CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van uitgangspunten Knibbelweg Oost (aangepast na amendering) A21.000606

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van uitgangspunten en voorbereidingskrediet Knibbelweg-Oost21.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van uitgangspunten Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost, gemeente Zuidplas, Planbeschrijving, Duurzaamheid, Plan van aanpak Fase 1 (15 ha logistiek, 19 ha glastuinbouw, 4 ha overige bedrijven) Bijlage bij Allonge samenwerkingsovereenkomst 2021

Initiatiefnemer Ondernemen A12 A20 BV Contactpersoon mevrouw mr. Y. Bostelaar-Rekkers Kenmerk R065442aa.19HTGA5.pvv Versie 05_001 Datum 18 juni 2021 (geconsolideerd met amendement CU-SGP van 8 juni 2021)

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...................................................................................................................................... 3

2

Planbeschrijving........................................................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

Uitgangspunten voor duurzaamheid ..................................................................................... 15 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

4

Visie en ambitie ............................................................................................................... 15 Uitwerken duurzaamheid voor het bestemmingsplan ..................................................... 16 Omstandigheden en niveau van duurzaamheid ............................................................. 18 Samenvatting voorgestelde maatregelen ....................................................................... 19 Watersysteem ................................................................................................................. 20 Duurzame energie, capaciteit en flexibiliteit energievoorziening .................................... 22 Bouwkwaliteit en landschappelijke inpassing ................................................................. 24 Meervoudig ruimtegebruik .............................................................................................. 25

Ruimtelijke aspecten............................................................................................................... 26 4.1 4.2 4.3

5

Achtergrond en uitgangspunten ........................................................................................ 5 Geldend planologisch regime en het eerdere ontwerp bestemmingsplan 2015 .............. 7 Beoogde ruimtelijke ontwikkeling ...................................................................................... 8 Plangebied ...................................................................................................................... 10 Logistiek .......................................................................................................................... 12 Glastuinbouw .................................................................................................................. 12 Overige bedrijven ............................................................................................................ 12 Grens met het lint Knibbelweg ........................................................................................ 12 Openbaar gebied; verkeer, groen en oppervlaktewater ................................................. 13

Stedenbouwkundige opzet, landschappelijk inpassing en beeldkwaliteit ....................... 26 Wet natuurbescherming en stikstofproblematiek ............................................................ 26 Water............................................................................................................................... 28

Procedure, vooroverleg, communicatie en planning .......................................................... 30 5.1 5.2 5.3 5.4

Overzicht ......................................................................................................................... 30 Aandachtspunten ............................................................................................................ 30 Vooroverleg, participatie en communicatie ..................................................................... 31 Overige randvoorwaarden en procedures ...................................................................... 32

Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV

Stikstofdepositie met saldering akkerbouw (Aerius-berekening) Stedenbouwkundig plan Beeldkwaliteitsplan Communicatieplan

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

1

Inleiding

Op 9 oktober 2013 zijn Ondernemen A12-A20 BV (hierna OA12-A20) en de Gemeente Zuidplas de “Samenwerkingsovereenkomst Ontwikkeling Knibbelweg-Oost, gemeente Zuidplas” (hierna: “de SOK 2013”) aangegaan ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van een duurzaam glastuinbouw- en bedrijvenlandschap van circa 60 hectare op de locatie Knibbelweg-Oost te Zuidplas. In het kader van de beoogde ontwikkeling zoals vastgelegd in de SOK 2013, werd in 2015 het ontwerp bestemmingsplan Knibbelweg-Oost in procedure gebracht, maar na een zienswijze door de provincie inzake de beperkte regionale behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen is het bestemmingsplan niet meer vastgesteld. De gemeente Zuidplas en OA12-A20 zijn daarna gezamenlijk opgetrokken om een oplossing te vinden voor de ontstane situatie. In deze nieuwe procedure zal waar opportuun gebruik gemaakt worden van het ontwerp- en onderzoekswerk uit 2015. In augustus 2018 heeft Bureau Stedelijke Planning in het kader van duurzame verstedelijking een behoefteraming uitgevoerd naar de bedrijventerreinen in de A12 corridor. Uit het onderzoek van BSP (23 augustus 2018) blijkt dat de vraag in de periode na 2015 sterk is toegenomen en het aanbod sterk is afgenomen waardoor er een adequate onderbouwing mogelijk is om in het gebied Knibbelweg-Oost een duurzaam logistiek bedrijventerrein (in combinatie van glastuinbouw) te bestemmen.

Dit rapport is gedeeld met de Provincie en de regio gemeenten. Op 4 maart 2019 is de Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor (hierna: “BOK 2019”) gesloten tussen de 6 kernpartijen VNO-NCW West, de Provincie Zuid-Holland, de gemeente Lansingerland, de gemeente Waddinxveen, de gemeente Zoetermeer en de gemeente Zuidplas. Tevens heeft een aantal andere belanghebbenden zich bij deze BOK 2019 aangesloten, zo ook Ondernemen A12A20 middels haar primaire vennootschap Van Uden Logistic Site Investments BV. In deze BOK 2019 zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot het versterken van de logistieke hotspot A12 door samenwerking van de bij de BOK A12 corridor betrokken partijen, waarbij onder andere tevens nadrukkelijk is vastgelegd dat gestart kan worden met de ontwikkeling van een deel van Knibbelweg-Oost ten behoeve van circa 15 ha logistiek/bedrijfsruimte in combinatie met glastuinbouw en circa 4 ha voor kleinschalige bedrijven. Met de bovengenoemde BOK 2019 zijn er geen bestuurlijke belemmeringen meer om een ontwerp bestemmingsplan voor de gefaseerde (en daarmee de gewenste vraaggerichte) ontwikkeling van het plangebied Knibbelweg-oost op te stellen en in procedure te brengen. Dit gebeurt in lijn met de laatste inzichten en wensen en het met dit ruimtelijk plan dienen van meervoudige doelen op het gebied van economie, meervoudig ruimte gebruik en duurzame ontwikkeling.

Het voor te bereiden bestemmingsplan komt op hoofdlijnen nog overeen met het eerdere ontwerp uit 2015, waarin reeds een gefaseerde (marktgerichte) ontwikkeling voor ogen stond. Het geactualiseerde bestemmingsplan gaat uit van een plangebied dat grotendeels overeenkomt met Fase 1 van het eerdere ontwerp uit 2015. Het overige deel van het oorspronkelijke plangebied van 60 ha, oftewel het plangebied dat nagenoeg overeen komt met de nog nader uit te werken Fase 2 van het eerdere ontwerp uit 2015, kan op een later moment als zelfstandig project door Initiatiefnemer OA12-A20 ontwikkeld worden, dit is echter nog onzeker. Hiertoe zal dan opnieuw

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

een bestemmingsplan in procedure gebracht dienen te worden voor Fase 2. Ondernemen A12-A20 dient hiervoor tevens een separate anterieure overeenkomst te sluiten met de Gemeente Zuidplas. In deze Nota van Uitgangspunten worden het plangebied, de te bestemmen functies en de voorwaarden/uitgangspunten voor de ontwikkeling op een rij gezet. De nota is een bijlage bij de benodigde Allonge 5 op de SOK 2013, waarin de geactualiseerde uitgangspunten en afspraken worden vastgelegd. Hoofdstuk 2 geeft een planbeschrijving, waarbij ook de eerdere stedenbouwkundige opzet uit 2015 wordt besproken en geactualiseerd. In hoofdstuk 3 zijn de (overige) uitgangspunten op een rij gezet voor de verschillende functies. Verder worden de maatregelen voor duurzaamheid, meervoudig ruimtegebruik, watergebruik, energie en biodiversiteit en landelijke inpassing geschetst (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 zijn de te zetten stappen beschreven om het beoogde bestemmingsplan vast te stellen (plan van aanpak).

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

2

Planbeschrijving

2.1

Achtergrond en uitgangspunten

De provincie Zuid-Holland wenst de ruimtelijke ordening te stoelen op een visie met meervoudige doelen, waarmee een integrale economische en ruimtelijke afweging kan worden gemaakt. Deze doelen betreffen onder andere clustering, inpassing en omgevingskwaliteit, meervoudig ruimtegebruik en andere onderdelen van duurzame ontwikkeling (zoals energie/CO 2, water, ecologie). Duurzame logistiek De ontwikkeling van Knibbelweg-Oost als vestigingslocatie voor logistieke bedrijvigheid wordt noodzakelijk geacht voor een gezonde economische ontwikkeling in Zuid-Holland. Binnen deze gezonde economische ontwikkeling is logistieke ruimte nodig om de grote concentratie van consumenten en bedrijven in de provincie op een efficiënte manier van pakketten en goederen te voorzien. Ook draagt de ontwikkeling bij aan de versterking van de concurrentiepositie van de zeeen luchthavens en Nederland als transportland in het algemeen. De logistieke markt maakt daarbij een schaalvergroting door, die door de gevraagde efficiency en duurzame ontwikkeling wordt ingegeven. De mogelijke en noodzakelijke efficiencyverbetering door schaalvergroting gaat namelijk hand in hand met schoner vervoer en de verlaging van CO2- en NOx-emissie. Nederland kent al de meest betrouwbare en efficiënte logistiek in de EU. Deze lage distributiekosten leiden bijvoorbeeld tot de laagste supermarktprijzen van de EU.

Het kenmerkt ook de concurrentiepositie van Nederland als transportland. Vanuit de zeehavens en Schiphol vervoeren de grootste en meest professionele binnenvaartvloot ter wereld en andere hoogwaardige logistieke partners de goederenstroom naar het nationale en Noord-Europese achterland. De verbetering van de efficiency en ook de verduurzaming van de transportketen gaat onverminderd door. Door de schaalvergroting kunnen de goederen van meer klanten in hetzelfde distributiecentrum worden ondergebracht. Dit leidt evident tot een hogere bezetting van (minder) vrachtwagens. De grote producenten/klanten in de markt koppelen daarbij steeds vaker naast betrouwbaarheid ook duurzaamheidsdoelen aan langdurige contracten met logistieke dienstverleners. Duurzaam gebouwde distributiecentra, schonere vervoersmiddelen, elektrificatie (NOx) en duurzame opwekking (zoals zonnepanelen) worden gerealiseerd om de milieudruk van de producten en distributie verder te verlagen. Zo heeft bijvoorbeeld Nedcargo, de logistieke dochter van moederbedrijf Van Uden Group, waar ook Ondernemen A12-A20 BV onder valt, elektrische containerschepen en vrachtwagens ontwikkeld en worden zogenaamde LZV’s (Lange Zware Vrachtwagens) ingezet om meer lading ineens te vervoeren. De bundeling van de goederen van meer voedselproducenten geschiedt in rolcontainers.

Daarbij wordt rekening gehouden met de volgorde van de route door de supermarkt van de betreffende supermarktketens. Zo wordt de logistieke keten steeds efficiënter en duurzamer. Ook de ecologie en landschappelijke inpassing horen bij een duurzame situatie.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Met de efficiencyverbetering van meer grootschalige logistiek kan de duurzame ontwikkeling van de branche worden gefinancierd. Grootschalige logistiek is daarmee een belangrijke drager van de duurzaamheidsambitie voor het plangebied aan de Knibbelweg. Duurzame glastuinbouw Voor de Nederlandse glastuinbouw is in 2017 een visie Klimaatneutrale Glastuinbouw opgesteld. Tot 2040 is de ambitie om de warmtevoorziening door middel van aardgas terug te dringen door in te zetten op duurzame energiebronnen. Doel is dat alle kassen in 2040 klimaatneutraal zijn en geen gas meer gebruiken voor verwarming en belichting. Diverse duurzame energietechnieken vragen veel stroom, bijvoorbeeld warmtepompen, warmteterugwinningssystemen of bronpompen bij aardwarmte. Ook zullen telers hun lichtcapaciteit vergroten bij overgang naar energiezuinige ledverlichting. Het elektriciteitsgebruik in de glastuinbouw gaat dus toenemen in de toekomst. Naar verwachting verloopt de transitie naar duurzame glastuinbouw langzaam, omdat het met de huidige energieprijzen lastig concurreren is voor duurzame energietechnieken met het stoken van fossiel gas. De ontwikkeling van Knibbelweg-Oost als vestigingslocatie voor glastuinbouw kan een belangrijke bijdrage leveren aan genoemde verduurzamingsslag. Tot aan 2040 is een belangrijke rol weggelegd voor de gasgestookte WKK in de glastuinbouw.

Het maakt deel uit van het verdienmodel van de glastuinbouw en kan ingezet worden op het beter matchen van vraag en aanbod van elektra, maar ook van warmte. Een WKK is zeer effectief in vergelijking met energiecentrales en heeft een ondersteunend belang om zon- en windenergie mogelijk te maken. Zo draagt de WKK bij aan een soepele en realistische transitie naar duurzame energiebronnen voor de glastuinbouw. Er zijn ontwikkelingen in Zuid-Holland om reststromen van stoffen en energie nuttig toe te passen. Hiervoor wordt infrastructuur aangelegd, waar het plangebied mogelijk op kan worden aangesloten, zoals een OCAP-leiding (levering van CO2) en een externe restwarmteleidingnet. Op termijn, als de mogelijkheden voor duurzame opties groter worden, kan de WKK dan afgebouwd worden. Bij de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost wordt ruimte gereserveerd voor deze toekomstige duurzaamheidsopties. De clustering van utiliteitsgebouwen en glastuinbouw kent vele voordelen. Om tegemoet te komen aan de verhoogde energievraag voor de glastuinbouw, kunnen zonnepanelen op het distributiecentrum worden ingezet. Een deel van deze hernieuwbare energie kan gebruikt worden door de glastuinbouw. Door de clustering van logistiek en glastuinbouw is het daarnaast mogelijk om een duurzame voorziening voor gietwater te realiseren.

Het water dat op de logistieke gebouwen wordt opgevangen en vervolgens getransporteerd naar de glastuinbouw om daar als gietwater te gebruiken. Hiermee wordt het gebruik van grondwater (en benodigde zuivering daarvan) en het gebruik van kraanwater sterk teruggedrongen. Ook draagt dit systeem bij aan het voorkomen van wateroverlast. Tot slot blijft door clustering van logistiek, bedrijvigheid en glastuinbouw, inclusief gezamenlijke verkeersontsluiting, de impact op het landschap en het ruimtegebruik beperkt. In deze ontwikkeling worden logistiek en glastuinbouw geclusterd, inclusief gezamenlijke verkeersontsluiting, wat de impact op het landschap en het ruimtegebruik beperkt houdt.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

2.2

Geldend planologisch regime en het eerdere ontwerp bestemmingsplan 2015

Het gebied dat nu in beeld is voor de ontwikkeling van een glastuinbouw-bedrijvenlandschap ligt in het uit te werken plangebied van het bestemmingsplan ‘Zuidplas-Noord’ (hierna: moederplan, vastgesteld door de gemeenteraad van Zevenhuizen op 16 juni 2009). Zie figuur 3.1.

Figuur 2.1 ‘Moederplan’ Zuidplas-Noord (2009), uit te werken glastuinbouwbedrijvenlandschap (lichtpaars) en wijzigingsbevoegdheid voor de lint- en laanbebouwing langs de Knibbelweg en Noordelijke Dwarsweg

In 2015 is een ontwerp bestemmingsplan voorbereid en ter inzage gelegd voor de ontwikkeling van 13 ha logistiek, 4 ha bedrijventerrein en 13 ha glastuinbouw. Hiernaast zijn toen enkele (woon)rechten aan de Knibbelweg meegenomen (geel in figuur 2.2). Deze structuur blijft in het nieuwe bestemmingsplan op hoofdlijnen in tact.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Figuur 2.2

Ontwerp bestemmingsplan Knibbelweg-Oost (2015)

2.3

Beoogde ruimtelijke ontwikkeling

De nu beoogde ontwikkeling is niet wezenlijk veranderd ten opzichte van het gepubliceerde ontwerp bestemmingsplan uit 2015. Net als in het bestemmingsplan uit 2015 wordt op een aantal punten afgeweken van het vigerende moederplan en de daarin opgenomen uitwerkingsregels. Het huidige geactualiseerde bestemmingsplan, zal daarom als een zelfstandig plan in procedure gaan (zoveel mogelijk in lijn met de bedoeling van het moederplan). Hieronder wordt dit toegelicht. De afspraken over de functies en de te ontwikkelen oppervlakten zijn regionaal afgestemd en vastgelegd in de BOK 2019, welke bestuursovereenkomst het resultaat is van overleg en overeenstemming tussen de 6 kernpartijen (zijnde VNO-CNW, de Provincie Zuid-Holland en 4 regio gemeenten aan de zogenaamde A12 corridor). In de BOK 2019 is vastgelegd dat de locatie Knibbelweg-Oost met inachtneming van artikel 2.1.5 lid 5 van de VRM kan worden ontwikkeld voor 15 ha logistiek/bedrijfsruimte (uitgeefbaar terrein) met een hoog niveau van duurzaamheid en meervoudig en efficiënt ruimtegebruik in combinatie met glastuinbouw. Daartoe zullen de daken van de te vestigen bedrijven geschikt gemaakt worden voor het plaatsen van zonnepanelen, die enerzijds gebruikt kunnen worden voor de duurzame stroomvoorziening van de bedrijven zelf en anderzijds voor de stroomvoorziening van te realiseren glastuinbouwbedrijven nabij de planlocatie.

Tevens zal in het plangebied ruimte worden gereserveerd om regenwater dat valt op de daken van bedrijven af te voeren naar een te realiseren glastuinbouwgebied (‘gietwatersloot’). De ontwikkeling van ca. 19 ha glastuinbouw past, voor zover dit ruimtelijk is te onderbouwen, binnen deze afspraken. Daarbij moet een deel beschikbaar zijn voor glastuinbouwbedrijven die nu nog buiten de Greenport Westland Oostland liggen en willen verhuizen. Ook is in de BOK 2019 afgesproken dat er ruimte is voor 4 ha kleinschalige bedrijven ten behoeve van de uitplaatsing van bedrijven uit de woonkernen van de gemeente Zuidplas.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

In het vigerende moederplan uit 2009 zijn uitwerkingsregels opgenomen waarin de ambitie op het gebied van duurzaamheid concreet is vertaald naar voorwaarden, inrichtings- en milieukwaliteitsdoelstellingen. Op de meeste punten kan aan deze inspannings- en resultaatverplichtingen worden voldaan. Echter, op een aantal punten is er sprake van nieuwe inzichten en bijgestelde wensen. Om die reden zal van een deel van deze uitwerkingsverplichting geen gebruik worden gemaakt en omvat deze Nota van Uitgangspunten, in lijn met het bestemmingsplan dat in 2015 in procedure werd gebracht, dus enkele afwijkingen ten opzichte van het moederplan. Daarbij wordt echter niets afgedaan aan het hoge ambitieniveau van de Zuidplaspolder. Het nieuwe bestemmingsplan en de de gemaakte afspraken borgen de ruimtelijke, functionele en milieuhygiënische kwaliteit van de nieuwe ontwikkelingen, inclusief de bedrijfseconomisch verantwoorde uitwerking van de duurzaamheidsambities. In de onderstaande tabel wordt een opsomming gegeven van de desbetreffende afwijking en wordt daarbij de reden voor de afwijking vermeld (tabel 2.1) op basis van de huidige inzichten. Tabel 2.1 Voorwaarden en doelstellingen uit het moederplan waarvan mogelijk wordt afgeweken Nr. regel Algemeen 21.5.2, b

Uitwerkingsregel

Reden van afwijking

het gebied wordt in zijn totaliteit binnen één cluster tot ontwikkeling gebracht en in zijn totale omvang in procedure gebracht door middel van één uitwerkingsplan

21.5.2, f

de volgende ruimtelijke opgave voor het uitwerkingsgebied (verhouding glas – bedrijven): ten minste 65% glastuinbouwbedrijven, waarvan tenminste 20% gecombineerde functies met bedrijfsactiviteiten ten dienste van de glastuinbouw, bijv. logistiek; maximaal 35% bedrijfsactiviteiten volgens de lijst in bijlage 4 bij het moederplan Ten minste 20% van het gebied als intensief en meervoudig ruimtegebruik wordt ingericht, in de vorm van verticale stapeling van functies onder elkaar (bijv. gietwater, opslagruimte of andere functie onder een kas, of gemeenschappelijke functies.

De regionale afspraken en de wettelijke regels voor duurzame verstedelijking staan de volledige ontwikkeling niet toe. Voor Fasen 1 en 2 worden afzonderlijke bestemmingsplannen gemaakt. De verhouding glastuinbouw / niet gerelateerde bedrijfsactiviteiten wordt ca. 50%/50%. Het aandeel gecombineerd ruimtegebruik is afhankelijk van de bedrijfseconomische haalbaarheid in deze fase en wordt nader bepaald. Dit is in lijn met het Bestemmingsplan uit 2015 en de afspraken in de SOK 2013. Ook dit percentage wordt losgelaten. De mogelijkheden worden onderzocht en toegepast, afhankelijk van de bedrijfseconomische haalbaarheid in deze fase.

21.5.2, g

Energie 21.5.2, o, p, q

Een EnergiePrestatie op Locatie (EPL) van minimaal 8. 20% van het energieverbruik is afkomstig van duurzame bronnen. Collectieve Koude/Warmteopslag (WKO).

(Grond)watersysteem 21.5.2, De bergingscapaciteit van de gietwaterbassins is minimaal u, w 500 m³. Het oppervlak open water bedraagt ten minste 7% van het totale oppervlak van het uitwerkingsgebied.

De prestatie en het aandeel duurzame energie is in deze fase mogelijk lager. De beperkte mogelijkheden van het elektriciteitsnet zijn bepalend. Dit wordt nader onderzocht en onderbouwd in de vervolgfase. 7% is de compensatie voor Fase 1 en Fase 2 gezamenlijk. Voor Fase 1 is 5% nodig, voor Fase 2 10%. In dit bestemmingsplan wordt 5% geregeld, conform de eisen van het Hoogheemraadschap

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

De duurzaamheidsvisie voor de ontwikkeling Knibbelweg-Oost blijft zoveel mogelijk overeind. Sinds 2015 heeft de wereld niet stilgestaan en is het inzicht voortgeschreden. De onderzoeken in het kader van het ontwerp bestemmingsplan uit 2015 kunnen deels, voor zover nog actueel en relevant, worden gebruikt voor de nieuwe ruimtelijke onderbouwing. In het kader van het bestemmingsplan wordt daarnaast gebruik gemaakt van de nieuwe inzichten en gerealiseerde maatregelen in de praktijk van vergelijkbare plannen in de buurt. De marktpartijen en de gemeente slaan de handen ineen voor een duurzame ontwikkeling van Knibbelweg-Oost. Vanzelfsprekend moet dit passen binnen de technische haalbare en bedrijfseconomische randvoorwaarden. Uiteindelijk zullen de (marktconforme) grondprijzen, plankosten en de kosten voor duurzaamheidsmaatregelen moeten kunnen worden opgebracht door de business van logistiek, glastuinbouw en overige bedrijven.

2.4

Plangebied

Het gehele gebied Knibbelweg-Oost omvat ca. 79 ha bruto (Fasen 1 en 2), waarvan ca. 65 ha aan glastuinbouw en bedrijventerrein, de rest ligt in de lintbebouwing en groen langs de wegen. Daarvan wordt nu, conform de afspraken zoals vastgelegd in de BOK 2019, in deze eerste fase ca. 38 ha ontwikkeld voor glastuinbouw en andere bedrijven. In onderstaande figuur is het plangebied weergegeven (rood kader) en zijn de diverse hoofdfuncties indicatief aangegeven: 15 ha logistiek, 4 ha bedrijfsactiviteiten en 19 ha glastuinbouw. De bestemmingen van 4 ha bedrijven en ca. 5 ha glastuinbouw zijn met name bedoeld voor uit te plaatsen bedrijven en verspreid glas buiten het glastuinbouwconcentratiegebied. In het lint langs de Knibbelweg is er plaats voor twee bedrijfswoningen ten behoeve van de nieuwe bedrijven. Dit geeft de mogelijkheid voor de nieuw aan te trekken bedrijfseigenaren dichtbij het bedrijf een woning te betrekken. Enerzijds volgt deze verdeling de bestuurlijke afspraken (BOK 2019) en kan deze omvang goed ruimtelijk worden onderbouwd (o.a. duurzame verstedelijking). Anderzijds verdient de voorkeur dat er geen andere grondeigenaren worden meegenomen in het plan. Zo kan worden volstaan met een anterieure overeenkomst hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Het plangebied omsluit nog kavels van particuliere eigenaren.

Deze eigenaren bezitten gronden die conform het principe van minnelijk overleg zullen worden verworven. Voor de overige blijven de bestaande rechten in stand

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Figuur 2.3

Indicatieve plangrens en verdeling functies De stedenbouwkundige opzet van 2015 blijft zo veel mogelijk in tact. De overige functies in het gebied zijn verkeer (N219, openbare weg, parkeren, ontsluitingswegen), groen/water (oppervlaktewater, groen/natuur, openbare ruimte).Tussen de bedrijven en de glastuinbouw ligt de centrale as (ontsluitingsweg en infra, eerder ‘Backbone’ genoemd), die aansluit op de provinciale weg N219 die door het plangebied loopt. In het gebied loopt een grote watergang (Kaderrichtlijn Water, KRW). Deze wordt verlegd richting het zuidoosten tot langs de N219. Aan de randen van het plangebied en langs de centrale ontsluitingsweg komen watergangen te liggen die voor ontwatering van gebied zorgdragen en samen de benodigde en verplichte compensatie vormen voor het toe te voegen verharde/bebouwde oppervlak. Vanwege hydraulische effecten (natte voeten in het plangebied) moeten de watergangen worden beperkt in breedte en diepte. De watergangen met natuurvriendelijke oevers dragen bij aan landschappelijk inpassing en de biodiversiteit in het gebied. De watergangen sluiten aan op bestaande watergangen buiten het plangebied. In de zuidpunt van het plangebied komt een extra duiker die al in de plannen zat van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard.

De exacte ligging/inpassing van het plangebied binnen het moederplan zal in het ontwerp bestemmingsplan uitgewerkt worden en kan op details afwijken van figuur 2.3. Dit hangt af van de

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

verwerving en het benodigde ruimtebeslag voor watercompensatie, beschermingszones voor leidingtracés en verkeersfuncties (geen andere grondeigenaren). De natuurstrook ten zuiden van de Vierde Tocht blijft buiten het plangebied. In 2015 is met de provincie gesproken over de mogelijke verplaatsing van de strook naar de overkant (noordelijk) van de Vierde Tocht. Hiervan wordt nu afgezien. Op dit moment heroverweegt de provincie ZuidHolland deze en andere verbindingszones van het Natuur Netwerk Nederland (NNN); mogelijk komt de strook te vervallen. Uitsluitsel hierover en de verwerking in de omgevingsverordening van de provincie laat echter te lang op zich wachten voor deze bestemmingsplanprocedure.

2.5

Logistiek

De bedoeling van OA12-A20 is om grootschalige logistiek te ontwikkelen. Hiervoor zijn al meerdere gegadigden. Het gaat om distributiecentra met een omvang van drie Deze grote gebouwen met omliggende terreinen worden zo goed mogelijk stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast, met een adequate beeldkwaliteit. Hiervoor is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Op het gebied van waterhuishouding en energie wordt de koppeling gezocht met de glastuinbouw.

2.6

Glastuinbouw

De glastuinbouwbestemming is deels bedoeld voor verspreid glas in de omgeving en bedrijven die op hun huidige locatie niet kunnen uitbreiden. Er worden momenteel gesprekken met gegadigden gevoerd, die ook betrokken worden bij het beoordelen van de duurzaamheidsmaatregelen en koppelkansen op het gebied van water, CO2 en energie. Voor glastuinbouw is de energie-, wateren CO2-voorziening cruciaal, zodat koppelkansen met grote logistiek interessant zijn. Deze aspecten maken deels ook onderdeel uit van het verdienmodel. Het ontwerp van watersystemen en de energievoorziening vindt in overleg plaats bij verdere uitwerking van de plannen.

2.7

Overige bedrijven

Het is de bedoeling om een deel van het plangebied in te richten voor overige bedrijfsactiviteiten. Voor een deel gaat dit over uit te plaatsen bedrijven van andere locaties in de gemeente Zuidplas. Dit is nog niet geconcretiseerd. In de loop van de bestemmingsplanprocedure wordt dit duidelijk en kan dit ook ruimtelijk worden vertaald.

2.8

Grens met het lint Knibbelweg

De bestaande lintbebouwing blijft buiten het plangebied. Met deze bewoners en bedrijven wordt nog overleg gevoerd, waarbij de eventuele eerdere zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan Knibbelweg-Oost uit 2015 wordt betrokken. Net als in 2015 is tussen de glastuinbouw en de lintbebouwing een watergang voorzien met deels gebruiksvriendelijke (brede) oevers, die meebeweegt met de diepte van de kavels aan de Knibbelweg. De ruimte tussen de kavels en de rechte, courante lijn van het glastuinbouwgebied wordt gebruikt voor waterberging en natuur en geeft landschappelijk inpassing.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Figuur 2.4

Impressie waterberging en groene inpassing nabij lintbebouwing (links) en Centrale As (rechts)

2.9

Openbaar gebied; verkeer, groen en oppervlaktewater

Het bedrijventerrein zal via een centrale ontsluitingsweg (Centrale As/Backbone) tussen de bedrijven en de glastuinbouw gaan ontsluiten op de provinciale weg N219, die een regionale functie heeft. Hier wordt ook ruimte gereserveerd voor water, groen en kabels en leidingen (zie figuur 2.4, rechts). De volgende netwerken/systemen kunnen daarin een plek vinden:  gietwatersysteem (betonnen duiker);  gescheiden rioleringssystemen voor hemelwater en vuilwater;  CO2- en warmteleidingen (aansluiten op externe systemen);  Elektriciteit (niet zijnde het tracé naar een nieuwe middenstation);  Overige (waterleiding, glasvezel e.d.). De gemeente en provincie laten momenteel onderzoek doen naar de verkeersontwikkeling in het gebied, waarbij naast de ontwikkeling van de Knibbelweg-Oost ook andere ontwikkelingen in het Middengebied worden betrokken (o.a. grote woningbouwontwikkeling). De verwachting is dat de nieuwe functies in het plangebied Knibbelweg-Oost, gelet op de bestaande verkeersintensiteit en de omvang van de andere ontwikkelingen relatief weinig invloed heeft. In het moederplan is een verkeersbestemming opgenomen, waarbij het plangebied KnibbelwegOost wordt ontsloten naar de N219 via een rotonde. Uit de lopende verkeersstudie blijkt vooralsnog dat een rotonde gelet op de verwachte verkeersintensiteit niet een goede oplossing is.

Een T-splitsing met een verkeersregelinstallatie leidt in dit geval tot een betere doorstroming. De concrete oplossing voor dit bestemmingsplan zal nader worden uitgewerkt, maar zal een slanke variant zijn van een T-splitsing, die later eventueel gefaseerd kan worden uitgebreid. Onderstaande figuur geeft een eerste beeld.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Figuur 2.5

Schetsontwerp kruispunt aansluiting plangebied Knibbelweg-oost Om de toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken zijn, moet de kruising in fasen zo nodig kunnen worden uitgebreid (bijvoorbeeld meer/langere in-/uitvoegstroken. Ook is aan de westzijde van de N219 een fietspad voorzien. In het ontwerp bestemmingsplan wordt daarom een brede verkeersbestemming opgenomen, zodat afhankelijk van de ontwikkelingen in de omgeving gekozen kan worden voor uitbreiding van de kruising. De aanliggende groenbestemming biedt de mogelijkheid van verkeersfuncties en kabels en leidingen. Vanwege bebouwing en verhard oppervlak moet er in het peilgebied voor deze fase compenserende waterberging worden gecreëerd (fase 2 wordt dan gecompenseerd, wanneer daarvoor een bestemmingsplan wordt voorbereid). Zoals al aangegeven wordt ook het watersysteem aangepast (watergangen dempen en nieuwe graven). Groene bestemmingen kunnen verder bijdragen aan de inpassing in het landschap.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

3

Uitgangspunten voor duurzaamheid

3.1

Visie en ambitie

Partijen A12-corridor (bestuursovereenkomst, BOK) In de BOK 2019 zijn de volgende afspraken gemaakt:  “Evenzo kan de locatie Knibbelweg-Oost met inachtneming van artikel 2.1.5 lid 5 van de VRM worden ontwikkeld voor 15 ha logistiek/bedrijfsruimte met een hoog niveau van duurzaamheid en meervoudig en efficiënt ruimtegebruik in combinatie met glastuinbouw;  daartoe zullen de daken van de te vestigen bedrijven geschikt gemaakt worden voor het plaatsen van zonnepanelen die enerzijds gebruikt kunnen worden voor de duurzame stroomvoorziening van de bedrijven zelf en anderzijds voor de stroomvoorziening van te realiseren glastuinbouwbedrijven nabij de planlocatie. Tevens zal in het plangebied ruimte worden gereserveerd om regenwater dat valt op de daken van bedrijven af te voeren naar een te realiseren glastuinbouwgebied nabij de locatie (‘gietwatersloot’).” Op het gebied van meervoudig ruimtegebruik, water en energie zijn er afspraken gemaakt in de eerdere SOK 2013, de BOK 2019 en in het kader van de Omgevingsvisie van de provincie. Er is voor het ontwerp bestemmingsplan 2015 een uitgebreide stedenbouwkundige studie gedaan naar de structuur in het gebied, de landschappelijk inpassing en de beeldkwaliteit. Delen uit deze studie vormen het uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan.

Ook is er in 2015 een aantal gedetailleerde technische en financiële onderzoeken verricht naar de mogelijke inrichting en duurzaamheidsmaatregelen. Deze onderzoeken zijn deels nog bruikbaar en moeten waar nodig geactualiseerd worden voor de huidige situatie. Gemeente Zuidplas In de duurzaamheidsvisie en het Programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie van de gemeente Zuidplas (mede afgeleid van duurzaamzuidplas.nl) wordt gesteld dat Zuidplas in 2050 een duurzame, toekomstbestendige en energie neutrale gemeente is. De volgende doelen/maatregelen worden daarbij neergezet op het gebied van klimaat, energie, water, materialen en biodiversiteit. De onderliggende ambities zijn in lijn met het Moederplan in 2009.  Hernieuwbare energieopwekking wordt ingezet; zonne-energie is voor de gemeente de gemakkelijkste en meest voor de hand liggende optie.  Verlaging aardgasgebruik, all-electric en ‘los van aardgas’; nieuwe woonwijken moeten zonder gasleiding worden aangelegd. Restwarmte, WKO, biogas, waterstof en geothermie zijn mogelijke alternatieven voor verwarming met aardgas.  Rekening houden met klimaatrisico’s: Hemelwater tijdens piekbuien wordt zo veel mogelijk opgevangen in het plangebied en er rekening gehouden met periodes van droogte (collectieve buffervoorziening/hemelwatervoorziening).

 Dakoppervlakken die hiervoor in aanmerking komen voorzien van groene daken, al dan niet met zonnepanelen, om bij te dragen aan de biodiversiteit en verminderen van de koelvraag van gebouwen.  Extra aandacht voor de bouwmethode; voorkeur voor lichte constructies tegen bodemdaling.  Circulariteit; rekening houden met herbruikbaarheid en zo goed mogelijk op waarde houden van materialen en het toepassen van bestaande en organische bouwmaterialen.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Er moet voldoende ruimte zijn voor beheer- en onderhoud van de watergangen. De beheersgrenzen moeten nog worden bepaald.

Provincie Zuid-Holland In de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is aangegeven dat wordt ingezet op meervoudig en efficiënt ruimtegebruik door combinatie of stapeling van functies, zoals bijvoorbeeld gietwaterberging onder de kas, al dan niet gecombineerd met het bergen van overtollig water (als noodvoorziening). Ook wordt een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk gevonden en eventuele negatieve effecten moeten gemitigeerd worden. De omgevingsverordening noemt verder warmte-koudeopslag (WKO) specifiek als duurzame optie in combinatie met glastuinbouw en biedt hier dus ook ruimte voor. In het Convenant Klimaatadaptief bouwen is aangegeven dat Nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk moeten worden gebouwd. Dit houdt onder andere in dat ingezet wordt op minder wateroverlast, meer biodiversiteit, minder hittestress en minder nadelige effecten van langdurige droogte en minder bodemdaling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat bij nieuwe initiatieven een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is en dat negatieve effecten gemitigeerd moeten worden. Verder is er in het plangebied sprake van een NNN-strook, die behouden moet blijven. Het is wenselijk om de inrichting en het gebruik van bedrijventerreinen zo goed mogelijk te laten passen in de omgeving en het landschap.

Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Vanuit het waterschap geldt een aantal eisen voor het watersysteem:  Het is verplicht om oppervlaktewater aan te leggen ter compensatie van de toename in verhard oppervlak. De compensatie-eis is 5%. Gedempte watergangen moeten voor 100% gecompenseerd worden door het graven van nieuwe watergangen.  Tenminste 50% van de nieuwe watergangen wordt aangelegd met natuurvriendelijke oevers.  Gescheiden afvoer van hemel- en afvalwater wordt verplicht gesteld om de rioolwaterzuiveringsinstallatie te ontzien.  Licht verontreinigd hemelwater vanaf daken, wegen en terreinen moet voorgezuiverd worden voor lozing in het oppervlaktewater (bijvoorbeeld via bermpassage). De waterkwaliteit van het KRW-lichaam (Kader Richtlijn Water) mag niet verslechteren.  Er moet voldoende ruimte zijn voor beheer- en onderhoud van de watergangen. Verder heeft het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard een sterke voorkeur voor een volledig gesloten systeem voor gietwater, losgekoppeld van het oppervlaktewatersysteem.

3.2

Uitwerken duurzaamheid voor het bestemmingsplan

Er is een hoog ambitieniveau voor duurzaamheid in de beoogde ontwikkeling van KnibbelwegOost. De te realiseren maatregelen moeten voldoen aan de operationele eisen van de initiatiefnemer(s) en bewezen c.q. bedrijfseconomisch haalbaar zijn. Er wordt voldaan aan het gestelde in de provinciale verordening. Er moet rekening gehouden worden met de

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

duurzaamheidsvisie van de gemeente en met de eisen van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. In het kader van het ontwerp bestemmingsplan in 2015 is veel onderzoek verricht naar de haalbaarheid en de technische uitvoering van mogelijke systemen voor gietwater en warmte- en energievoorziening. De omstandigheden zijn inmiddels veranderd. Er zijn nieuwe inzichten in de technische uitvoering, de financiële haalbaarheid van voorzieningen en de subsidiemogelijkheden zijn van invloed. Het congestieprobleem bijvoorbeeld, waarvoor een nieuw onderstation benodigd is. De onderzoekskosten waren destijds erg hoog en zijn deels voor niets geweest. In de nieuwe bestemmingsplanprocedure willen de initiatiefnemer en de gemeente de noodzakelijke onderzoeken doen/actualiseren wanneer dat opportuun is. Voor het bestemmingsplan is het noodzakelijk om de haalbaarheid van het totale plan, inclusief duurzame ontwikkeling, vast te stellen om keuzes te kunnen maken uit zekere voorzieningen. De resultaten van onderzoeken uit 2015 zijn deels nog bruikbaar, bijvoorbeeld het waterhuishoudkundig plan met de dimensionering van de diverse rioleringssystemen. In elk geval kan mede op basis hiervan de haalbaarheid van het ontwerp bestemmingsplan worden onderbouwd.

In het kader van het nieuwe ontwerp bestemmingsplan is het niveau van duurzaamheid onderzocht op haalbaarheid, gelet op de ambities en rekening houdend met de nieuwe omstandigheden. De (haalbaarheid voor) voorzieningen en maatregelen op het gebied van respectievelijk het watersysteem, energie en bouwen & landschappelijke inpassing zijn in drie werkgroepen nader in beeld gebracht. In de werkgroepen hebben de initiatiefnemer(s) en deskundigen deelgenomen en is samengewerkt/ afgestemd met de gemeente, de provincie, het waterschap en de netwerkbeheerders. Hierbij werd gebruik gemaakt van de eerder verrichte onderzoeken. Mogelijk zijn nog een of enkele werkgroepoverleggen nodig om de laatste details af te stemmen voor het bestemmingsplan. De haalbare maatregelen zijn zodanig beschreven dat de ruimtelijke gevolgen kunnen worden bepaald. Niet haalbare maatregelen zijn beknopt beoordeeld. Hieronder zijn de overige voorwaarden/criteria en beoogde resultaten van de overleggen opgenomen: Watersysteem - Schetsontwerp voor een bewezen systeem voor de opvang en afvoer van gietwater in combinatie met de afvoer van hemelwater van daken van de grote logistieke gebouwen. - Indicatief oordeel van het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard. - Het ruimtebeslag van het schetsontwerp in het plangebied. Energie - Inzicht in de (ontwikkeling van de) capaciteit van het elektriciteitsnet.

- De globale energiehuishouding voor het gebied. - De indicatieve behoefte en het aanbod aan CO2 en warmte. - Schetsontwerp van bewezen haalbare principes en maatregelen inzake het energiesysteem. - Het ruimtebeslag van het schetsontwerp in het plangebied. Bouwen en landschappelijke inpassing - Optimale stedenbouwkundige en groene inpassing

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

-

Mogelijkheden voor de inrichting en maatregelen die de biodiversiteit bevorderen ,in combinatie met water, gebouwen en openbaar groen.

De voorlopige resultaten zijn hieronder kort weergegeven. Het ruimtebeslag van de maatregelen wordt bepaald en vertaald naar de verbeelding en de planregels van het ontwerp bestemmingsplan. De verdere uitwerking van maatregelen vindt plaats in het kader van het ontwerpproces en de voorbereiding van de diverse vergunningaanvragen. Allereerst wordt hieronder ingegaan op de omstandigheden die medebepalend zijn voor het te bereiken duurzaamheidsniveau.

3.3

Omstandigheden en niveau van duurzaamheid

Er zijn drie aandachtpunten die van invloed zijn op de uitwerking en het te bereiken niveau van de duurzaamheid in het kader van het bestemmingsplan. Netwerkcongestie elektriciteit dwingt tot fasering, maar biedt ook kansen Uit overleg met netwerkbeheerder Liander blijkt dat de aansluit- en teruglevermogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk in het plangebied beperkt zijn. Het plangebied ligt op de grens van het beheergebied, maar ook bij de netwerkbeheerder Stedin speelt dit probleem. Er wordt gewerkt aan een nieuw onderstation waarbij de capaciteit van 60 MVA naar 160 MVA wordt uitgebreid, maar dat duurt zeker tot einde 2024. In de nadere uitwerking van de functies en duurzame energie is dit een belangrijke factor. Mogelijk is de realisatie van de beoogde functies beperkt of niet mogelijk totdat het nieuwe hoogspanningsstation is gerealiseerd. Ook heeft de netwerkcongestie belangrijke financiële consequenties. In de periode tot een duurzame warmteleiding (RoCa-leiding) voor glastuinbouw kan worden aangelegd, zal de warmteopwekking door WKK’s of gasketels worden ingevuld. Wanneer de warmteleiding er eenmaal ligt, verschuift de rol van WKK’s of gasketels naar het inzetten bij piekvraag en als backup warmtevoorziening. WKK’s zijn ten opzichte van gasketels financieel de meest aantrekkelijke optie.

Een WKK-installatie is echter afhankelijk van teruglevering van stroom aan het elektriciteitsnet. Dit is tot 2025 waarschijnlijk niet mogelijk, wat een financiële barrière voor glastuinbouw vormt. Ook de aanleg van grootschalige PV-installaties (zonnepanelen) wordt belemmerd van congestie op het elektriciteitsnetwerk, tot 2025 kunnen er waarschijnlijk alleen op beperkte schaal panelen worden geplaatst. De opgewekte stroom komt dan voornamelijk ten goede aan het verbruik van de gebouwen zelf, teruglevering aan het net is maar zeer beperkt mogelijk. Zodra er voldoende aansluitcapaciteit is, wordt de rest van het dakoppervlak alsnog benut. Congestie biedt ook kansen voor een hoge mate van duurzaamheid. Ten eerste zal de energievraag zo laag mogelijk worden gehouden, met bijvoorbeeld zo efficiënt mogelijke verlichting en een hoge isolatiegraad in utiliteitsgebouwen. Ten tweede komen er alternatieve oplossingen in beeld, waar bijvoorbeeld met toepassing van extra zonnepanelen en batterijen toch op korte termijn meer activiteiten kunnen starten. Het kan zijn dat tijdelijk minder duurzame technieken nodig zijn om de periode met congestieproblematiek te overbruggen, bijvoorbeeld toepassing van WKK om de logistiek van voldoende elektriciteit en gelijk ook warmte te kunnen voorzien. Er wordt daarbij gelijk nagedacht hoe er, na

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

realisatie van het nieuwe onderstation, gelijk op duurzame technologie overgestapt kan worden (bijvoorbeeld omschakeling naar warmtepomp). Dit vraagt onderzoek naar een technisch en bedrijfseconomisch verantwoorde tijdelijke oplossingen met een zo laag mogelijk kapitaalvernietiging. Mogelijk is deze problematiek deels niet oplosbaar; in dat geval kan het gevolgen hebben voor de fasering van de ontwikkeling. Opslag gietwater in de bodem mogelijk ongunstig voor de waterkwaliteit Het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard heeft aangegeven dat uit de praktijk blijkt dat de opslag van hemelwater van daken in de ondergrond (zogenaamde aquifers) het zoutere grondwater naar de oppervlakte kan duwen, met een verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg. Dit vraagt om nader onderzoek en beperkt mogelijk de opties voor duurzame glastuinbouw. Dit is een bedreiging voor het gietwatersysteem. Voor de opslag van grote hoeveelheden (meer dan 100.000 m3) hemelwater van de daken van logistieke gebouwen in de bodem is geen alternatief. Als de waterkwaliteit te zeer zou verslechteren, dan is de glastuinbouw voor gietwater aangewezen op grondwater, waarvoor eveneens een vergunning nodig is. Het totaalpakket moet bedrijfseconomisch verantwoord zijn Voorwaarde voor de uitvoering van individuele maatregelen en voor het totaalpakket is de financiële haalbaarheid.

Als maatregelen een onrendabele investering vergen, dan is dit door de normale bedrijfsvoering van de te realiseren functies te dragen. De grondprijzen, de plankosten en de kosten voor het verplichte voorzieningenniveau zijn daarbij mede bepalend, alsmede de mogelijkheden voor subsidie. De subsidies die in 2015 beschikbaar waren, zijn dat nu niet meer. De ambities zijn hoog op de diverse gebieden. Naar verwachting zal uiteindelijk een afweging en keuze gemaakt moeten worden welke maatregelen zeker worden getroffen en welke afhankelijk zijn van (extra) fondsen. In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt de financiële haalbaarheid van de maatregelen op hoofdlijnen nagegaan, zodat hier een prioritering kan worden gekozen die kan worden gerealiseerd voor zover dit bedrijfseconomisch verantwoord is. Indien er maatregelen niet door kunnen gaan, onderbouwt A12-A20 dit cijfermatig.

3.4

Samenvatting voorgestelde maatregelen

Om zoveel mogelijk aan gestelde duurzaamheidsambities te voldoen, is een voorlopige lijst met maatregelen opgesteld. De maatregelen zijn als volgt onderverdeeld: De te nemen verplichte en no-regret maatregelen om zo aan gestelde eisen te voldoen. Het zijn randvoorwaarden verplicht voor de ontwikkeling (samengevat in tabel 3.1) Tabel 3.1 Verplichte en no-regret (duurzaamheids)maatregelen Thema Watersysteem Bouwen Meervoudig Ruimtegebruik

Maatregel 1 Compensatie voor toename verharding en demping van sloten 2 Gescheiden rioolstelsel 3 Natuurvriendelijke oevers 4 Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem 5 Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages / natuurvriendelijke oevers

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

Energie Meervoudig ruimtegebruik

6 7 8 9 10

Bodem en Groen

11 12

Constructie utiliteitsgebouwen geschikt voor zonnepanelen; aanleg panelen voor eigen gebruik en faciliteren grote installatie voor teruglevering Hoge energieprestatie van gebouwen (wettelijke eisen BENG) Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie Logistiek en bedrijven (excl. glastuinbouw): gasloos bouwen (behoudens voor overbrugging van een periode met te veel congestie op het elektriciteitsnet) Zonnepanelen op daken van utiliteitsgebouwen op grote schaal (termijn afhankelijk van de oplossing van congestie op het elektriciteitsnet) Ruimte voor groen in openbaar gebied Rekening houden met bodemdaling bij het ontwerp

De eventueel aanvullende nice-to-have maatregelen om ambities te verwezenlijken. Voor deze maatregelen gelden twee voorwaarden: ze moeten technisch haalbaar zijn én er moet financiële dekking zijn. Het zijn geen randvoorwaarden voor de ontwikkeling, maar de maatregelen kunnen wel belangrijk zijn voor het creëren van draagvlak (samengevat in tabel 3.2) Tabel 3.2 Ambitie duurzaamheidsmaatregelen (aanvullende maatregelen op termijn) Thema Watersysteem Energie Meervoudig Ruimtegebruik

Bouwen Meervoudig Ruimtegebruik Meervoudig Ruimtegebruik

Maatregel 13 Voltooiïng duurzaam gietwatersysteem (samen met ontwikkeling glastuinbouw) 14 Warmtekrachtkoppeling voor glastuinbouw (vanaf 2025) 15 Aansluiting glastuinbouw op externe restwarmteleiding, overbrugging met warmtekrachtkoppeling 16 Externe CO2-voorziening via OCAP, afhankelijk van toekomstige leverzekerheid 17 Warmte- en koudeopslag 18 Energiezuinige en NOx-arme glastuinbouw 19 Faunavoorzieningen openbare gebied (technisch haalbaar, financieel onzeker) 20 Keuzemenu ecologie en circulariteit voor exploitanten logistiek en bedrijvigheid 21 Effectief combineren van goederen 22 Combineren van functies in de openbare ruimte

Zoals vermeld, zullen de niet verplichte maatregelen uit tabellen 3.1 en 3.2. gerealiseerd worden voor zover zeker is dat er geen technische belemmeringen zijn en voor zover dit bedrijfseconomische verantwoord is. Voor zover er een eventuele onrendabele top overblijft, zijn extra middelen (subsidie) nodig is om tot realisatie te komen.

3.5

Watersysteem

De visie voor het watersysteem is de realisatie van een watersysteem waarbij:  piekbuien worden opgevangen en wateroverlast wordt voorkomen  voor de glastuinbouw er een noodvoorziening is voor droge periodes  hemelwater van daken wordt ingezet als gietwater  het overige hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater  een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit De maatregelen om deze visie te verwezenlijken zijn in deze paragraaf weergegeven. Ruimtereservering en basisvoorzieningen duurzaam gietwatersysteem Er wordt ruimte gereserveerd voor een duurzaam gietwatersysteem. Hiervoor worden de basisvoorzieningen aangelegd. Het water dat op de daken van het distributiecentrum valt, wordt op het eigen perceel separaat opgevangen. Dit water wordt vervolgens ook separaat via een

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

buizenstelsel getransporteerd naar het oppervlaktewater. Zo is het mogelijk om dit buizenstelsel in de toekomst op een ondergrondse duiker van een duurzaam gietwatersysteem aan te sluiten. Ook voor dit systeem wordt in het plangebied ondergronds ruimte gereserveerd. Aanleg duurzaam gietwatersysteem Glastuinbouw gebruikt ca. 10.000 m 3 gietwater per hectare per jaar. De ambitie voor de ontwikkeling is om hemelwater dat valt op de dakoppervlakken van de kassen en de (logistieke) bedrijven te gebruiken als gietwater. Hiervoor is een gietwatersysteem voorzien. Het gietwatersysteem vangt het schone hemelwater van de daken op en voert dit via een buizenstelsel af naar een ondergrondse duiker. Het water wordt vervolgens naar een bovengrondse bassin gepompt, waar het de ondergrond in gebracht wordt. Een deel van het water dat op de daken van de glastuinbouw valt, kan direct naar het bovengrondse bassin geleid worden. Het regenwater wordt vanuit het bassin diep in de ondergrond gebracht in een watervoerende laag, die 'begrensd' is. Hierdoor stroomt het niet weg, waardoor er in een later tijdstip weer als gietwater opgepompt kan worden. Grondwater oppompen of leidingwater gebruiken is dan niet meer nodig. Het voorgestelde gietwatersysteem heeft een bijkomend voordeel.

Regenwater bevat relatief weinig stoffen die schadelijk zijn voor de teelt, terwijl grondwater en leidingwater vaak extra gezuiverd moeten worden. Het water in de duiker en het bovengrondse bassin hebben voldoende capaciteit om te voorzien in de directe waterbehoefte. Buffering vindt grotendeels plaats in de ondergrondse aquifers (zoetwaterbellen in de bodem). Deze aquifers zorgen voor de benodigde strategische watervoorraad.

Figuur 3.1

Schema duurzaam gietwatersysteem Knibbelweg-oost Het gietwatersysteem is min of meer onafhankelijk van het oppervlaktewatersysteem, dat de waterhuishouding en eventuele opvang en afvoer van overtollig (piek)water reguleert, tegen lokale wateroverlast. Zo wordt een duurzaam, klimaatadaptief en zeer robuust watersysteem ontworpen.

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

De ondergrondse opslag van gietwater in aquifers kan hydraulische effecten hebben in het gebied. Het aanwezige brakke grondwater kan naar boven gestuwd worden en mogelijk de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. Het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard verwacht niet dat deze effecten een probleem vormen en treft, indien opportuun, hier maatregelen tegen (bijv. meer zoet water door het gebied sturen, hoger waterpeil hanteren). Compensatie voor toename verharding en demping van sloten In fase 1 wordt verharding aangebracht. Dit vraagt om compensatie: dat is een verplichting vanuit het waterschap. Deze compensatie vindt plaats in de vorm van de aanleg van compenserend water volgens de rekenregels van het waterschap. Met deze compensatie/ waterbuffer kan overtollig water bij piekbuien opgevangen worden in het gebied. Kortom, het voorkomt het ontstaan van wateroverlast. Natuurvriendelijke oevers In het plangebied komen natuurvriendelijke oevers. De eis vanuit het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard is dat tenminste 50% van de nieuwe watergangen gerealiseerd wordt met natuurvriendelijke oevers. Bij dit type oevers verloopt de overgang van land naar water geleidelijk. Door deze overgang ontstaat er meer ruimte om water te bergen. Daarnaast dragen natuurvriendelijke oevers meer bij aan klimaatadaptatie dan conventionele oevers.

Als extra voordeel dragen de planten die op de helling en deels in het water groeien bij aan een betere waterkwaliteit. Gescheiden rioolstelsel In fase 1 wordt een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd: een apart riool voor afvalwater (naar de rioolwaterzuivering) en een apart riool voor regenwater (water dat op de daken en andere schone oppervlakken valt wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en evt. naar glastuinbouw). Hiermee worden het vuilwaterriool en de waterzuiveringsinstallatie ontlast: het riool en de rioolwaterzuivering hoeven geen schoon hemelwater te verwerken. Lozing licht vervuild hemelwater via bermpassages of natuurvriendelijke oevers Hemelwater van (licht) vervuilde oppervlakken, zoals parkeerterreinen en drukke wegen, wordt via bermpassages of natuurvriendelijke oevers geloosd op oppervlaktewater. Dit zorgt voor een vertraagde afvoer bij piekbuien. Bovendien zorgt de bodempassage er voor dat het water wordt voorgezuiverd om verontreiniging van het oppervlaktewater (o.a. van het KRW-waterlichaam) te voorkomen. Ook verkleint deze maatregel de vuilwaterstroom. Het water hoeft immers niet naar de RWZI afgevoerd te worden.

3.6

Duurzame energie, capaciteit en flexibiliteit energievoorziening

De ambitie is een duurzame energievoorziening, waarbij de focus ligt op laag energieverbruik, de inzet van hernieuwbare energiebronnen en het lokaal opwekken van energie. Dit is geïllustreerd in figuur 3.2. Het dakoppervlak van grootschalige logistiek biedt de kans van een groot zonnepark. Tezamen met een externe warmteleiding voor verwarming van kassen kan een groot deel van de energiebehoefte duurzaam worden opgewekt. Aanvullend kan met warmtepompen omgevingswarmte en -koude worden benut, mogelijk in combinatie met warmte- en koudeopslag (WKO). Zo kunnen efficiënt bedrijfspanden, maar bijvoorbeeld ook koel-/vrieshuizen in verwarming

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

en koeling worden voorzien. Als de benodigde CO2 voor de glastuinbouw vanuit het Botlekgebied in Rotterdam (OCAP) kan worden verkregen, is er veel minder capaciteit nodig voor verbranding van aardgas met gasketels of warmtekrachtkoppeling (WKK). De maatregelen die worden getroffen in lijn met deze visie op het gebied van energie, worden hieronder beschreven.

Figuur 3.2

Energie- en CO2-voorziening Daken utiliteitsgebouwen geschikt maken voor zonnepanelen Bedrijfspanden met platte daken, zoals distributiecentra, zijn bij uitstek geschikt voor zonnepanelen. Zoals afgesproken in de BOK 2019, worden de daken van utiliteitsgebouwen geschikt gemaakt voor de installatie van zonnepanelen in de toekomst. Zoals in paragraaf 3.3 is aangeven, zal door de congestieproblematiek het aantal panelen in eerste instantie beperkt zijn, maar mogelijk worden wel extra panelen gelegd om meer elektriciteit op te kunnen wekken voor lokaal gebruik. Na realisatie van het nieuwe onderstation is vanaf 2025 volledige benutting van het dakoppervlak en teruglevering aan het net mogelijk. Hoge energieprestatie van gebouwen De norm voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) geldt vanaf 1 januari 2021 voor utiliteitsgebouwen. Dit betekent dat de kantoorgebouwen bij de logistieke bestemming en overige bedrijvigheid aan hoge isolatie-eisen moeten voldoen en energiezuinige verwarming en verlichting moeten installeren. Voor bedrijfshallen (logistiek) gelden de BENG-eisen niet, maar gelden wel dezelfde strikte isolatie-eisen. Hiervoor wordt zorggedragen door de opstalexploitanten. Een eventuele prestatie die boven dit wettelijke niveau wordt gerealiseerd hangt mede af van de kosteneffectiviteit van specifieke maatregelen op dit gebied. Zoals in paragraaf 3.3 is aangeven, is

R065442aa.19HTGA5.pvv | versie 05_001 | 18 juni 2021

er door congestie op het elektriciteitsnetwerk extra motivatie om de energievraag zo laag mogelijk te houden. Dit kan worden bereikt door toepassing van nog hogere isolatiegraad en zo efficiënt mogelijke installaties. Ruimte reserveren voor duurzaamheidsopties energie In de toekomst zijn oplossingen nodig om het plangebied te blijven voorzien van warmte en elektriciteit en een transitie te maken naar een duurzame energievoorziening. Dit gebied kan een belangrijke bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente. Het is geen harde eis, maar wel een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling. Er wordt daarom ruimte gereserveerd voor alle mogelijke duurzaamheidsoplossingen, zoals externe restwarmteleiding, aansluiting op de nabijgelegen OCAP-leiding, en een lokaal warmtenet met WKO-systeem. De volgende maatregelen worden in dit kader nader onderzocht op technische en financiële haalbaarheid (zie ook tabel 3.2):  Zonnepanelen op daken van utiliteitsgebouwen  Aansluiting glastuinbouw op externe restwarmteleiding, overbrugging met warmtekrachtkoppeling  Warmte- en koudeopslag  Externe CO2-voorziening via OCAP  Gasloos bouwen (warmtepompen/WKO)  Energiezuinige en NOx-arme glastuinbouw Zoals in paragraaf 3.3.

is verwoord zijn door de congestieproblemen op het elektriciteitsnet de mogelijkheden om aan te sluiten en elektriciteit terug te leveren beperkt tot einde 2024. Dit is mede bepalend voor fasering van de functies, de mogelijkheid en planning van de zonnepanelen en de WKK-installaties, en leidt mogelijk tot tijdelijke (conventionele) voorzieningen ter overbrugging totdat het nieuwe hoogspanningsstation is gerealiseerd. Daarbij wordt ingezet op uiteindelijke transitie naar de meest duurzame oplossingen.

3.7

Bouwkwaliteit en landschappelijke inpassing

De visie voor de ontwikkeling is om klimaat- en natuurinclusief en circulair te bouwen, voor zover dat mogelijk en wenselijk is. Bij de inrichting is aandacht voor landschappelijke inpassing door passende architectuur en blauw en groen. Daarvoor wordt de richtlijn BREEAM toegepast, waarmee op alle fronten (energie, klimaat, natuur, materialen) een optimum gezocht wordt. De volgende maatregelen worden genomen om aan gestelde eisen op gebied van bouwen te voldoen. Er wordt gekozen voor natuurinclusief bouwen, door de aanleg van natuurvriendelijke oevers in het plangebied. Die dragen bij aan het verhogen van de biodiversiteit en de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling. Voor een optimale ontwikkeling van soortgroepen flora loopt een talud flauw af naar het water (maximaal 1:4) en loopt deze onder water nog door. De keuze voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers is een bron voor een ecologische sterke ontwikkeling. Natuurvriendelijke oevers dragen bovendien bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Oppervlaktewater en groen hebben daarnaast een verkoelende werking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516618/1