CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Programma Zon op Veld A23.001864

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wensen en bedenkingen programma Zon op Veld33.207 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Concept Programma zon op veld v1.1

17 november 2023

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Aanleiding en doel Programma zon op veld 1.1 RES-opgave Midden-Holland 1.2 Het Programma zon op veld 1.3 Verantwoording participatie 2 Onderdelen van het programma 2.1 De RES-opgave: sturing door bevoegde gezagen verzekerd 2.2 Uitgangssituatie: beleid, ontwikkelingen en netwerk 2.3 Opbouw en samenhang van de ruimtelijke instrumenten 2.4 Kansenkaart 2.5 Gebiedsbeschrijvingen 2.6 Afwegingskader 3 Toepassing van het programma 3.1 Stappenplan Programma zon op veld 3.2 Tijdsplanning 3.3 Rollen van betrokken partijen bij het realiseren van het Programma zon op veld 3.4 Relatie opgave RES regio - monitoring 3.5 Toepassing programma bij niet halen regionaal bod 3.6 Toepassing programma initiatieven buiten kansenkaart 4 Omgevingsvergunningen, -visie en -plan 4.1 Onderbouwing projecten voor aanvraag omgevingsvergunning 4.2 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning 4.3 Toetsing vergunningverlening 4.4 Omgevingsvisie en omgevingsplan 5 Bijlagen 5.1 Overzicht beleid en regelgeving bevoegde gezagen 5.2 Handreiking Kansenkaart 5.3 Handreiking Afwegingskader 5.4 Criteria en scores afwegingskader 5.5 Lijst van a ortingen 5.6 Kansenkaartscores en Gebiedsbeschrijvingen

2 5 5 7 8

2 5

5 58 5

1

Samenvatting Inleiding Binnen de Regionale Energie Strategie Midden-Holland (RES M-H) wordt, naast inspanningen op zonnepanelen op daken, ingezet op het realiseren van een regionale ambitie voor de opwekking van zon op veld. Dit onderdeel is een opgave van ongeveer een derde van de totale opgave van 0,435 Terawattuur (TWh). Om de opgave voor zon op veld voor elkaar te krijgen is het ‘Programma zon op veld’ opgesteld. In de RES 1.0 is door alle gemeenteraden gekozen voor een regionale aanpak bij het verlenen van vergunningen voor de realisatie van zonnevelden. Alle partijen, de colleges en gemeenteraden binnen de RES M-H in het bijzonder, weten met het vaststellen van het programma op welke wijze die RES-ambitie in de praktijk tot stand zal komen. Het biedt bij uitstek een eenduidig ‘handelingsperspectief’ voor alle partijen. De colleges en gemeenteraden hebben op gezette tijden de ruimte om het proces en, indien nodig, het voorliggende programma tussentijds bij te sturen.

Huidig beleid De omgevingsvisies van de gemeenten geven aan dat het gemeentelijk beleid is gericht op het realiseren van de energietransitie. De gemeenteraden hebben daarvoor ook de RES 1.0 vastgesteld. Het verlenen van omgevingsvergunningen kan dus worden gebaseerd op de omgevingsvisies en de RES 1.0. Bestemmingsplannen voorzien echter niet in de benodigde ruimte voor de energietransitie. Het is mogelijk dat het college met toestemming van de raad van een geldend bestemmingsplan afwijkt. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dan sprake van een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Als een bestemmingsplan geen projecten voor zon op veld toestaat, dient een individuele gemeente af te wegen of er wel of geen Bopa wordt toegepast. De onderbouwing voor een Bopa-besluit kan bij uitstek worden gebaseerd op de omgevingsvisies, de RES 1.0 en het voorliggende Programma zon op veld.

Wat er gaat veranderen De binnen de RES-regio Midden-Holland samenwerkende gemeenten voeren een gezamenlijk beleid ten aanzien van projecten voor zon op veld. Het voorliggende programma biedt de mogelijkheid om in samenhang potentiële projecten te beoordelen en daaruit de projecten met de hoogste kwaliteit te selecteren voor uitvoering. Dat is ook de inzet van de RES-regio Midden-Holland. Voor een goede toepassing van de Bopa, biedt het programma spelregels, zoals de inzet gericht op projecten met de hoogste kwaliteit en passend binnen de netcapaciteit. Als een gemeente op voorhand in het omgevingsplan directe mogelijkheden biedt voor aanleg van zon op veld, dan moet de gemeente een aanvraag voor een project zon op veld vergunnen. Dit gebeurt dan echter buiten de ruimtelijke instrumenten uit het Programma zon op veld om en daarmee ook buiten de RES 1.0 om die de gemeenteraden gezamenlijk hebben vastgesteld. Gelet op de bedoelingen van de RES en het programma zon op veld moeten projecten voor zon op veld worden getoetst aan de spelregels in dit programma en dat kan niet als een project direct moet worden vergund. Het programma-instrument is in de beleidscyclus van de Omgevingswet de uitwerking van het beleid. Het programma biedt de gemeenten de mogelijkheid om te sturen op de locaties waar projecten worden gerealiseerd en daarnaast op het bereiken van kwaliteit van de

2

inpassing en het ontwerp van projecten. Ook op andere criteria, zoals lokaal eigendom, is met het programma sturing door gemeenten mogelijk. Hiervoor bestaat het Programma zon op veld uit drie ruimtelijke instrumenten: de kansenkaart, het afwegingskader en de gebiedsbeschrijvingen. Het programma bevat alle benodigde ruimtelijke kaders voor achtereenvolgens toetsing en prioritering van projecten. Met het vaststellen van het programma krijgen initiatiefnemers inzicht binnen welke randvoorwaarden zij projecten kunnen indienen. Dit programma bevat voorts voorwaarden die er onder meer voor zorgen dat alleen de kansrijke gebieden worden benut en dat wordt voldaan aan de zonnebrief en zonnelader van Rijk en provincie. De vergunningverlening zélf is en blijft een taak van het bevoegd gezag. De kansenkaart, het afwegingskader en de gebiedsbeschrijvingen worden regionaal gebruikt in de toetsing en prioritering van projecten. ● ● ●

De kansenkaart geeft ontwikkelaars en omwonenden inzicht in de kansrijke gebieden in de regio waar zonnevelden kunnen worden gerealiseerd. Het afwegingskader geeft de minimale eisen en additionele wensen weer op basis waarvan projecten in de regio zullen worden getoetst en beoordeeld. De gebiedsbeschrijvingen geven de landschappelijke kenmerken, voorwaarden voor inpassing en meekoppelkansen voor de (kansrijke) zoekgebieden weer.

Het proces Het programma wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de colleges. De gemeenteraden worden vervolgens gevraagd kennis te nemen van het besluit en zelf te besluiten niet over te gaan tot wensen en bedenkingen bij vaststelling van het programma. De eigenaren van gronden binnen de aangewezen zoekgebieden op de kansenkaart en die kansrijk zijn, worden geïnformeerd over het proces. Specifiek krijgen zij de informatie over de kaders en de spelregels die van belang zijn voor degene die een project voor de betreffende gronden wil aanmelden. Tevens wordt duidelijk aangegeven op welke wijze de grondeigenaar overleg met de organisatie van dit proces kan hebben, mocht daar aan het begin of gaandeweg het proces behoefte aan bestaan. De grondeigenaren worden geïnformeerd nadat de colleges het concept-programma hebben behandeld, tegelijkertijd met het vrijgeven van het programma voor de procedure ‘wensen en bedenkingen’ bij de gemeenteraad. Na vaststelling van het programma, wordt verwacht dat er tientallen projecten bij de RES-regio of bij de bevoegde gezagen zullen worden ingediend. Een ona ankelijke partij oa. bestaande uit externe experts zal alle ingediende projecten na indiening binnen aangegeven tijdsperiodes toetsen. Zij beoordeelt de projecten aan de hand van kaders en adviseert of projecten worden aangemerkt als 'onwenselijke projecten' of 'wenselijke projecten'.

Alleen wenselijke projecten komen in aanmerking voor een omgevingsvergunningaanvraag. Dit wordt de ‘prioritering’ genoemd. De prioritering wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de colleges. De gemeenteraden worden vervolgens gevraagd kennis te nemen van het besluit en zelf te besluiten niet over te gaan tot wensen en bedenkingen. Met het besluit spreken colleges en raden de intentie uit de geprioriteerde projecten daadwerkelijk te vergunnen. Vervolgens kunnen voor de wenselijke projecten omgevingsvergunningen worden voorbereid, aangevraagd en verleend, inclusief projectparticipatie.

3

De stappen ‘toetsing – prioritering – vergunningverlening’ worden gezet met behulp van het Programma zon op veld. Het programma heeft als doel om voldoende omgevingsvergunningen af te geven om de ambitie voor zon op veld in 2030 gerealiseerd te hebben. De projecten die buiten de openstellingstermijnen worden ingediend en projecten die als 'onwenselijk' worden aangemerkt, krijgen geen prioriteit en worden terzijde gelegd. Volgens de ruimtelijke instrumenten van het programma zijn deze projecten niet geschikt om op dat moment een vergunning te verkrijgen, bijvoorbeeld omdat ze niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. Hoewel een vergunningsaanvraag kan worden ingediend, kan de gemeente deze afwijzen vanwege het niet voldoen aan het Programma zon op veld. Als een project niet op de prioriteitenlijst is opgenomen, voldoet het namelijk niet aan de doelstelling die door de regio is gesteld, om projecten met de hoogste kwaliteit te realiseren. In een later stadium, bijvoorbeeld als de ambitie voor zon op veld niet is gerealiseerd of als de ambitie wordt bijgesteld, kunnen deze initiatieven alsnog worden opgepakt. Onderstaand schema geeft het stappenplan om tot een vergunning voor zon op veld te komen weer.

Figuur 1 - Stappenplan naar een vergunning voor zon op veld

4

1 Aanleiding en doel Programma zon op veld Het Programma zon op veld voor de RES-regio Midden-Holland richt zich op de ontwikkeling van zonneprojecten op veld, benodigd voor het invullen van de opgave voor de regio. Het Programma zon op veld vormt een uitwerking van de RES 1.0 Midden-Holland, die in juni 2021 is vastgesteld. Tevens is het programma een uitwerking van de omgevingsvisies die door de gemeenteraden zijn vastgesteld. Het programma geeft aan in welke gebieden en binnen welke randvoorwaarden projecten voor zon op veld kunnen worden gerealiseerd, met als doel invulling te geven aan de RES-ambitie. Door dit vooraf in het programma aan te geven, is voor bevoegde gezagen en initiatiefnemers duidelijk welke projecten op medewerking kunnen rekenen. In de RES Regio Midden Holland wordt de zonneladder toegepast. kortweg houdt dit in dat zonnepanelen op daken de hoogste prioriteit hebben, gevolgd door zonnepanelen op objecten (denk aan waterbassins en parkeerterreinen), en uiteindelijk zonnepanelen op veld (lands infrastructuur, transitiegebieden en op agrarische gronden). De eerste categorie wordt in de regio gestimuleerd door nauwe aandacht van het Servicepunt Energietransitie Bedrijven. De tweede categorie wordt in de regio gevrijwaard van deelname aan het programma zon op veld en daarmee de criteria op basis waarvan initiatieven worden geselecteerd.

Vergunningsaanvragen mogen direct worden ingediend bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag gebruikt in de vergunningverlening ook de criteria uit het programma, maar er wordt niet gewerkt met een prioritering. De derde categorie dient wel conform de kaders van het programma zon op veld te worden gerealiseerd.

1.1

RES-opgave Midden-Holland

De RES-regio Midden-Holland bestaat uit: ● De gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. ● De waterschappen Schieland en de Krimpenerwaard, Rijnland en De Stichtse Rijnlanden. ● De provincie Zuid-Holland. Ingezet wordt op een zo gedragen mogelijk regionaal energieplan. Dit gebeurt binnen de RES-regio door samenwerking van de bevoegde gezagen met: ● maatschappelijke organisaties (zoals energiecoöperaties, woningcorporaties, natuur- en milieufederaties, LTO Nederland, duurzaamheidsplatformen van bedrijven en onderwijsinstellingen); ● bedrijven; ● inwoners; ● netbeheerders. De opgave: een regionale ambitie Voor Nederland is als doel bepaald dat alle 30 RES-regio’s in 2030 samen 35 TWh per jaar aan hernieuwbare elektriciteit opwekken. Het gaat dan om opwek die grootschalig, weersa ankelijk en op land plaatsvindt. In de RES van de regio Midden-Holland is de doelstelling het jaarlijks opwekken van 0,435 TWh schone elektriciteit vanaf 2030. Dit is gebaseerd op de huidige elektriciteitsvraag van de regio. Met zonnepanelen is ongeveer 544 ha aan ruimte nodig op daken, langs wegen en in

5

woningbouw- of agrarische gebieden, bij elkaar ongeveer 0,435 TWh opwek. Iets meer dan een derde hiervan is in Midden-Holland te realiseren op en langs infrastructuur, op water en op landschap. Zie onderstaande figuur waarin deze opgave is gevisualiseerd.

Figuur 2 - Visualisatie RES M-H opgave plus ontwikkeling in realisatie (bron: RES M-H Voortgangsdocument 2023)

Deze opgave voor 2030 is niet voldoende om het doel van het Klimaatakkoord, een klimaatneutraal Nederland in 2050 te behalen. De regio verwacht een aanvullende opgave om ook ná 2030 bij te dragen aan dit landelijke doel. Het proces RES 1.0 en participatie In september 2020 is de Concept RES vastgesteld. Na de concept RES is verder onderzoek gedaan naar de opwekking van schone energie in de regio. In het overleg met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen is gekeken waar windturbines en zonnepanelen passend zijn in het landschap. Ook is gekeken wat dit betekent voor het elektriciteitsnet en of de inwoners en de politiek achter deze mogelijke locaties staan. Het resultaat zijn zoekgebieden die op de kaart van de regio in de RES1.0 zijn ingetekend. Na de vaststelling van de Concept RES in september 2020 is een participatietraject ingezet. De uitkomsten van de participatie zijn als maatschappelijke adviezen meegewogen en meegenomen in de RES 1.0. Zoekgebieden voor projecten zon op veld maken hiervan deel uit. Bij het uitwerken van de zoekgebieden naar concrete locaties voor zon op veld-projecten, wordt ingezet op het actief voeren van gesprekken met belanghebbenden op regionaal en lokaal niveau. Daarbij worden mogelijkheden geboden voor financiële participatie en participatie in het proces om te komen tot projecten voor zon op veld.

Deze participatievormen voor en met de omgeving zijn vitale uitgangspunten bij de uitwerking van de RES-ambitie.

6

Vervolg op RES 1.0 Met het vaststellen van RES 1.0 is de volgende fase aangebroken: de realisatiefase. Het uitbouwen van de regionale samenwerking op het gebied van duurzame elektriciteit is essentieel en wordt vormgegeven langs een aantal prioriteiten: 1. Een integrale (verdere) uitwerking van de zoekgebieden. 2. In afstemming met ontwikkeling van de netcapaciteit. 3. Het gezamenlijk ontwikkelen van beleid en uitvoeringskaders. 4. Gezamenlijke acties voor het opstarten en stimuleren van initiatieven voor zon op dak, parkeerterreinen en waterbassins. Voorstel zoekgebieden Voor het begrenzen van concrete zoekgebieden in de regio Midden-Holland waarin projecten kunnen worden gerealiseerd voor het tijdvak tot 2030, is een centrale afweging opgesteld (RES 1.0 Midden-Holland, paragraaf 2.1). Daaruit volgde een kaartbeeld met verschillende soorten zoekgebieden voor zon en wind in Midden-Holland. Dit kaartbeeld is te raadplegen via de link: RES 1.0 Midden-Holland (resmiddenholland.nl). In de RES 1.0 is aangegeven dat, om de doelstelling voor 2030 te halen, zoekgebieden en de daarbinnen gelegen locaties nader worden uitgewerkt, verder besproken met de omgeving en hiervoor zijn initiatiefnemers nodig. De voorkeur blijft dat eerst zo veel mogelijk zon op dak, parkeerterreinen en waterbassins wordt gerealiseerd, daarna zon op veld (waaronder zon langs infrastructuur).

Daarvoor zijn stevige condities en (extra) inspanningen van alle betrokken partijen nodig. En dat is zeker ook van betekenis voor het realiseren van voldoende projecten voor zon op veld, als bijdrage aan de regionale RES-ambitie.

1.2 Het Programma zon op veld Voor het invullen van de RES-opgave zijn projecten nodig. Die projecten moeten op geschikte locaties worden gerealiseerd en voldoen aan de daarvoor te stellen randvoorwaarden. Ingezet wordt op kwalitatief goede projecten. Tegelijkertijd is er behoefte aan een zorgvuldige en voortvarende toetsing van projecten, om zo de regionale doelen voor 2030 te kunnen halen. Als bevoegd gezag kunnen gemeenten invloed op deze kwaliteit en locaties uitoefenen, door in het proces van de vergunningverlening voorwaarden te stellen. Hiervoor is op regionaal niveau het Programma zon op veld opgesteld. Van dit programma maken drie ruimtelijke instrumenten deel uit: ● ● ●

De kansenkaart geeft ontwikkelaars en omwonenden inzicht in de kansrijke gebieden in de regio waar zonnevelden kunnen worden gerealiseerd. Het afwegingskader geeft de minimale eisen en additionele wensen weer op basis waarvan projecten in de regio zullen worden geprioriteerd De gebiedsbeschrijvingen geven de landschappelijke kenmerken, voorwaarden voor inpassing en meekoppelkansen voor de (kansrijke) zoekgebieden weer en sluiten aan bij de kansenkaart en het afwegingskader.

Met het Programma zon op veld wordt beoogd een gestroomlijnde realisering van de RES-opgave te faciliteren en te stimuleren. Door beleidskaders en duidelijke gedefinieerde processtappen met elkaar te combineren wil men in de regio toewerken naar tijdige vergunningverlening van projecten met de hoogste kwaliteit. Zodra daadwerkelijke omgevingsvergunningverlening plaatsvindt, zal via monitoring de te verwachten realisering van de RES-opgave bijgehouden worden. Het proces hiervoor wordt in de volgende hoofdstukken beschreven en toegelicht.

7

1.3 Verantwoording participatie Het voorliggende Programma zon op veld wordt door de bevoegde gezagen vrijwillig vastgesteld. Hiervoor geldt geen verplichting die uit wet- of regelgeving voortvloeit. Bij een vrijwillig programma wordt een verantwoording gegeven over participatie en over hoe er invulling is gegeven aan het participatiebeleid (artikel 10.8 Omgevingsbesluit). Over de RES 1.0 heeft participatie plaatsgevonden en ter voorbereiding van het Programma zon op veld. ●

●

●

Aan het participatietraject in het kader van de RES 1.0 hebben inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen deelgenomen. Na de vaststelling van de Concept RES in september 2020 is een vervolg op het participatietraject ingezet. De uitkomsten van de participatie zijn als maatschappelijke adviezen meegewogen en meegenomen in de RES 1.0. Van april tot en met juni 2023 konden mensen meedenken via een online vragenlijst (1.848 respondenten), gesprekken op straat (374 straatgesprekken), inwonersavonden (83 bezoekers) en gesprekken met bedrijven en betrokken organisaties (ongeveer 20 deelnemers). In het ‘verslag van het gesprek met inwoners, bedrijven en organisaties over het opwekken van zonne-energie in RES Midden-Holland’ wordt hierop ingegaan aan de hand van de volgende vragen: ● Waarom gingen de gemeenten met inwoners en stakeholders in gesprek over het opwekken van zonne-energie? ● Wat ging vooraf aan deze gesprekken over het opwekken van zonne-energie? ● Wat was het doel van de gesprekken? ● Wat gebeurt er met de resultaten van de gesprekken? ● Waar gingen de gesprekken over? ● Hoe hebben gemeenten met inwoners en stakeholders gesproken? ● Wat is de relatie met de gesprekken uit 2021 over het opwekken van duurzame energie? ● Wie heeft de gesprekken gevoerd? De uitkomsten van de gesprekken zijn betrokken bij het opstellen van het programma zon op veld.

Dit heeft met name geresulteerd in het vrijgeven van de kansrijke zoekgebieden in twee segmenten. Het eerste segment betreft voornamelijk zoekgebieden langs infrastructuur. De verwachting is dat de volledige opgave binnen deze zoekgebieden kan worden voldaan. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn, kan ervoor worden gekozen het tweede segment vrij te geven. Dit tweede segment betreft voornamelijk kansrijke gebieden op agrarische gronden. Enkel voor het eerste segment wordt een planning afgegeven. Het tweede segment zal alleen worden vrijgegeven als daar aanleiding voor is. Ook andere aspecten zijn in het programma verwerkt.

De resultaten van het participatietraject zijn opgenomen in de volgende bestanden: ● ● ● ●

Verslag van de gesprekken met inwoners, bedrijven en organisaties over het opwekken van duurzame energie in RES Midden-Holland Samenvatting verslag van de gesprekken over het opwekken van zonne-energie in RES Midden-Holland Tabellen en grafieken participatie zonne-energie in RES Midden-Holland 2023 Infographic participatietraject voor RES Midden-Holland

8

Deze bestanden worden opgenomen op de website van de RES Midden-Holland. Hiermee is een verantwoording gegeven over participatie en over hoe er invulling is gegeven aan het participatiebeleid (artikel 10.8 Omgevingsbesluit).

9

2 Onderdelen van het programma 2.1 De RES-opgave: sturing door bevoegde gezagen verzekerd Met het vaststellen van dit programma wordt gestuurd op het verlenen van omgevingsvergunningen voor projecten op locaties en binnen voorwaarden, die in dit programma zijn opgenomen. De projecten voor zon op veld zijn vergunningsplichtig. Deze projecten passen niet direct in de huidige bestemmingsplannen. Voor het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning voor een project is het nodig af te wijken van het bestemmingsplan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 , gaan alle bestemmingsplannen op in één omgevingsplan voor de gehele gemeente en de bestemmingsplannen blijven dus als ruimtelijk kader gelden. Als een college straks een omgevingsvergunning wil verlenen die afwijkt van het omgevingsplan, dan wordt zo’n vergunning een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) genoemd. Gemeenten vormen samen de RES-regio Midden-Holland en voeren een gezamenlijk beleid ten aanzien van projecten voor zon op veld. Het voorliggende programma biedt de mogelijkheid om in samenhang potentiële projecten te beoordelen en daaruit de projecten met de hoogste kwaliteit te selecteren voor uitvoering. Dat is ook de inzet van de RES-regio. Als het omgevingsplan geen projecten voor zon op veld toestaat, dient een gemeente af te wegen of er wel of geen Bopa wordt toegepast.

Als een gemeente op voorhand in het omgevingsplan directe mogelijkheden biedt voor aanleg van zon op veld, dan moet de gemeente een aanvraag voor een project zon op veld vergunnen. Dit gebeurt dan echter buiten de ruimtelijke instrumenten uit het programma zon op veld om en daarmee ook buiten de RES om, die door de gemeenteraden is vastgesteld met als doel om gezamenlijk, in regioverband projecten te toetsen en te realiseren. Daarvoor is toetsing aan toepassing van de spelregels in dit programma nodig en dat kan niet als een project direct moet worden vergund.

2.2 Uitgangssituatie: beleid, ontwikkelingen en netwerk Beleid In documenten van de provincie Zuid-Holland, gemeenten en hoogheemraadschappen zijn beleid en regelgeving voor projecten voor zon op veld opgenomen. Deze documenten zijn weergegeven in bijlage 5.1. Daarin is aangegeven of beleid en regelgeving het realiseren van projecten wel of niet toestaat en hoe wordt omgegaan met participatie. Uit analyse van de documenten blijkt het volgende. ●

●

Het provinciale beleid en de bijbehorende regelgeving bieden ruimte voor projecten voor zon op veld, die passen binnen de RES Midden-Holland en het Programma zon op veld. Daarbij zorgen de drie ruimtelijke instrumenten in het programma ervoor dat projecten goed aansluiten op het beleid van de provincie, met name op het gebied van landschap. Gemeenten hebben voorgesorteerd of bouwen in hun omgevingsvisies voort op de RES 1.0. Hiermee is duidelijk dat de omgevingsvisies ruimte bieden voor realisering van projecten voor zon op veld. Een omgevingsvisie kan dan ook mede een basis vormen als onderbouwing van projecten voor zon op veld. Nagenoeg geen van de huidige bestemmingsplannen die vanaf 1 januari 2024 het ‘omgevingsplan van rechtswege’ vormen, staan projecten voor zon op veld toe. Dat

10

●

betekent dat voor het faciliteren van projecten moet worden afgeweken van het vanaf 1 januari 2024 geldende omgevingsplan en dus sprake zal zijn van een Bopa. De waterschapsverordeningen bevatten geen specifieke regels voor projecten voor zon op veld. Dat laat onverlet dat alle regels vanuit het waterschap van toepassing zijn en dat daaraan moet worden voldaan of rekening mee moet worden gehouden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zon op dijken, hier zijn de waterschappen zeer terughoudend in.

De provinciale zonneladder vormt één van de belangrijke beleidsuitgangspunten voor het programma. De zonneladder is als volgt opgebouwd: 1. Zonne-energie op daken en gevels. 2. Zonne-energie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied. 3. Zonne-energie op terreinen en objecten in het landelijk gebied. a. Agrarische bouwpercelen. b. Locaties met een functie als verkeersinfrastructuur of een locatie ten dienste daarvan. c. Slibdepots, waterbassins, spaarbekkens, bergingsgebieden en voormalige stortplaatsen. d. Glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied; e. Een locatie waar een stedelijke functie aan is toebedeeld, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd. 4. Zonne-energie op landbouw- en natuurgronden. Ontwikkelingen Er zijn weliswaar enkele projecten bij gemeenten bekend1. Echter, geen projecten voor zon op veld zijn in behandeling gericht op vergunningverlening. Dat betekent dat de taakstelling die er staat, nog moet worden gevuld met projecten. Het programma is nadrukkelijk gericht op het stimuleren van de ontwikkeling en het indienen van projecten op veld na vaststelling hiervan.

Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) In samenwerking met het Rijk worden eind 2023 de eerste stappen gezet in de voorverkenning van duurzame opwek op rijksvastgoed en rijksgronden, het zogeheten OER traject. Omdat ten tijde van vaststelling en uitvoering van het programma zon op veld nog niet duidelijk is op welke gronden eventueel duurzame opwek vanuit het OER traject gerealiseerd kan worden, worden initiatieven van ontwikkelaars op rijksvastgoed en rijksgronden op en langs infrastructuur vooralsnog niet in behandeling genomen.

1

Een uitzondering hierop is het bestemmingsplan Verzamelplan Zuidplas 2023 waarin collectieve energievoorzieningen op agrarisch bestemde gronden voor glastuinbouw zijn toegestaan en daarmee projecten voor zon op veld. In het ontwerpbestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 wordt het realiseren van een zonneveld specifiek toegestaan. Gelet op de gezamenlijke regionale opzet van de RES 1.0 en het voorliggende programma zon op veld is het nodig om de voorgestelde bestemming gewijzigd vast te stellen, zodanig dat geen project zon op veld direct mogelijk is, ook niet via een vergunningplicht is zoals voorgesteld. Zie hiervoor paragraaf 2.1 .

11

Netwerk Eind 2022 heeft Stedin op basis van de regionale ambitie en reeds lopende en geplande initiatieven een netimpactanalyse uitgevoerd. Deze analyse geeft inzicht in de gevolgen van regionale keuzes met betrekking tot duurzame opwek op de energie-infrastructuur. Veel van deze keuzes zijn op het moment nog niet concreet, denk hierbij aan de precieze locatie waarop zonnepanelen op veld gerealiseerd zullen worden. De analyse geeft een overzichtelijk beeld van te verwachten knelpunten en de mogelijke oplossingen hiervoor. Een nieuwe analyse is in 024 te verwachten. Uit de meest recente netimpactanalyse valt voor de regio Midden-Holland het volgende op te maken: ● ●

●

●

●

●

In de regio is met name sprake van (toekomstige) congestie voor afname. Voor opwek zijn vooralsnog meer mogelijkheden. Op zeven zogeheten hoog- en middenspanningsstations in de regio, met name in Zuidplas, kunnen knelpunten optreden als gevolg van de ambitie voor opwekking. Op de overige van de hoog- en middenspanningsstations worden geen opwek-knelpunten voorzien. Voor het wegnemen van deze knelpunten worden twee stations uitgebreid en drie nieuwe stations gebouwd. Hierdoor wordt de opwekcapaciteit (zowel bestaand als additioneel) beter verspreid over de stations. Daarnaast zal het nieuwe hoofdstation Woerden-Zuid een deel van de belasting van hoofdstation IJsseldijk overnemen. De werkzaamheden rondom uitbreiding en nieuwbouw worden naar verwachting uiterlijk 2030 afgerond. Dit kan betekenen dat projecten voor de opwekking van hernieuwbare energie die voor die tijd vergund zijn en voor 2030 gerealiseerd dienen te zijn, te maken krijgen met schaarste op het net waardoor er niet kan worden teruggeleverd. In de prioritering van projecten naar vergunningverlening dient hiermee rekening te worden gehouden. Door het grote aandeel van grootschalig zon op dak zijn forse aanpassingen nodig in de lagere netvlakken.

Hierbij is additionele fysieke ruimte noodzakelijk voor het bijplaatsen van distributieruimtes op wijkniveau, denk aan capaciteitsgestuurde leveringscontracten en het 'local4local’-principe. De totale kosten ca. € 120 – € 141 miljoen bedragen en circa 15.000 – 20.500 m2 additionele ruimte verspreid over de regio benodigd is voor deze netinfrastructuur. Het gros van deze investeringen is al voorzien in het investeringsplan van de netbeheerders. De benodigde investering om het verwachte knelpunt in station Langeland Zuid op te lossen, zal opgenomen worden in het eerstvolgende investeringsplan.

In Zuidplas is, gegeven het hoge aantal knelpunten voor opwekking en afname, op 14 februari 2023 door Netbeheerder Stedin reeds netcongestie afgekondigd. Zowel voor opwek als voor afname gelden restricties voor nieuwe en bestaande gebruikers. Al met al zijn er restricties met betrekking tot netcongestie en opwek, die van belang zijn voor de organisatie van het Programma zon op veld. Hiermee zal in de verdere uitwerking richting vergunningverlening rekening worden gehouden.

2.3 Opbouw en samenhang van de ruimtelijke instrumenten Het Programma zon op veld, dat drie afzonderlijke ruimtelijke instrumenten beschrijft, geeft antwoord op de vraag ‘op welke wijze worden projecten stapsgewijs begeleid tot aan de vergunningverlening?’. Onderstaand schema geeft deze stappen weer alsmede de samenhang tussen de afzonderlijke ruimtelijke instrumenten. 12

Figuur 2 - Programma Zon op veld met ruimtelijke instrumenten

Deze ruimtelijke instrumenten leiden er gezamenlijk toe dat kwalitatief goede projecten op de juiste locaties worden vergund. De instrumenten zijn vooraf bekend, bij bevoegde gezagen, initiatiefnemers en voor de omgeving (inwoners, bedrijven en andere instanties). Initiatiefnemers kunnen hierdoor zo goed mogelijk voorsorteren op het aanleveren van een kwalitatief project.

2.4 Kansenkaart De kansenkaart heeft als doel om in de regio onderscheid te maken tussen kansrijke en niet kansrijke gebieden voor de opwek van zon op veld binnen de vastgestelde zoekgebieden uit de RES 1.0. Het houdt in: ● ● ●

Een detaillering van de zoekgebieden. Een multicriteria-analyse met criteria zorgt voor elk zoekgebied voor een score ten aanzien van de mate van kansrijkheid van dat zoekgebied. Door vergelijking van de scores wordt duidelijk welke projecten als meest wenselijk worden aangemerkt.

De kansenkaart biedt initiatiefnemers in een oogwenk inzicht in de kansrijkheid van een locatie door zoekgebieden aan te wijzen. Met die zoekgebieden vindt regionale sturing plaats op de realisatie van initiatieven binnen de aangewezen kansrijke gebieden. De kansrijkheid vloeit voort uit een samenstelling van belangrijke criteria aan de hand waarvan een gebied wel of niet geschikt blijkt te zijn voor zonneparken. Deze criteria zijn: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

type zoekgebied (langs infrastructuur, op agrarische gronden of in transitiegebieden); bodemtype (klei of veengronden); natuurwaarden - aanwezigheid van natuurgebieden; recreatiewaarden - aanwezigheid van recreatiegebieden; geplande ontwikkelingen; netaansluiting; netimpact; archeologische waarden; cultuurhistorische waarden; gebiedsspecifieke meekoppelkansen; landbouw- en landschappelijke waarden.

13

In het beleidsparticipatietraject over de ruimtelijke instrumenten, voorafgaand aan het vaststellen van het programma, zijn deze criteria zorgvuldig getoetst en gewogen bij omwonenden in enquêtes, straatgesprekken, excursies en stakeholdersbijeenkomsten. Mate van kansrijkheid Met de kansenkaart worden zoekgebieden onderscheiden in kansrijk, matig kansrijk of niet kansrijk, bepaald op basis van eerder genoemde criteria. In de regio zijn op dit moment enkel kansrijke en niet kansrijke zoekgebieden aangewezen. Beoordeling

Groen gebied

Oranje gebied

Rood gebied

Definitie Redelijk kansrijk tot kansrijk: Het gebied is geschikt voor de realisatie van zonnepanelen op veld. Dit beïnvloedt de beoordeling van een plan positief. Het is niet zo dat een project op deze gebieden per definitie als wenselijk wordt gezien. Initiatiefnemers dienen de criteria van het afwegingskader in acht te nemen bij de verdere uitwerking van hun plan. Matig kansrijk Het gebied is minder geschikt voor zonnepanelen op veld. Dit beïnvloedt de beoordeling van een plan negatief. Of een project op dit gebied als wenselijk wordt gezien is mede a ankelijk van de beoordeling van het plan op andere thema’s. Initiatiefnemers dienen de criteria van het afwegingskader in acht te nemen bij de verdere uitwerking van hun plan. Niet kansrijk Dit gebied is niet geschikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Een project wordt per definitie niet als wenselijk gezien. Het advies is om gebruik te maken van kansen voor zonnevelden in andere gebieden.

Tabel 1 - Indeling kansrijkheid zoekgebieden

De kansenkaart ziet er als volgt uit.

Figuur 3 - Kansenkaart Zon op veld Midden-Holland

14

Tegemoetkomend aan de landelijke en regionale zonneladder , en op basis van de criteria en het participatietraject worden binnen het totaal aan zoekgebieden de kansrijke zoekgebieden in twee segmenten vrijgegeven. Het eerste segment betreft voornamelijk zoekgebieden langs infrastructuur. De verwachting is dat de volledige opgave binnen deze zoekgebieden kan worden voldaan. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn, kan ervoor worden gekozen het tweede segment vrij te geven. Dit tweede segment betreft voornamelijk kansrijke gebieden op agrarische gronden. Enkel voor het eerste segment wordt een planning afgegeven. Het tweede segment zal alleen worden vrijgegeven als daar aanleiding voor is. Hiernaast worden, conform de zonneladder, projecten op dak, parkeerterreinen, waterbassins, geluidschermen, bestaande infrastructuur, boerenerven, stortplaatsen of bebouwing uitgesloten van deelname aan het programma, om de vergunningverlening hiervoor te bespoedigen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 2.6. Kansrijke zoekgebieden Hieronder volgt de lijst met kansrijke zoekgebieden die in de regio worden vrijgegeven.

Zoekgebied Polder Westeinde Waarder Noord Driehoek N11/N459/Nespad A12/Boerderijweg/Enkele Wiericke Binnenpolder Oost (Dammekant) Zoutman-West Gouda buitengebied Krimpenerhout Tweede Bloksweg Waddinxveen Knoop A12/A20/N457 Bredeweg - Noordelijke Dwarsweg - A12 (A12/N219 knoop) Groen energielandschap Moerkapelle Zuid (A12/Swanlaweg) Restveengebied

Gemeente Bodegraven Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Waddinxveen

Type Langs infrastructuur Langs infrastructuur Langs infrastructuur Langs infrastructuur Langs infrastructuur Langs infrastructuur Agrarisch gebied Langs infrastructuur Langs infrastructuur

Zuidplas

Langs infrastructuur

Zuidplas Zuidplas Zuidplas

In transitiegebied Langs infrastructuur In transitiegebied

Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk

Type Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied

Tabel 2 - Eerste segment zoekgebieden

Zoekgebied Polder Middelburg Polder Westeinde Waarder Oost Tempelpolder Oost Tempelpolder West Tempelpolder Zuid Tabel 3 - Tweede segment zoekgebieden

Ieder zoekgebied heeft op basis van de voornoemde criteria een score toebedeeld gekregen. Deze score is onderdeel van de criteria van het afwegingskader en telt mee in de beoordeling van een initiatief binnen de prioritering. In paragraaf 2.6 wordt over de prioritering meer toegelicht. De kansenkaart wordt gepubliceerd op een nader in te richten website, in de vorm van een uitnodiging aan de omgeving. Vanaf dat moment kunnen initiatiefnemers en omwonenden de

15

kansenkaart raadplegen en zal dit onderdeel zijn van het toetsings- en prioriteringstraject binnen het Programma zon op veld. In bijlage 5.2 is een uitgebreidere beschrijving van de criteria en de werking van de kansenkaart in relatie tot de andere ruimtelijke instrumenten weergegeven in de vorm van een handreiking.

2.5 Gebiedsbeschrijvingen Voor de onderbouwing van de kansrijkheid van ieder zoekgebied én de duiding van gebiedsspecifieke kenmerken, zijn voor ieder kansrijk zoekgebied gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Het doel van de gebiedsbeschrijvingen is om: ● De kansrijkheid van een zoekgebied in de kansenkaart te ondersteunen of te nuanceren met onderbouwing en om de navolgbaarheid van de gegeven score te duiden. ● Gebiedsspecifieke, landschappelijke kenmerken om inpassing van zonnepanelen en aansluiting op gebiedsspecifieke meekoppelkansen te duiden. Meekoppelkansen kunnen in de praktijk worden ingevuld door het combineren van een project met andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een natuurontwikkeling of transitie in de landbouw. De gebiedsbeschrijvingen zijn aanvullend op de kansenkaart; zo dienen projecten aan te sluiten op de gebiedsspecifieke kenmerken uit de gebiedsbeschrijving. Voor ieder zoekgebied is een gebiedsbeschrijving opgesteld. Voor de zoekgebieden die kansrijk zijn is een verdiepend onderzoek gedaan naar gebiedsspecifieke kenmerken, zodat initiatiefnemers hier beter op kunnen aansluiten. In het beleidsparticipatietraject zijn de zoekgebieden zorgvuldig getoetst en gewogen bij omwonenden in enquêtes, straatgesprekken, excursies en stakeholdersbijeenkomsten. De gebiedsbeschrijvingen worden als bijlage van de kansenkaart gepubliceerd in de nader te vormen uitnodiging.

Vanaf dat moment kunnen initiatiefnemers en omwonenden de kansenkaart en gebiedsbeschrijvingen raadplegen en zullen deze onderdeel zijn van het prioriterings- en beoordelingstraject binnen het Programma zon op veld. In bijlage 5.2 is een uitgebreidere beschrijving van de gebiedsbeschrijvingen als onderdeel van de kansenkaart en in relatie tot de andere ruimtelijke instrumenten weergegeven in de vorm van een handreiking. De gebiedsbeschrijvingen van de kansrijke zoekgebieden, zowel de zoekgebieden die in eerste instantie worden vrijgegeven als de zoekgebieden die optioneel later worden vrijgegeven, zijn aan de bijlagen van dit document toegevoegd.

2.6 Afwegingskader Het afwegingskader heeft als doel om de wenselijkheid van initiatieven voor de regio te bepalen, binnen gebieden die in de kansenkaart als kansrijk worden geacht. Alleen wenselijke initiatieven, dat wil zeggen initiatieven die binnen het afwegingskader als wenselijk worden beoordeeld, komen in de regio in aanmerking voor het toegekend krijgen van een omgevingsvergunning. Het afwegingskader is daarmee een voorportaal van de vergunningverlening. De vergunningverlening zelf vindt onveranderd door het bevoegd gezag plaats. De methode betreft een multicriteria-analyse die voor elk initiatief een oordeel geeft over de wenselijkheid ervan. Op basis van een set criteria die kwantitatief kunnen worden ‘gescoord’, krijgt ieder initiatief een score toebedeeld. De initiatieven met de hoogste score zijn het meest wenselijk.

16

Voorwaarden Belangrijk voor initiatiefnemers en ontwikkelaars zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling binnen het afwegingskader: ● ● ● ● ● ●

Eenieder die een initiatief voor zonnepanelen op veld wil realiseren en daarmee vergunningsplichtig is, kan zich als ‘initiatiefnemer’ opgeven. Een initiatief dient te voldoen aan de minimale eisen op ieder criterium binnen het afwegingskader. Een initiatief dient te liggen in één van de kansrijke zoekgebieden die zijn gepubliceerd binnen de kansenkaart. Een initiatief mag niet op Rijksvastgoed- en Rijksgrond liggen. Een initiatief dient afgestemd en akkoord te zijn bevonden door de eigenaar van de grond waarop het initiatief dient te worden ontwikkeld. Een initiatief dient te voldoen aan het toepassingsbereik voor een zonneveld zoals opgenomen in het omgevingsbeleid van de provincie

Uitzonderingen Er zijn enkele uitzonderingen voor projecten die wel vergunningplichtig zijn, maar waar prioritering middels het afwegingskader en daarmee het programma zon op veld niet van toepassing is. Deze projecten kunnen bij het bevoegd gezag direct een omgevingsvergunning aanvragen en die omgevingsvergunningen kunnen worden verleend als de aanvragen voldoen aan alle voorwaarden voor provinciaal en gemeentelijk beleid aangaande de ruimtelijke kwaliteit en beleid en regelgeving vanuit de waterschappen. Het gaat hier om een omgevingsvergunning waarvoor een Bopa-procedure kan worden toegepast. De uitzonderingen betreffen: ● ● ● ● ● ●

Projecten voor zon op veld met een omvang kleiner dan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld. Projecten voor zon op parkeerterreinen (solar carports). Projecten voor zon op waterbassins. Projecten voor zon op geluidsschermen. Projecten voor zon op bestaande infrastructuur (zoals taluds). Projecten voor zon op boerenerven, stortplaatsen of bebouwing.

Bij projecten met een omvang kleiner dan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld wordt gedacht aan kleine velden gericht op de opwek van eigen energie. Voor deze uitzondering is gekozen om particuliere eigenaren niet onnodig in het afwegingskader van het programma op te nemen. Bij realisatie van dergelijke kleine velden blijven ruimtelijke kwaliteit en inpassing onverminderd van toepassing. Voor andere projecten die niet tot deze uitzonderingscategorie behoren is het niet de bedoeling dat daarvoor afzonderlijke omgevingsvergunningen worden aangevraagd, buiten de openstellingstermijnen van het programma zon op veld. Een aanvraag zal worden afgewezen. Zie hiervoor paragraaf 2.1 van dit programma.

17

Criteria Het afwegingskader biedt de regio een kader waarbinnen initiatieven ten opzichte van elkaar op meerdere kwalitatieve factoren worden beoordeeld. Zo is eenduidig inzicht te verkrijgen waar een project op voorhand in de regio aan dient te voldoen, en op welke manier een initiatiefnemer de wenselijkheid van het project kan vergroten door te streven naar hogere scores. De wenselijkheid van een project is een optelsom van scores op criteria die door de regio belangrijk worden gevonden, te weten: ● ● ● ● ● ● ● ● ●

de locatie op de kansenkaart; gebiedsspecifieke meekoppelkansen; landschappelijke inpassing; ontwerp; biodiversiteit; veiligheid en gezondheid; participatie – projectparticipatie; participatie - lokaal eigendom; netbeheer.

In het beleidsparticipatietraject zijn deze criteria zorgvuldig getoetst en gewogen bij omwonenden in enquêtes, straatgesprekken, excursies en stakeholdersbijeenkomsten. Sommige criteria overlappen, zo komen natuurinclusieve ontwerpen terug in de criteria landschappelijke inpassing, ontwerp en biodiversiteit. In de beoordeling van initiatieven wordt hiermee rekening gehouden. Bijzondere aandacht gaat uit naar participatie in de vorm van projectparticipatie en de gelegenheid voor de samenleving om te participeren in financiële deelname aan projecten. Iedere gemeente stelt zelf het beleid en regelgeving voor lokaal eigendom vast. Initiatiefnemers worden gevraagd een plan op te stellen op welke manier invulling wordt gegeven aan deze vormen van participatie. De criteria van het afwegingskader worden gepubliceerd samen met kansenkaart en gebiedsbeschrijvingen. Vanaf dat moment kunnen initiatiefnemers en omwonenden de criteria raadplegen en zullen deze onderdeel zijn van het prioriterings- en beoordelingstraject binnen het Programma zon op veld. In bijlage 5.3 is een uitgebreidere beschrijving van de criteria en de werking van het afwegingskader in relatie tot de andere ruimtelijke instrumenten weergegeven in de vorm van een handreiking. Wenselijke projecten Ieder project dat wenselijk wordt geacht, scoort minimaal voldoende op alle criteria in het afwegingskader.

Maar niet ieder initiatief dat voldoende scoort, is wenselijk. Dit hangt af van het totaal aan initiatieven dat nodig is om de ambitie te halen. Startend met het hoogst geprioriteerde initiatief wordt vervolgens de bijdrage aan de ambitie opgeteld, doorwerkend tot het initiatief waarmee het bod wat op dat moment noodzakelijk is, is behaald. Er wordt hierbij tevens rekening gehouden met een overprogrammering van 20% op het totaal beoogde vermogen om projecten die mogelijk alsnog afvallen te compenseren.

18

De initiatieven die binnen de marge vallen om het bod te halen, krijgen prioriteit en zijn conform de methodiek ‘wenselijk’. De overige initiatieven, ongeacht hun score, zijn dat niet en zijn daarmee ‘niet wenselijk’. Er kunnen zich hierdoor enkele situaties voordoen: ●

●

●

Het kan zijn dat een initiatief eerst wenselijk is, maar door de komst van een ander initiatief dat hoger scoort of de verlaging van de ambitie, ineens niet meer. Andersom kan dit ook, een initiatief dat eerst niet wenselijk is, kan door de verhoging van de ambitie of het wegvallen van andere initiatieven, ineens wél wenselijk zijn. Het kan zijn dat te weinig initiatieven worden ingebracht. Hierdoor zijn mogelijk alle initiatieven die de minimale eis hebben gehaald, wenselijk om de beoogde ambitie alsnog te kunnen halen. Het kan zijn dat er een initiatief met een zeer grote bijdrage aan het bod bovenaan de prioriteitenlijst staat. Hierdoor is het totaal aantal wenselijke projecten mogelijk erg gering.

De wenselijkheid wordt op deze manier behaald door het simpele feit of de ambitie met het beoogde aantal projecten wordt gehaald of niet.

19

3 Toepassing van het programma 3.1 Stappenplan Programma zon op veld De inzet van de verschillende ruimtelijke instrumenten leidt tot besluiten over het al dan niet vergunnen van projecten. Het bevoegde gezag, de initiatiefnemer en de omgeving vervullen ieder hun eigen rol (zie schema).

Figuur 1 (herhaald) - Stappenplan

Stap 0. Vaststelling en vooraankondiging Vaststelling van het programma met kansenkaart, gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader. Het college stelt het Programma zon op veld vast en daarmee de kansenkaart, gebiedsbeschrijvingen en het afwegingskader. De gemeenteraad neemt vooraf aan de besluitvorming kennis van het programma en wordt gevraagd het besluit te nemen om niet over te gaan tot het indienen van wensen en bedenkingen.. Daarmee krijgen de gemeenteraden, colleges, initiatiefnemers en omgeving inzicht in de mogelijkheden die worden geboden voor het faciliteren van projecten voor zon op veld. De eigenaren van gronden binnen de aangewezen zoekgebieden op de kansenkaart en die kansrijk zijn, worden geïnformeerd over het proces. Specifiek krijgen zij de informatie over de kaders en de spelregels die van belang zijn voor degene die een project voor de betreffende gronden wil aanmelden. Tevens wordt duidelijk aangegeven op welke wijze de grondeigenaar overleg met de organisatie van dit proces kan hebben, mocht men daar aan het begin of gaandeweg het proces behoefte aan hebben. De grondeigenaren zijn geïnformeerd, nadat de colleges het concept-programma hebben behandeld, en gelijktijdig met het vrijgeven van het programma voor een ‘wensen en bedenkingen’ procedure bij de gemeenteraad.

Andere eigenaren, buiten de kansrijke gebieden op de kansenkaart, worden niet nadrukkelijk geïnformeerd.

20

Stap 1. Publicatie De initiatiefnemer stemt initiatief af op kansenkaart,afwegingskader en gebiedsbeschrijvingen. Na vaststelling van het Programma zon op veld wordt het programma en de daarvan deel uitmakende ruimtelijke instrumenten gepubliceerd op een nader in te richten RES-portaal (website). Met de publicatie worden de werking, de termijnen van openstelling voor het indienen van projecten en de manier van aanmelden duidelijk aangegeven. Ook wordt duidelijk gemaakt hoeveel rondes van openstelling er zullen zijn, zowel voor het realiseren van het bod tot 2030 als voor eventuele daaropvolgende ambities. De publicatie wordt breed gecommuniceerd. Door het programma met de afzonderlijke ruimtelijke instrumenten eenvoudig beschikbaar te stellen wordt ook een zo breed mogelijk publiek van omwonenden en initiatiefnemers op de hoogte gesteld van de gepubliceerde ruimtelijke instrumenten. Met de brede publicatie wordt geborgd dat: ● Projecten binnen de zoekgebieden worden gerealiseerd. ● Duidelijk is welke locaties binnen de vastgestelde zoekgebieden kansrijk zijn. ● Inzichtelijk is met welke ruimtelijk-landschappelijke kenmerken rekening wordt gehouden. ● Op welke wijze met andere aspecten in de omgeving, zoals belangen van inwoners, rekening is gehouden. ● De meekoppelkansen en gebiedsspecifieke eigenschappen waar projecten het beste op kunnen aansluiten, duidelijk zijn. Stap 2a.

Eerste openstellingstermijn De initiatiefnemer dient het project in bij de betreffende gemeente of bij de RES regio. De initiatiefnemer kan binnen een vastgestelde termijn het project indienen via het portaal, zodat deze wordt meegenomen in de toetsing en de prioritering. Het beste project op de meest kansrijke locatie krijgt de hoogste prioriteit. Gedurende de openstellingstermijn worden er geen uitspraken naar de initiatiefnemers gedaan over de wenselijkheid van het initiatief. Wel bepaalt de ona ankelijke partij die de initiatieven zal gaan beoordelen al in deze fase samen met de betreffende ambtenaren bij de gemeenten de binnenkomende initiatieven. Tijdens deze fase zullen de ona ankelijke partij en gemeenteambtenaren op ruimtelijke ordening vanuit de betreffende gemeenten samenwerken om de binnenkomende initiatieven te beoordelen en af te wegen op basis van de kansenkaart en de criteria uit de gebiedsbeschrijvingen en het afwegingskader. Stap 2b. Tussentijdse toets De externe ona ankelijke partij toetst de initiatieven en stelt een advies met tussentijdse prioritering op. Na de eerste termijn komt de ona ankelijke partij samen om de reeds ingediende en beoordeelde initiatieven nog eens eenduidig te toetsen om te komen tot een gelijkwaardige beoordeling voor ieder initiatief.

21

Hierna stelt ze een tussentijdse prioritering op. Deze prioritering wordt als voortgangsrapportage ter informatie aangeboden aan de Kerngroep (de ambtelijke vertegenwoordiging in het RES programma) en de Stuurgroep (de politieke- en maatschappelijke vertegenwoordiging in het RES programma. De stuurgroep legt het voor aan de colleges. Op de prioritering staan enkel projecten die aan de minimale eisen voldoen. Het kan zijn dat zoveel projecten zijn ingediend dat de ambitie ruimschoots gehaald wordt. Dan zullen projecten die wel aan de minimale eisen voldoen maar minder wenselijk zijn dan anderen, niet geprioriteerd worden. Het kan ook zo zijn dat ieder project dat aan de minimale eisen voldoet nodig is om de regionale ambitie te halen en dat er nog steeds een restopgave overblijft. De externe ona ankelijke partij geeft dan aan welke acties kunnen worden overwogen om de ambitie alsnog te halen. Het tussentijdse rapport bevat daarmee de volgende elementen en uitgangspunten: ●

●

De lijst geprioriteerde projecten bevat het aantal projecten dat nodig is om de beoogde ambitie voor zon op veld te behalen, plus een reservering van 20% extra capaciteit, rekening houdend met enige uitval in de vervolgfases van vergunningverlening en realisatie. Er zal tevens gerapporteerd worden over: ○ Het openstellen van additionele kansrijke zoekgebieden. ○ Het wijzigen van criteria en voorwaarden binnen het programma. ○ Eventuele noodzaak voor herijking.

Stap 3a. Tweede openstellingstermijn De externe ona ankelijke partij koppelt de stand van prioritering terug aan initiatiefnemers en deze krijgen de kans nieuwe initiatieven in te dienen en bestaande te verbeteren. Na het opstellen van de tussentijdse prioritering en parallel aan het aanbieden ervan aan de colleges worden de initiatiefnemers gecontacteerd. ●

Projecten die als wenselijk worden beoordeeld krijgen teruggekoppeld wat op dat moment ten opzichte van andere initiatieven, de score van wenselijkheid van hun initiatief is en op welke manier ze dit nog verder kunnen verbeteren.

●

Projecten die niet voldoen aan de minimale eisen worden uitgenodigd hun project te verbeteren binnen deze tweede termijn.

Zonder details van andere initiatieven prijs te geven kunnen alle initiatiefnemers gestimuleerd worden hun project op onderdelen te verbeteren. Vervolgens krijgen initiatiefnemers de kans hun initiatief te verbeteren of een nieuw initiatief in te dienen. Ook initiatiefnemers die in de eerste ronde niet hebben meegedongen kunnen zich aanmelden. Kleine initiatiefnemers, zoals lokale organisaties die gedurende de eerste ronde een initiatief hebben ingediend, kunnen gebruikmaken van begeleiding vanuit de ona ankelijke externe partij en van ambtelijke ondersteuning vanuit gemeenten. Deze begeleiding dient ertoe het initiatief te verbeteren.

22

Stap 3b. Definitieve toets De externe ona ankelijke partij toetst opnieuw de ingediende, verbeterde projecten en stelt hierover een definitief advies op. Na het verstrijken van de tweede termijn is het niet meer mogelijk om een initiatief in te dienen. Eventuele latere aanvragen worden terzijde gelegd, omdat deze niet passen binnen de spelregels van het programma. Het programma is gericht op tijdige verlening van vergunningen voor het realiseren van projecten met de hoogste kwaliteit. Als een project niet binnen het stramien van het programma wordt ingediend en door de aangegeven tijdspaden van het programma niet kan worden beoordeeld, kan het dus ook niet als meest wenselijke worden aangemerkt. De aangepaste projecten worden door de externe ona ankelijke partij opnieuw getoetst. Vervolgens vindt opnieuw een definitieve prioritering plaats. Daarnaast schrijft de externe ona ankelijke partij een definitief advies onder welke voorwaarden de projecten kunnen worden vergund. In het advies wordt, naast de onderwerpen die tijdens de tussentijdse rapportage tevens zijn behandeld, ook de verdeling van projecten over de regio besproken. Bij een onevenredige verdeling van projecten over de verschillende zoekgebieden, dat wil zeggen bij een afwijking van meer dan 20%, wordt hierover geadviseerd.

Het advies met daarin de definitieve prioritering wordt wederom aan de Kerngroep en de Stuurgroep van de RES aangeboden. Stap 4. Advies aan colleges en raden Het definitieve advies met prioritering van wenselijke projecten wordt ter besluit voorgelegd met de intentie om aan deze projecten ook daadwerkelijk vergunningen te verlenen. De kerngroep legt het definitieve advies voor aan de colleges. Het gehele advies wordt ter informatie voorgelegd, de adviezen en de te vergunnen projecten voor specifieke gemeenten worden ter besluitvorming voorgelegd in de gemeenten waar de initiatieven beoogd zijn. De gemeenteraden wordt gevraagd kennis te nemen van het advies en te besluiten niet over te gaan op wensen en bedenkingen. Het doel van het collegebesluit en het raadsbesluit om niet over te gaan op wensen en bedenkingen is dat al vóór de vergunningsaanvraag de regionale colleges en raden op één lijn zitten wat betreft de wenselijkheid over de te realiseren projecten. Met het besluit wordt de intentie uitgesproken de gewenste projecten ook te vergunnen bij een uitgewerkte vergunningsaanvraag. Op deze wijze kan de vergunningverlening zelf binnen de gemeenten bespoedigd worden. Stap 5.

Bekendmaking definitieve prioritering en verstrekking bevestigingsbrieven Op basis van de vastgestelde prioritering worden de initiatiefnemers van de wenselijke initiatieven verzocht een omgevingsvergunning aan te vragen. Na vaststelling van de prioritering door de colleges en na het besluit van de gemeenteraden om niet over te gaan op wensen en bedenkingen, worden de initiatiefnemers schriftelijk geïnformeerd. In deze brief staat onder welke voorwaarden een initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor het

23

betreffende project kan aanvragen. Alleen initiatieven die deze bevestigingsbrief hebben ontvangen komen in aanmerking voor een omgevingsvergunning. Stap 6. Uitwerking projecten, aanvraag en verlening omgevingsvergunning De initiatiefnemer werkt het project uit en maakt dit gereed voor het indienen van een vergunningaanvraag, inclusief participatie Op basis van de bevestigingsbrief gaat de initiatiefnemer aan de slag. In deze stap verrichten initiatiefnemers samen met de omgeving ook projectparticipatie en uitwerking van het aspect lokaal eigendom, wat door de colleges van iedere gemeente afzonderlijk wordt vastgesteld. De omgevingsvergunning wordt vervolgens aangevraagd bij de gemeente. De omgevingsvergunning wordt verleend op basis van de brief die is meegegeven aan ieder wenselijk project en op basis van het afwegingskader, en daarmee ook aan de wettelijke vereisten en regelgeving van de bevoegde gezagen zoals de gemeenten, waterschappen en provincie. Het programma is niet betrokken bij het verlenen van de vergunning, dit is en blijft een taak van het bevoegde gezag.Tevens betrekt het bevoegde gezag in dit stadium van besluitvorming tussentijds andere actuele ontwikkelingen, zoals keuzes ten aanzien van nieuwe woningbouwlocatie, die alsnog verlening van een omgevingsvergunning voor een project zon op veld in de weg staat.

De verwachting is dat, door de regionale voorbereiding en betrokkenheid van experts, colleges en gemeenteraden in het voortraject, de vergunningverlening zelf snel verloopt. Stap 7. Realisatie Nadat de omgevingsvergunning is verleend, kan het project worden gerealiseerd. Het bevoegde gezag houdt bij of de realisatie tot stand komt en koppelt dit periodiek terug aan de externe ona ankelijke partij voor monitoring.

24

3.2 Tijdsplanning

Stappen Programma zon op veld

Startdatum

Vaststelling colleges

Q1 2024

Stap 0.

Vooraankondiging

Q1 2024

Stap 1.

Publicatie programma

Q1 2024

Stap 2a. Eerste openstellingstermijn (1 maand)

Q2 2024

Stap 2b. Tussentijdse toets

Q2 2024

Stap 3a. Tweede openstellingstermijn (1 maand)

Q2 2024

Stap 3b. Definitieve toets

Q2 2024

Stap 4a. Advies aan kerngroep RES

Q3 2024

Stap 4b. Advies naar Stuurgroep

Q3 2024

Stap 4c. Advies naar colleges

Q4 2024

Stap 4d.

Advies ter informatie naar raad met besluit niet over te gaan op wensen en bedenkingen

Stap 4e. Instemmen met advies door colleges Stap 5.

Bekendmaking definitieve prioritering en verstrekking bevestigingsbrieven

Stap 6a. Uitwerking projecten

Q4 2024 Q4 2024 Q1 2025 Q1 en Q2 2025

Stap 6b. aanvraag omgevingsvergunning

Q3 2025

Stap 6c. Verlenen omgevingsvergunning door bevoegd gezag

Q4 2025

Stap 7.

Realisatie Ambitie gehaald

vanaf Q1 2026 2030

Tabel 4 - Tijdsplanning

25

3.3 Rollen van betrokken partijen bij het realiseren van het Programma zon op veld Voor het realiseren van de doelstelling voor zon op veld zijn de genoemde ruimtelijke instrumenten ontwikkeld. Betrokken partijen gaan de volgende rollen hierin vervullen: Inzet externe ona ankelijke partij voor advisering en voorbereiding van besluiten Voor de toetsing van de projecten die voor zon op veld worden ingediend, wordt een externe ona ankelijke partij voor zon op veld ingesteld. De externe ona ankelijke partij heeft een adviserende rol in de voorbereiding van besluiten die het bevoegde gezag uiteindelijk zelf neemt. Verwacht wordt dat een aanzienlijk aantal projecten wordt ingediend. Om slagvaardig en uniform alle ingediende projecten te kunnen toetsen en prioriteren is een externe ona ankelijke partij nodig. Uniformiteit en hoogwaardige kwaliteit van het advies zijn essentieel, gelet op de impact van de projecten in de samenleving. Ook vanuit urgentie is een externe ona ankelijke partij nodig. Verantwoordelijkheden stakeholders Voor het invullen van de regionale RES-ambitie met projecten voor zon op veld hebben diverse stakeholders een eigen verantwoordelijkheid. In het overzicht wordt hiervoor een voorstel gedaan voor zover het de provincie en gemeenten betreft. Dit overzicht is in feite een samenvatting van de werkwijze en rollen die in hoofdstukken 3 en 4 zijn onderscheiden.

26

Activiteit

Initiatiefnemer

Omgeving

Externe ona ankelijke partij voor zon op veld

Stap 0. Vaststelling en vooraankondiging Programma zon op veld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738106/1