Bijlage 1 BP Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk ad IJssel, toelichting en regels, 27.06.2023 A23.000936
Tekst van het document
Bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk Aan Den IJssel Vastgesteld
Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
6 6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
8 8
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Plattelandswoningen 3.2 Nieuwe situatie 3.3 Verkeer en parkeren
9 9 9 10
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
11 11 13 17 19
Hoofdstuk 5 Milieu en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Waterparagraaf 5.3 Archeologie en cultuurhistorie 5.4 Flora en fauna 5.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
22 22 29 32 34 35
Hoofdstuk 6 Juridische opzet 6.1 Algemeen 6.2 Verbeelding 6.3 Regels 6.4 Handhaving bestemmingsplan
36 36 36 36 38
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Financiële haalbaarheid
39 39
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke betrokkenheid 8.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Zienswijzen
40 40 40
Regels
41
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
42 42 47
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch - Glastuinbouw
48 48
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
50 50
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
51 52 53 54
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
55 55 56
Inhoudsopgave (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Hoofdweg-Zuid 48 in Nieuwerkerk aan den IJssel is kwekerij Gebr. Koolhaas B.V. gevestigd. Het bedrijf houdt zich bezig met het kweken van gerbera's. Aan de voorzijde staat de bedrijfswoning. Deze woning is niet meer nodig voor de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf. Met de inwerkingtreding van de Wet plattelandswoningen op 1 januari 2013 is het mogelijk geworden om een bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. Er zijn vanuit planologische overwegingen geen beletselen om de bedrijfswoning aan de Hoofdweg-Zuid 48 om te zetten naar plattelandswoning om bewoning door derden mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan maakt de vervolgfunctie juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Hoofdweg-Zuid 48 in Nieuwerkerk aan den IJssel. Achter het plangebied staan de kassen van kwekerij Gebr. Koolhaas B.V. Ten westen hiervan staat een burgerwoning op nummer 50. Aan de oostzijde is op nummer 46 een paardenpension gevestigd. Aan de noordzijde ligt de Hoofdweg met aan weerszijden twee parallelwegen voor bestemmingsverkeer. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situering plangebied (rood omlijnd rechthoek) en omgeving.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Bestemmingsplan
Raadsbesluit
Uitspraak ABRvS
“Groene Zoom"
27 november 2012
16 oktober 2013
"Parapluherziening Archeologie"
6 maart 2018
n.v.t.
"Parapluherziening Parkeren"
24 april 2018
n.v.t.
In het bestemmingsplan 'Groene Zoom' heeft het plangebied de bestemming 'Agrarisch' met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Binnen de bestemming is een bedrijfswoning toegestaan. Het gebied hierachter heeft de functieaanduiding 'glastuinbouw' (figuur 2). Er is geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een vervolgfunctie naar plattelandswoning mogelijk te maken. De Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het bestemmingsplan 'Groene Zoom' heeft geen betrekking gehad op onderhavig plangebied. In de later door de gemeenteraad vastgestelde 'Parapluherziening Archeologie' is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' geschrapt.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Groene Zoom' (plangebied rood gestippeld omlijnd).
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe situatie. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit plan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de milieuaspecten en de waterparagraaf. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 6 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 8 wordt tenslotte ingegaan op de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied ligt in de Groene Zoom. Dit gebied is gelegen in een groene overgangszone tussen het stedelijke gebied van Capelle aan den IJssel en de woonkern van Nieuwerkerk aan den IJssel. Langs de Hoofdweg-Zuid liggen enkele glastuinbouwbedrijven, niet agrarische bedrijven, burgerwoningen en een paardenpension.
Naastgelegen woning op nummer 50.
Naastgelegen paardenpension op nummer 46.
Planspecifiek De bedrijfswoning is in gebruik als woondoeleinden met bijbehorend erf. De woning is niet langer nodig voor de kwekerij in gerbera's, omdat het bedrijf ook is gevestigd in Bleiswijk waar de hoofdvestiging is. In verband hiermede wordt een vervolgfunctie van bedrijfswoning naar plattelandswoning voorgestaan. Het achterliggende glastuinbouwbedrijf behoudt de functieaanduiding ‘glastuinbouw’.
Woning aan Hoofdweg-Zuid 48.
8
Ontsluiting tussen woning en bijgebouw naar weg.
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Plattelandswoningen
Met de inwerkingtreding van de Wet Plattelandswoningen op 1 januari 2013 kan geregeld worden dat voormalige bedrijfswoningen niet worden beschermd tegen hinder van het voormalig agrarisch bedrijf. Bedrijfswoningen van landbouwinrichtingen die door burgers worden bewoond, blijven onderdeel van de inrichting, zolang ze zijn bestemd als bedrijfswoning. De bestemming is bepalend. Bewoning door derden is dan in strijd met het bestemmingsplan. Om bewoning door derden mogelijk te maken, kan deze woning worden herbestemd. In dat geval moet het bevoegd gezag beoordelen of er ter plaatse van de betreffende woning sprake is van een goed woonen leefklimaat en of omliggende (agrarische) bedrijven al dan niet in zijn belangen worden geschaad.
3.2
Nieuwe situatie
Het plangebied is gelegen in de Groene Zoom. Voor dit gebied zijn vanuit gemeente Zuidplas wensen voor doorontwikkeling onder andere door verbinding met de Groene Zoom - een open gebied tussen Capelle aan den IJssel en Nieuwerkerk aan den IJssel - naar de Rottemeren. In de nieuwe situatie wordt de bestemming van de bedrijfswoning gewijzigd naar plattelandswoning. De omzetting van de woning levert geen beperkingen op voor nabij gelegen (agrarische) bedrijven en een doorontwikkeling van de Groene Zoom. In Hoofdstuk 5 (milieu en omgevingsaspecten) wordt aangetoond dat de woonfunctie aanvaardbaar is vanuit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat en er voor omliggende (agrarische) bedrijven geen sprake is van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
3.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Op de Hoofdweg is de maximum snelheid 50 km/uur. De parallelwegen voor bestemmingsverkeer liggen aan weerszijden van de Hoofdweg. Deze is ingericht als 30 km/uur-gebied. De bedrijfspercelen en (bedrijfs)woningen worden hierop ontsloten. In oostelijke richting is de woonkern van Nieuwerkerk aan den IJssel bereikbaar. In westelijke richting ligt Capelle aan den IJssel. De gevraagde functiewijziging heeft geen consequenties voor de verkeersintensiteit.
Parallelwegweg voor bestemmingsverkeer.
Parkeergelegenheid bij woning.
Parkeren Op 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Nota Parkeernormen 2019' vastgesteld. De gemeente Zuidplas wil de toenemende vraag naar parkeergelegenheid op zodanige wijze faciliteren dat de kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijft en de bereikbaarheid van de dorpen kan worden gewaarborgd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het van groot belang dat er een oplossing wordt gecreëerd voor het parkeervraagstuk. Parkeernormen zijn instrumenteel in het behouden van evenwicht tussen vraag en aanbod van parkeerplaatsen. Het college hanteert bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de hoge parkeernormen, zoals deze zijn verankerd in het door de gemeenteraad op 24 april 2018 vastgestelde bestemmingsplan Parapluherziening Parkeren. De parkeernorm voor vrijstaande woningen is opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeernorm wonen Functie
Norm zone B
Woning niet gestapeld, groot (110 m²/150 m²) 2,5 per woning
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning.
De woning wordt vanaf de Hoofdweg-Zuid ontsloten via een bestaande inrit. Het perceel is van dusdanige omvang dat er meerdere voertuigen op eigen terrein kunnen worden geparkeerd. Dit betekent dat kan worden voldaan aan de parkeernorm van de Nota Parkeernormen 2019, zoals is geborgd in artikel 8.1.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten.
Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening genoemde rijksbelangen zijn niet in het geding. 4.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (2017)
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Het bestemmingsplan maakt een vervolgfunctie mogelijk van bedrijfswoning naar plattelandswoning. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. 4.1.4
Conclusie Rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.
De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Veen'. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorgdragen voor behoud van het veen en met name bij de diepe veenpakketten zijn gericht op het beperken van de bodemdaling. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het veen(weide) landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Relevant zijnde richtpunten zijn: Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen; Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden; Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Op de Laag van de stedelijke occupatie is het plangebied niet specifiek aangeduid. Aan weerszijden ligt de stads- en dorpsrand (figuur 3).
Op de Laag van de Beleving maakt het plangebied onderdeel uit van een Recreatiegebied (figuur 3). Recreatiegebieden De Groene Zoom wordt beschouwd als een recreatiegebied. Recreatieterreinen liggen veelal op de overgang van de stedelijke dynamiek naar het luwe buiten. De kwaliteit van deze overgangen kan versterkt worden door het vergroten van de robuustheid, continuïteit, beleefbaarheid en aantrekkingskracht van zowel de recreatie- als de natuurgebieden. Een wezenlijk kenmerk van de recreatiegebieden is het openbaar parkkarakter. Een divers aanbod aan recreatiegebieden vergroot de aantrekkelijkheid van de provincie. De inrichting van de gebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen. Het aanbod wordt hierdoor specifieker en sterker verbonden met de Zuid-Hollandse kwaliteiten. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen de diversiteit in ruimtelijke inrichting en programma tussen de verschillende recreatie- en groengebieden vergroten. Ontwikkelingen dragen tevens bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen. Toetsing planinitiatief Het bestemmingsplan maakt een functiewijziging van een bedrijfswoning naar plattelandswoning mogelijk.
De richtpunten zijn hier niet in het geding, omdat er alleen sprake is van een functiewijziging, zonder dat de bebouwing toeneemt. Deze ontwikkeling tast de provinciale belangen niet aan. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De vervolgfunctie naar plattelandswoning tast de ruimtelijke kwaliteit van het gebied niet aan. Er is geen strijd met de provinciale belangen.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Figuur 3: Links uitsnede Kwaliteitskaart 'Laag van de stedelijke occupatie' en rechts uitsnede kaart 'Laag van de beleving'. 4.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het bestemmingsplan maakt alleen een functiewijziging van een bestaande woning mogelijk. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig.
Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een ruimtelijk plan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Het gaat dan onder andere om het toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen en andere maatregelen waarbij de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Op Kaart 14 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) is het plangebied aangeduid als 'Groene buffer' in beschermingscategorie 2. Op grond van artikel 6.9 lid 9, kan een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde o.a.
Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming is met artikel 6.9d. Hierin is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II voorzien kan in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. In dit geval is uitsluitend sprake van een functiewijziging zonder dat de bebouwing toeneemt. Dit valt onder de noemer inpassing. De bufferfunctie wordt niet verstoord. Er is geen strijd met dit artikel van de Omgevingsverordening. Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte.
Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In onderhavige situatie is alleen sprake van een functiewijziging zonder dat er sprake is bouwactiviteiten. Deze planontwikkeling heeft geen gevolgen voor risico's van klimaatverandering. Conclusie De planontwikkeling ligt in de aanduiding groene buffer met beschermingscategorie 2. Op grond van artikel 6.9, lid 9 is inpassing en aanpassing toegestaan. De functiewijziging van bedrijfswoning naar plattelandswoning is ruimtelijk inpasbaar. De richtpunten zijn niet in het geding. De bebouwing past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al is in de directe omgeving. Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling die geen ruimtelijke impact heeft op de gebiedskwaliteiten. Overeenkomstig de toelichting bij de Omgevingsverordening kan deze ontwikkeling dan ook worden geschaard onder de noemer 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan. 4.2.3
Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas
De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ambitie voor de droogmakerij (klei) is o.a. dat bebouwing gekoppeld blijft aan de linten en in aansluiting op de stedelijke kernen. Erven worden groen ingepast. Het gebied ten oosten van de Zuidplasweg ligt in een concentratiegebied glastuinbouw. Hiervoor zijn de volgende ambities geformuleerd: Glastuinbouw heeft een grootschalig, geconcentreerd en modern uiterlijk. Bij de inpassing of aanpassing van een glastuinbouwgebied wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en aansluiting op de omgeving. Gestreefd wordt naar het vergroten van de vertelkracht van de sector, zodat bewoners en bezoekers vanuit de omgeving zich kunnen identificeren met de plek. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan.
Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van de groene zone wordt niet aangetast door deze wijziging. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de structuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie De functiewijziging naar plattelandswoning is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt niet aangetast.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas
Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de voormalige gemeenteraad van Zevenhuizen-Moerkapelle op 31 januari 2006 vastgesteld. Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart (figuur 4) kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'groene zone'. De functiewijziging van de bedrijfswoning naar plattelandswoning heeft geen consequenties voor de groene zone.
De functiewijziging is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP. Het plangebied is met een gele stip en zwarte pijl aangeduid op de plankaart.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Figuur 4: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip en zwarte pijl aangeduid.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie Zuidplas
De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 1 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie omschrijft de gemeente het unieke karakter van gemeente Zuidplas. In de visie staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie geeft de gemeente richting aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. De visie is gebaseerd op de volgende ambities. Aantrekkelijk Zuidplas De gemeente zet vooral in op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen wanneer de geplande uitbreidingen aan de dorpen zijn gerealiseerd. Daarnaast zet zij in op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als zij dorpen in Zuidplas wil uitbreiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Het erfgoed wil de gemeente beter zichtbaar en beleefbaar maken. Het cultureel leven wordt in stand gehouden en versterkt waar mogelijk. Er wordt
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
ingezet op een beter en aantrekkelijk openbaar vervoer, een goede bereikbaarheid met de auto en een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen de gemeente en regio. Duurzaam Zuidplas Nieuwe ontwikkelingen wil de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal. Ook voor bestaande gebouwen zet zij hier op in, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen werkt de gemeente aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. Ondernemend Zuidplas De gemeente wil in 2040 een aantrekkelijk gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio. Zij gaat kijken waar bedrijven het beste gevestigd kunnen worden. Voor bedrijven met een hogere milieubelasting is de gemeente terughoudend en kijkt zij vooral naar de brede meerwaarde van een dergelijk bedrijf. Lichte vormen van bedrijvigheid, die gecombineerd kunnen worden met wonen, dragen juist bij aan levendigheid en diversiteit. Een toekomstige transformatie van het Nijverheidscentrum in Zevenhuizen ziet de gemeente als een belangrijke kans. Zij ziet mogelijkheden voor versteviging van de landbouw gecombineerd met lichte recreatie.
De keuze daarbij is concentratie, waarbij plaats wordt geboden aan innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. De dorpen beschikken over diverse winkelgebieden met dagelijkse voorzieningen. Deze centra wil de gemeente sterk houden, waarbij wordt ingezet op versterking van het draagvlak door een levendige mix aan functies. Gezond Zuidplas De gemeente wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van haar inwoners. Dit in de brede zin van het begrip positieve gezondheid, waarbij zowel lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren meetellen. Ontmoeten is daarbij één van de essentiële behoeften. De inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte, maar ook die van gebouwen vindt de gemeente daarbij van belang. Daarbij zet zij in op het verbeteren en uitbreiden van het fiets-, wandel- en vaarnetwerk in de dorpen en het buitengebied. Gezond en verantwoord voedsel draagt ook bij aan die gezondheid. Van visie naar uitvoering De visie op gemeente Zuidplas is uitgewerkt in een visie per dorp. Zij heeft daarin aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet voor ieder dorp.
De omgevingsvisie van gemeente Zuidplas geeft de hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van de gezonde en veilige leefomgeving weer. De volgende stap is de uitvoering. De ontwikkeling van de leefomgeving werkt de gemeente in meerdere instrumenten uit. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Deze hoofdlijnen vormen de basis voor de uitvoering. Beleidsontwikkeling/doorwerking - Omgevingsplan Een voorbeeld van het omzetten van de ambities en de kwaliteiten uit de omgevingsvisie naar het omgevingsplan is de Groene Zoom. In de omgevingsvisie staat beschreven welke kwaliteiten de Groene Zoom heeft die de gemeente wil koesteren. Daarnaast staan opgaven en waarden beschreven die de gemeente belangrijk vindt in Zuidplas en in Nieuwerkerk aan den IJssel, bijvoorbeeld het groene en recreatieve karakter, maar ook de mogelijkheid om het groen toegankelijk te maken. In het programma geeft de gemeente hier uitwerking aan door bijvoorbeeld aan te geven dat er een goede passende invulling moet komen in de Groene Zoom. In het programma kan ook een uitwerking komen met betrekking tot invulling die vooral niet gewenst is. In het omgevingsplan komen vervolgens de planologisch-juridische regels te staan welke functies en activiteiten wel en niet worden toegestaan in de Groene Zoom.
Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in de Groene Zoom - een open gebied tussen Capelle aan den IJssel en Nieuwerkerk aan den IJssel - naar de Rottemeren. Een vervolgfunctie van bedrijfswoning naar plattelandswoning staat deze ontwikkeling niet in de weg, omdat er alleen sprake is van een vervolgfunctie zonder nieuwe
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
bebouwing. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente. De functiewijziging naar plattelandswoning in combinatie met de milieuonderzoeken wijst uit dat omliggende bedrijven niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. De toekomstige ruimtelijke opgave van de Groene Zoom wordt niet belemmerd. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Zuidplas.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Hoofdstuk 5
M ilieu en omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkeling binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
5.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 5.1.1
M.E.R.
Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Deze beoordeling moet ook plaatsvinden als de omvang onder de drempelwaarde valt. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Onderzoek/ beoordeling Dit project valt mogelijk onder categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject uit bijlage D. Met dit bestemmingsplan wordt een functiewijziging mogelijk gemaakt van een agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning.
De ontwikkeling is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.: fysieke wijziging: deze is beperkt, omdat er alleen sprake is van een functiewijziging van bedrijfswoning zonder dat de bebouwing toeneemt. lokale context: het bebouwingslint blijft gehandhaafd zonder toename aan bebouwing. planologische mogelijkheden: de gronden zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd voor agrarische doeleinden, waarin een bedrijfswoning is toegestaan. Deze bedrijfswoning wordt alleen omgezet naar plattelandswoning. Er is geen m.e.r. beoordeling nodig, omdat een vervolgfunctie volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De fysieke wijziging is beperkt, omdat er alleen sprake is van een functiewijziging zonder dat de bebouwing toeneemt. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r kan een m.e.r. beoordeling achterwege worden gelaten. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
5.1.2
Milieuzonering
Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 5.1 vermeld. Tabel 5.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
Onderzoek/ beoordeling De Hoofdweg kan worden beschouwd als een gemengd gebied waarin naast woningen ook agrarische bedrijven en niet agrarische bedrijven zijn gevestigd. Met behulp van het inrichtingenbestand is geïnventariseerd welke bedrijven relevant kunnen zijn voor de geplande functiewijziging. Voor het bepalen van de milieuzones is uitgegaan van de afstandsnormen op basis van de VNG-richtlijn. Voor de vervolgfunctie naar plattelandswoning zijn het aangrenzende paardenpension aan de Hoofdweg-Zuid 46 en het achter de woning gelegen glastuinbouwbedrijf relevant. Overige bedrijven liggen op grotere afstand, terwijl aldaar gelegen burgerwoningen al maatgevend zijn voor deze bedrijven, zodat een vervolgfunctie van bedrijfswoning naar plattelandswoning niet van invloed is voor de bedrijfsvoering van deze bedrijven. Paardenpension Hoofdweg 46 Een paardenpension valt onder milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Het voorterrein van de paardenpension wordt alleen gebruikt voor stalling van auto's en paardentrailers. Dit onderdeel valt onder een lagere milieucategorie. Deze afstand is minimaal 28 meter. Tussen de woning en het paardenpension staat bovendien een schuur.
De afstand tussen de woning en de paardenstal is minimaal 51 meter, zodat er vanuit milieuzonering en het Activiteitenbesluit milieubeheer geen beperkingen zijn, omdat de afstandsnorm van 50 meter wordt gerespecteerd, zoals opgenomen in tabel 5.2 met de hierbij behorende toelichting. Glastuinbouwbedrijf Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het zogenaamde Activiteitenbesluit) is onder andere van toepassing op glastuinbouwbedrijven. In het Activiteitenbesluit zijn minimale afstanden genoemd, waarbij rekening moet worden gehouden bij een functiewijziging van nabijgelegen milieugevoelige activiteiten (tabel 5.2).
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Tabel 5.2: Minimale afstanden landbouwbedrijven Inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden
inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden
minimum afstand binnen de bebouwde kom
100 m
50 m
minimum afstand buiten de bebouwde kom
50 m
25 m
Toetsing bedrijven aan Activiteitenbesluit Bij het toelaten van nieuwe gevoelige functies bij bestaande glastuinbouwbedrijven in het buitengebied dient rekening te worden gehouden met een afstandsnorm van 25 meter; voor een paardenpension is dat 50 meter. In dit geval is alleen sprake van omzetting van een bedrijfswoning naar plattelandswoning, zodat niet hoeft te worden gekeken naar richtafstanden met betrekking tot Bedrijven en Milieuzonering voor wat betreft het glastuinbouwbedrijf. De woning vormt ten opzichte van het glastuinbouwbedrijf geen belemmering, temeer daar de afstand tussen de woning en kassen meer dan 44 meter is. De paardenstal van het paardenpension ligt op 51 meter afstand, zodat de minimale afstand uit het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt gerespecteerd. Samenvattend worden het glastuinbouwbedrijf en paardenpension niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Een functiewijziging van het plangebied heeft hierop geen invloed. Het woon- en leefklimaat in het plangebied kan voldoende worden gegarandeerd. Conclusie Een functiewijziging naar plattelandswoning vormt voor het paardenpension, de glastuinbouwactiviteiten en verderop gelegen bedrijven geen belemmering. Geconcludeerd kan worden dat in deze situatie sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De planontwikkeling geeft vanuit milieuzonering geen beperkingen voor aanwezige milieubelastende activiteiten. 5.1.3
Geluid
5.1.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader wegverkeerslawaai Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied ligt aan de Hoofdweg met twee parallelwegen voor bestemmingsverkeer. De Hoofdweg is een gezoneerde weg met een zonebreedte van 200 meter. Verderop ligt in noordelijke richting op circa 450 meter afstand de A20 met een geluidzone van 600 meter. De parallelwegen zijn ingericht als 30 km/uur-gebieden. In deze situatie is de uitzondering van toepassing als genoemd in artikel 76, lid 3 Wgh. Dit betekent dat lid 1 en 2 van artikel 76 niet gelden met betrekking tot de woning. Uit onderzoek blijkt verder dat de woning niet op een saneringslijst staat.
Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel wegverkeerslawaai, bestaan er geen beperkingen tegen deze functiewijziging.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
5.1.3.2 Spoorweglawaai Wettelijk kader Op 1 juli 2012 zijn de 'spelregels' voor hoofdspoorwegen gewijzigd. Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Onderzoek/ beoordeling De spoorlijn Rotterdam - Utrecht is een hoofdspoorweg waar een geluidproductieplafond van toepassing is. De zonebreedte bedraagt op grond van artikel 1.4a van het Bgh 600 meter. Het plangebied ligt buiten deze zone op circa 760 meter afstand. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel spoorweglawaai, bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige functiewijziging, die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. 5.1.3.3 Industrielawaai Wettelijk kader Industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen.
De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform artikel 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (artikel 40 Wgh). Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde in het bestemmingsplan voor realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone voor industrielawaai. Onderzoek/ beoordeling Bedrijven(terreinen) kunnen beperkingen opleggen aan nieuwe gevoelige functies in verband met een geluidzone. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de richtafstanden uit de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie hiervoor paragraaf 5.1.2). In de nabijheid van het plangebied liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen. Vanuit oogpunt van industrielawaai zijn er geen beperkingen. Conclusie Het plangebied ligt niet in de zone van een gezoneerd industrieterrein. Industrielawaai vormt daarmee geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 5.1.4
Bodem
Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling De Omgevingsdienst Midden-Holland heeft in oktober 2013 het beleid voor het uitvoeren van bodemonderzoeken in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geactualiseerd. Het beleid is vastgelegd in de Nota 'Bodemkwaliteit bij bouwen' van oktober 2013. Dankzij het Bodem Informatie Systeem en de bodemkwaliteitskaart Midden-Holland is als veel bekend van de bodemkwaliteit. Door gebruik te maken van deze kennis kan in veel gevallen worden volstaan met een verminderde onderzoeksinspanning, wat een lastenverlichting voor burgers en bedrijven oplevert. In de beleidsnota worden vele raakvlakken concreet uitgewerkt en het beleid vormt hierdoor een
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
goed handvat bij de beoordeling van bodemonderzoeken voor omgevingsvergunningen. Vanuit oogpunt van bodem bestaan er geen belemmeringen tegen het voorgenomen gebruik, omdat het feitelijke gebruik voor woondoeleinden niet wordt gewijzigd. Wanneer in de toekomst grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het grondstromenbeleid Midden-Holland. Conclusie Er zijn geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de functiewijziging in het onderhavige plangebied. 5.1.4.1 Niet gesprongen explosieven Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de gebruikte Conventionele Explosieven (CE) uit WOll tijd niet functioneerde en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2014 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven (NGE) voor het beheergebied van HHSK. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE. Verder onderzoek naar NGE is niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van NGE, kan niet met zekerheid worden gesteld dat die er niet zijn.
Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. 5.1.5
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vanaf 15 november 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. In tabel 5.3 is een overzicht gegeven van de grenswaarden. Tabel 5.3: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer. stof
jaargemiddelde uurgemiddelde 24-uursgemiddelde Opmerkingen
NO2
40 µg/m3
200 µg/m3
n.v.t.
Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden
PM2,5
25 µg/m3
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
PM10
40 µg/m3
n.v.t.
50 µg/m3
24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden
De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 en PM2,5 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Hoofdweg-Zuid 48, Nieuwerkerk aan den IJssel
Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet Luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet ruimtelijke ordening, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten. Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden – ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit - hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter. Onderzoek/ beoordeling Het plan omvat alleen een vervolgfunctie van bedrijfswoning naar plattelandswoning. Door de omvang van dit project is dit een project niet in betekenende mate. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Om toch een beeld te krijgen van de luchtkwaliteit in het plangebied is de NSL monitoringstool, die behoort bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, geraadpleegd voor 2020 en het prognosejaar 2030 in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie langs Hoofdweg. Volgens de NSL monitoringtool is de concentratie en EC-concentratie op de rekenpunten onder de grenswaarden.