CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 F 717 Aanbieding voor zienswijze Ontwerp wijziging tekst IJsselgemeenten E23.005287

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wijziging GR IJsselgemeenten11.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook verstrekt IJSSELgemeenten informatie in het kader van de P&C-cyclus, waaronder inbegrepen de (concept)begroting, begrotingswijzigingen en het Jaarverslag Artikel 13.

Secretaris

Dit artikel behandelt de rol en positie van de secretaris. De (algemeen) directeur is secretaris. Artikel 14. Voorgenomen besluiten en zienswijze Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid van artikel 31a van de Wgr (zie artikel 10 lid 3 van deze regeling en de toelichting daarop), wordt het besluit tot oprichting van en de deelneming in

stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet genomen, dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten om een zienswijze is gevraagd. Dit is vastgelegd in artikel 31a van de Wgr en overgenomen in de leden 1 en 2. Onder een ingrijpende organisatorische wijziging wordt met name verstaan zeer omvangrijke nieuwe taken voor of toevoeging van nieuwe onderdelen van IJSSELgemeenten. IJSSELgemeenten kan als bedrijfsvoeringsorganisatie zelf geen beleid vaststellen. Op het vakgebied Sociale Zaken is sprake van het uitvoeren van wetten. De kaders van de uit te voeren wetten en het beleid worden vastgesteld door de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten. Om die reden zijn er op het vakgebied Sociale Zaken geen besluiten waarop de raden een zienswijze behoeven te geven. Op het vakgebied ICT & Automatisering is sprake van interne bedrijfsvoering. Investeringsbedragen op het gebied van ICT worden reeds opgenomen in de begroting. Besluiten tot het vaststellen of wijziging van de begroting vallen niet onder de voorgenomen besluiten als bedoeld in artikel 10 lid 5 Wgr, waarover de raden een zienswijze kunnen geven. Voor deze besluiten gelden namelijk afzonderlijke regelingen en procedures (zie de artikelen 34, 34a, 34b en 35 van de Wgr). In deze GR IJSSELgemeenten is dit toegelicht bij artikel 28. Artikel 15.

Evaluatie

In iedere GR moet op grond van artikel 11a van de Wgr een bepaling staan over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan ook inhouden dat niet wordt geëvalueerd. Met dit artikel is uitvoering gegeven aan artikel 11a van de Wgr. Zo worden er klantentevredenheidsonderzoeken en medewerkersonderzoeken uitgevoerd. Ook wordt deelgenomen aan benchmarks op het gebied van ICT en Sociale Zaken. Alle uitkomsten worden gedeeld, toegelicht en besproken.

Hoofdstuk 5. Artikel 16.

Ambtelijke organisatie

Kaders ambtelijke organisatie

Elke deelnemer geeft jaarlijks in een kaderbrief aan wat hij in de uitvoering voor het volgende jaar wenselijk acht (lid 1). Dit artikel regelt dat het bestuur de kaders stelt voor de ambtelijke organisatie in de vorm van een organisatiebesluit en een jaarplan (lid 2). Artikel 17.

Organisatiestructuur

De ambtelijke organisatie staat onder leiding van een directeur (eerste lid). Een bijzondere taak van de directeur is de periodieke evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de organisatiestructuur (tweede lid). Artikel 18.

Benoeming en ontslag personeel

Dit artikel regelt de rechtspositie van het personeel van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Per 1 januari 2020 is de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) in werking getreden. Door deze wet is het dienstverband tussen overheidswerkgever en ambtenaar overgegaan van het bestuursrecht naar het civiele recht. Hiermee is ook de bezwaarbehandeling via de commissie bezwaarschriften verdwenen die plaatsvond bij arbeidsconflicten. Artikel 11.5 van de CAO van de SGO schrijft voor dat er vanaf 1 januari 2020 een geschillencommissie moet worden ingesteld voor de behandeling van individuele geschillen tussen werkgever en werknemer. Ter uitvoering van genoemd artikel in de CAO-gemeenten is IJSSELgemeenten aangesloten bij de Geschillencommissie Leidseregio. Artikel 19.

Ondersteunende diensten

Voor de in dit artikel genoemde diensten maken de IJSSELgemeenten gebruik van de diensten van Capelle aan den IJssel. Volgens de CAO-ontwikkelingen wordt de vergoeding, die IJSSELgemeenten aan de gemeente Capelle aan den IJssel betaalt, jaarlijks geïndexeerd. Artikel 20.

Medezeggenschap en Georganiseerd overleg

Dit artikel regelt de medezeggenschap en het georganiseerd overleg.

Hoofdstuk 6. Artikel 21.

Directieoverleg

Directieoverleg

In dit artikel wordt aangegeven wie zitting hebben in het directieoverleg en wat in dit overleg aan de orde komt.

Hoofdstuk 7. Artikel 22.

Financiële bepalingen

Financiële administratie en controle

Dit artikel handelt over de financiële administratie, overeenkomstig de huidige Gemeentewet. Op de administratie is ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) van overeenkomstige toepassing. Het bestuur moet de zogenoemde 212- en 213-verordeningen vaststellen (artikel 35, zesde lid, Wgr jo. artikel 212 en artikel 213 Gemeentewet). Artikel 23.

Begrotingsjaar

Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar, overeenkomstig artikel 189 lid 4 Gemeentewet. Artikel 24.

Verdeling van de kosten

Dit artikel regelt de wijze van kostenverdeling over de deelnemers en derden. De afgesloten dienstverleningsovereenkomsten zijn daarvoor leidend. Artikel 25.

Verplichtingen

Dit artikel codificeert dat de deelnemers er voor zorg dragen dat de bedrijfsvoeringsorganisatie te alle tijden aan zijn verplichtingen jegens derden kan voldoen. Dat betekent dat bij tekorten die niet intern kunnen worden afgedekt, de deelnemers moeten bijbetalen. Artikel 26.

Kosten, verrekening, verdeling en facturering

Dit artikel ziet op de praktische uitvoering van betalingen en bevoorschotting die door de deelnemers moet plaatsvinden om de IJSSELgemeenten te kunnen laten functioneren. Artikel 27.

Financieel toezicht

De bijdragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie zijn verplichte uitgaven voor de gemeente. Dat betekent dat de raad deze op de begroting moet opnemen. Indien de raad dit weigert, kunnen gedeputeerde staten daarin voorzien. Dit artikel regelt dat het bestuur gedeputeerde staten tijdig inschakelt indien gemeenteraden weigeren de benodigde verplichtingen op te nemen op de gemeentelijke begroting.

Hoofdstuk 8. Artikel 28.

Begroting en jaarrekening

Begroting en jaarrekening

Dit artikel gaat over de begroting, binnen de wettelijke kaders van artikel 34, 34a, 34b en 35 van de Wgr. Het bestuur moet jaarlijks voor 30 april een kadernota vaststellen voor de bedrijfsvoering voor het volgende begrotingsjaar (artikel 34b van de Wgr). Deze dient als kader voor de begroting. Na vaststelling stuurt het bestuur de kadernota direct naar de raden van de gemeenten.

Het bestuur stelt vervolgens een ontwerpbegroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De besluitvormingsprocedure van de ontwerpbegroting is vastgelegd in artikel 35 van de Wgr. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat deze door het bestuur wordt vastgesteld, doch uiterlijk 1 mei, toe aan de raden en colleges van de gemeenten (lid 1 en artikel 35 lid 1 van de Wgr). Eventuele wijzigingen in het budget moeten apart worden toegelicht (lid 2). De raden hebben twaalf weken de tijd om zienswijzen in te dienen bij het bestuur ( artikel 35 lid 3 van de Wgr). Het bestuur deelt de raden van de gemeenten bij het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd zijn oordeel mee over de ingediende zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt (artikel 35 lid 4 van de Wgr). Het bestuur stelt de begroting uiterlijk 15 september vast ( artikel 34 lid 2 van de Wgr). Daarna moet de begroting worden toegezonden aan gedeputeerde staten voor 15 september (artikel 34 lid 2 van de Wgr) en aan de raden en colleges (artikel 35 lid 5 van de Wgr). Bovenstaande procedure is ook van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting (artikel 35 lid 6 van de Wgr).

In lid 3 is opgenomen dat het bestuur de ontwerpbegrotingswijzigingen acht weken voordat deze wordt vastgesteld aan de raden en colleges van de gemeenten toezendt. De twaalf weken als vermeld in artikel 35 lid 1 Wgr is bij begrotingswijzigingen niet verplicht door de tweede zin van artikel 35 lid 6 Wgr, zodat daarvoor een termijn van acht weken wordt gehanteerd. Conform artikel 34b van de Wgr zendt het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de voorlopige jaarrekening vóór 30 april toe aan de raden van de gemeenten. Dit betekent dat het bestuur vóór 30 april de voorlopige jaarrekening moet hebben vastgesteld. Het vierde lid bepaalt dat het bestuur elk jaar de jaarrekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar opstelt. Op grond van artikel 34 lid 3 van de Wgr stelt het bestuur de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten (artikel 34 lid 4 van de Wgr).

Hoofdstuk 9. Artikel 29.

Archiefbescheiden

Archiefbescheiden

Dit artikel vloeit voort uit de Archiefwet 1995.

Hoofdstuk 10. Artikel 30.

Geschillen en klachten

Geschillenregeling

Geschillen omtrent de gemeenschappelijke regeling moeten aan gedeputeerde staten worden voorgelegd (artikel 28 van de Wgr). Dit artikel voorziet in een voorprocedure om geschillen snel te kunnen oplossen, voordat geformaliseerd wordt. Artikel 31.

Klachtenregeling

Dit artikel regelt het klachtrecht ten aanzien van IJSSELgemeenten overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor het externe klachtrecht is voor Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel de ombudsman bevoegd die door Capelle aan den IJssel is aangewezen als ombudsman. Zuidplas is verbonden aan een andere ombudsman.

Hoofdstuk 11. Artikel 32.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie

Artikel 10 lid 7 van de Wgr bepaalt dat in een GR moet zijn opgenomen hoe burgers van de deelnemende gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR. Dit artikel geeft hieraan invulling.

De GR IJSSELgemeenten is een uitvoeringsorganisatie en maakt daarom niet zelf beleid.

Het beleid van door het vakgebied Sociale Zaken uit te voeren wetten wordt door de deelnemende gemeenten zelf vastgesteld. Op dit vakgebied kent elk van de deelnemers een eigen Adviesraad Sociaal Domein. De Adviesraad bestaat uit cliënten, vertegenwoordigers en ingezetenen van de betreffende deelnemende gemeenten. Deze Adviesraad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college en de gemeenteraad over de beleidsontwikkeling op hoofdlijnen en evaluatie van gevoerd beleid van de wetten die door de afdeling Sociale Zaken worden uitgevoerd (lid 1). Bij het bestaande instrumentarium (lid 1), waardoor burgers betrokken worden bij de uitvoering van wetten, kan gedacht worden aan: Klantenpanels voor verbetering van dienstverlening, lezerspanels om de begrijpelijkheid en leesbaarheid van de communicatie te optimaliseren, klachtenafhandeling en klanttevredenheidsonderzoeken. Het vakgebied ICT & Automatisering bestrijkt de bedrijfsvoering van de deelnemers. Daarbij zijn geen burgers betrokken, zodat er geen aanleiding is voor burgerparticipatie (lid 2).

Hoofdstuk 12. Artikel 33.

Toetreding, wijziging en opheffen

Toetreding

Dit artikel regelt de procedure voor toetreding van nieuwe partijen, voor zover die partijen daartoe op grond van de Wgr bevoegd zijn. Toetreding kan geschieden bij unaniem besluit van de deelnemers én de potentiële deelnemer. De deelnemers moeten daarvoor toestemming van hun raden hebben (artikel 1, lid 4 en lid 1 van de Wgr), zoals ook de potentiële toetreder dat nodig heeft. Het bestuur doet een voorstel en regelt de gevolgen van de toetreding (lid 2). Daarbij wordt een toetredingssom bepaald (lid 3). In het toetredingsbesluit wordt bepaald wanneer dit in werking treedt (lid 4). Het bestuur deelt de toetreding mee aan gedeputeerde staten (lid 5). Artikel 34.

Wijziging

Een wijziging van de gemeenschappelijke regeling komt tot stand bij unaniem besluit van de deelnemers (lid 2). De colleges hebben daarvoor toestemming van hun raad nodig (artikel 1 lid 4 en lid 5 van de Wgr). Het bestuur of ten minste twee deelnemers kunnen voorstellen tot wijziging doen (lid 1). In artikel 26 lid 3 en lid 4 Wgr is vastgelegd wanneer een (wijziging van de) regeling in werking treedt. Dit is overgenomen in lid 3. Artikel 35.

Opheffing

In een regeling moeten bepalingen zijn opgenomen over de vereffening van het vermogen als de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt ontbonden (artikel 9 lid 2 van de Wgr). Met artikel 35 wordt hieraan uitvoering gegeven. Het eerste lid regelt de (tussentijdse) opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Dit kan geschieden bij unaniem besluit van de deelnemers. Het bestuur stelt vervolgens binnen 6 maanden een liquidatieplan op en regelt de vereffening van het vermogen (lid 2). De bedrijfsvoeringsorganisatie blijft bestaan, zolang dat voor de liquidatie noodzakelijk is (lid 3 en artikel 9 lid 3 van de Wgr).

Hoofdstuk 13.

Uittredingsbepalingen

Niet alleen de gevolgen van uittreding moeten in de regeling zijn vastgelegd. Ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden, moeten erin zijn opgenomen (artikel 9 lid 1 van de Wgr). De bepalingen over uittreding moeten in ieder geval bepalingen bevatten over de gevolgen voor het vermogen van de GR voor de deelnemende gemeenten. In de artikelen 36 tot en met 41 is de procedure vastgelegd hoe en onder welke voorwaarden een deelnemer kan uittreden. Ook is de wijze van berekenen van de uittreedsom aangegeven. In onderstaand schema - op basis van artikel 36, artikel 38 lid 1, artikel 39 en artikel 41 – is het proces van uittreden weergegeven:

Besluit tot uittreden

Doorlopen verplichtingen

Daadwerkelijk uittreden

Uittreedsom verplichting

+_________________+_____________________+____________________+ Rest jaar

2 jaar

2 jaar

In het schema worden de verschillende momenten en de verschillende verplichtingen gedurende de tussenliggende perioden aangegeven. De uittredende gemeente heeft voor de uittreding toestemming van zijn raad nodig (artikel 1 lid 4 en lid 5 van de Wgr).

Hoofdstuk 14. Artikel 45.

Slotbepalingen

Duur regeling

Een gemeenschappelijke regeling kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden getroffen. Deze gemeenschappelijke regeling wordt voor onbepaalde tijd getroffen. Voorts bepaalt het tweede lid dat het college van Capelle aan den IJssel belast is met inzending van de gemeenschappelijke regeling aan gedeputeerde staten van Zuid-Holland. Tot slot herinnert het derde lid aan de inschrijvingsplicht van de colleges overeenkomstig artikel 136 Wgr. Artikel 46.

Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 26 van de Wgr regelt de bekendmaking en inwerkingtreding van een GR. Genoemd artikel geldt ook als een regeling wordt gewijzigd, verlengd of opgeheven.

Planning Wijziging tekst GR IJSSELgemeenten (wettelijk de tijd tot 1 juli 2024) Hoe ziet het proces er uit? Fase 0

Fase 1

Zienswijze

Fase 2

Fase 3

Publicatie

Implementatiefase

Mei/Juni 2023

Juni/Augustus 2023

Maart t/m Mei 2024 Formele besluitvorming

Na vaststelling GR

Concept ontwerp wijziging

1 Het Bestuur informeren over wetswijziging en het proces tot wijziging tekst GR

1 Ambtelijk overleg met juridische medewerkers deelnemende gemeenten

Dec. 2023 – Febr. 2024 Nota van beantwoording en vaststellen ontwerp wijziging 1 Opstellen Nota van beantwoording en wijzigen concept ontwerp december 2023januari 2024

Vóór 1 juli 2024

Voorbereiding

2 Okt. t/m 28 Nov. 2023 Zienswijze procedure voor de raden van 8 weken

2 Concept ontwerp wijziging tekst GR opstellen en voorbereiden voor de formele wijzigingsprocedure (door jurist Capelle a/d IJssel)

2 Behandeling in het Directie Overleg voor doorgeleiding naar het Bestuur

Na vaststelling in het Bestuur wordt het wijzigingsbesluit aangeboden aan de gemeenteraden en colleges van B&W ter besluitvorming.

Als alle bestuursorganen van de deelnemende gemeenten positief hebben besloten over de wijziging, wordt de nieuwe tekst gepubliceerd in het Gemeenteblad, op overheid.nl en in het GR-register voor 1 juli 2024

3 Behandeling en vaststelling concept ontwerp wijziging door het Bestuur op 24 augustus, vrijgeven voor zienswijze

Start zienswijze: na vrijgave door het Bestuur, aanbiedingsbrief aan raden deelnemers verzenden met concept ontwerp wijziging Startdatum: 2 oktober 2023 Einddatum: 28 november 2023

2 Behandeling in het Directie Overleg voor advisering en doorgeleiding naar het Bestuur Januari – februari 2024 3 Behandeling in het Bestuur ter vaststelling Eind februari begin maart 2024

Publicatie

Implementatie van eventuele wijzigingen voor werkwijzen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13504071/1