plaats krijgen. Afgezien van enkele strategisch geplaatste grote bomen of boomgroepjes in de stadsrandzone (mede van betekenis vanwege aanvullende natuurwaarden), zijn grote boomvormers verder niet gewenst.
4.2
Natuurfunctie
Uitgangspunt voor het gehele gebied vanuit de randvoorwaarden van alle partijen betreft de natuurwaarden die samenhangen met een nat en waterrijk veengebied met water- en moerasbegroeiing, moerasstruwelen, plas-drassituaties (zie randvoorwaarden Hoogheemraadschap) afgewisseld door kleine hooilandweitjes. Ecologische verbinding Uitgaande van enerzijds de PEHS en anderzijds verwachte ontwikkelingen in het kader van het ISP (en streekplanherziening), is een iets gewijzigd structuurbeeld van de gewenste ecologische relaties ontstaan (zie Bijlage 3). Daarin krijgt de verbinding tussen het toekomstige Waterparel- en Restveengebied naar de Krimpenerwaard meer accent doch blijven verbindingenrichtinghet Weegje en richting Bentwoud als mogelijkheid eveneens open. Vanwege de ecologische verbindingsfunctie vergt dat extra aandacht voor aansluitingsmogelijkheden van de GBZ op het Restveengebied c.q. de zuidzijde van de Vijfde Tocht. Deze laatste vervult daarbij een belangrijke structuurdrager voor de ecologische verbindingsfunctie. Binnen de GBZ dient langs de noordzijde van de Vijfde Tocht ten minste een zone van 100 meter (zie convenant) een hoogwaardige functie te krijgen als ecologische verbindingszone. De ambitie voor deze zone is verwoord in het streefbeeld van de
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
13
Provincie (Nota 'Ecologische verbindingszones'), welke wordt aangevuld met randvoorwaarden die voortkomen uit de verder te ontwikkelen, huidige natuurkwaliteiten in het gebied (zie 'Natuurkarakter* hoofdstuk 2). De begroeiing in de ecozone bestaat vooral uit kruidenruigte, riet en wilgenstruwelen welke laatsten in deze zone vooral zijn afgestemd op een 'stapsteen-functie' in de ecologische verbindingsstructuur. Deze zone staat beperkte toegankelijkheid toe waarbij verstoring van de verbindingsfunctie zoveel mogelijk moet worden vermeden. De Vijfde Tocht maakt deel uit van deze ecologische verbinding. Alhoewel deze huidige hoofdwatergang in het kwantiteitsbeheer niet de wenselijke verbetering in waterkwaliteit kan ondergaan, dient daartoe voor de toekomst, wanneer ook aan de zuidwestzijde van de Vijfde Tocht ontwikkelingen gaan plaatsvinden (Waterparel/ Restveen), met de inrichting rekening te worden gehouden. De Vijfde Tocht dient dan buiten de directe invloedssfeer van het overige polderwater te worden gehouden door deze aan de noordoostzijde geheel af te sluiten. Om bij hevige regenval de beheerstechnisch noodzakelijke 'overloopfunctie' vanuit het noordwestelijk gelegen peilgebied naar het Abraham Kroesgemaal dan toch te kunnen handhaven, dient op een afstand van ca.
100 tot 150 meter zuidwestelijk van de Vijfde Tocht een nieuwe hoofdwatergang te worden gerealiseerd, als nieuwe grens van de verbrede ecozone/ GBZ. Daarmee wordt de genoemde overloopfunctie buiten de (dan verbrede) ecozone met Vijfde Tocht, óm geleid. Dit is echter thans nog geen onderdeel van de besluitvorming. Nadere zonering Het gebied dient voor de ontwikkeling van de natuur interessant te worden ingericht waarbij tevens recreatieve gebruiksfuncties worden geïntegreerd. In de inrichting van het gebied dienen natuur- en recreatiefuncties zodanig te worden verweven dat tegelijkertijd wordt vormgegeven aan de ecologische verbindingsfunctie. Daartoe wordt uitgegaan van een indeling in drie zones (zie Bijlage 3): * De zone langs de stadsrand van Westergouwe leent zich vooral voor de wat rukker gebruikte paden en eventueel in te richten gebruiksfuncties (zie paragraaf 4.4 recreatief gebruik). * In de zone langs de Vijfde Tocht krijgt de ecologische verbindingsfunctie prioriteit. * In de middenzone zal de overgang tussen beide functies vorm krijgen, waarbij de gebruiksfunctie wordt opgebouwd van licht recreatief langs de ecologische zone naar meer intensief langs de stadsgrens. Ook de lengterichting van het plangebied vergt een zekere zonering, waarbij aan de noordwest- en zuidoostpunt van de ecozone rekening wordt gehouden met aansluiting op de nodige faunapassages/ corridors.
Daarmee wordt ongeveer 2/3 van het gebied mede benut voor (extensieve) recreatieve functies in een natuurlijke entourage terwijl in 1/3 van het gebied het recreatiegebruik wordt beperkt tot (een) enkel(e) doorstekende wandel- en/of fietsverbinding.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
4.3
Inrichting en beheer van water
De randvoorwaarden van het Hoogheemraadschap vormen hiervoor het uitgangspunt. Om de uitgangspunten voor de waterkwaliteit te kunnen bereiken vormt het 'zelfreinigend vermogen' van het watersysteem een belangrijk element. Daardoor wordt de belasting van de waterkwaliteit door ongewenste stoffen gereduceerd naar voor natuurontwikkeling aanvaardbare niveaus. Dit vergt: * veel bedekking met water- en oeverplanten; * geleidelijk oplopende oevers met ondiepe oeverzones; * het nastreven van grote lengten aan oevers. Voorts vergt het een zoveel mogelijk uitsluiten van doorstroming met voedselrijk ('gebiedsvreemd') water vanuit de omgeving ). Dit vergt voor het watersysteem in de GBZ inrichting middels een 'pendelsysteem' (voor toelichting zie Bijlage 2 ). 1
Het kwantiteitsbeheer vergt voorts dat de tijdelijke waterbuffering bij hevige regenval mogelijk wordt gehouden waarvoor het plangebied onderdeel dient te blijven van het grotere peilgebied. Tevens vergt het toekomstig kwantiteitsbeheer met het oog op toenemende wateroverlast, een toename van de oppervlakte aan waterberging in de Zuidplaspolder. Dit gaat gelijk op met de uitgangspunten voor de natuurambities. Streven voor het plangebied is oppervlaktetoename van het water met ca. 10 ha ), te realiseren door verbreding van sloten tot kleinschalige, petgatachtige plasjes, verbreding van de Vijfde Tocht en Moordrechtse Tocht om gebiedsvreemd water zo snel mogelijk buiten het gebied om dóór te voeren en berging op het maaiveld, te realiseren door het creëren van pias-dras situaties. 2
4.4
Recreatief gebruik
Stadsrandzone Alhoewel in deze zone het accent ligt op de te integreren recreatiefuncties, wordt hier niét gedacht aan functies die grote concentraties mensen trekken: het gaat vooral om extensief gebruiksfuncties. Dat betreft onder meer op het woongebied aansluitende wandel- en fietspaden, waarbij ook extra aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid tot 'ommetjes' waarin ook wandelingen met de hond mogelijk blijven. Voorts kan men denken aan hier en daar een rustpunt met een bank en wellicht een kleine speelaanleiding. Ook zal in deze zone langs de stadsrand een avontuurlijk speelterrein met een semi-natuuriijk karakter worden gesitueerd: de omvang hiervan is ca. 1 ha met mogelijkheden voor avontuurlijk spelen voor diverse leeftijden. Hierbij moet worden gedacht aan een speelterrein waar water, reliëf en beplanting natuurlijke aan-leidingen bieden voor kinderspel. Er worden elementen ingebracht als verzaagde boomstammen, houtpaden, omgevallen bomen, grondbulten, zandplekken en water-plasjes. Er wordt daartoe aansluiting gezocht bij de plaatselijke terreingesteldheid en situatie. Bij voorkeur
) Op dit moment wordt onderzocht hoe in de woonwijk aan een schoonwaternorm kan worden voldaan. ) In het kader van de Watertoets (pag. 7) wordt in overleg met de provincie en HHSK het percentage oppervlaktewater voor de GBZ nader bepaald. 1
2
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
zal dit terrein ook vanaf de Oostringdijk middels een route langs de 'stadsrand' van Westergouwe, bereikbaar zijn. In het Steinse Groen in Gouda bestaat reeds een dergelijke speelvoorziening terwijl hiervan ook elders voorbeelden te vinden zijn. Middenzone en ecozone (tezamen de 'Spouw') De 'middenzone' sluit ook in functies aan op de stadsrandzone, waarbij een 'gebiedseigen' natuurkarakter wordt nagestreefd. Het verschil met de stadsrandzone is met name dat een avontuurlijk speelterrein uitsluitend in de stadsrandzone zal worden gesitueerd en de 'dichtheid' aan voorzieningen in de middenzone wat minder zal zijn. Wandelpaden zullen er vooral een karakter als 'natuurwandelpad' hebben, in aansluiting op het natuurkarakter van de ecozone. De natuurwandelroute zal zich slechts over beperkte trajectdelen in (de rand van) de ecozone begeven. Tevens biedt de middenzone, in samenhang met de stadsrandzone, ruimte voorfietsverbindingen. Fietsen Het karakter van (een) fietsroute(s) dient in het natuurlijke karakter van het plangebied te passen: zodanig ingericht dat deze de natuurfuncties niet zullen belemmeren. Het gebied leent zich vanwege de beperkte breedte niet voor een 'intern circuit'. 1. In het concept-ISP wordt, gebaseerd op het provinciaal fietspadenplan, een recreatieve fietsroute door het Restveengebied aangegeven (provinciaal fietspad F263).
Vanuit Gouda bestaat behoefte om hierop vanuit de stadsrand van Westergouwe aansluiting te vinden. Deze verbinding kan tevens een aanvulling zijn op bestaande fietsroutes vanuit Moordrecht richting Gouda naar middelbare scholen en winkelcentra. De route moet vooral veilig zijn comfortabel zijn. Omdat deze route de ecologische verbindingszone moet kruisen wordt een zo kort mogelijke, directe doorsteek voorgestaan. 2. Afhankelijk van ontwikkelingen rond de Gouweknoop ontstaat wellicht behoefte aan eveneens een kortsluiting voor fietsers (en wandelaars) richting het Weegje en Waddinxveen. Vanwege de rust in de ecozone wordt deze eventuele kortsluiting in het smalle deel van de GBZ direct langs de stadsrand getraceerd. 3. Daarnaast lijkt een fietsaansluiting vanaf de Oostringdijk in een behoefte te voorzien. Dit tracé wordt door de samenhangende stadsrand- en middenzone getraceerd, waarbij deze ook het avontuurlijk speelterrein vanaf de Oostringdijk kan ontsluiten. 4. In aansluiting op de eisen die vanuit de provincie worden gesteld zal nog nader worden gekeken naar overige wenselijke fietskortsluitingen.
Bruggen Het beeld dat gepaard gaat met een optelsom van reeksen hoge brugconstructies in het gebied dient te worden voorkomen: gezien het halfopen landschap zou dat het landschapsbeeld teveel gaan domineren, evenals bijvoorbeeld in het lengtebeeld van de Vijfde Tocht of Moordrechtse Tocht. De Moordrechtse Tocht en de Vijfde Tocht zullen ieder op ten hoogste één plaats door een hoofdroute worden gekruist met een hogere brugconstructie die rekening houdt met de passage van schaatsers en kano's. Een eventuele aansluiting van een wandelroute vanuit Moordrecht over de Vijfde Tocht zal bij voorkeur zuidelijk van de Moordrechtse Tocht worden gerealiseerd: een lagere, eenvoudiger brug is dan mogelijk. De eventuele
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
16
watergang tussen Westergouwe en de stadsrandzone is, vanwege de aansluiting op de woonomgeving, wat minder gevoelig voor hogere bruggen. Voor de overige kruisingen met watertjes in het gebied vergt het gebiedskarakter voornamelijk onopvallende bruggetjes, bijvoorbeeld in de vorm van een plankier zonder leuning. Overige voorzieningen De monumentale boerderij 'Ringhoeve' aan de Oostringdijk leent zich qua situering voor een eenvoudige horecavoorziening met beheerderswoning in combinatie met eventuele andere, lokale functies: te denken valt aan een pannenkoek- annex theehuis met terrasje, toiletten en wellicht een bescheiden gebruiksmogelijkheid voor informatie en educatie, wellicht in gebruik bij natuurverenigingen. Ook een functie als zorgboerderij in een dergelijke combinatie, past binnen de gestelde randvoorwaarden. Andere publiekstrekkende functies zien niet gewenst, ook geen kinderboerderij. Met de inrichting rond deze boerderij dient er rekening mee te worden gehouden dat de 'publiekszijde' afgeschermd zal blijven van de ecozone die hier, als gevoelige 'passagezone' via de RingvaartrichtingHollandse IJssel, tussen boerderij en Vijfde Tocht doorsteekt.
4.5
Cultuurhistorische identiteit
Naast behoud van de monumentale Ringhoeve wordt er naar gestreefd om in de structuur van routes zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij oorspronkelijke landschapsstructuren (kavelrichtingen, slootpatronen, eventueel verloop v.m. tiendweg), in samenhang geïntegreerd in zowel het stads- als het buitengebied. Nader onderzoek dient aan te geven welke cultuurhistorische elementen als zodanig in aanmerking komen.
4.6
Overige Infrastructuur
*
De thans door het woongebied van Westergouwe getraceerde Duinwaterleiding dient wellicht gedeeltelijk te worden verlegd naar de GBZ. Om daarbij de natuurfuncties te ontzien zal het nieuwe tracé langs de stadsrand (en daar te situeren hoofdwaterafvoer) worden gesitueerd. De aanleg route vergt in zoverre inpassing in het inrichtingsplan dat een combinatie moet worden gezocht met een (onverhard) ontsluitingstracé voor activiteiten ten aanzien van het beheer van de GBZ. Ook heeft gedeeltelijke combinatie met een fiets- en/of wandelroute de voorkeur.
*
Het aanleggen van eventuele andere ondergrondse infrastructuur, die noodzakelijk is voor de aanleg van Westergouwe en voor de Zuidplaspolder, moet kunnen worden ingepast in de GBZ. De noodzaak hiertoe is nog niet te voorzien terwijl dit uiteraard een realisatie vergt die de ecologische functie niet aantast. Overigens zijn dergelijke ingrepen onderhevig aan toetsing aan de Flora- en faunawet waarmee
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
wordt voorkomen dat onverantwoorde schade aan de ecologische functie wordt toegebracht. De uitvoering zal bij voorkeur plaats vinden vóórdat nieuwe natuurwaarden in de GBZ tot ontwikkeling zijn gekomen.
Programma van Eisen voor de Groenblauwe Zone
BIJLAGE 1 - DEELNEMERSLIJST INBRENG PLANPROCES *
Provincie Zuid-Holland: de heer A. Koster (afdeling groen).
*
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard: mevrouw. K. Hengst en mevrouw. M. Meijer
*
Moordrechtse milieuvereniging: de heer P. van Montfort en de heer A. v.d. Mark.
*
Milieuraad Moordrecht: de heer R. v.d. Weijde.
*
Staatsbosbeheer: de heer B. Yap.
*
bewoner plangebied (de Ringhoeve): mevrouw. N. Noordegraaf.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
19
BIJLAGE 2 - SCHEMATISCHE WEERGAVE PRINCIPE WATERBEHEER GBZ
4
•
/
< \
\
\
.-
/•
/ / / / /
S
/ <
* dikke blauwe lijnen/ pijlen rode lijn * dunne blauwe lijntjes * paren kleine pijltjes
hoofdwaterafvoer waterscheiding (géén aansluitingen op hoofdafvoer) = doodlopend water, grote lengte, lange verblijfstijd = pendel
* streeppijlen
=
pendel opdringend polderwater bij hevige regen
Pendelsysteem, principe van de 'doodlopende watertjes': De wateren in het plangebied worden grotendeels van hoofdwatergangen afgesloten. Doordat de afvoer van overtollig polder- en stadswater middels waterscheidingen óm het natuurgebied wordt heengeleid, blijft het 'eigen' water binnen het natuurgebied. Door 'langer verblijf en daarmee samenhangende natuurlijke reiniging ontwikkelt het water in het plangebied zich tot een betere kwaliteit dan het polder- en stadswater.; Als bij overmatige regenval polderwater via de watergangen het natuurgebied binnendringt, stuwt dat het 'goede' water naar achteren in het watersysteem van het natuurgebied. Als waterpeilen door bemaling weer lager worden dringt het 'goede' water achter uit het systeem, het polderwater via de watergangen weer 'naar buiten'.
Programma van Eisen voorde Groenblauwe Zone
20
BIJLAGE 3 - ZONERINGSPLAN EN ECOLOGISCHE RELATIES tv
X
1 )
m Verklaring: 1 (wijde arcering) - ecozone 2 (arcering één richting) = middenzone 3 (arcering tweerichtingen)= stadsrandzone ingekleurde pijlen = ecologische relaties
Programma van Etsen voorde Groenblauwe Zone
u' D U
p n j
D r D O D D D &
D p
I
D O D n