CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verordening inspraak- en participatie Zuidplas 2023 A22.002386

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening1.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 Intitulé Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 De raad van de gemeente Zuidplas; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 januari 2023, nr. B23.000017; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; Overwegende dat het van belang is de betrokkenheid van bewoners bij de ontwikkeling - mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen vast te leggen. Dat het daarnaast van belang is de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, of andere betrokkenen vast te leggen. Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder:  

 

 

beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; bestuursorgaan: bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval gemeenteraad, burgemeester en het college van wethouders en burgemeester. Initiatief: ideeën en plannen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties of andere belanghebbenden die passen binnen de doelen van de gemeente maar (nog) niet passen binnen de gemeentelijke regelgeving. Initiatiefnemer: inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden of andere belanghebbenden die een initiatief hebben. inspraak: een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester.

Inspraak is een vorm van participatie, veelal geformaliseerd op basis van artikel 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb); inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak door de gemeente gestalte wordt gegeven; participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) initiatieven van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden met impact op de lokale samenleving en de fysieke leefomgeving; participatieprocedure: de wijze waarop de participatie gestalte wordt gegeven;

Artikel 2. Doelstelling en reikwijdte Deze verordening beoogt de kwaliteit van het vergroten van de (publieke) inbreng in- en ondersteuning van beleidsbeslissingen en de samenwerking tussen gemeente, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden te versterken.

Paragraaf 2. Participatie Artikel 3. Onderwerp van participatie 1. Participatie kan toegepast worden wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in meer of mindere mate geraakt worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over kennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit. 2. Participatie is ook mogelijk wanneer een initiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving. 3. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 4. Participatie wordt ook toegepast door initiatiefnemers anders dan het bestuursorgaan. 5. De initiatiefnemer dient de participatie, zoals aangegeven in lid vier, te organiseren zoals beschreven in de Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven en het Kader participatie en is daarvoor verantwoordelijk. 6. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 7. Deze verordening wordt niet toegepast: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c.

indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; e. als dit betrekking heeft op de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; f. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; g. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 4. Participatieprocedure 1. Op participatie is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere participatieprocedure vaststellen.

Artikel 5. Eindverslag participatieprocedure 1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan of de initiatiefnemer een geanonimiseerd eindverslag op. 2. Het geanonimiseerde eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan de participatieprocedure; c. een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt. 3. Het bestuursorgaan geeft een inhoudelijke reactie op de geleverde inbreng. 4. Voor zover de geleverde inbreng niet wordt gevolgd, geeft het bestuursorgaan of de initiatiefnemer de redenen daarvoor aan. 5. Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat het geanonimiseerde eindverslag openbaar wordt gemaakt. Paragraaf 3. Inspraak Artikel 6. Onderwerp van inspraak

1. Inspraak vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een Nota van beantwoording zienswijzen op. a. Het geanonimiseerde eindverslag bevat in ieder geval: i. een overzicht van de gevolgde procedure; ii. een weergave van de zienswijzen die mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; iii. een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. b. Het bestuursorgaan maakt het geanonimiseerde eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. 3. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststellen. 4. Deze verordening wordt niet toegepast: a. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 7. Inspraak ruimtelijke plannen Ten aanzien van de inspraak inzake ruimtelijke plannen, bedoeld bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen en herzieningen en projectbesluiten, besluit het college of inspraak wordt verleend. Artikel 8. Inspraak gerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

Paragraaf 4 Omgevingswet Artikel 9. Omgevingsplan en omgevingsvergunning 1. Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. 2. Het is verplicht participatie te voeren voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten als genoemd in de beleidsregel “beleid inzake participatie Omgevingswet van Zuidplas”. 3. De initiatiefnemer dient de participatie, zoals genoemd in het tweede lid, te organiseren zoals beschreven in de Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven en het Kader participatie en is daarvoor verantwoordelijk. 4. Het verslag van het participatieproces en bijbehorende uitkomst maakt onderdeel uit van de aanvraag om omgevingsvergunning of aanvraag om wijziging van het omgevingsplan. Paragraaf 5. Slotbepalingen Artikel 10. Intrekking oude regeling De Inspraakverordening gemeente Zuidplas (2010) wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening in werking treedt. Artikel 11. Overgangsbepaling Op inspraakprocedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de in artikel 9 genoemde verordening van toepassing. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.

Artikel 9 treedt pas in werking vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023.

Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 maart 2023. De raad van de gemeente Zuidplas, De griffier,

De voorzitter,

M.L. Engelsman

J.F. Weber

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12437696/1