CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Bijlage 7 Kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland A24.000174

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 121.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In uitzonderlijke gevallen zou dit criterium ook kunnen worden toegepast op uitbreidingsvraagstukken vanuit al aanwezige bedrijvigheid. C.1.2 Optie 2: beter benutten van de bestaande voorraad: ruimtewinst door intensiveren Naast het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen, moet er worden gekeken naar het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen. Door het intensiever gebruik te maken van de beschikbare ruimte (denk aan het benutten van het bebouwingspercentage of bouwhoogte) kan mogelijk een gedeelte van de ruimtevraag op de bestaande terreinen worden opgevangen. Hoge bebouwingsdichtheid: kavels zijn over het algemeen intensief bebouwd De floor space index (FSI) geeft inzicht in de bebouwingsdichtheid (inclusief verdiepingen). De FSI is de verhouding tussen bebouwde vloeroppervlak en de netto uitgegeven oppervlakte. Een FSI lager dan 1 geeft aan dat het bruto vloeroppervlak op een kavel (inclusief verdiepingen) lager is dan het netto oppervlak van het kavel. Hoe meer verdiepingen een pand telt, hoe hoger de FSI. Een lage FSI houdt in dat bedrijfskavels relatief extensief bebouwd zijn. Landelijk zien we een FSI van 0,5 tot 0,7 op regulier gemengd bedrijventerrein. Voor meer industriële en logistieke locaties ligt dit vaak (fors) lager, gezien de extra buitenruimte voor bijvoorbeeld vrachtwagenbewegingen of buitenopslag van grondstoffen.

Voor meer kantoorachtige en hoogwaardige bedrijventerreinen is een FSI tussen 1 en tot 2 realistisch. Gemeenten met hoger aandeel kantoorachtige bedrijven kennen hoge FSI Over het algemeen zien we dat de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland intensief worden bebouwd. In de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas zien we een bovengemiddelde bebouwingsdichtheid op de bedrijventerreinen. Krimpenerwaard scoort gemiddeld ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Figuur 13: Gemiddelde FSI per gemeente Zuidplas

Waddinxveen

Landelijk bandbreedte

Krimpenerwaard

voor reguliere

Gouda

gemengde BT

Bodegraven-Reeuwijk 0,5

0,55

0,6

Bron: IBIS, LISA en BAG, bewerking Stec Groep 2022

0,65

0,7

0,75

0,8

0,85

0,9

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

42

Bestaande voorraad is beter te benutten, echter weinig laaghangend fruit De bebouwingsdichtheid op de individuele bedrijventerreinen en kavels binnen de regio Midden-Holland verschilt echter sterk. Logistieke terrreinen als Distripark A12 en Logistiek Park A12 kennen een lage FSI, terwijl terreinen als Goudse Poort en Broekvelden een hoge FSI hebben. Kijk voor een uitgebreide analyse van de arbeidsintensiteit op terrein- en kavelniveau op het tabblad ‘Floor Space Index ’ van de PowerBI. Figuur 14: Voorbeeld lage, gemiddelde en sterk bovengemiddelde FSI in de regio (op terreinniveau)

Bron: IBIS, BAG en Kadaster, bewerking Stec Groep 2022

In welke mate intensiveren daadwerkelijk een mogelijkheid is hangt af van het type bedrijvigheid dat zich daar huisvest. Zo is voor bijvoorbeeld logistieke en industriële bedrijvigheid een ruim opgezette kavel met voldoende opslag-, parkeer- en manoeuvreerruimte en hierbij automatisch een lagere FSI cruciaal voor de bedrijfsvoering. Voor bijvoorbeeld bedrijven waarbij parkeren een aanzienlijk deel van het maaiveld in gebruik neemt, is wel een ruimtewinst haalbaar. Denk bijvoorbeeld aan parkeeroplossingen op het dak. Figuur 15: Lage FSI door bedrijfsactiviteit (links) en mogelijk intensiveringsmogelijkheden (rechts)

Naast intensiveren in de breedte ook kijken naar mogelijkheden in de hoogte Het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen kan niet alleen worden gerealiseerd door het verhogen van de FSI door kavels intensiever te bebouwen, ook kan worden gekeken naar het beter benutten van de bouwhoogte. Op de meeste bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland ligt de maximale bouwhoogte tussen 10 tot 15 meter. Hiermee is bedrijfsvastgoed met 2 á 3 bouwlagen goed haalbaar. Uiteraard is het maximaal benutten van de bouwhoogte op bestaande terreinen lastig te realiseren. Een extra laag toevoegen op bestaand vastgoed kan lastig zijn in verband met de bouwconstructie of de huidige eindgebruiker heeft geen behoefte aan extra bedrijfsruimte. Bij herontwikkeling van bestaande kavels of vastgoed kan hier echter wel op worden gestuurd: denk bijvoorbeeld aan het opleggen van een minimale bouwhoogte.

Kromme Gouwe

Goudse Poort

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

43

Naast intensiveren in de breedte ook kijken naar mogelijkheden in de hoogte Het beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen kan niet alleen worden gerealiseerd door het verhogen van de FSI door kavels intensiever te bebouwen, ook kan worden gekeken naar het beter benutten van de bouwhoogte. Op de meeste bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland ligt de maximale bouwhoogte tussen 10 tot 15 meter. Hiermee is bedrijfsvastgoed met 2 á 3 bouwlagen goed haalbaar. Uiteraard is het maximaal benutten van de bouwhoogte op bestaande terreinen lastig te realiseren. Een extra laag toevoegen op bestaand vastgoed kan lastig zijn in verband met de bouwconstructie of de huidige eindgebruiker heeft geen behoefte aan extra bedrijfsruimte. Bij herontwikkeling van bestaande kavels of vastgoed kan hier echter wel op worden gestuurd: denk bijvoorbeeld aan het opleggen van een minimale bouwhoogte. Figuur 16: voorbeelden onderbenutte bouwhoogte in de regio Midden-Holland

Bron: Ruimtelijkeplannen.nl en 3D BAG, bewerking Stec Groep 2022

INTENSIVEREN BESTAANDE BEDRIJVENTERREINEN ALS UTRECHTSE PROVINCIALE OPGAVE In september 2021 hebben Provinciale Staten in Utrecht besloten om veel sterker in te gaan zetten op het intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen. Zo moet 20 tot 30% van de behoefte aan extra ruimte voor bedrijventerreinen worden geaccommodeerd op bestaande terreinen. De Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) speelt bij de uitvoering daarvan een belangrijke rol. Met behulp van een revolverend fonds gaat de OMU op zoek naar ruimte (prioritaire ‘rotte kiezen’) die kan worden herontwikkeld. Daarnaast treedt de OMU op als regisseur van schuifruimte 11.

11

Klik hier voor meer informatie over de aanpak van OMU.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

44

C.2 Bestaande voorraad waardevast en toekomstbestendig Naast aandacht en ruimte voor de toekomstige ruimtevraag op de bedrijventerreinen van Midden-Holland, is ook het op peil houden en toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijventerreinen in de regio een belangrijk aandachtspunt. Immers: een toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille zorgt er ook in de toekomst voor dat de terreinen een aantrekkelijke plek zijn om te vestigen en te werken. In deze paragraaf lichten we de belangrijkste opgaven voor de regio toe. C.2.1 Vergroenen en verblauwen van bestaande bedrijventerreinen De bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland zijn over de gehele linie behoorlijk versteend. Indien er groen aanwezig is, is dit vaak op gemeentegrond (openbaar terrein). Relatief weinig ondernemers zijn actief bezig met de aanwezigheid en kwaliteit van de groenvoorziening op hun eigen kavel. Hierdoor zien we – ondanks een ligging voornamelijk in het landelijk gebied – dat de bedrijventerreinen gemiddeld 2 tot 3 graden warmer zijn dan de gemiddelde regionale temperatuur. Deze hoge waarden spelen voornamelijk op de (meer binnenstedelijk gelegen) bedrijventerreinen in Gouda, zo blijkt uit de monitor hitte-eiland effect van het RIVM . Zie ook het tabblad ‘groenkaart’ in de PowerBI. Figuur 17: hittestress (links) en groenkaart (rechts) op de bedrijventerreinen in Gouda

Bron: RIVM en CBS (2020), bewerking Stec Groep 2022

Hittestress beïnvloedt de locatiewaarde van een gebied in negatieve zin. Het heeft een negatieve impact op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van de omgeving, comfort in gebouwen en ook de arbeidsproductiviteit. Het ‘vergroenen’ van de bedrijventerreinen draagt niet alleen bij aan een betere klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook de aantrekkelijkheid van de terreinen als werklocatie wordt verhoogd. Werknemers voelen zich daarnaast ook prettiger in een aantrekkelijke, groene omgeving, en daarmee kan vergroening bijdragen aan een aantrekkelijk werk- en verblijfklimaat.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

C.2.2 Aanpakken parkeerdruk

45

Figuur 18: Parkeerdruk op Broekvelden

Ondernemers zien parkeerproblematiek vaak als minpunt voor het vestigingsklimaat. De hoge parkeerdruk wordt landelijk veelvuldig genoemd als verbeterpunt op bedrijventerreinen. Op het moment dat er een tekort is aan parkeerplaatsen vindt oneigenlijk parkeren plaats in de openbare ruimte. Dit geeft een rommelige uitstraling en kan de verkeersveiligheid negatief beïnvloeden. Enerzijds komt de parkeeroverlast door bedrijven met grote verkeersaantrekkende activiteiten (zoals dienstverlening of PDV) zonder voldoende Bron: Google Maps, 2022 private parkeerplaatsen, maar ook industriële bedrijven met veel vrachtwagenbewegingen zorgen voor parkeeroverlast op de bedrijventerreinen. Op de meeste terreinen ontbreekt in de huidige situatie een vrachtwagenparkeerplaats. Op kavels van industriële bedrijven is (op piekmomenten) regelmatig te weinig ruimte om alle vrachtwagens kwijt te kunnen. Het is belangrijk om met ondernemers in gesprek te gaan om private kavels en/of het openbaar gebied te herinrichten. In het geval van publieke investeringen moet – waar mogelijk – altijd een verbinding worden gelegd met investeringen van ondernemers in de private ruimte. Indien er sprake is van het aanleggen van publieke parkeerplaatsen langs de openbare weg, kan in het kader van verduurzaming gedacht worden aan half open verharding (bijvoorbeeld in de vorm van grastegels).

Geen kant en klare parkeeroplossing, mogelijkheden verschillen per locatie Voor het oplossen van de parkeerdruk is er geen kant-en-klare oplossing, maar zijn wel verschillende mogelijkheden. Het gaat er in de basis om dat intensivering alleen (mag) plaatsvinden indien dit niet tot extra verstening en parkeerdruk leidt. Dit zijn afspraken die 1-1 gekoppeld kunnen worden aan een verhoging van de bouwhoogte/verruiming van het bebouwingspercentage. Verhoging van de minimum parkeernorm is in principe een optie: meer parkeerplaatsen op eigen kavel schept ruimte in openbaar gebied; dit verhoogt de netto/bruto-verhouding. Hierbij zijn opties zoals parkeren op het dak (te bereiken via een hellingbaan – veel gebruikt in onder andere de autobranche) denkbaar, zodat dit niet ten koste gaat van het ruimtegebruik op eigen kavel. Maar ook andere oplossingen zijn mogelijk, zoals collectief parkeren. Naast het creëren van (extra) parkeermogelijkheden, is het terugdringen van autogebruik natuurlijk een oplossing om de problematiek aan te pakken bij de bron. Het verbeteren van de verbinding met het openbaar vervoer, aanmoedigen gebruik deelauto’s/carpoolen of bijvoorbeeld het stimuleren van het gebruik van de (elektrische) fiets bij werknemers zorgt voor een afname van het autogebruik. Bijkomend voordeel: het aanbieden van een elektrische fiets ‘van de zaak’ is fiscaal voordelig.

SPANNINGSVELD TUSSEN VERGROENEN, VERBLAUWEN, INTENSIVEREN EN PARKEERDRUK Op bedrijfskavels bestaat een spanningsveld tussen de opgaven rondom het vergroenen of verblauwen van de kavels, het beter benutten van de kavels en het oplossen van parkeerproblematiek op de bestaande kavel. Een focus op vergroenen hoeft echter niet ten koste te gaan van ruimte voor intensivering. Denk bijvoorbeeld aan groentegels of aan de ‘loze’ onbebouwbare ruimte tussen de erfgrens en het bedrijfspand. Deze ruimte mag sowieso niet bebouwd worden door beperkingen vanuit het bestemmingsplan (minimale bebouwingsoppervlakte en minimale afstand tussen gevel en kavelgrens). Deze ruimte is tevens vaak ongeschikt voor het realiseren van parkeerplaatsen. Door het vergroenen van deze ‘loze’ ruimte kan een kavel worden vergroend, zonder dat dit spanning creëert met andere aspecten (zoals extra parkeerdruk).

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

46

C.2.3 Aandacht voor energietransitie en netcapaciteitsproblemen Netcongestie speelt een belemmerende factor in de energietransitie. Op veel bedrijventerreinen in Nederland is de beperkte netcapaciteit namelijk een probleem. Op deze terreinen is de opwek (en teruglevering) van duurzame energie niet meer mogelijk of is de vestiging van een energie-intensief bedrijf niet mogelijk. Dit heeft op verschillende locaties in Nederland geleid tot het niet kunnen vestigen van een bedrijf op een bedrijventerrein: de netbeheerder heeft de capaciteit pas na een aantal jaar verzwaard. Ook in Midden-Holland spelen deze problemen. Hoewel minder urgent dan in sommige delen van Nederland (waar totaal geen capaciteit meer beschikbaar is), kampen grote delen van de regio met een beperkte netcapaciteit. In de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) is de ambitie voor regio opgenomen om 0,435 TWh duurzame energie op te wekken, waarvan 0,122 TWh opgewekt moet worden op de daken van bedrijfspanden. Om dit te bewerkstelligen, moet minimaal 30% van de (grotere) bedrijfsdaken in de regio worden bedekt met zonnepanelen. Het is dan ook raadzaam de nog resterende beschikbare netcapaciteit slim in te zetten. Zo weten we uit ervaring dat vergunde projecten al in de data van de netbeheerders zitten.

Denk aan energieprojecten ‘in de wei’, terwijl er bijvoorbeeld juist kansen liggen op daken van bestaande bedrijventerreinen, die hierdoor niet van de grond kunnen komen. Hoe groter het dakoppervlak dat in één keer kan worden bedekt met zonnepanelen, hoe efficiënter (en voordeliger) de totale installatie relatief wordt. Bedrijfsdaken lenen zich hier vanuit dit oogpunt dus ideaal voor. Daarnaast: hoe meer ‘zon op dak’, hoe minder energie er moet worden opgewekt door de plaatsing van windmolens. Figuur 19: Netcapaciteitsproblemen regio Midden-Holland 12. Afname (links) en terugleveren (rechts)

Bron: Stedin & netbeheer Nederland , peildatum 15 november 2022

De netcapaciteit in grote delen van de regio is ‘beperkt’ (geel). Dit houdt in dat voor nieuwe aanvragen voor zowel (grootschaligere) teruglevering als afname van energie contact moet worden opgenomen met netbeheerder Stedin om de mogelijkheden tot aansluiting te bespreken om overbelasting van het net te voorkomen.

12

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

47

DOELSTELLING RES 1.0: 30% (GROTE) BEDRIJFSDAKEN MET ZONNEPANELEN In de RES voor de regio Midden-Holland wordt de stevige inzet op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen benadrukt. Niet alleen zijn de bedrijfsdaken in de regio kansrijk voor de plaatsing van zonnepanelen: ook zijn relatief veel grotere parkeerplaatsen. De ambitie is opgenomen om 0,025 TWh op te wekken boven parkeerplaatsen. Boven de parkeerplaatsen op bedrijventerreinen is relatief kosteneffectief een constructie voor de plaatsing van zonnepanelen te realiseren. Niet alleen levert dit duurzame energie op, als bijkomend voordeel blijven de voertuigen ook op hete dagen koel. Niet overal capaciteitsproblemen, ook acties mogelijk om capaciteit terug te brengen In sommige delen van de regio is vooralsnog voldoende netcapaciteit beschikbaar, blijkt uit gegevens van netbeheerder Stedin. In de gebieden zonder capaciteitsproblemen is daarmee ruimte op het net voor initiatieven voor duurzame energieopwekking, vestiging van industrie en overige energie-intensieve bedrijvigheid. Dit staat natuurlijk nog los van de afweging of deze functies ook bijdragen aan andere ambities voor het gebied. Let wel, niet alle lichten staan daarmee op ‘groen’ voor de toekomst. Uitbreiding van de netcapaciteit is een proces van jaren en de verwachting is dat het energieverbruik door bedrijven komende jaren verder toeneemt.

Het is dus verstandig om tijdig met de netbeheerder in gesprek te gaan over de wijze waarin de netcapaciteit ook voor de komende jaren afdoende is. Het creëren (of behouden) van voldoende netcapaciteit blijft een belangrijke opgave voor de gehele regio. Sorteer daarom alvast voor om de netcapaciteit te behouden of te versterken in de regio. Een mogelijkheid om minder afhankelijk te zijn van het onderliggende stroomnet is opgewekte energie zelf te gebruiken (smart grids) of door energie op te slaan in mega-batterijen. Een voorbeeld hiervan is bedrijventerrein Greenparc Bleiswijk: hier is een pilot met zeven middelgrote energieverbruikers gestart. In het project zijn alle stroomopwekkers en gebruikers in één systeem regeltechnisch aan elkaar gekoppeld: een 450 kW batterij slaat ‘overtollige’ energie op voor dagen waarin de energieopwek lager ligt. Op deze manier kunnen bedrijven in gebieden met netcapaciteitsproblemen tóch duurzame energie opwekken en wordt het bestaande stroomnet minder belast. Ook het omzetten van energie in waterstof is een mogelijkheid om piekbelasting en dus verzwaring van het stroomnet tegen te gaan. Het instaleren van een elektrolyser op terreinen – met voldoende restenergie – is een mogelijkheid. Voornamelijk bedrijventerreinen met veel grotere energie-intensieve (industriële) zijn hiervoor kansrijk.

Ligging regio op ‘waterstofbackbone’ biedt extra verduurzamingskansen De (toekomstige) waterstofbackbone van de Nederlandse Gasunie loopt dwars door de regio heen. Doel van deze verbinding is de in de Eemshaven opgewekte CO2-vrije waterstof te verbinden met de grotere industriële clusters in Nederland. Met de ligging ‘bovenop’ de backbone maakt het voor (zowel bestaande als nieuwe) industriële bedrijven in de regio met een hoog energieverbruik interessant de mogelijkheden te onderzoeken om aan te sluiten op deze verbinding. De ambitie is om in 2030 de waterstofbackbone gereed te hebben. Zie onder andere ook de website van de Gasunie.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

48

C.2.4 Nader analyseren functioneren en beter benutten watergebonden bedrijventerreinen De regio Midden-Holland beschikt over 12 (gedeeltelijk) waterontsloten bedrijventerreinen met een kadevoorziening (en gelegen zijn aan vaarwater met minimaal vaarklasse II). Vanuit economisch perspectief zijn watergebonden terreinen en terreinen voor een hogere milieucategorie van provinciaal belang. De provincie Zuid-Holland streeft naar voldoende aanbod van deze terreinen om in de vraag te kunnen voorzien. Het onttrekken van als ‘watergebonden terrein’ te boek staande locaties moet dan ook gecompenseerd worden door de realisatie van een waterontsloten locatie elders. Ook het functioneren van de bestaande terreinen (in lijn met de daar aanwezige bedrijvigheid) is een belangrijke component in het efficiënt benutten van de schaarse waterontsloten bedrijventerreinen binnen de provincie. Waterontsloten terreinen over het algemeen goed benut, verschillende beperkingen in gebruik Over het algemeen worden de waterontsloten terreinen in de regio Midden-Holland goed benut. Veel kavels die beschikken over kadefaciliteiten worden op dit moment gebruikt door bedrijven die hier ook actief gebruik van maken. Denk bijvoorbeeld aan industriële bedrijvigheid die voor de aanvoer van grondstoffen afhankelijk zijn van de binnenvaart of bedrijven actief in het maritieme cluster.

Tegelijkertijd zijn er diverse kavels met een (mogelijke) waterontsluiting waar geen gebruik van wordt gemaakt. Dit kan komen omdat het bedrijf geen belang heeft bij deze ontsluiting, maar bijvoorbeeld ook door beperkingen vanuit Rijkswaterstaat voor het aanmeren van schepen (ligging in een scherpe bocht). Daarnaast is het van belang niet alleen te kijken naar de waterontsluiting van een terrein bij het beoordelen van het functioneren, ook de ontsluiting via de weg is van belang. Ontsluiting van een terrein via een smalle dijkweg of dorpskern zorgt voor verkeersonveilige situaties en is hierdoor minder wenselijk. Figuur 20: Overzicht waterontsloten bedrijventerreinen en beknopte analyse gebruik

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

49

C.2.5 Verbeteren organisatiegraad voor collectief oppakken opgaven De mate van organisatiegraad op de bedrijventerreinen in de regio Midden-Holland verschilt. Waar diverse terreinen beschikken over een ondernemersvereniging, bedrijven investeringszone (BIZ) of het Keurmerk veilig ondernemen bedrijventerrein (KVO-B), ontbreekt op verschillende terreinen enige vorm van organisatie. Uit een analyse van bedrijventerreinen in andere regio’s in Nederland blijkt dat terreinen die over een ondernemerscollectief beschikken, veelal toekomstbestendiger zijn. Het zorgt voor het verhogen van de innovatiekracht op bedrijventerreinen, draagvlak onder gezamenlijke opgaven en investeringen om de (ruimtelijke en economische) kwaliteit te waarborgen en verstevigen. Bovendien kunnen gemeenten zo eenvoudiger maatregelen afstemmen met ondernemers. Een belangrijke randvoorwaarde voor een publiek-private investeringsgerichte aanpak van bedrijventerreinen. Een vorm van organisatie op bestaande terreinen is niet afdwingbaar, maar kan wel als gemeentelijke basisvoorwaarde gelden voor toekomstige investeringen in de revitalisering of herstructurering van een bedrijventerrein. Het is verstandig om klein te beginnen (bijvoorbeeld met een werkgroep).

Ook het initiëren of juist voortzetten van KVO-B (Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerrein) kan een eerste stap zijn om langzaam toe te werken naar meer gedeeld eigenaarschap (bijvoorbeeld in de vorm van parkmanagement of BIZ). Een hogere organisatiegraad is belangrijk om gezamenlijk te investeren in allerlei thema’s: duurzaamheid, vergroenen, fysieke en digitale infrastructuur, parkeren, etc.

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

50

Bijlage D: Uitwerking werkmilieus Gemengd stedelijk 1. Beschrijving Impressie

Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg

Handel en reparatie, (stedelijke) diensten als verhuur, schoonmaak, beveiliging, consumentendiensten, bedrijfsverzamelgebouwen, kleinschalige productie, R&D, opslag, werkplaats, last mile B2B & B2C; MKB, diensten, bouw, handel, kleinschalige stadslogistiek Stedelijk gebied Goudse Poort, Zoutman, Zuid • Nabijheid uitvalswegen richting snelweg, aansluiting op fijnmazige stedelijke infra

Multimodaliteit

• Nabijheid water- of spoorterminal is niet relevant

Openbaar vervoer

• Bereikbaarheid met de bus (eventueel als onderdeel van ketenmobiliteit) en trein is een pré

Kavelomvang

• Gemengd, tot circa één hectare

Milieucategorie

• Overwegend in de categorie 1, 2 en 3.1

Regulier werkmilieu 1. Beschrijving Impressie

Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg

Handel en reparatie, opslag, werkplaats, productie/assemblage, transport/distributie B2B; MKB, bouw, groothandel, logistiek, industrie, diensten Lokaal tot bovenlokaal (veelal binnen gemeentegrens) Coenecoop, Nijverheidscentrum, De Wetering, Hooge Veenen • Ontsluiting niet door woongebied en nabijheid provinciale weg zijn een pré

Multimodaliteit

• Nabijheid water- of spoorterminal is minder relevant

Openbaar vervoer

• Bereikbaarheid met de bus is een pré

Kavelomvang

• Vaak een mix van kavels van kleiner dan een hectare en enkele kavels tussen 1 á 2 hectare

Milieucategorie

• Overwegend in de categorie 3.1 t/m 4.2

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

51

Grootschalige distributie 1. Beschrijving Impressie

Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg Multimodaliteit Openbaar vervoer

Distributie, opslag/warehousing, assemblage E-commerce, logistieke dienstverlening, value added logistics, agrologistiek Regionaal tot internationaal Logistiek Park A12, Distripark A12 • Probleemloze, niet door een woongebied lopende ontsluiting voor vrachtverkeer • Max. 5 min van snelwegafslag aan primaire logistieke as • Nabijheid water- of spoorterminal is een pré voor overslag van bulk- en containergoederen

Milieucategorie

• Nabijheid van arbeidspotentieel en bereikbaarheid via ov daarmee in belang gestegen als locatiefactor • Openbaar vervoer en gezamenlijke vervoersoplossingen zijn een pré • Overwegend t/m 3.2, incidenteel 4.2 (ADR/chemisch)

Kavelomvang

• (overwegend) vanaf 3 hectare

Grootschalige productie 1. Beschrijving Impressie

Activiteiten Type bedrijven Marktregio (reikwijdte) Voorbeeld 2. Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg Multimodaliteit

Productie, recycling, circulair o.a. chemie, HTSM, industriële bouw (prefab), voedingsmiddelenindustrie Regionaal tot nationaal Broekvelden, Schielandse Hoge Zeedijk, Kortenoord • Ontsluiting niet door woongebied en nabijheid provinciale weg zijn vereisten, snelweg is pré

Openbaar vervoer

• Nabijheid water- of spoorterminal zijn voor bepaalde segmenten een randvoorwaarde en voor anderen een pré • Bereikbaarheid met het OV is van ondergeschikt belang

Kavelomvang

• Overwegend kavels vanaf circa 1 hectare

Milieucategorie

• Hogere milieucategorieën: 4.1 of hoger

52

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

Bijlage E: Provinciaal stoplichtmodel De Provincie Zuid-Holland vraagt om duidelijke programmeringsafspraken, waarin in beeld gebracht is welke status de diverse harde en zachte plannen voor nieuwe terreinen in Midden-Holland hebben. De regio Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland hanteren voor deze afspraken beide een ‘stoplichtmodel’, waarbij de duiding van de kleuren in beide modellen enigszins afwijken. Regionaal stoplichtmodel Het regionale stoplichtmodel is als volgt, zoals ook opgenomen in afsprakenlijn 2: nieuwe bedrijventerreinen toevoegen. Hierin wordt de volgende status van een plan per kleur gegeven: • Groen: regionaal akkoord, inzetten op ontwikkeling (maar geen ontwikkelverplichting). • Oranje: regionaal akkoord onder voorwaarde • Rood: Nog geen regionaal akkoord Tabel 10: Regionaal stoplichtmodel programmeringsafspraken Midden-Holland Gemeente

Naam terrein

BodegravenReeuwijk

Rijnhoek II

BodegravenReeuwijk Krimpenerwaard 13 Waddinxveen

Waddinxveen Zuidplas Zuidplas Zuidplas Totaal

Omvang (netto ha) 13,0

reguliergemengd 13,0

XXL- logistiek (vanaf 3 ha) -

HMC

Zoutman West

7,0

7,0

-

-

De Nieuwe Wetering IV Businesspark Vredenburgh 2e fase ZPP A12 Noord 14

4,0

4,0

-

-

Ja

26,0

26,0

-

-

30,0

N.t.b.

N.t.b.

N.t.b.

Ontwerp herziening Omgevingsbeleid gepland op 20 december 2022 Ja

19,0 146,0

4,0 87,0

15,0 15,0

14,0

Ja -

Gouwe Park II Doelwijk II

Knibbelweg-Oost

Status

19,0 28,0

19,0 14,0

-

-

14,0

Status provinciale 3 hectare-kaart Regionaal akkoord in THO december 2022. Overleg met provincie plaatsing op 3ha-kaart loopt Ja

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland en regiogemeenten, Stec Groep, 2023

Provinciaal stoplichtmodel De Provincie Zuid-Holland hanteert ook een stoplichtmodel voor regionale programmering, waarbij de status van de verschillende kleuren enigszins afwijkt van de regionale status. Het Provinciale stoplichtmodel hanteert de volgende kleuren: • Groen: ontwikkeling is regionaal afgestemd en passend binnen provinciaal Omgevingsbeleid • Oranje: alleen onder voorwaarden passend binnen provinciaal Omgevingsbeleid en wat zijn die voorwaarden? • Rood: komende jaren geen ontwikkeling voorzien en voor welke periode geldt dit

Voor Krimpenerwaard geldt een horizon van 2030 waarbij uit de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie een ruimtevraag naar 23 hectare aan bedrijventerreinen nodig blijkt, inclusief (transformatie)behoeften vanuit solitaire bedrijfslocaties, voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven. Met het uitwerken van een Bedrijventerreinvisie/strategie Krimpenerwaard worden de mogelijkheden en zoekgebieden nader bekeken. 14 De locatie voor de ontwikkeling van A12 Noord is regionaal akkoord. Voor de toekomstige invulling en beoogde doelgroep(en) van het terrein moet nog regionale afstemming plaatsvinden. 13

Ja Ja

53

Werken aan voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen 21.296

BEIDE TABELLEN ZIJN ONDERHEVIG AAN VERANDERING EN MOETEN NIET ALS STATISCHE LIJST WORDEN GEZIEN Zowel het regionale- als provinciale stoplichtmodel zoals opgenomen in deze kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie zijn een momentopname en moeten niet als statische lijst worden gezien. Afhankelijk van de werkelijk gerealiseerde ontwikkeling van, vraag naar, en uitgifte van bedrijventerreinen kan deze lijst tussendoor worden aangepast. In het bijzonder is dit voor de gemeente Krimpenerwaard van belang gezien het lopend onderzoek naar kansrijke (ontwikkel)locaties voor nieuw bedrijventerrein en de gewenste regionale spreiding. De regio draagt zorg dat – in lijn met principe 2: Nieuwe terreinen ontwikkelen met hoge ambities en voorwaarden - verspreid over de regio ruimte geboden wordt voor zowel de ontwikkeling (of uitbreiding) van kleinschalige, lokale bedrijventerreinen in de kernen als ruimte voor grootschalige, regionale bedrijventerreinen op goede (weg-)ontsloten locaties. Immers: er is vraag (en een tekort) aan beide type bedrijventerreinen. Via regionaal overleg en de werkwijze nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen in Midden-Holland (zie de Werkwijze en stappenplan bij ruimtelijke ontwikkeling) stuurt de regio regionaal op een gezonde balans in nieuw te ontwikkelen terreinen. Tabel 11: Provinciaal stoplichtmodel programmeringsafspraken Midden-Holland Gemeente

Naam terrein

BodegravenReeuwijk

Rijnhoek II

BodegravenReeuwijk

Krimpenerwaard 16 Waddinxveen

Waddinxveen Zuidplas Zuidplas Zuidplas Totaal

Omvang (netto ha) 13,0

Hard / zacht plan 15 Zacht

Zoutman West

7,0

Zacht

De Nieuwe Wetering IV Businesspark Vredenburgh 2e fase

4,0

ZPP A12 Noord Gouwe Park II Doelwijk II KnibbelwegOost

Status

Op provinciale 3 hectare-kaart Regionaal akkoord in THO december 2022. Overleg met provincie plaatsing op 3ha-kaart loopt

Opmerkingen

Ja

-

Zacht

Ja

-

26,0

Zacht

-

30,0

Zacht

Ontwerp herziening Omgevingsbeleid gepland op 20 december 2022

19,0

Zacht

28,0 19,0

Zacht Zacht

146,0

Ja Ja Ja Ja

-

Programma nader af te stemmen met de regio -

-

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland en regiogemeenten, Stec Groep, 2023

Om de status ‘hard plan’ te verkrijgen moet het vigerende bestemmingsplan van het terrein onherroepelijk zijn vastgesteld Voor Krimpenerwaard geldt een horizon van 2030 waarbij uit de gemeentelijke bedrijventerreinenvisie een ruimtevraag naar 23 hectare aan bedrijventerreinen nodig blijkt, inclusief (transformatie)behoeften vanuit solitaire bedrijfslocaties, voor de ontwikkeling van het lokaal gewortelde bedrijfsleven. Met het uitwerken van een Bedrijventerreinvisie/strategie Krimpenerwaard worden de mogelijkheden en zoekgebieden nader bekeken.

15 16

-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002704/1