CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025 A25.002202

Gemeenteraad 7 oktober 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wijziging van de huisvestingsverordening (nav Hvv)23.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HUISVESTINGSVERORDENING GEMEENTE ZUIDPLAS 2025 (Dit is een algemene versie die de basis vormt van de verordeningen voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Waar de verordening in een gemeente op onderdelen afwijkt, is dit aangegeven.)

INHOUDSOPGAVE LEESWIJZER................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN ........................................................................... 4 Artikel 1. Begripsbepalingen .............................................................................................. 4 HOOFDSTUK 2. DE HUISVESTINGSVERGUNNING ................................................................ 6 Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte ........................................................... 6 Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning....................................................... 7 Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning ...................................................... 7 Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte ................................ 7 Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte ............................................................... 8 HOOFDSTUK 3. URGENTIE ............................................................................................... 8 Artikel 7. Voorrang bij urgentie .......................................................................................... 8 Artikel 8.

Randvoorwaarden voor urgentie ........................................................................... 9 Artikel 9. Urgentiecategorieën ............................................................................................ 9 Artikel 10. Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding .......................................... 11 Artikel 11. Beperking keuzemogelijkheden urgent woningzoekenden ..................................... 11 Artikel 12. Intrekken, verval van rechtswege of wijzigen indeling in een urgentiecategorie ....... 12 HOOFDSTUK 4. VOORRANG EN RANGORDE ....................................................................... 12 Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs ........................... 12 Artikel 14. Voorrang in verband met slaagkansen ................................................................ 13 Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding ......................................... 13 Artikel 16. Rangorde woningzoekenden .............................................................................. 14 Artikel 17. Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen .................................................. 14 HOOFDSTUK 5. WOONWAGENSTANDPLAATSEN ................................................................. 15 Artikel 18a.

Aanwijzing woonwagenlocatie(s) ...................................................................... 15 Artikel 18b. Register en bekendmaking .............................................................................. 15 Artikel 19. Aanvraag huisvestingsvergunning standplaats ..................................................... 15 Artikel 20. Toelating ........................................................................................................ 15 Artikel 21. Volgordebepaling en verantwoording .................................................................. 16 Artikel 22. Vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats ......... 16 Artikel 23. Verlenen en intrekking huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats ..... 16 Artikel 24. Mandatering .................................................................................................... 17 HOOFDSTUK 6. WIJZIGINGEN IN DE WOONRUIMTEVOORRAAD ........................................... 17 Artikel 25. Werkingsgebied ............................................................................................... 17 Artikel 26. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte ........................................................ 17 Artikel 27. Aanvraag vergunning ....................................................................................... 17 Artikel 28.

Voorwaarden en voorschriften ........................................................................... 18 Artikel 29. Weigeringsgronden .......................................................................................... 18 Artikel 30. Vergunning voor kadastrale splitsing .................................................................. 18

2 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

Artikel 31. Aanvraag vergunning voor kadastrale splitsing .................................................... 18 Artikel 32. Voorwaarden en voorschriften kadastrale splitsing ............................................... 19 Artikel 33. Weigeringsgronden .......................................................................................... 19 Artikel 34. Intrekking vergunning ...................................................................................... 19 HOOFDSTUK 7. GERESERVEERD ...................................................................................... 19 HOOFDSTUK 8. GERESERVEERD ...................................................................................... 19 HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN ................................................................................... 19 Artikel 44. Experimenten .................................................................................................. 19 Artikel 45. Hardheidsclausule ............................................................................................ 19 Artikel 46. Bestuurlijke boete ............................................................................................ 19 Artikel 47. Overgangsbepaling .......................................................................................... 20 Artikel 48.

Intrekking oude verordening ............................................................................. 20 Artikel 49. Inwerkingtreding en geldigheidsduur .................................................................. 20 Artikel 50. Citeertitel ....................................................................................................... 20 TOELICHTING ................................................................................................................ 21

3 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

LEESWIJZER De Huisvestingsverordening bevat regels voor de verdeling van huurwoningen (woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens € 900,07 prijspeil 2025 en nieuwbouw middenhuurwoningen die vallen onder de Wet betaalbare huur en nieuwbouw betaalbare koopwoningen tot € 405.000 (prijspeil 2025). Een woningzoekende mag een gereguleerde huur- of koopwoning alleen in gebruik nemen als hij/zij beschikt over een huisvestingsvergunning. Hoofdstuk 2 bevat bepalingen hierover. In artikel 3 is vastgelegd wie voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt, in artikel 4 hoe deze moet worden aangevraagd. In artikel 5 is geregeld hoe verhuurders van goedkope huurwoningen het aanbod aan dergelijke woningen openbaar bekend moeten maken en hoe woningzoekenden kunnen reageren op dit aanbod. In sommige gevallen kan een woningzoekende een urgentieverklaring krijgen, waardoor deze bij de woningtoewijzing voorrang krijgt op andere woningzoekenden. De bepalingen rond urgentieverklaringen en de toepassing daarvan zijn te vinden in hoofdstuk 3 (artikelen 7 tot en met 12). In bijna alle gevallen zullen er meer woningzoekenden zijn die belangstelling hebben voor een vrijkomende woning. Van belang is dan dat er duidelijke regels zijn die bepalen wie er voorrang heeft en wat de rangorde is van de woningzoekenden met belangstelling voor de woning.

Deze regels staan in hoofdstuk 4 (artikelen 13 tot en met 17). Enkele gemeenten in de regio hebben in de huisvestingsverordening ook regels opgenomen voor de toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 5 (artikelen 18 tot en met 24). Ook hebben enkele gemeenten in de huisvestingsverordening bepaald dat er een vergunning nodig is voor het aanbrengen van wijzigingen in de woonruimtevoorraad. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad zijn bijvoorbeeld het onttrekken of samenvoegen van woonruimte of het splitsen in appartementen. Hoofdstuk 6 (artikelen 25 tot en met 34) bevat de regels die hieraan gesteld worden. Tot slot staan in hoofdstuk 9 (artikelen 44 tot en met 50) enkele slotbepalingen, waaronder de hardheidsclausule die het de gemeente mogelijk maakt van een aantal bepalingen in de verordening af te wijken. In de toelichting van de verordening wordt deze in het algemeen en vervolgens artikelsgewijs uitgebreid toegelicht.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aangepaste woning: woonruimte die naar zijn aard bestemd of geschikt gemaakt is voor bewoning door een huishouden waarvan tenminste één lid een fysieke functiebeperking heeft en op medische grond op aangepaste woonruimte aangewezen is; bemiddeling: woningtoewijzing aan bijzondere doelgroepen buitenom het aanbodsysteem, zoals genoemd in artikel 5; betaalbare nieuwe koopwoning: een nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de wet en geïndexeerd als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet; BL-score: Bewoningsduur-/Leeftijdscore:

4 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

a.

-

-

-

-

-

-

-

-

bewoningsduurscore is het aantal volledige maanden dat verstreken is sinds de datum dat een woningzoekende volgens de Basisregistratie Personen (BRP) in de huidige woonruimte is ingeschreven, b. leeftijdsscore is het aantal volledige maanden dat verstreken is sinds de datum dat een woningzoekende die niet beschikt over zelfstandige woonruimte, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas co-ouderschap: van co-ouderschap is sprake als beide ouders 50% van de tijd de feitelijke zorg voor de kinderen hebben. Hiervan is in ieder geval sprake als: • het kind/de kinderen ten minste drie dagen per week wonen bij de woningzoekende én ten minste drie dagen per week bij de andere ouder, óf • het kind/de kinderen om en om één week bij de ene ouder wonen en één week bij de andere; dienstwoning: een woonruimte die in het geldende omgevingsplan de bestemming bedrijfs- of dienstwoning heeft en waarbij een arbeidscontract bepalend is voor de toewijzing van de woning; doorstromer: een woningzoekende die daadwerkelijk en rechtmatig als huurder of eigenaar een zelfstandige woonruimte bewoont en die zelfstandige woonruimte na verhuizing leeg achterlaat; economisch gebonden: het daaromtrent in artikel 14, vierde lid onder a van de wet bepaalde; hospitaverhuur: verhuur van een gedeelte van de zelfstandige woonruimte, door een

eigenaar bewoner of hoofdhuurder die zelf in de woning woont, aan één ander huishouden en het daar omtrent bepaalde in artikel 1, vierde lid, van Het Besluit Huurprijzen Woonruimte. huishouden: • eenpersoonshuishouden: het huishouden van een persoon die als enige een woonruimte bewoont of wil gaan bewonen; • meerpersoonshuishouden: het huishouden van twee of meer personen die gezamenlijk een woonruimte bewonen of willen gaan bewonen, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid; huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; ingezetene: een persoon die in de Basisregistratie Personen van de gemeente is opgenomen en daar daadwerkelijk zijn hoofdverblijf heeft in woonruimte (waaronder ook begrepen onzelfstandige woonruimte) die uitsluitend permanent mag worden bewoond; ingrijpende renovatie: een ingrijpende voorziening aan een woonruimte die niet tijdens bewoning uitgevoerd kan worden; inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die rechtmatig door een ander huishouden in gebruik is genomen; kamerbewoner; bewoner van onzelfstandige woonruimte of bewoner die behoort tot meer dan één uit meer personen bestaande huishoudens die zelfstandige woonruimte bewonen; mantelzorg: hulp als bepaald in artikel 1.1.1 van de Wet

maatschappelijke ondersteuning 2015; maatschappelijk gebonden: het daaromtrent in artikel 14, vierde lid, onder b van de wet bepaalde; middenhuurwoning: een nieuw te bouwen woonruimte bestemd voor verhuur zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet onder middeldure huurwoonruimte. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet beschikt over een eigen keuken en toilet; slaagkans: het aantal verhuringen gedurende een specifieke periode gedeeld door het aantal actief woningzoekenden binnen dezelfde periode * 100. Bij de slaagkans voor een

5 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

-

-

-

-

-

-

-

specifieke categorie woningzoekenden gaat het om het aantal verhuringen aan deze categorie en het aantal actief woningzoekenden binnen deze categorie; sociale huurwoning; woonruimten van verhuurders met een aanvangshuurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; starter: een woningzoekende die geen zelfstandige woonruimte leeg achterlaat of een woonruimte bewoont met een tijdelijk huurcontract zoals bedoeld in: • artikel 15 eerste lid onder a tot en met d van de Leegstandswet; • artikel 7:271, eerste lid, onder a van het Burgerlijk Wetboek, óf • artikel 7:274 c tot en met 7:274f van het Burgerlijk Wetboek; vergunningplichtige woonruimte: woonruimte waarvoor in deze verordening een huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik geven en nemen ervan; verhuurder: partij die een woonruimte in gebruik geeft aan een woningzoekende en daarvoor een huurprijs ontvangt. Verhuurders omvatten woningcorporaties en particuliere verhuurders; wet: Huisvestingswet 2014; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet ;

woningmarktregio: de woningmarktregio die gevormd wordt door de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas; woningzoekende: huishouden dat is ingeschreven in een door de verhuurder gehanteerd woonruimteverdeelsysteem of dat anderszins bij de verhuurder schriftelijk heeft aangegeven op zoek te zijn naar woonruimte; woongroep: een duurzaam samenlevingsverband bestaande uit drie of meer personen, die geen gemeenschappelijk huishouding voeren en geen onderlinge huurrelatie hebben, maar die op basis van eigen initiatief kiezen om samen te wonen; zoekprofiel: een beschrijving van het woningtype en eventuele andere kenmerken van de woning waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking kan komen; zorgwoning: een woonruimte waarvoor een woningzoekende vanwege beperkingen in zelfredzaamheid een indicatie nodig heeft voor zorg of begeleiding, en waarbij die zorg of begeleiding in de directe nabijheid van die woning beschikbaar is en geleverd wordt door een professionele zorgorganisatie.

HOOFDSTUK 2. DE HUISVESTINGSVERGUNNING Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën woonruimten mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a. sociale huurwoningen; b. middenhuurwoningen gedurende de instandhoudingsperiode; c. betaalbare nieuwe koopwoningen die voor de eerste keer worden bewoond. 2. Voor middenhuurwoningen is uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 tweede lid, artikel 15 en 45 van deze verordening van toepassing. 3. Voor betaalbare nieuwe koopwoningen is uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13 derde lid, artikel 15,

en artikel 45 van deze verordening van toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte van verhuurders die in de gemeente tien of minder woningen beneden de huurtoeslaggrens verhuren; b. onzelfstandige woonruimte; c. inwoning; d. woningruil met toestemming van de verhuurder; e. verhuizen binnen hetzelfde complex met toestemming van de verhuurder; f. zorgwoningen; g. dienstwoningen; 6 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

h. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met d van de Leegstandwet; i. woonruimte die verhuurd wordt op basis van een tijdelijk huurcontract als bedoeld in de artikelen 7:271, eerste lid, onder a en 7:274 c tot en met 7:274f van het Burgerlijk Wetboek; j. ligplaatsen voor woonschepen; 5. Op de huisvesting van bijzondere doelgroepen als bedoeld in artikel 17 zijn artikelen 5, 7 tot en met 16 niet van toepassing.

Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestingsvergunning in aanmerking woningzoekenden die: a. meerderjarig zijn en staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen in een gemeente in Nederland, én b. gereageerd hebben op per publicatie aangeboden woonruimte en op grond van het bepaalde in deze verordening voor de desbetreffende woonruimte in aanmerking komen. 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid onder b een huisvestingsvergunning verlenen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17.

Artikel 4. Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning 1. Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden door de woningzoekende de volgende gegevens verstrekt: a. naam, contactgegevens en geboortedatum; b. het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden dat de woonruimte zal betrekken; c. bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10, tweede lid, van de wet; d. bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld; e. een verklaring van de verhuurder of verkoper waaruit blijkt, dat deze bereid is de woonruimte aan de woningzoekende te verhuren of te verkopen; f. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte óf adres, naam van de verkoper en de verkoop-aankoopprijs van de te betrekken woonruimte; g. datum van ingang van de huurovereenkomst of koopovereenkomst; h. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een aangepaste woonruimte; i. indien van toepassing, een afschrift van de urgentiebeschikking zoals bedoeld in artikel 7 zevende lid. 2. Indien de aanvraag incompleet is, retourneert het college de aanvraag en stelt de woningzoekende daarbij in de gelegenheid om binnen vijf werkdagen na de verzenddatum van de retourzending een volledige aanvraag in te dienen. 3.

Het college verleent de huisvestingsvergunning waarbij in ieder geval vermeld wordt: a. een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen waarop de toewijzing gebaseerd is; d. de voorwaarde dat de woningzoekende aan wie de vergunning is verleend, de woonruimte binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik moet nemen.

Artikel 5. Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte 1. De verhuurder of verkoper maakt het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar toegankelijk

7 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

2.

3.

4.

5.

(digitaal) medium, voor zover deze woonruimte niet via directe bemiddeling wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17. De bekendmaking bevat in ieder geval: a. het adres en de huur- of koopprijs van de woonruimte; b. een goede omschrijving van de woning en woonomgeving c. de mededeling dat een huishouden de woonruimte alleen voor bewoning in gebruik mag nemen als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend; d. indien van toepassing, de criteria en regels voor voorrang bij het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. Door of namens de verhuurder worden woningzoekenden in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van minimaal drie werkdagen op de te huur aangeboden woonruimte te reageren. Voor woningen met voorrang bestemd voor de leeftijdscategorie 55 jaar en ouder is deze termijn minimaal vijf werkdagen. Door of namens de verhuurder kunnen reacties op per publicatie aangeboden woonruimte met onvolledig en/of onjuist ingevulde inschrijfgegevens buiten behandeling worden gelaten. Woningzoekenden mogen maximaal twee actuele reacties hebben. Dit zijn reacties op woningen waarvan de reactietermijn nog niet verstreken is.

Artikel 6. Verantwoording toegewezen woonruimte 1. Woningcorporaties verantwoorden achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de woonruimte als bedoeld in artikel 5, eerste lid, door bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woonruimte is binnengekomen en de motivering van de toewijzing op grond van artikel 16 van deze verordening. 2. Woningcorporaties verantwoorden op een soortgelijke manier als in het eerste lid achteraf eveneens de toewijzingen die hebben plaatsgevonden aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 onder A, artikel 10, tweede lid, en artikel 17. 3. De verantwoording als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt zo spoedig mogelijk plaats na de ingangsdatum van de huurovereenkomst van de woonruimte. 4. Verhuurders niet zijnde woningcorporaties of verkopers motiveren op verzoek van een woningzoekende de toewijzing van de woonruimte waarop de betreffende woningzoekende heeft gereageerd. 5. Verhuurders en verkopers verantwoorden hun toewijzingen aan het college indien zij hiertoe van het college een verzoek ontvangen.

HOOFDSTUK 3. URGENTIE Artikel 7. Voorrang bij urgentie 1. Voor de in artikel 2 lid 1 sub a aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvan door urgentieverklaring is aangetoond dat voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. 2. Een woningzoekende kan bij het college schriftelijk een aanvraag indienen tot urgentieverklaring. Deze aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, contactgegevens en geboortedatum van de woningzoekende; b. het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden van de woningzoekende; c. bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10 tweede lid, van de wet; d. bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld; e. aanduiding van de noodzaak en motivering voor de urgentieverklaring. 8 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

3. Het college neemt de aanvraag voor een urgentieverklaring in behandeling zodra de aanvrager de leges heeft voldaan conform de geldende legesverordening. 4. De urgentieverklaring geldt alleen in de gemeente waarin deze is afgegeven. Het college kan beslissen een urgentieverklaring over te nemen die is afgegeven door een andere gemeente; 5. De urgentieverklaring geldt alleen voor het zoekprofiel dat in de urgentieverklaring is opgenomen. Dit is een zoekprofiel waarmee het urgentieprobleem wordt opgelost. Hiervoor gelden de bepalingen in artikel 11. 6. Bij de beoordeling van de aanvraag voor urgentieverklaring kan het college zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie. 7. Het college verleent de urgentieverklaring. De urgentieverklaring vermeldt tenminste: a. de woningzoekende aan wie de urgentie wordt toegekend; b. de urgentiecategorie waarin deze woningzoekende is ingedeeld; c. de datum waarop de beschikking is afgegeven; d. het zoekprofiel waarvoor de urgentie is toegekend; e. de ingangs- en einddatum van de urgentieverklaring.

Artikel 8. Randvoorwaarden voor urgentie Voor het verlenen van een urgentieverklaring gelden de volgende randvoorwaarden: a. de woningzoekende is ingezetene van de gemeente dan wel economisch of maatschappelijk gebonden aan de gemeente (met uitzondering van de woningzoekenden als bedoeld in artikel 9 categorie A, B en C) óf de woningzoekende is voor het voorzien in de dringend noodzakelijke behoefte aan woonruimte uitsluitend aangewezen op de gemeente; b. de woningzoekende is ingeschreven in het door de verhuurder gehanteerde woonruimteverdeelsysteem; c. de woningzoekende bevindt zich in een acute persoonlijke woongerelateerde noodsituatie, waarin het noodzakelijk is om binnen zes maanden te verhuizen. Dit geldt niet voor een urgentie op grond van volkshuisvestelijke indicatie (artikel 9 categorie N); d. de noodsituatie is ontstaan buiten verwijtbare schuld van de woningzoekende; e. de noodsituatie is niet door de woningzoekende op eigen kracht binnen zes maanden op te lossen; f. de woningzoekende is voor het oplossen van de noodsituatie expliciet aangewezen op zelfstandige woonruimte, én g. de woningzoekende heeft een belastbaar huishoudinkomen van maximaal 1,25 keer de inkomensgrens bedoeld in artikel 16, eerste lid van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

Dit geldt niet voor een urgentie op grond van volkshuisvestelijke indicatie (artikel 9 categorie N).

Artikel 9. Urgentiecategorieën Een urgentieverklaring kan alleen worden afgegeven aan woningzoekenden die vallen in één van de volgende categorieën: A. Gereserveerd B. Tijdelijke opvang huiselijk geweld Woningzoekenden die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten, en die nu verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang of daarvoor in aanmerking komen; C. Mantelzorg Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen. De afdeling van de gemeente die de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 uitvoert, adviseert over de noodzaak van een urgentieverklaring wegens mantelzorg en wint zo nodig hiervoor advies in bij interne of externe deskundigen; 9 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

D. Medische problematiek Woningzoekenden met een medische problematiek die verband houdt met woonruimte. De urgentie wordt zonder verdere beoordeling verleend indien aan de woningzoekende in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een verhuiskostenvergoeding wegens ontoereikende huisvesting is toegekend. In alle andere gevallen beoordeelt een onafhankelijke medische instantie de medische situatie. E. Calamiteit Woningzoekenden die vanwege een calamiteit gedwongen hun woonruimte moeten verlaten. Voorwaarde is dat er sprake is van een calamiteit na een brand of een andere vergelijkbare gebeurtenis waardoor de woningzoekende acuut dakloos is en de woonruimte niet binnen 3 maanden te herstellen is; F. Onbewoonbaar verklaarde woning Woningzoekenden van wie de woonruimte onbewoonbaar is verklaard. Voorwaarde is dat er sprake is van één huishouden dat ten minste één jaar onafgebroken op het desbetreffende adres heeft gewoond zoals blijkt uit de Basisregistratie Personen, en dat er een last is opgelegd om het gebruik van de woonruimte te staken; G. Woonkosten Woningzoekenden die bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag ontvangt en in verband hiermee een verhuisplicht heeft.

Voorwaarde is dat er sprake is van één huishouden dat ten minste gedurende één jaar onafgebroken op het desbetreffende adres heeft gewoond, zoals blijkt uit de Basisregistratie Personen. Indien de woningzoekende door eigen verwijtbaar handelen in de situatie van te hoge woonlasten is terechtgekomen, wordt geen urgentie verleend; H. Relatiebeëindiging Woningzoekenden met minderjarige kinderen die hun woonruimte moeten verlaten door echtscheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of samenwoning. Voorwaarden zijn: de woningzoekende heeft de volledige zorg over de kinderen en de kinderen staan bij de woningzoekende geregistreerd in de Basisregistratie Personen of de woningzoekende heeft de zorg over de kinderen in co-ouderschap en kan dit aantonen met officiële documenten. Indien beide ouders de woning moeten verlaten kan in geval van coouderschap aan beiden urgentie worden verleend; én de woningzoekende kan aantonen dat in de procedure door de woningzoekende het recht is geclaimd om in de huidige woonruimte te blijven wonen en dat deze claim niet is toegekend. Indien er zwaarwegende redenen zijn zoals hoge woonlasten of bedreiging door de (ex)partner, kan hiervan worden afgeweken; én de woningzoekende kan aantonen dat het huwelijk of de samenwoning minimaal twee jaar heeft bestaan en korter dan één jaar geleden is verbroken. I.

Gedwongen verkoop woning Woningzoekenden met minderjarige kinderen die hun woonruimte moeten verlaten door gedwongen verkoop van hun woonruimte in de gemeente. Voorwaarde is dat de woningzoekende een schrijven van de bank of hypotheekverstrekker kan overleggen waaruit dit blijkt. De gedwongen verkoop mag niet het gevolg zijn van verwijtbaar (betaal)gedrag; J. Geweld of bedreiging Woningzoekenden die te maken hebben met geweld of bedreiging in of bij hun huidige woonruimte. Voorwaarde is dat er sprake is van zeer ernstige overlast in de vorm van geweld of reële bedreiging die tot gevolg heeft dat woningzoekende niet langer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. De woningzoekende toont het geweld of de bedreiging aan door het overleggen van verklaringen van de (wijk)politie en/of van een of meer hulpverleningsinstanties; K. Bijzondere problematiek Woningzoekenden met een bijzondere (starters)problematiek. Voorwaarde is dat er sprake is van zeer ernstige problematiek in de huidige woonsituatie die tot gevolg heeft dat de woningzoekende daar niet langer kan blijven wonen en dat naar het oordeel van een hulpverleningsinstantie betere huisvesting een basisvoorwaarde is voor adequate 10 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

hulpverlening aan (het huishouden van) de woningzoekende. Voorwaarde is voorts dat er aantoonbare redenen zijn waarom de woningzoekende niet in staat is in een onzelfstandige woonruimte te wonen of hiervoor niet aanmerking komt. De bijzondere (starters)problematiek wordt aangetoond door het overleggen van verklaringen van een of meer hulpverleningsinstanties of de sociaal werkers van de gemeente. L. Economische binding met verhuisplicht Woningzoekenden die economisch gebonden zijn en die een verhuisplicht hebben. Voorwaarde is dat de woningzoekende economisch gebonden is aan de gemeente, werkzaam is bij politie of brandweer en zijn functie een onmiddellijk oproepbaar karakter heeft; M. Economische binding en reisafstand Woningzoekenden die economisch gebonden zijn en waarvan hun huidige woonplaats in Nederland op grote reisafstand ligt. Voorwaarde is dat de woningzoekende een arbeidscontract heeft van minimaal één jaar voor minimaal 18 uur per week en dat de postcode van de woonplaats van de woningzoekende begint met 13, 16 t/m 18, 38, 43 t/m 45 of 54 t/m 99; N. Volkshuisvestelijke indicatie Woningzoekenden die hun woonruimte moeten verlaten wegens sloop of ingrijpende renovatie en voor wie een sociaal statuut is opgesteld. De urgentie wordt verleend conform de bepalingen in het Sociaal Statuut. Het college moet instemmen met het Sociaal Statuut.

Artikel 10. Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding 1. Woningzoekenden met een urgentieverklaring op grond van categorie B tot en met N kunnen - met inachtneming van artikel 7, vijfde lid, - reageren op het gepubliceerde woningaanbod als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Voor de volgordebepaling geldt artikel 16. 2. Het college kan de volgende categorieën woningzoekenden binnen de geldigheidsduur van hun urgentieverklaring, tweemaal passende woonruimte aanbieden buiten het gepubliceerde aanbod: a. woningzoekenden die vallen onder de urgentiecategorie volkshuisvestelijke indicatie zoals genoemd in artikel 9 categorie N; b. woningzoekenden die niet in staat blijken – of geacht worden – zelfstandig woonruimte te vinden binnen het gepubliceerde woningaanbod. De woningcorporatie en/of gemeente bepaalt of de woningzoekende hieronder valt. 3. Indien het college, gelet op het feitelijk beschikbare woningaanbod, niet binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring tweemaal een woningaanbieding kan doen, wordt deze periode automatisch verlengd totdat tweemaal passende woonruimte is aangeboden. 4. Woningzoekenden die verhuizen met een urgentieverklaring, behouden gedurende maximaal vijf jaar de bewoningsduurscore die is opgebouwd in de zelfstandige woonruimte van waaruit verhuizing dringend noodzakelijk is.

De bewoningsduurscore vervalt bij een verhuizing naar een woning buiten het zoekprofiel of een volgende verhuizing.

Artikel 11. Beperking keuzemogelijkheden urgent woningzoekenden 1. Bij de urgentieverklaring hanteert het college een standaardzoekprofiel per urgentiecategorie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: • Profiel 1: niet medische urgentieverklaring op grond van alle urgentiecategorieën uit artikel 9 met uitzondering van categorie D en N; • Profiel 2, medische urgentie: urgentieverklaring op grond van artikel 9, categorie D; • Profiel 3, uitzonderingen op de standaard zoekprofielen 1 en 2. 2. De standaard-zoekprofielen omvatten de volgende woningtypen: Nieuwerkerk aan den IJssel Profiel 1 (niet-medische urgentie)

Profiel 2 (medische urgentie)

11 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

Profiel 3 (op basis van een gemotiveerd advies)

Etagewoning zonder lift Etagewoning met lift Galerijwoning zonder lift Galerijwoning met lift Maisonnettewoning

Overige dorpen Profiel 1 (niet-medische urgentie) Etagewoning zonder lift Etagewoning met lift Galerijwoning zonder lift Galerijwoning met lift Eengezinswoning Maisonnettewoning

Benedenwoning Etagewoning met lift Galerijwoning met lift

Eengezinswoning Benedenwoning

Profiel 2 (medische urgentie)

Profiel 3 (op basis van een gemotiveerd advies) Benedenwoning

Benedenwoning Etagewoning met lift Galerijwoning met lift

3. Van de standaard-zoekprofielen kan worden afgeweken indien in het advies van de adviseur als bedoeld in artikel 7 lid 6 uitdrukkelijk en gemotiveerd een ander zoekprofiel wordt geadviseerd; 4. Voor de urgentieverklaring op grond van volkshuisvestelijke indicatie als genoemd in artikel 9 onder N geldt het Sociaal Statuut.

Artikel 12. Intrekken, verval van rechtswege of wijzigen indeling in een urgentiecategorie 1. Het college kan de urgentieverklaring intrekken als de woningzoekende: a. niet langer voldoet aan de voorwaarden als genoemd in artikel 8 en artikel 9; b. bij zijn of haar aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij of zij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren. 2. Een urgentieverklaring vervalt van rechtswege: a. zodra een woningaanbieding is geaccepteerd; b. als, bij toepassing van artikel 10, tweede lid, onder b, de woningzoekende tweemaal een aanbod voor een passende woonruimte heeft geweigerd; c. uiterlijk 52 weken na de datum van afgifte van de urgentieverklaring, met uitzondering van de urgentiecategorie volkshuisvestelijke indicatie (artikel 9 onder N) waarbij het Sociaal Statuut bepalend is. 3. Het college kan de geldigheidsduur van de urgentieverklaring, genoemd in tweede lid onder c verlengen in bijzondere gevallen. 4. Het college kan een woningzoekende, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, verstrekt het college aan hem of haar een nieuwe urgentieverklaring en vervalt de oude.

HOOFDSTUK 4. VOORRANG EN RANGORDE Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling. 12 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). 3. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor betaalbare nieuwe koopwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). 4. Met inachtneming van het eerste lid wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een aangepast woning voorrang gegeven aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen. 5. Met inachtneming van het eerste lid kunnen verhuurders op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken. 6. Het college kan woningcorporaties toestemming geven om met inachtneming van het eerste lid voor woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doelgroepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat.

Artikel 14. Voorrang in verband met slaagkansen 1. Indien blijkt dat bepaalde (doel)groepen woningzoekenden in onvoldoende mate voor toewijzing in aanmerking komen, kunnen woningcorporaties woonruimte met voorrang voor die (doel)groep bestemmen. 2. Als criterium voor het eerste lid geldt dat de slaagkans voor een categorie actief woningzoekenden meer dan 5%-punt lager is dan de slaagkans voor alle actief woningzoekenden. De volgende indeling in categorieën wordt daarbij gehanteerd: a. leeftijdsgroepen: • 18 tot en met 22 jaar; • 23 tot en met 29 jaar; • 30 tot en met 39 jaar; • 40 tot en met 54 jaar; • 55 tot en met 74 jaar; • 75 jaar en ouder. b. huishoudensgrootten: • 1 persoonshuishoudens; • 2 persoonshuishoudens; • 3 tot en met 5 persoonshuishoudens; • 6 en meer persoonshuishoudens. c. doorstromers; d. starters.

Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding 1. Verhuurders kunnen maximaal 50% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub a, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en/of woningmarktregio. Hierbij geldt dat: a. woningzoekenden uit de betreffende dorpskern voorgaan op andere woningzoekenden uit de gemeente; b. woningzoekenden uit de gemeente voorgaan op woningzoekenden uit de woningmarktregio. 2. Verhuurders kunnen maximaal 50% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub b, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en/of de woningmarktregio waarbij woningzoekenden die een sociale huurwoning achterlaten voorgaan . Hierbij geldt dat: a. woningzoekenden uit de betreffende dorpskern voorrang krijgen op andere woningzoekenden uit de gemeente; 13 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

b. woningzoekenden uit de gemeente voorgaan op woningzoekenden uit de woningmarktregio. 3. Verkopers kunnen maximaal 50% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub c, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en/of de woningmarktregio. Hierbij geldt dat; a. woningzoekenden uit de betreffende dorpskern voorgaan op andere woningzoekenden uit de gemeente; b. woningzoekenden uit de gemeente voorgaan op woningzoekenden uit de woningmarktregio.

4. Het college kan afwijken van de voorrangscriteria genoemd in lid 1, 2 en 3 en toestemming geven om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte of prijs, voorrang te geven aan een specifieke doelgroep met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente of de woningmarktregio. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat.

Artikel 16. Rangorde woningzoekenden 1. Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - bij woonruimte van woningcorporaties de rangorde als volgt bepaald: a. woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd; b. woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding op basis van artikel 15; c. overige woningzoekenden. 2. Als op grond van het eerste lid onder b meer woningzoekenden met een urgentieverklaring in aanmerking komen, gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven urgentieverklaring voor op woningzoekenden met een later afgegeven urgentieverklaring. De volgorde van toewijzing van woonruimte aan woningzoekenden met een urgentieverklaring van gelijke datum gebeurt op basis van woonduur. Bij gelijke afgiftedatum en woonduur is de hoogste leeftijdscore bepalend. 3. Bij woningzoekenden die niet in een urgentiecategorie vallen, wordt bij woonruimte van woningcorporaties de volgorde bepaald door hun BL-score. Degene met de hoogste BL-score gaat voor.

De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BL-score wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e verjaardag. Indien er sprake is van een gelijke score wordt de volgorde van toewijzing op basis van loting bepaald. De B-score wordt gehanteerd bij doorstromers en de L-score voor starters. 4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan een verhuurder in geval van een woongroep voor woningtoewijzing een coöptatiesysteem hanteren. 5. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan een woningcorporatie voor maximaal 25% van de te publiceren woonruimte bedoeld in artikel 5, eerste lid, de volgorde bepalen door middel van loting. Woningzoekenden komen in dat geval voor de woonruimte in aanmerking in volgorde van resultaat van de loting.

Artikel 17. Passend huisvesten van bijzondere doelgroepen 1. Woningcorporaties stellen jaarlijks een – nader met het college af te spreken – aantal woningen beschikbaar voor woningzoekenden die vallen onder het regionaal convenant ter bevordering van de uitstroom uit maatschappelijke instellingen en de huisvesting van ex-gedetineerden. 2. Woningcorporaties stellen jaarlijks woningen ter beschikking ten behoeve van vergunninghouders die op grond van de gemeentelijke taakstelling moeten worden

14 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

gehuisvest, zoals genoemd in artikel 28 van de wet. Vergunninghouders worden eenmalig bemiddeld naar een woning. 3. Woningcorporaties mogen jaarlijks maximaal 5% van hun leeggekomen woonruimten vrij toewijzen aan woningzoekenden die niet via het reguliere toewijzingssysteem dan wel via de bestaande urgentiecriteria in aanmerking komen voor woonruimte.

HOOFDSTUK 5. WOONWAGENSTANDPLAATSEN Artikel 18a. Aanwijzing woonwagenlocatie(s) De standplaatsen die enkel voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als burgemeester en wethouders daarvoor een huisvestingsvergunning hebben verleend, zijn gele gen aan de: a. Hoofdweg-Noord in Nieuwerkerk aan den IJssel. b. Zwanendreef en Zwaluwhof in Moordrecht. c. Overige woonwagenstandplaatsen in de gemeente die worden aangeboden door de gemeente of woningcorporatie(s).

Artikel 18b. Register en bekendmaking 1. Het college richt in en houdt bij een register van standplaatszoekenden. 2. Standplaatszoekenden kunnen schriftelijk verzoeken om in het register van standplaatszoekenden te worden opgenomen. 3. De registratie in het register van standplaatszoekenden blijft 5 jaar geldig Op verzoek is verlenging met steeds weer 5 jaar mogelijk. 4. Het college maakt het beschikbaar zijn of komen van een standplaats bekend aan degenen ingeschreven in het standplaatsenregister. 5. Bekendmaking van het beschikbaar zijn of komen van een standplaats vindt daarnaast plaats via de gemeentelijke website en/of via het regionaal woningzoekendensysteem.

Artikel 19. Aanvraag huisvestingsvergunning standplaats 1. Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning voor een standplaats geschiedt door het invullen en digitaal ondertekenen van een formulier op de gemeentelijke website en/of het regionaal woningzoekendensysteem. 2. Het huishouden verstrekt het college op het digitale formulier de gegevens aan de hand waarvan vastgesteld kan worden a. of het huishouden voldoet aan de toelatingsvoorwaarden van artikel 20 en; b. in welke prioriteit als bedoeld in artikel 21 het huishouden kan worden ingedeeld. 3. Tevens overlegt de aanvrager, indien van toepassing, een verklaring omtrent het betalingsgedrag van de huur. 4. Het college kan onvolledige en/of onjuist ingevulde formulieren buiten behandeling laten.

Artikel 20. Toelating Voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor een standplaats komen huishoudens in aanmerking die a. meerderjarig zijn en staan ingeschreven in de basisregistratie personen in een gemeente in Nederland; b. tijdig en juist hebben gereageerd op de door het college bekendgemaakte en gepubliceerde standplaats; c. die beschikken, dan wel gedocumenteerd kunnen aantonen binnen korte termijn te kunnen beschikken over een voor de desbetreffende standplaats geschikte woonwagen; d. in aanmerking kunnen komen voor een huurovereenkomst voor de standplaats en;

15 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

e.

beschikken over een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is de standplaats aan hem te verhuren.

Artikel 21. Volgordebepaling en verantwoording 1. Voor de toewijzing van een standplaats door het college komen de volgende categorieën in aanmerking in de navolgende rangorde: a. een huishouden dat op een woonwagenstandplaats in de gemeente woont, in het bezit is van een huisvestingsvergunning voor die standplaats, behoort tot de traditionele doelgroep en deze standplaats moet ontruimen vanwege opheffing of verkleining van de locatie; b. een huishouden dat op een woonwagenstandplaats in de gemeente woont, in het bezit is van een huisvestingsvergunning voor die standplaats, behoort tot de traditionele doelgroep en wiens sociale omstandigheden van zodanig ernstige aard zijn dat verhuizing van de huidige standplaats in de gemeente naar een andere standplaats is geboden Aan te tonen door een verklaring van een officiële hulpverlenende instantie of de GGD; c. een meerderjarig kind, inwonend in een woonwagen bij familie in de eerste graad die zijn hele leven woonachtig is geweest op een woonwagenlocatie in de gemeente, aan te tonen door registratie in de gemeentelijke basisregistratie personen; d. een meerderjarig kind, inwonend in een woonwagen bij familie in de tweede graad die zijn hele leven woonachtig is geweest op een woonwagenlocatie in de gemeente, aan te tonen door registratie in de gemeentelijke basisregistratie personen; e.

een huishouden die behoort tot de traditionele doelgroep en die in de gemeente in een woonwagen op een standplaats woont of heeft gewoond, waarbij de woningzoekende die een standplaats leeg achterlaat, voorgaat op de woningzoekende die geen standplaats leeg achterlaat; f. overige huishoudens die een standplaats zoeken, waarbij degenen die in de gemeente wonen voorrang hebben op degenen die buiten de gemeente wonen. 2. Indien er meer kandidaten binnen eenzelfde prioriteit zijn, geniet de oudste in leeftijd voorrang. Hiervoor telt de leeftijd van het oudste lid dat tot dat huishouden behoort. 3. Het college legt verantwoording af over de toewijzing van de standplaatsen via de gemeentelijke website of in het regionale woningzoekendensysteem.

Artikel 22. Vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats Een huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats vervalt:

a. één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken; b. onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats is beëindigd en/of de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten; c. indien met binnen twee maanden na verlening van de huisvestingsvergunning de vergunninghouder beschikt over een daarvoor vergunde woonwagen, of dat de werkzaamheden zijn gestart om een vergunde woonwagen op de woonwagenstandplaats te realiseren; d. de in sub c genoemde termijn wordt opgeschort vanaf het moment dat een aanvraag Omgevingsvergunning is ingediend voor het plaatsen van een woonwagen op de desbetreffende woonwagenstandplaats tot het moment dat een besluit is genomen op deze aanvraag, dan wel dat de aanvraag buiten behandeling is gesteld. Artikel 23. Verlenen en intrekking huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats 1. Een huisvestingsvergunning voor een standplaats wordt verleend voor een onbepaalde tijd, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. 16 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

2. Het college kan de vergunning voor het innemen van een standplaats intrekken indien de vergunninghouder handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze verordening, de voor de standplaats verstrekte huisvestingsvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften. 3. De vergunninghouder ontvangt gemotiveerd schriftelijk bericht als het college de huisvestingsvergunning voor een standplaats heeft ingetrokken.

Artikel 24. Mandatering Het college kan de bevoegdheid om de in de gemeente gelegen standplaatsen te verhuren mandateren aan de woningcorporaties

HOOFDSTUK 6. WIJZIGINGEN IN DE WOONRUIMTEVOORRAAD Artikel 25. Werkingsgebied Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle zelfstandige woonruimten gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Zuidplas. Paragraaf 6.1: Vergunning voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming

Artikel 26. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. Overeenkomstig artikel 21 van de wet is het verboden zonder vergunning van het college een woonruimte: a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden; b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden; d. te verbouwen tot twee of meer woonruimten of verbouwd te houden. 2. Van een verbod als bedoeld in lid 1, onder c, is vrijgesteld zelfstandige woonruimten die worden omgezet naar maximaal twee onzelfstandige woonruimten of indien er sprake is van hospitaverhuur. 3. Vrijgesteld van de vergunningplicht als bedoeld in lid 1, onder c, zijn woningcorporaties die op uitdrukkelijk verzoek van de gemeente een woning (tijdelijk) omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte om zo te kunnen voorzien in een (tijdelijke) woonbehoefte van specifieke doelgroepen.

Artikel 27. Aanvraag vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 26 wordt ingediend door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. de naam en het adres van de eigenaar; b. de volgende gegevens over de bestaande situatie van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft: adres; WOZ-waarde; huidige huurprijs (indien van toepassing);

17 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

c. -

aantal kamers en woonoppervlak; woonlaag waarop de woonruimte gelegen is, en staat van onderhoud; de volgende gegevens over de beoogde situatie: bestemming; bouwtekening(en)/aanvraag bouw- of omgevingsvergunning; aantal (on)zelfstandige wooneenheden; verwachte huur- of koopprijs middels een taxatierapport van een beëdigd taxateur en eigenaar of verhuurder, die verantwoordelijk is voor het beheer van de woonruimte.

Artikel 28. Voorwaarden en voorschriften Aan een vergunning als bedoeld in artikel 26 kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden over: a. de geldigheidsduur van de vergunning; b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruikt moet worden; c. een geordend woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte, waar de aanvraag betrekking op heeft.

Artikel 29. Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 26 kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; b. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; c. niet kan worden voldaan aan gestelde voorwaarden en voorschriften van de vergunning; d. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening. Paragraaf 6.2: Vergunning voor splitsing

Artikel 30. Vergunning voor kadastrale splitsing Het is verboden om een recht op woonruimte als bedoeld in artikel 25 zonder vergunning van het college te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer delen van het gebouw als woonruimte tenzij het gebouw op 1 januari van het jaar waarin de splitsing plaatsvindt minder dan 5 jaar geleden opgeleverd is.

Artikel 31. Aanvraag vergunning voor kadastrale splitsing 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 30 van de verordening wordt ingediend door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; b. een door een beëdigd taxateur opgemaakt taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud.

18 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

Artikel 32. Voorwaarden en voorschriften kadastrale splitsing Aan een vergunning als bedoeld in artikel 30van de verordening kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden over: a. de geldigheidsduur van de vergunning; b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruikt moet worden; c. een geordend woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte, waar de aanvraag betrekking op heeft.

Artikel 33. Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in artikel 30van de verordening kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met splitsing gediende belang; b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning; c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft; d. niet kan worden voldaan aan gestelde voorwaarden en voorschriften van de vergunning; e. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.

Artikel 34. Intrekking vergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 26 of artikel 30 kan door het college worden ingetrokken op basis van artikel 26 van de wet.

HOOFDSTUK 7. GERESERVEERD Artikelen 34 tot en met 37 zijn gereserveerd.

HOOFDSTUK 8. GERESERVEERD Artikelen 38 tot en met 43 zijn gereserveerd.

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN Artikel 44. Experimenten Het college kan voor een bepaalde tijd experimenten toestaan waarin afgeweken wordt van de bepalingen van deze verordening. Belanghebbende partijen kunnen hiertoe een onderbouwd verzoek bij het college indienen. Experimenten moeten passen binnen de wet.

Artikel 45. Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in artikel 3, 7, 8, 9, 13 en 16 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte of vanwege een groot maatschappelijk belang leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Toepassing van dit artikel moet passen binnen de wet.

Artikel 46. Bestuurlijke boete 1. Het college kan een overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, 21 en 22 van de wet beboeten door een bestuurlijke boete op te leggen. 19 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

2. De boete voor overtreding van: a. het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; b. het verbod, bedoeld in artikel 8, tweede lid artikel 21 en 22 van de wet of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt ten hoogste: 1e het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; 2e het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor overtredingen van artikel 8, tweede lid en artikel 21 van de wet indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door de ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.

Artikel 47. Overgangsbepaling 1. Eigenaren van woonruimten die vergunningplichting zijn op grond van artikel 26 of 30 van deze verordening, maar waar geen vergunning voor is verleend, kunnen gedurende een termijn van zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening alsnog een vergunning voor omzetting/splitsing aanvragen, ter legalisatie van deze bestaande situatie. 2. Een urgentieverklaring die is verleend op grond van de in artikel 48 genoemde verordening, wordt gelijkgesteld met een urgentieverklaring die is verleend op grond van deze verordening.

Artikel 48. Intrekking oude verordening De Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023 wordt ingetrokken.

Artikel 49. Inwerkingtreding en geldigheidsduur 1. Deze verordening treedt in werking op de dag volgend na de dag van bekendmaking. 2. Overeenkomstig artikel 4 van de wet geldt deze verordening voor de duur van ten hoogste vier jaar.

Artikel 50. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zuidplas gehouden op 16 september 2025.

De griffier,

De voorzitter,

M.L. Engelsman

H. Weber

20 Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025

TOELICHTING ALGEMEEN Uitgangspunten Huisvestingswet 2014 De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten het instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Voor de verdeling van woonruimte kan een gemeente een Huisvestingsverordening vaststellen, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van schaarse woonruimte. Ook kan de gemeente bepalen dat het verboden is zonder vergunning wijzigingen in de woonruimtevoorraad aan te brengen. Gebruikmaken van dit instrumentarium is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden. Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan categorieën woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15993640/1