CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 F 843 1 Ontwerp-programmabegroting A26.001869

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Conceptbegroting 2027 en jaarrekening 2025 Veiligheidsregio Hollands Midden28.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

uitgevoerde werk vanuit de VRHM. De regeling bepaalt de rechtspositionele aanspraken, echter regelt niet de aansprakelijkheid. Door alle veiligheidsregio’s gezamenlijk is aan het ministerie van Justitie en Veiligheid gevraagd om extra geld voor zowel de landelijke inrichting rondom de regeling PTSS als de begeleiding vanuit de individuele veiligheidsregio (0,5 FTE per veiligheidsregio). Hiervoor is een voorlopige toezegging gedaan door de minister. De overige ‘preventiekosten’ zijn voor rekening van de individuele veiligheidsregio. Een eerste landelijke verkenning naar de formatieve impact levert een inschatting van gemiddeld 2 FTE per veiligheidsregio op. Ook is de afspraak dat veiligheidsregio’s zelf de schadelast dragen. Dit zijn de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de regeling PTSS (zoals loondoorbetaling, medische kosten, te declareren overige kosten). Een landelijke inschatting van de totale kosten komt neer op gemiddeld € 0,36 miljoen per jaar per veiligheidsregio. Gezien de financiële impact van de regeling en eventuele aansprakelijkheid is ruimte in het weerstandsvermogen noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de mogelijke toekomstige schadelast. Kans:

Waarschijnlijk (70%)

Impact, financieel risico ingeschat op:

€ 0,00 - € 0,36 mln.

Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:

70% x € 0,36 mln. = € 0,25 mln.

5. Het risico van frictiekosten a.g.v. bezuinigings-taakstelling op formatiekrimp Voor de begroting 2026 heeft VRHM na een uitgebreid bestuurlijk traject met verschillende scenario’s uiteindelijk intern € 1,1 miljoen omgebogen voor de onvermijdelijke meerkosten, met daarnaast € 0,4 miljoen bezuiniging. Daarbovenop is VRHM geconfronteerd een 10% korting op de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR), dat zorgt voor een extra bezuiniging van € 0,72 miljoen. Vanwege mogelijke frictiekosten is bij het opmaken van de jaarrekening 2024 de hoogte van de bezuinigingstaakstelling toegevoegd aan de algemene reserve.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

De VRHM wordt geconfronteerd met juridische claims: • Van ziekte als gevolg van blootstelling aan asbest (asbestose). De VRHM wordt hierbij aansprakelijk gesteld voor de, als gevolg van deze ziekte, geleden en te lijden materiële en immateriële schade. • Brandweer Hollands Midden heeft in het verleden gebruikgemaakt van PFAS (Per- en poly Fluor Alkyl Stoffen) bevattend blusschuim op oefenplaatsen. Door het gebruik van dit blusschuim kan onbedoeld PFAS in de bodem/het milieu zijn terechtgekomen. De VRHM kan aansprakelijk worden gesteld voor de mogelijke milieuschade die daardoor is ontstaan. • Mensen die werken in hoog-risico beroepen, zoals de brandweer, hebben een grote kans om tijdens het werk blootgesteld te worden aan ingrijpende gebeurtenissen. Denk aan menselijk lijden, letsel, dreiging, agressie en geweld. De werkgever heeft een morele en wettelijke verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat medewerkers veilig en gezond hun werk kunnen doen. Tijdige en juiste psychosociale ondersteuning en opvang is van belang om de ontwikkeling van klachten en uitval zoveel mogelijk te voorkomen. Als arbeidsongeschiktheid wordt gekwalificeerd als in en door de dienst, kan dit vanwege de aansprakelijkheid uit de rechtspositie (financiële) gevolgen hebben. • Het risico bestaat dat VRHM in de toekomst kan worden geconfronteerd met (onvoorziene) juridische claims.

De niet verzekerde claims dient VRHM zelf te dragen.

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

54

1 2 3 4 5

6. Krapte op de arbeidsmarkt en een tekort aan gekwalificeerd, deskundig en ervaren personeel. De aanhoudend krappe arbeidsmarkt vormt een belangrijk risico. Schaarste aan gekwalificeerd personeel leidt tot toenemende wervings- en inhuurkosten en een grotere afhankelijkheid van externe capaciteit. Dit kan druk zetten op zowel het kostenniveau als op de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Daarnaast vergroten verloop en verzuim het risico op productiviteitsverlies en vertraging in de uitvoering van beleidsdoelen. Het blijkt nog steeds lastig om enkele cruciale functies juist ingevuld te krijgen, vooral in de ondersteuning op het primaire proces. Het risico betreft, dat heeft VRHM ook daadwerkelijk zien optreden, extra uitgaven voor externe inhuur. Daarbij komen hogere kosten voor werving en selectie. Die zijn nadrukkelijk hoger dan mee gerekend is in de (reguliere) begrotingen. Kans

Waarschijnlijk (70%)

Impact, financieel risico ingeschat op:

€ 0,10 - € 0,40 mln.

Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:

70% x € 0,40 mln. = € 0,28 mln.

Als risico voorziet VRHM het mogelijk opvangen van claims, als blijkt dat een en ander niet juist is geregeld. Hier is op dit moment geen aanleiding toe. Echter, gezien het Deliveroo-arrest is dit te becijferen als een risico. De veiligheidsregio is zich aan het oriënteren welke oplossingsrichtingen genomen kunnen worden om te komen tot toekomstbestendige vakbekwaamheidsstaf. De financiering van de toekomstbestendige oplossingsrichting is nog een financieel vraagstuk. Kans:

Onwaarschijnlijk (30%)

Impact, financieel risico ingeschat op:

€ 0,13 - € 0,42 mln.

Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:

30% x € 0,42 mln. = € 0,13 mln.

Om het benodigde weerstandsvermogen te berekenen vermenigvuldigen we de geschatte (maximale) impact met het percentage volgens onderstaande tabel. Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk

90% 70% 50% 30% 10%

Onderbouwing algemene reserve 2027 7. Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA) De veiligheidsregio moet, net als alle andere organisaties, voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf. Eén daarvan is de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA). De vakbekwaamheidstrainingen voor de brandweer worden veelal gegeven door eigen vrijwilligers. Gezien de wet DBA dienen hier marktconforme vergoedingen tegenover te staan.

(bedragen x € 1.000,-)

Meerkosten Cyberrisico Juridische claims Landelijke PTSS Frictiekosten Krapte op arbeidsmarkt Wet DBA Risicoanalyse

min.

550 550 300 100 125

max.

%

1.100 825 600 360 400 400 420

50% 50% 50% 70% 0% 70% 30%

Bedrag

550 413 300 252 280 126

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

De begroting 2026 als ook de voorgestelde ontwerp-programmabegroting 2027 sluiten met de gestelde personeelsbezuiniging. Frictiekosten zijn tot op heden binnen de exploitatie gedekt. Hierdoor is VRHM van mening dat het aanhouden van de € 0,4 miljoen in het weerstandsvermogen niet noodzakelijk is.

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

1.921

55

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.1.4 Weerstandsvermogen

Echter, de veiligheidsregio heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid. Vanuit normale bedrijfsvoering acht het onwenselijk, bij een onverwachte tegenvaller de deelnemende gemeenten aan te moeten spreken om financieel bij te springen. Daarom kiest zij ervoor zelf een robuuste weerstandscapaciteit op te bouwen die afdoende is, om (de belangrijkste) onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. De algemene reserve, en daarmee ook de beschikbare weerstandscapaciteit, is in 2025 gestegen. Dit komt voort uit de overdracht van de algemene reserve GHOR vanuit Hecht. Deze ‘balansoverdracht’ heeft in 2025 plaatsgevonden. Tegenover de algemene reserve vanuit de GHOR staan bijvoorbeeld ook materiële vaste activa. De risicoanalyse is met die overgang van de GHOR niet met hetzelfde bedrag uitgebreid. De specifieke risico’s vanuit de GHOR zijn opgenomen in de (bestaande) risicoanalyse van VRHM.

Intentiebesluit voorleggen in het Algemeen Bestuur De benodigde weerstandscapaciteit is bepaald door middel van de beschreven risico’s uit paragraaf 3.1.3. Daar is het risico ‘frictiekosten’ op nul gewaardeerd. De hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit is hiermee bepaald op € 1,9 miljoen. Als voorgenomen besluit ligt in het algemeen bestuur voor om van het deel ‘frictiekosten’ binnen de algemene reserve € 384.000,- in 2026 terug te laten vloeien naar de gemeenten. Daarmee blijft de weerstandsratio op de minimale lijn van 1,0. VRHM streeft ook naar een ratio weerstandsvermogen van 1,0 of hoger.

Dit ziet er schematisch als volgt uit:

Weerstandsvermogen 2027 =

Beschikbare weerstandscapaciteit

€ 1.921.00 =

Benodigde weerstandcapaciteit

= 1,0 € 1.921.000

Met een waarderingsratio van 1,0 scoort VRHM een ‘voldoende’ (categorie ‘C’) voor het weerstandsvermogen. Ratio Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen

Voorlopige Begroting realisatie

Begroting

Meerjarenramingen

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1,2

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A B C D E F

>2.0 1.4-2.0 1.0-2.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim voldoende

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen. De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten staan garant dat de VRHM te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen (art. 51 gemeenschappelijke regeling VRHM).

56

1 2 3 4 5

Algemene reserve (bedragen x € 1.000,-)

Voorlopige realisatie

Begroting

Dotatie

Onttrekking

31-12-25

1-1-26

Dotatie

Onttrekking

31-12-26

Algemene Reserve Dotatie resultaat 2024 Overdracht vanuit GHOR Risico-inventarisatie

1.125 -

650 530 -

-

1.125 650 530 -

2.305 -

-

-384

2.305 -384

Totaal algemene reserve

1.125

1.180

-

2.305

2.305

-

-384

1.921

(bedragen x € 1.000,-)

Begroting 1-1-27

Dotatie

Onttrekking

31-12-27

Algemene Reserve Dotatie resultaat 2024 Overdracht vanuit GHOR Risico-inventarisatie

1.921 -

-

-

1.921 -

Totaal algemene reserve

1.921

-

-

1.921

Algemene reserve (bedragen x € 1.000,-)

Meerjarenramingen 1-1-28

+/-

31-12-28

1-1-29

+/-

31-12-29

1-1-30

+/-

31-12-30

Algemene Reserve Dotatie resultaat 2024 Overdracht vanuit GHOR Risico-inventarisatie

1.921 -

-

1.921 -

1.921 -

-

1.921 -

1.921 -

-

1.921 -

Totaal algemene reserve

1.921

-

1.921

1.921

-

1.921

1.921

-

1.921

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

1-1-25

Algemene reserve

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

57

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.1.5 Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves 1-1-25

Begroting 2026

Onttrek31-12-25 king

1-1-26

Resultaat bestem- Dotatie ming 2025

31-12-26

432 579 419 1.155 287 941 153 290 1.909 6.166

Flankerend beleid FLO Gouda Samenwerken loont Afschrijvingskosten Meldkamer HM Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM * Reserve Groot Onderhoud Gebouwen Tweede Loopbaanbeleid Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering Weerbaarheid & BCM * Kapitaalslastenreserve

432 579 419 1.455 387 890 180 677 -

733 -

-

-150 -20 -9 -151 -

432 579 419 1.305 387 870 171 526 733 -

432 579 419 1.305 387 870 171 526 733 -

2.052 -

100 73 -

-150 -100 -28 -91 -236 -876 -

Totaal bestemmingsreserves

5.019

733

-

-330

5.422

5.422

2.052

173

-1.482

Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,-)

Begroting 2027 1-1-27

Dotatie

Onttrekking

31-12-27

Flankerend beleid FLO Gouda Samenwerken loont Afschrijvingskosten Meldkamer HM Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM * Reserve Groot Onderhoud Gebouwen Tweede Loopbaanbeleid Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering Weerbaarheid & BCM * Kapitaalslastenreserve

432 579 419 1.155 287 941 153 290 1.909 -

100 73 -

-150 -100 -87 -212 -1.011 -

432 579 419 1.005 187 1.041 139 78 898 -

Totaal bestemmingsreserves

6.166

173

-1.560

4.779

* Deze bestemmingsreserves worden (financieel) gevoed vanuit het intentiebesluit 2025.

-

Onttrekking

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

(bedragen x € 1.000,-)

Voorlopige realisatie Resultaat bestem- Dotatie ming 2024

58

1 2 3 4 5

Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,-)

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Meerjarenramingen +/-

31-12-28

1-1-29

+/-

31-12-29

1-1-30

+/-

31-12-30

Flankerend beleid FLO Gouda Samenwerken loont Afschrijvingskosten Meldkamer HM Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM * Reserve Groot Onderhoud Gebouwen Tweede Loopbaanbeleid Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering Weerbaarheid & BCM * Kapitaalslastenreserve

432 579 419 1.005 187 1.041 139 78 898 -

-150 -329 -133 -78 -340 -

432 579 419 855 187 712 6 559 -

432 579 419 855 187 712 6 559 -

-150 -301 47 -190 -

432 579 419 705 187 411 54 369 -

432 579 419 705 187 411 54 369 -

-150 -341 47 -40

432 579 419 555 187 70 101 329 -

Totaal bestemmingsreserves

4.779 -1.029

3.750

3.750

-594

3.156

3.156

-483

2.673

* Deze bestemmingsreserves worden (financieel) gevoed vanuit het intentiebesluit 2025.

De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2024 – 2027” is nader door het algemeen bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht. In de lopende beleidsplanperiode 2024-2027 is overeengekomen dat VRHM geen extra middelen via de gemeentelijke bijdragen aanvraagt. Daarentegen moet VRHM nieuwe structurele activiteiten opstarten. Via de toegewezen bestemming in deze reserves kan VRHM de noodzakelijke processen financieren. Bijvoorbeeld de (opstart)kosten voor vakbekwaamheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement. Hieronder volgt een toelichting op de mutaties in de meerjarenbegroting 2027.

van huurkazernes naar koop. Als juiste opvolging van het Strategisch Vastgoedbeleid is hiermee goede begeleiding nodig in de noodzakelijke ontwikkeling in vastgoedsturing. De inschatting is een onttrekking van tweemaal € 0,1 miljoen aan externe begeleiding. De uitgaven kunnen worden gefinancierd vanuit de al gevormde bestemmingsreserve ‘Ontwikkel en innovatiebudget’.

Afschrijvingskosten Meldkamer Hollands Midden

Vanuit de onvermijdelijke meerkosten (vanaf 2026) doteert VRHM jaarlijks € 0,1 miljoen om aan de extra groot onderhoudsbehoeften. Vanuit de reserve kunnen een aantal grotere projecten worden gefinancierd in de jaren 2028-2030. In 2027 vindt (naar huidige inschatting) geen onttrekking van de reserve plaats. De onderhoudsbehoeften (veelal correctief) passen in de reguliere beschikbare onderhoudslasten.

De reserve is opgebouwd als dekking van de resterende exploitatielasten van de voormalige Gemeenschappelijke meldkamer Hollands Midden. De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten in verband met de herbestemming van de Meldkamer.

Ontwikkel- en innovatiebudget VRHM krijgt meer en meer te maken met een eventuele overdracht

Reserve groot onderhoud gebouwen Het doel van de reserve is het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van het vastgoed. De uitgaven worden gevoed van het MJOP.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

1-1-28

59

1 2 3 4 5

Tweede loopbaanbeleid De reserve is gevormd voor het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM. Reserve Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering De noodzakelijke (extra) uitgaven rondom het op orde brengen van de bedrijfsvoering, die over een periode van meerdere begrotingsjaren lopen, kunnen gefinancierd worden vanuit de reserve. In 2025 zijn, conform begroting, de uitgaven voor de ondersteuning van de verbijzonderde interne controle (€ 0,15 miljoen) vanuit de reserve gefinancierd. Daartegenover staat een voorgesteld dotatie in 2025 vanuit het exploitatieresultaat. De overige besteding is voorzien in de jaren 2026-2028. Die dotatie is gelinkt aan: • Het project Toekomstbestendige Vakbekwaamheidsstaf moet een oplossing vinden voor het juist fiscaal en arbeidsrechtelijk oplossen van ‘verkapte’ formatie bij Vakbekwaamheid. Wachten tot het moment dat in de begroting 2028 structureel middelen beschikbaar komen, is niet voldoende. Vanuit de wet DBA (n.a.v. het Deliverooarrest) moet de VRHM stappen blijven zetten om de verkapte formatie op een correcte wijze te verwerken; anders zijn er substantiële risico’s met daarbij de verplichting om alsnog een structurele oplossing te vinden. o Dit geeft noodzaak om vooruitlopend op de begroting 2028 al stappen te blijven zetten met incidentele middelen.

VRHM monitort in hoeverre deze reserve voldoende is om de opstartkosten te kunnen financieren.

• Vanuit de bestemmingsreserve WWB was al de opstart en bege-

leiding voor de verbijzonderde interne controle voorzien. Als ook de noodzakelijke externe inhuur voor de professionalisering van de bedrijfsvoering in algemene zin, voornamelijk het invullen van kritische posities.

Weerbaarheid door de VRHM VRHM heeft inzichtelijk gemaakt welke uitgaven nodig zijn om zelfstandig en betrouwbaar 72 uur te kunnen functioneren tijdens een grootschalige en langdurige stroomuitval. We hebben het hier in andere woorden over ‘no regret’ investeringen. Investeringen die we hoe dan ook moeten maken voor de continuïteit. De uitgaven c.q. investeringen vinden grotendeel plaats in 2026 en deels in 2027. In totaliteit is de inschatting dat dit € 1,15 miljoen kost. Dit bestaat onder andere uit: • Basisvoorzieningen voor alle kazernes en crisisruimten zoals noodstroom, water, voeding en hygiënemaatregelen (€ 0,02 miljoen per kazerne, totaal € 0,99 miljoen). Algemene voorzieningen zoals de aanschaf van 2 brandstoftanks, 2 • brandstofaanhangers en algemene projectkosten (totaal € 0,16 miljoen). VRHM stelt voor om de totale ‘no regret’-uitgaven toe te voegen aan de bestemmingsreserve Weerbaarheid & BCM, vanuit het positieve exploitatieresultaat 2025. Op deze manier leidt dit in deze fase niet tot een extra financieringsvraag bij gemeenten. Daarbij doet VRHM een voorstel om de bestemmingsreserve Weerbaarheid om te vormen tot ‘Weerbaarheid & BCM’. Vanuit de niet-bestede middelen van de extra BDuR-uitkering 2025 stelt VRHM voor een toevoeging (ter hoogte van € 0,9 miljoen) aan diezelfde reserve Weerbaarheid & BCM te doen.

Hieruit kan gefinancierd worden: • De noodzakelijke uitgaven voor noodcommunicatie. • Overige weerbaarheid, onder andere twee trainees.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

In het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB) is vermeld dat VRHM voornemens is om een voorziening te vormen voor het groot onderhoud. Per heden is de bestemmingsreserve beschikbaar voor die uitgaven. Vanwege het feit dat de jaren 2026 en vooral 2027 in het teken staan van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom de onderhoudsplanning, is de invoering van een voorziening per heden nog opportuun. VRHM koerst hier naar het omslagpunt per ontwerpprogrammabegroting 2028 in de nieuwe beleidsplanperiode.

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

60

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.1.6 Voorzieningen Voorzieningen (bedragen x € 1.000,-)

Voorlopige realisatie 1-1-25

Begroting 2026

Dotatie Onttrekking Realisatie 31-12-25

1-1-26

Dotatie Onttrekking 31-12-26

6.001 1.699 137 -

426 264 -

-57 -

-132 -237 -32 -

5.868 1.888 312 -

5.868 1.888 312 -

-

-567 -251 -

5.301 1.888 61 -

Totaal Voorzieningen

7.837

690

-57

-401

8.068

8.068

-

-818

7.250

Voorzieningen (bedragen x € 1.000,-)

Begroting 2027 1-1-27

Dotatie Onttrekking 31-12-27

Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden Groot onderhoud

5.301 1.888 61 -

-

-485 -13 -

4.816 1.888 48 -

Totaal Voorzieningen

7.250

-

-498

6.752

Voorzieningen (bedragen x € 1.000,-)

Meerjarenramingen 1-1-28

+/-

31-12-28

1-1-29

+/-

31-12-29

1-1-30

+/-

31-12-30

Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden Groot onderhoud

4.816 1.888 48 -

-493 -

4.323 1.888 48 -

4.323 1.888 48 -

-523 -

3.800 1.888 48 -

3.800 1.888 48 -

-462 -

3.339 1.888 48 -

Totaal Voorzieningen

6.752

-493

6.259

6.259

-523

5.736

5.736

-462

5.275

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden Groot onderhoud

61

1 2 3 4 5

Met het spaarverlof krijgen de collega’s de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig. Voor de meerjarenbegroting zijn dotaties en onttrekking lastig te voorspellen. Daarom is de hoogte van de voorziening constant gehouden. In werkelijk vinden jaarlijks wel mutaties plaats.

Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) Voorziening Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Gouda In het ontvlechtingsprotocol d.d. 18 december 2009 zijn afspraken gemaakt voor (onder andere) de overdracht van het beroepsbrandweerpersoneel. Voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeente Gouda is een afkoopregeling (‘clean cut’) overeengekomen. Hierdoor ligt de feitelijke verplichting en het financieel risico met betrekking tot het functioneel leeftijdsontslag (FLO) bij de VRHM. Voor de verwachte toekomstige uitgaven is een voorziening gevormd. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen en wordt jaarlijks opnieuw berekend. De toekomstige verplichtingen worden gebaseerd op de daarvoor geldende regels en voorwaarden van het FLO-overgangsrecht in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel. De verplichting van VRHM loopt tot en met 2028.

Voorziening Verlofsparen De afspraak over verlofsparen is ingegaan op 1 januari 2022 als gevolg van aanpassing van de CAO 2021-2022. Het bovenwettelijke verlof, overwerkvergoeding, gekochte bovenwettelijke uren, verlofuren uit onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst kunnen door medewerkers worden omgezet in spaarverlof. De voorziening voor verlofsparen is op balansdatum 2025 herijkt. De hoogte betreft het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers is omgezet in spaarverlof. De berekening is gebaseerd op de actuele uurlonen per 31 december 2025.

Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. Bij deelname aan de regeling volgt ontslag. In een op te stellen vaststellingsovereenkomst verklaar je geen WW-uitkering aan te vragen. De begrote uitbetalingen in 2026 en 2027 zijn conform de afgesloten overeenkomsten.

Voorziening groot onderhoud In het SVB is vermeld dat VRHM voornemens is om een voorziening te vormen voor het groot onderhoud. Per heden is een bestemmingsreserve beschikbaar voor die uitgaven. Vanwege het feit dat de jaren 2026 en vooral 2027 in het teken staan van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom de onderhoudsplanning, is de invoering van een voorziening per heden nog opportuun. VRHM koerst ook hier naar het omslagpunt per ontwerp-programmabegroting 2028 in de nieuwe beleidsplanperiode. De hoogte van de voorziening is vooralsnog op nul gehouden.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

De hoogte van de voorzieningen per 1 januari 2026 is na verwerking van het voorlopig resultaat 2025. Deze is nog niet definitief, gezien de accountantscontrole en het vaststellen van de jaarstukken 2025 in het algemeen bestuur. Voor de volledigheid zijn de conceptcijfers 2025 al wel verwerkt in de openingsbalans 2026. Onderstaand volgt de aanvullende toelichting op de voorzieningen.

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

62

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.2.1 Strategisch Vastgoedbeleid

In het SVB staat onder andere vermeld dat het MJIP en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) jaarlijks geactualiseerd worden. Als onderdeel van de jaarlijkse planning- en controlcyclus blijft de investerings- en onderhoudsplannen daarmee actueel. Na actualisatie kunnen bijvoorbeeld aanpassingenoptreden als gevolg van: • Het bijwerken van de (investerings)bedragen van bekende projecten. Bijvoorbeeld na het opvragen van offertes. • De geplande groot onderhoudsprojecten beoordelen op nut-en noodzaak, in relatie tot geplande investeringsprojecten. Bijvoorbeeld dat na een renovatie niet opnieuw groot onderhoud gepland wordt.

• Indexatie van geraamde bedragen. In de meerjarenbegroting

• •

indexeert VRHM de baten en lasten alleen voor het eerste begrotingsjaar. De meerjarenbegroting blijft vervolgens geïndexeerd. Daarmee dienen we ieder jaar een indexatie van de toekomstige uitgaven op te nemen. De organisatorisch haalbaarheid van geplande projecten, vooral in de kortere planperiode. Voor de nieuwe beleidsplanperiode kunnen, in samenspraak met het Bestuur, eventueel nieuwe uitgangspunten bepaald worden.

De jaren 2026 en vooral 2027 staan, wat betreft het Strategisch Vastgoedbeleid, in het teken van het structureel inbedden van de (financiele) processen rondom het onderhoudsplanning. Hiermee ziet VRHM 2028 als een omslagpunt richting een juiste PDCA-cyclus, dat grip geeft in planning en uitgaven van het noodzakelijke onderhoud.

Herziening van het MJOP ten opzichte van het vastgestelde SVB De inventarisatie van het benodigde onderhoud van alle kazernes is in het najaar van 2023 uitgevoerd door een externe partij. De bron van deze inventarisatie gebruikt VRHM per heden nog als uitgangspunt voor zowel het correctief- als het groot onderhoud. Daarbij worden de groot onderhoudsprojecten beoordeeld naar aanleiding geplande investerings- en DUMAVA-projecten. Logischerwijs voert VRHM geen dubbele werkzaamheden uit. Vanuit de onvermijdelijke meerkosten (vanaf 2026) doteert VRHM jaarlijks € 100.000,- aan de bestemmingsreserve om aan de extra groot onderhoudsbehoeften. Vanuit de reserve kunnen een aantal grotere projecten worden gefinancierd in de jaren 2028-2030. In 2027 vindt (naar huidige inschatting) geen onttrekking van de reserve plaats. De onderhoudsbehoeften (veelal correctief) passen in de reguliere beschikbare onderhoudslasten.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

VRHM werkt met een planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) om investeringsmiddelen voor vastgoed zorgvuldig te plannen, reserveren en verantwoorden. Zo kunnen zowel grote als kleinere projecten – van renovatie tot nieuwbouw – tijdig en met passende financiële dekking worden uitgevoerd. In het najaar van 2025 is het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB) vastgesteld. De daarin beschreven uitgangspunten zijn en blijven leidend bij het opstellen van de ontwerp-programmabegroting 2027-2030. Dit zijn onder meer: • Het centraal stellen van de maatschappelijke taak van de veiligheidsregio, waarbij huisvesting primair ondersteunend is aan paraatheid, repressieve inzet en veiligheid; • Het realiseren van gebruikersgerichte en inclusieve werkomgevingen die gezond, veilig en toegankelijk zijn voor medewerkers en vrijwilligers; • Het ontwikkelen en beheren van vastgoed dat technisch toekomstbestendig, duurzaam en energie-efficiënt is, met aandacht voor circulariteit en klimaatbestendigheid; • Het versterken van samenwerking met gemeenten en ketenpartners bij ontwikkeling, beheer en investeringen in vastgoed; • Het sturen op een integrale vastgoedportefeuille waarbij onderhoud, investeringen en gebruik samenhangend worden gepland via het Meerjareninvesteringsplan (MJIP) en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP).

63

1 2 3 4 5

Onderhoudslasten kapitaalgoederen (bedragen x €1.000)

Voorlopige realisatie

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Meerjarenramingen 2028

2029

2030

1.624 1.205 177

981 899 195

928 1.127 200

1.000 1.127 200

1.000 1.127 200

1.000 1.127 200

Totaal Onderhoudslasten kapitaalgoederen

3.006

2.075

2.255

2.327

2.327

2.327

3.2.2

Meerjareninvesteringsplan (MJIP)

Meerjareninvesteringsplan

Meerjarenramingen

Begroting

(bedragen x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Nieuwbouw Renovaties Totaal Gebouwen

1.415 1.415

4.850 4.850

9.960 9.960

2.525 2.525

Voertuigen Bepakking Vaartuigen Containers en aanhangers Totaal Mobiliteit

2.851 580 240 3.671

4.122 4.122

5.407 230 5.637

196 196

-

303 303

330 330

-

Informatie Technologie Totaal Informatiemanagement

596 596

348 348

333 333

593 593

Werkplaatsen en PPMO baan Totaal Overig Brandweerzorg

250 250

-

356 356

-

5.932

9.623

16.616

3.314

Kleding Duikapparatuur Verbindingsmiddelen Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting

Totaal Meerjaren Investeringsplan

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Gebouwen Vervoersmiddelen Persoonlijke functionele uitrusting

64

1 2 3 4 5

Relevante ontwikkelingen Gebouwen

Onderstaande regels (5 en 6) zijn voorlopig nog grove inschattingen. De projecten zijn nog niet gestart en de bedragen zijn ook nog verre van getoetst. In het overzicht op de volgende pagina staan beide projecten wel vermeld in het rood. Echter, de investeringsbedragen en de kapitaalslasten zijn niet verwerkt in de ontwerp-programmabegroting. De kapitaalslasten kan VRHM op dit moment, binnen de huidige planning, nog niet dragen, gezien de meerjarenbegroting. 5. Voor de kazerne Zwammerdam wordt, na huuropzegging van de gemeente, in samenspraak gezocht naar een alternatieve locatie. In de meerjarenplanning houden we daardoor rekening met een investering in een nieuw gebouw in 2028. De hoogte van de investering schat VRHM in door het naast een vergelijkbare kazerne te leggen, qua grootte. a. Merk op: De investering is wel opgenomen in het meerjaren investeringsplan. Echter, VRHM kan de toekomstige kapitaalslasten van deze investering momenteel niet dragen. Ook de daadwerkelijke uitgaven van € 2 miljoen zijn door VRHM niet op te hoesten. Vandaar dat gekozen is om de investeringsopgave wel weer te geven. Alleen zijn de uitgaven en kosten niet meerjaren begroot. 6. Door veranderingen in bijvoorbeeld beleidsontwikkeling dient VRHM de meerjarenplanning aan te passen.

Bijvoorbeeld er dient bij de meerjarenraming 2027-2030 rekening gehouden te worden met de gebiedsontwikkeling in de regio Katwijk. Deze kazerne was in het SVB nog niet in de horizon opgenomen. De huidige inschatting geeft een mogelijke investering in 2029. a. Merk op: De investering is wel opgenomen in het meerjaren investeringsplan. Echter, VRHM kan de toekomstige kapitaalslasten van deze investering momenteel niet dragen. Ook de daadwerkelijke uitgaven van € 5 miljoen zijn door VRHM niet op te hoesten. Vandaar dat gekozen is om de investeringsopgave wel weer te geven. Alleen zijn de uitgaven en kosten niet meerjaren begroot. b. Daarbij houden we met elkaar vast aan de uitgangspunten van een natuurlijk moment voor de afweging van een mogelijke overname door VRHM.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Geactualiseerd (voor de ontwerp-programmabegroting 2027) in het MJIP ten opzichte van het vastgestelde SVB 1. In 2026 wordt de praktische haalbaarheid getoetst van de maatregelen in het kader Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA). Tegenover deze maatregelen staan ook subsidiebedragen. De maatregelen betreffen onder meer: warmtepomp, zonnepanelen, boilers en accu’s. Update van de uitgangspunten voor de ontwerpprogrammabegroting 2027: a. De DUMAVA-investering voor het kantoor Leiden-Zuid zijn in de uitvoering verdeeld over de 2025 en 2026, waar eerder alleen 2025 was opgenomen. Het grootste deel is al in 2025 uitgevoerd (ruim € 0,15 miljoen), een deel van de werkzaamheden liepen door in 2026. b. Voor de kazerne Hazerswoude zijn de DUMAVA-investeringen haalbaar in 2026. c. De overig vastgestelde kazernes vanuit het SVB worden in 2027 uitgevoerd. -. Dit betekent een doorschuif van investeringen (met aftrek van subsidie) vanuit 2025 en 2026 naar 2027 à € 0,27 miljoen (kazernes Bergambacht, Haastrecht en Benthuizen). Zevenhuiven blijft staan voor 2027. 2. De aanschaf van noodgeneratoren, in het kader van bedrijfscontinuïteitmanagement, is verplaatst naar 2026. Om continuïteit van onze dienstverlening te garanderen, is de voorbereiding gestart voor de aanschaf van noodgeneratoren. De aanschaf betreft, volgens onze financiële kaders, een investering.

De kapitaalslasten worden gedekt vanuit de reserve Weerbaarheid. 3. De aanschaf van een beveiligingsplatform voor de vier beroepskazernes is doorgeschoven naar 2026. a. De technische implementatie hiervan staat gepland voor 2027. Die implementatie dient uit de jaarlijkse exploitatie gedekt te worden. 4. De verbouwing van kazerne Woubrugge is toegevoegd in het MJIP. De uitvoering hiervan staat gepland in 2026.

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

65

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Hieronder volgt het volledige overzicht met de op dit moment te voorziene investeringen in gebouwen: Locatie

Investering

2026

2027

2028

2029

2030

(bedragen x €1.000)

Kazerne Bergambacht

Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen

-

138

-

-

-

2

OD24

Renovatie noodstroomvoorziening (BCM)

-

-

-

-

-

3

BCM

Vaste NSA LDZ 300 kVA

169

-

-

-

-

4

BCM

Vaste NSA GDA 40 kVA

88

-

-

-

-

5

BCM

Vaste NSA APN 40 kVA

71

-

-

-

-

6

LDN/LDZ/APN/GDA

Beveiligingsplatform - hardware installatie

-

150

-

-

-

7

Leiden-Zuid Kantoor

Duurzaamheid: o.a. Luchtbehandeling + warmtepomp + LED verlichting + Zonnepanelen

44

-

-

-

-

8

Leiden-Zuid OD24

Renovatie OD24

563

938

-

-

-

9

Kazerne Reeuwijk

Cosmetisch renovatie

10

Kazerne Schoonhoven

Aankoop gemeentewerf + aankoop grond

11

Kazerne Schoonhoven

Inrichting

85

-

-

-

-

12

Kazerne Schoonhoven

Renovatie bouwkundig & installatietechnisch

612

-

-

-

-

13

Kazerne Schoonhoven

Aansluitkosten nutsvoorzieningen en leges

49

-

-

-

-

14

Kazerne Schoonhoven

Advies, leges en overige voorbereidingskosten

88

-

-

-

-

15

Kazerne Haastrecht

Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen, boiler en accu.

-

45

-

-

-

16

Kazerne Benthuizen

Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen, boiler en accu.

-

83

-

-

-

17

Kazerne Hazerswoude

Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen, boiler en accu.

60

-

-

-

-

18

Kazerne Zevenhuizen

Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen en boiler.

-

63

-

-

-

19

Kazerne Woubrugge

Renovatie

126

-

-

-

-

20

Kazerne Nieuwveen

Nieuwbouw + aankoop grond

-

- 2.850

-

-

21

Kazerne Zwammerdam

Nieuwbouw (nog onbekend/locatieonderzoeksfase)

-

- 2.000

-

-

22

Kazerne Waddinxveen

Nieuwbouw + aankoop grond

-

-

- 3.210

-

23

ROB Waddinxveen

Nieuwbouw + aankoop grond

-

-

- 1.750

-

24

Kazerne Katwijk

Nieuwbouw (nog onbekend/locatieonderzoeksfase)

-

-

- 5.000

-

25

Kazerne Ter Aar

Nieuwbouw + aankoop grond

-

-

-

Subtotaal investeringen gebouwen

250

-

-

-

-

1.240

-

-

-

-

- 2.525

3.444 1.415 4.850 9.960 2.525

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

1

66

1 2 3 4 5

Mobiliteit

De doelstelling van de treasuryfunctie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisa• tie. • Het minimaliseren van de rentekosten. Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden.

Persoonlijke functionele uitrusting Nieuwe aanschaf van kleding en duikapparatuur volgt in respectievelijk 2028 en 2029.

Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen.

Overige Brandweerzorg

De veiligheidsregio houdt zich aan de in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van de VRHM is geen sprake van grondexploitatie.

VRHM heeft aanpassingen gepland in de ademluchtwerkplaats. Hierbij worden onder andere: • De ademluchtcompressor vervangen (€ 0,17 miljoen) • Onderdelen van de PPMO-baan vervangen (€ 0,09 miljoen)

Informatiemanagement De geplande investeringen op het gebied van ICT hebben betrekking op: • De vervanging van laptops, tablets en mobiele telefoons. • Daarnaast vervanging van ROIV-tablets (Repressieve Operationele Informatie Voorziening). Deze worden gebruikt in de brandweervoertuigen.

3.3.2 Kasgeldlimiet en renterisiconorm Twee elementen uit de ‘Wet Financiering decentrale overheden’ (FIDO) zijn de kasgeldlimiet en de renterisicovorm. De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie op een volgende kwartalen wordt overschreden.

Kasgeldlimiet

3.3 Financiering 3.3.1 Algemeen De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan risicobeheer binnen de treasuryfunctie.

De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

In 2027 wordt voor € 3,7 miljoen geïnvesteerd in brandweermaterieel en werkplaatsen. Er wordt o.a. geïnvesteerd in: • Brandweervaartuigen (€ 0,68 miljoen) • Piketvoertuigen (€ 0,14 miljoen) • Poederblusaanhangers (€ 0,08 miljoen) • Operationeel ondersteuningsvoertuigen (€ 2,48 miljoen) • Vervanging van haakarmbakken en aanhangers (€ 0,16 miljoen).

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

67

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst.

Kasgeldlimiet

Voorlopige realisatie

Begroting

Begroting

(bedragen x €1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

73.432 8,2% 6.021

78.839 8,2% 6.465

85.424 8,2% 7.005

85.424 8,2% 7.005

85.464 8,2% 7.008

85.504 8,2% 7.011

Voor het jaar 2027 is de omvang van de begroting € 85,4 miljoen. Daarmee bedraagt de toegestane kasgeldlimiet € 7,0 miljoen.

Kasgeldlimiet

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(bedragen x €1.000)

Kw.1 - 2027

Kw.2 - 2027

Kw.3 - 2027

Kw.4 - 2027

7.005 8,2% 6.737 -267

7.005 8,2% 6.389 -616

7.005 8,2% 6.980 -25

7.005 8,2% 8.482 1.477

Kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Gemiddeld netto vlottende schuld Ruimte of overschrijding

Bovenstaande tabel geeft aan hoeveel de overschrijding van de kasgeldlimiet volgens de prognose bedraagt of hoeveel VRHM onder de toegestane kasgeldlimiet blijft. Het negatieve saldo duidt aan dat VRHM onder het kasgeldlimiet blijft.

Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar). Uit de tabel blijkt dat VRHM ruimschoots binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijft. Dit monitoren wij voortdurend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen. Op basis van onderstaande tabel wordt getoond dat vanaf 2027 meerjaren voldoende ruimte is om de nieuwe en langlopende leningen af te lossen. Voorlopige realisatie 2025

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

2029

2030

Exploitatiebegroting 01-01 Renterisiconorm % Renterisiconorm Renteherzieningen Aflossingen bestaande leningen Renterisico

73.432 20% 14.686 -3.470 -3.470

78.839 20% 15.768 -4.065 -4.065

85.424 20% 17.085 -4.220 -4.220

85.424 20% 17.085 -4.560 -4.560

85.464 20% 17.093 -5.170 -5.170

85.504 20% 17.101 -5.181 -5.181

Ruimte onder de renterisiconorm

11.216

11.703

12.865

12.525

11.923

11.920

Renterisiconorm (bedragen x €1.000)

Meerjarenramingen

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Omvang van de begroting per 01-01 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Toegestane kasgeldlimiet

Meerjarenramingen

68

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.3.3 Stand der leningen en financieringspositie De leningenportefeuille dient voornamelijk ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting en vervanging van het wagenpark. Voorlopige realisatie

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Bestaande leningen Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Stand per 31 december

59.515 -3.470 56.045

56.045 -3.480 52.565

61.730 -3.950 57.781

62.011 -4.230 57.781

62.951 -4.570 58.381

67.781 -5.181 62.600

Mutaties leningen Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Saldo

-

9.750 -585 9.165

4.500 -270 4.230

5.500 -330 5.170

10.000 -600 9.400

-

Totaal overzicht geldleningen Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen

59.515 -3.470

56.045 9.750 -4.065

61.730 4.500 -4.220

62.011 5.500 -4.560

62.951 10.000 -5.170

67.781 -5.181

Stand per 31 december

56.045

61.730

62.011

62.951

67.781

62.600

(bedragen x €1.000)

Leningenportefeuille

Meerjarenramingen

In de jaren 2024 en 2025 zijn geen extra externe financieringen aangetrokken. Aflossingen hebben, in lijn met de contracten, wel plaatsgevonden. In 2027 is, gezien de investeringsbehoefte, wel noodzaak tot aantrekken van externe financiering. Op basis van de geplande investeringen vanaf 2028 is behoefte aan extra kapitaal om de investeringen te financieren. Daarnaast is de financieringsbehoefte in 2026 hoger dan in de Programmabegroting van 2026 weergegeven. Dit komt onder meer door het niet aantrekken van financiering in 2025. Met daarbij een incidentele ontvangst in 2025, die in 2026 terugbetaald is.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Stand van de geldleningen

69

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.3.4 Rentetoerekening Rentetoerekening

Meerjarenramingen

Begroting

Renteresultaat (bedragen x €1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Externe rentelasten Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

1.620 0 1.620

1.267 -200 1.067

1.607 -200 1.407

1.801 -200 1.601

1.678 -200 1.478

Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-

-

-

-

-

Rente over eigen Vermogen Rente over Voorzieningen Rente over het Eigen Vermogen en Voorzieningen

-

-

-

-

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.620

1.067

1.407

1.601

1.478

Aan taakvelden toegerekende rente

-1.620

-1.067

-1.407

-1.601

-1.478

-

-

-

-

-

Waardevaste activa per 31 december

75.437

73.948

73.733

77.127

71.920

Omslagrente

2,15%

1,71%

2,18%

2,34%

2,33%

Renteresultaat op het taakveld Treasury

Toelichting: Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen, zijnde de totale waarde van de activa per 31 december. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. De omslagrente 2027 bedraagt naar verwachting 1,71% en loopt op tot 2,33% in 2030. De VRHM kent alleen externe rentelasten op langlopende leningen. Deze worden volledig toegerekend aan de programmataken. Rente over het eigen vermogen of over voorzieningen worden niet toegerekend.

3.3.5 Financiële kengetallen Financiële kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Begrote structurele exploitatieruimte

Voorlopige realisatie

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

65,6% 11,1% 2,5%

72,3% 9,4% 0,0%

70,8% 7,8% 0,0%

72,4% 6,7% 0,0%

77,6% 5,8% 0,0%

72,6% 5,5% 0,0%

Meerjarenramingen

De bovenstaande tabel geeft een structurele exploitatieruimte van 0% weer. Er is sprake van een sluitend financiële begroting, zonder een tekort of overschot.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Begroting

70

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

3.4 Bedrijfsvoering Netto schuldquote Vanaf paragraaf 2.2 ‘Programmaplan Meldkamer Brandweer’ wordt nader uiteengezet wat de doelen en prestaties zijn die VRHM binnen de primaire processen wil realiseren. In paragraaf 2.8 worden de 12 ontwikkelopgaven nader toegelicht.

Vanaf 2026, gezien de ontwikkeling van de schulden als gevolg van investeringsbehoefte, is noodzaak tot aantrekken van externe financiering. Dat is tevens de oorzaak van de stijgende netto schuldquote.

3.5 Verbonden partijen

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate weer, waarin VRHM op lange termijn in staat is aan de financiële verplichtingen (schulden) kan voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen eigen vermogen en het totale vermogen en toont de financiële gezondheid en buffervermogen aan. De solvabiliteitsratio is, zeker in vergelijking met andere veiligheidsregio’s, relatief laag. Dit wordt veroorzaakt door een relatief hoge (externe) financiering ten opzichte van de reserves. De financiering was voornamelijk noodzakelijk voor het brandweermaterieel. In de (nabije) toekomst komt hier ook de investeringen voor het vastgoed bij.

In deze paragraaf worden de partijen benoemd waarmee VRHM een bestuurlijke en financiële band heeft. Er is sprake van financieel belang als aan een verbonden partij middelen ter beschikking is gesteld die niet verhaalbaar zijn indien de verbonden partij failliet gaat (art. 1 lid c BBV). Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht (art. 1 lid d BBV). In 2027 kent VRHM twee verbonden partijen: • Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). • Expertisebureau Risicobeheer. Bij beide partijen ontbreekt het bestuurlijke belang. VRHM doet jaarlijks een bijdrage aan de hierboven genoemde partijen.

Gemeenschappelijke belangen De lichte verbetering van de jaren 2025 en 2026 komt ook hier voort uit het niet aantrekken van extra externe financiering. Met daarbij het positieve exploitatieresultaat 2025 met een intentiebesluit om toe te voegen aan de bestemmingsreserves. Vanaf 2027 daalt de ratio, ook weer gezien de eerder toegelichte investeringsbehoefte.

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een vergelijking van het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. De exploitatieruimte wordt in bovenstaande tabel als percentage uitgedrukt. De begrote structurele exploitatieruimte is het begrotingssaldo na verwerking van de mutaties aan reserves. In 2027 (en meerjarenramingen) bedraagt de begrote structurele exploitatieruimte nul.

De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. • De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. • De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. • De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding. Conform artikel 47 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2025 waarborgen dan wel stellen zich garant voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRHM ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten, inclusief aflossingen binnen de ruimte in de exploitatie.

71

1 2 3 4 5

4 Financiële begroting

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting

Voorlopige realisatie

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Baten programmataak fysieke veiligheid Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage (BDUR) Rijksbijdrage (aanvullende BDUR) Overige rijksbijdrage Overige bijdragen

-79.312 -67.118 -7.974 -2.388 -1.832

-79.414 -68.293 -7.400 -2.430 -1.291

-85.424 -71.735 -8.560 -2.536 -1.400 -1.193

-85.424 -71.735 -8.560 -2.536 -1.400 -1.193

-85.464 -71.735 -8.560 -2.536 -1.440 -1.193

-85.504 -71.735 -8.560 -2.536 -1.480 -1.193

Lasten programmataak fysieke veiligheid Programmataken Totaal Programmataken Meldkamer Brandweer Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR

77.444

79.810

86.811

86.453

86.058

85.987

50.767 1.353 38.949 7.732 790 1.943

53.543 1.557 40.135 8.962 903 1.985

57.976 1.629 41.949 10.980 1.131 2.287

57.799 1.629 41.906 10.846 1.131 2.287

57.786 1.629 41.983 10.756 1.131 2.287

57.831 1.629 42.093 10.691 1.131 2.287

Totaal Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering

26.677 5.478 21.199

26.267 4.907 21.360

28.835 5.812 23.022

28.654 5.927 22.727

28.272 5.942 22.330

28.156 5.957 22.200

Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves

-1.869 -150

396 173 -569

1.387 173 -1.560

1.029 173 -1.202

594 173 -767

483 173 -656

Geraamd resultaat voor bestemming VPB

-2.019 -

-

-

-

-

-

Geraamd resultaat voor bestemming

-2.019

-

-

-

-

-

Wat gaat het kosten? (bedragen x €1.000)

Meerjarenramingen

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Onderstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (inclusief overhead) per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid. De baten en lasten exclusief overhead staan vermeld in paragraaf 2.9.5 ‘Kosten van overhead’.

72

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Toelichting op de baten en lasten

Gemeentelijke bijdrage Voor het jaar 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 zijn de bestuurlijke uitgangspunten bepalend. De gemeentelijke bijdragen van 2027 is inclusief de bijdrage voor de programmataak GHOR. Daarbij zijn ook de bijdrage aan Slachtofferhulp in opgenomen. De indexatie van 2026 naar 2027 bedraagt 4,98%. Per gemeente kan de individuele indexatie verschillen, zoals op pagina 11 vermeld.

BDuR Uit de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt een deel van de uitgaven aan Brandweer en Crisisbeheersing (inclusief het geneeskundige deel) op regionaal niveau bekostigd. Op basis van het, bij de start van het Kabinet Schoof opgestelde, Hoofdlijnenakkoord is de BDuR met ingang van 2026 met 10% gekort, evenredig over alle onderdelen. Deze korting heeft zich voor VRHM vertaalt in € 0,72 miljoen minder inkomsten vanuit het Rijk, loon-prijsbijstelling daargelaten. De BDuR is vanaf 2027 landelijk structureel opgehoogd met € 25 miljoen (VRHM: € 0,98 miljoen). Deze verhoging is gealloceerd voor de (extra) taken van de veiligheidsregio bij de programmataak Risico- en crisisbeheersing.

Daarnaast is een landelijk bedrag, meerjaren oplopend naar € 37 miljoen, beschikbaar. De toekenning heeft als doel ‘de noodsteunpunten en burgerhulpverlening’. Afgerond is daarvoor € 1,4 miljoen beschikbaar voor VRHM. De baten en lasten zijn jaarlijks budgetneutraal opgenomen.

Overige bijdragen De overige bijdragen bestaan onder meer uit: • Bijdrage USAR; • Bijdrage STH; • Bijdrage Complete Lijn Uitschakeling (25kV). De afname van de overige bijdragen ten opzichte van 2026 van € 0,1 miljoen wordt veroorzaakt doordat in 2027 geen van verkoopwinst van materiële activa voorzien is, in combinatie met een verlaging van de rentebaten.

Uitgaven in lasten van de programmataken, directie & Staf en bedrijfsvoering De lasten in de ontwerp-programmabegroting 2027 nemen minimaal toe. Zie de toelichting in de beleidsbegroting per programmataak.

VBP Vennootschapsbelasting is niet van toepassing.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

De ontwerp-programmabegroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het jaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

73

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden Een uniforme indeling van de ontwerp-programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie, onder andere op basis van externe vergelijkbaarheid Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Baten: fysieke veiligheid 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid

-79.312 -498 -78.814 -

-79.414 -200 -79.214 -

-85.424 -200 -85.224 -

-85.424 -200 -85.224 -

-85.464 -200 -85.264 -

-85.504 -200 -85.304 -

Lasten: fysieke veiligheid 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Onvoorzien 1.1 Crisisbeheersing en brandweerzorg 1.2 Openbare orde en veiligheid 8.3 Wonen en bouwen

77.444 122 16.708 1.327 59.285 -

79.810 57 15.982 1.640 62.131 -

86.811 18.696 1.401 66.713 -

86.453 17.657 1.450 67.345 -

86.058 17.282 1.573 67.203 -

85.987 17.046 1.528 67.413 -

Saldo voor bestemming: fysieke veiligheid Mutatie reserves: fysieke veiligheid 0.10 Mutaties Reserves

-1.869 -150

396 -396

1.387 -1.387

1.029 -1.029

594 -594

483 -483

Resultaat na bestemming: fysieke veiligheid VPB

-2.019 -

-

-

-

-

-

Resultaat na belasting: fysieke veiligheid

-2.019

-

-

-

-

-

(bedragen x €1.000)

Meerjarenramingen

4.3 Geprognosticeerde balans en toelichting De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren geeft meerjarig inzicht in de ontwikkelingen van de investeringen, het aanwenden van reserves en de daarmee samenhangende financieringsbehoefte.

Materiële Vaste Activa Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij VRHM is er alleen sprake van investeringen met economisch nut. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Dat is bijvoorbeeld het geval bij investeringen met een DUMAVA-subsidie.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Vorlopige realisatie

Taakveld

74

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het kalenderjaar na ingebruikname van de activa, conform regelgeving in de financiële vordering. Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

(im) Materiële vaste activa met econ. nut Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa

72.806 7.716 80.522

75.437 7.365 82.802

73.948 7.014 80.962

73.733 6.663 80.396

77.127 6.312 83.439

71.920 5.961 77.881

Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa

6.476 445 1.624 8.545

2.668 300 1.573 4.541

3.405 250 1.373 5.028

2.893 200 1.308 4.401

3.091 250 1.216 4.557

3.076 300 1.316 4.692

Totaal Activa

89.067

87.342

85.990

84.797

87.996

82.573

Eigen vermogen Algemene reserve (eigen vermogen) Bestemmingsreserve (eigen vermogen) Gerealiseerd res. voor bestemming (eigenvermogen) Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva

9.926 2.305 5.422 2.199 8.067 56.045 74.038

8.087 1.921 6.166 7.250 61.730 77.067

6.700 1.921 4.779 6.752 62.011 75.463

5.671 1.921 3.750 6.259 62.951 74.881

5.077 1.921 3.156 5.736 67.781 78.594

4.594 1.921 2.673 5.275 62.600 72.469

Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva

12.020 3.009 15.029

7.593 2.682 10.275

8.482 2.045 10.527

8.276 1.641 9.916

8.165 1.237 9.402

8.771 1.333 10.104

Totaal Passiva

89.067

87.342

85.990

84.797

87.996

82.573

(bedragen x € 1.000,-)

Meerjarenramingen

Activa

Passiva

Toelichting op de balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Voorlopige realisatie

Geprognosticeerde balans per 31-12

75

1 2 3 4 5

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

Het verloop van de materiële vaste activa:

Materiële vaste activa

Begroting

Begroting

Vermeerderingen (investeringen)

Verminderingen (desinvestering en afschrijvingen)

31-12-26

1-1-27

Vermeerderingen (investeringen)

Verminderingen (desinvestering en afschrijvingen)

31-12-27

Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa

2.160 24.255 31.308 943 14.139

3.652 3.051 173 1.900

1.222 2.445 285 2.194

2.160 26.685 31.915 832 13.845

2.160 26.685 31.915 832 13.845

1.415 3.671 596 250

1.427 2.627 326 3.040

2.160 26.673 32.958 1.101 11.055

Totaal

72.806

8.777

6.146

75.437

75.437

5.932

7.422

73.948

Vermeerderingen (investeringen)

Verminderingen (desinvestering en afschrijvingen)

31-12-29

Materiële vaste activa (bedragen x €1.000,-)

Meerjarenraming 1-1-28

Vermeerderingen (investeringen)

Verminderingen (desinvestering en afschrijvingen)

31-12-28

1-1-29

Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa

2.160 26.673 32.958 1.101 11.055

2.850 4.122 348 303

1.501 2.473 480 3.384

2.160 28.022 34.607 969 7.974

2.160 28.022 34.607 969 7.974

4.960 5.637 333 686

1.653 2.348 570 3.651

2.160 31.330 37.896 732 5.009

Totaal

73.948

7.623

7.838

73.733

73.733

11.616

8.221

77.127

Materiële vaste activa (bedragen x €1.000,-)

Meerjarenraming 1-1-30

Toelichting van het verloop van de materiële vaste activa:

Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en 31-12-30 (investeringen) afschrijvingen)

Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit ICT-middelen Overige mat. vaste activa

2.160 31.330 37.896 732 5.009

2.525 196 593 -

1.943 2.092 654 3.832

2.160 31.912 35.999 671 1.177

Totaal

77.127

3.314

8.521

71.920

VRHM beschikt alleen over materiële vaste activa met economische nut. De materiële vaste activa wordt in 5 categorieën onderverdeeld. De boekwaarde van de materiële vaste activa neemt in 2027 toe. Dat is als gevolg van de investeringen die voor 2027 zullen plaatsvinden. In 2028 neemt de materiële vaste activa af. Vanaf 2029 nemen de investeringen wederom toe als gevolg van nieuwe investeringen.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

1-1-26

(bedragen x €1.000,-)

76

1 2 3 4 5

De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Jaren

Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit Persoonlijke Functionele Uitrusting (PFU) ICT-middelen

10-40 5-15 2-20 3-10

Financiële Vaste Activa Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Uitzettingen < 1 jaar en overlopende activa Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht.

Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene - en bestemmingsreserves. Het begrote eigen vermogen neemt in 2026 toe door dotaties aan de algemene - en bestemmingsreserve.

Vaste schuld De vaste schuld neemt in de meerjarenraming jaarlijks toe. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe leningen van VRHM.

Vlottende schuld De vlottende schuld van VRHM neemt jaarlijks af. De kort lopende schulden worden in 2027 afgelost en blijven in de meerjarenraming structureel laag. Grote investeringen worden met vaste schulden gefinancierd. De vaste – en vlottende schulden samen blijven jaarlijks bijna gelijk, behalve in 2029 wanneer extra financiering wordt aangetrokken.

Overlopende passiva De overlopende passiva heeft betrekking op verplichtingen die in het jaar 2027 worden opgebouwd en in het volgend jaar tot betaling komen. De overlopende passiva neemt vanaf 2026 enigszins af. In 2030 is er sprake van een toename.

(Ontwerp-) Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030

Soort activum

Inleiding Beleidsbegroting Paragrafen Financiële begroting Bijlagen

77

1 2 3 4 5

4.4 Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten

Meerjarenramingen

Begroting

2026

2027

2028

2029

2030

79.810 -79.414

86.811 -85.424

86.453 -85.424

86.058 -85.464

85.987 -85.504

(Geraamd totaal) Saldo baten en lasten (begrotingssaldo voor bestemming)

396

1.387

1.028

594

483

Beoogde toevoegingen aan reserves

173

173

173

173

173

Beoogde onttrekkingen aan reserves

-569

-1.560

-1.202

-767

-656

-

-

-

-

-

299

1.283

378

150

-

-299

-1.283

-378

-150

-

Saldo incidentele baten en lasten

-

-

-

-

-

Structureel begrotingssaldo (geraamd structureel resultaat)

-

-

-

-

-

Geraamde lasten Geraamde baten

Begrotingssaldo na bestemming (geraamd resultaat) Waarvan incidentele lasten en incidentele toevoegingen aan reserves Waarvan incidentele baten en incidentele onttrekkingen aan reserves

Toelichting: De bovenstaande tabel geeft inzicht in de incidentele en structurele baten en lasten, de mutaties aan de reserves en het begrotingssaldo weer. Alle incidentele lasten hebben een incidenteel karakter. In de jaren 2027 tot en met 2030 is er sprake van diverse incidentele lasten die met incidentele onttrekkingen uit de reserves worden gedekt. Op basis van de huidige begroting beschikt VRHM niet over aanvullende middelen om stijgen van incidentele lasten met structurele baten te dekken. VRHM heeft één structurele onttrekking, dit heeft betrekking op de overname van de meldkamer Leiden Zuid. De opgenomen baten en lasten in het overzicht voldoen aan de criteria van incidentele baten en lasten in de Notitie Structurele en Incidentele Baten en Lasten van de Commissie BBV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16931976/2