Bijlage 1 Zomernota 2021 A21.001016
Tekst van het document
April 2021 - Incidenteel extra budget voor 2021 De acute problematiek in de jeugdzorg (deels het gevolg van de coronapandemie) en de financiële druk die dit veroorzaakt, zijn een grote zorg voor gemeenten en hun inwoners. Het kabinet heeft besloten daarvoor in 2021 extra incidentele middelen beschikbaar te stellen. De tegemoetkoming van het kabinet biedt gemeenten in deze acute situatie verlichting. Het geld wordt voor verschillende doelen beschikbaar gesteld. Voor het jaar 2021 stelt het kabinet aanvullend € 613 miljoen beschikbaar dit komt bovenop het eerder beschikbaar gestelde incidentele budget van € 300 miljoen, waarmee het incidentele budget voor alle gemeenten in 2021 uitkomst op € 913 miljoen. Deze middelen worden beschikbaar gesteld in de Meicirculaire 2021. In deze Zomernota anticiperen we alvast op de financiele bijdrage voor Zuidplas en nemen daarom in 2021 een incidentele bijdrage op van € 1 miljoen. (dit is een voorzichtige inschatting). Het college is verheugd met deze incidentele middelen maar benadrukt dat er structurele middelen nodig zijn om tot een goed functionerend stelsel voor kinderen en jongeren te komen. De arbitrageprocedure van de VNG loopt door en de verwachting is dat er in mei 2021 een semi-bindende uitspraak volgt.
Uniforme richtlijn: ramen extra middelen Jeugdhulp In aanvulling op het incidentele budget raamt Zuidplas de stelpost ‘Uitkomst onderzoek Jeugdhulp’ voor € 665.000 structureel. Het Rijk heeft slechts incidenteel (t/m 2022) extra middelen toegevoegd aan het budget voor de Jeugdhulp. Volgens een uniforme richtlijn kunnen gemeenten extra middelen ramen. Deze richtlijn is opgesteld in samenspraak met de ministeries BZK, VWS en Financiën, de VNG en de toezichthouders. Deze richtlijn staat toe dat gemeenten structureel een stelpost opnemen voor de jaren na 2022. Dit is niet alleen van belang voor het begrotingssaldo maar ook voor het structurele begrotingsevenwicht. Dit betreft een begrotingsrichtlijn en geen harde toezegging in euro’s. Opschalingskorting De opschalingskorting vanuit Rutte II is gehandhaafd en zorgt voor een forse korting op de algemene uitkering voor gemeenten die onder de 100.000 inwoners schaal vallen. Deze korting zal tot het jaar 2025 blijven oplopen en zal een totaaleffect (landelijk) hebben van structureel bijna € 1 miljard. Voor Zuidplas is dat ongeveer structureel € 1.800.000. Het college is van mening dat bezuinigingen van deze omvang niet opgevangen kunnen worden door de
95
Inhoudsopgave
gemeenten die kleiner zijn dan 100.000 inwoners. In de septembercirculaire 2020 is de opschalingskorting voor de jaren 2021 en 2022 opgeschort, maar de totale opschalingskorting blijft vooralsnog volledig van kracht. Ondanks de lopende discussie met het Rijk over de opschalingskorting, is de korting voor het volledige bedrag verwerkt in de begroting van Zuidplas. Hiermee handelt het college vanuit het voorzichtigheidsprincipe en in lijn met de begrotingsprincipes van de toezichthouder. Wmo-abonnementstarief De gemeenten hebben een vast bedrag ontvangen via het gemeentefonds bij de invoering van het abonnementstarief. Echter leidt dit aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten te compenseren voor de extra kosten. Hiermee handelt het kabinet in strijd met de financiële verhoudingswet. Gemeenten roepen het Rijk op om volledig gecompenseerd te worden voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal eraan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd.
Artikel 2 onderzoeken (Financiering Rijk interbestuurlijk programma en de Omgevingswet) Voor de omgevingswet en de afspraken uit het interbestuurlijk programma (waar onder de grote opgaven rond klimaatverandering, de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie) zijn slechts incidentele budgetten beschikbaar gesteld door het Rijk. Artikel 2 onderzoeken moeten uitwijzen of en hoe de structurele financiering wordt georganiseerd. Herijking gemeentefonds De verdeling van het gemeentefonds heeft als doel gemeenten een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te bieden zodat zij in staat zijn om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van hun inwoners. Voor het sociaal domein bijvoorbeeld, geldt daarbij dat inwoners meestal overal het recht hebben op dezelfde voorzieningen. Periodiek wordt onderzocht of de verdelingsmethode nog aan deze uitgangspunten voldoet. In juni 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer gemeld te werken aan een herziening van het totale gemeentefonds per 2021. Met deze herziening van het gemeentefonds wordt onder meer beoogd om de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen voor het sociaal domein op te lossen.
De volgende stappen zijn doorlopen in het herijkingsonderzoek van het gemeentefonds.: o Minister BZK meldt te werken aan een herziening va het totale gemeentefonds per 2021 o Maart 2019 – start onderzoek herijking gemeentefonds o Februari 2020 – minister BZK meldt dat er vervolgonderzoek nodig is, verdeling wordt uitgesteld naar januari 2022 o Juni 2020 – onderzoeksrapporten (sociaal domein – AEF en klassiek domein – Cebeon) gepubliceerd. o December 2020 – Minister BZK informeert de kamer dat de beslissing over de nieuwe verdeling door het volgende kabinet wordt genomen. Herijking schuift op naar 1 januari 2023. o Februari 2021 – adviesaanvraag ROB
96
Inhoudsopgave
Inmiddels ligt er een adviesaanvraag bij de Raad voor het openbaar bestuur. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft de beheerders van het gemeentefonds laten weten meer tijd nodig te hebben voor het advies over de nieuwe verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Uniforme richtlijn: ramen extra middelen Jeugdzorg Het Rijk heeft slechts incidenteel (t/m 2022) extra middelen toegevoegd aan het budget voor de Jeugdhulp. Volgens een uniforme richtlijn kunnen gemeenten extra middelen ramen. Deze richtlijn is opgesteld in samenspraak met de ministeries BZK, VWS en Financiën, de VNG en de toezichthouders. Deze richtlijn staat toe dat gemeenten structureel een stelpost opnemen voor de jaren na 2022. Zuidplas raamt deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek Jeugdzorg’ voor € 665.000 structureel. Dit is niet alleen van belang voor het begrotingssaldo maar ook voor het structurele begrotingsevenwicht. Dit betreft een begrotingsrichtlijn en geen harde toezegging in euro’s. Wijziging Financiële verhoudingswet De Rijksoverheid wil dat de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten blijft passen bij de manier waarop gemeenten en provincies maatschappelijke taken oppakken. Daarom worden de Financiële-verhoudingswet, de Gemeentewet en de Provinciewet gewijzigd. Het wetsvoorstel heeft 3 onderwerpen: o Wijzigingen in het uitkeringsstelsel.
o Wijzigen van het wettelijk kader voor de verdeling van de algemene uitkering. o De introductie van de rechtmatigheidsverantwoording door de colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten. o De ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën hebben een officiële reactie gevraagd op het wetsvoorstel aan onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. Daarnaast is het wetsvoorstel online gepubliceerd. Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen. Zoals eerder in deze paragraaf beschreven is Herijking uitgesteld naar 1 januari 2023. Belastingen De uitgangspuntens voor het vaststellen van de tarieven van de onroerendezaakbelasting zijn als volgt: De tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn toereikend om de kosten te dekken; De tarieven van de onroerendezaakbelasting genereren een opbrengst die gelijk is aan de begrote opbrengst van het voorgaande begrotingsjaar, inclusief indexering en inclusief de areaaluitbreiding. De areaaluitbreiding voor het begrotingsjaar is gebaseerd op de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en voor de meerjarenraming het laatst vastgestelde Perspectief Ruimtelijke Opgaven (PRO).
De vrij besteedbare ongebonden belastingen, dit zijn de OnroerendeZaakBelasting (OZB), de RoerendeZaakBelasting (RZB), de precariobelasting, lijkbezorging, marktgeld, leges, toeristen- en forensenbelasting worden verhoogd met de prijsindex. De grondslag voor het vaststellen van de tarieven onroerendezaakbelasting worden als volgt bepaald: Begrote belastingopbrengst: als begrote belastingopbrengst wordt uitgegaan van begrote opbrengst van het voorgaande begrotingsjaar, inclusief indexering en inclusief de areaaluitbreiding, waarbij de indexering is gebaseerd op de indexering zoals vermeld in de Meicirculaire 2020 (CPI 2021) en waarbij voor de
97
Inhoudsopgave
areaaluitbreiding de volgende uitgangspunten gelden: voor het begrotingsjaar is de areaaluitbreiding gebaseerd op de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en voor de meerjarenraming het laatst vastgestelde Programma ruimtelijke opgaven (PRO). Macronorm OZB vervangen door Benchmark woonlasten Vanaf 2020 is een Benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijk de ontwikkeling van lokale lasten inzichtelijk te maken en een gematigde lastenontwikkeling te borgen. In de benchmark worden naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De invoering van een benchmark past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. De benchmark bevordert het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen. Eenmalige bijstelling OZB 2022 Met ingang van het jaar 2022 worden de OZB-inkomsten structureel met € 500.000 verhoogd. De raad heeft hiertoe besloten ter compensatie van de precariobelasting die vanaf 2022 niet meer in rekening mag worden gebracht. Het zogenaamde waterdeel vervalt bij de waterleidingbedrijven voor een gebruiksadres. Vanaf 2022 zal dit door de gemeente worden geint via de OZB. De woonlasten voor de inwoners blijven hiermee ongeveer gelijk. Deels zal dit gefaseerd plaatsvinden.
Met de verschuiving van deze belasting naar OZB zullen de tarieven voor eigenaren worden woningen en niet-woningen verhoogd. Hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire In de Kamer is het amendement Lodders en van Weyenberg aangenomen dat voorziet in een adempauze (het moratorium) voor gedupeerden in de KinderOpvangToeslag (KOT) affaire als het gaat om schulden. Het komt erop neer dat er geen vorderingen op gedupeerden worden opgelegd tijdens deze adempauze, die geldt voor iedereen die zich vóór 12 februari als gedupeerde heeft aangemeld bij de Belastingdienst en in ieder geval geldt dit tot 1 mei. Dat is de datum waarop het de bedoeling is dat gedupeerden, na toetsing, de tegemoetkoming van € 30.000 (hebben) ontvangen. Vervolgens geldt de adempauze voor degenen die inderdaad die tegemoetkoming ontvangen voor nog een jaar na ontvangst van die tegemoetkoming. Dat betekent dat ook gemeente de invordering op deze groep belastingplichtigen heeft opgeschort. Uitbreiding lokaal belastinggebied De VNG pleit al langere tijd voor een lokaal belastinggebied dat qua omvang beter past bij de steeds grotere hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden van gemeenten. Gemeenten zijn nu voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van uitkeringen door het Rijk.
Ondanks ingenieuze verdeelsleutels blijkt het niet mogelijk om de financiële middelen volledig aan te laten sluiten op de gemeentelijke taken. Een eigen belastinggebied van voldoende omvang is dan ook van groot belang om als gemeenten de vele taken waar te kunnen maken. Daarnaast biedt een eigen belastinggebied de lokale politiek betere mogelijkheden om keuzes te maken en verantwoording aan de kiezers af te leggen. In een brief aan de Tweede Kamer deelt staatssecretaris Snel mee dat begin 2020 de bouwstenen voor een beter belastingstelsel klaar zullen liggen. 'Naast schuiven tussen grondslagen en tarieven op rijksniveau behoort een verschuiving naar een ruimer gemeentelijk belastinggebied tot de mogelijkheden. In samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden eerder uitgewerkte plannen voor een herziening van het gemeentelijke belastinggebied opnieuw doordacht'.
98
Inhoudsopgave
Motie Omtzigt Door een aangenomen amendement van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen (artikel 220f Gemeentewet). De voorgestelde wetswijziging roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk wordt de heffing van OZB een stuk ingewikkelder. Het toepassen van de mogelijkheid van tariefdifferentiatie op basis van de voorgestelde wettekst brengt financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met de uitvoer van dit amendement tot de gewenste duidelijkheid er is. Zuidplas volgt hierin het advies van de VNG. Rekenrente De voorgeschreven richtlijnen voor de rekenrente vanuit de BBV worden toegepast met de opstelling van de programmabegroting 2021-2024. Afschrijvingstermijnen In de financiële verordening 2017 is het afschrijvingsbeleid opgenomen van de gemeente Zuidplas. De financiële verordening wordt herzien in 2022, en is hiermee gekoppeld aan de nieuwe raadsperiode na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 . De uitkomsten van het onderzoek naar de afschrijvingstermijnen zullen hierin worden opgenomen.
De technische behandeling van de herziene financiële verordening vindt plaats in de auditcommissie. Toerekening van overhead aan de grondexploitaties Conform Perspectief Ruimtelijke Opgaven (PRO) Zuidplas wordt op basis van werkelijke tijdsbesteding de doorbelasting van de overhead doorberekend grondzaken. Sterk groeiende gemeente Omgaan met groei in de gemeente Zuidplas is de laatste jaren fors gegroeid. De begroting moet continue worden bijgesteld doordat de omvang van zowel de lastenkant als de batenkant van de begroting toeneemt. Er zijn immers meer kosten die we als gemeente moeten maken. Denk aan de toenemende kosten voor in omvang toenemende te onderhouden openbare ruimte, het stijgende aantal inwoners dat zorg ontvangt, het aantal klantcontacten in het klantcontactencentrum, enz. Maar ook de batenkant neemt toe door de stijgende aantallen. Denk hierbij aan de extra inkomsten uit het gemeentefonds en de OZB-opbrengsten van nieuwe woningen en bedrijfspanden. Wat betreft de inkomstenkant is hiervoor de stelpost groei ontwikkeld en worden de extra inkomsten hierin gereserveerd. Voor de werking van deze stelpost verwijzen wij u hieronder naar de stelpost groei. Hiervoor heeft het college eenduidige spelregels opgesteld. Voor de lastenkant heeft het college een uniforme werkwijze ontwikkeld.
Dat wil zeggen dat er een gestandaardiseerde methode is waarin met de zomernota de groei voor het komende jaar becijferd wordt en gedekt wordt uit de daarvoor beschikbare stelpost groei. Dat is inclusief het in de Zomernota 2020 als nieuw opgevoerde onderdeel, het groeimechanisme.
99
Inhoudsopgave
Groeimechanisme Het groeimechanisme is een berekening die toont met hoeveel extra budget het personeelsbudget dient te worden verhoogd doordat we als gemeente groeien. Hierdoor kunnen we uitvoering blijven geven aan de dagelijkse werkzaamheden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere werkzaamheden en specifieke werkzaamheden. Onderstaande tabel geeft meer inzicht. Omschrijving Beheer openbare ruimte Sociaal team (inkoop) Overige personeelslasten
Type Specifiek Specifiek Regulier
P-budget 1.378.000 4.268.447 18.077.614
Sleutel Aantal m² openbare ruimte in beheer Aantal inwoners in zorg Aantal inwoners
Groei Weging Groei budget Bijstelling 2021 Totaal 1,83% 1,00 25.239 275 25.515 3,75% 1,00 160.267 -60.345 99.922 4,22% 0,60 458.220 -42.453 415.767
Over het algemeen wordt de reguliere sleutel toegepast. De reguliere sleutel houdt rekening met de geprognosticeerde groei van het aantal inwoners. Daarnaast zijn er een tweetal specifieke sleutels opgenomen. De eerste betreft het beheer van de openbare ruimte waar de sleutel het aantal vierkante meters openbare ruimte in beheer is. Bij oplevering van een park of overdracht van een weg in beheer naar de gemeente is het van belang dat hiervoor ook de benodigde personele capaciteit beschikbaar komt. Aangezien dat dit sterk afwijkend kan zijn van het aantal inwoners is hiervoor een specifieke sleutel opgesteld. De tweede specifieke sleutel is de sleutel aantal inwoners in zorg dat toegepast wordt voor de berekening van het benodigde budget van het sociaal team. Ook hier zien we een sterk afwijkende groei, het aantal inwoners in zorg groeit de afgelopen jaren immers harder dan het aantal inwoners zelf. Het sociaal team moet meegroeien om het huidige niveau van dienstverlening te kunnen handhaven. De weging bij de specifieke onderdelen staat op 100% omdat er een 1 op 1 relatie zichtbaar is. Bij de reguliere sleutel is berekend dat er in veel gevallen niet een 1 op 1 relatie is met de werkzaamheden. Deze berekening geeft een gewogen gemiddelde van 60% weer.
Het gevolg is dat er niet voor 100% budget gevraagd hoeft te worden omdat er dus niet overal een 1 op 1 relatie is, er wordt 60% gevraagd. Onderstaande tabel laat zien dat voor 20% van onze werkzaamheden er een direct klantencontact geldt en daarbij een 100% relatie. Echter bij 80% van de werkzaamheden zien we geen direct klantencontact, de relatie is bepaald op 50%. Gemiddeld spreken we dan over een weging van 60% welke opgenomen is in het groeimechanisme.
100
Inhoudsopgave