Bijlage 1 Nota van Uitgangspunten Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder A23.001215
Tekst van het document
NOTA VAN UITGANGSPUNTEN: ONTWIKKELING MIDDENGEBIED ZUIDPLASPOLDER Versie: 22 augustus 2023
1
Een woord vooraf Voor u ligt de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Middengebied in de Zuidplaspolder, een vertaling van de 11 ambities uit het Masterplan Middengebied. Wanneer alle ambities en uitgangspunten uit deze Nota van Uitgangspunten zijn gerealiseerd, wonen er bijna 20.000 mensen in dit nieuwe dorp. Hoe dat nieuwe dorp er dan uitziet? Het nieuwste dorp van Zuidplas, waar het buitenleven samen wordt gevierd Een dierbare stek, dit nieuwerwetse dorp, waar je elkaar nog groet op straat en waar diverse generaties, uit elke windstreken thuiskomen. Kinderen die buiten spelen, én volwassenen fijn buiten leven. Waar je voor elkaar zorgt en waar ondernemende mensen de ruimte hebben om te doen. Met lef en gevoel van vrijheid, af en toe buiten de lijntjes. Én tegelijkertijd met aandacht, voor al dat is: mensen én natuur. Waar wijsheid onderling wordt gedeeld, en vooral: alle ervaring van toen met de kennis van morgen zich vermenigvuldigd. Pionierend. Én nuchter, met de schouders eronder. Met liefde voor de aarde en met oog voor elkaar. Zo ontstaat er een dorp klaar voor de toekomst, onderling verbonden met zijn omgeving, sterk en klimaatrobuust. Hier wordt het water gekoesterd én la wat groeit en bloeit beweegt mee. Een landschap dat zich gaandeweg ontwikkelt, en het nieuwste dorp door zijn ondernemende inwoners organisch floreert.
Wonen, werken en ontspannen komen hier buitengewoon natuurlijk samen. Met sport en spel, muziek, eten en drinken. Bij de vereniging, bij elkaar thuis of in de frisse buitenlucht. Waar reuring én rust hand in gaan, en vooral … Waar het buitenleven samen wordt gevierd.
2
Inhoudsopgave Een woord vooraf .................................................................................................................................... 2 1.
Begrippenkader ............................................................................................................................... 4
2.
Inleiding en leeswijzer ..................................................................................................................... 8
3.
Plangebied ..................................................................................................................................... 10
4.
5.
6.
3.1
Zuidplaspolder: droogmakerij van de 19e eeuw ................................................................... 10
3.2
Middengebied: ligging in de polder....................................................................................... 11
Thematische ambities en uitgangspunten .................................................................................... 12 4.1
Thema: Dorpse woon- en leefkwaliteit ................................................................................. 12
4.2
Thema: Klimaat en toekomstbestendigheid ......................................................................... 17
4.3
Thema: Mobiliteit .................................................................................................................. 19
4.4
Thema: Gezonde leefomgeving, Ecologie en Landschap ...................................................... 23
4.5
Thema: Duurzaamheid .......................................................................................................... 26
Gebiedsgerichte inrichtingsprincipes ............................................................................................ 28 5.1
Specifieke kenmerken voor de structuren ............................................................................ 29
5.2
Specifieke kenmerken voor de gebieden .............................................................................. 39
Fasering ......................................................................................................................................... 51 6.1
Uitgangspunten fase 1A ........................................................................................................ 51
6.2
Placemaking, prijsvraag en dorpse woon- en leefkwaliteit................................................... 54
6.3
Voorzieningenprogramma .................................................................................................... 54
6.4
Witte vlekken ........................................................................................................................ 55
6.5
Tijdelijk wonen ...................................................................................................................... 55
6.6
Groene Schakel ...................................................................................................................... 55
6.7
Energielandschap .................................................................................................................. 56
6.8
Mobiliteit ............................................................................................................................... 57
6.9
Inpassing bestaande lintbebouwing Middelweg/Bredeweg (fase 1A).................................. 57
6.10
Bouwrijp maken, aanleg ondergrondse infrastructuur ......................................................... 58
6.11
Planproces na vaststelling NvU en participatie ..................................................................... 58
6.12 Vervolgfasen ontwikkeling ........................................................................................................ 59 7.
Agenda beleidsontwikkeling.......................................................................................................... 60
Bijlagen .................................................................................................................................................. 62
3
1. Begrippenkader Begrip Actieve plint
Bezoekersparkeren Bestuurlijke Overeenkomst (BOK) Bouwblok Broekbos Buitenplaatsen
Coulis Coulissenlandschap
CPO
Deelovereenkomst Mobiliteit
Delftse stoep
Dorpse woon- en leefkwaliteit
Dorpshart Dorpspark
Omschrijving De begane grond van een gebouw die wordt ingevuld met voorzieningen die een koppeling hebben met de openbare ruimte en zorgen voor levendigheid op staat. Hier wordt specifiek het parkeren gekoppeld aan bezoekers van bewoners bedoeld. Het gaat om bezoekers van een woonfunctie. Een overeenkomst over de ontwikkeling van het Middengebied van de Zuidplaspolder, tussen de gemeente Zuidplas, de provincie ZuidHolland en Grondbank RZG Zuidplas. Een ruimtelijke eenheid waarbinnen de bebouwing ten behoeve van een bestemming dient te worden geconcentreerd. Permanent nat en af en toe plaatselijk overstroomd bos. Een buitenplaats kenmerkt zich door landelijk wonen, in lage dichtheden in een bosrijk gebied. Dit kunnen verspreide vrijstaande woningen zijn, clusters met vrijstaande woningen, compacte clusters met geschakelde woningen rond een gemeenschappelijke tuin, of appartementen. De buitenplaats is onderdeel van het boslandschap, blijft openbaar toegankelijk en zal met (opgaand) groen worden ingericht. Strook opgaand groen, bijvoorbeeld in de vorm van een broekbos. Halfopen landschap dat wordt gekenmerkt door een lapjesdeken van onregelmatige percelen die worden afgeschermd door opgaand groen als bomen, heggen, houtwallen of muurtjes. Afkorting die staat voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap.
Een vorm van sociale projectontwikkeling waarbij toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever zijn voor hun eigen nieuwbouwproject. Overeenkomst over mobiliteit in het kader van de ontwikkeling van het Middengebied van de Zuidplaspolder. Deze overeenkomst is eind juni 2023 ondertekend door de gemeente Zuidplas, de gemeente Gouda, de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland. Een smalle strook grond aan de voorzijde van het, meestal in een rijtje geschakeld, huis die privaat gebruikt wordt door mensen die eraan wonen. Het zorgt voor een zachte overgang tussen openbare en private ruimte en draagt bij aan sociale interactie tussen buren / mensen. In de regel is een Delftse stoep niet afgeschermd met erfafscheidingen en heeft het een semi openbaar karakter. Het begrip ‘dorps karakter’ is lastig te vatten in een uniforme, eenduidige definitie. In deze NvU is dorpse woon- en leefkwaliteit nader geduid in ambities, uitgangspunten en inrichtingsprincipes. Deze ambities, uitgangspunten en inrichtingsprincipes samen geven invulling aan deze term. Het centrum van het Vijfde Dorp, ingesloten tussen de Hartlijnen. .Een dorpspark is een openbaar groengebied dat zich in of nabij een dorp bevindt. Het is bedoeld als groene ruimte voor de lokale gemeenschap om te ontspannen, van de natuur te genieten en verschillende activiteiten uit te voeren.
Dorpsparken bevatten groene omgevingen met bomen, grasvelden en bloembedden, evenals speeltoestellen voor kinderen, zitgelegenheid en vaak faciliteiten voor sport en recreatie. Ze dienen als sociale ontmoetingsplekken, waar mensen samenkomen, met elkaar praten en tijd doorbrengen met vrienden en familie. Dorpsparken dragen bij aan de kwaliteit van leven in de gemeenschap door het bevorderen van welzijn, gezondheid en sociale interactie. In deze NvU wordt met een
4
Ecokavel Ecowoning
Groene Schakel
Groene Slinger
Groene Waterparel
Halverwegen Hartlijnen Hub
Inprikker Intramurale zorg
Korrel
Kreekrug
dorpspark een dorp bedoeld van een grotere omvang dan een buurtpark Kavel waarop een ecowoning is toegestaan. Een huis dat is ontworpen en gebouwd met materialen die het milieu minder belasten dan de traditionele bouwmaterialen. Maar ook bouwdelen of producten die een langere levensduur hebben, waardoor de impact op het milieu over een langere periode verspreid wordt. Eventueel off-grid wonen, via zelfbouw. Transformatiegebied ten behoeve van kwaliteitsverbetering, minder bebouwing en meer ruimte voor groen, biodiversiteit, water, recreatie en beleving van het open polderlandschap. De Groene Schakel ligt tussen de Derde tochtweg, de N219 en de A20 in en draagt bij aan het verbinden van recreatiegebieden die buiten het plangebied Middengebied liggen. Een nieuwe landschappelijke structuur die gekenmerkt wordt door een groen ingepaste gebiedsontsluitingsweg (een ringweg) op de overgang van het Kreekrugdorp en Watertuinen. Een gedeelte van de Zuidplaspolder met een herkenbare slagenstructuur aan de zuidzijde van het Vijfde Dorp, tegen de snelweg A20 aan. De kattenklei in de bodem draagt bij aan een voedselarm en zuur tot zwak gebufferd water waardoor plantensoorten uit de Oeverkruid-klasse dominant aanwezig zijn in dit gebied. Type weg in het Middengebied. Nadere toelichting en profiel zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van deze NvU. Type weg in het Middengebied.
Nadere toelichting en profiel zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van deze NvU. Een gebouwde of ongebouwde parkeervoorziening waarin of waarbij mag worden voorzien in ondersteunende functies, waaronder in ieder geval verstaan: voorzieningen om auto's, scooters en motors emissievrij te laten functioneren; voorzieningen ten behoeve van de realisatie van auto deel concept; (elektrische)laadvoorzieningen voor auto's en fietsen; voorzieningen voor opwek en opslag van energie voor verkeer en woningen; groenvoorzieningen; met hieraan ondergeschikt de mogelijkheid tot het realiseren van: voorzieningen voor pakketbezorgdiensten; maatschappelijke voorzieningen. Wegen die de Groene Slinger verbinden met de hubs. Dit zijn geen doorgaande wegen. Zorg die cliënten ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen. Schaal en maat van de indeling in percelen en bebouwing. De plaats in het plangebied en bijbehorende omgevingskenmerken is medebepalend voor een korrelgrootte. Voor bebouwing aan een polderlint geldt bijvoorbeeld een fijnere korrel dan bij bebouwing in het centrum van het Vijfde Dorp.
Bij een kleine korrelgrootte wordt ter illustratie gestreefd naar pandsgewijze architectuur, door binnen een blok of gevellijn variatie aan te brengen in bouwhoogte en -breedte, type, architect, materialisering en kleur. Een kreekrug is een hoger gelegen zone in een voormalig wadgebied. Kreekruggen zijn gevormd door in geulen afgezet zand.
5
Kreekrugdorp
Kulturhus
Nabuurschap Natuurvriendelijke oever Polderlint (lint)
Positieve gezondheid
Samengesteld bouwblok Schaduwplek
Singel Slagen Slagenlandschap /slagenpatroon
STOMP – principe
THAMES – principe
Tiny house Tocht
Omdat het omringende veen door inklinken in volume is afgenomen zijn de voormalige kreken tegenwoordig duidelijk herkenbaar als verhoging in het polderlandschap. Een woon- en leefomgeving die de contouren van de onderliggende kreekrug volgt. Het wordt gekenmerkt door een compactere ruimtelijke opzet (dan de Watertuinen). Het is tevens het gedeelte van het plan waarin het dorpshart zich bevindt en de meeste voorzieningen aanwezig zijn. Een centraal in het dorp gelegen multifunctioneel gebouw voor laagdrempelige ontmoeting met daarin een nader te bepalen mix van maatschappelijke en commerciële functies. Een sociale verhouding of intensieve vorm van burenhulp binnen een kleine gemeenschap. Een natuurlijk ingerichte oever met een talud van tussen de 1:3 – 1:7. Lange polderweg met daaraan in meer of mindere mate bomen, boerderijen, bedrijven en onbebouwde delen die zicht bieden op het aangrenzende polderlandschap. In deze NvU wordt hiermee de al bestaande wegenstructuur in het gebied bedoeld. Dit is een term die de kracht van mensen benadrukt en minder de focus legt op gezondheidsklachten en -problemen.. Gezondheid in termen van veerkracht, functioneren en participatie. Het biedt daarmee een bredere kijk op gezondheid ten opzichted van de traditionenle kijk op gezondheid.
Het is uitgewerkt in zes pijlers: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks leven. Een stedenbouwkundige eenheid die bestaat uit een blok die wordt gevormd door verschillende gebouwen. Schaduw bij de hoogste zonnestand op 21 juni. Schaduwplek is een gebied dat gedeeltelijk of volledig wordt afgeschermd van direct zonlicht door een obstakel. Het obstakel kan variëren, zoals een gebouw, boom, hek of een ander object dat de zonnestralen blokkeert. Schaduwplekken bieden beschutting tegen direct zonlicht, wat kan helpen om de temperatuur op die plek te verlagen. In warme omgevingen bieden schaduwrijke gebieden vaak een welkome verkoeling, vooral op hete zomerdagen. Type weg in het Middengebied. Nadere toelichting en profiel zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van deze NvU. Smalle strook land van ca. 40m breed. Ook wel strokenverkavelingslandschap genoemd, is een landschap waarbij verkaveling heeft plaatsgevonden in smalle banen die slagen of stroken worden genoemd. Het landschap van de Zuidplaspolder wordt gekenmerkt door polderlinten en tochten in noordwest en zuidoost richting met een onderlinge afstand van ca 800m. Hiertussen en haaks op de polderlinten en tochten liggen sloten. De stroken land hiertussen hebben een breedte van ca 40m. Het STOMP-principe is een mobiliteitsprincipe.
Hierbij staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt er in volgorde uitgegaan van eerst de voetganger (Stappen), vervolgens de fietser (Trappen), openbaar vervoer (OV) en Mobility as a Service (MaaS). Als laatste wordt de privé-auto meegenomen in de inrichting. Het THAMES-principe is een nog verdergaand mobiliteitsprincipe als het STOMP-principe.Thuis werken en voorzieningen nabij (sturing door ruimtelijke ordening, nabijheid voorzieningen), Actieve Mobiliteit (stappen en trappen), Mobility as a Service, Elektrificatie en Stadslogistiek. Een vrijstaande woning met een maximum oppervlakte van 50 m2. Lange watergang in noordoost – zuidwest richting.
6
Verticale geleding Watertuinen
Wbi-bijdrage Zeer kwetsbare voorzieningen
Zoom-mantelvegetatie
Verticale onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken door middel van gevelkenmerken en -detailleringen. Een woon- en leefomgeving waarbij de ruimtelijke opzet voornamelijk bepaald wordt door het kenmerkende slagenpatroon van de Zuidplaspolder. Het wordt gekenmerkt door wat minder compacte ruimtelijke opzet. De bijdrage die de gemeente Zuidplas ontvangen heeft vanuit de woningbouwimpuls van de rijksoverheid. Voorzieningen die gebruikt worden door personen die door geestelijke of lichamelijke beperkingen of door zeer jonge leeftijd of door opsluiting voor langere tijd, niet in staat zijn om zich zelfstandig binnen korte tijd in veiligheid te brengen of bescherming te zoeken voor een dreigend gevaar door het vrijkomen van een gevaarlijke stof, zoals basisscholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen, opvang gehandicapten en penitentiaire inrichtingen. Opgaand groen daar waar mogelijk in combinatie met laagbegroeing, die zorgen voor een groene inpassing.
7
2. Inleiding en leeswijzer Inleiding Al decennialang wordt nagedacht over de beoogde ontwikkeling van het Middengebied van de Zuidplaspolder, het gebied gelegen tussen de vier bestaande kernen van de gemeente Zuidplas. Na vaststelling van het bidbook voor het Middengebied, volgde in juni 2019 vrijgave van de conceptontwikkelingsvisie door de gemeenteraad van Zuidplas. Daarmee werd een belangrijke stap gezet om te komen tot een integrale ontwikkeling van het gebied. In mei 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder1 vastgesteld en tevens een aantal kaders voor het opstellen van het planologische kader (omgevingsplan danwel bestemmingsplan(nen)) voor het gebied, namelijk2: a. Het ontwikkelen van 8.000 woningen en bijbehorende voorzieningen in een dorps woonmilieu. b. In het woningbouwprogramma te bepalen dat tenminste 50% zal worden gerealiseerd als betaalbare huurwoningen tot een huur van € 1.000,- per maand (prijspeil 2020) en betaalbare koopwoningen tot € 325.000,- v.o.n. (NHG-grens 2021). c. Het aandeel sociale huurwoningen te bepalen op 30% oftewel 2.400 woningen. d. Het ontwikkelen van twee bedrijventerreinen van in totaal 65 hectare bruto in de Gouweknoop. e.
Het realiseren van twee nieuwe hoofdontsluitingen voor het Middengebied via twee nieuwe aantakkingen op de provinciale weg N219 (tussen de Zuidelijke Dwarsweg en de A20 en ter hoogte van de aansluiting van het nieuw te realiseren bedrijventerrein Knibbelweg Oost) alsmede langzaam verkeersverbindingen (naast bestaande ontsluiting Middelweg). f. De woningbouw, de bedrijventerreinen en het omliggende landschap van het Middengebied worden conform het Convenant “Klimaatadaptief Bouwen” van de provincie Zuid-Holland klimaatadaptief ingericht met een wijze van bebouwing die bijdraagt aan een gezonde en veilige leefomgeving. g. Het Vijfde Dorp wordt tenminste energieneutraal ontwikkeld. h. Het accepteren van de bouw van het Vijfde Dorp binnen de brandaandachtsgebieden van in het gebied aanwezige gasleidingen met inachtneming van de maatregelen uit de rapportage “Omgang met brandaandachtsgebieden” Z20.002581. De volgende stap in de ontwikkeling van het Middengebied, is het vaststellen van voorliggende Nota van Uitgangspunten en Grondexploitatie(s), in voorbereiding op het vaststellen van bestemmingsplannen voor het gebied (welke parallel worden voorbereid).
Het doel van de Nota van Uitgangspunten is het vertalen van de ambities uit het Masterplan naar concrete(re) ambities en uitgangspunten, mede op basis van aanvullende kennis en informatie die sinds de vaststelling van het Masterplan is opgedaan. De ambities uit het Masterplan zijn na vaststelling van dat plan namelijk nader getoetst, verfijnd en aangescherpt op basis van onderzoeken én een proces van rekenen en tekenen. Een aantal uitgangspunten komt terug in het (ontwerp) bestemmingsplan, voor het overgrote deel dient de Nota van Uitgangspunten voor de verdere planvorming (uitwerking woonblokken) en het maken van de grondexploitatie. De ambities en uitgangspunten uit deze Nota zijn dan ook het resultaat van een samenspel van:
Vastgelegde kaders door de gemeenteraad voor de ontwikkeling (bovengenoemde beslispunten bij vaststelling van het Masterplan in 2021); Het Masterplan Middengebied (mei 2021); Afspraken met bestuurlijke partners zoals vastgelegd in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (2021) 3 en de deelovereenkomst mobiliteit (2023); Vigerend beleid van de gemeente Zuidplas; Aanscherping, uitwerking en verfijning van het Masterplan op basis van: o Onderzoek en beleidsuitwerkingen ná vaststelling van het Masterplan, bijvoorbeeld in het kader van het MER (waaronder het Mobiliteitconcept Het Vijfde Dorp (bijlage 1), de (concept-)Spelregels Groene Schakel (bijlage 6) en Ruimtelijke verkenning voorzieningen (bijlage 4);
1
https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/9953617/1/Bijlage+1+Masterplan+Middengebied+Zuidplaspolder+met+uitvoerings+en+ontwikkelstrategie_Z21_000079 2 https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/9955793/2#search=%22bestuurlijke%20overeenkomst%20middengebied%22 3 https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/10318803/1#search=%22bestuurlijke%20overeenkomst%20middengebied%22
8
o o o
o
het voorkeursalternatief van het MER (vastgesteld door het college van B&W op 31 januari 2023); nieuwe beleidsontwikkelingen; rekenen en tekenen, onder andere in 5 ambtelijke werkateliers met naast vertegenwoordigers van de gemeente, o.a. Provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard; participatiebijeenkomsten en input van huidige bewoners en ondernemers en de feedback van de gemeenteraad en programmacommissie.
De Nota van Uitgangspunten vormt het door de raad vast te stellen kader voor de gehele ontwikkeling van het Middengebied. De concept Nota van Uitgangspunten zal ook getoetst worden bij marktpartijen in een marktconsultatie. Daarna wordt de Nota vastgesteld door het College van B&W, waarna deze ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden (gelijktijdig met de grondexploitatie voor de eerste fase). Na vaststelling vormt de Nota van Uitgangspunten de basis voor:
Het bestemmingsplan ¨ontwikkelgebied¨ en het bestemmingsplan voor de “’groene gebieden rondom het ontwikkelgebied; Aanbestedingen met marktpartijen, wooncorporaties en wooncoöperaties; (PvE’s van) Deelgebieduitwerkingen in de vorm van stedenbouwkundige plannen en bijbehorende beeldkwaliteitsplannen; Herijking / opstellen beleid; Toekomstige gesprekken met bewoners en ondernemers; GREX; Realisatie.
Leeswijzer Ten behoeve van de leesbaarheid van deze Nota zijn de 11 ambities uit het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder samengevoegd tot 5 hoofdthema’s waarlangs deze Nota is opgebouwd: Thema Dorpse woon- en leefkwaliteit 1. Ruimte voor wonen in dorps milieu 2. Hechte/zelfredzame gemeenschap 3. Impuls economie Thema Klimaat en toekomstbestendigheid 4. Adaptief 5. Klimaatrobuust Thema Mobiliteit 6. Eerst bewegen dan bouwen en modal shift van minimaal 5% reductie autoverkeer Thema Gezonde Leefomgeving, Ecologie en Landschap 7. Tegengaan verrommeling 8. Gezonde leefomgeving met biodiversiteit Thema Duurzaamheid 9. Energieneutraal 10. Circulair 11. Lage CO2-uitstoot In hoofdstuk 3 wordt het plangebied in zijn omgeving kort toegelicht. In hoofdstuk 4 zijn de ambities en uitgangspunten uitgewerkt die gelden voor het gehele plangebied, langs de vijf bovengenoemde thema’s. Hoofdstuk 5 is gebiedsgericht opgebouwd. Dit wil zeggen dat in dit hoofdstuk specifieke gebiedskernmerken en inrichtingsprincipes zijn opgenomen voor de 12 verschillende deelgebieden en structuren. Hoofdstuk 6 duidt de eerste fase van de ontwikkeling en wat deze fase wel en niet zal bevatten. Hoofdstuk 7 bevat een beleidsagenda, op basis van de lessen en ervaringen bij het opstellen van deze Nota van Uitgangspunten.
9
3. Plangebied 3.1 Zuidplaspolder: droogmakerij van de 19e eeuw De Zuidplaspolder is een dynamisch landschap dat door de geschiedenis heen meerdere metamorfoses heeft ondergaan. De polder begon als een veenmoeras dat geleidelijk werd ontgonnen voor landbouw. Naarmate de bevolking groeide, werd het moerasbos verder gekapt en ontwaterd. Met de komst van windwatermolens in de 15e eeuw werd het droogleggen verbeterd maar ook het inklinken van de polder versneld. In de 16e eeuw werd veeteelt en weidegrond geïntroduceerd vanwege de onmogelijkheid van akkerbouw. Tijdens de turfwinning werd de veengrond afgegraven, resulterend in een diepe plas in het noorden en midden, terwijl een dikke veenlaag onder water achterbleef in het zuiden en westen. In de 19e eeuw werd de plas drooggelegd met behulp van stoomgemalen, en werd de polder een grootschalig agrarisch productielandschap met een kenmerkend patroon van lanen, linten, tochten en dorpen. Infrastructuur zoals spoorwegen en snelwegen werden aangelegd, en er ontstond verstedelijking met groeiende bevolking, welvaart en mobiliteit. Aan het einde van de 20e eeuw nam de vraag naar ruimte voor bedrijven, glastuinbouw en wonen toe waardoor er bedrijventerreinen rond de Gouweknoop, kassen en nieuwe woonwijken in de polder verschenen.
Om de verstedelijkingsdruk te beheersen werden er aan het begin van de 21e eeuw plannen gemaakt om de Zuidplaspolder integraal verder te ontwikkelen voor glastuinbouw, bedrijven en wonen. Ondertussen veranderde het gebruik van de polder en nam het agrarisch gebruik af. Er dienden zich nieuwe functies aan die zich niet altijd evengoed verhouden tot overige waarden van de polder als recreatie, natuur en biodiversiteit en landschapswaarden. Het landschap verandert onder druk van stedelijke groei, klimaatverandering en de energietransitie met als neveneffect dat er verdere verrommeling van de polder dreigt.
10
3.2 Middengebied: ligging in de polder De Zuidplaspolder en de omliggende dorpen maken deel uit van een groter gebied van dorpen en groene woonkernen, omringd door grote steden zoals Rotterdam, Delft, Den Haag en Gouda. Deze groen-blauwe zone speelt een belangrijke rol in de identiteit en levenskwaliteit van de Zuidelijke Randstad. Het gebied is zowel gericht op voedselproductie, waterbeheer en ecologie, als op recreatie en ontspanning voor de bewoners. De dorpen in dit gebied bieden een unieke woonomgeving in de Zuidelijke Randstad, waar de nabijgelegen grote steden de drukte, voorzieningen en snelle openbaar vervoersverbindingen naar de rest van Nederland hebben. De dorpen en het omringende landschap bieden een tegenwicht met rust, gemeenschapszin en een groene en waterrijke leefomgeving. De ligging van de Zuidplaspolder op het knooppunt van belangrijke vervoerswegen in de Randstad, namelijk Rotterdam-Utrecht en Den Haag-Utrecht, brengt ook veel bedrijvigheid met zich mee. Nabijgelegen dorpen en steden hebben hun eigen voorzieningen en openbaar vervoer, en recent verkeersonderzoek toont aan dat de inwoners van de dorpen in en rondom de Zuidplaspolder een sterke forensenrelatie hebben met Rotterdam en Den Haag4. De stations Nieuwerkerk aan den IJssel en Gouda liggen op enige afstand van het toekomstige dorp en zijn de verbindingen naar de rest van de regio en Nederland.
Station Waddinxveen Triangel en metrostation Rotterdam Nesselande bieden ook aanvullende mogelijkheden voor openbaar vervoer van en naar het Middengebied. Ten slotte wordt de Zuidplaspolder aan de west- en oostzijde begrensd door twee prachtige landschappen: de Krimpenerwaard en het Rottemerengebied. Beide gebieden dienen als belangrijke recreatiegebieden en spelen tevens een cruciale rol in de waterhuishouding van de regio. Op dit moment zijn de fysieke verbindingen tussen deze twee landschappen echter beperkt. Er zijn weinig aantrekkelijke fietsroutes door de Zuidplaspolder en infrastructuur vormt een barrière voor een aantrekkelijk fietsnetwerk. De verdere ontwikkeling van de Zuidplaspolder biedt kansen om recreatieve en ecologische verbindingen te creëren en zowel bestaande als nieuwe bewoners de mogelijkheid te geven om te genieten van het landschap en de natuur in hun eigen woonomgeving.
Positionering van het Middengebied van de Zuidplaspolder in de regio.
4
Mobiliteitsonderzoek RHDHV 2019; https://zuidplas.raadsinformatie.nl/document/10041779/1/Bijlage+1_4+Royal+HaskoningDHV+Dynamisch+verkeersonderzoek+ Middengebied_Z20_002572
11
4. Thematische ambities en uitgangspunten Voor de ontwikkeling van het Middengebied is in 2021 het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin zijn de 11 ambities vastgelegd voor de toekomstige ontwikkeling. Deze 11 ambities worden in dit hoofdstuk (langs de 5 thema’s) verder uitgewerkt en geduid in ambities en (waar dat wenselijk en mogelijk was) vertaald in kwantitatieve en afdwingbare uitgangspunten. Waarbij in de ambities wordt opgesomd wat het streven is op een bepaald thema voor het Middengebied. De uitgangspunten zijn altijd gekwantificeerd (meetbaar) en zijn daarnaast afdwingbaar door de gemeente. Dit wil zeggen dat de gemeente zelf volledig in de hand heeft of een uitgangspunt wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld doordat de gemeente deze in een bestemmingsplan of grondexploitatie kan verankeren. Voor de uitgangspunten is de gemeente dus niet afhankelijk (bijvoorbeeld van derden), terwijl dat voor ambities wél het geval kan zijn. De uitgangspunten zijn, met andere woorden, afrekenbaar, terwijl de gemeente voor de ambities in deze Nota een inspanningsverplichting aangaat. Dit verschil is in deze nota opgenomen om als gemeente voldoende wendbaarheid in de planuitwerking te houden.
Soms is er ook nader onderzoek nodig om te zien hoe invulling aan een ambitie gegeven kan worden.Voor de realisatie van de ambities zullen samenwerkingsafspraken gemaakt worden met onder meer marktpartijen, woningcorporaties en andere overheden. Voor afwijkingen op de uitgangspunten uit deze Nota wordt een nieuw raadsbesluit noodzakelijk, voor de ambities geldt het principe ‘pas-toe-of-leg-uit’ via de periodieke verantwoording (minimaal eens per jaar). De ambities en uitgangspunten uit dit hoofdstuk vormen de rode draad voor de ontwikkeling, zowel door de tijd als door de verschillende deelgebieden. Sommige uitgangspunten dragen bij aan meerdere ambities en soms zelf thema-overstijgende ambities. Omwille van de leesbaarheid zijn deze uitgangspunten op slechts één plek ondergebracht. In deze Nota wordt met behulp van voetnoten aangegeven waar ambities en uitgangspunten zijn verankerd, evenals eventuele afwijkingen op vigerend beleid van de gemeente, danwel het door de raad vastgestelde Masterplan Middengebied Zuidplaspolder. Wanneer ambities/uitgangspunten een plek krijgen in het bestemmingsplan (dat parallel ontwikkeld wordt), is dit eveneens in een voetnoot opgenomen.
4.1 Thema: Dorpse woon- en leefkwaliteit Masterplanambities: Ruimte voor wonen in dorps milieu, Hechte/zelfredzame gemeenschap, Impuls economie Deze ontwikkeling kenmerkt zich als ontwikkeling met een dorpse leefkwalteit. Wonen in het Middengebied is daarmee echt anders dan wonen in een stad of een uitlegwijk. In het Masterplan is de ambitie opgenomen om een compleet dorp te maken met ruimte voor wonen en werken in een dorps milieu. Voor een dorpse leefkwaliteit is het daarnaast nodig dat er ‘een hechte zelfredzame gemeenschap’ ontstaat. Ook zijn in een dorp dorpse commerciële voorzieningen op een steenworp afstand aanwezig en is er nabij gelegen werkgelegenheid, zodat er geen slaapdorp ontstaat. Het thema dorpse leefkwalitet vertaalt zich in de volgende ambities: 4.1.1 Ambities a. Spiegel van de samenleving: Een demografische opbouw die een afspiegeling is van de samenleving. Dat komt op langere termijn de vitaliteit en sociale samenhang ten goede. Ook maakt het stabieler programmeren en investeren mogelijk in maatschappelijke voorzieningen. b. Nabuurschap: We willen eenzaamheid in het plangebied voorkomen5 en zetten in op nabuurschap. In dit dorp woon je niet anoniem, maar maak je onderdeel uit van een dorpse gemeenschap. Om dit te stimuleren worden evenementen georganiseerd gericht op ontmoeting en verbinding, voor en door bewoners.
Ook wordt de openbare ruimte ingericht op ontmoeting met parken, groengebieden en hofjes en we zetten in op collectieve woonvormen. c. Evenwichtig gemengde wijken en buurten: Het dorp bevat een gemixt programma op straat en buurtniveau. In de buurtjes staan verschillende type woningen bij elkaar, van grondgebonden woningen tot appartementen en van betaalbaar tot duur. Ook is er ruimte voor een aantal specials 5 Beleidskader Sociaal Domein 2020-2024
12
(zoals tiny houses, ecowoningen en CPO 6). Het mengen van types en categorieën zorgt ervoor dat de inwoners zich mengen. Voorbeelden in binnen- en buitenland laten zien dat het niet wenselijk is om de woningtype bebouwing en categorieën te clusteren omdat dat segregatie - dan wel elitevorming in de hand werkt en dat draagt niet bij aan het beoogde dorpse karakter. d. Compacte woonbuurtjes: Ontspannen, compacte woonbuurtjes rond centrale groene ontmoetingsplekken in verbinding met het omliggende landschap, wat ten goede komt aan het nabuurschap. Een ziel in een dorp wordt gemaakt door de mensen die er wonen. Deze mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten, op verschillende plekken. Door in elk buurtje een groen buurthart te maken geven we op een natuurlijke wijze invulling aan dat samen zijn. In zo’n groen buurthart kunnen inwoners van alle leeftijden en achtergronden samenkomen. e. Betaalbaar: We creëren een dorp waar voor elke inkomensgroep aanbod van woningen is, met een groot deel betaalbare woningen. We richten ons voor een belangrijk deel op huishoudens in het (betaalbare) middensegment in zowel huur als koop. f. Levensloopbestendige woningen en buurten: Woongebouwen en woonomgeving/openbare ruimte zijn zoveel mogelijk levensloopbestendig en inpandig drempelloos, in ieder geval alle appartementen.
Gemixt programmeren zorgt er daarnaast voor dat mensen een woon- carrière kunnen maken binnen hun buurt en er kunnen blijven wonen wanneer leefomstandigheden veranderen. g. Collectieve woonvormen: Vormen van collectief wonen (zelfstandig met gezamenlijke voorzieningen) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan bouwen aan (micro)gemeenschappen, nabuurschap, geborgenheid, betaalbaarheid en het voorkomen van eenzaamheid. De plattegrond van een woning in een collectieve woonvorm, in combinatie met een gemeenschappelijke tuin, sluit beter aan op een specifieke woonbehoefte passend bij de doelgroep. Collectieve woonvormen gaan van jong tot oud en door huur en koop, inclusief mixvormen. Ook bieden we ruimte voor geclusterd wonen met (zware) zorg/ Intramuraal. h. Collectieve tuinen: Collectieve tuinen dragen bij aan een aantrekkelijk groen uiterlijk, ontmoeting, sociale cohesie en nabuurschap , bijvoorbeeld in de vorm van semi private tuinen in mandelig eigendom. i. Toegankelijk: Binnen het dorp is er ruimte voor mindervaliden parkeerplekken dicht bij woningen. De openbare ruimte dient zodanig ingericht te zijn dat deze toegankelijk en bereikbaar is voor mindervaliden, hetzelfde geldt voor het openbaar vervoer en bushaltes. Er zijn verschillende routes in het groen rolstoeltoegankelijk gemaakt. Er is ook ruimte voor openbare toiletvoorzieningen. j.
Dwaalmilieu: Een dorp kenmerkt zich door kleine verassingen en onlogische hoekjes die in de loop van de tijd ogenschijnlijk door toevalligheden zijn ontstaan. Deze plekjes noemen we het dwaalmilieu, waar ook veel ruimte is voor spelen en ontmoeting. Dit draagt bij aan een gezondere leefomgeving en de recreatieve waarde van deze ontwikkeling. Het zorgt er ook voor dat er meer aanleiding is voor het elkaar op informele manier ontmoeten, wat weer bij kan dragen aan de gemeenschapszin en saamhorigheid in het gebied. k. Uitnodigen tot buitenleven: Het Vijfde Dorp met een diversiteit aan vernieuwde landschappen nodigt uit tot buitenleven: recreatieve routes/ommetjes zijn gekoppeld aan landschappelijke structuren, omliggende landschappen en groene plekken. Zo ontstaat een goede beleving van landschap en natuur en ontstaan overal speelaanleidingen. Het nieuwe dorp en de omliggende landschappen worden zo vanzelfsprekend met elkaar verbonden en er ontstaat overal een gevoel van buitenleven en wordt ontmoeting gestimuleerd tussen mensen in het dorp. l. Uitnodigen tot spelen: Spelaanleidingen stimuleren kinderen om de buitenruimte ook echt te gaan gebruiken. Speelplekken zijn gespreid gesitueerd in het dorp en over de wijken, aansluitend op actuele behoeftes en demografische ontwikkelingen en rekening houdend met de actieradius van iedere leeftijdscategorie.
We zorgen ook voor speelplekken die toegankelijk zijn voor mindervaliden. m. Placemaking: We willen gebruikswaarde geven aan plekken in de openbare ruimte, zoveel mogelijk is samenspraak met bewoners en ondernemers. Daarom zetten we in op het betrekken van deze bewoners en ondernemers en maken we ruimte voor maatschappelijke initiatieven. n. Diverse architectuur: We ambieren diversiteit in architectuur en typologie per buurt met afwisselende gevels, goothoogtes, kapvormen en richtingen en verspringende rooilijnen. Dit 6
Woonvisie 2025
13
o.
p. q.
r.
s.
t.
u.
v.
voorkomt een planmatig en seriematig karakter van de ontwikkeling en zorgt voor een dorpse uitstraling7. Gestapelde bouw beperkt: Gestapelde bouw (tot maximaal acht lagen8) wordt toegepast waar het kan. Gestapelde bouw kan in beperkte hoogte aan grote open ruimtes, zoals pleinen of grote parken of kruisingen van wegen. Het kan ruimtelijk tevens worden ingezet herkenningspunt of ten behoeve van de oriëntatie in een gebied. Zoals een kerk, toren of ander hoog bouwwerk in een dorp dat had in het verleden9. Beperkte bloklengtes: Een dorpse uitstraling van straten wordt bewerkstelligd door lange bouwblokken en dichtbebouwde straten en linten zoveel mogelijk te voorkomen10. Werken in en bij huis: Door wonen en werken met elkaar te combineren zorgen we voor leven en reuring op straat en in de wijk. Hierdoor zijn er niet alleen maar mensen op straat in de spitstijden, maar heeft het leven in de wijk en op straat een grotere dynamiek. Daarnaast draagt het bij aan het voorkomen van veel mobiliteit door forenzen. Werken in Middengebied: We realiseren twee nieuwe bedrijventerreinen die bijdragen aan de lokale werkgelegenheid: i. Doelwijk II: Ruimte voor bedrijven met een hogere milieucategorie. Het gaat voornamelijk om middelgrote bedrijven in de industrie en agrifood. Kleinschalige distributie wordt mogelijk gemaakt waar dat passend is11.
Grootschalige logistiek wordt uitgesloten van vestiging op het terrein. ii. Gouwepark II: Een regulier gemengd bedrijventerrein voor kleine en middelgrote bedrijven. Bedrijven met een hogere milieucategorie en grootschalige logistiek worden uitgesloten van vestiging op het terrein. Een dorp met een hart: Een centrale ontmoetingsplek in de vorm van een voorzieningencentrum met winkels, horeca en een Kulturhus (multifunctioneel gebouw12 voor ontmoeting met daarin een nader te bepalen mix van culturele, maatschappelijke (waaronder geloofsuitingen) en commerciële functies, aan een dorpsplein). Het culturele aanbod draagt bij aan de identiteit van het dorp en de ontwikkeling ervan13. Levendige wijken: We maken het werken in woningen ook mogelijk. De aanwezigheid van ondernemingen creëert waarde voor de omgeving. Het kan bijdragen aan de identiteit van de buurt, leefbaarheid, sociale cohesie en een gevoel van veiligheid. Daarnaast verlaagt het de mobiliteitsbehoefte. Dorpse voorzieningen14: Het realiseren van een volledig dorp met bijbehorend voorzieningenaanbod, dat bijdraagt aan een goede sociale cohesie en de dorpse gemeenschap. We zetten in op: i. Maatschappelijke en commerciële voorzieningen die aanvullend zijn op de voorzieningen in de bestaande dorpen, zonder dat er verstorende effecten optreden ten aanzien van de bestaande voorzieningen in Zuidplas. ii.
Bij de invulling van het voorzieningenniveau voor het Vijfde Dorp, houden we rekening met de bestaande dorpskernen door af te stemmen met bewoners en partners in de gemeente Zuidplas. Het voorzieningenaanbod is afgestemd op het draagvlak van de woningbouwontwikkeling. iii. Maatschappelijke en commerciele voorzieningen die (fysiek) toegankelijk15 en bereikbaar zijn voor alle inwoners. iv. Maatschappelijke voorzieningen zijn deels gecentreerd in het dorpshart, en deels verspreid over de wijken16 Zorg: We clusteren eerstelijnszorg zoveel mogelijk. Door verschillende partijen onder één dak te vestigen, ontstaan er korte lijnen tussen partijen. i. Een aantal clusters verspreid over het dorp;
7
Nadere uitwerking volgt in beeldkwaliteitsplan Wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. 9 Nadere uitwerking volgt in de stedenbouwkundige uitwerking van het deelplan. 10 Nadere uitwerking volgt in de stedenbouwkundige uitwerking van het deelplan. 11 Wordt vastgelegd in het bestemmingsplan, kleinschalige distributie wordt als afwijkingsmogelijkheid opgenomen. 12 Kaders voor dorpshuisfunctie (2017) 13 Cultuurvisie 2019-2022 14 Ruimtelijke verkenning Voorzieningenprogramma Middengebied (bijlage 4) 15 Lokale Inclusie Agenda (2022) 16 Wordt verankerd in het bestemmingsplan 8
14
ii. Zorgclusters op korte loopafstand van hubs; iii. Multifunctioneel gebruik van ruimtes. w. Onderwijs: Kinderen in het nieuwe dorp kunnen in hun eigen dorp naar school. Dat geldt tenminste voor basisonderwijs en eventueel ook voor voortgezet onderwijs. i. We zetten in op integrale kindcentra (IKC’s)17. Daardoor zijn de lijnen kort, tussen onderwijs, kinderopvang maar ook eerstelijnszorg. Hierdoor komen gezondheidsproblemen sneller aan het licht en kunnen deze sneller worden aangepakt. ii. Scholen zijn zo gepositioneerd dat; a. Buitenrecreatiegebieden nabij zijn (park, speeltuin, kinderboerderij); b. Halen en brengen te voet of met de fiets gestimuleerd wordt; c. Eventueel voortgezet onderwijs met het OV bereikbaar is. 4.1.2 Uitgangspunten a. Oprichting van een bewonersraad, door middel waarvan bewoners en ondernemers in het gebied betrokken worden bij de ontwikkeling. b. Het faciliteren van de organisatie van buurtactiviteiten om gemeenschapszin/nabuurschap te stimuleren. c. Een pioniersplek (een gebouw) in het dorp als voorziening waar ruimte is voor initiatieven en ontmoeting in het dorp. d. Elke buurt in het Vijfde Dorp heeft een groen buurt-hart als ontmoetingsplek op maximaal 300 meter loopafstand vooor elke buurtbewoner. e. Een dorpsicoon in het centrum vormt het hoogste punt in het dorp18. f.
Voor alle andere bouwwerken naast het dorpsicoon, geldt een maximale bouwhoogte van 8 lagen in het Vijfde Dorp19. g. Plek in het dorp voor een aantal specials 20: i. 6-8 woonwagenplekken (verspreid over meerdere locaties) 21 ii. Minimaal 50 ecokavels in de Watertuinen: a. Zoveel mogelijk off-grid wonen; b. Bedoeld voor woningzoekenden (van jong tot oud) met wens tot ecowonen via zelfbouw; c. In een buurtje te realiseren; d. Met ruimte voor alternatieve bouwvormen. iii. Een definitieve locatie voor minimaal 20 tiny houses (en maximaal 80)22 en een nader te bepalen aantal tijdelijke locaties voor tiny houses. iv. Ruimte voor geclusterd wonen met (zware) zorg/ Intramuraal. h. De dorpse voorzieningen zijn hoofdzakelijk gepositioneerd in het dorpshart23, waarvan de zeer kwetsbare voorzieningen buiten de 100% letaliteitszone van de gasleiding 24. Daarnaast is er bij het dorpspark een cluster met maatschappelijke voorzieningen, zodat er ook voor kinderen die in het westen van het dorp wonen een school nabij is 25. i. Het Vijfde Dorp bevat maximaal de toevoeging van de volgende m2 woningen, voorzieningen en detailhandel26:
17
Integraal Huisvestingsplan 2023-2027 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 19 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 20 Zoals vastgelegd in de woonvisie 2025 21 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 18
22
Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan.
23 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 24
Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. Masterplan Middengebied Zuidplaspolder 26 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 25
15
Functie
Maximum aantal
Woningen: waarvan: - tiny house: minimaal 20 - woonwagen: maximaal 8
8.000
Detailhandel: - supermarkten - overig dagelijkse detailhandel - recreatief aanbod
6.000 m2 bvo 1.990 m2 bvo 2.900 m2 bvo
Horeca
4.120 m2 bvo
Commerciële diensten
2.190 m2 bvo
Commerciële leisure/sport
3.500 m2 bvo
Maatschappelijke voorzieningen: - Zorg en onderwijs (bebouwd) - Overig (bebouwd)
66.209 m2 bvo27 16.300 m2 bvo
j.
Van de 8.000 toe te voegen woningen, is 30% sociale huur, 7% betaalbare koop en/of middenhuur en 13% middeldure lage koopwoning (zoals bedoeld in de “Doelgroepenverordening Gemeente Zuidplas 2023”)28. k. De gemiddelde dichtheid voor het Vijfde Dorp is 30 woningen per hectare, de grootste dichtheden zijn te vinden in het centrum (maximaal 50 woningen per hectare) 29. l. Voor Doelwijk II geldt een maximum milieucategorie van 4.1 (met uitzondering naar 4.2) en voor Gouwepark II een maximum milieucategorie van 3.2 30. Kavels op het bedrijventerrein zijn maximaal 5 hectare31. m. 6-8 woonwagenstandplaatsen32 (verspreid over meerdere locaties); n. Scholen (basisonderwijs en eventueel voortgezet onderwijs) liggen op maximaal 2km van gymzaal/sporthal33. o. Voor de minimale spreiding van speelplekken hanteren we de volgende maximale afstanden34: i. Buurtniveau – 0 tot 6 jaar – actieradius 150m. ii. Buurt en wijkniveau – 6 tot 12 jaar – 350m. iii. Wijkniveau of bovenwijks - vanaf 12 jaar – 1000m (bovenwijkse voorziening). p. Het dorpshart bevat: i. Een fijnmazig netwerk van comfortabele fietsroutes en recreatieve wandelroutes (ommetjes), die samen komen in het dorpshart. ii. Het dorpsplein dat is gericht op ontmoeting en beleving. Het dorpsplein zal ruimte bieden aan de weekmarkt, evenementen en terrasjes, die voor levendigheid zorgen. iii.
Het dorpshart bevat een Kulturhus, een multifunctioneel gebouw 35 gericht op ontmoeting. iv. Het dorpshart wordt niet doorkruist door autoroutes (bus uitgezonderd), zodat er een veilig en gezond leefgebied ontstaat met veel ruimte voor ontmoeting.
27
Inclusief m2 voor kinderopvang, bso, gymzalen etc. Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 29 Dit wordt opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. In afwijking op het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (waarin maximaal 40 woningen per hectare is opgenomen). 30 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan. 31 Dit wordt verankerd in het bestemmingsplan 32 Conform wettelijk taak. 33 Ruimtelijke verkenning Voorzieningenprogramma Middengebied (bijlage 4) 34 Speelruimteplan Zuidplas 35 Kaders voor dorpshuisfunctie (2017) 28
16
“De ambitie is een ‘dorp met een ziel te maken’ waarin de fysieke omstandigheden de sociale samenhang en saamhorigheid versterken”
4.2 Thema: Klimaat en toekomstbestendigheid Masterplanambities: Klimaatrobuust dorp en landschap en Adaptieve ontwikkeling. Deze ontwikkeling kenmerkt zich doordat er op zo’n manier ontwikkeld wordt, dat het gebied veranderingen goed kan opvangen (klimatologisch, maar bijvoorbeeld ook demografisch). Hierbij zijn water en bodem leidend. In het bijzonder is de ontwikkeling voorbereid op de consequenties van klimaatverandering36, zoals extreme neerslag, droogte, hitte en zeespiegelstijging. De Zuidplaspolder is een veilige polder, maar bij nieuwe ontwikkelingen moeten we rekening houden met mogelijke calamiteiten (zoals voor de gehele laaggelegen Randstad het geval is). Dit houdt in dat voor het Middengebied in voldoende mate adaptieve en mitigerende maatregelen worden genomen, en dat het beheer van het gebied wordt aangepast aan de veranderende klimatologische omstandigheden. 4.2.1 Ambities a. Water en bodem sturend37: De variatie in de natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. De hogere ligging van de kreekrug wordt benut om het Kreekrugdorp met hogere woondichtheden te bouwen. Onze ambitie is om restzetting te beperken tot 10 centimeter in 30 jaar, de gemeente gaat hiervoor op zoek naar aanvullende financiele middelen. b.
Voorkomen van opbarsting: Bij de uitbreiding van watergangen en waterpartijen is de bodemgesteldheid, specifiek opbarsting en welvorming een aandachtspunt. Dit moet worden voorkomen vanuit waterkwaliteitsoogpunt. c. Verminderen van bodemdaling: Door de waterpeilen te verhogen wordt kwel beperkt, de waterkwaliteit verbeterd en bodemdaling verminderd. d. Vasthouden hemelwater38: Iedere druppel houden we zo lang mogelijk vast, om droogte en verzilting tegen te gaan. We houden regenwater vast en gebruiken dit in het gebied en gebouwen. e. Wateroverlast voorkomen: (Piek)buien kunnen in het plangebied worden opgevangen. In situaties van extreme piekbuien is het watersysteem voldoende robuust voor afvoeren naar en zoveel mogelijk bergen in de buffergebieden in het Middengebied. Afvoer naar de gemalen rondom het gebied wordt zo lang mogelijk uitgesteld. f. Waterveiligheid: We anticiperen op zeespiegelstijging en calamiteiten 39.
36
Conform het Convenant Klimaatadaptief bouwen dat door de gemeente Zuidplas ondertekend is en door de gemeenteraad (bij vaststelling van het Masterplan Middengebied) van toepassing verklaart op de ontwikkeling van het Middengebied. 37 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-c35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/pdf 38 Masterplan Middengebied Zuidplaspolder en het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER. 39 Convenant klimaatadaptief bouwen
17
i.
Schade voorkomen (<0,2m): bij overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen (tenminste de Groene Slinger) begaanbaar; ii. Schadebeperking (<0,5m): er dienen maatregelen te worden genomen om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn; iii. Beschermen vitale functies (<2,0m): bij overstromingen zijn vitale functies beschermd en blijven door functioneren, mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn gezien het regionaal en nationaal belang; iv. Schuilen en evacueren (>0,5m): er moeten maatregelen getroffen worden om te evacueren in het geval van een overstroming en als de evacuatietijd te kort is, om veilig te schuilen door bijvoorbeeld verticale evacuatie40. g. Een robuust watersysteem 41: We verminderen het aantal peilvlakken zodat er een robuust watersysteem ontstaat. h. Inpassen van bestaande lintbebouwing: Voor de bestaande bebouwing aan de linten wordt voor wat betreft het waterpeil en in samenspraak met de eigenaren naar maatwerkoplossingen gezocht. In eerste opzet wordt gezocht naar inpassing van de bebouwing in aansluiting op het nieuwe waterpeil. Indien dit niet mogelijk is zal separaat bemalen, verwerven of ophogen in een integrale afweging worden bezien. i.
Groen tenzij: Daar waar mogelijk beperken we de hoeveelheid verharding op het maaiveld (privaat en publiek) ten gunste van hemelwaterinfiltratie en groen. j. Hittestress voorkomen: Door groen en bomen42 nabij woningen, locatie waar kwetsbare inwoners wonen en bij speelplekken te plaatsen. k. Witte vlekken: Op cruciale plekken in het ontwerp behouden we ruimte om toekomstige ontwikkelingen en initiatieven een plek te geven. Deze “witte vlekken” kunnen een tijdelijke functie krijgen die in de loop der jaren kan veranderen en kunnen het dorp adaptief maken voor toekomstige ontwikkelingen. l. Droogte minimaliseren. We proberen droogte zoveel mogelijk te voorkomen. Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale / kwetsbare functies m. Drinkwatergebruik beperken. Daarmee anticiperen op schaarste. Ook stimuleren we het gebruik van huishoudwater in plaats van drinkwater. 4.2.2 Uitgangspunten a. Ten behoeve van de waterveiligheid geldt voor alle nieuwe woningen in het plangebied (exclusief bedrijventerrein)43: i. Maaiveld/wegpeil: -4,65 NAP, ii. Vloerpeil: -4,45 NAP, iii. Een droge eerste verdieping van minimaal -2,1 m NAP (vluchtmogelijkheid bij falen Maeslantkering en Algerakering) en bij 1/3 van de woningen een tweede verdieping met vluchtmogelijk b.
Meerdere peilvlakken worden samengevoegd tot een beperkt aantal robuuste peilvlakken. Het dorp heeft een gesloten watersysteem met een peilfluctuatie van tenminste 30cm bij een gemiddeld waterpeil van -5.80 m NAP, ten behoeve van waterberging en ecologie. c. In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u)44. d. In het plangebied wordt 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd45. e. Op privaatterrein wordt een groot deel van de neerslag (50 mm) van een hevige bui (70 mm/u) verwerkt op het terrein zelf of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied. Deze
40
Dit wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Masterplan Middengebied Zuidplaspolder en het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER. 42 Groeiplaatsen van bomen worden ingericht conform DIOR en het Handboek Normen van het Norminstituut bomen. 43 Wordt vastgelegd in het bestemmingsplan 44 Convenant klimaatadaptief bouwen 45 Convenant klimaatadaptief bouwen 41
18
voorzieningen voeren het water de eerste 24 uur vertraagd af en zijn binnen 48 uur weer beschikbaar46; f. Bestrijden van hittestress door toepassen van de 3-30-300 regel en de realisatie van 50% schaduwplek binnen verblijfsgebied en binnen 250m van bebouwd gebied 47. g. Restzettingseis van 20 cm in 30 jaar48. h. Klimaatadaptieve openbare ruimte. Concreet betekent dit: i. 15% openbare ruimte wordt gereserveerd voor waterberging, groenvoorziening en om klimaat-adaptieve maatregelen te nemen.49 Hierbij wordt gezorgd voor circulerend water; ii. We hanteren een schaduwpercentage van 50% binnen verblijfsgebied en binnen 250 meter van bebouwd gebied50; iii. Tenminste 40% van de oppervlakten wordt warmtewerend en/of verkoelend ingericht mits dit geen negatief effect heeft op de gevoelstemperatuur op verblijfplekken en langzame verkeersroutes51; iv. De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de verblijfruimte in de directe omgeving52; i. Grootschalige waterberging vindt in elk geval plaats in de Watertuinen, energielandgoederen en het 4e Tochtpark. Deze gebieden vormen een robuuste waterbuffer.
“De ambitie is een klimaatrobuust dorp en landschap waarin bodem en water de sturende principes zijn en de mens veilig en toekomstbestendig leeft.” 4.3 Thema: Mobiliteit Masterplanambities: Eerst bewegen dan bouwen en STOMP-principe (gericht op een modal shift met 5% reductie autoverkeer conform Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder d.d. 1 juli 2021). Zuidplas wil een goed bereikbare gemeente zijn, voor iedereen. Goede bereikbaarheid is een voorwaarde voor economische activiteit, vitaliteit en ontplooiing. In het Masterplan is ingezet op de doelstelling ‘Eerst bewegen, dan bouwen’. Dat betekent dat invulling van de mobiliteitsopgave zoveel mogelijk vooruitloopt op, of tenminste hand-in-hand gaat met, de mobiliteitsvraag vanuit de ontwikkeling van het Middengebied. Tegelijkertijd zullen niet vanaf de start van het dorp álle mobiliteitsmaatregelen reeds zijn uitgevoerd (hoofdstuk 6 gaat nader in op de fasering van de 46
Convenant klimaatadaptief bouwen Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER. 48 Deze eis is gebaseerd op financiele haalbaarheid (en niet op kosteneffectiviteit in 60 jaar volgens het convenant klimaatadaptief bouwen). 49 Masterplan Middengebied Zuidplaspolder 50 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER. 51 Convenant Klimaatadaptief bouwen 52 Convenant Klimaatadaptief bouwen 47
19
maatregelen). Daarnaast gaat het Masterplan uit van de mobiliteitsvolgorde in het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteit als een dienst (o.a. deelmobiliteit, ketenmobiliteit), Privéauto). Dit betekent dat mobiliteit in het plangebied zoveel mogelijk wordt ingevuld met langzaam verkeer (wandelen en fietsen), dat daarna gekeken wordt naar OV en deelmobiliteit en tot slot de privéauto. Door de auto minder dominant te maken in het ontwikkelgebied, ontstaat er bovendien minder extra verkeersdrukte op het omliggend wegennet én is er in het ontwikkelgebied meer ruimte voor ontmoeten, recreëren, spelen, bewegen en klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte. Het Vijfde Dorp biedt een unieke kans om hier al in de stedenbouwkundige planvorming op in te zetten en om een integraal mobiliteitsconcept goed te integreren en af te stemmen op het woon- en voorzieningenprogramma. 4.3.1 Ambities a. STOMP-principe wordt uitgebreid tot Thames-principe53: In het Masterplan was het STOMPprincipe vastgelegd; verplaatsingen binnen het Vijfde Dorp te voet en met de fiets, en voor de verplaatsingen daarbuiten stimuleren we zoveel mogelijk doorfietsroutes, het Openbaar Vervoer en deelmobiliteit.
Dit principe wordt uitgebreid tot de mobiliteitsvolgorde in het Thames-principe: Thuis werken en voorzieningen nabij (sturing door ruimtelijke ordening, nabijheid voorzieningen), Actieve Mobiliteit (stappen en trappen), Mobiliteit als een dienst, Elektrificatie en Stadslogistiek54. b. Grote modal shift: We zetten in op een modal shift gericht op tenminste 5%, met het streven naar tenminste 15% minder autoverplaatsingen55. Dit betekent dat ten opzichte van een reguliere ontwikkeling van een nieuwbouwwijk, het aantal autoverplaatsingen binnen, van en naar het Vijfde Dorp met 5%56 tot 15% wordt beperkt. De privéauto krijgt in het Vijfde Dorp binnen het mobiliteitsconcept de laagste prioriteit (in lijn met STOMP- en THAMES-principe). De auto wordt op enige afstand van de woningen geparkeerd. c. Excellente fietsroutes: i. Bestaande OV-knopen en de voorzieningencentra van het Vijfde Dorp zijn goed bereikbaar met de fiets. Waar mogelijk middels ongelijkvloerse kruisingen van doorgaande fietsroutes 57 met wegen voor auto’s met hoge autosnelheid (hoger dan 50 km/u). ii. In het ontwikkelgebied komt een fijnmazige structuur van fietsroutes. iii. De voorzieningencentra van het Vijfde Dorp, Gouda en de omliggende dorpen zijn goed bereikbaar met de fiets en nieuwe actieve verkeersmodaliteiten (o.a. speed pedelec). d.
Ommetjes: Ommetjes zijn gekoppeld aan landschappelijke structuren, omliggende landschappen en groene plekken. Zo ontstaat een goede beleving van landschap en natuur. Het nieuwe dorp en de omliggende landschappen worden zo vanzelfsprekend met elkaar verbonden en er ontstaat overal een gevoel van buitenleven. e. Openbaar Vervoer en Hoogwaardig Openbaar Vervoer: Goed openbaar vervoer is essentieel voor het slagen van het beoogd mobiliteitsconcept voor de ontwikkeling. i. De OV-haltes zijn bereikbaar via aantrekkelijke routes voor wandelen en fietsen en bij de bushaltes zijn voldoende fietsparkeerplekken voorzien. De ambitie is dat haltes in ieder geval aan de Noordelijke Hartlijn en nabij het bedrijventerrein Doelwijk II en Gouwepark II liggen. We ambieren tevens hubs voor deel(bak)fietsen (last-mile). De haltes hebben uitstraling en zijn zichtbaar onderdeel van de hoofdstraten van het dorp. ii. We streven naar minimaal 3-5 haltes in het ontwikkelgebied (in het geval van HOV, bij OV zijn dat er meer). Deze liggen aan de Noordelijke Hartlijn en nabij het bedrijventerrein is ook een halte voorzien. De loopafstand vanaf een woning naar een HOV-halte in het Vijfde Dorp is maximaal 500 meter (bij OV is die afstand kleiner) . iii. Voorzieningen en andere belangrijke bestemmingen liggen zoveel mogelijk direct nabij een halte. iv. De ambitie is OV dat rijdt naar: a. Gouda. 53
Thames is een verfijning van het STOMP-principe uit het Masterplan. Onderbouwd in het mobiliteitsconcept Middengebied (bijlage 1). 55 De ambitie om een modal shift van 15% autoreductie te bewerkstelligen is vastgelegd in het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER op basis van het Mobiliteitsconcept (zie bijlage 1). 56 Op basis van de BOK is een minimale reductie van 5% ten opzichte van een normale ontwikkeling (zonder extra maatregelen om autogebruik naar beneden te krijgen) een voorwaarde is voor de ontwikkeling. 57 Het door het college van B&W vastgestelde voorkeursalternatief van het MER.