Bijlage 10 - Verantwoording hoogte groepsrisico d.d. 05-06-2023_A26.002825
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Buro SRO SRO061 5 juni 2023
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Buro SRO SRO061 20230605-SRO061-NOT-VGR 2.0 Definitief 5 juni 2023
Opsteller: -+C0PC+-
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
Verificatie: -+R0RVH+-
Validatie: -+V0RVH+-
© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
1
INLEIDING In opdracht van Buro SRO is door Kragten een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een tijdelijke huisvesting aan de Steenbakkerij in Nieuwerkerk aan den IJssel, binnen de gemeente Zuidplas. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is vastgelegd wanneer en op welke wijze de hoogte van het groepsrisico moet worden verantwoord. Deze notitie geeft invulling aan deze verantwoordingsplicht. In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plan (rode arcering) weergegeven.
Afbeelding 1
Globale ligging plangebied (rode arcering) (bron: PDOK)
3
2
RISICOBRONNEN Voor de relevante bronnen in de omgeving van het plangebied is een inventarisatie uitgevoerd. Onderstaand worden deze bronnen kort omschreven. Transport over de weg Op ruim 130 meter van het plangebied aan de Steenbakkerij is de rijksweg A20 gelegen. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Deze weg kent een PR 10-6-risicocontour 32 meter en een plasbrandaandachtsgebied (PAG)1. Op grond van de afstand vormen deze aspecten geen belemmering voor de planvorming. Aangezien het plan zich binnen 200 meter van deze weg bevindt, is de hoogte van het groepsrisico middels een RBM II-berekening2 vastgesteld. In de onderstaande tabel zijn de relevante rekenresultaten samengevat. Tabel 1
Samenvatting kenmerken fN-curves Normwaarde*
Aantal slachtoffers
Frequentie
Weg-Huidig
0,00033/jaar
109
2,8 x 10-8 / jaar
Weg-Toekomstig
0,00041/jaar
116
3,1 x 10-8 / jaar
* Normwaarde: de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend als het product van de frequentie met het kwadraat van het aantal slachtoffers. Een normwaarde > 0.01 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Uit de resultaten blijkt dat zowel vóór als na planrealisatie sprake is van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De gewijzigde populatieaantallen resulteren in een geringe toename van de hoogte van het groepsrisico. Gelet op het feit dat de normwaarde lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde kan ingevolge artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) volstaan worden met beperkte verantwoording van het groepsrisico.
Transport door buisleidingen Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding. De hoogte van het groepsrisico is kwantitatief vastgesteld middels een CAROLA-berekening3. In de onderstaande tabel zijn de relevante rekenresultaten samengevat. Tabel 2
Samenvatting kenmerken fN-curves Normwaarde* A-803-01-deel-1 - Huidig 0,0000621/jaar A-803-01-deel-1 - Toekomstig 0,0000621/jaar
Aantal slachtoffers 13 13
Frequentie 3,68 x 10-9/jaar 3,68 x 10-9/jaar
* Normwaarde: de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW). De maximale waarde wordt berekend als het product van de frequentie met het kwadraat van het aantal slachtoffers. Een normwaarde > 1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat het groepsrisico ter hoogte van het plangebied zeer laag is, zelfs lager dan 0,1 * OW. De planvorming heeft geen rekenkundige invloed op de hoogte van het groepsrisico.
Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Dit is een gebied van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd 2 Externe veiligheid weg – Tijdelijke huisvesting Steenbakkerij te Nieuwerkerk aan den IJssel, rapportnr. 20230403-SRO061RAP-RBM 1.0, d.d. 3 april 2023 door Kragten 3 Externe veiligheid buisleidingen – Tijdelijke huisvesting Steenbakkerij te Nieuwerkerk aan den IJssel, rapportnr. 20230403SRO061-RAP-CAR 1.0, d.d. 3 april 2023 door Kragten 1
4
In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht.
5
3
UITWERKING VERANTWOORDINGSPLICHT Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/ Veiligheidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten. De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft op 25 april 2023 haar advies gegeven. Dit advies is in de bijlage bijgevoegd. De verantwoording van het groepsrisico heeft betrekking op de in hoofdstuk 2 beschreven relevante risicobronnen.
Bevt - Water-, weg- en spoorwegtransport In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met de volgende scenario’s. Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagen met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Een toxische plas zal vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven.
BLEVE-scenario BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard.
6
Bestrijdbaarheid/beheersbaarheid De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid” van brandweer Nederland. Uit bovengenoemde handleiding volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvals-wegen, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Uit het advies van de Veiligheidsregio blijkt dat het plangebied goed bereikbaar is en er voldoende bluswatervoorzieningen zijn. Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico’s voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats van het incident.
De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. Voor de onderhavige situatie is de referentiewaarde voor deze categorie 10 minuten. De daadwerkelijke opkomsttijd zal 8 minuten bedragen, waardoor het initiatief ‘goed’ scoort. Bestrijdbaarheid per scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxische scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagen meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden.
Voor het voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagen tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen Binnen het plangebied worden geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Het plan betreft de realisatie van een tijdelijke huisvesting. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, wordt er van uitgegaan dat zij met behulp van valide personen in veiligheid kunnen worden gebracht.
7
Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg of het spoor is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Aangezien het nieuwbouw betreft, zal op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht geschonken worden aan de naad- en kierdichting. De woningen worden voorzien van mechanische ventilatie die bij een calamiteit centraal uitgeschakeld kan worden. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten.
Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. Binnen het invloedsgebied van een BLEVE-scenario is vluchten het uitgangspunt waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daadwerkelijk een BLEVE dreigt, de vluchttijd bijzonder kort is. Feit blijft dat in geval van een calamiteit een vroegtijdige alarmering van levensbelang is om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. Op die manier worden vluchtende personen afgeschermd door het gebouw zelf. Vluchtroutes dienen duidelijk te worden aangeduid. Ook kan een optimalisatie van de ontvluchting plaatsvinden door de (nood)uitgangen op zo groot mogelijke afstand van de risicobronnen te projecteren. Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het relevante scenario). In geval van een calamiteit is een snelle alarmering van aanwezige personen binnen het effectgebied essentieel voor een goede zelfredzaamheid.
Voor de bewoners wordt geadviseerd informatie met betrekking tot de calamiteiten beschikbaar te stellen in de eigen taal. Vluchtroutes dienen zichtbaar, duidelijk en in meerdere talen te worden aangeduid. Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de bedrijfshulpverlening inrichten en oefenen op het beschreven scenario interne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen. In het ontruimingsplan (dit maakt onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan) dient onder andere te worden beschreven: wie de organisatie van het evacueren begeleidt; de verantwoordelijkheden; waar de verzamelplaats is; de organisatie op de verzamelplaats; wie zorg draagt voor alarmering; Het ontruimingsplan dient opgesteld te worden in samenspraak met de brandweer. Daarnaast dienen ontruimingsoefeningen te worden gedaan waarbij de frequentie hiervan in overleg met de brandweer kan worden vastgesteld. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen.
8
Bevb - Transport door buisleidingen In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht voor de buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: 1. Aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; 2. Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico; 3. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 4. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Ad 1) Het plan is gelegen binnen het invloedsgebied voor externe veiligheid van buisleiding A-803-01-deel-1 Het plangebied valt deels binnen de 1% letaliteitsafstand van de voornoemde buisleiding.
Het plan omvat de realisatie van een tijdelijke huisvesting. In de huidige situatie is sprake van een braakliggend terrein. Uitganspunt is dat in de huidige situatie geen personen binnen het plangebied aanwezig zijn. In de toekomstige situatie zijn binnen het gebouw aan de Steenbakkerij zowel in de dag- als de nachtperiode maximaal 132 personen aanwezig. De planvorming betekent een toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied van de buisleiding van 132 personen in de dagperiode en 132 personen in de nachtperiode. Ad 2) De externe veiligheidsrisico’s van de buisleidingen zijn nader beschouwd. De berekeningen van de hoogte van het groepsrisico van de relevante buisleidingen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Voor de buisleiding geldt dat de oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná de planrealisatie zeer laag is, zelfs lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De realisatie van het plan leidt niet tot een rekenkundige toename van de hoogte van het groepsrisico van de buisleiding. Ad 3) Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken.
Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol.
9
Ad 4) Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidingen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen komen te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glasscherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebouwen. De mogelijkheden om zelfredzaamheid te vergroten Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Een belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. Daarnaast dient in het bestemmingsplan opgenomen te zijn dat binnen de belemmeringsstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat het zich snel kan ontwikkelen.
Afhankelijk van de afstand van bebouwing tot de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Personen die aanwezig zijn binnen de 100% letaliteitsgrens komen te overlijden. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid, voor het gebied dat buiten de 100% letaliteitsgrens valt, groter. Het plangebied ligt deels binnen deze 1% letaliteitsgrens en volledig buiten de 100% letaliteitsgrens, waardoor zelfredzaamheid goed mogelijk is. Vluchten kan dan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden.
In deze notitie zijn elementen aangedragen die de gemeenteraad kan gebruiken bij de oordeelsvorming inzake de verantwoording van het groepsrisico. De gemeente Zuidplas dient in het kader van de ruimtelijke procedure een standpunt in te nemen aangaande de verantwoording van het groepsrisico.
Bijlage: Advies Veiligheidsregio Hollands Midden
10
Gemeente Zuidplas
Postadres Postbus 1123
Raadhuisplein 1 2914 KM NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL
2302 BC Leiden Telefoon (088) 246 5000 info@vrhm.nl www.vrhm.nl www.brandweer.nl/hollandsmidden
Verzenddatum Zaakkenmerk Ons kenmerk Uw kenmerk Uw brief van
25 april 2023 2023-003420 D2023-04-002865 20 april 2023
Contactpersoon
Bijlage(n)
1
Telefoon E-mail Onderwerp Locatie
info@vrhm.nl Groepsrisico tijdelijke huisvesting Oekraïners Kleine Vink Kleine Vink kavel 13 Nieuwerkerk a/d IJssel Graag bij correspondentie zaakkenmerk, ons kenmerk en onderwerp vermelden.
Geachte Op 20 april 2023 heeft u de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) verzocht advies uit te brengen over de fysieke veiligheid omtrent de ruimtelijke motivatie op het bedrijventerrein Kleine Vink (kavel 13) in Nieuwerkerk a/d IJssel. Het advies is opgesteld op basis van het adviesrecht zoals beschreven in artikel 10 en 25 vanuit de Wet Veiligheidsregio's en artikel 2.14 van de WABO. Beschrijving plangebied Met de ruimtelijke motivatie wordt beoogd om het betreffende braakliggende terrein aan de Steenbakkerij te gebruiken voor het realiseren van tijdelijke woningen voor maximaal 132 vluchtelingen uit Oekraïne. Advies Op basis van de ingediende documenten kunnen wij concluderen dat er ten aanzien van de fysieke veiligheid geen aandachtspunten zijn. In bijlage 1 is nader uitgewerkt hoe wij tot deze conclusie zijn gekomen. Specifiek voor de hogedrukaardgasleiding A-803-01 (fakkelbrand) en de Rijksweg A20 (BLEVE / Toxische wolk) blijkt uit de berekeningen dat het groepsrisico kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Om die reden, en vanwege de gunstige mogelijkheden om afstand te nemen van de risicobronnen, zijn geen verdere maatregelen in het kader van de ruimtelijke ordening benodigd. Opvolging of afwijking van het advies De informatie in dit dossier is door de gezamenlijke hulpdiensten (politie, GHOR en brandweer) besproken en vertaald naar dit advies.
Bij afwijking van dit advies kan dit effecten hebben op de (multidisicplinaire) hulpverlening. Graag ontvangen wij van u een afschrift van het door u genomen besluit.
Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, of wilt u graag meer opinformatie, dan kunt u contact opnemen met de casemanager zoals benoemd in het briefhoofd, via info@vrhm.nl of via 088 2465000.
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur,
afdelingsmanager Brandveiligheid Brandweer Hollands Midden
Digitaal verzonden aan: @zuidplas.nl • Bijlage(n): • Adviesrapport
2
Bijlage 1: Adviesrapport 1. Inleiding Dit is het adviesrapport dat hoort bij de brief met kenmerk D2023-04-002865. Aanleiding U heeft ons gevraagd om een advies te geven over de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van het realiseren van tijdelijke woningen voor maximaal 132 vluchtelingen uit Oekraïne. Bij het opstellen van het advies is gebruik gemaakt van de ruimtelijke motivatie Huisvesting vluchtelingen Oekraïne Steenbakkerij d.d. 20 april 2023 inclusief twee bijlagen t.b.v. de externe veiligheid (buisleiding en weg). Of de berekeningen juist zijn uitgevoerd is onderdeel van de Omgevingsdienst-taken en enkel ter beeldvorming voor de VRHM. 2. Relevante scenario's Er bevinden zich diverse risicobronnen binnen of in de zeer directe omgeving van het plangebied. Het betreft hierbij de volgende risicobronnen, met de daarbij behorende scenarios: • Gebouwbrand. • Hogedrukaardgasleiding A-803-01 - Fakkelbrand • Rijksweg A20 - BLEVE / Toxische wolk • Bres in de polderdijk - Overstroming Er bevinden zich geen andere relevante risicobronnen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. 3. Beschrijving situatie Onderstaande analyse op basis van het Kenmerkenschema van het Instituut Fysieke Veiligheid schetst een beeld van de toekomstige ontwikkeling.
De verschillende kenmerken kennen onderling ook een bepaalde mate van samenhang waardoor de kenmerken niet onafhankelijk van elkaar bekeken moeten worden maar juist in gezamenlijkheid. Menskenmerken Bewoners (zelfredzaam) De aanwezige personen in de woningen zijn over het algemeen zelfredzaam. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Mensen kunnen zowel wakend als slapend in het gebouw aanwezig zijn. Het risico niet tijdig te kunnen vluchten is groter wanneer mensen slapend aanwezig zijn vanwege de lagere mate van opmerkzaamheid (alertheid). De reactietijd voor ontvluchting is hierbij dan ook groter. Er wordt wel vanuit gegaan dat de aanwezigen over het algemeen bekend zijn met de inrichting van het gebouw en daarmee ook met de vluchtroutes. Door een taalbarrière het lastiger zijn om aan risicocommunicatie te doen. Ook kan door een oorlogstrauma de reactie op bedreigende situaties afwijken.
3
Gebouw- en Plangebiedkenmerken Het plangebied is in de huidige situatie niet in gebruik als woongebied. In de toekomstige situatie zal er verblijf voor maximaal 132 personen gerealiseerd worden. Uit de toelichting / verbeelding blijkt dat de bouwwerken uit maximaal drie bouwlagen zullen gaan bestaan. Ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden op de Steenbakkerij en de Laan van Avant-Garde. Incidentkenmerken Gebouwbrand Voor dit plangebied is een gebouwbrand een relevant scenario. Gezien de nieuwbouw zal een brand zich op basis van de bouweisen niet snel naar andere woningen uitbreiden. De woningen zullen voorzien moeten worden van rookdetectie waarmee een snelle alarmering van aanwezige personen wordt versneld. Hogedrukaardgasleiding A-803-01 - Fakkelbrand Deze nieuwe leiding is op dit moment nog niet in gebruik maar wordt al wel aangelegd. De planlocatie ligt binnen 100-150 meter van de nieuwe hogedrukaardgasleiding en daarmee binnen de risicocontour. Een fakkelbrand kan de personen bedreigen. De kans dat een fakkelbrand zich daadwerkelijk voordoet is echter zeer klein. Mede gezien de diepe ligging; circa 9 meter. Het groepsrisico is berekend en is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Daarbij kan bij een fakkelbrand direct van de risicobron afgevlucht worden en bieden omliggende gebouwen bescherming.
Rijksweg A20 - BLEVE / Toxische wolk De planlocatie ligt binnen 200 meter van de Rijksweg A20 en daarmee binnen de risicocontouren Basisnet). Een BLEVE en een toxische wolk kunnen de personen bedreigen. De kans dat een EV-scenario zich daadwerkelijk voordoet is echter zeer klein. Het groepsrisico is berekend en is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Daarbij kan bij een BLEVE direct van de risicobron afgevlucht worden en bieden omliggende gebouwen bescherming. Bij een toxische wolk is het handelingsperspectief om in het gebouw te schuilen. Bres in de polderdijk - Overstroming In het plan is geen specifieke aandacht besteed aan het overstromingsrisico. In de ontwikkeling van de klimaatadaptatie zitten enkele aandachtspunten voor de waterveiligheid. Een nadere uitwerking is daarom van belang. In dit advies is het scenario uitgewerkt en zijn enkele adviezen geformuleerd. Het is aan de projectontwikkelaar om een nadere invulling aan dit onderwerp te geven. Vanwege werkzaamheden, verdroging of andere vormen van stabaliteitsafname van de dijkconstructie ontstaat een bres. Het water stroomt de polder in. Door de snelheid en kracht wordt de bres groter waardoor de polder sneller volstroomt. Via de sloten verspreid het water zich en zoekt het laagste punt op. De effecten van een overstroming zijn schade aan en mogelijk ook uitval van voorzieningen.
De waterdiepte is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. Het overstromingsbeeld (waterdiepte) is gebaseerd op de Klimaateffectatlas van Provincie Zuid Holland en bedraagt op de planlocatie circa 1 tot 1,5 meter. Het plangebied ligt nabij diverse hoger gelegen wegen. De afstand tussen het plangebied en veilig gebied is beperkt en daarmee gunstig voor de ontvluchting. Daarnaast zijn in het nieuwe bouwwerk 'droge verdiepingen' aanwezig die als schuilplaats kunnen dienen. De mogelijkheden om een veilige plek te vinden zijn gunstig. Verdere advisering en maatregelen zijn niet benodigd.
4
Omgevingskenmerken Bereikbaarheid Voor hulpdiensten is het goed kunnen bereiken en verlaten van een incident met eigen materieel en eigen personeel van cruciaal belang. Hiervoor is het van belang dat wegen zo veel mogelijk een onbelemmerde doorgang bieden. De planlocatie bevindt zich op het bedrijventerrein en is gesitueerd aan de openbare weg. De locatie is goed bereikbaar en de wegafmetingen zijn voldoende. Alarmering bevolking Voor alarmering van de bevolking bij calamiteiten buiten het bouwwerk wordt gebruik gemaakt van de waarschuwings-alarmeringssirene. In de nabijheid van het plangebied is een WAS-paal aanwezig. Daarnaast speelt ook het NL-alertsysteem een steeds belangrijkere rol bij het alarmeren van de bevolking. Interventiekenmerken Een adequate bluswatervoorziening, bestaande uit offensief en defensief bluswater, en een goede bereikbaarheid van zowel de bluswatervoorzieningen als de incidentlocatie, zijn randvoorwaarden voor een effectieve en efficiënte incidentbestrijding door de brandweer. Offensieve bluswatervoorziening In de bestaande situatie is nabij het plangebied een brandkraan aanwezig die dienst kan doen als offensieve bluswatervoorziening ten behoeve van de brandweer. Defensieve bluswatervoorziening De benodigde defensieve bluswatervoorziening is toereikend, de waterwinplaats voldoet aan de minimaal benodigde waterlevering.
Het open water ligt binnen een afstand van 400 meter vanaf de opstelplaats. Opkomsttijd In 2022 is het Regionale dekkingsplan opnieuw vastgesteld. In de nieuwe uitwerking voor opkomsttijden van de brandweer is opgenomen dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. De brandveiligheidsvoorzieningen op locatie zijn minstens zo belangrijk als de snelheid waarmee de brandweer op het plaats incident is. In de uitwerking van het dekkingsplan is rekening gehouden met de indeling van het verzorgingsgebied op basis van de CBS-wijk en buurtindeling en de leeftijd van gebouwen. Ook aan gebouwen waar de ontvluchting niet vanzelfsprekend is wordt extra aandacht besteed. Dit worden aandachtsobjecten genoemd, denk hierbij aan niet-zelfredzame personen, enkelzijdige ontvluchting (portieken) en hoge gebouwen. Het plangebied is vanuit het Regionale dekkingsplan gelegen in een buurt met de classificatie Categorie 2 met het overheersende kenmerk Gebouwen voor zelfredzame personen. De nieuwe ontwikkeling past binnen het profiel van de vastgestelde categorie. De referentiewaarde voor deze categorie is 10 minuten. De daadwerkelijke opkomsttijd bedraagt 8 minuten. Daarmee scoort het nieuwe initiatief Goed. Er zijn geen aanvullende voorzieningen benodigd, de te verwachten preventieve voorzieningen en opkomsttijd voldoen aan de uitgangspunten van het Dekkingsplan.
5
4. Analyse en advies Op basis van de vijf kenmerken, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, is er een analyse uitgevoerd. Deze analyse gaat in op de volgende aspecten: incident- en vluchtscenario en het bestrijdbaarheidsscenario. Incident- en vluchtscenario Gebouwbrand Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een gebouwbrand vanuit ruimtelijke ordeningsoogpunt goed/beperkt. De ontvluchting vanuit het plangebied naar de openbare weg is voldoende mogelijk. Voor de ruimtelijke motivatie zijn geen bezwaren. Het veilig ontvluchten vanuit de woningen als ook de overige brandveiligheidsonderdelen binnen de percelen komen in de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen naar voren. Fakkelbrand Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. • Voor personen buiten is het handelingspersfectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren). • Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. • Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. • Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron, (daar waar gebouwen niet ontbranden) is het handelingsperspectief binnen blijven.
Daarnaast wordt aanbevolen om te investeren in risicocommunicatie. Door te communiceren over de mogelijke scenario's in een gebied worden mensen zich meer bewust van wat ze moeten doen bij het scenario. Toxische wolk Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een toxische wolk en een brand in de omgeving nog niet geborgd. Onduidelijk is of de mechanische ventilatie eenvoudig afschakelbaar is. Voor het scenario toxische wolk adviseer ik u het mechanische ventilatiesysteem eenvoudig door de bewoners in de eigen woning centraal uit te kunnen laten zetten. Dit kan bijvoorbeeld door de stekker van het ventilatiesysteem eenvoudig bereikbaar te maken. In het toekomstige Bbl is in artikel 4.124, lid vier geregeld dat de mechanische ventilatievoorziening bij een externe calimiteit handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld. BLEVE Het handelingsperspectief van de aanwezigen personen is bij een BLEVE vanuit ruimtelijke ordeningsoogpunt goed. De ontvluchting vanuit het plangebied naar de openbare weg is voldoende mogelijk. Voor de ruimtelijke motivatie zijn geen bezwaren. Risicocommunicatie Het tegengaan van de gevolgen van de genoemde scenario's kan het beste worden bereikt doordat de aanwezige personen bekend zijn met de aanwezige risico's. Wanneer zij een incident snel herkennen en weten hoe zij zelf moeten handelen zorgt direct voor een betere overlevingskans.
Het actief inzetten van risicocommunicatie is dan ook van meerwaarde. Zie hiervoor ook de website:https://hollandsmiddenveilig.nl/wat-kan-ik-doen/ken-de-risicos.
6
Bestrijdbaarheidsscenario Gebouwbrand Ten aanzien van de bestrijdbaarheid van een gebouwbrand zijn er geen bijzonderheden. Scenario's vanuit de omgeving De hulpverlening kan een brand of een ongeval met gevaarlijke stoffen niet voorkomen. Voor de relevante scenario's in/nabij het plangebied geldt dat het ongevalsscenario al heeft plaatsgevonden of nog in volle gang is wanneer hulpdiensten arriveren. Zeker in de eerste fase van het incident zullen de hulpdiensten overvraagt worden. Dit geldt zowel voor de bronbestrijding, de effecten in de omgeving als ook de geneeskundige zorg aan slachtoffers. De hulpverlening bereidt zich dan ook voor op de mogelijke gevolgen van de genoemde scenario's. Overstroming Voor de bestrijding van een overstroming zullen de hulpdiensten zich primair richten op het dichten van de bres en het redden van kwetsbare en in directe nood verkerende personen. Aanwezige personen zijn in beginsel op zichzelf aangewezen en het bekend zijn met dit scenario is dan ook van belang. Om die reden wordt geadviseerd aan risicocommunicatie te doen. Voor de nieuwe locatie wordt geadviseerd om in het ontruimingsplan aandacht te besteden aan de mogelijkheden om in veiligheid te komen.
5. Vervolgproces In het kader van het vervolgproces willen wij u alvast de volgende zaken onder de aandacht brengen. Hierbij is het van belang dat deze zaken worden verwerkt in bijvoorbeeld de aanvraag voor de activiteit bouwen. Gebruik van isolatiematerialen In het kader van het scenario BLEVE / fakkelbrand kan een brand overslaan op het gebouw. Wij adviseren u bij de uitvoering en het ontwerp van de bouwwerken om bij de buitengevels en daken zo min mogelijk gebruik te maken van brandgevaarlijke materialen (PIR- en PURschuimen, plantaardige producten etc.). Hiermee wordt de branduitbreidingskans verkleind
7