CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Nader onderzoek gemaal Hitland (geanonimiseerd) A23.001442

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Instemming Nota van zienswijzen en definitieve verklaring van geen bedenkingen gemaal Hitland6.042 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ì\ Royal HaskoningDHV

REPORT

Nader onderzoek

gemaal

Toets aan de Wet natuurbescherming, Soortenbescherming

Klant:

Hoogheemraadschap

Hitland onderdeel

van Schieland

Krimpenerwaard

Referentie:

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

Status

A2/C02

Datum

13

maart

2023

en

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV HASKONINGDHV

NEDERLAND

B.V.

Larixplein 1 5616 VB

Eindhoven

Water & Maritime

Titel document: Sub titel: Referentie: Status: Datum:

E

royalhaskoningdhv.com

W

13 maart 2023

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

door:

(geanonimiseerd)

Datum:

13 maart 2023

Datum:

T

C02/A2

KGM245

Goedgekeurd door:

3484250

info@rhdhv.com

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

Projectnaam:

Gecontroleerd

+3188

Toets aan de Wet natuurbescherming, onderdeel Soortenbescherming

Projectnummer:

Opgesteld door:

56515154

Nader onderzoek gemaal Hitland

BH8919

Auteur(s):

Trade register number:

(geanonimiseerd) 13 maart 2023

(geanonimise rd)

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets u dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd.

HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.

Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0059

ü

Projectgerelateerd

îï’Royal

HaskoningDHV Inhoud 1

Inleiding

14

Aanleiding

12

Resultaten quickscan

13

Onderzoeksvragen en doel van de rapportage

14

Onderzoeksopzet nader onderzoek

15

Leeswijzer

2

Projectomschrijving

21

Ligging projectgebied

22

Beschrijving en impressie van het deelgebied

23

Voorgenomen ingreep

3

Vleermuizen

31

Resultaten

32

Effectbeoordeling

4

Bever

12

41

Resultaten

12

42

Effectbeoordeling

14

5

Conclusie

15

51

Vleermuizen

15

52

Bever

15

5.3

Advies

15

Geraadpleegde literatuur

16

Bijlagen Bijlage 1: Juridisch kader van deSoortenbescherming in de Wnb VERSIEBEHEER:

ie

co1 €

13 maart 2023

| Datum

02-09-2022 e

NADER

ONDERZOEK

Auteu

Opmerkinge

(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) n

Versie, ingediend bij ODMH Update projectbeschrijving n.a.v. opmerkingen ODMH

F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

Projectgerelateerd

ì\ Royal HaskoningDHV 1

INLEIDING

141

Aanleiding

In Nieuwerkerk aan den IJssel wordt het gemaal “Hitland” vervangen voor een nieuw gemaal op een andere locatie, circa 120 meter ten zuidwesten van het huidige gemaal. Dit zal gepaard gaan met de kap van

bomen. Bij het nieuwe gemaal wordt ook een vispassage, tevens waterinlaat gerealiseerd. De watergangen in het plangebied worden

hiervoor opgeschoond,

waarbij ook één van de bestaande watergangen wordt

verbreed.

Het voornemen is een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna:

Wnb). Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde gebieden en/of soorten moet een vrijstelling, ontheffing of vergunning worden verkregen om de ingreep te mogen voeren. Daarom is het noodzakelijk om de mogelijke effecten van de ingreep op onder de Wnb beschermde gebieden en/of soorten te onderzoeken In 2021 is om deze reden n het kader van de Wnb een quickscan uitgevoerd om potentiële effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden in kaart te brengen (Royal HaskoningDHV, 2021). Uit dit onderzoek blijkt dat het projectgebied

geschikt is als biotoop voor verschillende beschermde

soorten,

waardoor negatieve effecten niet op voorhand zijn uitgesloten.

1.2

Resultaten quickscan

Het voorkomen

van beschermde grondgebonden

zoogdieren, vleermuizen,

broedvogels waarvan de nest-

plaats jaarrond beschermd is, algemene broedvogels en amfibieën in het plangebied i niet uitgesloten.

Het

voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelden wordt niet verwacht (Royal HaskoningDHV, 2021). In Tabe! 1-1 is een overzicht van de mogelijk voorkomende beschermde soorten weergegeven. Tabel

1-1.

Overzicht

van

mogelijk

voorkomende

soorten

in het projec{gebied,

de

mogelijk

optredende

negatieve

tjdelijke

permanente effecten, het verbodsartikel dat van toepassing ís en eventueel te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Soortofsoorten | Tijdelijke en!of permanente

E Wb

) en noodzakelijk?

effecten?

Grondgebonden

zoogdieren

_ Steenmarter

Verstoren en/of

Artikel 3.10,lid

dodenvanindividuen _ 1aen 1b en aantasten van

_ Nemen van voorzorgmaatregelen en

werken volgens een ecologisch werkprotocol.

verblijfplaatsen

Bosmuis, bunzing,

Artikel 3.10,

egel, haas,

lid taen 1b

hermelijn, konijn, ree, veldmuis, vos, wezel en woelrat.

Bever

aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde, omdat deze soorten op de vristelde soortenlijst van de provincie Zuid-Holland zijn vermeld.

Verstoren en/of Artikel 3.5,lid1, _ voorzorgsmaatregelen Nader onderzoek, nemenen/ofvan doden van individuen 2 en 4 en aantasten van

verblijfplaatsen

13 maart 2023

Nemen van voorzorgsmaatregelen

en/of mitigerende maatregelen, het

NADER ONDERZOEK F&F

mitigerende maatregelen en mogelijk

aanvragen ontheffing, werken volgens ‚een ecologisch werkprotocol.

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

1

en

Projectgerelateerd

ìn\‚Royal

HaskoningDHV

Vleermuizen

Gewone

Verstoring en

Artikel 3.5,lid2 _ Nader onderzoek, van te kappen

laatvlieger, rosse

individuen en

voorzorgsmaatregelen en werken

vleermuis, ruige

__ aantasten van

dwergvleermuis,

mogelijk doding van

en4

bomen, nemen van

volgens een ecologisch werkprotocol.

verbljfplaatsen,

foerageergebied en Vliegroutes

vleermuis en gewone grootoorvleermuis.

Broedvogels met _ Verschillende

jaarond beschermdnest"

Verstoring van

soorten als: EEEStESBC boomvalk, buizerd, _ doden van gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus,

_ individuen, en e van jaarrond

coievaar, ransui,

_

Artikel 3.1,lid1,

|204

_ Nemen van voorzorgmaatregelen en

werken volgens een ecologisch werkprotocol.

beschermde nesten,

roek, slechtvalk, sperwer en

wespendief.

Algemene broedvogels Amfibieën

Verschillende soorten als: houtduit, kauw,

Verstoring van Artikel3.1,lid1, _ Nemen van voorzorgmaatregelen, broedende vogelsen 2 en4. werken volgens een ecologisch doding van werkprotocol

patrijs en merel

individuen

Bastaardkikker, bruine kikker,

Doden van ndividuen en

Artikel3.10,lid _ werken Nemen van voorzorgmaatregelen, 1aen1b volgens een ecologisch

_ aantasten van

werkprotocol

gewone pad, kleine watersalamander

_

verblifplaatsen

en meerkikker.

*In de quickscan (Royal HaskoningDHV, 2021 staat aangegeven dat nader onderzoek naar de steenmarter en broedvogels met een Jaarrond beschermd nest noodzakelijk is. Echter worden voor het voornemen geen geschikte bomen voor de steenmarter en broedvogels met een jaarrond beschermd gekapt. Hierdoor kunnen negatieve effecten worden voorkomen door het nemen van

voorzorgsmaatregelen en s het uitvoeren van nader onderzoek naar deze soortgroepen niet noodzakelij.

De werkzaamheden voor de aanleg van het nieuwe gemaal kunnen mogelijk negatieve effecten hebben op deze soorten, indien zij aanwezig zijn. Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenwaard heeft om deze reden aan Royal HaskoningDHV gevraagd een soortgericht vervolgonderzoek uit te voeren om de effecten van de ingreep inzichtelijk e maken voor de soorten waarvan het voorkomen op basis van de quickscan niet is uitgesloten. Het gaat hierbij om de soortgroep vleermuizen en de bever waarvan voorkomen in de

directe omgeving van het plangebied bekend is. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt beoordeeld of sprake is van overtreding van verbodsbepalingen voor onder de Wet natuurbescherming beschermde dieren, en wordt bepaald of het aanvragen van een ontheffing voor de overtreding van verbodsbepalingen

noodzakelijk

is, waarbij de haalbaarheid

wordt ingeschat. Het aanpassen van de werkzaamheden en/of het ontwerp voor de inrichting van het gemaal is hierin meegewogen. Te nemen (voorzorgs-) maatregelen dienen geborgd te worden in een voor het werk specifiek opgesteld ecologisch werkprotocol.

1.3

Onderzoeksvragen en doel van de rapportage

Het doe! van het soortgericht vervolgonderzoek is om

aanwezige verblijfsfuncties van vleermuizen

en de

aanwezigheid van de bever nader te onderzoeken, zodat effecten van het voornemen beoordeeld kunnen worden n het kader van de Wet natuurbescherming. De onderzoeksvragen van het soortgericht onderzoek zijn daarom als volgt:

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

2

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV e

Wordt het projectgebied gebruikt door vleermuissoorten? Zo ja, wat is de functie van het projectgebied voor deze

e

Wordt het projectgebied gebruikt door de bever? Zo ja, wat is de functie van het projectgebied voor deze

e e e

soorten?

soorten?

Welke (negatieve) effecten zijn te verwachten op deze soorten indien de voorgenomen ingreep doorgang vindt en welke verbodsbepalingen van de Wnb worden dan overtreden? Kunnen voorzorgsmaatregelen genomen worden om negatieve effecten en daarmee een overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen? Zo ja, wat zijn die voorzorgsmaatregelen dan? Moeten mitigerende maatregelen genomen worden om negatieve effecten te verzachten en is het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wb noodzakelijk, en zo ja, is een aanvraag voor een ontheffing haalbaar?

14

Onderzoeksopzet nader onderzoek

Op 22 maart 2022 (droog, zonnig, 20 graden Celsius, 2 Beaufort) en 5 mei 2022 (droog, bewolkt, 18 graden Celsius, 2 Beaufort) zijn twee terreinbezoeken uitgevoerd door twee deskundige ecologen werkzaam bij Royal HaskoningDHV. Door omhoog te kijken, soms met verrekijker, is beoordeeld of in de te kappen bomen

voor vleermuizen geschikte holtes aanwezig zijn. Het onderzoek heeft plaatsgevonden tijdens het bladerloze seizoen waardoor de bomen goed geïnspecteerd konden worden. Het nadere onderzoek naar bever is uitgevoerd conform de richtlijnen van het Kennisdocument Bever (BIJ12, 2017). Tijdens de veldbezoeken is gelet op sporen zoals poep- en knaagsporen die wijzen op de aanwezigheid van bever in

het plangebied.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is een beschrijving opgenomen van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 en 4 worden respectievelijk de resultaten van de nadere onderzoeken naar vleermuizen en de bever beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies opgenomen. Tot slot is een overzicht van de geraadpleegde Iiteratuur opgenomen. In bijlage 1 is het juridisch kader weergegeven van het hoofdstuk Soortenbescherming (H3) van de Wet natuurbescherming.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

3

Projectgerelateerd

ì\ Royal HaskoningDHV 2

PROJECTOMSCHRIJVING

21

Ligging projectgebied

Het plangebied ligt in de gemeente Nieuwerkerk aan de IJssel in de provincie Zuid-Holland. Het is gelegen

ten oosten van Capelle aan den IJssel, in het park Hitland. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door de rivier Hollandsche IJssel. In het westen grenst het plangebied aan de bebouwde kom van Capelle aan den IJssel. Het noorden en oosten van het plangebied bestaan voornamelijk uit polderlandschap. In de

onderstaande afbeelding is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven (Figuur 2-1).

onarkeek

znder

e

Figuur 2-1. Ligging en begrenzing van het plangebied (rood) in Nieuwerkerk aan de IJssel.

22 Het

Beschrijving en impressie van het deelgebied plangebied

graslanden. pagina's

is gelegen

in park

Hitland

en

de

aanwezige

Door het landschap lopen vele watergangen

is een

impressie

van

het

plangebied

begroeiing

en sloten.

opgenomen.

De

bestaat

uit struweel,

In de afbeeldingen afbeeldingen

geven

bos

en

op de volgende de

verschillende

elementen weer die binnen het plangebied voorkomen, of van belang zijn in het kader van de voorgenomen werkzaamheden (Figuur 2-2 Um Figuur 2-8)

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

4

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

Rechts,

Figuur

2-3.

Het huidige

‘oto:

NADER

Google street view, 2018

ONDERZOEK

F&F

gras

aal onder

Projectgerelateerd

“ Royal HaskoningDHV

uur2-5. Links,

Figuur

13 maant

2-6. ke

2

Impre richting

terrein

g°

w

‚ van het gebied waar ze voornemens zijn de ang te verbre n en de ro o in noordelijke i ting vanaf hetzelfde pu

NADER

ONDERZOEK

F&F

verdiepen.

Hierbij is de linker foto in

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-005:

gDHV,

6 oktob

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV

Figuur 2-8. Links, impressie van het plangebied dat voor een deel bestaat uit hoge/dichte graslanden. weerszijde van de graslanden, waar veel vogels zichtbaar gebruik van maakte van beschutting.

Rechts, bosrand aan

Foto's: Royal HaskoningDHV,

6

oktober 2021

2.3

_ Voorgenomen ingreep

In Nieuwerkerk aan den IJssel wordt gemaal Hitland vervangen voor een nieuw gemaal (Figuur 2-9). Het nieuwe gemaal zal op een afstand van ongeveer 120m zuidwestelijker komen te staan. De sloop en de nieuwbouw gaan gepaard met de inzet van zware machines zoals graafmachines met rupsbanden. Naast de bouw van het nieuwe gemaal zijn de volgende werkzaamheden beoogd (Figuren 2-10, 2-11): e Op de locatie van het nieuwe gemaal moeten ca. 20 stuks bomen gekapt worden. °

Op het terrein van het nieuwe gemaal worden een kroosvuilopslag, een trafostation, een helofytenfilter

en 3 st. windwokkels geplaatst. e Naast het nieuwe gemaal wordt een vispassage, tevens waterinlaat gerealiseerd. e _ Aan de binnenzijde van de dijk wordt een afsluiterput geplaatst, langs de Hollandsche IJssel wordt een uitlaatwerk geplaatst. Het nodige leidingwerk wordt (onder maaiveld) aangelegd. e De watergang direct ten noorden van het nieuwe gemaal, wordt met ca. 15 verlengd in de richting van de dijk. Hiervoor word grond die momenteel nog grasland is weggegraven. e _ De watergang ten noorden van het nieuwe gemaal wordt geschoond.

°

De smalle sloot ten noorden van het nieuwe gemaal (in het verlengde van de bredere watergang) wordt verbreed en verdiept tot aan de open plas aan de noordzijde van het plangebied. e _ Halverwege de hiervoor genoemde verbrede sloot wordt een zijtak opgeschoond en verdiept. e

Aan de noordzijde van het plangebied staat een brug waaronder de watergang wordt opgeschoond.

e

Voor de sloop van het oude gemaal zal tot een halve meter onder het maaiveld worden gegraven.

Het graven, verdiepen en verbreden van watergangen gaat eveneens gepaard met de inzet van zware machines.

Volgens de huidige planning zullen de werkzaamheden in/aan de dijk in Q3 2023 plaatsvinden en wordt het werk binnendijks in de periode Q4 2023 U/m Q2 2024 plaatsvinden. Het werk is naar verwachting in juli 2024 gereed. Waarschijnlijk is dat alleen overdag gewerkt gaat worden. Het oude gemaal wordt naar verwachting

n Q3 2024 gesloopt.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0059

7

Projectgerelateerd

ì«’Roya L

HaskoningDHV

Locatie bestaand

gemaal Hitland

Locatie

nieuw

gemaal Hitland

Kispasads] lniaatvoorziening|

Figuur 2-10. Globaal [ocatie overzicht van het nieuwe gemaal, de vispassage, de afsluiterput, het uitlaatwerk en het leidingwerk.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0059

8

Projectgerelateerd

AR Royal HaskoningDHV

B

Figuur 2-11. geschoond.

13 maart 2023

Locaties binnen het plangebied waar watergangen worden verdiept en verbreed en waar watergangen worden

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

9

Projectgerelateerd

ìï’Royal

HaskoningDHV 3

VLEERMUIZEN

Vleermuizen maken op verschillende manieren gebruik van het landschap. Zo hebben ze verblijfplaatsen, afhankelijk van de soort, n gebouwen of in bomen. Ze gebruiken daarnaast lijnvormige structuren om zich te oriënteren in het landschap en hierlangs en ook boven open weilanden, watergangen en/of plassen te foerageren. Uit de quickscan (Royal HaskoningDHV, 2021) is gebleken dat in het plangebied mogelijk verblijfplaatsen in bomen, vliegroutes en/of foerageergebied voor vleermuizen aanwezig zijn. In de directe omgeving van het plangebied is veel vergelijkbaar biotoop aanwezig dat door vleermuizen ook geschikt is

als foerageergebied en vliegroutes. gebied

binnen

het plangebied

De aanwezigheid van essentiële vliegroutes en essentieel foerageer-

is daarom

uitgesloten.

Het voornemen

leidt daarom

niet tot permanente

negatieve effecten op het foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Doordat werkzaamheden alleen overdag zullen worden uitgevoerd is het optreden van tijdelijke negatieve effecten ook uitgesloten. Naar aanleiding van de quickscan kan alleen niet worden uitgesloten dat door de kap van bomen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen verloren gaan. Aangezien het voornemen kan leiden tot het verstoren en/of doden van individuen en het beschadigen en/of vernietigen van verblijfplaatsen, hetgeen overtreding van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4, van de Wnb, s het uitvoeren van nader onderzoek noodzakelijk. 31

Resultaten

Tijdens

het terreinbezoek

zijn twee

bomen

met oude

spechtengaten

in het zuiden

van

het plangebied

aangetroffen (Figuur 3-1). Doordat niet beoordeeld kon worden of deze holten naar boven uitgerot zijn is niet uitgesloten dat deze holtes door vleermuizen als verblijfplaats worden gebruikt. In de te kappen bomen zijn tjdens het onderzoek geen voor vleermuizen geschikte holtes aangetroffen.

|

@

(m

Boomhote

e

07575

b 60Maes

__

Figuur 3-1.

De twee oude spechtengaten die werden aangetroffen in de bomen in het plangebied.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

10

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 3.2 Voor

Effectbeoordeling de

aanleg

parkeerplaats.

van

het

nieuwe

gemaal

worden

enkele

bomen

gekapt

ten

westen

van

de

huidige

Echter is vastgesteld dat de bomen met de holtes voor het voornemen niet gekapt hoeven

te worden. Het voornemen leidt daarom niet tot het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen. Doordat nabij de bomen geen extra verlichting wordt geplaats is permanente beschadiging van

verblijfplaatsen ook niet aan de orde. Aangezien de werkzaamheden alleen overdag zullen worden uitgevoerd is het optreden van tijdelijke negatieve effecten als gevolg van het voornemen ook uitgesloten. Overtreding van verbodsbepalingen van de Wb ten aanzien van vleermuizen is niet aan de orde. Het uitvoeren van nader onderzoek naar het gebruik van de holtes door vleermuizen en het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

"

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 4

BEVER

De bever kan overal voorkomen

in zoet water van minimaal 50 centimeter diep met daarin waterplanten en

met bomen, struiken en kruiden op de oever. Afhankelijk van de kwaliteit van de biotoop is het territorium van bever relatief klein (1-2 kilometer oeverlengte) tot zeer groot (20 kilometer oeverlengte). Bevers leven solitair of in een familieterritorium. In een territorium worden meerdere holen en burchten gebruikt, soms tot enkele tientallen. Het grootste deel van het voedsel (planten, bast, bladeren en twijgen) wordt uit een strook van 10 tot 30 meter langs de oever gehaald, omdat bevers niet graag ver van het water zijn (Broekhuizen

et al., 2016). Bevers zijn vooral ' nachts actief. Overdag brengen ze voornamelijk slapend door op legers, in holen of in burchten. De paring gebeurt in het water, in januari of februari. Tussen april en juli worden de

jongen (doorgaans twee tot vier) geboren. De jongen worden zes weken gespeend in een hol of burcht en komen doorgaans vanaf eind juni naar buiten. Op twee- tot driejarige leeftijd verlaten de jonge bevers het ouderlijk

territorium

(Zoogdiervereniging).

Door

de

verschillende

sporen

die

bevers

achterlaten

kan

aanwezigheid in een gebied worden vastgesteld. Sporen van bevers kunnen bestaan uit: e _ Vraatsporen aan bomen en struiken. Bevers laten n hun omgeving vaak vraatsporen achter op locaties met jong hout op de oever. Deze vraatsporen zijn te herkennen aan bijvoorbeeld een gevallen boom

e

met een potloodvormige punt of een deels gevelde boom met zandlopervormige inkepingen. Maar ook afgeknaagde en/of afgekloven houtjes kan wijzen op de aanwezigheid van bevers in het gebied. Burchten. Deze zijn te herkennen aan een takkenhoop op de oever. De grootte van deze takkenhoop kan erg variëren. Bevers zijn vaak trouw aan de locatie van hun burcht. Als de burcht vernietigd is zal

er op dezelfde plek weer een nieuwe burcht worden gemaakt. e _ Dammen. Beverdammen bestaan uit een wal van takken en modder die loodrecht op de stroomrichting van, veelal vrij snelstromende,

°

watergangen worden

gebouwd.

Veelal zijn deze watergangen 4 tot 5

meter breed. In kleinere sloten kan het voorkomen dat dammen van maïsstengels gebouwd worden. Beverkanalen, uitreedplaatsen en wissels. Van bevers is bekend dat deze kanaaltjes (goten) graven tijdens droogte of in moerasachtige terreindelen om naar een voedselbron of een burcht te geraken. Verder zijn bij wateren vaak wissels (looppaden) te vinden en kunnen in de oevers sterk uitgesleten opgangen ontstaan.

°

Geursporen. In het territorium van een bever laat deze geurmerken achter die bestaan uit hoopjes van maximaal 10 centimeter hoog van bladeren, waterplanten, takjes, beverhoutjes en modder waarover een geurstof uit de anaalklieren wordt gesproeid. De geursporen zijn vooral te vinden tjdens de winter en voortplantingsperiode nabij de burcht, op wissels en op kalere plekken op de over nabij

territoriumgrenzen en op foerageerplekken (BIJ12, 2017). Uit de quickscan van 2021 (Royal HaskoningDHV) is gebleken dat in het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van bevers aanwezig zijn en/of dat het gebied door de soort als foerageergebied gebruikt wordt.

De

werkzaamheden

kunnen

mogelijk

leiden

tot

het

beschadigen

of

vernietigen

van

vaste

voortplantings- of rustplaatsen van de bever, indien deze aanwezig zijn in het plangebied. Daarnaast kan het voornemen mogelijk leiden tot het verstoring en/of doden van individuen van de bever, hetgeen overtredingen

van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4, van de Wnb.

Het uitvoeren van nader onderzoek

is daarom

noodzakelijk. 41

Resultaten

Gedurende het eerste veldbezoek is de locatie nabij het plangebied bezocht waar in NDFF de meeste waarnemingen zijn gedaan van bevers (Figuur 4-1). Op deze locatie zijn meerdere sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van bevers op deze locatie. Dit zijn zowel oude als verse sporen. Enkele van

deze sporen zijn weergegeven in onderstaande figuur (Figuur 4-2).

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

12

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV

Legenda \Waarnemngen berers

CC pengetes o

1876

Figuur 4-1.

& 160 Metere

5

°z

De locatie nabij het plangebied waar meerdere waaremingen zijn gedaan van bevers en beversporen.

Figuur 4-2. Enkele sporen die buiten het plangebied zijn aangetroffen.

Foto's: Royal HaskoningDHV, 2022

Ondanks dat in de directe omgeving van het plangebied waarnemingen van bevers bekend zijn, zijn in het plangebied

geen

sporen

van

bevers

aangetroffen.

Tijdens

het

eerste

veldbezoek

is wel

een

wissel

aangetroffen maar deze is niet afkomstig van een bever (Figuur 4-3). Deze wissel is afkomstig van de eenden die aanwezig zijn in het gebied.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0059

13

Projectgerelateerd

ì«’Roya L

HaskoningDHV

Figuur 4-3. De wissel (rood omcirkeld) die werd aangetroffen in het plangebied die niet afkomstig is van een bever. Foto: Royal

HaskoningDHV, 2022.

42 In

Effectbeoordeling het

plangebied

ontbreekt

het

aan

sporen

van

bevers

zoals

knaagsporen,

dammen,

burchten

en

geursporen. Wel is in het plangebied een wissel aangetroffen. Echter door het ontbreken van andere sporen en het feit dat deze ook door een andere soort zoals wilde eend gemaakt kan zijn, is deze niet afkomstig van een bever. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied vormt voor de soort. Verder nader onderzoek door bijvoorbeeld de inzet van wildcamera's is niet nodig. Het voornemen leidt dan ook niet tot permanente negatieve effecten op de soort. Ten oosten van het plangebied zijn wel sporen waargenomen van bevers. Het betreft voornamelijk knaagsporen. Doordat deze waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied zijn gedaan is het wel mogelijk dat incidenteel een bever in het plangebied kan voorkomen. Doordat de werkzaamheden overdag worden uitgevoerd en de bever vooral ‘s nachts actief

is zijn tijdelijke negatieve effecten als gevolg van het voornemen uitgesloten. Naar aanleiding van het onderzoek kan dan ook geconcludeerd worden dat het voornemen niet leidt tot overtreding van verbodsbepalingen

van

de

Wnb.

Aangezien

alleen

overdag

gewerkt

zal

worden

is het

nemen

voorzorgsmaatregelen niet noodzakelijk.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0059

14

van

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 5

CONCLUSIE

51

Vleermuizen

Nader onderzoek heeft plaatsgevonden bomen. Uit het nadere onderzoek volgt:

e

In het

plangebied

zijn

enkele

naar de

bomen

met

aanwezigheid

potentieel

van

geschikte

verblijfplaatsen

verblijfplaatsen

van

vleermuizen

voor

in

vleermuizen

waargenomen.

e

e e

Doordat deze bomen voor het voornemen niet gekapt hoeven te worden en er geen extra verlichting zal

worden geplaatst zijn negatieve effecten op vleermuizen uitgesloten. In de bomen die wel voor het voornemen gekapt dienen te worden ontbreekt het aan geschikte potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vleermuizen is niet aan de orde. Er behoeft geen verder nader onderzoek plaats te vinden.

52

Bever

Er is nader onderzoek

uitgevoerd naar de aanwezigheid van bevers

in het plangebied.

Uit het nadere

onderzoek volgt: « _ In het plangebied ontbreekt het aan sporen van bevers.

°

Er kan daarom uitgesloten worden dat het plangebied onderdeel is van essentieel leefgebied van de soort.

e

Aangezien nabij het plangebied wel waarnemingen

e e

incidenteel in het plangebied voorkomt. Omdatalleen overdag gewerkt gaat worden leidt het voornemen niet tot negatieve effecten op de soort Overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van de bever is niet aan de orde. Het uitvoeren van nader onderzoek en het aanvragen van een ontheffing s niet noodzakelijk.

5.3

bekend zijn van bevers is het mogelijk dat de soort

_ Advies

Vanwege de voorgenomen planning en doorlooptijd voor het werk, is het belangrijk om rekening te houden

met de aanwezigheid van algemene broedvogels en/of andere (van een ontheffingsaanvraag vrijgestelde) soorten

als kleine grondgebonden

zoogdiersoorten

en/of amfibieën

tijdens de

uitvoering

van

het werk.

Negatieve effecten op deze soorten, en daarmee het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wnb, dienen te worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. De voorzorgsmaatregelen moeten worden opgenomen

13 maart 2023

in een ecologisch werkprotocol.

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

15

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV GERAADPLEEGDE

LITERATUUR

BIJIJ12 (2017). Kennisdocument Bever, versie 1.0 (BIJ12-2017-001). Utrecht, Nederland. Broekhuizen, S. K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie; 2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Royal HaskoningDHV (2021). Quickscan gemaal Hitland: in het kader van Wet natuurbescherming en de omgevingsverordening provincie Zuid-Holland. d.d. 22 oktober 2021, kenmerk

BH8919WMRP2110121204.Royal

HaskoningDHV, Amersfoort.

Zoogdiervereniging. https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten, voor informatie over bever, steenmarter en kleine marterachtigen.

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

16

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Bijlage 1: Juridisch kader van de Soortenbescherming

in de Wnb

Inleiding Wet Natuurbescherming

In Nederland is de bescherming van bepaalde soorten planten en dieren geregeld in de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Deze wet bevat regels voor de bescherming van natuurgebieden, in het wild levende dier- en plantensoorten en houtopstanden in Nederland. Naast de bescherming van natuur en biodiversiteit voorziet de Wnb in de decentralisatie van taken en bevoegdheden en de vereenvoudiging van regelgeving. De Europese regelgeving, met name de Vogel- en

Habitatrichtlijn, vormt het kader en het uitgangspunt van deze wet. aan

op

het huidige

omgevingsrecht

en

de

toekomstige

Het instrumentarium van de Wnb sluit

Omgevingswet.

De

uitwerking

van

de

wet

is

vastgelegd in de regeling en het besluit natuurbescherming’. De Wet natuurbescherming kent naast de algemene zorgplicht (art 1.11) een drietal hoofdstukken die relevant zijn voor voorliggend voornemen. Hoofdstuk 2 van de Wnb gaat over de Natura 2000-gebieden en hoofdstuk 3 over soorten en hoofdstuk 4 over houtopstanden. Wat betreft de Wnb is het onderdee! Soorten-

bescherming van belang in het licht van de voorgenomen activiteit. Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 van de Wnb) en de bescherming van Houtopstanden (Hoofdstuk 4 van de Wnb) is niet van toepassing voor het projectvoornemen.

Onderstaande is voor het onderdeel Soortenbescherming het kader opgenomen.

Soortenbescherming De Wnb

kent drie algemene beschermingsregimes

waarin de voorschriften van de Vogelrichtljn, Habitat-

richtljn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming nodig hebben. Voor alle n het wild levende planten en dieren (dus ook voor soorten die niet

zijn opgenomen in de Wnb) geldt de algemene zorgplicht conform Wnb artikel 1.11. Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden zoveel mogelijk worden voorkomen,

negatieve effecten op planten en dieren

en dat bij de inrichting aandacht wordt besteed aan de realisatie van

geschikt habitat voor plant en dier. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht

betekent niet dat geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk is. Beschermingsregimes Het gaat om de volgende beschermingsregimes: e _ Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb) Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). e _ Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2 van de Wnb)

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, Bijlage I of I! bij het Verdrag van Bern en Bijlage II bij het Verdrag van Bonn.

e

Beschermingsregime andere soorten (paragraaf 3.3 van de Wnb) Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A en B van de Wnb.

Het gaat hier om de bescherming

van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten van nature voorkomend

in Nederland.

* http:wetten.overheid.n/BWBR0038662/2017-01-01

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

17

Projectgerelateerd

î1‚Royal

HaskoningDHV Verbodsbepalingen Elk van de beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van deze verboden. De verbodsbepalingen in de paragrafen 3.1 en 3.2 (van de Wnb) zijn eenop-een overgenomen uit de genoemde richtlijnen (zie Tabel 1) en verdragen en zijn uitsluitend van toepassing op de in deze richtlijnen en verdragen genoemde soorten. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien toe op de ‘nationale' andere soorten die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Hiervoor geldt een kleiner aantal verbodsbepalingen

Bij de toetsing aan het soortbeschermingsdeel van de Wnb wordt bepaald of beschermde plant- en diersoorten kunnen voorkomen in het projectgebied en of de functionaliteit van het leefgebied van deze soorten

aangetast wordt als gevolg van het project, waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Beschermingsregime Vogelrichtlijn $ 3.1 Art.3.1lid

soorten

Beschermingsregime Habitatrichtlijn $ 3.

1

Art.3.51id

soorten

Beschermingsregime soorten $ 3.3

1

andere

Art. 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende vogels opzetteijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art. 3.1lid2

Art. 3.5lid2

Art. 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden dieren opzettelijk te

Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten

verstoren.

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzetteljk te beschadigen of te

van vogels weg te nemen. Art

vernielen,

3.1lid3

Art. 3.5lid3

Het s verboden eieren terapen en deze onder zich te hebben. Art. 31

_ Het is verboden soorten opzettelijk te _ doden ofte vangen.

_ Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vemielen of te rapen.

lid 4

Het is verboden vogels opzettelijk te storen.

Art. 3.51id 4

Art. 3.10 lid 1C

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Het is verboden plantensoorten in hun

natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.

Art

34

lid 5

Art.3.5lid

Opzettelij storen is niet verboden indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

5

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk

te plukken en te verzamelen, afte snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden

In beginsel moet met mitigerende maatregelen ervoor worden gezorgd dat de functionaliteit van het leefgebied niet wordt aangetast. Lukt dat niet en worden dus verbodsbepalingen overtreden, dan is een ontheffing nodig. Het beschermingsregime van de soort bepaalt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een

ontheffing. Artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wnb bevatten de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden van de genoemde verboden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen vrijstelling worden verleend

op

basis

van

de

in deze

richtlijnen genoemde

belangen

(bijvoorbeeld

openbare

veiligheid

of

dwingende reden van groot openbaar belang). Onderde Wnb geldt voor deze soorten een ontheffingsplicht,

behalve als het bevoegd gezag door middel van een zogenoemde vrijstelling anders besluit2. Voor de ‘andere soorten' van artikel 3.10 kunnen provincies en het ministerie van LNV een algemene vrijstelling van

de ontheffingsplicht vaststellen middels een verordening. In specifieke gevallen geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht als ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden volgens een goedgekeurde gedragscode.

? Met uitzondering van een aantal in art 1.3 van de Wnb genoemde projecten (van nationaal belang)

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

18

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Voorzorgs- en mitigerende maatregelen Indien door voorzorgsmaatregelen de negatieve effecten volledig kunnen worden opgeheven, waardoor overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Het gaat erom dat de voorzorgsmaatregel zorgt dat de functionaliteit van voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van de aanwezige beschermde soort blijft behouden en de betreffende soort niet gedood, verwond of verstoord wordt De

voorzorgsmaatregelen

worden

als randvoorwaarde

mitigerende

meegegeven

maatregelen

aan

genomen

de

aannemer.

te worden

om

Indien

dit niet

wenselijk of mogelijk

is, dan dienen

de optredende

effecten te verzachten.

Omdat sprake is van het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen, moet

een ontheffing worden aangevraagd. In specifieke gevallen geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht als ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Zorgplicht soortenbescherming Voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen in de Wnb) geldt de algemene zorgplicht conform Wnb artikel 1.11. Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen

en dat bij de inrichting aandacht moet worden

besteed

aan de realisatie van geschikt habitat

voor plant en dier. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet

dat er geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk is. Werkwijze bij ruimtelijke ingrepen Bij ruimtelijke ingrepen dient beoordeeld te worden welke negatieve gevolgen de ingrepen zullen hebben voor de eventueel

aanwezige

beschermde

inheemse soorten.

Hierbij is het van

belang dat de volgende

aspecten duidelijk worden: e _ Welke beschermde plant- en diersoorten komen in en rondom het gebied voor? e Leidt het realiseren van de plannen of de uitvoering van de geplande werkzaamheden tot handelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen van de Wnb betreffende planten op hun groeiplaats of dieren in hun natuurlijke leefomgeving? e

Kunnen

de plannen

of de voorgenomen

werkzaamheden

zodanig

aangepast worden

dat dergelijke

handelingen niet of in mindere mate gepleegd worden? e _ Is om de plannen te kunnen uitvoeren of de werkzaamheden te kunnen verrichten ontheffing (ex. art. 3.3, 3.8 of 3.10 van de Wnb) van de verbodsbepalingen van de Wnb vereist?

13 maart 2023

NADER ONDERZOEK F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

19

Projectgerelateerd

b Royal HaskoningDHV

Opzettelijkheid

In de Wb b bepaald

is voor veel verbodsbepalingen dat

onde

voorwaardelijke

de term opzettelijk

van toepassing.

Niet-opzettelijke handelingen

arbijis van belangdat het Europese Hof opzet moet worden begrepen: ‘Daarvan is s

waarbij

verbods-

van Justite in zijn jurisprudentie heeft iemand een handeling verricht

en daerbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn

gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant”

Wezenlijke invloed Met de term ‘wezenlijke invloed’ wordt gedoeld o

ijk negatieve invloed op een

50

opulatie.

Om

te bepalen of

sprake is van een wezenlik (negatieve) invloed dienen de effecten van de activiteiten of werkzaamheden op de populatie te worden onderzocht. Of hiervan sprake is hangt af van de lokale, regionale, landelijke en Europese stand van de soort. Er ís geen sprake van een wezenlijke invloed wanneer de populatie de mogelijke negatieve effecten van de activiteiten of werkzaamheden zélf op een zodanige wijze (bijvoorbeeld doordat voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders) teniet kan doen dat er geen invloed i jge staat van instandhouding van de soort. I alle gevallen geldt proportionaliteit. Effecten op een zeer zeldzame soort zullen op een lager niveau moeten worden bezien dan een zeer algemene soort. Bij soorten die zich niet over

grote afstanden k

n zoals amfibieën,

negatieve invloed dan bij d een soort zich over het algemeen

13 maart 2023

gema

NADER ONDERZOEK F&F

reptielen, planten en ve stellen

n insecten, is eerder sprake van

een wezenlijk

anden kunnen verplaatsen. Van tjdelijke effecten kan een populatie van dan wanneer het om een aanhoudend negatief effect gaat.

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0059

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13992653/1