CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van uitgangspunten Knibbelweg Oost (aangepast na amendering) A21.000606

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Te downloaden documenten:21.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

De centrale as wordt door beplanting een groene zone. Ook de natuurstrook kan na de inrichting daarvan bijdragen aan de landschappelijke inpassing. Verder wordt er een hogere beeldkwaliteit van de gebouwen nagestreefd (geen grijze doos). Het kan zijn dat de logistieke partijen herkenbaar willen zijn vanaf de provinciale weg en de A12. In dat geval wordt hiervoor een landschappelijk samenhangend beeld gecreëerd. Zie voor impressies de bijlage bij deze Nota van Uitgangspunten van de landschapsarchitect OD205. De volgende maatregelen worden in dit kader nader onderzocht op technische en financiële haalbaarheid (zie ook tabel 3.2):  Ruimte voor groen in openbaar gebied  Faunavoorzieningen in openbaar gebied  Keuzemenu ecologie en circulariteit voor exploitanten logistiek en bedrijvigheid  Rekening houden met bodemdaling bij het ontwerp

3.8

Meervoudig ruimtegebruik

De ambitie voor het plangebied is een bedrijfslocatie met duurzaam, meervoudig en efficiënt ruimtegebruik in combinatie met glastuinbouw. Uit eerder onderzoek dat in het kader van het ontwerp bestemmingsplan 2015 werd verricht, is gebleken dat het letterlijk stapelen van primaire functies (bijv. glastuinbouw bovenop een distributiecentrum) te kostbaar en niet haalbaar is. Dit is ook nu nog het geval. Meervoudig ruimtegebruik moet vooral gezocht worden in de gecombineerde oplossingen voor duurzame energie en wateropslag/-afvoer). Mogelijke haalbare opties zijn zonnepanelen op de daken van de bedrijven, ondergrondse warmte- en koudeopslag, het efficiënt combineren van goederen en ondergrondse hemelwaterberging. Ook een mogelijk haalbare optie is de opvang van hemelwater op de gebouwen om deze vervolgens te gebruiken als gietwater voor de glastuinbouw.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

4

Ruimtelijke aspecten

4.1

Stedenbouwkundige opzet, landschappelijk inpassing en beeldkwaliteit

Bij het ontwerp bestemmingsplan van 2015 was een uitgebreide stedenbouwkundige studie opgenomen in de bijlage. In deze studie waren ontwerpuitgangspunten opgenomen en uitgewerkt, die nu nog grotendeels van toepassing zijn, omdat de functies en indeling van het plangebied nu vergelijkbaar is en dezelfde landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit wordt nagestreefd. Zowel grootschalige logistiek als glastuinbouw kenmerkt zich door relatief langgerekte gevels van hogere gebouwen. De concurrentiepositie vereist optimaal gevormde gebouwen, zodat het proces doelmatig verloopt. Deze functies zullen altijd zichtbaar zijn in het landschap. Los van de zichtelementen die er kunnen zijn aan gebouwen (aan/gericht naar ontsluitingswegen) en naast de gewenste hogere beeldkwaliteit van de gebouwen, is de landschappelijke inpassing goed te optimalieren in combinatie met de groen/blauwe omzoming van het plangebied. De wateropgave, de natuurvriendelijke oevers en de groene aanplant kan de aanblik verzachten en kan toe een goed en samenhangend landschappelijk beeld gecreëerd worden. Zie hiervoor verder het stedenbouwkundigplan in de bijlage. Ook waren de principes van duurzaam ruimtegebruik en duurzame maatregelen in de studie uitgewerkt. Op het gebied van de maatregelen voor wateropvang en – afvoer en energie zijn de inzichten gevorderd en zijn de omstandigheden gewijzigd.

Zo waren in 2015 diverse subsidies voorhanden die inmiddels niet meer haalbaar zijn. Ook zijn de mogelijkheden voor (nuts)voorzieningen gewijzigd; het elektriciteitsnet kent beperkingen en vanuit het Botlekgebied zijn er mogelijkheden om aan te sluiten op warmte- en koolzuurleidingen, zoals in hoofdstuk 4 is beschreven. In de bijlage zijn de delen uit de studie uit 2015, die nu ook als uitgangspunten gelden, opgenomen. In deze nota zijn de nuances en andere wijzigingen ten opzichte van de situatie opgenomen. Ten aanzien van stedenbouwkundige opzet, landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit worden ter verduidelijking de volgende uitgangspunten vermeld. In de bijlagen zijn het stedenbouwkundig plan (bijlage II) en het beeldkwaliteitsplan (bijlage III) opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan wordt toegevoegd aan de Welstandsnota, zodat de gemeente een toetingskader heeft.

4.2

Wet natuurbescherming en stikstofproblematiek

Algemeen Bij mogelijke ‘externe werking’ van een bestemmingsplan (mogelijke effecten op natuurgebieden in de omgeving) is een milieueffectrapportage en een ‘passende beoordeling’ nodig (zijn er wel of geen significante effecten te verwachten). Voor het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost wordt op ecologisch gebied vastgesteld of:  Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (Natura 2000, toetsing Nb-wet)  Er een overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Flora en faunawet.  Er wezenlijke waarden en kenmerken voor NNN-gebieden aangetast worden.  Er mogelijkheden zijn om biodiversiteit te stimuleren.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Op dit moment zit Nederland min of meer op slot als het gaat om extra stikstofdepositie op al overbelast natuurgebieden. Gebiedsbescherming Natuurgebieden liggen op aanzienlijke afstand van het plan gebied (vanaf 5 tot 10 km). De bescherming van natuurgebieden spitst zich op deze afstanden vooral toe op de depositie van stikstofverbindingen zoals NOx dat vrijkomt bij verbranding en ammoniak dat vrijkomt o.a. bij de veehouderij en landbouw. Een bestemmingsplan moet borgen dat de resulterende emissie niet leidt tot significante effecten, anders is een milieueffectrapportage met passende beoordeling van deze effecten nodig. Het plangebied wordt momenteel met name agrarisch gebruikt, wat een bepaalde emissie van ammoniak door bemesting met zich meebrengt. Deze emissie zal vervallen en daarvoor komen verkeer en emissies vanuit stookinstallaties in de plaats. Door de ontwikkeling van glastuinbouw, logistiek en andere bedrijvigheid wordt een vergelijkbaar oppervlak aan akkerbouwgrond buiten gebruik gesteld. Akkerbouwland wordt bemest en deze stikstofemissie (ammoniak) zal verdwijnen. De nieuwe functies zullen weer stikstofbronnen (met name stikstofoxiden) toevoegen. De akkerbouw (35 ha) heeft een depositie op natuurgebieden van maximaal 0,11 mol/ha/jaar. Deze emissie komt te vervallen. De vraag is wat uiteindelijk effect zal zijn van de planvorming.

De ontwikkeling van logistiek, glastuinbouw en overige bedrijvigheid vindt plaats op gronden die gebuikt worden voor akkerbouw. De emissie van stikstof door bedrijven/logistiek is voornamelijk tot te wijzen aan vervoer. De emissie van stikstof door de glastuinbouw wordt met name veroorzaakt door de verbranding van aardgas in stookinstallaties en WKK (warmtekrachtkoppeling). De omvang van deze emissie is van veel factoren afhankelijk. Er zijn energie-intensieve teelten met relatief veel stikstofemissie en er zijn gewassen waarvoor de kassen maar weinig worden verwarmd. Omdat gebouwen steeds meer richting energieneutraal gaan en er meer en meer gasloos wordt gebouwd, is hier weinig stikstofemissie van te verwachten. In de glastuinbouw zijn WKK’s tegenwoordig voorzien van een rookgasreinigingsysteem om stikstof uit de rookgassen te halen, voordat het rookgas met de voor groei noodzakelijke CO 2 in de kassen wordt geblazen. Deze techniek kan een groot deel van de stikstofoxiden onschadelijk maken. Verder is het in het kader van duurzaamheid de bedoeling om aan te sluiten op externe restwarmte- en CO2-leidingen. Door deze aspecten kan een groot deel van de stikstofemissie voorkomen worden, zodat de verwachting is dat er geen (extra) depositie als gevolg van het bestemmingsplan resteert.

Uit indicatieve berekeningen (Aerius 2020, zie bijlage I) blijkt dat een emissie vanuit het plangebied van ca. 12 ton stikstof per jaar geen effect heeft in natuurgebieden, als rekening wordt gehouden met het vervallen van de akkerbouw in het gebied. Het uitgangspunt van dit bestemmingplan is dat er geen effect is op de natuurgebieden. In dat geval is er geen zgn. Passende Beoordeling (en milieueffectrapportage) nodig. Dit wordt ruimtelijk verankerd in de regels (bijv. voorwaardelijke verplichting voor elke bestemming/functie). Of dit gaat over het absolute depositie van de nieuwe situatie, of de nette depositie ten opzichte van de akkerbouwsituatie, is afhankelijk van de stikstofregels op het moment van vaststellen van het

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

definitieve bestemmingsplan. Als mocht blijken dat de emissie van stikstof door de glastuinbouw nog niet genoeg ingeperkt kan worden, dan kan besloten worden de glastuinbouw als een uit te werken bestemming op te nemen of later daarvoor het bestemmingsplan vast te stellen. Dit gaat niet ten koste van de planning, omdat pas in 2024, na het realiseren van het middenspanningstation, de glastuinbouw (WKK) kan worden gerealiseerd en aangesloten op het elektriciteitsnet. Soortenbescherming In februari 2014 is een ecologische quickscan uitgevoerd door de omgevingsdienst Midden-Holland. Er zijn steenuilen en diverse vissoorten aangetroffen, waaronder de kleine modderkruiper. Er is vervolgens een nader onderzoek gedaan, waaruit blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van verbodsbepalingen. Voor de aanwezige soorten hoefden in 2015 geen mitigerende maatregelen genomen te worden die van invloed kunnen zijn op het bestemmingsplan. Voor de kleine modderkruiper moest het opgestelde werkprotocol gevolgd worden. Deze quick-scan wordt voor het nieuwe bestemmingsplan geactualiseerd. Indien sprake is van overtredingen van de verbodsbepalingen, worden benodigde maatregelen genomen. Uit het te actualiseren ecologisch soortenonderzoek kan naar voren komen dat ontheffingen nodig zijn (en ev.

mitigerende maatregelen) en/of dat bepaalde protocollen worden toegepast voor of tijdens de realisatiefase. Hier worden geen onoverkomelijke problemen verwacht. Biodiversiteit Er zal bij de inrichting aandacht besteden worden aan biodiversiteit en landschappelijke/groene inpassing van de ontwikkeling.

4.3

Water

Compensatie eis De ontwikkeling leidt tot een netto toename van de hoeveelheid verharding. Extra verharding leidt tot het versneld afstromen van neerslag naar het oppervlaktewater. Hierdoor is meer ruimte nodig om water op te slaan en daarom stelt het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard eisen aan het aanbrengen van verharding. Er geldt vanuit het Hoogheemraadschap een compensatieplicht. De compensatie vindt plaats in de vorm van de aanleg van een waterbuffer volgens de rekenregels van het waterschap. Om te bepalen hoeveel compensatie nodig is, wordt aan het waterschap doorgegeven wat de hoeveelheid geplande verharding is. Daarnaast moet al het oppervlaktewater dat gedempt wordt volledig wordt gecompenseerd. Bij het ontwerpen met de compensatie-eis moet reken worden gehouden met het risico van bodemopbarsting vanwege de diepe ligging van de polder. Bij nieuwe plassen of watergangen met een breedte van meer dan 10m zijn stabiliteitsberekeningen nodig. Hoofdwatergangen en afwatering De Vierde Tocht blijft behouden, net als de andere hoofdwatergangen in het plangebied. De afwatering van het gebied zal gaan aansluiten op de Vierde Tocht (in het noordwesten). De gemeente en het waterschap hebben daarnaast nog een afspraak liggen over de inrichting van het watersysteem met betrekking tot deze hoofdwatergang. Op dit moment is het hydraulisch

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

profiel van de hoofdwatergang parallel aan de Knibbelweg te klein, er kan niet voldoende water afgevoerd worden, zeker met de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost in aantocht. Om dit op te lossen is met de gemeente de afspraak gemaakt dat bij de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost een extra duikerverbinding en een watergang aan de andere zijde van de Knibbelweg wordt gerealiseerd met een minimale breedte van 4 meter. Zie daarbij onderstaande tekening met de blauwe lijn aan te leggen duikerverbinding en de blauwe lijn de te graven watergang. KRW-waterlichaam De hoofdwatergang die haaks loopt op de 4e tocht, parallel aan de N219, is een KRWwaterlichaam (Kader Richtlijn Water). Dit betekent dat bij een nieuwe ontwikkeling de waterkwaliteit minimaal hetzelfde moet blijven en waar mogelijk er inspanningen worden gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren. Deze watergang zal worden verlegd naar een tracé langs de N219. Om de waterkwaliteit in het gebied minimaal hetzelfde te houden (geldt voor alle watergangen, niet enkel het KRW-waterlichaam) wordt nagedacht over het volgende: - Bij het afkoppelen van wegen wordt niet rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd, bij voorkeur via een bermpassage. - Om ervoor te zorgen dat de waterkwaliteit niet verslechterd worden watergangen aangelegd met minimaal 50% natuurvriendelijke oevers.

- Om ervoor te zorgen dat er niet te veel kwel in de watergangen komt worden er geen diepe watergangen aangelegd.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

5

Procedure, vooroverleg, communicatie en planning

5.1

Overzicht

Als de nieuwe allonge 5 op de samenwerkingsovereenkomst 2013 met deze Nota van Uitgangspunten zijn vastgesteld, dan ligt de volgende marsroute voor: Planning April 2021 April 2021 Mei-Juni 2021 Mei-Juni 2021 Juli 2021 September 2021 Augustus-Oktober 2021 Oktober 2021 Januari 2022

5.2

Stap Ondertekening Allonge Aanleveren concept ontwerp bestemmingsplan Participatietraject omgeving Vooroverleg a.h.v. concept ontwerp bestemmingsplan Aanleveren ontwerp bestemmingsplan Collegebesluit ontwerp bestemmingsplan, kennisgeving omwonenden Publicatie, ontvangen zienswijzen Behandeling zienswijzen, opstellen vast te stellen bestemmingsplan Vaststelling bestemmingsplan in de gemeenteraad

Aandachtspunten

Op basis van deze Nota van Uitgangspunten (NvU) met alle afspraken en ontwerpeisen, wordt een concept ontwerp bestemmingsplan opgesteld (cOBP), met een toelichting met stedenbouwkundige uitgangspunten, een schets van duurzaamheid (energie, water, landschap, ecologie), een plankaart en de regels. Aan de hand van het cOBP wordt in vooroverleg bestuurlijk draagvlak verkregen bij:  de provincie (omgevingsverordening, landschap, duurzaamheid, verkeer, glastuinbouw/lint),  de regiogemeenten (A12-corridor; bedrijventerreinenbeleid),  het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimperwaard (watersystemen). Ook wordt advies verkregen van de omgevingsdiensten Haaglanden (stikstof) en Midden Holland (overige milieuthema’s). De eerder, in 2015 ingediende zienswijze leveren de volgende aandachtspunten op.  Gasunie: leidingtracé zou niet juist bestemd zijn en in artikel 16.6.3. (wijzigingsbevoegdheid); er zou een adviesverplichting van de leidingbeheerder opgenomen moeten worden. Dit betreft een leidingtracé aan de noordkant van de Vierde Tocht dat nu buiten zo ver van het beoogde plangebied ligt, dat deze zienswijze niet meer relevant is. In de toelichting wordt hier nader op ingegaan.  LTO-Noord, Tuindersvereniging Zuidplaspolder en tuinders: aandacht voor lichtinvalkassen, watercompensatie en gietwaterbassins. Dit wordt opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan.

 Particulieren hebben volgende punten/verzoeken ingebracht: o Bezwaar tegen de mogelijke bebouwing nabij de erfgrens (bouwhoogte 15 m op 15 m van achterste perceelsgrens) en de effecten die daar mee samenhangen, zoals lichthinder. Aan de zuidzijde ligt de grens van het plangebied parallel aan de Knibbelweg. Deze grens moet nog nader worden bepaald; er wordt rekening gehouden met de vereiste afstanden.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

o

De verzoeken geen bestemmingen te veranderen (conserveren bestemmingen lintbebouwing). o Borging nodig van maatregelen en voorzieningen in of regels of anderszins. Met deze (rechts)personen zal in het vooroverleg contact gezocht worden om hun wensen te horen en zo mogelijk in te passen in het bestemmingsplan Met deze Nota van Uitgangspunten en het conceptbestemmingsplan uit 2015 kan voor een groot deel een nieuw concept ontwerp bestemmingsplan opgesteld worden. Naast de verbeelding en de planregels is voor de toelichting c.q. ruimtelijke onderbouwing nog het volgende nodig:  Ruimtelijk: functies/activiteiten, bouwvlakken, bouwhoogten volgens 2015 (glas: geen 15 m maar 10 m hoog)  M.e.r.-beoordeling en stikstof: Zie ook deze nota qua aanpak stikstof (geen Passende Beoordeling en m.e.r.). Er is een vormvrije m.e.r. beoordeling uit 2015 van ODMH die nog actueel is.  Milieuzonering: Voor het gehele plangebied werd in 2015 uitgegaan van (max.) milieucategorie 4.1. dit moet uit te werken binnen de reguliere bedrijfsbestemming.  Watersystemen: In opdracht van Odernemen A12-A20 is door LBP|SIGHT een watertoets uitgevoerd. Het waterschap heeft deze beoordeeld en input geleverd. Ruimte wordt gereserveerd in het plan en de watertoets wordt als aparte bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan.  Verkeer: verkeersonderzoek door gemeente, deel fase 1 afsplitsen en gebruiken.

Ruimte voor kruispunt/VRI voor eindsituatie reserveren in plangebied.  Duurzaamheid: zie deze nota: realisatie volgens verplichtingen BOK&SOK, uitvoering en ruimtereservering voor zover verplicht en vrijwillig (voor zover budget/subsidie) en logisch/dekkend volgens planning/uitvoering (delen pas bij bouwontwerp).  Flora en fauna: onderzoek wordt ge-update.  Geluid (het ontwerp bestemmingsplan van 2015 gaf geen belemmeringen): o Verkeerslawaai: check eerdere berekening met nieuwe verkeerscijfers (geen problemen verwacht) o Industrielawaai: in aanvulling op milieuzonering geen kwantitatief onderzoek  Luchtkwaliteit (niet in plan 2015): luchtkwaliteitsonderzoek opstellen (geen problemen).  Bodem: Er is een bodemonderzoek uit 2014: voldoende informatie en geen verdere maatregelen/onderzoek. De bodemkwaliteit is niet veranderd. Mogelijk dat het bestemmingsplan met deze historische informatie en het onderzoek van 2014 vastgesteld, omdat t.b.v. de bouwvergunningen wel de nodige bodemonderzoeken worden uitgevoerd.  Externe veiligheid (is uitgebreid beschouwd in het plan van 2015: geen belemmeringen): checken notitie ODMH op veranderingen en verantwoording groepsrisico opstellen (gasleiding).

5.3

Vooroverleg, participatie en communicatie

In 2015 is een ontwerp bestemmingsplan voor dit plangebied opgesteld en voorbesproken met de diverse instanaties. Het ontwerp bestemmingsplan is ter inzage gelegd en hierop zijn diverse zienswijzen ingediend. De adviezen en zienswijzen van toen worden nu meegenomen in het ontwerpproces en de (rechts)personen die zienswijzen hebben ingediend zal de mogelijkheid worden geboden om daarin waar mogelijke te participeren.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Er is een communicatieplan opgesteld (bijlage IV), waarin het vooroverleg met instanties en participatie is beschreven. Een verslag van het vooroverleg en participatietraject wordt onderdeel van het bestemmingsplan.

5.4

Overige randvoorwaarden en procedures

Watersystemen - Voor het te ontwerpen oppervlaktewatersysteem is een akkoord nodig van het hoogheemraadschap. Het ontwerp wordt in overleg met het hoogheemraadschap gemaakt en in het vooroverleg wordt dit bestuurlijk afgestemd. - Ook het ontwerp van het gietwatersysteem (onafhankelijke van het oppervlaktewatersysteem) wordt afgestemd met het hoogheemraadschap, waarbij de juridische en technische haalbaarheid wordt vastgesteld. - Voor opslag in de bodem is een watervergunning nodig. Deze wordt aangevraagd in de realisatiefase. - Voor het aanleggen van de watergangen is een ontgrondingsvergunning nodig. Voorzieningen voor energie en CO2 - De functies in het plangebied en de benodigde energievoorziening vragen om bepaalde aansluitwaarden op netwerken voor energie en gassen (aardgas, CO 2). Dit wordt afgestemd met de netwerkbeheerders. Het kan zijn dat de capaciteit voor een bepaald netwerk niet toereikend is. Door initiatiefnemers en gegadigden wordt gewerkt aan een goede verdeling tussen energiedragers en eigen opwekking en buffervoorzieningen, De verwachting is dat hiervoor adequate oplossingen komen en dat dit niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Dit zal worden beschreven in de toelichting bij het bestemmingsplan. - Er zal een bepaald ruimtelijk beslag voor leidingtracés, die mogelijk ook een aparte aanduiding krijgen in het bestemmingsplan.

Aansluiting provinciale weg - Voor de aansluiting van de nieuwe centrale ontsluitingsweg op de provinciale weg N219 is een concrete ontwerp en besluitvorming vanuit de provincie nodig. Dit wordt nader afgestemd en vormt geen probleem. Regels voor Milieu en Bouwen - Ten behoeve van de concrete bedrijven en bouwwerken zijn omgevingsvergunningen Milieu en Bouwen nodig. Hier worden geen knelpunten verwacht.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Bijlage I Stikstofdepositie met saldering akkerbouw (Aerius-berekening)

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening bestaand en beoogd Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 1/17

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Zuidplas

Kinbbelweg, 1234ab Zevenhuizen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bestemmingsplan KnibbelwegOost

RfpCjzcKEp7u

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 februari 2021, 23:26

2019

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

-

11.896,19 kg/j

11.896,19 kg/j

NH3

2.016,50 kg/j

76,87 kg/j

-1.939,63 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Verschil

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Brabantse Wal

0,00

Toelichting

15 ha logistiek, 4 ha bedrijven, 19 ha glastuinbouw

Resultaten

bestaand beoogd

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 2/17

Resultaten

Locatie bestaand

Emissie bestaand

Bron Sector

Akkerbouw (197,5 N/ha) Landbouwgrond | Mestaanwending

Resultaten

bestaand beoogd

Emissie NH3

Emissie NOx

2.016,50 kg/j

-

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 3/17

Resultaten

Locatie beoogd

Emissie beoogd

Resultaten

Bron Sector

bestaand beoogd

Emissie NH3

Emissie NOx

Licht verkeer Wegverkeer | Buitenwegen

13,77 kg/j

154,78 kg/j

Zwaar verkeer Wegverkeer | Buitenwegen

63,10 kg/j

3.741,41 kg/j

Glastuinbouw Landbouw | Glastuinbouw

-

8.000,00 kg/j

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 4/17

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Brabantse Wal

0,00

0,01

0,00

Grevelingen

0,01

0,01

0,00

Ulvenhoutse Bos

0,01

0,01

0,00

Kop van Schouwen

0,00

0,01

0,00

Kempenland-West

0,00

0,01

0,00

Manteling van Walcheren

0,00

0,01

0,00

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

0,01

0,01

0,00

Regte Heide & Riels Laag

0,00

0,01

0,00

Kampina & Oisterwijkse Vennen

0,01

0,01

0,00

Oosterschelde

0,00

0,01

0,00

Noordhollands Duinreservaat

0,01

0,01

0,00

Schoorlse Duinen

0,01

0,01

0,00

Veluwe

0,01

0,01

0,00

Sint Jansberg

0,00

0,01

0,00

Zwanenwater & Pettemerduinen

0,00

0,01

0,00

Duinen Goeree & Kwade Hoek

0,00

0,01

0,00

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

0,01

0,01

0,00

Duinen Den Helder-Callantsoog

0,00

0,01

0,00

De Wieden

0,00

0,01

0,00

Landgoederen Brummen

0,01

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

Resultaten

bestaand beoogd

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 5/17

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rijntakken

0,01

0,01

0,00

Krammer-Volkerak

0,00

0,01

0,00

Voornes Duin

0,01

0,01

0,00

Solleveld & Kapittelduinen

0,01

0,00

0,00

Voordelta

0,01

0,00

0,00

Westduinpark & Wapendal

0,01

0,01

0,00

Langstraat

0,01

0,01

0,00

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

0,01

0,00

0,00

Binnenveld

0,01

0,00

0,00

Meijendel & Berkheide

0,01

0,01

0,00

Kolland & Overlangbroek

0,01

0,01

0,00

Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

0,01

0,00

0,00

Kennemerland-Zuid

0,01

0,00

0,00

Polder Westzaan

0,01

0,01

0,00

Eilandspolder

0,01

0,00

0,00

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

0,01

0,01

0,00

Biesbosch

0,01

0,01

0,00

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

0,01

0,01

0,00

-0,01

Coepelduynen

0,01

0,01

0,00

-0,01

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

0,02

0,01

- 0,01

bestaand beoogd

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 6/17

Resultaten

Natuurgebied

Naardermeer

0,02

0,01

- 0,01

Zouweboezem

0,02

0,01

- 0,01

Oostelijke Vechtplassen

0,02

0,01

- 0,01

Botshol

0,03

0,01

- 0,01

Uiterwaarden Lek

0,03

0,01

- 0,01

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,06

0,02

- 0,04

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-0,02

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

bestaand beoogd

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 7/17

Resultaten

Resultaten per habitattype

Brabantse Wal Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,00

0,01

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,00

0,01

0,00

L4030 Droge heiden

0,00

0,01

0,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,00

0,01

0,00

H4030 Droge heiden

0,00

0,01

0,00

Lg04 Zuur ven

0,00

0,01

0,00

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,00

0,01

0,00

H3160 Zure vennen

0,00

0,01

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,00

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,00

0,01

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,00

0,01

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,00

0,01

0,00

bestaand beoogd

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 8/17

Resultaten

Grevelingen Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,01

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,01

0,00

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,01

0,01

0,00

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,01

0,00

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,01

0,00

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Ulvenhoutse Bos Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,01

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,01

0,00

H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)

0,01

0,01

0,00

bestaand beoogd

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 9/17

Resultaten

Kop van Schouwen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,00

0,01

0,00

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,00

0,01

0,00

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,00

0,01

0,00

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,00

0,01

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,00

0,01

0,00

H2150 Duinheiden met struikhei

0,00

0,01

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,00

0,01

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,00

0,01

0,00

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,00

0,01

0,00

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,00

0,01

0,00

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,00

0,01

0,00

H9999:116 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H2130B;H2130C).

0,00

0,01

0,00

bestaand beoogd

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 10/17

Resultaten

Kempenland-West Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,00

0,01

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,00

0,01

0,00

Lg03 Zwakgebufferde sloot

0,00

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,00

0,01

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,00

0,01

0,00

H4030 Droge heiden

0,00

0,01

0,00

H3160 Zure vennen

0,00

0,01

0,00

L3130 Zwakgebufferde vennen

0,00

0,01

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,00

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Manteling van Walcheren Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,00

0,01

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,00

0,01

0,00

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,00

0,01

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,00

0,01

0,00

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,00

0,01

0,00

bestaand beoogd

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 11/17

Resultaten

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)

0,01

0,01

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,01

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,01

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,01

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,01

0,00

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Regte Heide & Riels Laag Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H4030 Droge heiden

0,00

0,01

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,00

0,01

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,00

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,00

0,01

0,00

H3160 Zure vennen

0,00

0,01

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,00

0,01

0,00

bestaand beoogd

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 12/17

Resultaten

Kampina & Oisterwijkse Vennen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,01

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,01

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,01

0,00

Lg03 Zwakgebufferde sloot

0,01

0,01

0,00

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,01

0,01

0,00

L4030 Droge heiden

0,01

0,01

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,01

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,01

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,01

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,01

0,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,01

0,01

0,00

ZGH3160 Zure vennen

0,01

0,01

0,00

L4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,01

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,00

0,01

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,01

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,00

0,01

0,00

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,01

0,00

H3110 Zeer zwakgebufferde vennen

0,01

0,01

0,00

bestaand beoogd

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 13/17

Resultaten

Oosterschelde Habitattype

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,00

0,01

0,00

H1320 Slijkgrasvelden

0,00

0,01

0,00

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,00

0,01

0,00

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

bestaand beoogd

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 14/17

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

bestaand

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NH3

Resultaten

bestaand beoogd

Akkerbouw (197,5 N/ha) 101219, 447415 0,5 m 49,0 ha 0,3 m 0,000 MW Meststoffen 2.016,50 kg/j

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 15/17

Resultaten

Emissie (per bron)

Licht verkeer 101642, 447473 154,78 kg/j 13,77 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

beoogd

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1.000,0 / etmaal NOx NH3

154,78 kg/j 13,77 kg/j

Zwaar verkeer 101642, 447473 3.741,41 kg/j 63,10 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1.700,0 / etmaal NOx NH3

3.741,41 kg/j 63,10 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

NOx

Resultaten

bestaand beoogd

Glastuinbouw 101195, 447221 8,0 m 10,4 ha 4,0 m 0,400 MW Verwarming van ruimten (zonder seizoenscorrectie) 8.000,00 kg/j

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 16/17

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

bestaand beoogd

RfpCjzcKEp7u (14 februari 2021) pagina 17/17

Bijlage II Stedenbouwkundig plan

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

STEDENBOUWKUNDIG PLAN

D R Y P O R T K N I B B E LW E G - O O S T ITIE N I F E D

F

9 maart 2021

COLOFON

DIT PRODUCT IS EEN CO-PRODUCTIE TUSSEN:

Van Uden Logistic Site Investments BV contactpersoon: Yvonne Bostelaar

GEMEENTE ZUIDPLAS contactpersoon: Yvonne Lanooij

T 0182-303430 E y.bostelaar@van-uden.nl

T 0180-637762 E yvonne.lanooij@zuidplas.nl

OD205 contactpersoon: Judit Gaasbeek Janzen

LBP Sight contactpersoon: Paul van der Vleuten

T 010 303 1277 E mail@od205.nl

T 030 231 1377 E p.vandervleuten@lbpsight.nl

INHOUDSOPGAVE

03

DOELSTELLING

|

04

LEESWIJZER

|

05

KADERS

|

06

AMBITIE

|

07

LOCATIE

|

08

CONCEPT

|

10

STEDENBOUWKUNDIG PLAN

|

12

DUURZAAMHEID

|

18

WATERSYSTEEM

|

21

04

DE DOELSTELLING Sinds 2002 wordt er door verschillende partijen aan de grootschalige gebiedsontwikkeling in de Zuidplaspolder gewerkt. Bij deze ontwikkeling is veel aandacht voor de combinatie tussen wonen, werken, leefomgeving en infrastructuur. Het bestemmingsplan “Zuidplas Noord”werd in 2009 vastgesteld. In dit bestemmingsplan is het gebied Knibbelweg-Oost opgenomen als uit te werken bestemming voor een bedrijvenlandschap, met ruimte voor glastuinbouw, bedrijven en lintbebouwing. Op 9 oktober 2013 zijn de Gemeente Zuidplas en Ondernemen A12-A20 BV de ‘Samenwerkingsovereenkomst Ontwikkeling Knibbelweg-Oost, gemeente Zuidplas’ aangegaan ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van een duurzaam glastuinbouwen bedrijvenlandschap. In 2015 is Ondernemen A12-A20 BV overgenomen door Ontwikkelingsmaatschappij Distripark A12 BV, met als drijvende kracht Van Uden Logistic Site Investments BV. In 2015 werd een ontwerp bestemmingsplan opgesteld en in procedure gebracht maar niet vastgesteld. Op 4 maart 2019 is de Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor (hierna: BOK 2019) getekend tussen VNO-NCW, Provincie Zuid-Holland en 4 regio gemeenten. Hierin is vastgelegd dat gestart kan worden met de ontwikkeling van een deel van Knibbelweg-Oost. Het plan uit 2015 is nu, vijf jaar later, geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de nieuwe inzichten en passend bij de huidige tijd.

De doelstelling van het project Knibbelweg-Oost is de gefaseerde ontwikkeling van een hoogwaardig glastuinbouwen bedrijvenlandschap van in totaal circa 65 hectare bruto nabij de A12 afslag Zevenhuizen. In eerste instantie wordt in overeenstemming met BOK 2019 circa 24 hectare bruto tot ontwikkeling gebracht.

Door de combinatie van glastuinbouw, bedrijven en zorgvulldig ingepaste lintbebouwing ontstaat er een aantrekkelijke en veelzijdige nieuwe werk- en leefomgeving voor de toekomst.

De ontwikkeling van het glastuinbouw bedrijvenlandschap wordt ingebed tussen de bestaande ruimtelijke linten en tochten van de Zuidplaspolder. Deze kwaliteitsdragers worden in de planontwikkeling als een integraal planonderdeel meegenomen. Dit biedt kansen voor lokale kleinschalige bedrijfs-woonfunc�es. Het overgrote deel van het plangebied zal echter worden gerealiseerd door een gelijkma�ge verdeling van hoogwaardige glastuinbouw en bedrijfsontwikkelloca�es. Door vanaf het begin een heldere

hoofdstructuur te definiëren, kunnen de plandelen elkaar in het stedenbouwkunidg systeem versterken. Tevens wordt bij de aansluiting op de provinciale weg rekening gehouden met een aansluiting van het zuidelijk van de N219 gelegen toekomstige ‘Nieuwe Midden’. Het ambitieniveau op gebied van duurzaamheid is hoog. Net als in 2015 is er ingezet op de mogelijke uitwisseling van energie en water tussen de logistieke bedrijven en de glastuinbouw, het materiaalgebruik, het ruimtegebruik en de opvang van hemelwater. Daar komen nu ambities op het gebied van biodiversiteit en natuurinclusief ontwerpen bij. Het doel is het creëren van een duurzame, maar ook een gezonde en aangename werkomgeving waar de natuur zijn plek vindt.

05

LEESWIJZER In dit document zijn voor de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost, de plangebied-overstijgende visie en het stedenbouwkundig systeem beschreven.

HUIDIGE

Als opmaat naar de plangebied-overstijgende visie zijn eerst de locatie en de geldende kaders omschreven. De visie is verder beschreven aan de hand van 3 belangrijke bouwstenen en is in het hoofdstuk stedenbouwkundig systeem direct vertaald in een ruimtelijk-functioneel plan. Bij de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost wordt gestreefd naar een hoogwaardige, natuur inclusieve en duurzame invulling. Om deze ambitie te verwezenlijken zijn in aanvulling op de visie alle innovatie-aspecten in kaart gebracht, met het doel om deze op een integrale en ruimtelijke wijze in te bedden in het stedenbouwkundig systeem.

SITUATIE

06

DE KADERS De ontwikkeling van Knibbelweg-Oost maakt onderdeel uit van de grootschalige gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder en is planologisch verankerd in het intergemeentelijk Structuurplan RGZ Zuidplaspolder (vastgesteld in februari 2006) en planologisch vertaald in een uit te werken bestemming in het vigerende bestemmingsplan ‘Zuidplas Noord’ (juni 2009). In 2008 is er voor de ontwikkelingslocaties binnen de hoofdstructuur van de Zuidplaspolder een Handboek Kwaliteit opgesteld waarin de landschappelijke dragers zijn aangewezen, die het gebied identiteit moeten verlenen. Dit zijn de Lanen, Linten en Tochten. De ontwikkeling van Knibbelweg-Oost grenst aan vier zijden aan deze hoofdassen van de Zuidplaspolder en heeft zodoende een belangrijk aandeel in de uitstraling van het landschappelijk raamwerk. Gemeente Zuidplas en de ontwikkelcombinatie Ondernemen A12-A20 hebben op 9 oktober 2013 de samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost getekend. Vanwege nieuwe inzichten en een veranderde marktsituatie leidt uitwerking van Bestemmingplan Zuidplas-Noord niet tot een haalbare businesscase. De ontwikkelcombinatie heeft OD205 gevraagd een stedenbouwkundig plan te maken, uitgaande van de hiernaast gestelde kaders. Mede op basis van dit stedenbouwkundig plan zal er een nieuw bestemmingsplan worden gemaakt.

Daar waar mogelijk blijven de uitgangspunten die gesteld zijn in bestemmingsplan ZuidplasNoord overeind. Met name de, in de uitwerkingsregels van Zuidplasnoord beschreven, stringente eisen mbt dubbel functiegebruik en de verdeling glastuinbouw-bedrijvigheid zijn in dit plan anders opgesteld.

VIGERENDE

WELSTANDSNOTA MAART 2013

LEIDRAAD OPENBARE RUIMTE

HANDBOEK KWALITEIT ZUIDPLASPOLDER

JUNI 2013

JUNI 2008

BESTEMMINGS SAMENWERKINGSOVEREENKOMST PLAN ZUIDPLAS NOORD

2009

A12 CORRIDOR

MAART 2019

DOCUMENTEN

PROGRAMMA DUURZAAMHEID & KLIMAATADAPTATIE

07

AMBITIE Ondernemen A12-A20 spant zich in om de ontwikkeling op een duurzame en hoogwaardige manier vorm te geven en zoekt naar een optimale en toekomstbestendige combinatie van wonen, werken, leefomgeving en infrastructuur. Vestigingsvoorwaarde is het aansluiten bij ambities van Ondernemen A12-A20 en de gemeente Zuidplas, voldoen aan randvoorwaarden gesteld door de provincie en het hoogheemraadschap en het creëren van draagvlak bij de omgeving. Dit vertaalt zich in een ruimtelijk een leesbaar landschap van hoge kwaliteit met de juiste inbedding.

klimaatadaptief

Er wordt ruimte gereserveerd voor een duurzaam, klimaatadaptief en robuust watersysteem, waarbij piekbuien worden opgevangen, wateroverlast, hittestress, droogtestress en bodemdaling wordt voorkomen. Daarnaast is aandacht voor een goede waterkwaliteit. De ambitie is het realiseren van een innovatief gietwatersysteem om hemelwater van de daken op te vangen en ondergronds op te slaan. Vervolgens kan het ingezet worden als gietwater voor de glastuinbouw. Er wordt gestreefd naar een duurzame energievoorziening, waarbij de focus ligt op een laag energieverbruik, de inzet van hernieuwbare energiebronnen en het lokaal opwekken van energie. Het dakoppervlak van grootschalige logistiek biedt mogelijkheden voor een groot zonnepark en de ondergrond voor een WKO-systeem. Er wordt ruimte gereserveerd om duurzame energieoplossingen in de toekomst mogelijk te maken.

energiezuinig

Er wordt ingezet op waterrobuust, natuurinclusief en circulair bouwen en een goede landschappelijke inpassing. Zowel rondom het gebouw als in de openbare ruimte is veel ruimte voor groen en water en de architectuur wordt afgestemd op de omgeving. De groene centrale as, natuurvriendelijke oevers en de toekomstige natuurstrook langs de 4e Tocht dragen bij aan het verhogen van lokale natuurwaarden. Er wordt gestreefd naar meervoudig ruimtegebruik, onder andere met gecombineerde oplossingen voor duurzame energie en wateropslag/-afvoer en gecombineerde oplossingen voor biodiversiteit en waterbuffering. natuurinclusief

08

DE LOCATIE Knibbelweg-Oost ligt perfect ontsloten via afslag Zevenhuizen aan de A12. De ontwikkelloca�e bevindt zich aan de oostzijde van de dorpskern Zevenhuizen. Het plangebied wordt enerzijds begrensd door de linten Knibbelweg en Noordelijke Dwarsweg en anderzijds door de verbrede 4de Tocht en de N219. Vanaf deze laatste zijde zal het gebied ontsloten worden, zodat de bestaande lintenstructuur gehandhaafd kan blijven. In de lintzones langs de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg zijn op dit moment woningen en kleinschalige bedrijvigheid gelegen. Aan de andere zijde van de Knibbelweg wordt de woonwijk Zevenhuizenzuid ontwikkeld (1200 woningen).De eerste fase Zevenrozenhof is in aanbouw en de tweede fase, Koningskwar�er (circa 80 woningen) is in verkoop. Het overwegend agrarisch gebied wordt fasegewijs getransformeerd naar een aantrekkelijke mix van 31 hectare glastuinbouw, 31 hectare bedrijven, 5 hectare lintbebouwing en 12 hectare groen, water en infrastructuur. In totaal gaat het om bruto 79 hectare plangebied.

09

EEN EIGEN IDENTITEIT De Zuidplaspolder is een droogmakerij uit de eerste hel� van de 19e eeuw en een bedacht en secuur gemaatvoerd landschap. De basisstructuur van dit cultuurlandschap is een raamwerk van linten, lanen en tochten, opgebouwd uit een basisraster van 800 x 800 meter; een landschap van groene en blauwe lijnen. Het historische lint van de Knibbelweg en de Vierde Tocht begrenzen het plangebied. Tussen de linten en tochten ligt het grootschalige polderlandschap, dat vanaf een centrale gebiedsontslui�ng zal worden onderverdeeld in twee gelijke (hoofd)eenheden. Een zorgvuldige inpassing van Knibbelweg-Oost in de grootschalige structuur van de Zuidplaspolder is essen�eel. Daarbij is het van belang dat de nieuwe hoofdontslui�ng niet gaat concurreren met de voor de Zuidplaspolder karakteris�eke lange lijnen. De nieuw toe te voegen gebiedsontslui�ng moet wordt opgevat als een interieure ruimte van Knibbelweg-Oost. De gebiedsontslui�ng is geen doorlopende lijn, zoals de Knibbelweg en de 4de tocht. Zij is veel meer een eigen�jds koppelstuk, welke zich voegt naar de func�es in het kassenlandschap en het bedrijvenlandschap. Door dit tot aan de detaillering door te voeren, wordt voorkomen dat de nieuwe gebiedsontslui�ng gaat concurreren met de lange lijnen van de Zuidplaspolder.

10

HET CONCEPT De uiteindelijke invulling van het plangebied kan qua kavelgrootte en verkaveling nog variëren, omdat nog niet bekend is welke bedrijven zich in het gebied zullen vestigen en er een grote mate van flexibiliteit gewenst is. Anticiperend op deze noodzakelijke flexibiliteit is voor Knibbelweg-Oost een stedenbouwkundig systeem bedacht. Dit systeem is op te vatten als een flexibel stedenbouwkundig plan. De uiteindelijke invulling wordt niet vastgelegd maar indicatief weergegeven. Daarbij worden wel de belangrijkste dragers gekwalificeerd. Het systeem maakt het mogelijk met onzekerheden om te gaan en tegelijkertijd grip te houden op de gewenste ruimtelijke hoofdstructuur en uitstraling. De belangrijkste dragers van het plan vormen een Casco. De drie bouwstenen van dit Casco zijn:

• DE CENTRALE AS • DE GROEN BLAUWE RANDZONE • DE VELDEN

11

CENTRALE AS (backbone) ALS RUGGEGRAAT: efficiency en betekenis Dit nieuwe element is méér dan de noodzakelijke ontslui�ng; het fungeert in het stedenbouwkundig systeem als de ruggengraat van het ruimtelijk-func�oneel plan. De ‘centrale as’ is een ruimte van circa 30 meter breed en 750 meter lang die het gehele gebied ontsluit. Door de symmetrische opbouw van het profiel worden de bouwvelden van glastuinbouw en logisteiek bedrijven met elkaar verbonden. Door deze ruimte integraal en groen in te richten wordt een gevoel van collec�eve en ruimtelijke kwaliteit gecreëerd. De ‘centrale as’ ligt direct in het verlengde van de nieuwe afslag aan de N219 en máákt le�erlijk de verbinding tussen de twee ogenschijnlijk verschillende plandelen van glastuinbouw en bedrijfsontwikkeling. Vanaf de hoofdontslui�ng is het mogelijk om zowel de glastuinbouw als alle bedrijfsontwikkelingen goed te ontsluiten.

CENTRALE AS

RANDZONE A

C E

B

D

VELDEN

DE GROEN BLAUWE RANDZONE: context en nieuwe mogelijkheden Aan de zuid- en noordwestzijde worden nieuwe woon/-werkmilieus toegevoegd aan de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg. Deze grijpen aanwezige kwaliteiten en/of structuren op. De huidige woonlinten worden gekarakteriseerd door een milieu van woonbebouwing en kleine bedrijven. Door hier kleinschalige en passende ontwikkeling toe te voegen en een groen/blauwe buffer te introduceren, zorgt deze zone voor de inbedding van het glastuinbouw-bedrijvengebied in zijn context. Aan de noordoostzijde ontvouwt zich het beeld van representa�eve bedrijven langs de Vierde verbrede Tocht. Een landschappelijke invulling met riet en wilgbeplan�ng zorgt voor een goede inpassing op de Tocht als lange lijn. Deze ruimte zal in de toekomst als eigen ecologische iden�teit fungeren tussen de Knibbelweg-Oost en de mogelijke ontwikkeling van het Plantagekwadrant. Langs de N219 wordt het water ingezet om afstand te creëren en de hier geves�gde bedrijven als het ware een podium te geven om zich te kunnen etaleren. DE VELDEN: flexibiliteit en nieuwe maatstaf De Velden worden in grote mate gedefinieerd door de randen en de ontslui�ng, maar hebben een eigen dynamiek. De KnibbelwegOost wordt gefaseerd ontwikkeld, waarbij in eerste instan�e circa 45 hectare bruto wordt ontwikkeld. Deze fase is verdeel in 5 verschillende en elkaar aanvullende velden.

In de velden B & C, ten zuiden van de centrale as, wordt de glastuinbouw ontwikkeld. Langs de N219 is er in de mogelijkheid om op een hoogwaardige manier het glastuinbouw-bedrijvenlandschap in de etalage te ze�en en te promoten. Veld A, ten noorden van de centrale as, worden ontwikkeld met logis�ek gerelateerde bedrijvigheid. Veld D is kleinschalig van aard en biedt ruimte voor meer consumentgerichte bedrijven. Veld E wordt onderdeel van het bestaande karakteris�eke lintenlandschap aan de Knibbelweg.

12

STEDENBOUWKUNDIG PLAN Vanaf de N219 wordt het gebied ontsloten middels een lange Centrale as vanwaar de velden ontsloten kunnen worden. Langs de randen is een zorgvuldige en landschappelijek ingepaste aansluiting gemaakt tussen de verschillende velden. Afstemming tussen glastuinbouw, bedrijvigheid en de omgeving is essentieel voor de kwaliteit en beleving van het gebied. Daarom is vanaf het begin een heldere hoofdstructuur gedefinieerd om daarin de relatie te bewerkstelligen tussen verschillende onderdelen van het plan. Eén centrale brede as, de centrale as, wordt toegevoegd in het ritme van de tochten in de Zuidplaspolder om alle bedrijvigheid op te ontsluiten. Tegelijkertijd is de as door het scheiden van de verkeersstromen en het plaatsen van bomen en struiken een prettige plek voor fietsers, voetgangers en dieren. Er wordt ingezet op een natuurlijk beheer en ook de randen van het gebied krijgen extra aandacht. Zij passen de bedrijvigheid landschappelijk in met hun watergangen en natuurlijke oevers. Zo ontstaat er een aantrekkelijk en veelzijdige nieuwe werk- en leefomgeving voor de toekomst. Het stedenbouwkundig plan is onder te verdelen in 5 verschillende en elkaar aanvullende velden.

15 hectare

LOGISTIEK 5 hectare

GLASTUINBOUW

4 hectare

BEDRIJVEN

13,5 hectare

GLASTUINBOUW

LEGENDA 0,6 hectare

PLANGRENS MOGELIJKE CALAMITEITEN ROUTE FIETSPAD VOETPAD

13

LEGENDA WERKLANDSCHAP BEDRIJVEN KASSENBOUW I KASSENBOUW II VELD A

NIEUWE LINTZONE VELD B

VELD D

VELD C

VELD E

uitgiftegrens

uitgiftegrens

uitgiftegrens

uitgiftegrens

14

uitgiftegrens

uitgiftegrens

B

uitgiftegrens

A’

uitgiftegrens

A

B’

PROFIEL CENTRALE AS Dit nieuwe element is méér dan de noodzakelijke ontsluiting; het fungeert in het stedenbouwkundig systeem als de ruggengraat van het ruimtelijk-functionele plan. De ‘centrale as’ is een ruimte van circa 30 meter breed en 1000 meter lang die het gehele gebied ontsluit en ook voldoende ruimte biedt voor kabels en leidingen in de ondergrond. De centrale as is opgebouwd om alle bedrijfsontwikkelingen goed te ontsluiten en ook een aangename en veilige plek te creëeren voor voetgangers en fietsers. Door deze ruimte integraal vorm te geven en verkeersstromen te scheiden wordt een gevoel van collectieve en ruimtelijke kwaliteit gecreëerd. De ‘Centrale as’ ligt direct in het verlengde van de nieuwe afslag aan de N219 en máákt letterlijk de verbinding tussen de twee ogenschijnlijk verschillende plandelen van glastuinbouw en bedrijfsontwikkeling. Vanaf de hoofdontsluiting is het mogelijk om zowel de glastuinbouw als alle bedrijfsontwikkelingen goed te ontsluiten. De centrale as kent aan het begin een breed profiel met aan twee zijden watergangen . Deze gaat verderop over in een enkele watergang.

A’ A

B’ B

I

uitgiftegrens

uitgiftegrens

15

I’

PROFIEL ZIJSTRAAT

I I’

De zijstraat in het gebied legt de verbinding tussen de logis�eke bedrijven aan de ene kant en de kleinschaligere bedrijvigheid aan de andere zijde. De kleinschalige bedrijvigheid is van de rest gescheiden door middel van een watergang en func�oneerd daarmee als eiland. Dit eiland is enkel te bereiken via bruggen over de watergangen. Langs deze watergang is, net zoals in de centrale as, het voetverkeer gescheiden van de rijbaan.

D

D’

uitgiftegrens

uitgiftegrens

uitgiftegrens

uitgiftegrens

F

uitgiftegrens

uitgiftegrens

E’

uitgiftegrens

E

uitgiftegrens

uitgiftegrens

uitgiftegrens

C’

uitgiftegrens

uitgiftegrens

uitgiftegrens

C

uitgiftegrens

16

F’

PROFIEL GROEN BLAUWE RANDZONE - LINT Aan de zuid- en noordwestzijde worden nieuwe woon/-werkmilieus toegevoegd aan de Knibbelweg en de Noordelijke Dwarsweg. Deze grijpen aanwezige kwaliteiten en/of structuren op. De huidige woonlinten worden gekarakteriseerd door een milieu van woonbebouwing en kleine bedrijven. Door hier kleinschalige en passende ontwikkeling toe te voegen en een groen/blauwe buffer te introduceren, zorgt deze zone voor de inbedding van het glastuinbouw-bedrijvengebied in zijn context. De groenblauwe randzone is ingericht met een doorlopende waterstructuur en flauwe oevers om de natuur tot volle wasdom te laten komen. Aan de noordoostzijde ontvouwt zich het beeld van representatieve bedrijven langs de verbrede Vierde Tocht. Langs de N219 wordt het water ingezet om afstand te creëren en de hier gevestigde bedrijven als het ware een podium te geven om zich te kunnen etaleren.

C’ C

D’ D

E’ E

F

F’

uitgiftegrens

17

G’

uitgiftegrens

G

H

H’

PROFIEL GROEN BLAUWE RANDZONE - N219

H

De ontwikkeling wordt van de hoofdontslui�ngsweg, de N219, gescheiden door een brede groen blauwe randzone. De natuurlijke oevers zorgen voor een pre�g aangezicht en bieden de mogelijkheid voor de aangrenzende bedrijven om zich te profileren. De watergang doet tevens dienst als hoofdwatergang. De mogelijkheid is opgenomen om in de brede groene zone tussen de N219 en de ontwikkelingen in de toekomst een fietspad aan te leggen.

H’

G G’

•

Optionele nice-to-have maatregelen om ambities te verwezenlijken. Voor deze maatregelen gelden twee voorwaarden: ze moeten technisch haalbaar zijn én er moet financiële dekking zijn.

Verplichte en no-regret (duurzaamheids)maatregelen Thema Watersysteem Bouwen Meervoudig Ruimtegebruik

Energie Meervoudig ruimtegebruik

DUURZAAMHEID Ondernemen A12-A20 spant zich in om de ontwikkeling op een duurzame en hoogwaardige manier vorm te geven en zoekt naar een op�male en toekomstbestendige combina�e van wonen, werken, leefomgeving en infrastructuur. Om aan gestelde duurzaamheidseisen te voldoen en duurzaamheidsambi�es te verwezenlijken zijn maatregelen voorzien voor de volgende thema’s: • Watersysteem Duurzaamheid • Energie Ondernemen A12-A20 spant zich in om de ontwikkeling op een duurzame en hoogwaardige • Bouwen manier vorm te geven en zoekt naar een optimale en toekomstbestendige combinatie van • Dubbel ruimtegebruik wonen, werken, leefomgeving en infrastructuur. Om aan gestelde duurzaamheidseisen te voldoen en duurzaamheidsambities te verwezenlijken zijn maatregelen voorzien voor de De maatregelen volgende thema’s: zijn onderverdeeld in: • • Watersysteem Verplichte en no-regret maatregelen om aan gestelde eisen te • Energievoldoen. • Bouwen • Op�onele nice-to-have maatregelen om ambi�es te • Meervoudig ruimtegebruik

Op�onele ‘nice-to-have’ (duurzaamheids)maatregelen Optionele nice-to-have (duurzaamheids)maatregelen Thema Watersysteem Energie Meervoudig ruimtegebruik

Bouwen Meervoudig Ruimtegebruik

Meervoudig Ruimtegebruik

Maatregel 9 Voltooiïng duurzaam gietwatersysteem (samen met ontwikkeling glastuinbouw) 10 Zonnepanelen op daken van utiliteitsgebouwen op grote schaal (vanaf 2025) 11 Warmtekrachtkoppeling voor glastuinbouw (vanaf 2025) 12 Aansluiting glastuinbouw op externe restwarmteleiding, overbrugging met warmtekrachtkoppeling 13 Externe CO2-voorziening via OCAP, afhankelijk van toekomstige leverzekerheid 14 Warmte- en koudeopslag 15 Gasloos bouwen (technisch onzeker door congestie op het elektriciteitsnet) 16 Energiezuinige glastuinbouw 17 Ruimte voor groen in openbaar gebied 18 Faunavoorzieningen openbare gebied (technisch haalbaar, financieel onzeker) 19 Keuzemenu ecologie en circulariteit voor exploitanten logistiek en bedrijvigheid 20 Rekening houden met bodemdaling bij het ontwerp 21 Effectief combineren van goederen 22 Combineren van functies in de openbare ruimte

Eventueel wat plaatjes van duurzaamheidsmaatregelen toevoegen? Zonnepanelen, faunavoorzieningen, groene backbone, WKO-systeem.

verwezenlijken. Voor deze maatregelen gelden twee voorwaarden: De maatregelen zijn onderverdeeld ze moeten technischin:haalbaar zijn én er moet financiële dekking • Verplichte en no-regret maatregelen om aan gestelde eisen te voldoen. zijn.

•

Optionele nice-to-have maatregelen om ambities te verwezenlijken. Voor deze maatregelen gelden twee voorwaarden: ze moeten technisch haalbaar zijn én er moet financiële dekking zijn.

Verplichte ‘no-regret’ (duurzaamheids)maatregelen Verplichte en no-regret (duurzaamheids)maatregelen Thema Watersysteem Bouwen Meervoudig Ruimtegebruik

Energie Meervoudig ruimtegebruik

Maatregel 1 Compensatie voor toename verharding en demping van sloten 2 Gescheiden rioolstelsel 3 Natuurvriendelijke oevers 4 Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem 5 Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages / natuurvriendelijke oevers 6 Constructie utiliteitsgebouwen geschikt voor zonnepanelen en het plaatsen voor eigen gebruik en, voor zover het elektriciteitsnet het toelaat, voor teruglevering 7 Hoge energieprestatie van gebouwen (wettelijke eisen BENG) 8 Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie

Optionele nice-to-have (duurzaamheids)maatregelen Thema Watersysteem Energie Meervoudig ruimtegebruik

Maatregel 9 Voltooiïng duurzaam gietwatersysteem (samen met ontwikkeling glastuinbouw) 10 Zonnepanelen op daken van utiliteitsgebouwen op grote schaal (vanaf 2025) 11 Warmtekrachtkoppeling voor glastuinbouw (vanaf 2025)

18

Maatregel 1 Compensatie voor toename verharding en demping van sloten 2 Gescheiden rioolstelsel 3 Natuurvriendelijke oevers 4 Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem 5 Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages / natuurvriendelijke oevers 6 Constructie utiliteitsgebouwen geschikt voor zonnepanelen en het plaatsen voor eigen gebruik en, voor zover het elektriciteitsnet het toelaat, voor teruglevering 7 Hoge energieprestatie van gebouwen (wettelijke eisen BENG) 8 Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie

Natuurzone - 4e tocht

019

Landschappelijke inpassing Zowel grootschalige logis�ek als glastuinbouw kenmerkt zich door rela�ef langgerekte en gesloten gevels. Deze func�es zijn zichtbaar in het open landschap van de Zuidplaspolder en hebben bovendien zichtelementen gericht naar de ontslui�ngswegen. Voor het creëren van draagvlak is een goede landschappelijke inpassing in de omgeving essen�eel. Hierop wordt ingespeeld door te kiezen voor een hoge beeldkwaliteit en passende architectuur van gebouwen in combina�e met een groen/blauwe omzoming van het plangebied. De wateropgave, de natuurvriendelijke oevers en de groene aanplant verzacht de aanblik van de gebouwen en bijbehorende func�es. Met deze focus wordt gezorgd voor een goed en samenhangend landschappelijk beeld.

CONCEPTDIAGRAM - water

CONCEPTDIAGRAM - groen

20

CONCEPTDIAGRAM - infrastructuur

CONCEPTDIAGRAM - energie

21

WATERSYSTEEM

Berekening watercompensatie

In het overleg tussen de gemeente en HHSK is afgesproken dat het afvalwater via het hoofdgemaal Zevenhuizen aan de Zuidplasweg naar de RWZI Kortenoord kan worden afgevoerd.

Extra verharding: - uitgeefbaar (37,5 ha x 100%) - totale verharding

De beste optie om het afvalwater in hoofdgemaal Zevenhuizen te krijgen is een aansluiting op de persleiding op de hoek Koning Willem Alexanderlaan – Laan van Oranje Nassau. Naast knibbelweg 28 is een inrit naar de nieuwe wijk. Door de pompleverancier zal nog wel een hydraulische berekening uitgevoerd moeten worden om te toetsen of de benodigde afvoercapaciteit van de gemalen wordt gehaald. Als dat niet lukt kan als terugval optie de mogelijkheid om aan te sluiten op het gemaal RG2 in de nieuwe wijk van Koningskwartier worden onderzocht.

binnen bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

375.000 m2 18.600 m2

393.600 m2

Gedempt water:

15.966 m2

Gevraagd openwateroppervlak: extra verharding m2 *0,05 + gedempt water

35.646 m2

Aanwezig wateroppervlak:

37.049 m2

Verschil wateroppervlak

+ 1.403 m2

4e TOCHT Duiker Gemeente Waterschap 15 hectare

Duiker

15 hectare

Hoofdwatergang

5 hectare

5 hectare

4 hectare

4 hectare

Duiker 13,5 hectare

13,5 hectare

Brug

Duiker 0,6 hectare

0,6 hectare

Duiker

22

DE WATEROPGAVE

NIEUWE WATERGANG

NATUURVRIENDELIJKE OEVERS

WATEROPVANG DAKEN

Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang om de waterhuishouding goed te organiseren. Om piekbuien op te kunnen vangen, wateroverlast en verdroging te voorkomen, maar bovenal omdat een goed ontworpen watersysteem zorgt voor een pre�ge leef- en werkomgeving. De glastuinbouw en bedrijfsontwikkelingen hebben een grote hoeveelheid regenwater te verwerken en vanuit de glastuinbouw is er een grote vraag naar schoon water voor de bewatering van producten. Door op innova�eve wijze te kiezen voor een 2-ledig systeem van een primair oppervlaktewatersysteem en een secundair hemelwatersysteem, snijdt het mes aan twee kanten. Hemelwater van daken wordt 100% opgevangen in het secundaire hemelwatersysteem om gebruikt te worden als gietwater. Hemelwater van andere oppervlaktes stroomt rechtstreeks via het maaiveld of via een apart hemelwaterriool naar het oppervlaktewater. PRIMAIR OPPERVLAKTEWATERSYSTEEM Het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (HHSK) formuleert de randvoorwaarden en uitgangspunten voor ruimtelijke inpassing van nieuw oppervlaktewater binnen de ontwikkeling. Belangrijkste uitgangspunt daarbij is de watercompensa�e. Van het nieuw te realiseren verhard oppervlak moet 5% als nieuwe oppervlaktewaterberging bovenop het huidige oppervlaktewatersysteem worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516599/1