CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Versie bestemmingsplan (zonder bijlagen) wijzigingen zichtbaar gemaakt (6-1-21) (A20.001240)

Gemeenteraad 19 januari 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan De Twee Gebroeders22.059 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Twee Gebroeders Vastgesteld

De Twee Gebroeders

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Doel 1.2 Bestaande situatie 1.3 Planbeschrijving 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 9

Hoofdstuk2 Beleid 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal en regionaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid

10 10 12 15

Hoofdstuk3 Ruimtelijke aspecten 3.1 Stedenbouw en welstand 3.2 Verkeer en parkeren 3.3 Archeologie en cultuurhistorie 3.4 Water

21 21 21 30 32

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Bodem 4.3 Duurzaamheid 4.4 Externe Veiligheid 4.5 Flora en fauna 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Bezonning 4.9 M.E.R.

34 34 35 36 37 39 42 45 46 47

Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Wijze van bestemmen 5.3 Inleidende regels 5.4 Bestemmingsregels 5.5 Algemene regels 5.6 Overgangs- en slotregels

48 48 48 48 49 49 50

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51 51 51

Bijlagen Bijlage 1

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 2

Ecologische quickscan

Bijlage 3

Nader onderzoek vleermuizen

Bijlage 4

Akoestischonderzoek

Bijlage 5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Bijlage 6

Parkeeronderzoek

Bijlage 7

Parkeerdruk meting

Bijlage 8

Bezonningsstudie

Bijlage 9

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

Bijlage 10

Verkeersonderzoek

Bijlage 11

Stikstofdepositie

Bijlage 12

Onderzoek veiligheid fietsverkeer

Bijlage 13

Akoestischonderzoek gezondheidscentrum

Bijlage 14

Nota van Beantwoording zienswijzen

Bijlage 15

Oplegnotitie parkeeronderzoek

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Doel

Het primaire doel van bestemmingsplan "De Twee Gebroeders" is het bieden van een juridisch-planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling van woningen, een gezondheidscentrum en een apotheek mogelijk wordt gemaakt. Het vigerende bestemmingsplan is Dorrestein 2006. Dit bestemmingsplan is voor de beoogde ontwikkeling niet toereikend. Daarom dient een nieuw juridisch-planologisch kader te worden vastgesteld. Het bestemmingsplan Dorrestein 2006 is ouder dan 10 jaar, waardoor in het kader van de destijds geldende actualisatieplicht planologische maatregelen diende te worden genomen. De actualisatieopgave is middels de vaststelling van de beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel opgevangen, door het bestaande ruimtelijke kader binnen het verordeningsgebied te herbevestigen. In het bestemmingsplan Dorrestein 2006 (zie figuur 1.1) kent het plangebied de bestemming 'Kantoordoeleinden' (K) en de bestemming 'Verblijfsgebied' (VG) en bevindt zich ter hoogte van een transformatorhuisje de enkelbestemming 'Maatschappelijk' met subbestemming 'nutsvoorzieningen' (Mn). Het voorliggende bestemmingsplan "De Twee Gebroeders" maakt een gezondheidscentrum mogelijk. De nutsvoorziening wordt niet langer apart bestemd, maar opgenomen in de verkeersbestemming. De kantoorfunctie wordt niet gehandhaafd.

Figuur 1.1 uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan Dorrestein 2006

1.2

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan de Jan Anne Beyerinkstraat (noordoost), Dorrestein (voormalig Lorentzstraat) (zuidoost), het Prins Alexanderpad (zuidwest) en het Burgemeester van der Meulenpad (noordwest). De projectlocatie is gelegen in de wijk Dorrestein te Nieuwerkerk aan den IJssel (gemeente Zuidplas).

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Figuur 1.2 Ligging planlocatie in Nieuwerkerk aan den IJssel, planlocatie bij benadering met rode stip weergegeven

Figuur 1.3 Ligging planlocatie in directe omgeving, planlocatie bij benadering met rode omlijning weergegeven

In het plangebied is momenteel het bestemmingsplan "Dorrestein 2006" van kracht. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Nieuwerkerk aan den IJssel op 27 maart 2007 vastgesteld. De projectlocatie beslaat de kadastrale percelen A 4620, A 5365, A 6709, A 6708 en A 7911 van de kadastrale gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Figuur 1.4 uitsnede kadastrale kaart

In het plangebied is in de bestaande situatie een kantoorpand gevestigd, te weten een voormalig Rabobankgebouw. Nabij het plangebied, aan de overzijde van de Dorrestein is een winkelcentrum gevestigd.

1.3

Planbeschrijving

De ontwikkeling bestaat uit de herontwikkeling van het voormalig kantoorpand naar een gemengde bestemming, door middel van sloop en nieuwbouw. De footprint van de beoogde nieuwbouw beslaat circa 1.700 m2. De herontwikkeling is ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan gericht op het ontwikkelen van een gezondheidscentrum op de begane grond (welke onder andere ruimte biedt voor behandelkamers en een apotheek) en circa 42 woonappartementen op de verdiepingen. In voorliggend bestemmingsplan is een ruimere invulling gegeven, door de bestemming 'Gemengd' op te nemen. Op de begane grond en eerste verdieping wordt een gezondheidscentrum mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt op de verdiepingen van het gebouw wonen toegestaan, beperkt tot een maximum van in totaal 42 woningen. Bovendien is de bestemming 'verkeer-verblijfsgebied' opgenomen ten behoeve van o.a. wegen, groen, parkeervoorzieningen, alsook het reeds in het plangebied aanwezige transformatorhuisje.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit eerste inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 het relevante beleidskader uiteengezet. In Hoofdstuk 3 komen de ruimtelijke aspecten aan bod. Daarna komen in Hoofdstuk 4 de omgevingsaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische regeling in dit bestemmingsplan, dus de regels en de verbeelding. Tot slot geeft Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid (zowel de financiële uitvoerbaarheid alsook de maatschappelijke uitvoerbaarheid).

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Dit besluit legt nationale ruimtelijke belangen vast. Het beleid is erop gericht om het aantal regels terug te dringen. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het Rijk maakt bijvoorbeeld geen landsdekkende woningbouwafspraken meer, alleen nog in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Het Rijk benoemt alleen nog landelijke doelstellingen om de woningmarkt goed te laten werken. Relatie tot het plangebied Op dit moment legt het Barro geen restricties op voor de onderhavige locatie. 2.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Ministerie van Infrastructuur en Ruimte van kracht geworden. De structuurvisie vervangt verschillende nota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. De visie schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt is de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over te laten aan gemeenten en provincies (decentraal, tenzij), minder nationale belangen te benoemen en eenvoudigere regelgeving toe te passen. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Relatie tot het plangebied Op de onderhavige locatie zijn geen nationale belangen van toepassing. Hiermee is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte niet relevant voor het plangebied aan de Dorrestein te Nieuwerkerk a/d IJssel. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro: lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

als bedoeld in dat artikel. lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in het derde lid, om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan.

De verwachting is dat de Ladder hierdoor beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden.” Relatie tot het plangebied Voor het plangebied geldt dat het gaat om de ontwikkeling naar een gemengde functie, bestaande uit een woonprogramma van maximaal 42 gestapelde woningen en een gezondheidscentrum. De Ladder voor duurzame verstedelijking dient goed gemotiveerd te worden. In de volgende paragrafen wordt het beleid besproken. Uit het provinciaal beleid blijkt dat er een grote behoefte is aan woningen in de gemeente Zuidplas. Voor de gemeente Zuidplas valt op behoefteramingen van de Provincie Zuid-Holland te concluderen dat tot en met 2039 de behoefte voor nieuwe woningen groot blijft. Specifiek is er vraag naar woningbouwontwikkelingen die kunnen voorzien in de behoefte voor doelgroepen als ouderen, de jongere en oudere gezinnen en voor jongeren die na hun studietijd terugkeren. Met de ontwikkeling van een woonprogramma van 42 gestapelde woningen wordt in deze behoefte voorzien. Bovendien is deze behoefte regionaal afgestemd (zie 2.2.1 en 2.2.2). De behoefte wordt in deze paragraven ook cijfermatig onderbouwd. Gelet op de aanstaande vergrijzing past daarbij tevens een bij de schaalomvang behorende infrastructuur van welzijns- en zorgdiensten op het niveau van de dorpen.

Volgens de gemeente Zuidplas ligt het niveau van het aantal gezondheids- en welzijnszorginstellingen per 1.000 inwoners in de gemeente Zuidplas onder het gemiddelde van Oost-Zuid-Holland en Nederland: 2,7 ten opzichte van respectievelijk 2,9 en 3. Om deze reden draagt een gezondheidscentrum bij aan het verbeteren van welzijns- en verzorgingsniveau in de gemeente Zuidplas. De ontwikkeling van een gezondheidscentrum is, gezien de veroudering van de bevolking van de gemeente Zuidplas, daarnaast ook in lijn met de Structuurvisie 2030. Het inwoneraantal in de dorpskern in Nieuwerkerk a/d IJssel blijft groeien in de groeigemeente Zuidplas. Hierdoor neemt de draagkracht voor en de behoefte naar goede voorzieningen, zoals in de gezondheidszorg, toe. Conclusie De behoefte aan 42 gestapelde woningen en een gezondheidscentrum is aantoonbaar. Er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsbeleid Zuid-Holland

Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en –plannen, zoals het Programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geven zij richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Voor het Programma Ruimte geldt dat delen van de voorgaande versie thans zijn opgegaan in de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma Ruimte maakt onderdeel uit van het Omgevingsbeleid. 2.2.2

Omgevingsvisie Zuid-Holland en Programma Ruimte

De Omgevingsvisie Zuid-Holland (hierna: Omgevingsvisie) is per 1 april 2019 in werking getreden. Zoals eerder aangegeven is het centrale doel van het integrale omgevingsbeleid het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Vanuit het bestaande beleid gaat het hier om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Vanuit het bestaande beleid gaat het hier om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Met het oog op de invoering van de Omgevingswet in 2021 wordt dit verder ontwikkeld. De basis hiervoor is gelegd in de volgende onderdelen van 'omgevingskwaliteit': 1. Een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken. 2. Een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, waarin ook aandacht voor aspecten van milieukwaliteit.

De leefomgevingstoets is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. Hiertoe implementeert de provincie een integrale beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit voor toekomstige kwaliteitsverbetering. 3. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie beschikt al enige tijd over de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Provinciaal beleid en opgaven Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede Omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit'. De daarmee samenhangende provinciale beleidskeuzes zijn in die opgaven geclusterd. De twaalf opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie; Landschap en cultuurhistorie; gezondheid en veiligheid; natuur en recreatie; ruimte en verstedelijking; wonen;

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

bodem en ondergrond; cultuurparticipatie en bibliotheken; klimaatadaptie; zoetwater en drinkwater; bereikbaarheid; regionale economie; energievoorziening. Verstedelijking en wonen Een beleidskeuze zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie is de beleidskeuze 'Verstedelijking en wonen'. De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vragen om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling.

Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over woningen zo te bouwen, in samenhang met investeringen in infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving dat dit bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar de provincie voor staat. Woningbouw als de enige of primaire oplossing voor de sociaal-economische vitaliteit is in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijn strategie. Bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgebied Met verdichting van het stedelijk gebied wordt de agglomeratiekracht versterkt. Het draagt bij aan efficiënt ruimtebeslag en door binnenstedelijk te bouwen kan het open landschap behouden blijven. Behoud en ontwikkelen van het groenblauwe netwerk in, om en tussen de steden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, een attractief woonmilieu en een gezonde en klimaatadaptieve omgeving.

Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Differentieer de woningvoorraad Een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat biedt mensen keuzevrijheid in woonomgevingen en heeft een woningvoorraad die aansluit op de behoefte. In het bijzonder is er aandacht voor een passend aanbod van de woningvoorraad onder de liberalisatiegrens voor de primaire en secundaire doelgroepen van het huurbeleid. Tot deze doelgroepen behoren in ieder geval: jongeren, senioren, grote gezinnen, vergunninghouders en arbeidsmigranten. Onder passend wordt ook verstaan dat op lokaal niveau wordt bijgedragen aan een evenwichtig gespreide sociale woningvoorraad over de regio. Benut de potentie van energietransitie en klimaatadaptatie

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Dat betekent voor de bestaande woningvoorraad een flinke opgave terwijl voor nieuwbouw deze efficiencyslag eenvoudig te realiseren is. Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland Voor wonen is voor de provincie de meest actuele Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland uitgangspunt voor gesprek over de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Dit woningbehoefteonderzoek wordt actueel gehouden en wordt iedere drie jaar geactualiseerd. De Woningbehoefteverkenning is gebaseerd op het landelijke woningbehoefteonderzoek (het WoON) en de provinciale Bevolkingsprognose (BP). De Bevolkingsprognose geeft inzicht in de verwachte huishoudensgroei op (sub)regionaal niveau. In de Woningbehoefteverkenning wordt vanuit de BP een doorvertaling gemaakt naar kwalitatieve behoefte, onder andere woonmilieus en prijsklassen. De provincie stelt de Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland vast als uitgangspunt voor de woningbehoefte in de regionale woonvisies. Dit betekent dat de provincie in de eerste plaats een regionale woonvisie zal beoordelen op basis van de Woningbehoefteverkenning. De Woningbehoefteverkenning is daarmee in principe leidend voor het oordeel van de provincie.

Naast de Bevolkingsprognose voert de provincie iedere drie jaar een onderzoek uit naar de woningbehoefte op basis van binnenlands migratiesaldo nul. Dit is de Woningbehoefteraming (WBR). De WBR kan als aanvulling worden gebruikt op de BP, om inzicht te geven in het aantal woningen dat gebouwd zou moeten worden voor de eigen bevolking van een gemeente (lokale behoefte).

Figuur 2.1 Woningbehoefteraming (WBR) per (sub)regio, gemeente Zuidplas 2019

Nieuwerkerk a/d IJssel behoort tot de gemeente Zuidplas. Tot en met de periode 2040 is te zien dat de woningbehoefte aanwezig is en blijft in de gemeente Zuidplas. Regionale Projectenlijst Woningbouw Het maximale aantal van 42 gestapelde woningen is aangemeld op de Regionale Projectenlijst Woningbouw (hierna: RPW-lijst). Hiermee is de behoefte regionaal afgestemd. Relatie tot het plangebied Er is behoefte aan woningen in de regio en gemeente Zuidplas. De behoefte is regionaal afgestemd. Er is een grote behoefte aan woningen geschikt voor senioren, doordat vergrijzing toeneemt in de gemeente. Met huurwoningen wordt specifiek voldaan aan de wens van de Provincie Zuid-Holland om huurwoningen te realiseren voor specifieke doelgroepen. Zo zijn er 30 appartementen die voldoen aan een minimale draaicirkel van 1500 mm, zodat bewoners in de toekomst, indien een rolstoel noodzakelijk is, kunnen blijven wonen op dezelfde plek. Er is nu rekening gehouden met bepaalde voorzieningen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden. Onzichtbare voorbereiding, zoals een badkamer met een inloopdouche (met wegklapbare douchewanden) en een toilet die makkelijk aangevuld kan worden met opklapbare muursteunen is hier een voorbeeld van.

De entreedeuren van het complex hebben een brede vrije doorgang waardoor mensen met een rolstoel of een hulpverlener met een brancard er makkelijk door heen kunnen. Dit geldt overigens ook voor de lift (brancardlift inclusief zitje), waardoor de toegankelijkheid en bereikbaarheid wordt gestimuleerd. Tevens zijn er twee aparte ruimten op de begane grond gesitueerd voor het stallen van (elektrische) fietsen. Ook kunnen mensen langer zelfstandig blijven wonen en op maat een samengestelde zorgpakket afnemen met bijvoorbeeld 24-uurs begeleiding. Op deze wijze kunnen ouderen met plezier langer thuis blijven wonen. Doordat de locatie is omgeven door vele voorzieningen is het voor toekomstige bewoners prettig wonen. Ze kunnen hun basisbehoeften op steenworpafstand halen bij het winkelcentrum. Het gezondheidscentrum op de begane grond sluit goed aan bij de bestaande voorzieningen in de omgeving.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Deze invulling geven (toekomstige) bewoners nog meer comfort in de directe omgeving. Zorginstelling De Meander is te voet bereikbaar, waardoor er mogelijkheden zijn om individuele zorgvragen aan te vullen. Tevens zijn de huidige OV-verbindingen voor ouderen goed bereikbaar. Het plan De Twee Gebroeders past goed binnen de doelstellingen van het provinciaal beleid. Bovendien worden de woningen ook gasloos opgeleverd in het kader van de klimaatambitie. Hiermee wordt voldaan aan het provinciaal beleid. 2.2.3

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De doelen en ambities van de provincie zoals verwoord in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en het Programma Ruimte, zijn vertaald naar concrete regelgeving in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Ook de Omgevingsverordening is per 1 april 2019 in werking getreden. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan in op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaardbaring van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duuzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde Staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen.

Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale visie. Relatie tot het plangebied Het project is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Conform de (regionale) woonvisie en het provinciaal beleid is in paragraaf 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Structuurvisie Zuidplas 2030

De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 27 november 2012 de "Structuurvisie Zuidplas 2030" vastgesteld. Thema's als wonen en voorzieningen, werken, groen en recreatie, verkeer en infrastructuur en milieu en duurzaamheid komen uitgebreid aan bod in deze structuurvisie. De Structuurvisie Zuidplas 2030 is een kader voor de gebieds- en ruimtelijke opgaven die Zuidplas in de komende decennia wil realiseren. De gemeente Zuidplas wil een gemeente zijn van springlevende dorpen en buurtschappen, waar volop ruimte is voor bedrijvigheid en daarnaast met aantrekkelijke recreatiemogelijkheden in een groene omgeving. Dit alles met een goede bereikbaarheid en oog voor milieu en duurzaamheid. Het plangebied is gelegen in de Structuurvisie aangeduid als 'Dorp of buurtschap'.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Figuur 2.2 Uitsnede Structuurvisie 2030, plangebied blauw omlijnd

Wonen en Voorzieningen Zuidplas realiseert nieuwe woningen hoofdzakelijk binnen en aan de vier dorpen, om te voldoen aan de woonvraag van zijn eigen inwoners. Voor sommige dorpen is dit mede noodzakelijk voor het op peil houden van het voorzieningenniveau. Daarnaast realiseert de gemeente woningbouw in het kader van de ontwikkelingsopgave voor de Zuidplaspolder en zoals vastgelegd in afspraken binnen de Zuidvleugel. Het gaat hierbij om woningbouw voor de (boven)regionale behoefte, die in eerste instantie plaatsvindt aan de bestaande dorpen. Op termijn wordt in het middengebied van de Zuidplaspolder woningbouw voorzien in de vorm van een Vijfde Dorp. Zuidplas is ook in de komende decennia een groeigemeente, een ambitie die voortkomt uit zowel de eigen als de (boven)regionale behoefte. Volgens de woonvisie uit 2011 bedraagt de totale behoefte gemiddeld 400 woningen per jaar. Dit is de optelsom van 110 woningen per jaar voor de eigen behoefte en 290 woningen per jaar voor de (boven)regionale behoefte. Het totaal aan woningbouwopgaven binnen en aan de dorpen van Zuidplas omvat op dit moment circa 5.000 woningen. De gemeente voorziet de realisatie van een Vijfde Dorp pas na 2025, gezien de huidige woningmarktomstandigheden en de keuze om prioriteit te geven aan woningbouw binnen en aan de dorpen. Het woningaanbod moet aansluiten op de behoeften van de woonconsumenten.

Binnen de dorpen ziet de gemeente de bevolking geleidelijk verouderen, dit vraagt om passende woonvormen als nultredenwoningen. Mede als gevolg van de verouderende bevolking neemt het aantal kleine huishoudens toe. Ook dit vraagt om aanpassingen in de woningbouw. Bij de bouw van nieuwe woningen voor de (boven)regionale behoefte richt de gemeente zich voor een belangrijk deel op de jongere en oudere gezinnen die in dit deel van de Randstad werkzaam zijn. Daarnaast wil Zuidplas een aantrekkelijke woonomgeving zijn voor jongeren die na hun studietijd terugkeren. De inwoners hechten veel waarde aan de eigenheid en herkenbaarheid van hun dorp. Ze zijn trots op hun woonomgeving, de sociale cohesie en de kleinschaligheid. Daarom is het belangrijk om bij de dorpsuitbreidingen rekening te houden met de dorpse identiteit. Zuidplas bouwt hoofdzakelijk dorpse en centrum-dorpse woonmilieus. Hoogbouw past niet in een dergelijke omgeving. Nieuwe gestapelde bouw van vier tot en met acht bouwlagen is alleen op passende locaties toegestaan. Denk hierbij aan een stationslocatie, of dorpsgebieden waarin hogere bouwvormen al voorkomen. De gemeente ziet woningbouw als een van de bouwstenen voor het in stand houden van het voorzieningenniveau. In dit kader doet de gemeente ook een beroep op de samenwerking tussen en creativiteit van ondernemers en (vrijwilligers)organisaties.

Dit met het doel om een aantrekkelijk aanbod

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

van voorzieningen te creëren. Het streven past bij het motto ‘meer burger, minder overheid’, waarbij in eerste instantie wordt uitgegaan van de zelfredzaamheid van inwoners. Uiteraard biedt de gemeente hulp aan inwoners die niet zelfstandig kunnen meekomen, met speciale aandacht voor het groeiende aantal ouderen. De gemeente streeft ernaar dat ouderen en zorgbehoevenden zo lang mogelijk in hun eigen woning kunnen blijven, door aanpassingen binnen de woning en de woonomgeving. Voor kinderen die speciale zorg en aandacht nodig hebben, zal de gemeente in samenwerking met de schoolbesturen zo passend en nabij mogelijk onderwijs aanbieden. Koers tot 2030 De dorpen in Zuidplas zijn levendige woongemeenschappen, waarvan het buitengebied ook vanuit het centrum goed bereikbaar is. De kleinschalige woonomgevingen in Moerkapelle, Moordrecht en Zevenhuizen zijn geleidelijk gegroeid tot de dorpen die we nu kennen. Ze kenmerken zich door een sterke sociale cohesie en rijk verenigingsleven. Nieuwerkerk aan den IJssel heeft de afgelopen decennia aanzienlijke groei van het aantal woningen en inwoners doorgemaakt en daardoor een groot-dorps karakter gekregen. Dit is terug te zien in de sociale samenhang, die eerder zichtbaar is in wijken en buurten dan op dorpsniveau. Tegelijkertijd biedt het hogere aantal inwoners draagkracht voor een uitbreiding van voorzieningen, zoals detailhandel en zorg.

Sociale netwerken rondom onderwijs, sport en cultuur vergroten de leefbaarheid en levendigheid van een dorp. Het organiseren van die netwerken is iets dat vooral door inwoners van de dorpen zelf wordt gedaan. De gemeente faciliteert ontmoetingen in plekken als dorpshuizen, brede scholen en sportaccommodaties, maar ook in de openbare ruimte, zoals op dorpspleinen en in parken. Relatie tot het plangebied Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ambitie om meer woningbouw in dorpskernen toe te voegen. In de dorpskernen is tevens behoefte aan goede voorzieningen, waaronder op het gebied van de zorg. De ontwikkeling van een gezondheidscentrum is, gezien de veroudering van de bevolking van de gemeente Zuidplas, daarnaast ook in lijn met de Structuurvisie 2030. Het inwoneraantal in de dorpskern in Nieuwerkerk a/d IJssel blijft groeien in de groeigemeente Zuidplas. Hierdoor neemt de draagkracht voor en de behoefte naar voorzieningen, waaronder een gezondheidscentrum met een apotheek, toe. 2.3.2

Woonvisie 2025

Door de gemeenteraad is op 23 januari 2019 de Woonvisie 2025 vastgesteld. In de woonvisie kiest de gemeente Zuidplas tot de volgende strategie: sociale huursector op peil houden; het vasthouden van de indentiteit; inspelen op langer thuiswonende inwoners; duurzaam wonen en leven; innovatieve woonvormen. Een visie is een mooi vergezicht, maar er dienen stappen gezet te worden om die visie te realiseren. De stappen zijn verwoord in drie speerpunten. Deze maken dat ook in de toekomst dorps wonen in een groene, duurzame gemeente mogelijk blijft. 1. Een divers en betaalbaar woninaanbod voor alle doelgroepen; 2. Duurzaam wonen; 3. Experimenten in wonen en ontmoeten. Ouderen Nederlanders worden ouder. Deze trend is uiteraard ook zichtbaar in Zuidplas, zie onderstaande figuur.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Tot 2030 neemt het aantal één- en tweepersoonshuishoudens van 75 jaar en ouder toe met bijna 70%: van 2.157 naar ongeveer 3.660 huishoudens. Er is ook sprake van een ‘dubbele vergrijzing’. Er komen méér oudere huishoudens, maar de mensen worden ook steeds ouder.

Uit enkele andere inventarisaties blijkt dat het aanbod aan geschikte ouderenwoningen op dit moment niet toereikend is. Zo geven de twee ouderenadviseurs van Welzijn Zuidplas aan dat ouderen geen geschikt aanbod kunnen vinden. Een belangrijke voorwaarde bij de keuze om te verhuizen is dat men dicht in de buurt van een busverbinding en/of winkelcentrum zou willen wonen. Voor ouderen is het erg belangrijk om zelf de eigen boodschappen te kunnen blijven doen, om daardoor onder de mensen te komen. Nog een wens van ouderen is om tussen jongere bewoners te blijven wonen. Op die manier voelen ze zich minder geïsoleerd en is het gevoel van ´meedoen´ sterker. De woningvoorraad Gezien de huidige dynamiek op de woningmarkt in Zuidplas en omliggende gemeenten, zal een netto toevoeging van gemiddeld 250 woningen per jaar in de periode tot 2030 in een behoefte voorzien en dus zeker goed afzetbaar zijn. Als deze aantallen worden gerealiseerd is de woningvoorraad in 2030 vermeerderd met 3250 woningen.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

De vraag naar sociale huurwoningen neemt tot 2030 in alle huurklassen toe. Dit hangt samen met de toename van het aantal oudere huishoudens. Naar verwachting zal de vraag naar nultredenwoningen in de huursector in alle huurklassen in 2030 25% van de totale behoefte zijn en in 2040 ruim 50%. Tot ongeveer 2030 ligt de grootste vraagdruk op eengezinskoopwoningen. Dit is de optelsom van de grote groep huishoudens die in de huidige eengezinswoning oud wordt en er blijft wonen en de toestroom van paren en jonge gezinnen die de komende jaren blijft bestaan. Vanaf 2030 is er een omslag. Dan neemt de wens van ouderen (babyboomers) om uit zelfstandige woningen te verhuizen sterk toe. Deze uitstroom zou ongeveer even groot kunnen worden als de toename van de behoefte van jonge paren en gezinnen. Dit verklaart waarom vanaf 2030 de behoefte aan eengezinskoop niet, dan wel gematigd, toeneemt en de vraag naar nultredenwoningen in de huursector stijgt. Relatie tot het plangebied De Twee Gebroeders geeft betekenis aan de plek, waar behoefte aan is binnen de gemeente Zuidplas. In de uitwerking van het ontwerp is er waar mogelijk, rekening gehouden met de basisprincipes uit de Woonkeur. Zo zijn er 30 appartementen die voldoen aan een minimale draaicirkel van 1500 mm, zodat bewoners in de toekomst, indien een rolstoel noodzakelijk is, kunnen blijven wonen op dezelfde plek.

Er is nu rekening gehouden met bepaalde voorzieningen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden. Omdat er antwoord wordt gegeven op de woonvraag van de gemeente Zuidplas, er voor (toekomstige) bewoners- en omwonenden van de locatie letterlijk voorzieningen ín het toekomstige gebouw (gezondheidscentrum) worden gerealiseerd, het plan nabij voorzieningen met o.a. winkelcentrum Dorrestein gesitueerd is, past De Twee Gebroeders goed binnen de doelstellingen van de woonvisie 2025.

2.3.3

Welstandnota Zuidplas 2015

De Welstandsnota Zuidplas 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad van Zuidplas op 13 mei 2015. De welstandsnota legt vast hoe het welstandstoezicht in de gemeente Zuidplas is geregeld. Tevens geeft deze nota uitgangspunten en criteria voor het welstandsoordeel. Belangrijk gegeven is dat de dynamiek van de ruimtelijke kwaliteitszorg zich niet laat vastleggen in een handboek met regels. Altijd zullen zich incidenten voordoen die niet te ondervangen zijn door regels. De gemeentelijke ambitie in de welstandsnota is echter een belangrijk hulpmiddel bij de communicatie over ruimtelijke kwaliteit. De gemeente Zuidplas hanteert het principe van 'welstandsvrij, tenzij...'. De welstandsgebieden zijn dus onderverdeeld in zware sturing en welstandsvrij. Bij zware sturing zullen alle aspecten worden meegenomen in de beoordeling. In welstandsvrije gebieden wordt niet beoordeeld aan de hand van welstandscriteria. De projectlocatie is gelegen in het welstandsniveau 'zwaar'.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Figuur 2.3 uitsnede welstandsniveau kaart

Relatie tot het plangebied Bij toetsing van het bouwplan dient aan de criteria te worden getoest die gelden voor het welstandsniveau 'zwaar' in een dorpskern en/of centrumlocatie. Het bouwplan is akkoord bevonden door de welstandscommissie.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Hoofdstuk 3

Ruimtelijke aspecten

In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen.

3.1

Stedenbouw en welstand

3.1.1

Kenmerken van de wijk

Dorrestein is een typische wederopbouw wijk waar de stempelverkaveling nog grotendeels intact is. De invulling van deze stempels kenmerkt zich door bouwblokken variërend in hoogte en type. De invulling bestaat overwegend uit rijwoningen van twee lagen plus kap. Aan de Jan Anne Beijerinkstraat, een belangrijke ader door de wijk, zijn gebouwen te vinden met meer massa en hoogte zoals Zorgcomplex Meander, Winkelcentrum Dorrestein en een aantal wederopbouw appartementen van 3 tot 4 lagen hoog. Het winkelcentrum vormt echter het hart van de wijk wat af te lezen is aan de hoogte van in totaal 6 lagen en de grote footprint ervan. Aan deze ader ligt ook de locatie van de voormalige Rabobank. Deze locatie heeft lange tijd geen functie vervuld. Vanuit de zoektocht naar mogelijkheden om aan deze locatie een passende invulling te kunnen geven is er bij het ontwerp voor De Twee Gebroeders zoveel als mogelijk rekening gehouden met de opbouw, hoogtes, en vormentaal in de wijk en de directe omgeving. Vanwege het feit dat het winkelcentrum Dorrestein het hart van de wijk vormt en direct naast de te ontwikkelen locatie ligt, zal het winkelcentrum als referentie worden genomen voor wat betreft de hoogte en massa van het bouwplan. Uitgangspunt daarin is dat de nieuwbouw lager moet zijn dan de bouwhoogte van het winkelcentrum.

De verschijningsvorm van het nieuwe gebouw moet bijdragen aan de herkenbare wederopbouw identiteit van Dorrestein. De invulling van de voormalige locatie Dorrestein heeft een typische stempelverkaveling. Daarnaast heeft het gebouw een gedrukte plint met afwijkende functie, een flauwe kap, relatief gesloten kopgevels en transparante voorgevels. De verschijningsvorm sluit goed aan bij de wijk en de massa is afgestemd op de bestaande omgeving, waardoor het plan aan alle stedenbouwkundige voorwaarden voldoet. 3.1.2

De stedenbouwkundige opgave

Voor het bestemmingsplan zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld (zie Bijlage 9). Hierin is de stedenbouwkundige opgave vastgelegd. 3.1.3

Conclusie

Het aspect stedenbouw en welstand is voldoende gewaarborgd in het plan.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Gemeentelijk parkeerbeleid

Met deze Nota Parkeernormen 2019 beschrijft de gemeente Zuidplas het kader ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor fiets (nieuw in het beleid) en auto bij nieuwbouw of transformatieprojecten. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, privé-initiatieven, bedrijven, inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ of ‘functieveranderingen’ aanvraagt waar een parkeercomponent onderdeel van is. In Artikel 6 van de regels van dit bestemmingsplan is een (dynamische) verwijzing opgenomen naar (de parkeernormen en de afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen) de Nota Parkeernormen 2019.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

3.2.2

Parkeren

De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een wijziging van de parkeerbehoefte. Ten behoeve van de ontwikkeling is door SPARK een parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is (conform de overgangsregeling in artikel 2.2 van de toepasselijke Nota Parkeernormen 2019) gerekend met de parkeernormen in de gemeentelijke 'Beleidsnota Parkeernormen' d.d. 29 september 2013. Daarbij is van belang dat reeds contractueel bindende afspraken zijn gemaakt over het parkeren tussen gemeente en initiatiefnemer. Om de parkeerbehoefte te bepalen is ook gebruik gemaakt van parkeerdrukmetingen van Trajan (zie Bijlage 7). Parkeeronderzoek SPARK Gewenst programma Het volgens de maximale planologische mogelijkheden te realiseren programma van het project de volgende onderdelen: 42 dure huurappartementen; een gezondheidscentrum bestaande uit 16 behandelkamers en/of een apotheek; toevoeging van 12 parkeerplaatsen, bestaande uit: 1. 10 parkeerplaatsen rondom de projectlocatie waardoor aldoor de parkeercapaciteit van 46 plaatsen in de huidige situatie toeneemt tot 56 plaatsen in de nieuwe situatie; 2. 2 parkeerplaatsen aan de Dorrestein. Per functie is onderstaand de parkeernorm weergegeven. De parkeerbehoefte van de appartementen bestaat uit 1,9 parkeerplaats per woning en de resterende norm voor de bewoners bedraagt 0,3.

Opgeteld maakt dat 2,2 parkeerplaats per woning.

De normatieve parkeerbehoefte van de ontwikkeling bedraagt 131 parkeervoorzieningen. Zie hiervoor onderstaande tabel. Voor de berekening van de parkeerbehoefte van het gezondheidscentrum is uitgegaan van 16 behandelkamers. De hiermee gemoeide normatieve parkeerbehoefte van 38 parkeerplaatsen wordt als 'taakstellend' beschouwd. Het is daarmee mogelijk dat door de toevoeging van een apotheek aan het gezondheidscentrum een aantal behandelkamers zal moeten vervallen om binnen de berekende normatieve parkeerbehoefte van 38 plaatsen te kunnen blijven. In artikel 3.1, onder c van de regels is daarom opgenomen dat een apotheek uitsluitend is toegestaan, indien het aantal behandelkamers van het gezondheidscentrum ten hoogste 14 bedraagt.

Bij een ontwikkeling waarbij meerdere functies gebruik maken van dezelfde parkeervoorzieningen is dubbelgebruik mogelijk. Hiervoor worden de meeste recente aanwezigheidspercentages toegepast die het CROW heeft opgesteld (de gemeente Zuidplas heeft in de Beleidsnota Parkeernormen 2013

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

opgenomen dat deze aanwezigheidspercentages van toepassing zijn). Omdat voor deze ontwikkeling ook de parkeerbehoefte op de zaterdagochtend moet kunnen worden beschouwd, zijn voor de zaterdagochtend dezelfde aanwezigheidspercentages toegepast als die van toepassing zijn voor de zaterdagmiddag. De Beleidsnota Parkeernormen van de Gemeente Zuidplas als ook de CROW-publicaties bevatten namelijk geen aanwezigheidspercentages voor de zaterdagochtend.

Indien men de normatieve parkeerbehoefte per functie vermenigvuldigt met het aanwezigheidspercentage per tijdvak en het resultaat per functie bij elkaar optelt, onstaat inzicht in de maatgevende parkeerbehoefte van het totale programma: het aantal parkeerplaatsen dat maximaal nodig is bij dubbelgebruik van de parkeercapaciteit. Dit is het aantal parkeerplaatsen dat maximaal nodig is bij dubbelgebruik van de parkeercapaciteit. Onderstaand is dit overzicht weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de toename van de parkeercapaciteit met 12 parkeerplaatsen.

Hieruit blijkt dat op het maatgevende moment van het ontwikkelen programma de werkdagavond is. Op dat moment zijn er 86 parkeerplaatsen benodigd. Omdat het project zelf voorziet in 12 nieuwe parkeerplaatsen, dienen nog dienen nog minimaal 48 (op zaterdagochtend en -middag) en maximaal 74 (op werkdagavond) parkeerplaatsen te worden gerealiseerd of beschikbaar te zijn om de parkeerbehoefte van het project volledig te kunnen faciliteren. Parkeerdrukmetingen Op donderdag 31 mei 2018, zaterdag 2 juni 2018 en zaterdag 16 maart 2019 op zijn door het onderzoeksbureau Trajan capaciteits- parkeerdrukmetingen uitgevoerd in de directe omgeving van de projectlocatie. De resultaten zijn opgenomen in Bijlage 7. De parkeeronderzoeken hebben plaatsgevonden buiten de schoolvakanties en zijn daarmee representatief.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

De parkeeronderzoeken hebben plaatsgevonden in de directe omgeving (binnen ca. 100 meter loopafstand). Ten behoeve van het onderzoeksgebied is uitgegaan van een maximale loopafstand van 100 meter; althans een acceptabele loopafstand in de openbare ruimte. Hierbij is rekening gehouden met de vuistregels voor loopafstanden die zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen uit 2013. In de Nota Parkeernormen 2019 zijn deze loopafstanden overigens verruimd. Dit onderzoeksgebied is o.a. afgestemd met de gemeente Zuidplas. Bij de vaststelling van het onderzoeksgebied is rekening gehouden met het ontwikkelproject aan de Kamerlingh Onnesstraat (voormalige schoollocatie 'Tweemaster'), ter voorkoming dat zowel voorliggend bouwplan als het project aan de Kamerlingh Onnesstraat van dezelfde parkeerplaatsen gebruik zouden maken. Binnen het onderzoeksgebied zijn door Trajan tijdens de door hen uitgevoerde onderzoeken in totaal 267 parkeerplaatsen aangetroffen, waarvan 8 parkeerplaatsen voor mindervaliden. In onderstaand overzicht is de parkeercapaciteit per straat weergegeven.

Tevens heeft door de gemeente Zuidplas met de Initiatiefgroep (groep betrokken omwonenden) een schouw plaatsgevonden op woensdag 18 september 2019. Tijdens deze schouw zijn er 277 functionele openbaar toegankelijke parkeervoorzieningen geteld (waarvan 8 parkeerplaatsen voor mindervaliden). Trajan heeft op dit aantal een drietal wijzigingen doorgevoerd, waarna het totaal aantal parkeerplaatsen in het onderzoeksgebied uitkomt op 274 parkeerplaatsen. Het totaal aantal openbare parkeerplaatsen bedraagt (na aftrek van de 8 parkeerplaatsen voor mindervaliden) 266 parkeerplaatsen.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

In onderstaande tabel zijn de resultaten van de parkeerdrukmetingen weergegeven. Uit de metingen blijkt dat de aanwezige 266 openbare parkeerplaatsen (zonder parkeerplaatsen voor mindervaliden) op zaterdagmiddag de hoogste bezetting hebben (71,1%).

Toevoeging nieuw programma aan bestaande p-capaciteit en gewenste/toegestane parkeerdruk In de Nota Parkeernormen 2013 zijn geen maximale bezettingspercentages opgenomen. Hierin is (alleen) opgenomen dat er sprake is van een balans in parkeren als de parkeerbehoefte gelijk is aan de parkeercapaciteit. In de praktijk is het gebruikelijk om bij parkeren op maaiveld uit te gaan van een maximale bezetting van 85% tot 95%. Voor deze locatie wordt een gemiddelde bezetting van 85% met op een piekmoment 90% aanvaardbaar wordt geacht. Uit de tabel blijkt dat de maximale bezettingsgraad binnen het gemeten gebied maximaal 89,1% zal bedragen. Dit drukste moment vindt plaats op zaterdagmiddag. Het resultaat zoals hierboven vermeld, met een uitkomst variërend van 74,4% tot 89,1%, voldoet aan deze doelstelling.

Conclusie Onderzocht is of het mogelijk is de parkeerbehoefte van de ontwikkeling binnen het bestaande parkeerareaal te faciliteren. Op basis het onderzoek dat in deze rapportage is beschreven en de resultaten daarvan, kan worden geconcludeerd dat dat mogelijk is. Na realisatie van de ontwikkeling bedraagt de bezettingsgraad op het drukste moment van de week 89,1% (op zaterdagmiddag). Op overige dagen en dagdelen van de week is dat maximaal 86,8% (op zaterdagochtend). Deze bezettingsgraden passen dus binnen de bezettingsgraden die aanvaardbaar zijn, namelijk een maximale bezetting van 85%, en op enkele piekmomenten maximaal 90%. Afwijken parkeerbeleid 2013 Voor deze ontwikkeling geldt niet het op 27 november 2019 vastgestelde parkeerbeleid, omdat er (ruim voor 27 november 2019) anterieur afspraken gemaakt zijn om het parkeerbeleid van 2013 toe te passen. In het parkeerbeleid 2013 is het uitgangspunt dat de bij de nieuwe ontwikkeling behorende parkeervraag opgelost wordt op het eigen terrein van de nieuwe ontwikkeling. In paragraaf 5.1 van het parkeerbeleid 2013 is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de benodigde parkeerplaatsen te zoeken in de openbare ruimte. Of er beschikbare parkeerplaatsen zijn in de openbare ruimte moet aangetoond worden door een parkeerdrukmeting.

Deze parkeerdrukmeting (zie Bijlage 7) heeft plaatsgevonden en hieruit blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de openbare ruimte om de parkeervraag van het nieuwbouwplan 'De Twee Gebroeders' op te vangen. Het besluit om te mogen afwijken, conform paragraaf 5.1 van het parkeerbeleid 2013, is gemandateerd

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

aan het afdelingshoofd. In 2017 is met de ontwikkelaar het parkeren op eigen terrein besproken. Vanwege het maken van onevenredig hoge kosten om het parkeren op eigen terrein te regelen is besloten de parkeervraag op openbaar gebied af wentelen, mits uit parkeerdrukonderzoeken bleek dat hier voldoende parkeercapaciteit beschikbaar was. Uit parkeeronderzoek cq. het parkeerbeleid blijkt dat er voldoende parkeercapaciteit aanwezig is. Het formele mandaatbesluit is genomen op 2 december 2020. Oplegnotitie aanvullende onderzoeken Door SPARK is een aanvullende oplegnotitie opgesteld, waarin verschillende meetmomenten en onderzoeken zijn opgenomen en zijn afgezet tegen de parkeercapaciteit. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 15 van de toelichting van het bestemmingsplan. Uit het onderzoek volgt dat indien ook het representatieve deel van de parkeerdrukmeting uit maart 2020 (5 t/m 11 maart) wordt meegenomen in de analyse, dit geen effect heeft voor de beoogde ontwikkeling. Er kan worden volstaan met de genoemde 12 extra parkeerplaatsen. Tevens volgt uit deze oplegnotitie dat er onvoldoende parkeercapaciteit is om een koopvariant te realiseren, vanwege de hogere parkeernorm. Daarnaast komt de parkeerdruk in dat geval hoger uit dan de maximaal toelaatbaar geachte 90%.

Hierdoor is besloten om uitsluitend huurwoningen toe te staan in artikel 3.1onder a en bij omgevingsvergunning koopwoningen slechts toe te staan middels een afwijkingsmogelijkheid. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 8.2. Dit geldt ook indien twee behandelkamers minder worden gerealiseerd en een apotheek wordt ontwikkeld, daar een apotheek een lagere parkeernorm kent dan twee behandelkamers. In artikel 3.1, onder c, is hiervoor een regel opgenomen.

3.2.3

Ontsluiting

De ontsluiting is geregeld via de J.A. Beijerinkstraat dat uitkomt in de Batavierenlaan. De Batavierenlaan mondt uit in de Kerklaan, welke weer aansluit op de provinciale weg N219. Beide wegen hebben een voldoende ruimte en capaciteit om de verkeersaantrekkende werking te kunnen verwerken. Voor gemotoriseerd verkeer is het plangebied middels de ontsluitingswegen goed bereikbaar en ook voor langzaam verkeer worden geen problemen voorzien. 3.2.4

Verkeersgeneratie en verkeersveiligheid

Door Mobycon is verkeersonderzoek uitgevoerd voor het bestemmingsplan. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 10 van dit bestemmingsplan. Onderstaand zijn de resultaten integraal weergegeven. Onderzocht programma: gebouw met een zorgplint (16 behandelkamers); woningen (42 huurappartementen). Verkeersintensiteiten Mobycon heeft de verkeersintensiteiten van omliggende wegen in kaart gebracht. Voor de methodiek wordt verwezen naar het onderzoek. In de onderstaande kaart en tabel zijn de etmaalintensiteiten in aantal motorvoertuigen op werkdagen voor het jaar 2030 aangegeven.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Deze intensiteiten zijn nodig om te kunnen bepalen of de verkeersgeneratie opgevangen kan worden op het wegennetwerk. Verkeersgeneratie In deze stap is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend op basis van de "Rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren" van het CROW. Men is daarbij uitgegaan van het aantal te realiseren behandelkamers (16) en het aantal te realiseren appartementen (42). Om de verkeersgeneratie van de 16 behandelkamers te bepalen, is Mobycon in de CROW-tool uitgegaan van de hoofdgroep "gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen" met als type "gezondheidscentrum". Voor de 42 appartementen is men uitgegaan van de hoofdgroep "wonen" met als type 'koop, etage, duur'. De keuze is op dit type gevallen, zodat rekening wordt gehouden met de worst case scenario, oftewel er is gekozen voor de (representatieve) functie die de hoogste parkeerbehoefte oplevert en die is toegestaan binnen de bestemming. Voor de ligging in de gemeente is gekozen voor 'schil centrum'. Dit heeft Mobycon gebaseerd op het gegeven dat het plangebied nabij een wijkwinkelcentrum ligt. Daarnaast ligt de bouwlocatie op loopafstand van de oude dorpskern (600 meter) en het hoofdwinkelcentrum van het dorp (1000 meter). Om de vermelde kencijfers om te rekenen naar gemiddelde verkeersgeneratie per werkdagetmaal,

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

dienen ook deze met een factor 1,11 vermenigvuldigd te worden (bron: CROW-publicatie 317).

De verkeersintensiteiten als gevolg van de ontwikkeling nemen dus toe met 599 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde werkdag. Verkeersintensiteiten wegen na oplevering bouwplan In de volgende tabel zijn de intensiteiten in aantal motorvoertuigen na oplevering van de ontwikkeling te zien.

Toetsing toekomstige verkeersafwikkeling na oplevering ontwikkeling In deze stap is getoetst of de berekende verkeersintensiteiten voor knelpunten zorgen in het omliggende wegennet. Om dit te berekenen, heeft Mobycon voor elk wegvak de verhouding tussen de intensiteiten en de maximaal acceptabele intensiteiten berekend. Alle wegen binnen het onderzoeksgebied zijn erftoegangswegen, dus hanteert men de 6.000 motorvoertuigen per etmaal als maximaal acceptabele intensiteit. Bij het hanteren van dit toetsingscriterium is voorts het volgende aangehouden:

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

De volgende tabel geeft de uitkomsten op basis van bovenstaande toetsingscriteria weer voor de verschillende wegvakken op basis van de op aannames gebaseerde verdeling.

Er kan geconcludeerd worden dat ook wanneer de aannames niet geheel juist zijn, en meer verkeer dan verwacht gebruik maakt van de verschillende wegvakken, er geen doorstromings- en veiligheidsprobleem zal optreden. Alle waarden zijn immers lager dan 80%. Conclusie Er is op geen enkel wegvak sprake is van een doorstromingsknelpunt na de realisatie van de ontwikkeling. Daarmee concluderen we dat de toekomstige situatie door de realisatie van de zorgplint en woningen in Nieuwerkerk aan den IJssel acceptabel en verkeersveilig is. Veiligheid fietsverkeer Mobycon heeft tevens gekeken naar de veiligheid van fietsverkeer in de omgeving. Het onderzoek is als Bijlage 12 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat voor het huidige inrichtingsplan de veiligheid en verkeersafwikkeling van de fietsers niet in het geding komt. Voor twee wegvakken is dan wel de waarde dusdanig dat een fietsstraat een beter alternatief zou zijn, maar vanwege de benodigde parkeervoorzieningen past gemengd verkeer beter binnen het straatbeeld. Daarnaast is gemengd

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

verkeer ook een goed alternatief volgens de CROW-normen. 3.2.5

Conclusie

De ontsluiting van het terrein is voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer goed te noemen. Als gevolg van de ontwikkeling zal de verkeersgeneratie wijzigen, welke kan worden afgewerkt op de huidige infrastructuur. In de parkeerbehoefte wordt voorzien door aan te sluiten bij de parkeerkencijfers uit het beleid van de gemeente Zuidplas.

3.3

Archeologie en cultuurhistorie

3.3.1

Wettelijk kader

Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Erfgoedwet (2016) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De wet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij een omgevingsvergunning rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van voorschriften in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van omgevingsvergunningen in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Aan de vergunning zelf kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden, met als uiterste de verplichting tot planaanpassing of het laten verrichten van een opgraving. 3.3.2

Onderzoek

In het kader van het bestemmingsplan "De Twee Gebroeders" wordt inzicht gegeven in de verwachtingswaarden en het bijbehorende beleid in het plangebied. Hiervoor zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Beleidsnota archeologie Zuidplas (inclusief archeologische beleidsadvieskaart); Bestemmingsplan "Parapluherziening Archeologie"; Erfgoedverordening Zuidplas 2010; Zuidplas Monumentenlijst. Beleidsnota Archeologie Zuidplas De projectlocatie is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit houdt in dat bij oppervlakten gelijk aan of groter dan 0,5 ha en verstoringen vanaf 30 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij geplande bodemverstoringen.

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan De Twee Gebroeders

Figuur 3.1 uitsnede archeologisch beleidsadvieskaart

Bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie' Op 3 juni 2018 heeft de gemeenteraad van de gemeente Zuidplas het bestemmingsplan "Parapluherziening Archeologie" vastgesteld. Door nieuwe inzichten, ontwikkelingen en onderzoeken op het gebied van archeologie was een actualisatie van de archeologische beleidskaart van Zuidplas nodig. De raad van de gemeente Zuidplas heeft in 2010 een archeologische verwachtingenkaart en archeologisch beleid vastgesteld. In het voorjaar van 2014 heeft de raad besloten om de onderzoeksverplichting uit het beleid te schrappen voor gebieden met een lage verwachtingswaarde. Als gevolg is nu alleen voor de 'hoge' verwachtingswaarde een onderzoeksplicht ingesteld en een dubbelbestemming in gesteld. Dit is voor het plangebied niet het geval. Het plangebied heeft op basis van de actualisatie geen archeologische onderzoeksverplichting meer. Erfgoedverordening Zuidplas 2010 en Zuidplas Monumentenlijst De gemeente Zuidplas heeft een Erfgoedverordening Zuidplas 2010 en een Zuidplas Monumentenlijst. In de lijst zijn de gemeentelijke monumenten opgenomen. In de Erfgoedverordening wordt ingegaan op maatregelen om het gemeentelijk cultureel erfgoed te behouden en in stand te houden. De projectlocatie is niet aangewezen als en niet opgenomen als een gemeentelijk monument. Daarnaast ligt de projectlocatie ook niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9606434/1