CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota Subsidiebeleid Zuidplas 2025 A25.000982

Gemeenteraad 16 september 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Herijking nota subsidiebeleid5.027 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Subsidiebeleid herijking 2025

A25.000982

Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 1. Inleiding ............................................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding ....................................................................................................................................4

1.2

Achtergrondinformatie subsidies .................................................................................................4

1.3

Reikwijdte en context Nota Subsidiebeleid Zuidplas ...................................................................4

1.4

Subsidieverordening, uitvoeringsregeling(en) en andere subsidiedocumenten .........................5

1.5

Algemene bepalingen subsidies ..................................................................................................7

1.6

Effectiviteit ...................................................................................................................................7

1.7

Leeswijzer ....................................................................................................................................8

2. Instellingssubsidies - algemeen ..................................................................................................... 9 2.1

Uitvoeren van wettelijke taken en beleidsdoelstellingen .............................................................9

2.2

Meerjarige subsidieafspraken .....................................................................................................9

2.3

Beleidsgestuurde Contract-Financiering (subsidies ≥ € 50.000).............................................. 10

2.4

Instellingssubsidies lager dan € 50.000 ................................................................................... 11

2.5

Financiën/systematiek/budgetten ............................................................................................. 11

3. Instellingssubsidies als accommodatiekostenvergoeding ....................................................... 13 3.1

Gebruik van maatschappelijke voorzieningen t.b.v. beleidsdoelstellingen ............................... 13

3.2

Afspraken maatschappelijke voorzieningen .............................................................................. 13

3.2

Afspraken binnen- en buitensport ............................................................................................. 14

3.3

Financiën/systematiek/budgetten .............................................................................................. 14

4. Activiteiten- en incidentele subsidies .......................................................................................... 15 4.1

Gelijkheidsbeginsel en profijtbeginsel ...................................................................................... 15

4.2

Incidentele subsidies ................................................................................................................ 15

4.4

Financiën .................................................................................................................................. 16

2

Samenvatting Deze Nota Subsidiebeleid Zuidplas 2025 beschrijft het subsidiebeleid van de gemeente Zuidplas geldend vanaf oktober 2025. Het doel van het subsidiebeleid is maatschappelijke organisaties en instellingen in staat te stellen om met hun activiteiten bij te dragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen die zonder subsidie niet of niet geheel gerealiseerd zouden worden. Wat is subsidie? Er is sprake van een subsidie als aan vier criteria is voldaan: 1. Het gaat om aanspraak op financiële middelen. Er is dus geen sprake van subsidie als er goederen of diensten worden verstrekt. 2. Deze financiële middelen worden verstrekt door een bestuursorgaan. 3. De financiële middelen worden verstrekt voor bepaalde activiteiten van de aanvrager. 4. Het mag niet gaan om betaling voor het aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Het subsidiebeleid van de gemeente Zuidplas kan als volgt worden samengevat: soort subsidie

initiatief

Instellingssubsidies, waaronder accommodatievergoedingen

aanbodgericht gemeente wenst bepaald aanbod/voorziening/activiteit in de gemeente ('basisinfrastructuur') o.b.v. wet en/of beleid

Activiteitensubsidies, waaronder incidentele subsidies: - startsubsidies - aanjaagsubsidies - subsidies voor eenmalige activiteiten

vraaggestuurd activiteit/aanbod wordt geïnitieerd vanuit de samenleving; mits deze binnen beleidskaders van gemeente past, kan er subsidie voor worden verleend

(bepaling) bedragen BCF (beleidsgestuurde contractfinanciering), voor subsidies ≥ € 50.000: gemeente doet uitvraag, instellingen dienen offerte in. Subsidiebedrag vloeit voort uit de onderhandelingen over vraag + offerte. eenvoudiger prestatieafspraken voor subsidies < € 50.000: te vergelijken met het BCF-proces, maar niet alle BCF-stappen worden (even uitgebreid) doorlopen Organisaties ontvangen waar nodig een subsidie om een (deel) van de accommodatiekosten te dekken. aangepaste regelingen, voor: - algemeen toegankelijke dagbesteding/inloopvoorzieningen - subsidie aan evenementenorganisaties t.b.v. Koningsdag, 4 mei en Sinterklaasintocht subsidiebedrag over het algemeen < € 5.000. We toetsen subsidieaanvragen voor activiteiten aan normen in de uitvoeringsregels. Het college stelt in de uitvoeringsregels bijvoorbeeld normbedragen per deelnemer of bezoeker, normbedragen per aanvraag (in veel gevallen een organisatie) en/of normbedragen per activiteit vast. incidentele subsidies De bepalingen ten aanzien van de incidentele subsidies worden nader uitgewerkt in de uitvoeringsregels.

• De procedurele regels voor subsidies zijn vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening (ASV) Zuidplas. De ASV is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. De ASV Zuidplas 2016 is in 2025 herzien en is ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad tegelijkertijd met deze Nota Subsidiebeleid Zuidplas. • Deze nota en de bijbehorende Algemene Subsidieverordening (ASV) Zuidplas gelden in principe voor alle subsidies die vanuit de gemeente Zuidplas worden verleend. Voor de verschillende subsidiesoorten kunnen uitvoeringsregelingen worden opgesteld. Voor subsidies in het Sociaal en Maatschappelijk Domein is er al de Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein (USSMD), van waaruit de meest(e) (bekende) subsidies worden verleend. Een dergelijke uitvoeringsregeling kan ook worden opgesteld voor subsidies die vanuit de andere domeinen worden verleend.

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Zuidplas ondersteunt met subsidies activiteiten en voorzieningen die bijdragen aan de samenleving en het bereiken van gemeentelijke doelstellingen. Zowel de gemeenteraad, als het college hebben behoefte aan meer grip op subsidies. 1. De gemeenteraad heeft in een motie1 het college opgeroepen om de Nota Subsidiebeleid te herijken, met als doel: een effectief en doelmatig resultaat. 2. Het college2 heeft de wens om het subsidiebeleid ter herijken vanwege: • Directere koppeling subsidie met beleidsdoelstellingen • Accommodatiekosten-gerelateerde instellingssubsidies • Afdwingbaarheid van prestaties • Structurele subsidies op basis van begroting versus incidentele financiering uit SPUK • Inhoudelijke keuzes activiteitensubsidies.

1.2 Achtergrondinformatie subsidies Het doel van het subsidiebeleid is maatschappelijke organisaties en instellingen in staat stellen om met hun activiteiten een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van gemeentelijke beleidsdoelen die zonder subsidie niet of niet geheel gerealiseerd zouden worden. Wat is subsidie? Er is sprake van een subsidie als aan vier criteria is voldaan 3: 1. Het gaat om aanspraak op financiële middelen. Er is dus geen sprake van subsidie als er goederen of diensten worden verstrekt. 2. Deze financiële middelen worden verstrekt door een bestuursorgaan. 3. De financiële middelen worden verstrekt voor bepaalde activiteiten van de aanvrager. 4. Het mag niet gaan om betaling voor het aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. We onderscheiden vraaggestuurde en aanbodgerichte subsidies. Aanbodgerichte subsidies betreffen activiteiten die de gemeente op basis van wettelijke taken en/of gemeentelijk beleid wil aanbieden (instellingssubsidies). Vraaggestuurde subsidies betreffen activiteiten die vanuit de samenleving worden geïnitieerd en aansluiten bij de doelstellingen vanuit het gemeentelijk beleid (activiteitensubsidies).

1.3 Reikwijdte en context Nota Subsidiebeleid Zuidplas Reikwijdte Deze nota en de bijbehorende Algemene Subsidieverordening Zuidplas gelden in principe voor alle subsidies die vanuit de gemeente Zuidplas worden verleend. Voor de verschillende subsidiesoorten kunnen uitvoeringsregelingen worden opgesteld, zowel voor de subsidies voor het Sociaal en Maatschappelijk Domein, van waaruit de meest(e) (bekende) subsidies worden verleend, als ook voor de subsidies die eventueel vanuit de andere domeinen worden verleend.

1 Motie 2023M102 Nota Subsidiebeleid Herijken, 7-11-2023 2 Z24.001078 Bestuursopdracht Herijking subsidiebeleid, 2-7-2024 3 www.vng.nl/vragen-en-antwoorden/wanneer-is-er-sprake-van-een-subsidie, (gebaseerd op artikel 4:21 lid 1 van

de Algemene wet bestuursrecht).

4

Context Het subsidiebeleid in Zuidplas staat niet op zichzelf. Bij de afweging “waarom subsidiëren we en wat subsidiëren we?” en de vraag "wordt het geld zo effectief en doelmatig mogelijk besteed?", moet het volgende onderscheid goed in het oog worden gehouden: • Wat de gemeente financiert, hoort thuis in onderliggende Visies, zoals de Visie Sociaal en Maatschappelijk Domein en visie(s) op andere domeinen; • Hoe de beleidsdoelen bereikt kunnen worden, komt terug in de verschillende inhoudelijke beleidsnotities en uitvoeringsprogramma’s • Met welke (financiële) beleidsinstrumenten/systematiek de doelen bereikt kunnen worden, is onderdeel van het subsidiebeleid. Traject Herijking Subsidiebeleid Het traject om te komen tot deze Nota Subsidiebeleid is als volgt (geweest): • Op 22 januari 2025 heeft de gemeenteraad de Startnotitie Subsidiebeleid vastgesteld. • Daarna is t.b.v. herijking subsidiebeleid aangesloten bij twee participatiebijeenkomsten in februari 2025 waarin ook de participatie voor de Integrale Visie op Sociaal en Maatschappelijk Domein, de Visie op Maatschappelijke Voorzieningen en de Herijking van de Cultuurvisie aan bod kwamen. • Hierna is gestart met het opstellen van de eerste contouren van nieuw subsidiebeleid. • Alle input van het subsidietraject is meegenomen bij het opstellen van deze Nota Subsidiebeleid.

1.4 Subsidieverordening, uitvoeringsregeling(en) en andere subsidiedocumenten In deze Nota Subsidiebeleid wordt het subsidiebeleid (vanaf 2025) van de gemeente Zuidplas in zijn algemeenheid weergegeven. Het beleid is nader uitgewerkt in de volgende documenten: • Algemene Subsidieverordening (ASV) Zuidplas; • Uitvoeringsregelingen (zoals de Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein, USSMD). Daarnaast bestaan er nog de volgende documentsoorten met betrekking tot de uitvoering van subsidies: • Documenten waarin een overzicht wordt gegeven van de concrete subsidietoekenning ten aanzien van een bepaalde uitvoeringsregeling in een bepaald tijdvak, bijvoorbeeld het Subsidiejaarprogramma Sociaal en Maatschappelijk Domein van jaar x; Daarnaast is er het subsidieregister SMD waarin ook andere subsidies binnen het sociaal en maatschappelijk domein zijn opgenomen die niet zijn verleend op basis van de uitvoeringsregeling SMD. • Subsidiebeschikkingen, waarin een subsidie wordt verleend (en/of vastgesteld) aan een concrete partij; • Subsidieovereenkomsten, waarin afspraken zijn vastgelegd tussen de gemeente en een te subsidiëren partij. Hieronder wordt op de genoemde beleids- en uitvoeringsdocumenten kort nader ingegaan: Algemene Subsidieverordening (ASV) Zuidplas De procedurele regels voor subsidies zijn vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening (ASV) Zuidplas.

De ASV is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. De ASV Zuidplas 2016 is in 2025 herzien en is ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad tegelijkertijd met deze Nota Subsidiebeleid Zuidplas4. De ASV geldt in principe voor alle subsidies en alle beleidsterreinen/domeinen van de gemeente Zuidplas.

4 raadsvergadering 16 september 2025

5

NB: Voor sommige, specifieke, subsidies bestaan er wel andere verordeningen. Een voorbeeld is de Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang Zuidplas 2023 5. Uitvoeringsregelingen Uitvoeringsregelingen (zoals de Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein) bieden het kader voor de inzet van subsidies en afspraken over het proces van subsidieverstrekking en -verantwoording. De inhoudelijke bepalingen zijn geformuleerd op basis van beleidskeuzes (zie paragraaf 1.3, onder ‘Context’). Met uitvoeringsregelingen geeft de gemeente inzicht in de doelen waarvoor subsidies beschikbaar zijn, zodat voor potentiële subsidiepartners transparant is waarvoor subsidie kan worden aangevraagd en welke regels daarbij verder gelden. De uitvoeringsregelingen worden door het college van B&W vastgesteld (zie artikel 3 van de ASV Zuidplas) en krijgen een update wanneer inhoudelijk beleid wijzigt en dit consequenties heeft voor de grondslagen waarop subsidie kan worden verstrekt. Subsidiejaarprogramma Er kan voor gekozen worden om voor een bepaalde uitvoeringsregeling periodiek een document op te stellen waarin alle subsidieaanvragen voor die regeling in een bepaald tijdvak in één keer worden behandeld. Met het vaststellen van dit document wordt dan in één keer een besluit genomen over alle subsidieaanvragen.

Een dergelijk document biedt een duidelijk overzicht én het voorkomt dat het college over iedere subsidieverstrekking apart moet besluiten 6. Een voorbeeld is het Subsidiejaarprogramma Sociaal en Maatschappelijk Domein van jaar x. In dit subsidiejaarprogramma staat het volgende beschreven: - Beschikbare budgetten per beleidsterrein/werkveld, inclusief subsidieplafonds. In de inleiding wordt ingegaan op de financiële situatie van de gemeente en van bepaalde andere algemene ontwikkelingen op het gebied van de subsidieverstrekking in het betreffende jaar; - Aangevraagde subsidies per soort en per beleidsterrein/werkveld. Per organisatie wordt kort beschreven wat de organisatie als doelstelling heeft en waarvoor de (verschillende onderdelen van de) subsidie zal/zullen worden ingezet, maatschappelijke en financiële ontwikkelingen die van invloed op de uit te voeren activiteiten. Verder wordt een beoordeling gegeven van de subsidieaanvraag en tenslotte wordt een advies gegeven over het te verlenen bedrag voor het betreffende jaar. NB: de afzonderlijke subsidies zijn met een besluit over het ‘verzameldocument’ nog niet formeel verleend aan de betreffende instellingen. Dat gebeurt met een subsidiebeschikking. Subsidieregister In het kader van openheid en transparantie kent de gemeente Zuidplas sinds 20127 een subsidieregister.

Dit is een overzicht dat jaarlijks op de gemeentelijke website wordt gepubliceerd van alle in het betreffende jaar verleende subsidies op verschillende beleidsterreinen, op basis van verschillende regelingen. Ook wordt er een overzicht gegeven van ‘indirecte’ subsidies (bijvoorbeeld van niet in rekening gebrachte legeskosten voor vergunningen voor evenementen georganiseerd door vrijwilligersorganisaties). 5 Deze verordening geldt specifiek voor de uitvoering van de een deel van het onderwijsachterstandenbeleid en is

gekoppeld aan de Wet op het Primair onderwijs (Wpo) en financieel aan de SPUK-GOAB (Specifieke Uitkering Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid). 6 In het (periodiek aan te passen) Mandaatregister Zuidplas kan besluitvorming worden gemandateerd, zo is in de

Mandaatregisters 2019 t/m 2025 de clustermanager Beleid Samenleving bevoegd om te besluiten over subsidieverstrekkingen op het Sociaal en Maatschappelijk Domein tot € 50.000. Boven dit bedrag is het college van B&W beslissingsbevoegd. 7 De gemeenteraad heeft op 14 februari 2012 unaniem een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht

om met ingang van 2012 (en met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012) verleende subsidies te publiceren op de website en hierbij in elk geval te vermelden: (sub-)beleidsveld; subsidieontvanger; hoogte van het verleende subsidiebedrag; omschrijving subsidieaanvraag; doel van de subsidie (welk effect streven we hiermee na); vastgesteld subsidiebedrag (op het moment van definitieve vaststelling).

6

Subsidiebeschikkingen Een subsidie kan pas echt worden toegekend (en daarna uitbetaald) op basis van een verstuurde ‘beschikking’. Een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is “een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van het afwijzen van een aanvraag daarvan" (artikel 1:3 lid 2, Awb)”. “Niet van algemene strekking” houdt in dat een beschikking slechts is gericht op rechtgevolg voor degene(n) aan wie de beschikking is geadresseerd. Het moet dus gaan om een aanwijsbare persoon of groep personen, in dit geval de (rechts)persoon die de subsidie aanvraagt. Het besluit moet in de beschikking duidelijk zijn gemotiveerd. Tot slot moet de aanvrager in de beschikking erop worden gewezen dat hij bezwaar kan maken tegen de toegekende (of afgewezen) subsidie. Subsidieovereenkomsten Met te subsidiëren partijen kan de gemeente een subsidieovereenkomst aangaan. In zo’n overeenkomst staan nadere afspraken over de subsidie en de rechten en plichten die gemeente en te subsidiëren partij hebben. Zie verder onder hoofdstuk 2. Instellingssubsidies - algemeen.

1.5 Algemene bepalingen subsidies Instellingen krijgen alleen subsidie van de gemeente Zuidplas: • Als zij voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Algemene Subsidieverordening Zuidplas; • Als hun activiteiten zich richten op het behalen van de gemeentelijke doelstellingen en daarmee op het bereiken van de maatschappelijke effecten; • Als zonder gemeentelijke subsidie de activiteit geen doorgang kan vinden. Daarbij dient de instelling eerst de mogelijkheden van eigen (via derden verkregen) middelen uit te putten; • Als hun activiteiten van belang zijn voor inwoners van Zuidplas; • Voor activiteiten en/of voorzieningen die algemeen toegankelijk zijn: - in fysieke zin, zo goed mogelijk bereikbaar voor mensen met een fysieke beperking; - in algemene zin, dat er geen sprake is van uitsluiting van deelnemers voor wat betreft taalvaardigheid, geloof, politieke overtuiging, etniciteit, sekse en/of seksuele geaardheid. - een openbaar karakter hebben en waaraan (ook in de praktijk) niet-leden dan ook regelmatig deelnemen; - geen politiek en/of religieus karakter of doel(en) hebben.

1.6 Effectiviteit De gemeente maakt - in het geval van instellingssubsidies - afspraken met organisaties over inzet en gewenste resultaten. Dit geeft echter nog geen inzicht in het bereiken van de gewenste effecten (bijvoorbeeld of inwoners zich minder eenzaam voelen). Het meten van effect is complexer dan het toetsen op de inspanning. In de eerste plaats moet hiervoor helder geformuleerd worden op welke wijze de gemeente het effect wil meten. Vanaf 2026 worden in samenwerking met organisaties die instellingssubsidie ontvangen kritischeprestatie-indicatoren (kpi’s) geformuleerd. Dit gebeurt in eerste instantie op basis van de geleverde activiteiten. Vervolgens wordt toegewerkt naar het meten van resultaten en effect. Op basis hiervan kunnen prestaties gemonitord worden en waar nodig bijgestuurd. Bij het maken van prestatieindicatoren wordt rekening gehouden met de omvang van de subsidie en het aandeel professionals in de organisatie.

7

1.7 Leeswijzer Deze nota is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 beschrijft de Instellingssubsidies. Hoofdstuk 3 gaat dieper in op een specifieke soort instellingssubsidies, nl. de accommodatiekostenvergoeding. In hoofdstuk 4 worden de Activiteiten- en incidentele subsidies toegelicht.

8

2. Instellingssubsidies - algemeen Instellingsubsidies zijn aanbodgericht. Dit houdt in dat het gaat om activiteiten die de gemeente zelf dient of wenst aan te bieden op basis van wetgeving en/of beleid. De gemeente realiseert hiermee een basis-infrastructuur van voorzieningen die ondersteunend zijn aan haar doelen. Deze basisinfrastructuur is ook gebaseerd op behoeften in de samenleving. De subsidiebedragen waarover het in dit hoofdstuk gaat variëren van groot tot klein. Met de instellingen die een subsidie ontvangen hoger dan € 50.000 geven we de subsidierelatie vorm met behulp van Beleidsgestuurde Contract Financiering (BCF). Met de instellingen die een subsidie ontvangen lager dan € 50.000 willen we eenvoudigere prestatieafspraken maken. Hoe lager het bedrag hoe eenvoudiger de afspraken. Deze subsidieovereenkomsten zijn maatwerk per instelling en daarom wordt niet gewerkt met uniforme kostenbegrippen. De verantwoording bij het verzoek tot vaststellen van de subsidie is zo licht als mogelijk (van een beschrijving van de uitgevoerde activiteiten en het bereik van deze activiteiten) en zo zwaar als nodig (tot een controle- of beoordelingsverklaring van een accountant).

2.1 Uitvoeren van wettelijke taken en beleidsdoelstellingen Zowel de gemeente, als de organisatie die subsidie aanvraagt, denkt na over hoe de te subsidiëren activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Hieronder kunnen ook wettelijke taken van de gemeente vallen. Als de activiteiten niet aan bijdragen aan beleidsdoelstellingen, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Als het van groot belang is dat de activiteit wordt uitgevoerd en de verplichtingen worden nagekomen, zoals in geval van een wettelijk taak, kan het bestuursorgaan de subsidie verlenen onder de voorwaarde dat er een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten, zie artikel 4:36, eerste lid, van de Awb. In artikel 4:36, tweede lid, van de Awb is bepaald dat in die overeenkomst de verplichting kan worden opgenomen dat de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteiten uitvoert. De uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten is dan afdwingbaar via de burgerlijke rechter. Met een uitvoeringsovereenkomst heeft het bestuursorgaan dus meer grip op de uitvoering 8. Hierbij geldt wel dat hoe strakker die grip is en hoe meer het bestuursorgaan dus kan sturen, hoe groter de kans dat de subsidie en uitvoeringsovereenkomst worden gekwalificeerd als overheidsopdracht. In dat geval kan het betekenen dat er aanbesteed moet worden.

2.2 Meerjarige subsidieafspraken Het jaarlijks aanvragen, toekennen en vaststellen van subsidies betekent zowel voor de organisaties, als voor de gemeente administratieve handelingen. Door een subsidie meerjarig toe te kennen, wordt de administratieve last verminderd. In het subsidiejaarprogramma wordt daarom vier jaar vooruit gekeken. Hierdoor kunnen de gemeente en organisaties die een instellingssubsidie ontvangen tijdig inspelen op ontwikkelingen. Ook is het mogelijk op basis hiervan meerjarige subsidieovereenkomsten af te sluiten. Dit draagt er aan bij dat organisaties voor langere tijd zekerheid hebben dat zij gesubsidieerde activiteiten kunnen blijven uitvoeren. De organisatie vraagt de subsidie aan voor vier jaar en ontvangt jaarlijkse voorschotten. Er vinden tenminste jaarlijks gesprekken plaats tussen de gemeente en de organisatie over ontwikkelingen. Ook wordt jaarlijks de definitieve subsidie vastgesteld. Deze gesprekken sluiten aan bij de P&C-cyclus. Dit draagt eraan bij dat tijdig bijgestuurd kan worden op de afspraken met de subsidie-ontvangers.

8 VNG Basisbeginselen subsidierecht (augustus 2019).

9

2.3 Beleidsgestuurde Contract-Financiering (subsidies ≥ € 50.000) BCF staat voor Beleidsgestuurde Contract-Financiering. BCF is een systematiek voor de subsidierelatie tussen gemeente en maatschappelijke organisaties, gericht op: • Resultaat- en prestatiegericht sturen, uitvoeren en verantwoorden van het beleid; • Verbeteren van de kwaliteit, doeltreffendheid en doelmatigheid van de maatschappelijke ondersteuning van de inwoners; • Verzakelijken en professionaliseren van de subsidierelatie. De gemeente Zuidplas zet de BCF-werkwijze in bij subsidies die € 50.000 of meer bedragen. Binnen BCF is het mogelijk om de afspraken bilateraal vorm te geven (overeenkomst tussen gemeente en organisatie) of multilateraal (overeenkomst tussen gemeente en meerdere organisaties) 9. In beide situaties gaat het erom vanuit vertrouwen, dialoog en interactie te komen tot resultaatgestuurde prestatieafspraken. Binnen de BCF-methode is het ook gebruikelijk om de vraagverkenning in de opdrachtformulering aan de maatschappelijke organisaties mee te nemen. De maatschappelijke organisaties hebben zelf immers ook informatie verzameld doordat ze rechtstreeks met de eindgebruikers in contact staan. In het plaatje is te zien op welke manier BCF kan worden ingezet:

Het achterliggende idee van BCF is dat er een partnerschap wordt aangegaan tussen gemeente en (lokale) instellingen. Een goede samenwerking levert het beste resultaat. Uiteindelijk worden er afspraken gemaakt over het te leveren aanbod en over de wijze waarop de geleverde prestaties en resultaten getoetst kunnen worden. 9

De gemeente wil bij multilaterale afspraken vooral kijken naar de wijze waarop instellingen ook van elkaars kracht gebruik kunnen maken, elkaar kunnen versterken; dat er sprake is van kruisbestuiving/dwarsverbanden/nieuwe activiteiten die van meerwaarde kunnen zijn voor de lokale samenleving.

10

De afspraken worden vastgelegd in een subsidieovereenkomst die gekoppeld wordt aan de (meerjarige) subsidiebeschikking. In de (BCF) subsidieovereenkomst staan: • De SMART-voorwaarden waaraan subsidieontvangers moeten voldoen; • De wijze waarop organisaties aantoonbaar en effectief bijdragen aan de te bereiken beleidsdoelstellingen; • Afspraken over de uit te voeren activiteiten en de daarbij behorende financiële middelen; • Afspraken over de verantwoording en de momenten waarop er overleg plaats vindt om te verifiëren of de middelen juist worden besteed; • Duidelijke sancties voor het niet naleven van de subsidievoorwaarden. Dit kan variëren van het korten van de subsidie als prestaties niet (geheel) zijn geleverd tot het (deels) terugvorderen van al uitgekeerde bedragen.

2.4 Instellingssubsidies lager dan € 50.000 Een groot deel van de instellingen met een instellingssubsidie ontvangen een subsidiebedrag lager dan € 50.000. Hierin onderscheidt de gemeente Zuidplas twee soorten: • Instellingssubsidies met eenvoudigere prestatieafspraken. Alle instellingen die aanbodgestuurde activiteiten organiseren overleggen bij het indienen van hun subsidieaanvraag een werkplan waaruit blijkt dat de gevraagde subsidie bijdraagt aan de beleidseffecten en -doelen die door de gemeente zijn vastgesteld. Afhankelijk van de inhoud van het plan en van de hoogte van het gevraagde bedrag, gaat de gemeente met de organisatie in gesprek om tot wederzijdse afspraken te komen. • Instellingssubsidies zonder prestatieafspraken. Het kan hierbij gaan om: o het subsidiëren van (vrijwilligers)organisaties met relatief kleine bedragen (richtlijn: ≤ € 5.000) die een instellingssubsidie ontvangen - in plaats van een activiteitensubsidie - op grond van het feit dat ze ‘aanbodgerichte activiteiten’ organiseren. Het gaat dan om activiteiten die de gemeente zelf dient of wenst aan te bieden op basis van wetgeving en/of beleid. Voorbeelden zijn de evenementenorganisaties die Koningsdag en Sinterklaas organiseren. o het subsidiëren van bepaalde activiteiten waarop specifieke regels van toepassing zijn, die zijn opgenomen in de uitvoeringsregeling.

Voorbeeld: de subsidies voor ‘algemeen toegankelijke dagbesteding’ in de Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein.

2.5 Financiën/systematiek/budgetten De voor subsidie beschikbare budgetten worden vastgesteld op basis van de meerjarenbegroting. Prijscompensatie Voor veel instellingen geldt dat zij jaarlijks te maken hebben met prijsindexaties op het gebied van personeel (CAO-verhogingen) en huisvesting (huurprijsindexering). De verhouding van de kosten voor overhead ten opzichte van de kosten voor activiteiten gaan uit de pas lopen als deze verhogingen niet meelopen in het subsidiebeleid. Daarom wordt bij de instellingssubsidies een (jaarlijkse) indexering toegepast, door de budgetten voor gesubsidieerde instellingen (instellingssubsidies) te indexeren met dezelfde percentages die in de gemeentebegroting worden gehanteerd voor de gemeentelijke budgetten.

11

Reservevorming Er kan bij subsidiepartners na afloop van het subsidiejaar een tekort of een overschot zijn. Als er een overschot ontstaat, kan de organisatie deze toevoegen aan egalisatiereserves (als risicoafdekking voor de komende jaren) of bestemmingsreserves. Het is hierbij de bedoeling dat deze reserves worden ingezet voor de doelen waarvoor de subsidie is verstrekt. In de betreffende uitvoeringsregeling kan een maximaal bedrag en/of percentage van de te vormen reserve worden bepaald.

12

3. Instellingssubsidies als accommodatiekostenvergoeding Als de gemeente haar gronden en vastgoed om niet of tegen een symbolisch bedrag aan instellingen ter beschikking stelt, komt hiermee indirecte subsidieverlening tot stand. Het uitgangspunt van de gemeente is om volledige transparantie te bieden in het grond- en vastgoedbeheer én in het verlenen van subsidies. Organisaties die gebruik maken van buiten(sport)- en maatschappelijke accommodaties betalen daarom een kostprijsdekkende huur/erfpachtcanon. Voor het gebruik van grond/velden en vastgoed wordt de huurprijs/erfpachtcanon vastgesteld op basis van de grondprijzenbrief. Organisaties ontvangen daartegenover waar nodig een subsidie om een (deel) van de accommodatiekosten te dekken. Dit laatste is uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling Subsidies Sociaal en Maatschappelijk Domein. 3.1 Gebruik van maatschappelijke voorzieningen t.b.v. beleidsdoelstellingen Maatschappelijke voorzieningen dienen een publieke functie en worden gehuisvest in maatschappelijk vastgoed. Het gaat hierbij om onder andere scholen, welzijnsvoorzieningen (niet zijnde commercieel vastgoed), maar ook om vastgoed voor het eigen gebruik van de gemeente. Deze maatschappelijke voorzieningen mogen geen winstoogmerk hebben. We kunnen een onderscheid maken tussen verschillende typen organisaties die een beroep doen op maatschappelijk vastgoed.

Voor al deze organisaties geldt dat ze één of meerdere gemeentelijke accommodaties exploiteren en/of zelf gebruiken10: • Huurders van binnensportaccommodaties: dit betreft onder andere de stichtingen die diverse gemeentelijke panden beheren en exploiteren. In deze categorie valt bijvoorbeeld Sportstichting Zuidplas. Deze stichting huurt een groot aantal binnensportaccommodaties van de gemeente, waaronder MFC De Parkzoom en MFC De Zuidplas. Denk daarbij ook aan de twee stichtingen die de dorpshuizen Op Moer en Swanla beheren en exploiteren, want in beide panden zit ook een sporthal en gymzaal. • Huurders van buitensportaccommodaties: het gaat ook om stichtingen en verenigingen die erfpachten of (veld)huur betalen aan de gemeente voor het gebruik van buitensportaccommodaties. Het gaat hier in de meeste gevallen om sportverenigingen. Maar ook de twee scoutingverenigingen in Zuidplas vallen in deze groep. • Huurders van multifunctionele accommodaties/dorpshuizen: dit betreft de stichtingen die Swanla, Op Moer en de Vierkap huren. • Overige huurders van accommodaties die ook subsidie ontvangen (bijvoorbeeld Stichting MOZ-Art (muziekschoolgebouw), Bibliotheek de Groene Venen (Batavier, Swanla, Brede School Moordrecht).

3.2 Afspraken maatschappelijke voorzieningen Op basis van de grondprijzenbrief wordt het tarief vastgesteld dat deze organisaties aan de gemeente betalen voor het gebruik van de gemeentelijke accommodaties. In een uitvoeringsregeling maatschappelijke voorzieningen worden kaders vastgelegd ten aanzien van het onderhoud van de accommodaties, beschikbare middelen/materialen in deze voorzieningen en huurtarieven die gerekend mogen worden voor de verhuur van accommodaties aan maatschappelijke organisaties/verenigingen. Daarnaast kan ervoor gekozen worden om aanvullende prestatieafspraken te maken met betreffende instellingen. Dit kan bijvoorbeeld door prestaties af te spreken op het gebied van preventief sport- en beweegaanbod of een bijdrage te leveren aan andere gemeentelijke doelstellingen.

10

Het gaat hier níet om binnensportverenigingen die binnensportaccommodaties gebruiken voor hun activiteiten. Dit zijn in feite ‘onderhuurders’, zij ontvangen zelf geen subsidie, zie verder 3.2

13

3.3 Afspraken binnen- en buitensport We onderscheiden de volgende huurders van sportaccommodaties: • Binnensportverenigingen: deze verenigingen huren hun accommodatie(s) bij een van de stichtingen die gemeentelijke panden beheren en exploiteren. Om administratieve lasten voor zowel verenigingen als de gemeente te minimaliseren worden aan deze organisaties geen subsidies verstrekt. Door uitgangspunten vast te stellen ten aanzien van het aanbod en de verhuur van accommodaties wil de gemeente bereiken dat binnensport betaalbaar en toegankelijk blijft voor de inwoner. In een uitvoeringsplan sport worden - in afstemming met de exploitanten van maatschappelijk vastgoed en sportverenigingen - afspraken vastgelegd ten aanzien van het gebruik van de accommodaties (tarieven, grootte van de beschikbare ruimte, tijdsduur gebruik van de accommodatie, onderhoud en materiaal en sponsormogelijkheden). • Buitensportverenigingen: deze verenigingen huren hun accommodaties/velden direct van de gemeente en ontvangen subsidie om (een deel van) deze kosten te dekken. Er kan voor gekozen worden om in een uitvoeringsplan sport aanvullende prestatieafspraken te maken met betreffende verenigingen. Dit kan bijvoorbeeld door afspraken te maken over het beschikbaar stellen van de accommodatie voor inwoners van Zuidplas, of het leveren van een bijdrage aan andere gemeentelijke doelstellingen.

3.4 Financiën/systematiek/budgetten De gemeente Zuidplas rekent aan maatschappelijke voorzieningen zonder winstoogmerk een kostprijsdekkend tarief voor gemeentelijke accommodaties. Deze tarieven van gemeentelijke accommodaties worden bepaald op basis van de grondprijs, kapitaalslasten en onderhoud. De gemeente subsidieert waar nodig (een deel van) de accommodatiekosten. Hierbij is gezocht naar een balans in transparantie en administratieve belasting, voor zowel de maatschappelijke voorzieningen (organisaties/verenigingen) als de gemeente. In een subsidiebeschikking wordt het tarief vanuit de grondprijzenbrief vermeld, evenals het subsidiebedrag dat de accommodatiekosten (gedeeltelijk) compenseert. Sportverenigingen ontvangen een factuur waarin het kostprijsdekkende tarief wordt vermeld, evenals het subsidiebedrag dat de accommodatiekosten (gedeeltelijk) compenseert. De vereniging betaalt de kosten die overblijven na aftrek van het subsidiebedrag.

14

4. Activiteiten- en incidentele subsidies Activiteiten die vanuit de samenleving worden geïnitieerd, noemen we vraaggestuurde activiteiten. Instellingen en verenigingen organiseren deze activiteiten vanuit de vraag van hun leden, doelgroepen of cliënten en kunnen de gemeente vragen om een ondersteunende bijdrage. Dit zijn de activiteiten- en incidentele subsidies. Deze subsidies kunnen worden toegekend als de activiteiten inhoudelijk en qua doel passen binnen het gemeentelijk beleid. Veelal gaat het om activiteiten die aanvullend zijn op de basis-infrastructuur die de gemeente zelf verzorgt. Het gaat hierbij (in principe 11) om subsidiebedragen onder € 5.000. De gemeente legt heldere regels - waaruit blijkt welke activiteiten zij wel ondersteunt en welke niet vast in een uitvoeringsregeling.

4.1 Gelijkheidsbeginsel en profijtbeginsel Bij het bepalen welke activiteiten de gemeente wel ondersteunt en welke niet, zijn de begrippen gelijkheidsbeginsel en profijtbeginsel van belang: • Profijtbeginsel: dit beginsel houdt in dat inwoners en organisaties die ‘profijt’ hebben van de voorziening/activiteit ook in belangrijke mate bijdragen aan de kosten voor de instandhouding. Als het profijtbeginsel wordt toegepast in het subsidiebeleid, wordt subsidieverlening meer afhankelijk van het maatschappelijk (financieel) draagvlak. De instelling dient eerst de mogelijkheden van eigen (al dan niet via derden verkregen) middelen uit te putten. Instellingen krijgen alleen subsidie als zonder gemeentelijke subsidie de activiteit geen doorgang kan vinden. • Gelijkheidsbeginsel: het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden en ongelijke gevallen naar de mate waarin zij verschillen. We passen dit beginsel toe door een subsidieaanvraag voor activiteiten te toetsen aan normen in de uitvoeringsregels. Met de normen in de uitvoeringsregels voorkomen we dat willekeur ontstaat. Daartoe stelt het college in de uitvoeringsregels bijvoorbeeld normbedragen per deelnemer of bezoeker, normbedragen per aanvraag (in veel gevallen een organisatie) en/of normbedragen per activiteit vast.

Tegelijk beseffen we dat initiatieven vanuit de samenleving - met name bij vraaggestuurde activiteiten - zelden exact hetzelfde zijn. De normen die we hanteren mogen goede maatschappelijk initiatieven niet in de weg staan. Daarom kunnen we beargumenteerd afwijken van de normen in de uitvoeringsregels. Heel concreet betekent dit dat aan vergelijkbare initiatieven toch een verschillend subsidiebedrag kan worden toegekend.

4.2 Incidentele subsidies Het college biedt ruimte voor nieuwe en/of eenmalige initiatieven. Dit kan op basis van onderstaande incidentele subsidievormen: • Startsubsidies Een startsubsidie kan worden gegeven voor bijvoorbeeld het vergoeden van notariskosten en van eenmalige kleine investeringen of PR; • Aanjaagsubsidies Aan aanjaagsubsidie kan worden gegeven voor nieuwe projecten die zich nog moeten 'bewijzen'; (afnemende) subsidie voor 1-3 jaar, daarna bedruipt het project/de instelling zichzelf;

11

In incidentele gevallen kan het college afwijken van dit maximumbedrag, als dit onredelijkheid of onbillijkheid zou veroorzaken voor een instelling/activiteit, of bijvoorbeeld wanneer bij een eenmalige (start- of aanjaag-) subsidie juist voor de beginperiode een hoger bedrag is vereist.

15

• Subsidies voor eenmalige activiteiten Een eenmalige subsidie kan worden gegeven voor éénmalige, nieuwe activiteiten of projecten. De bepalingen ten aanzien van de incidentele subsidies worden nader uitgewerkt in de uitvoeringsregels.

4.4 Financiën Voor de activiteitensubsidies geldt een budgetplafond. Het totaalbudget dat beschikbaar is voor activiteitensubsidies wordt verdeeld over verschillende beleidsonderwerpen. Hierbij kan gedacht worden aan onderwerpen als zorg, ondersteuning en participatie, cultuur, sport, jeugd, ruimte & leefomgeving. Het subsidiebedrag dat wordt toegekend is over het algemeen ≤ € 5.000.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15817847/1