CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van Uitgangspunten Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder A23.001215

Gemeenteraad 10 oktober 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van Uitgangspunten en Grondexploitatie Fase 1a Ontwikkeling Middengebied23.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20

b. Rotterdam Alexander via Nieuwerkerk aan den IJssel en Capelle Centrum. c. Zoetermeer-Lansingerland. d. Rotterdam Alexander en Gouda, rechtstreeks over eigen businfrastructuur. v. Optimale doorstroming binnen en buiten het dorp voor het OV, zo mogelijk worden er aanpassingen gedaan aan de omliggende wegen om met de bus files te vermijden. vi. We ambiëren een bus die iedere 5 –15 minuten rijdt (HOV). f. Deelmobiliteit: Deelmobiliteit vormt een aanvulling op de mobiliteitsopties die mensen al hebben, bijvoorbeeld in de vorm van deelbakfietsen en deelauto’s. g. Logistiek en afval: i. We beperken logistieke bewegingen in het Vijfde Dorp zoveel mogelijk en de logistieke bewegingen die er zijn worden slim en veilig ingericht om zo veel mogelijk verkeersoverlast te voorkomen. ii. Logistieke bewegingen in het Vijfde Dorp scheiden we zoveel mogelijk van de verkeersbewegingen van scholieren/kinderen om conflicten te voorkomen. iii. Bevoorrading van winkels en bedrijven geschiedt via slimme inprikkers in het centrumgebied. iv. Straten worden ingericht voor afhaalverzameling uit ondergrondse afvalcontainers en afvalverzamelingsplekken. h. De Groene Slinger: De Slinger is de ´ringweg´ van het dorp. Vanaf De Groene Slinger wordt het dorp naar de omgeving ontsloten.

Op de Slinger is er ruimte voor ontsluiting van de automobiliteit en wordt de verkeersruimte niet gedeeld met langzaam verkeer. De Slinger krijgt een snelheidsregime van 30 km/uur. i. Auto te gast, in het gebied buiten de Hartlijnen: In het Vijfde Dorp is de auto is te gast, zoveel mogelijk straten worden ingericht als verblijfsgebied (geen parkeren in de woonstraten, met enkele uitzonderingen voor mindervalide parkeren). Het gebied binnen de Hartlijnen wordt autovrij ingericht (maar blijft toegankelijk voor hulpdiensten). In het dorp wordt autoverkeer op de Hartlijnen onmogelijk gemaakt (met uitzondering van (H)OV op de Noordelijke Hartlijn). j. Parkeren: Parkeren is het sluitstuk van het mobiliteitsconcept. De parkeernorm volgt uit de realisatie van beoogde ambities en uitgangspunten ten aanzien van alternatieven voor de auto, hub’s en OV58. De parkeernorm is afhankelijk van de beschikbaarheid van duurzame alternatieven in het dorp ten opzichte van de privéauto. De ambitienorm daarbij is een gemiddelde parkeernorm van 1.1 (inclusief bezoekers en voorzieningenparkeren, uitgaande van dubbelgebruik). a. Geen parkeren in de openbare ruimte aan de straat, met uitzondering van mindervalide parkeren en deelmobiliteit. b. De hubs liggen op een maximum loopafstand van 250 meter. c.

De hubs zijn ontsloten vanaf hoofdstructuur van het dorp (bijvoorbeeld een deel van de Groene Slinger, Halverwegen, etc.), zodat de woonbuurten zoveel mogelijk autovrij blijven. d. Bezoekers van het dorpshart kunnen parkeren in een gebouwde parkeerhub bij het dorpshart. e. Om een parkeerplek binnen 250 meter lopen voor elke bewoner te kunnen garanderen, ontwikkelt de gemeente een parkeerregime gericht op de financiële ontmoediging van de tweede (en volgende) auto(s) in het Vijfde Dorp. k. Multifunctionele hubs: Parkeren gebeurt in multifunctionele hubs, waarin ook andere buurtfuncties zijn ondergebracht zoals een buurthuiskamer (sociaal programma), pakkettenwand, onderhoudspunt voor fietsen, flexwerkplek en buurtbatterij59. Ook vindt de overstap van modaliteiten vaak plaats in een hub. De hubs zijn een veilige plek. Waar mogelijk werken we met gebouwde hubs om de grondgebruik zoveel mogelijk te beperken. l. Logistieke bewegingen (formaat bestelbus of groter): Toegankelijkheid voor verkeer voor afvalverzameling, logistiek en calamiteiten wordt zo ingepast dat het niet ten koste gaat van de leefkwaliteit in de openbare ruimte. Waar mogelijk worden deze functies gekoppeld aan hubs. 58

Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis het MER, op basis van het mobiliteitsconcept (bijlage 1). Vormt een afwijking op vigerend beleid. De Nota parkeernormen wordt conform uitgangspunten in deze NvU aangepast. Per fase in de ontwikkeling wordt een parkeerbalans opgesteld om de parkeerbehoefte te bepalen op basis van de uitgangspunten mobiliteitsconcept. 59 Voortbordurend op het Masterplan, is het werken met multifunctionele hubs verankerd in het door het college van B&W voorkeursalternatief mede op basis van het MER, mede op basis van het concept mobiliteitsconcept (bijlage 1).

21

m. Bereikbaarheid zittende bedrijven in het plangebied: Bedrijven in het plangebied kunnen hun huidige (transport)bewegingen voortzetten. Wel stimuleren we de vermindering van gemotoriseerde transportbewegingen en voorkomen we ruimtelijke initiatieven die leiden tot een uitbreiding van gemotoriseerde transportbewegingen zoveel mogelijk. n. Voorkomen extra knelpunten in de auto-infrastructuur: Samen met de bestuurlijke partners van de gemeente Zuidplas (Provincie Zuid-Holland en de leden van de Grondbank RZG) zijn er afspraken gemaakt60 om inframaatregelen te treffen ten behoeve van de autodoorstroming op de omliggende wegen, zodat ander autoverkeer zo min mogelijk extra verkeersoverlast ervaart als gevolg van de toename van autoverkeersbewegingen door de ontwikkeling van het ontwikkelgebied. 4.3.2 Uitgangspunten Langzaam verkeer a. De Zuidelijke Dwarsweg fungeert als belangrijke fietsroute van en naar het Vijfde Dorp. b. Binnen de grenzen van het plangebied verbeteren we de volgende fietsroutes: a. De Zuidelijke Dwarsweg wordt een doorgaande fietsroute tussen Rotterdam Nesselande, het dorpshart en Waddinxveen/Triangel. b. De Hartlijnen verbinden Nieuwerkerk aan den IJssel met het dorpshart van het Vijfde Dorp en Gouda. c. De Middelweg-Bredeweg wordt een fietsroute tussen Moordrecht, het dorpshart van het Vijfde Dorp en Moerkapelle. d.

De Knibbelweg vormt de fietsroute naar Zevenhuizen. c. Fietsers kunnen de Groene Slinger gelijkvloers kruisen en hebben hierbij voorrang. Dit is mogelijk in verband met de lage maximum snelheid op de Slinger61. HOV en OV d. Een HOV-bus kan gebruik maken van een busroute binnen het ontwikkelgebied en zo files binnen het ontwikkelgebied vermijden62. De noordelijke Hartlijn en de Middelweg worden ingericht als drager voor toekomstige OV-structuur. De noordelijke Hartlijn is de route voor het OV dóór het dorp63. Deze busroute kan worden gecombineerd met langzaam verkeer. e. De maximale snelheid voor busroutes in het ontwikkelgebied is 30 km/uur (binnen de bebouwde kom), om het oversteken voor de fietser en voetganger te vergemakkelijken. f. In de nabijheid van de busroute en de OV-haltes wordt een hogere woningdichtheid gehanteerd en worden meer voorzieningen gerealiseerd dan op grotere afstand van het OV, dit bevordert de bezettingsgraad in het Openbaar Vervoer. Gemotoriseerd verkeer a. Het dorp wordt autoluw ingericht. Op de hoofdontsluitingswegen geldt een maximum snelheid van 60 km/uur buiten de bebouwde kom van het Vijfde Dorp. De Groene Slinger en de ontsluitingswegen hebben een verkeersfunctie voor de auto, hier geldt binnen de bebouwde kom een snelheidsregime van 30 km/uur64.

Voor het woongebied binnen de Groene Slinger en in de Watertuinen65 wordt maximaal 15 km/uur gestimuleerd door de inrichting; de auto is hier te gast. b. Doorgaand autoverkeer over Polderlinten en Zuidelijke Dwarsweg wordt onmogelijk gemaakt door strategisch geplaatste knippen (zodra er alternatieven zijn gerealiseerd). Ook andere doorgaande (auto)routes door het Vijfde Dorp worden fysiek onmogelijk gemaakt om sluipverkeer door het Vijfde Dorp te voorkomen. c. De hoofdinfrastructuur ontsluit het Vijfde Dorp met drie ontsluitingswegen vanaf de Moordrechtboog (N457) en de N219. d. De bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II worden voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via de naastgelegen bedrijventerreinen Doelwijk I respectievelijk Gouwepark I. 60

Bestuurlijke Overeenkomst en Deelovereenkomst Mobiliteit Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 62 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER 63 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 64 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 65 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 61

22

e. Goede bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten is een vereiste, zij moeten tot de deur kunnen komen. In het ontwerp van de woon- en leefstraten wordt hier rekening mee gehouden. f. De ondergrondse infrastructuur voor laadvoorzieningen wordt volgens het Bouwbesluit bij de bouw al aangelegd bij alle parkeerplaatsen. Deelmobiliteit a. Voor elke buurt in het Vijfde Dorp is deelmobiliteit beschikbaar, tenminste gekoppeld aan hub’s en/of ov-haltes. b. Er is een gevarieerd deelmobiliteit-aanbod beschikbaar, dat wil zeggen, meer deelmobiliteit beschikbaar dan alleen de deelauto.

“De ambitie voor mobiliteit is gebruik te maken van de strategische ligging van het Middengebied tussen steden, dorpen en OV-knooppunten.”

4.4 Thema: Gezonde leefomgeving, Ecologie en Landschap Masterplanambities: Tegengaan verrommeling en een gezonde leefomgeving met biodiversiteit. In het plangebied wordt een vernieuwd landschap gecreëerd, dat de basis is voor wonen, werken, recreëren, natuur, ecologie en biodiversiteit. Het Middengebied en het dorp krijgen stevige groene structuren die bijdragen aan een gezonde leefomgeving en de ecologische en landschappelijke waarde. 4.4.1 Ambities a. Buitenleven en beweging: Het plangebied nodigt uit tot het buitenleven. Nieuwe en bestaande ecologische en recreatieve routes verbinden het dorp met het landschap. Recreatieve routes/ ommetjes zijn gekoppeld aan landschappelijke structuren, omliggende landschappen en groene plekken. Zo ontstaat een goede beleving van landschap en natuur en is het nieuwe dorp vanzelfsprekend verbonden met het omliggende landschap. b. Gezonde leefomgeving: Mensen worden in het plangebied verleid tot beweging en ontmoeting. De niet-woonfuncties worden zodanig gepositioneerd dat activiteiten, ontmoetingsplekken en het groen in de buurten elkaar versterken. De buitenruimte is sportief en laagdrempelig, zodat de beweegbaarheid voor iedereen bevorderd wordt. c. Positieve gezondheid: Vanuit het gedachtegoed ‘Positieve Gezondheid’ wordt ingezet op het creëren van een gezond dorp waarbij groen, voorzieningen en de mentaliteit van de

23

(maatschappelijke) instellingen bijdragen aan de gezondheid van de inwoners en de vitaliteit van het dorp66. d. Ecologisch netwerk: We ambieren een robuust en fijnmazig ecologisch netwerk. Dat netwerk is gekoppeld aan het recreatieve netwerk. Grotere en kleinere ecologische routes voor insecten en kleine zoogdieren vormen een netwerk, waarmee verschillende waardevolle natuurgebieden worden verbonden in en om het dorp en de omgeving. e. Groen67: Groen wordt verweven met de dorpse omgeving, omdat dit bijdraagt aan gezondheidsbevordering, klimaatbestendigheid en ter voorkoming van hittestress. Openbaar groen is voor iedereen (ook voor mensen met een beperking) toegankelijk op loopafstand. We zetten in op een grote variatie aan groentypes. f. Sport68: In het dorp is plek voor zowel verenigingssport als ongebonden sport, voor iedereen. g. Verbeteren waterkwaliteit: We streven een schoon oppervlaktesysteem na. We verhogen onder meer de waterpeilen. Een verhoogde waterkwaliteit is van groot belang voor de biodiversiteit. h. Natuurinclusief: Het groene-blauwe casco legt ecologische verbindingen, verrijkt leefgebieden van belangrijke soorten en vormt een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte (biodiversiteit). De toe te passen beplanting biedt voedsel, dekking en nestgelegenheid voor diverse soorten vogels, insecten, vlinders en vleermuizen.

Ook de bebouwing draagt zo goed mogelijk bij aan lokale biodiversiteit en natuurwaarden. i. Vier groene structuren: We ambiëren vier groene structuren, met een eigen karakter om het Vijfde Dorp heen. Hiermee ontstaat een dorp in het groen: i. Groene Schakel, a. Transformatiegebied ten behoeve van kwaliteitsverbetering, minder verharding, meer biodiversiteit en meer ruimte voor groen, water, ecologie, recreatie en beleving van het open polderlandschap. b. Toegroeien naar een toekomstbestendig waterpeil. ii. De Groene Waterparel a. Verhogen van de toegankelijkheid en recratieve waarde, met behoud van de ecologische waarde van het gebied. iii. Het energielandschap a. Meervoudig ruimtegebruik in de vorm van energie-opwek, natuurontwikkeling, waterberging en behoud van kenmerkende structuren van het polderlandschap. iv. Het KWI-Bos a. Vormt de groene buffer voor ecologie en recreatie tussen de infrastructuur aan de oostzijde van het plangebied en het Vijfde Dorp. b. Bevat nieuwe woonvormen, gezondheid en bewegen (maximaal 125 woningen). c. Bevat Sportvoorzieningen. j. Vierde Tochtpark: Het tochtpark wordt, in aanvulling op de EVZ, ingericht als groene natuurverbinding69. k. Groen Dorpspark: Het dorpspark staat in het teken van sport, beweging en ontmoeting. Naast een cluster maatschappelijke voorzieningen, zijn hier meerdere buitensportverenigingen gevestigd.

Het park bevat brede wandel- en fietspaden, ook toegankelijk voor mindervaliden. l. Groene mantel bedrijventerrein: Ten behoeve van de gezondheid en landschappelijke uitstraling heeft het bedrijventerrein een groene zoom. m. Zo veel mogelijk beperken van geluidshinder en andere overlast tijdens de ontwikkeling: Ten behoeve van een gezonde leefomgeving voor de huidige inwoners/ondernemers van het Middengebied, en de pioniers (eerste bewoners) van het nieuwe dorpwordt zoveel mogelijk ingezet op het beperken van geluidshinder en andere overlast in de realisatiefase. 4.4.2 Uitgangspunten a. Het waterpeil zorgt ook in 2100 voor het beperken van kwel, waarbij we rekening houden met ca. 1 meter zeespiegelstijging:

66

Ruimtelijke verkenning Voorzieningenprogramma Middengebied (bijlage 4) Het door het college vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER Sport- en accommodatievisie 2020-2030 69 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER 67 68

24

b. c.

d. e. f.

g.

h.

a. Peil -5.80m NAP (kreekrugdorp, watertuinen, Vierde Tochtpark, energielandschap), maximale peilfluctuatie = 30cm (-5.65 tot -5.95 NAP)70 b. Bestaand peil voor het Koning Willem I bos en bedrijventerrein. De bedrijventerreinen hebben een groene zoom van minimaal 20 meter. Onze inwoners hebben vanuit huis zicht op 3 bomen71, elke buurt is voorzien van minimaal 30% bladerdek en er is binnen 300 meter van elke woning een park of groene ruimte aanwezig. Een centraal groenpark (cq dorpspark) is op max 750 meter afstand bereikbaar (maximaal 20 minuten lopen)72. Elke woning heeft minimaal 75 m2 openbaar groen73. Natuurvriendelijke oevers74: hebben een talud dat niet steiler is dan 1:3 en de oevers hebben een toegangspad van minimaal 3 meter voor onderhoud. We hanteren tenminste 50% natuurvriendelijke oevers in de openbare ruimte en op de bedrijventerreinen75. Een ecologische verbindingszone wordt zorgvuldig ingepast in het Middengebied. De Ecologische Verbinding bestaat uit een minimaal 50m (exclusief oppervlaktewater) brede zone met een doorlopende waterloop met ecologische oeverzones, aangevuld met plas-draszone met moeras, ruigtezones, natte en droge graslandzones. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de realisatie; de gemeente maakt deze planologisch mogelijk76. In het energielandschap: a.

Zorgvuldige groene inpassing van het energielandschap, door middel van een groene zoom van minimaal 40 meter en een 80 meter landschappelijke buffer naar de Watertuinen. b. Landschappelijke inpassing van de EHS-verbindingszone langs de N219 tussen de 3e Tocht en het spoor (25-50 meter). Het KWI-bos: a. Een robuust bos raamwerk (minimaal 30-40 meter brede boszones). b. Bevat maximaal 125 woningen met een maximale bouwhoogte van 13 meter77

“De ambitie is de ontwikkeling van een circulair polderlandschap waarin natuurlijke systemen de basis zijn voor het herstel van ecologische- en landschappelijke waarden. Het gebruik door de mens draagt bij aan deze ambitie.”

70

Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. Beleidsuitgangspunten groen, collgeprogramma. 72 Beleidsuitgangspunten groen, uitvoeringsprogramma dorpsgroen. 73 Beleidsuitgangspunten Groen Zuidplas. 74 Het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder en het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 75 Wordt verankerd in het bestemmingsplan. 71

76

Wordt verankerd in het bestemmingsplan.

77

Wordt verankerd in het bestemmingsplan.

25

4.5 Thema: Duurzaamheid Masterplanambities: Energieneutraal, Circulair en lage CO2. Waar het thema Klimaat en Toekomstbestendigheid gaat over het aanpassen en veerkrachtig maken van de ontwikkeling voor toekomstige (klimaat)verandering, gaat het thema duurzaamheid over het minimaliseren van de bijdrage aan klimaatverandering door deze ontwikkeling. Dit doen we door in te zetten op energieneutraliteit, circulariteit en een lage CO2-uitstoot. 4.5.1 Ambities a. Energie-neutraliteit op gebiedsniveau78: Er wordt in een jaar minimaal evenveel elektriciteit opgewekt in het gebied als gebruikt (álle gebruikte elektriciteit, inclusief laden voor grootschalige elektrificatie van mobiliteit in de nabije toekomst, lantaarnpalen etc.)79. b. Geen kale daken: De daken van de bebouwing (inlcusief de bedrijventerreinen) in het Ontwikkelgebied worden optimaal ingezet voor het opwekken van energie. Waar mogelijk groene daken realiseren (in combinatie met zon-op-dak) om waterberging, water vasthouden, koelte, biodiversiteit en de efficiëntie van PV panelen te bevorderen. Bij de opwekking van energie zetten we in op meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door zonnepanelen bij de hubs. c. Energielandschappen: In het ontwikkelgebied worden energielandschappen aangewezen die worden gerealiseerd met een optimaal rendement, met inachtneming van een goede landschappelijke inpassing. d.

Slim elektriciteitnetwerk80: Het streven is om de energieopwekking, -verbruik en -opslag middels een ‘slim netwerk’ met elkaar in balans te brengen, ook voor de bedrijventerreinen. Hiermee borgen we betaalbare en betrouwbare elektriciteitsinfrastructuur. e. Een duurzame warmtevoorziening 81: Duurzame, betrouwbare en betaalbare warmte- en koude voorziening voor ruimteverwaming van woningen en gebouwen. f. Natte teelt: In de Groene Schakel wordt ingezet op natte teelten en biobased bouwmaterialen (bijvoorbeeld lisdodde of bouwcomposiet) die in de (lokale) bouw van nieuwe woningen gebruikt kunnen worden. g. Circulair bedrijventerrein: Voor de bedrijventerreinen wordt ingezet op een circulaire economie, waarin stromen van materialen, energie en water zoveel mogelijk gesloten worden (industrial symbiosis). h. Circulair materiaalgebruik: i. Materiaalgebruik zoveel als mogelijk minimaliseren; ii. Waar mogelijk duurzame en circulaire materialen toepassen (materialen met een lage milieubelasting, die bij voorkeur meer dan eenmalig bruikbaar zijn); iii. Er wordt gestreefd naar zo min mogelijk bouwafval tijdens de bouw; iv. Optimaliseren van bouwstromen en het beperken van onnodige transportbewegingen; v. Er wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk gebruiken van hergebruikte, biobased materialen.

Bij gebruik van hout moet het hout uit duurzaam beheerde bossen komen en een FSC- of gelijkwaardig certificaat hebben; vi. Er wordt maximaal ingezet op biobased bouwen 82. i. Gescheiden waterstromen83: In het ontwikkelgebied wordt in de gebouwen ingezet op gescheiden waterstromen, zodat niet sterk vervuild water in de woning hergebruikt kan worden. Zwart en grijs water worden gescheiden ingezameld, nutrienten energie worden terug gewonnen. j. Circulaire sloop: Waar sloop nodig is voor de ontwikkeling, geschiedt dit zoveel mogelijk circulair zodat grondstoffen zo goed mogelijk herbruikbaar zijn. k. Lage CO2-uitstoot: Tijdens bouw en sloop zetten we in op het gebruik van werkvoertuigen die op duurzame energiebronnen werken, zoals elektrische hijskranen. 78

Hierbij dient rekening gehouden te worden met de afname in rendement van zonnepanelen door maatregelen ten behoeve van hittestress en dienen de kansen voor opwek op (gebouwde) hubs nog te worden verkend. 79 Masterplan Middengebied Zuidplaspolder en het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 80 Masterplan Middengebied Zuidplaspolder. 81 Het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder en het Collegeprogramma 2022-2026 en overgenomen als all-electric warmtevoorziening in het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. De mogelijkheid van aquathermie wordt parallel onderzocht. 82 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 83 Dit wordt nader uitgezocht en uitgewerkt in het sanitatieplan en waterplan.

26

l.

Lokale productie: In het plangebied wordt ingezet op het toevoegen van een herenboerderij, voedselbos of andere voorzieningen die de bewoners van Zuidplas kunnen gebruiken om lokaal te consumeren.

4.5.2 Uitgangspunten a. Realisatie van voldoende opwek op land84 met een maximum van 57 hectare85, om energieneutraliteit op gebiedsniveau te bewerkstelligen. Bij energie-opwek op land is multifunctioneel ruimtegebruik een vereiste86. b. biobased bouwen/houtbouw (grondgebonden woningen naar schatting 50% houtbouw, voor appartementencomplexen waarschijnlijk wel een betonnen kern) en funderen op betonnen palen)87; c. De materialen die gebruikt worden voor de bouw zijn verwerkt in een materialenpaspoort of een soortgelijke registratie voor toekomstig hergebruik van materialen. d. Gebruik van de milieukostenindicator en duurzaamheidspuntensysteem voor aanbestedingen om tot een keuze te komen voor materialen voor infrastructuur en inrichting.88 e. Per fase van de ontwikkeling wordt voldoende energielandschap aangelegd om in de energievraag tijdens de bouw en het gebruik van die fase te voorzien. f. In de realisatiefase wordt getransporteerd via buisleidingen89 of via transportband. g. ‘Het visje (gelegen tussen de infrastructuur in het oosten van het plangebied) wordt als ruimtelijke reservering energieopwek in het bestemmingsplan opgenomen en wordt als laatste ontwikkeld als energielandschap, en alleen als dit voor energieneutraliteit noodzakelijk blijkt9091. h.

Buiten de Groene Schakel stimuleren van ondernemers om maatregelen te nemen in het kader van Slim elektriciteitnetwerk zoals batterij-opslaginstallaties door dit toe te staan in het bestemmingsplan.

“De ambitie voor energie is een zo effectief mogelijke vorm van opwekking te realiseren met een geringe ruimtelijke impact.”

84

85

Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan.

86

Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER, daarin wordt geadviseerd om maximaal biobased te bouwen. 88 Zoals voorgesteld in het alternatief circulair/duurzame energie van het MER. 89 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief mede op basis van het MER. 90 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 87

91

De invulling van het visje betreft een afwijking ten opzichte van het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder.

27

5. Gebiedsgerichte inrichtingsprincipes Het Middengebied, zoals vastgelegd in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder, bestaat uit een casco-structuur (een groenblauw raamwerk) en de velden daartussen. Het casco is een abstractie van het Masterplan Middengebied op structuurniveau en vormt het ruimtelijke raamwerk voor de stedenbouwkundige uitwerking van de deelgebieden. Het casco borgt ook de recreatieve en ecologische verbindingen met de omgeving (o.a. Rottemeren en Krimpenerwaard). Het casco is opgebouwd uit structuren en gebieden. De structuren zijn de tochten, sloten, linten en polderwegen, aangevuld met nieuwe landschappelijke lijnen. Zij geven oriëntatie, maken de ontstaansgeschiedenis zichtbaar en zorgen voor eenheid en herkenbaarheid langs de lange lijnen in het dorp. De gebieden zijn de ruimtes tussen de structuren in. Afhankelijk van de ligging wordt er gewoond, gewerkt, gerecreëerd of is er ruimte voor natuur en landschap. Elk gebied en elke structuur, heeft een eigen identiteit die in dit hoofdstuk nader is uitgewerkt. Het raamwerk ligt vast en bepaalt voor een belangrijk deel de identiteit en beleving van het Middengebied met het Vijfde Dorp. Hierbinnen is een flexibele invulling mogelijk die afhankelijk van wensen en eisen, tijd en veranderende omstandigheden kan verkleuren.

Stedenbouwkundig casco- of raamwerkkaart92

Leeswijzer In paragraaf 5.1 worden de structuren voor de ontwikkeling beschreven. Er wordt aangegeven wat het beoogde karakter is voor een structuur door middel een omschrijving en er worden inrichtingsprincipes voor de verdere uitwerking meegegeven. Deze inrichtingprincipes zijn richtinggevend voor de verdere uitwerking, met name de stedenbouwkundige deelplanuitwerkingen en bijbehorende beeldkwaliteitsplannen. In paragraaf 5.2 worden gebieden aan de hand van een omschrijving en inrichtingsprincipes op eenzelfde wijze behandeld. De gemeenteraad zal worden gevraagd de omschrijving en inrichtingsprincipes vast te stellen en daar als gemeente een inspanningverplichting voor aan te gaan, in de verder uitwerking. Dus voor dit hoofstuk geldt geen resultaatverplichting zoals geldt voor de uitgangspunten uit het vorige hoofdstuk. Het hoofdstuk kan gezien worden als een tekstuele beschrijving van het vooropig ontwerp stedenbouw. De ruimtelijke en beeldende uitwerking 92

Het casco van structuren en gebieden zal terugkomen in de bestemmingsplankaart (de omschrijvingen en inrichtingsprincipes komen niet als zodanig terug in het bestemmingsplan).

28

van het voorlopig ontwerp is terug te vinden in het concept-Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundigplan Middengebied (bijlage 7). 5.1 Specifieke kenmerken voor de structuren De structuren binnen het groenblauwe raamwerk van het Middengebied zijn bestaande en nieuwe landschappelijke elementen. Ze bieden zowel visuele kwaliteit als functionele voordelen, zoals waterbeheer, ecologische verbindingen en verkeersroutes. Deze structuren dragen bij aan de identiteit en functionaliteit van het gebied. Voor de onderstaande structuren wordt hieronder een omschrijving gegeven en worden inrichtingsprincipes benoemd: 5.1.1 Polderlinten en tochten; 5.1.2 Hartlijnen; 5.1.3 Groene Slinger: groene omlijsting Kreekrugdorp; 5.1.4 4e Tocht met Landschapspark; 5.1.5 Halverwegen. 5.1.1 Polderlinten en tochten

Principe Polderlinten

De bestaande lange lijnen in de polder, zoals tochten, polderlinten en de Zuidelijke Dwarsweg, vormen het ruimtelijke raamwerk van het Middengebied. Ze hebben een historische, functionele en landschappelijke waarde. Er is ruimte voor het toevoegen van een aantal erven (zie (concept-) Spelregels Groene Schakel, bijlage 5) met behoud van het zicht op het open landschap en het Koning Willem 1 bos. De polderlinten worden omgevormd tot aantrekkelijke fietsroutes en woonstraten. Andere functies zoals kleinschalig werken en recreatie blijven mogelijk. Omschrijving Bredeweg – Middelweg De Bredeweg/Middelweg wordt beschouwd als een zogenaamd polderlint. Het was in het verleden een provinciale weg tussen de kernen Moordrecht en Moerkapelle. Door het wegprofiel, de grote bomen en het parallele vrijliggende fietspad is een weg’ ontstaan, met meer grootschalige erven en bouwvolumes. Nieuwe bebouwing in dit polderlint dient dan ook aan te sluiten op de hier aanwezige maat en schaal. Deze weg transformeert binnen de bebouwde kom naar een groene en schaduwrijke ontsluitingsweg voor het Vijfde Dorp. De lintwoningen, oude bomen en het ruimtelijk beeld van het wegprofiel geven het een gebiedseigen waarde. De woningen aan weerszijden van dit polderlint worden over het algemeen gekenmerkt door een rijkere architectuur.

Geleidelijk groeit het Koning Willem 1 bos en wordt het polderlint aan een zijde geflankeerd door nieuw bos. In het polderlint is ruimte voor het verrijken van de route met kleinschalige recreatieve voorzieningen op de erven.

29

Principeprofiel Middelweg

Omschrijving Zuidelijke Dwarsweg De Zuidelijke Dwarsweg is een zogenaamd dwarslint van de polder. In tegenstelling tot de overige polderlinten (noord-zuid) loopt deze in oost-westelijke richting. Het wordt gekenmerkt door een smal profiel met aan weerzijden sloten met gebiedseigen en historische waarde. De Zuidelijke Dwarsweg wordt getransformeerd naar een hoofdfietsroute en behoudt het landelijk profiel. In de Groene Schakel worden er geen nieuwe erven toegestaan aan de Zuidelijke Dwarsweg om de openheid van het polderlandschap te borgen. Binnen het dorp wordt de Zuidelijke Dwarsweg aan weerszijden begeleid door voorkanten van woningen van verschillende buurten, die over het algemeen gekenmerkt worden door een ingetogen en eigentijdse dorpsarchitectuur. Waar ruimte is in het profiel wordt langs het lint streekeigen opgaand groen toegevoegd.

Principeprofiel Zuidelijke Dwarsweg

Omschrijving Knibbelweg - Derde Tochtweg De Derde Tochtweg wordt gezien als een polderlint en vormt in de toekomst de rand van het nieuwe dorp en de Groene Schakel. Het polderlint heeft een kenmerkend asymmetrisch wegprofiel met een waar ruimte is komt er een “brede” watergang aan de ene zijde en een smalle watergang aan de andere zijde. Agrarische erven worden getransformeerd tot burger- en woonerven. Ook is er ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe erven aan de oostzijde van het polderlint, grenzend aan het nieuwe dorp. Bij de Groene Waterparel moet de openheid en weidsheid van de polder worden behouden en versterkt. Nieuwe erven zijn daar niet toegestaan. Langs de Derde Tochtweg is er ook ruimte voor kleinschalige recreatieve voorzieningen om de route te verrijken.

30

Principeprofiel Derde Tochtweg

Omschrijving Bierhoogtweg - 2e Tochtweg De Bierhoogtweg - 2e Tochtweg is een recreatief polderlint in de Groene Schakel. Het kenmerkende smalle wegprofiel bestaat uit een smalle polderweg, weerszijde beschoeiingen, met passeerstroken met, waar ruimte is, brede en smalle watergangen aan beide zijden, omringd door “groene” erven. Het polderlint heeft een mix van wonen, werken en recreatie. Het biedt afwisselende uitzichten op de open polder en beschutte plekken tussen groene erven. Bestaande bedrijven kunnen worden ingepast en de route kan worden verrijkt met bijvoorbeeld een polderrestaurant, een bloemstalletje of een landwinkel. Groene coulissen zorgen voor de landschappelijke inpassing van bedrijven die in de Groene Schakel liggen. Tevens is er ruimte voor nieuwe erven onder voorwaarde zoals geschetst in de (concept-)Spelregels Groene Schakel (bijlage 5). Inrichtingsprincipes polderlinten en tochten Publieke ruimte  Behoud en ontwikkeling van het karakteristieke lineaire, smalle wegprofiel en de landelijke inrichting van de openbare ruimte.  Polderlinten met aan weerszijde smalle bermen en eenzijdig ruimte voor natuurvriendelijke oevers en waar mogelijk bomen.  De Tochten en poldersloten naast de polderwegen horen bij het historisch wegprofiel. Deze worden behouden of versterkt en blijven in het zicht.

De kavels worden van de openbare weg daarom ontsloten door één vlakke brug aan de Tochtzijde. Aan de slootzijde is ook een duikerbrug mogelijk.  De polderlinten worden geschikt gemaakt voor fietsverkeer en lokaal verkeer.  Groene inrichting erven door karakteristieke en streekeigen erfbeplanting, windsingels en watergangen.  Tussen de polderlinten zijn op een aantal kansrijke plekken dwarsverbindingen en doorsteekjes met informele polder- en laarzenpaden wenselijk.  Maatwerk in het afstemmen van de waterpeilen rond bestaande kavels in de polderlinten op de nieuwe waterpeilen in het dorp. Voorkomen overlast voor bestaande bewoners en gebruikers is het doel. Private ruimte  Landelijk wonen op bestaande en nieuwe erven, passend in de schaal en maat van de polder, met stevige erfbeplanting.  Erfensemble: karakteristieke opbouw erf met een hiërarchie tussen het hoofdgebouw dat georiënteerd is op het polderlint en de grotere schuurvolume(s) en bijgebouwen achter op het erf.  Bebouwing overwegend 1- 1,5/2 lagen + kap, passend bij architectuur van de linten in typologie en materialisering.  Ruimte voor zelfbouwkavels voor de pioniers van het nieuwe dorp.  Nieuwe erven zijn 40 meter breed en max. 50 meter diep, met uitzondering van erven aan de Bredeweg - Middelweg.

31

5.1.2 Hartlijnen

Principe Hartlijnen

De Hartlijnen zijn levendige groene dorpsstraten binnen het Vijfde Dorp. Ze lopen via de Groene Slinger dwars door het dorp en verbinden gebieden buiten het plangebied met elkaar. De Hartlijnen dienen als dragers van de dorpse identiteit en gemeenschap, met een mix van wonen, werken en voorzieningen. Langzaam verkeer en het dorpsleven versterken elkaar langs deze routes. De Hartlijnen vormen ook de groene verbinding tussen de Groene Schakel, parken en het Koning Willem 1 bos. De Noordelijke- en Zuidelijke Hartlijn hebben elk een eigen karakter. De Noordelijke Hartlijn is ingericht op zowel de fiets als de bus, terwijl de Zuidelijke Hartlijn alleen voor de fiets is. Beide lijnen zijn niet bedoeld voor autoverkeer. Bij de overgang van het dorp naar de N219 komen de Hartlijnen samen en vormen ze een landelijke bomenlaan. Er zijn kavels beschikbaar voor wonen en werken aan huis, evenals kleinschalige maatschappelijke voorzieningen. Algemene inrichtingsprincipes Hartlijnen Publieke ruimte  Aantrekkelijke doorgaande route voor voetgangers en fietsers naar het dorpshart. Een continu slingerend profiel begeleid met bomen, hoogteaccenten, bijzondere hoeken en een steeds hogere dichtheid richting het centrum. Door dat laatste worden voetgangers en fietsers vanzelfsprekend naar het dorpsplein en dorpspark getrokken.

 Het profiel is iets verbreed ter plaatse van bijzondere functies zoals horeca of een terras, bushalte of groene plek. Hierdoor ontstaat een reeks van aantrekkelijke, kleinschalige ontmoetingsplekken met een dorps karakter.  De profielen worden dorps en ontspannen ingericht met een duidelijke focus op ruimte voor lopen en fietsen.  Op belangrijke accent plekken staan verschillende beeldbepalende bomen in een bloem- en kruidenrijk plantvak, met soms een regentuin, of een klein park. Dit draagt bij aan biodiversiteit, een hoge belevingswaarde en klimaatadaptiviteit. De bomen geven schaduw, sfeer en zijn mogelijke foerageerroutes voor vogels en vleermuizen  De overgang van openbare ruimte naar de woning wordt gevormd door klimaatadaptieve geveltuinen/groene voorstoepen. Private ruimte  Dorpse verdichting in het centrum.

32

         

Actieve en hoge plint (horeca, detailhandel, werkplek, woonruimte of keuken aan de Hartlijn), geen blinde gevels richting de openbare ruimte. Divers programma, woontypologieën, centrumvoorzieningen, kinderopvang, school, werkplekken, etc. Ruimte voor vrije kavels, zelfbouwers/pioniers in allerlei vormen en maten. Ruimte voor nieuwe woonvormen die gemeenschap stimuleren (woonhofjes, meergeneratiewoningen, etc.). Een compacte bebouwingsstructuur met een duidelijke wandvorming met overwegend een aaneenschakeling van individuele panden. Grote mate van afwisseling in gevelbeeld, kapvormen/richtingen, kleur- en materiaalgebruik; Variatie in rooilijn, hoogte en breedte. Verticale geleding van de gevel. Korte rijtjes (maximaal 3 woningen) óf rijtjes van maximaal 7 met duidelijke rooilijnverspringing (1m). Klimaatadaptieve geveltuinen/groene Delftse stoepen van minimaal 1 meter.

Specifieke inrichtingsprincipes Noordelijke Hartlijn Publieke ruimte  Doorgaande busverbinding naar Nieuwerkerk aan den IJssel en Gouda over de Hartlijn met daaraan gekoppelde bushaltes;  Beeldbepalende bomen, waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende boomsoorten en boomgrootte;  De bomen (die goed tegen vochtige omgeving bestand zijn) worden geplaatst in de verlaagde groene bloem- en kruidenrijke bermen (van minimaal 2 meter) aan weerszijden van de busbaan;  Opsluiting busbaan met een brede opsluitband als begeleiding;  Veilige oversteekplekken;  Aanleg rijloper met een minimale breedte van 7 meter voor OV en fiets. Private ruimte  De maximale bouwhoogte is 3 lagen en in het centrum 8 lagen, met daarnaast één hoger accent. Het hogere accent draagt bij aan de begeleiding van de openbare ruimte en vormt het oriëntatiepunt in het dorp;

Principeprofiel Noordelijke Hartlijn met OV

33

Specifieke inrichtingsprincipes Zuidelijke Hartlijn Publieke ruimte  Doorgaande fietsroute van Nieuwerkerk aan den IJssel naar Gouda, door het hart van het dorp;  De Zuidelijke Hartlijn heeft een intiemer en groener profiel dan de Noordelijke en geeft ruimte aan fietsers en voetganger;  Een enkele gevarieerde, veelkleurige bomenlaan in een groene kruidenrijke berm aan de zonzijde voor schaduw op de route;  Variatie op het profiel aan de randen om ruimte te maken voor programmering van functies, voor een terras, ontmoetingsruimte, groen of water(berging);  Vormt de coridor om Groene Schakel, parken en Koning Willem 1 bos met elkaar te verbinden;  Bomen, beplanting, verharding, lichtmasten en inrichtingselementen versterken zowel de verblijfsfunctie als het fietskarakter van de Hartlijn;  Maatvoering fietsstraat afstemmen op verwachte intensiteit en gebruik voor nood- en hulpdiensten;  Voetpaden separaat van de fietsstraat voor comfort en veiligheid;  Gevarieerde aanplant van bomen van verschillenden grootte, conform het handboek bomen, in de 1e of 2e orde grootte.  Verlaagde groenvakken dienen als wadi/ regentuin ten behoeve van klimaatadatatie. Private ruimte  Actieve en hoge plint voor functiemenging.  Maximale bouwhoogte is 3 lagen en in het centrum 8 lagen.

Principeprofiel Zuidelijke Hartlijn-fietsstraat

34

5.1.3 Groene Slinger: groene omlijsting Kreekrugdorp

Principe Groene Slinger

De Groene Slinger is een nieuwe landschappelijke structuur die de contour van de hoger gelegen kreekrug volgt en dient als hoofdontsluitingsweg (ring) van het dorp. Er geldt een maximum snelheid van 30km/uur. Het is een stevige groene omlijsting van het Kreekrugdorp met een groene en schaduwrijke laan, een soort slingerpark om het kreekrugdorp. De Groene Slinger vormt de overgang tussen een compact en dorps woonmilieu op de kreekrug naar het wonen in lagere dichtheden in het groen- en waterrijke landschap van de Watertuinen. Langs de route van de Groene Slinger kunnen de verschillende gebieden met elk een eigen sfeer ervaren worden.

Inrichtingsprincipes Groene Sllinger Publieke ruimte  Stevige groene rand rondom het Kreekrugdorp, die smaller wordt en weer verbreedt, met een robuuste bomenlaan met gemengde laanbeplanting en een informele wandelroute;  De bomen geven schaduw, sfeer en zijn mogelijke foerageerroutes voor vogels en vleermuizen, bermen worden ecologisch en klimaatadaptief ingericht en beheerd;  Groene rand loopt duidelijk over van hoog en droog in het Kreekrugdorp, naar drassig en natuurlijk in de Watertuinen.;  Aan de Kreekrug-zijde begeleid door een voetpad, daardoor sluit de bebouwing direct aan op de laan;  Aan de Watertuinen-zijde een natuurlijk ingerichte singel met een informele, slingerende wandelroute onder de bomen;  De Groene Slinger is in het landschappelijke raamwerk ondergeschikt aan het Landschapspark 4e Tocht en de polderlinten. Waar de Slinger een laan of 4e Tochtpark kruist, stopt de laanbeplanting en gaat het landschap van de kruisende polderlijnen voor. Private ruimte  Bouwhoogte van 2 tot 3 lagen met een kap met daarnaast enkele hogere accenten.

De hogere accenten dragen bij aan de begeleiding van de openbare ruimte en zijn de oriëntatiepunten;  Voorzijden woningen georiënteerd op de Watertuinen, Groene Schakel, Groene Waterparel of KW1 bos;  De rooilijnen van de bebouwing in de Watertuinen volgen juist niet de Groene Slinger maar de bestaande richting van de poldersloten, waardoor aan deze zijde her en der meer afstand ontstaat en water en riet het beeld gaan bepalen. De bebouwing in de Watertuinen is ook losser, kleinschaliger en gevoelsmatig te gast in het natte polderlandschap;

35

  

Bebouwingszijde Kreekrugdorp: korte rijtjes (maximaal 5). Afgewisseld met samengestelde rijtjes met een diversiteit van typologieën en architectuur en duidelijke rooilijnverspringing (>1m) met maximaal 9 woningen; Maximale bouwhoogte is 3 lagen met een kap met accenten van max 5 lagen; Iedere woning heeft een groene voortuin.

Principeprofiel Groene Slinger

5.1.4 Vierde Tochtzone

Principetekening Vierde Tochtzone

Omschrijving Vierde Tochtzone De Vierde Tocht is een belangrijke waterafvoerlijn in de polder en van essentieel belang voor de Zuidplaspolder en naburige gebieden. Langs de tocht bevindt zich een 70 meter brede strook die vrij moet blijven van bebouwing en dichte begroeiing vanwege ondergrondse leidingen. Dit ruimtelijke geheel vormt samen een ecologisch, polderweiland park in het hart van het dorp, met ruimte voor groen, water, spelen, wandelen en natuur. Wonen en recreëren aan het water komen hier samen. Karakteristieke bruggen en avontuurlijke recreatieve routes zorgen voor verbindingen. Het gebied is toegankelijk voor wandelaars en fietsers en wordt zo min mogelijk doorkruist door autoverkeer. Dit creëert een ecologische en recreatieve verbinding tussen dorp en het omringende landschap.

36

Inrichtingsprincipes Vierde Tochtzone Publieke ruimte  De Vierde Tochtzone heeft een groene, avontuurlijke en klimaatadaptieve inrichting;  Inrichting gericht op de natuurlijke habitat van oever- en watergebonden beplanting en amfibische diersoorten;  Middelhoge (struiken en heesters) en lage vegetatie (grassen en kruiden) om de biodiversiteit te bevorderen;  Natuurpark voor waterberging en waterzuivering. Vertraagd afvoeren en zuiveren met natuurvriendelijke oevers;  A-symmetrisch profiel: De lineaire ruimte van de 4e Tochtzone krijgt bomen langs de bestaande Vierde Tocht en aan de andere zijde, die op bepaalde plekken zijn aangezet of weggelaten om bijzondere plekken (zoals het dorpshart) te accentueren;  Natuurlijk groenzone die bestaat uit diversiteit aan waterlandschappen (broekbos, veengroei, rietlanden). Ruimte voor experimenteren met veen-en bodemgroei, in combinatie met extensieve recreatie;  Bestaande slotenpatroon en maaiveld als onderlegger voor toekomstig gebruik;  Ophoging t.b.v. toegankelijkheid en gebruik voor o.a. spelen, paden, en onderhoud etc. Private ruimte  De brede landschappelijke zone (totaal ca. 125m) met water (Vierde Tocht) geeft aanleiding tot verdichting langs de randen met ruimte voor gestapeld programma;  Grondgebonden woningen en appartementen met optimaal uitzicht op het landschapspark.

 Recreatieve voorzieningen die profiteren van de ligging aan het water (kano- en supverhuur, etc.);  Stevige bebouwing in hogere dichtheden en grotere bouwhoogten (maximaal 8 bouwlagen) met een diversiteit van woontypologieën;  Speelse bebouwingswand met een wisselende gevellijn, korte rijen, openingen naar het water;  Aan de zone gelegen buurtjes geven een samenhangend beeld, seriematigheid voorkomen door afwisseling per buurtje;  Voorzijden woningen georiënteerd op het landschapspark met groene voorstoepen/tuinen;  Buitenruimtes (loggia, balkon, stoep, tuin, dakterras) zorgen voor interactie met het landschapspark

Principeprofiel Vierde Tochtzone

37

5.1.5 Halverwegen

Principe tekening Halverwegen

Omschrijving Tussen bestaande polderlinten en tochten worden twee structuren toegevoegd: de ‘Halverwegen’. Deze dienen als belangrijke ontsluitingingswegen voor auto’s en fietsen van het dorp zodat bestaande polderlinten zo veel mogelijk worden ontzien van autoverkeer. De ‘Halverwegen’ verkleinen de maat van het slagenlandschap van 800 naar 400 meter. Zo ontstaat samen met de Hartlijn(en) en Zuidelijke Dwarsweg in oostwestelijke richting een raster van circa 400 bij 400 meter, dat een helder patroon vormt voor buurten met een dorps karakter. Dit heeft tevens als bijkomend voordeel dat loopafstanden kunnen worden verkleind. Het ruimtelijke beeld van de Halverwegen wordt bepaald door bomen, water en rietoevers aan weerszijden. Aan de Halverwegen liggen de buurten van het Kreekrugdorp en de Watertuinen, de buurten en de hubs worden zo direct mogelijk ontsloten. Publieke ruimte  Uitgangspunt is een symmetrisch en lineair profiel met bomen en watergangen met natuurvriendelijke oevers aan weerszijden;  Diverse bomen van verschillende grootte, die tot volwassenheid kunnen uitgroeien, elk met hun eigen kenmerken en groottes;  Afwisseling van hoge (bomen), middel (bijv. struiken) en lage vegetatie (bijv.

grassen/kruiden) om de biodiversiteit te bevorderen;  De bomen geven schaduw, sfeer en zijn mogelijke foerageerroutes voor vogels en vleermuizen;  De bermen worden waar dit ruimtelijk inpasbaar is zo veel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd;  Geschikt voor langszaam verkeer (voet/fiets) en als ontsluiting voor de auto (door de Watertuinen vanaf N219 tevens hoofdontsluitingsweg (30 km/uur) van het dorp);  Openbare toegankelijke oevers (met onderhoudspaden) met een informele wandelroute onder de bomen, langs het water;  Variatie in profiel bij veranderende woonmilieu Kreekrugdorp – dorpscentrum - Watertuinen;  Dorpsplein en diverse verblijfsplekken aan het water;

38

 

Toegangsbruggen / duikerbruggen voor ontsluiting van de diverse buurtjes; Vrijliggend fietspad ter plaatse van de hoofdontsluiting (N219).

Private ruimte  Bebouwing met een dorpse schaal en maat, samenhangend in architectuur per bouwblok. Ruimte voor samengestelde bouwblokken, langere rijtjes (maximaal 7 woningen) en grotere bouwvolumes. Maximaal drie lagen of twee lagen met een kap;  Voorgevel aan de Halverwegen, met stoep of voortuin als overgang naar de openbare ruimte;  Woonruimte of keuken aan de voorzijde, geen blinde gevel;  Buitenruimtes (loggia, balkon, stoep, tuin, dakterras) zorgen voor interactie met de openbare ruimte;  Minder individualiteit, meer samenhang door langere rijtjes en grotere bouwvolumes.

Principeprofiel Halverwegen

5.2 Specifieke kenmerken voor de gebieden Voor de ontwikkeling van het Vijfde Dorp zijn een aantal deelgebieden gedefinieerd. Elk deelgebied heeft zijn eigen focus, zoals wonen in het Kreekrugdorp en de Watertuinen, recreëren en wonen in het Koning Willem I-bos, werken op het bedrijventerrein Doelwijk II en Gouwepark II en duurzame energieopwekking in het energielandschap. Deze deelgebieden worden verbonden door het groenblauwe raamwerk van lange lijnen die de identiteit en oriëntatie bepalen. De omschrijvingen en inrichtingsprincipes voor gebieden zijn in dit hoofdstuk opgenomen, met ruimte voor mogelijke aanpassingen gezien de lange termijn van het project.

Overzicht deelgebieden

39

Voor onderstaande deelgebieden zijn de specifieke kenmerken benoemd: 5.2.1 Kreekrugdorp 5.2.2 Watertuinen 5.2.3 Koning Willem 1- bos 5.2.4 Bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II 5.2.5 Energielandschap 5.2.6 Groene Schakel 5.2.7 Agrarische Zone 5.2.1 Kreekrugdorp Het Kreekrugdorp is het hart van het Vijfde Dorp. Hier ligt het dorpscentrum en er wordt gewoond in hogere dichtheden in de nabijheid van voorzieningen. De gebiedsomschrijving is het resultaat van de uitwerking van de eerste fase van het Kreekrugdorp en wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt naar inrichtingsprincipes.

Ligging Kreekrugdorp

Omschrijving Het Kreekrugdorp ligt op de kreekrug, een hoger gelegen deel van de Zuidplaspolder waarvan de ondergrond stevig is en voornamelijk bestaat uit klei. Het Kreekrugdorp bestaat uit een dorpscentrum, dorpspark en omliggende woonbuurten met elk een herkenbaar buurthart. Het centrale dorpsplein is – naast het dorpspark in het westelijk deel van het kreekrugdorp - één van de grotere omtmoetingsplekken van het dorp en is levendig geaccentureerd met groen. Diverse functies komen hier bijeen. De buurtjes in het Kreekrugdorp zijn ontworpen om aan te sluiten op de lange lijnen van de Hartlijnen en de Groene Slinger. De buurtjes hebben besloten straatjes en hofjes die zorgen voor oriëntatie, herkenning en sociale cohesie en elk buurtje heeft een gemeenschappelijk buurthart. In het Kreekrugdorp wordt in hogere dichtheden gewoond dan in de Watertuinen. Parkeren vindt plaats in hubs, in straten zijn auto’s hooguit te gast. Wandelen en fietsen vindt plaats middels een dwaalnetwerk met speel- en ontmoetingsplekken.

40

Eerste fase Kreekrugdorp (1a) Voor de eerste fase van het Kreekrugdorp (fase 1a) is een stedenbouwkundige uitwerking gemaakt (zie concept-Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundigplan Middengebied, bijlage 7). De bevindingen die hieruit voortkomen zijn vertaald naar specifieke kenmerken en maatregelen die van toepassing zijn op het Kreekrugdorp als geheel.

Fase 1a Kreekrugdorp

Inrichtingsprincipes Kreekrugdorp Publieke ruimte  In het dorpscentrum vormen dorpse straten en stegen een fijnmazig publiekstoegankeljjk netwerk. De straatjes worden afgewisseld met pleintjes en groene plekken (op bijvoorbeeld kruisingen) waar mensen elkaar kunnen ontmoeten;  Het dorpsplein in het centrum is het hart van het dorp en vormt de grootste openbare ruimte. Het plein heeft groene accenten en biedt ruimte aan ontmoeting, terrassen, activiteiten en evenementen;  De openbare ruimte in de buurten wordt gekenmerkt door de auto te gast (of de auto is geheel afwezig) waardoor er groene woon- en leefstraten ontstaan die ingericht zijn op wandelen, fietsen en verblijven;  De auto’s zijn zoveel mogelijk uit het straatbeeld verdwenen en parkeren gebeurt in hubs. Via de Groene Slinger en inprikkers zijn de hubs voor de auto ontsloten. Hubs zijn gecreeerd binnen samengestelde bouwblokken en hebben een capaciteit van maximaal 150 auto’s.

 Iedere buurt heeft een centrale groene plek (buurtparkje of openbare buurttuin waar speelplekken liggen voor de doelgroepen 4-12 jaar);  Netwerk van openbare ruimtes geeft ruimte voor waterberging (wadi’s, open water, regentuinen);  De beplanting is klimaatrobuust en divers, geeft schaduw en beschutting en is een habitat voor insecten en kleine dieren;  De buurten zijn ongeveer 400x400 meter, met circa 300 woningen per buurt;  Elke buurt, blok en straat heeft een afgewogen mix van functies, woonprogramma en typologieën;  In het dorpshart kruisen de Hartlijnen niet met autoverkeer, behalve langs het 4e Tochtpark.

41

Principes openbare ruimte Kreekrugdorp

Private ruimte  De bebouwingsopzet van het centrum bestaat uit gestapelde bebouwing van vier tot acht lagen met een hoge begane grondverdieping en een actieve plint;  De hogere dichtheid in het centrum geeft aanleiding tot minimaal een gebouwde parkeerhub;  Accenten aan de hoofdstructuren, pleinen en parken geven herkenning en oriëntatie, binnen het dorpscentrum maar ook vanuit de omliggende buurten;  Mengen van woontypologieën en categorieën op buurt- samengesteld blok- en straatniveau;  De bebouwing is afwisselend, met korte rijtjes (4 tot 6 woningen), compacte gestapelde bebouwing, afgewisseld met vrijstaande woningen en tweekappers met tuinen;  Variatie in architectuur met afwisseling in gevelbeeld, goothoogtes, kapvormen en richtingen en verspringende rooilijnen;  Voorkanten en variatie aan de lange lijnen (o.a. Vierde Tochtpark en Hartlijnen);  Maximale inzet van circulaire bouwmethoden;

Principes bebouwing Kreekrugdorp

42

5.2.2. De Watertuinen

Ligging Watertuinen

Omschrijving De ruime opzet volgt de bestaande polderstructuur met het kenmerkende slagenpatroon. Er is meer ruimte voor water doordat sloten verbreed en toegevoegd worden. Woningen staan vrijwel altijd aan het water. De buurtjes in de Watertuinen volgen de afwisselende structuur van smallere en bredere waterlijnen. Er ontstaan kleine en grotere eilanden met accenten op de koppen in de vorm van appartementen. De natuurlijke inrichting en de integratie in het polderlandschap bevorderen natuuren landschapsontwikkeling en zorgen voor een naadloze samensmelting van natuur en wonen. Ecologische- en recreatieve verbindingszones verbinden de Watertuinen met omliggende groengebieden, zoals de Groene Schakel en het Koning Willem I-bos.. Groene routes verbinden woningen en parkeereilanden (hubs), en bieden prachtig uitzicht op water en natuur. Het woonmilieu in de Watertuinen heeft een lagere dichtheid dan in het Kreekrugdorp. Inrichtingsprincipes Watertuinen Publieke ruimte  Het bestaande polderlandschap wordt getransformeerd tot een waterrijk natuurlandschap met broekbossen, drassige weiden, rietlanden, kruidenrijke grasweiden, etc. Hierdoor neemt de biodiversiteit toen en ontstaat een habitat voor vogels, kleine dieren en insecten;  De maat van de dlag (ca.

40m) is de basis voor transformatie naar een waterrijk woonmilieu;  Naast wooneilanden zijn er groeneilanden die de groenstructuur vormen. Hier worden natuurlijke speelplekken ingericht (voor met name de doelgroep 6-12 jaar). Deze zijn met elkaar verbonden door een fijnmazig netwerk van groene routes met voorzieningen voor jong en oud (aanlegsteigers om te suppen, natuurlijke wandel- en avonturenpaden etc). Op plekken dichtbij huis worden er voor de doelgroepen 4-6 jaar speelruimtes ingericht;  Waterstructuur (bestaand/nieuw) geeft ruimte voor piekberging. Gevarieerde natuuroevers, waaronder ook brede rietoevers dragen bij aan de waterzuivering en versterking van biodiversiteit;  Oevers (privé en openbaar) zijn natuurvriendelijk en worden ter plaatse van de erfgrenzen tussen privaat eigendom niet van elkaar gescheiden door middel van een bebouwde erfafscheiding.  Iedere eilandengroep heeft een collectief buurthart;

43

 

Natuur en openbare ruimte gaan op een geleidelijke wijze over in privé-tuinen. Denk hierbij aan groene erfafscheidingen in plaats van houten of stenen schuttingen, natuurvriendelijke taluds in plaats van harde beschoeiiing of damwanden; Parkeren op parkeereilanden (hubs), landschappelijk ingepast en gecombineerd met zonnepanelen;

Private ruimte  Bebouwing is gevarieerd, heeft een kleine korrel en vrijwel altijd een directe relatie met het water;  Afwisseling van vrijstaande woningen, tweekappers, korte rijtjes en compacte appartementsgebouwen als accent;  Private buitenruimtes van woningen zijn integraal onderdeel van het landschap. Diverse vormen van buitenruimte met een sterke relatie tot water: geïntegreerd als terras, oevertuin, een deels hoge en/of lage tuin;  Ruimte voor experiment en innovatie (op palen, drijvend);  Uitstraling en beeldkwaliteit van de bebouwing is passend bij een waterrijke woonomgeving;  Oevers zijn natuurvriendelijk;  Erfafscheidingen zijn bij voorkeur natuurlijk, bijvoorbeeld beplaning of hagen, met name op de overgang tussen privaat en publiek eigendom;  Iedere eilandengroep heeft een mix van categorieën en woontypologieën; 5.2.3. Koning Willem I-bos

Ligging Koning Willem I-bos

44

Omschrijving Een robuust raamwerk van brede boszones en groen langs wegen en spoorlijnen speelt een essentiële rol in het verminderen van geluidsoverlast. De boszones zorgen voor een toevoeging van nieuwe natuur en vormen een visuele barrière die prettige verbindingen mogelijk maakt. Binnen dit raamwerk ontstaan boskamers. De Zuidelijke Dwarsweg die door dit bos loopt fungeert als een fietsroute. Inrichtingsprincipes Koning Willem I-bos Publieke ruimte  Een robuust raamwerk van boszones (30-40m) waarbinnen ruimtes (boskamers) ontstaan voor passende functies;  Extensieve vormen van recreatie en natuureducatie;  Het bos voegt zich naar het polderstramien;  Watergangen hebben natuurlijke oevers en altijd een onderhoudspas aan een zijde;  Natuurlijke opbouw van het bos met een zoom-mantelvegetatie;  Polderlijnen blijven herkenbaar en vormen o.a.

zichtlijnen op de open polder en het Kreekrugdorp;  Langs het polderlint (Middelweg/Bredeweg): bestaande erven met bosstroken als overgang naar het Koning Willem I-bos;  Differentiatie in vegetatietypes afhankelijk van de grondsoort, bodemgesteldheid en waterpeil;  Combinatie van aangeplant bos en spontane bosontwikkeling;  Inpassing Ecologische Verbindingszone van 25-50 meter (EVZ, provinciaal beleid);  Waterberging in het stramien van (polder)sloten, verbreden van oevers voor extra capaciteit en pleksgewijze verlaging van het maaiveld;  Intensief gebruikte sportvoorzieningen geclusterd in een boskamer nabij de Zuidelijke Dwarsweg;  Aan het polderlint (Middelweg-Bredeweg) is ruimte voor horecagelegenheid en boerderijwinkel met een uitloop in het bos;  Huidige waterpeil handhaven;  Inpassen leidingenzone. Private ruimte  Er is ruimte voor buitenplaatsen en compacte vormen van wonen in de boskamers. De woningen zijn geclusterd binnen de robuuste structuur van het bos;  De boskamers liggen op ruime afstand van de Middelweg en worden vanuit hier centraal ontsloten;  Parkeren vindt plaats in de boskamer.

45

5.2.4. Bedrijventerreinen Doelwijk II en Gouwepark II

Ligging bedrijventerreinen Doelwijk II (links van A20) en Gouwepark II (rechts van A20)

Omschrijving De nieuwe bedrijventerreinen zijn compacte bedrijfsclusters omzoomd door een groene en waterrijke bosmantel. Deze robuuste bosmantels zorgen voor samenhang met het Koning Willem I-bos en vormen een landschappelijke buffer richting de grootschalige infrastructuur. De bedrijventerreinen hebben een efficiënte, orthogonale opzet, die is gerelateerd aan het raster van de polder en de lange lijnen uit het landschap. Er wordt aangesloten op de naastgelegen bedrijventerreinen. De opzet is flexibel, binnen de bosmantel kunnen kavelgroottes variëren in afmetingen. Inrichtingsprincipes bedrijventerreinen Publieke ruimte  De bosmantels hebben een natuurlijke opbouw met een zoom en mantelvegetatie, watergangen hebben een natuurlijke oever met een talud flauwer dan 1:3;  Ontsluiting Doelwijk II via een groene en schaduwrijke rondweg langs de randen (parallel aan de spoorlijnen) en langs de Zuidelijke Dwarsweg;  Ontsluiting Gouwepark II via groene en schaduwrijke lanen, wegprofiel met groene kruidenrijke bermen;  Uitbouwen profiel Zuidelijke dwarsweg met doorfietsroute op de bestaande weg en een bedrijfsweg/HOV-route parallel hieraan;  Geen parkeren van (vracht)auto’s in de openbare ruimte (maar op eigen terrein);  Fiets-en wandelroutes maken onderdeel uit van doorgaande structuren en geven gelegenheid voor werknemers om te bewegen (bijv.

in de pauze);  Omzoming met groene bosmantels van minimaal 30m breed. Private ruimte  Een open, representatieve en landschappelijk ingerichte zone langs de Zuidelijke Dwarsweg (fiets- en HOV-route);  Voorkanten van bedrijven gericht op de doorgaande infrastructuur;  Langs de Zuidelijke Dwarsweg kleinere kavels ca. 0,5-1 ha. met een lagere milieucategorie;  Natuurlijke inrichting bedrijfskavel (groen tenzij), minimaliseren verharding en waterberging zoveel als mogelijk op eigen terrein;

46

      

Ruimte voor grote kavels van maximaal 5 hectare 93 aan de oostzijde N457; Bouwhoogte max 10-15m94; Groene klimaatadaptieve daken en zonnepanelen op eigen terrein; Groene natuurlijke erfafscheidingen; Opslag inpandig of uit het zicht achter de voorgevelrooilijn; Logistiek (loading docks) uit het zicht; Bebouwing langs de Zuidelijke Dwarsweg is representatief en heeft een kleiner volume.

5.2.5. Energielandschap

Ligging energielandschap

Omschrijving In de overgang van de N219 naar de Watertuinen en in het Visje (tussen A20 – spoorlijn GoudaAlphen a/d Rijn) liggen de zoeklocaties voor de opwekking van duurzame energie op land. Hier vindt een transformatie plaats van polderlandschap naar een waterrijk gebied met ruimte voor duurzame energieopwekking. Watergangen en robuuste natuurlijke randen rondom de energievelden zorgen ervoor dat het terrein ontoegankelijk wordt, waardoor het gebruik van hekwerken en poorten zo veel mogelijk vermeden kan worden. De groene randen om het energielandschap bevatten enkele recreatieve routes en zorgen tevens voor beperkte zichtbaarheid van de energieopwek. Binnen deze groene omzoming liggen de zonnevelden in een waterrijk landschap. Door het maken van water, rietvelden, Elzenboekbos en bloemrijk grasland wordt nieuwe habitat gemaakt voor o.a. waterdieren, (riet)vogels, kleine dieren en insecten. Inrichtingsprincipes energielandschap Publieke Ruimte  Behoud van de karakteristieke landschappelijke structuur/stramien polderlandschap;  Onderhoud bijvoorbeeld door het te laten begrazen door schapen;  Landschappelijke inpassing met robuuste groenzone rondom van minimaal 40m, ophoging waar nodig om boomvormers tot ontwikkeling te laten komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13089388/1