CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan ‘Groenblauwe Zone’ – Toelichting A24.000252

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststelling bestemmingsplan Groenblauwe Zone12.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Groenblauwe Zone vastgesteld

bestemmingsplan Toelichting

Groenblauwe Zone vastgesteld

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Huidige planologische situatie 1.4 Leeswijzer

7 7 7 9 10

Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal/regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 19

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Externe veiligheid 4.4 Bodem 4.5 Ecologie 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Water 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23 23 23 23 26 27 31 33 34 36 37

Hoofdstuk 5 Juridische plantoelichting 5.1 Opzet bestemmingsplan 5.2 Bestemming

39 39 39

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

41 41 43

3

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

4

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Toelichting

5

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

6

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

'Westergouwe' is de naam van de in aanbouw zijnde woonwijk van de gemeente Gouda. In de periode tot 2034 worden hier naar verwachting in totaal circa 4.500 woningen gerealiseerd. Direct ten zuiden van Westergouwe is de zogenaamde Groenblauwe Zone (verder: GBZ), een gebied meteen ten zuiden van het woongebied, met een oppervlakte van circa 45 hectare. Het gebied is in eigendom van de gemeente Gouda, maar gelegen op het grondgebied van de gemeente Zuidplas. Het gebied heeft nu een natuur- en recreatiefunctie. De gemeenten Zuidplas en Gouda streven gezamenlijk naar verdere versterking van de recreatieve functie en de verbindingen met het woongebied Westergouwe en Moordrecht, over de Vijfde Tocht heen. Onderdeel van deze ambities is het op korte termijn uitbreiden en aanpassen van de fiets- en wandelpaden en het realiseren van een recreatieve waterplas in de GBZ. Daarnaast heeft de gemeente in 2020 het bestemmingsplan 'Sportpark 't Ambacht, Moordrecht' vastgesteld. Onderdeel van dit plan was een demping van een aantal watergangen in dit gebied welke één op één gecompenseerd dienen te worden. Deze compensatie vindt ook plaats in het plangebied.

Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden binnen dit plangebied, met onder andere de toevoeging van de uitbreiding van de voet- en fietspadenstructuur, de mogelijkheid om recreatieve gebouwen te realiseren en vergroting van de toegankelijkheid door middel van nieuwe bruggen en andere verbindingswegen.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten zuidwesten van de gemeente Gouda en aan de noordoostelijke grens van de gemeente Zuidplas. Het plangebied ligt ingesloten tussen de wijk Westergouwe en de kern Moordrecht.

7

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Afbeelding 1.1: Regionale ligging Westergouwe en de Groenblauwe zone

Afbeelding 1.2: Ligging en contour Groenblauwe Zone, in rood aangegeven.

8

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Het plan betreft de volgende kadastrale percelen: 4030, 4713, 4716, 4046, 3352, 3351, 3349. Daarnaast zijn er nog een aantal kadastrale percelen die gedeeltelijk in het plangebied vallen. Dit zijn de percelen: 3900, 3515, 3514, 4136, 3511, 3491, 3186, 979, 1783, 975, 974, 971, 970, 967, 3950, 3948, 4193, 4192, 3945.

1.3

Huidige planologische situatie

Ter plaatse geldt de Beheersverordening Moordrecht, vastgesteld op 3 juni 2018 en raadpleegbaar via https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1892.BvMoordrecht-Va01/r_NL.IMRO.1892.BvMoord recht-Va01.html. Daarnaast gelden ook nog de volgende herzieningen van het genoemde plan: '1e partiële herziening beheersverordening Moordrecht', vastgesteld op 16 februari 2022, en de '2e partiële herziening beheersverordening Moordrecht', vastgesteld op 27 juni 2023. In artikel 2.1 onder f van de in 2018 vastgestelde Beheersverordening wordt het bestemmingsplan 'Westergouwe' (Moordrechtse deel) onverkort van toepassing verklaard. Daarbij wordt verwezen naar een bijlage 6. Die bijlage strekt zich uit tot het gebied van de GBZ, maar houdt voor dat deelgebied slechts een aanwijzing is als bedoeld in artikel 13 lid 1 Wet op Ruimtelijke Ordening (het mogelijk maken van een 'versnelde' onteigening). Er is derhalve afgezien van het opnemen van regels over het bestaande gebruik, dan wel het van toepassing verklaren van een set bouw- en gebruiksregels. Dit betekent dat een toetsingskader ontbreekt voor de met dit plan beoogde recreatieve voorzieningen. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze onbedoelde omissie door aan de gronden de toepasselijke enkel- en dubbelbestemmingen toe te kennen, inclusief een recreatieve zone.

Daarnaast is de Parapluherziening Archeologie, vastgesteld op 6 maart 2018 van kracht. Hierin is de waarde 'archeologie – 3' vastgelegd voor het noordwestelijk deel van het plangebied. Dit gebied is op onderstaande afbeelding te zien. De regeling houdt in dat bouwen is toegestaan mits het bouwwerk niet groter is dan 1.000 m² en niet dieper wordt gegraven dan 3 m. Tevens is het bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren', vastgesteld op 24 april 2018, van kracht met identificatienummer NL.IMRO.1892.BpParkeren-Va01 van de gemeente Zuidplas.

9

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Afbeelding 1.3: Uitsnede Parapluherziening Archeologie, met het plangebied in rood aangegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader behandeld. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor verschillende milieu- en omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 4 wordt hierop ingegaan. Hoofdstuk 5 geeft de juridische plantoelichting. En tot slot gaat Hoofdstuk 6 in op de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid.

10

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en toekomstige situatie

Huidige situatie

Het plangebied vormt onderdeel van de hoofdstructuur van de wijk Westergouwe en betreft een gebied bestemd voor recreatie én een ecologische zone. Het gebied is een karakteristiek Nederlandse open landschap met veel waterpartijen. Het plangebied ligt in de gemeente Zuidplas, de wijk Westergouwe in de gemeente Gouda. Het gebied is ongeveer 45 ha groot en is bij de start van de ontwikkeling van Westergouwe aangelegd als een natuur- en recreatiegebied. De GBZ wordt begrensd door de Provinciale weg (N457) aan de noordwestkant en de Oostringdijk aan de zuidoostkant van het perceel. De noordoostkant van het plangebied wordt gevormd door de grens tussen de gemeenten Zuidplas en Gouda. Hierlangs loopt een fietspad door het plangebied. De zuidwestelijke grens wordt gevormd door het water van de Vijfde Tocht. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van het plangebied, gezien vanaf de Oostringdijk.

Afbeelding 2.1: Aanzicht plangebied vanaf de Oostringdijk (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

De Stuurgroep Westergouwe heeft op 17 maart 2022 – na voorafgaand akkoord van de Goudse gemeenteraad – een nieuw masterplan vastgesteld ('Masterplan Westergouwe 2.0') waarin meer verbinding wordt gezocht tussen de wijk en het recreatieve deel van de GBZ. Onderdeel hiervan is de wens om het recreatieve deel van de GBZ te versterken door toevoeging van recreatieve functies zoals bijvoorbeeld kanoverhuur, natuureducatiecentrum, een horecapaviljoen et cetera. Daarnaast wordt een kleine recreatieve plas aangelegd in het noorden van het plangebied. Een ander belangrijk onderdeel van het nieuwe masterplan is de ambitie om van Westergouwe de meest beweegvriendelijke wijk in de regio te maken. Deze ambitie is neergelegd in het Gouds Sportakkoord (2019) en is sindsdien een leidend principe bij het ontwerpen en realiseren van de buitenruimte in Westergouwe. Die ambitie is tevens één van de redenen waarom in het nieuwe masterplan wordt gestreefd naar een verbinding tussen het bebouwde deel van de wijk en het recreatieve deel van de GBZ. De GBZ kan zowel aan bewoners van Westergouwe, bewoners van de wijk Korte Akkeren (1 km afstand), als aan bewoners van Moordrecht en ver daarbuiten mogelijkheden bieden voor inspanning en ontspanning. Vanuit de gemeente Zuidplas bestaat de wens om vanuit Moordrecht zowel een fietspad als een recreatief

11

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

voetpad naar de GBZ te realiseren, over de Vijfde Tocht en door de GBZ heen, aanhakend op de fietspadenstructuur in Westergouwe. Bij het versterken van het recreatieve groengebied in de GBZ zullen de huidige natuurwaarden in het ecologische deel van de GBZ ontzien worden. Het zwaartepunt voor het verder uitbouwen van de recreatieve waarde van de GBZ ligt logischerwijs in de nabijheid van het Centrumgebied van Westergouwe, als de plek waar veel mensen samenkomen en waar ook gelegenheid is om auto's de parkeren en fietsen te stallen. De beoogde recreatieve plas dient als schakelpunt tussen het centrumgebied van Westergouwe en de GBZ. Het is niet per se de intentie van dit bestemmingsplan om alle in te passen recreatieve functies plaats vast te regelen. Om toch een beeld te krijgen bij de omvang en invulling van het plan volgt hieronder een korte kenschets van de verschillende functies. Op het schetsontwerp is ook de waterplas aan de noordkant van het plangebied goed afleesbaar. De aangewezen locaties zijn bedoeld voor de volgende functies: 1.

2.

3.

Horeca: met een maximaal oppervlak van circa 780 m²: Een plek om te borrelen, lunchen, dineren, maar waar ook separaat feesten en partijen kunnen worden gehouden voor groepen tot maximaal 200 personen. Recreatieve voorzieningen: het zwaartepunt ligt bij voorzieningen met een directe relatie met de landschappelijke kwaliteiten in de GBZ. Hierbij kan gedacht worden aan kanoverhuur, bootjes en supboards. Andere recreatieve voorzieningen zijn ook denkbaar, zoals een klimmuur met een beperkte hoogte tot maximaal 5 m, een pijl-en-boog baan, een kookatelier, een natuurlijke speelplek en een huttendorp. Natuureducatie: hierbij kan gedacht worden aan een kinderboerderij, een cluster volkstuintjes, een landbouwkas met eventueel een winkeltje voor het verkopen van groente.

4 tot en met 7 zijn verder gelegen locaties ten opzichte van het centrumgebied. De in te passen functies zijn kleiner en ook minder drukbezocht. Gedacht kan worden aan een klein, landschappelijk ingepast, horeca paviljoen (van maximaal 260 m²), een eerdergenoemde functie waarvoor de nabijheid van het centrumgebied minder van belang is zoals volkstuintjes of een landbouwkas met winkeltje.

12

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Afbeelding 2.2: Schetsontwerp overall plan (bron: Projectbureau Westergouwe).

Voor het hele gebied geldt dat de ontsluiting voor autoverkeer uitsluitend ten behoeve van de bereikbaarheid van hulpdiensten en bevoorrading van de functies is. Het totale bebouwde oppervlak in het plangebied is maximaal 3.500 m², de goot- en bouwhoogtes zijn vastgelegd. Vanuit de gedachte van de inclusieve buitenruimte zijn de GBZ en daarmee ook de nieuwe paden voor iedereen 24 uur per dag gratis toegankelijk. Daarmee worden in principe alle wandelaars en fietsers gefaciliteerd die een wandeling of fietstocht willen maken in de GBZ. Met het oog op mensen met een beperking worden de paden zo veel als mogelijk aangelegd op een wijze dat weinig tot geen belemmeringen aanwezig zijn in toegankelijkheid. Bij de verdere uitwerking van de ingrepen zal de Goudse Adviesraad voor mensen met een beperking (GAB) worden betrokken. Daar waar bezoekers nu met smalle paden door het hart van de GBZ kunnen wandelen, ontstaat er met het nieuwe brede wandelpad voor iedereen een makkelijke manier om hier te komen. Omdat dit brede voetpad aansluit op het fietspad is het voor fietsers en wandelaars ook makkelijker om een ommetje te maken in de GBZ. Dat geldt met name voor fietsers die nu alleen via het bestaande fietspad vanaf de rand de GBZ kunnen beleven. De ervaring leert dat veel inwoners van Westergouwe (jong en oud) op dit moment al

13

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

dankbaar gebruik maken van de GBZ om er te sporten, ontspannen, de hond uit te laten, te spelen of te recreëren. Met de extra paden wordt dat uitgebreid met een fraai perspectief naar de toekomst als in Fase 2 meer recreatieve functies worden toegevoegd en de verbindingen met Moordrecht tot stand komt, zowel over de extra paden als via het water. In de GBZ is op dit moment reeds een natuurspeelplaats voor kinderen aanwezig. Met de toevoeging van extra paden ontstaat voor fietsers en wandelaars een directere aansluiting op deze natuurspeelplaats. Kinderen kunnen zodoende met meer gemak per fiets of kinderwagen naar deze speelplaats komen of worden gebracht. De reeds aanwezige natuurspeelplaats voor kinderen zal vanwege de voorgestelde ingrepen worden verplaatst maar na verplaatsing zal de natuurspeelplaats worden uitgebreid en in Fase 2 uitgroeien tot een echte (water)speelplaats voor kinderen.

Afbeelding 2.3: Schets beoogde nieuwe situatie (Bron: Planbureau)

14

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk.

Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda vindt u onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Conclusie De NOVI bevat beleid op een hoog schaalniveau en doet geen uitspraken over dit initiatief of over het plangebied. Het initiatief is daarmee niet strijdig met de NOVI.

15

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. In het Barro is het Natuurnetwerk Nederland opgenomen, waarvoor regels zijn opgenomen ter bescherming. De Vijfde Tocht behoort tot dit Netwerk en dit moet zodoende meegenomen worden in deze planvorming. Dit wordt later toegelicht in paragraaf 4.5.

Conclusie Het Barro doet uitspraken over de Vijfde Tocht, welke de zuidoostelijke grens van het plangebied vormt. Dit wordt meegenomen in de planvorming en later toegelicht. Verder doet het Barro geen uitspraken over dit initiatief of over het plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bij ruimtelijke besluiten moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt over het ruimtegebruik. Dit brengt het gestelde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening met zich mee. Daarin is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (hierna: de Ladder). De Ladder is van toepassing op ieder bouwplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doel van de Ladder is om ongewenste leegstand te voorkomen en zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Daarenboven dient een bestemmingsplan te strekken tot een goede ruimtelijke ordening, in welk kader de keuze voor een uitbreiding van een stedelijke functie deugdelijk dient te zijn onderbouwd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt recreatieve voorzieningen mogelijk, waaronder gebouwen tot een totale bebouwde oppervlakte van maximaal 3.500 m². Het bestemmingsplan maakt derhalve meer bebouwing mogelijk dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het gaat daarmee om een stedelijke ontwikkeling in de zin van de wet. Aan deze recreatieve functieuitbreiding ligt een duidelijke behoefte ten grondslag. Deze behoefte is verwoord in paragraaf 2.2. Daaruit blijkt tevens dat de gewenste uitbreidingen vanwege hun locatie-specifieke karakter, logischerwijs niet elders realiseerbaar zijn.

Het belang van de beoogde verbreding van de recreatieve activiteiten in GBZ is door de provincie Zuid-Holland onderkend. Bij besluit van 4 november 2022 kende zij aan de gemeente Gouda een projectsubsidie toe ter grootte van € 450.000,vanwege de grote bijdrage van het project aan het provinciale doel van een gezonde en bewegingsvriendelijke leefomgeving. De keuze voor de bestemmingsregels is gedomineerd door het belang van het behoud en de bescherming van de aanwezige natuurwaarden. Verder wordt niet meer of anders toegelaten dan minimaal benodigd is voor de gewenste recreatieve voorzieningen.

16

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de eisen uit hoofde van de Laddertoets en is daarmee te beschouwen als een goede ruimtelijke ordening.

3.2

Provinciaal/regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie

De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. Dit beleid is op 15 maart 2022 in werking getreden en kent zeven provinciale vernieuwingsambities. Dit zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties, en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonder, veilige en aantrekkelijke leefomgeving.

Met betrekking tot het planvoornemen is het relevant om te noteren dat de provincie streeft naar vitale hoogwaardige natuur en fraaie landschappen die beginnen bij de voordeur en zich uitstrekken tot de kernen van de natuur- en groengebieden, verbonden met water en erfgoed. De provincie Zuid-Holland wil een aantrekkelijke, duurzame, concurrerende toonaangevende provincie zijn, waar mensen met plezier wonen, werken en recreëren in een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast ook nog specifiek een beleidskeuze geformuleerd met betrekking tot de groenblauwe stedelijke structuur. Dit is een structuur van verschillende ruimtes en routes in en rondom het stedelijk gebied. De provincie zet in op een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig zijn om de leefbaarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en versterken, ook in tijden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hitte. Er ligt een opgave om deze integrale structuur te behouden en waar nodig te versterken. In het verlengde hiervan wil de provincie de biodiversiteit in het stedelijk gebied op een duurzame manier behouden en versterken. Het plangebied is onderdeel van deze groenblauwe stedelijke structuur en wordt zodoende meegenomen in de beleidskeuzes gemaakt door de provincie.

Het planvoornemen sluit aan bij de visie zoals die geformuleerd is in de omgevingsvisie, namelijk door het behoud en versterken van deze Groenblauwe Zone. Conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de omgevingsvisie Zuid-Holland. Met het planvoornemen worden de kwaliteiten van het groenblauwe gebied versterkt en de natuurlijke waarden verder beschermd.

17

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

3.2.2

Omgevingsverordening

Voor het in stand houden van goede omgevingskwaliteit zijn er regels nodig over wat wel en niet is toegestaan binnen de provinciegrenzen. Deze regels zijn ondergebracht in de omgevingsverordening. Het betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. In de omgevingsverordening is het plangebied aangewezen als recreatiegebied en groene buffer. Voor de groene buffer betekent dit dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelst en de bufferfunctie niet onevenredig wordt verstoord. Wat betreft de recreatieve functie die is aangewezen in de omgevingsverordening gelden de volgende voorwaarden: een bestemmingsplan voor een locatie binnen recreatiegebied waarvan de plaats geometrisch is bepaald kan worden voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor zover: a. b. c. d. e.

de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de openbare toegankelijkheid van het gebied, rekening houdend met het huidige gebruik van het gebied; de ontwikkeling gericht is op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en ook de recreatieve waarde van het gebied zal versterken; de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; de ontwikkeling bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren; de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatie knooppunten en cultuurhistorisch erfgoed.

Het planvoornemen beoogd als hoofdfunctie het behoud en het versterken van de groene en recreatieve waarde van het gebied. Dit plan maakt een beperkt oppervlak aan voorzieningen mogelijk, die daarnaast bijdragen aan het karakter van het plangebied. De nieuwe wandel- en fietspaden hebben daarnaast een verbindende functie tussen de nieuwe wijk Westergouwe, Moordrecht en de rest van de gemeente Zuidplas. Het vormt hiermee een groene buffer tussen de gemeenten Gouda en Zuidplas in die zowel voor de inwoners als voor de natuur van waarde is. Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de omgevingsverordening.

3.2.3

Samen Verder Fietsen

De provincie Zuid-Holland wil de best bereikbare provincie zijn, ook per fiets. Daarom heeft de provincie haar ambities vastgelegd in het Fietsplan 'Samen verder fietsen'. Het Fietsplan is, samen met de Uitvoeringsagenda Fiets, in april 2016 unaniem door de Provinciale Staten vastgesteld. De provincie wil inzetten op: het verbeteren en aanleggen van fietspaden zodat fietsers snel, veilig en makkelijk van A naar B én recreatief kunnen fietsen; het makkelijker en aantrekkelijker maken om vanuit de auto of het OV over te stappen op de fiets; het aanleggen van innovatieve, energie-neutrale fietspaden. Het plangebied is op dit moment al een groen recreatiegebied waar bezoekers doorheen kunnen fietsen. Het planvoornemen sluit hierbij aan en werkt daarbij aan optimalisatie van dit gebied en de verbindende en recreatieve functie die het zal hebben voor (toekomstige) omwonenden. Het plan is hiermee in lijn met de doelen zoals gesteld in het provinciale fietsplan. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de doelen uit het provinciale fietsplan.

18

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Zuidplas

Op 13 juli 2021 is de omgevingsvisie van de gemeente Zuidplas vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin legt de gemeente haar ambities vast voor de lange termijn (tot 2040). De omgevingsvisie is het afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Op basis van de kenmerken en kwaliteiten van de gemeente wordt gestreefd naar een: Aantrekkelijk Zuidplas Duurzaam Zuidplas Ondernemend Zuidplas Gezond Zuidplas In 2040 wil de gemeente Zuidplas in de breedste zin van het woord een aantrekkelijke en onderscheidende gemeente zijn binnen de regio. Aantrekkelijke en vitale dorpen om in te wonen, omgeven door groen en ruimte en een gemeente waar het prettig werken en recreëren is. Door de positie tussen de Randstad en het Groene Hart heeft Zuidplas een sterke kwaliteit die ingezet gaat worden om toekomstige doelen te bereiken, met een grotere rol in het kader van de Metropoolregio en regio Midden Holland. Wat betreft recreatie en natuur is er sprake van een toenemend belang van recreatie binnen de gemeente. Zo zijn er al twee recreatieve gebieden met een bovenregionale betekenis, Rottemeren en Hitland, die door de Ringvaart en de Groene Zoom met elkaar verbonden zijn. De focus ligt op rust, ruimte, water en natuurbeleving, maar ook op uitdagend, sportief en actief recreëren.

Plangebied Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een aantrekkelijk gebied waar recreatie en natuur elkaar kunnen versterken. Dit vindt plaats door goede en veilige routes door het plangebied ter verbinding van de verschillende nabijgelegen gebieden. Het gaat om het faciliteren van enkele voorzieningen, waarbij gedacht kan worden aan kleinschalige horeca, educatie-gerichte voorzieningen en functieversterkende elementen, zoals buitenlucht sporttoestellen en bankjes. Hiermee wordt de natuur en het landschap behouden en hebben de inwoners van omliggende gebieden een prettige plek om te bewegen en tot rust te komen. In de omgevingsvisie is geen concrete doelstelling aangewezen voor het plangebied. Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij de ambities van de gemeente Zuidplas, doordat het inzet op een aantrekkelijke omgeving die bijdraagt aan de gezondheid van de inwoners van Zuidplas en Gouda. Hierdoor worden de landschappelijke kenmerken, die bij Zuidplas horen, versterkt.

3.3.2

Visie op recreatie Zuidplas 2025

Op het gebied van recreatie heeft de gemeente Zuidplas haar ambities vastgelegd in de 'Visie op recreatie Zuidplas 2025'. De polders, de uitgestrektheid, de cultuurhistorie, het groen en het water maken Zuidplas aantrekkelijk. Dit wil Zuidplas nog sterker gaan neerzetten met een plezierig woon-, leef- en werkklimaat. Sport, ontspanning en recreatie zijn hierbij belangrijke elementen. Ook ondernemers hebben belang bij een recreatief aantrekkelijk Zuidplas, omdat recreanten graag gebruik maken van hun voorzieningen. Zuidplas wil uitnodigend zijn naar (potentiële) bezoekers, waarbij de focus ligt op mensen die binnen een fietsafstand van 25 km van de gemeente wonen. De visie op recreatie is vertaald in vijf speerpunten:

19

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

1. 2. 3.

4. 5.

Zichtbaar maken en promoten: aandacht voor marketing van de parels in Zuidplas. Ontsluiten en bereikbaar maken van Zuidplas voor dagrecreanten: het creëren van goede bewegwijzerde verbindingen. Het creëren of faciliteren van nieuwe voorzieningen en het beter beleefbaar maken van bestaande voorzieningen. De gemeente juicht (ondernemers en inwoners-)initiatieven toe die de identiteit van Zuidplas versterken op het gebied van: a. Rust, ruimte, water- en natuurbeleving b. Cultuurhistorie c. Recreatie bij de boer d. Uitdagend, sportief en actief recreëren. Vraaggericht ontwikkelen: de ontwikkeling van aanbod moet passen bij de wensen van de belangrijkste doelgroepen. Mogelijk maken van evenementen, passend bij ons dorpse of landelijke karakter.

Situatie plangebied Het plangebied ligt aan de rand van de gemeente, tegen de grens van de gemeente Gouda aan. Het gebied heeft op dit moment een polderstructuur met weilanden, en heeft een natuurfunctie. Het plan draagt bij aan de doelen van de visie op recreatie doordat het aansluit op de aspecten 'rust, ruimte, water- en natuurbeleving'. Het trekt daarnaast bewoners van de nieuwe woonwijk Westergouwe naar de gemeente voor de rust, recreatie- en natuurbeleving. Door de herontwikkeling van de Groenblauwe Zone wordt de verbinding tussen de kern Moordrecht en Gouda versterkt op een manier die past bij de kernkwaliteiten van de gemeente Zuidplas. Conclusie Het planvoornemen sluit aan op de wensen van de gemeente Zuidplas op het gebied van recreatie, voor zowel eigen bewoners als de bewoners van aangrenzende gemeente(n), als ook het doel is andere regio's en gemeenten te bereiken. Daarmee voegt het planvoornemen toe aan de aantrekkelijkheid van de gemeente.

3.3.3

Masterplan Westergouwe 2.0

In 2005 is het Masterplan Waterstad Westergouwe vastgesteld. Een van de belangrijkste aanleidingen voor de bouw van Westergouwe was de behoefte in Gouda aan extra woningen om de doorstroming op de Goudse woningmarkt te bevorderen. Inmiddels is Westergouwe volop in ontwikkeling. De tweede helft van Westergouwe, de planperiode 2022-2034 is nu aangebroken. Masterplan Westergouwe 2.0 probeert antwoord te geven op de vragen welke maatschappelijke ontwikkelingen verder van invloed zijn op de verdere ontwikkeling van Westergouwe.

3.3.4

Mobiliteitsvisie Zuidplas

Op 22 april 2015 heeft de gemeente Zuidplas haar Mobiliteitsvisie vastgesteld. Zuidplas wil een goed bereikbare gemeente zijn. Goede bereikbaarheid is een voorwaarde voor economische activiteit, vitaliteit en ontplooiing. Er is in de verschillende dorpen een goed voorzieningenniveau, gelegen in een groene omgeving met een agrarisch karakter. Ook wordt het belang genoemd van het ontwikkelen en investeren in recreatieve fietsverbindingen. Het planvoornemen past binnen deze visie en draagt bij aan een verbeterde verbinding tussen Zuidplas en Gouda.

20

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

3.3.5

Welstandsbeleid

Gemeente Zuidplas heeft er voor gekozen om meer gebieden welstandsvrij te maken. Daarbij hanteert ze het principe van ‘welstandsvrij tenzij...’. Dat betekent dat de gemeente in principe welstandsvrij is. Uitzondering daarop zijn kwetsbare gebieden. In de bijbehorende kaart is het plangebied voor de GBZ groen gemarkeerd, wat betekent dat het welstandsvrij is. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de kaart 'twee welstandsregimes'. Hoewel het plangebied valt onder het gebied gemarkeerd als welstandsvrij, wil de gemeente excessen voorkomen. Voorliggend planvoornemen heeft als doel de globale bestemming en functies vast te leggen in het plangebied, maar geeft nog geen concrete vorm aan de te realiseren functies. Dit zal in het kader van de bouwvergunning getoetst worden.

Afbeelding 3.1 Uitsnede 'kaart - twee welstandsregimes', plangebied geel gemarkeerd (bron: zuidplas.nl)

21

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

22

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoeringsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een lijst van richtafstanden opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten "milieubelastende activiteiten" aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van "milieugevoelige activiteiten". De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Plangebied Het plan maakt een aantal verschillende functies mogelijk, zoals uitgebreid is toegelicht in paragraaf 2.2. Geen van deze functies is een gevoelige functie in het kader van de Wet milieubeheer. Ook met de omgekeerde werking dient rekening gehouden te worden. Nabijgelegen gebied Westergouwe is een woonwijk en woningen worden wel als gevoelige functies gezien. De functies die mogelijk worden gemaakt hebben alle een milieucategorie 1, waarmee een afstand van 10 tot 30 m noodzakelijk is tussen de gevoelige functie en de nieuwe functie. Deze afstand wordt hoe dan ook aangehouden, ook al zijn de exacte locaties van de nieuwe functies nog niet vastgelegd.

Door de opzet van Westergouwe ten opzichte van de Groenblauwe Zone wordt deze afstand altijd gehaald. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Plangebied Voorliggend initiatief voorziet niet in de realisatie van een geluidsgevoelige functie. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende

23

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties.

Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Met het inwerking treden van het BEVT vervalt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes.

Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen rekening gehouden met deze risicobenadering. Plangebied De risicokaart Nederland geeft inzicht in de risico's op de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart ter plaatse van het plangebied weergegeven, met in paars het plangebied globaal aangegeven.

24

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Afbeelding 4.1: Uitsnede risicobronnen (bron: atlasleefomgeving.nl)

Risicovolle inrichtingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of binnen een veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijk stoffen over (spoorwegen) Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid mogelijk wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor tussen Gouda - Rotterdam en de A20. Voor de spoorlijn geldt dat de PR-6 -contour op 7 m ligt rondom de route. Hier wordt ruimschoots aan voldaan, het plangebied ligt op meer dan 50 m afstand van de spoorlijn. Voor de A20 geldt een minimale zone van 22 m rondom de weg, waar eveneens ruimschoots aan wordt voldaan met een minimale afstand van ongeveer 250 m. Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Ter hoogte van de Vijfde Tocht is een buisleiding aanwezig, die een klein deel door het plangebied loopt. Door deze brandstofleiding worden uitsluitend K2 en K3 vloeistoffen getransporteerd. Uit onderzoek blijkt dat bij buisleidingen waardoor uitsluitend K2 en K3 vloeistoffen worden getransporteerd er geen sprake is van een PR 10-6 contour.

Ter hoogte van het plangebied is de personendichtheid nabij de gasleiding (binnen 30 m) dermate laag dat er geen sprake is van groepsrisico. Het deel van het plangebied waar de buisleiding langsloopt is natuurgebied en blijft in de nieuwe situatie ook natuurgebied. Afgezien van infrastructuur ten behoeve van recreatie (voet- en fietspaden) wordt er geen langdurig verblijf gefaciliteerd. Bereikbaarheid voor hulpdiensten In relatie tot planrealisatie dient voor de bereikbaarheid van het plangebied door hulpdiensten rekening te worden gehouden met de volgende voorwaarden: de minimale beschikbare rijstrookbreedte kan variëren per wegkenmerk, maar de weg moet minimaal voor 3,25 meter worden verhard en er moet een vrije ruimte zijn met een breedte van 3,5 meter; de doorgangshoogte moet minimaal 4,20 meter zijn; er dient rekening gehouden te worden met de draaicirkel van de voertuigen en de hiermee gepaarde rijcurve en sleeplijn; als richtlijn voor verharding geldt een totaal gewicht van 30 ton en een asbelasting van 11,5 ton; voor bruggen en viaducten is, voor gebruik door hulpdienstvoertuigen, minimaal verkeersklasse 45 van toepassing; bij een fysieke afsluiting (paaltjes etc.) in het gebied vindt tevoren overleg plaats met de Veiligheidsregio ter waarboging van een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten.

25

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.4

Bodem

Toetsingskader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb): Niet saneren: Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. Saneren: Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient dit te worden gemeld en samen met een saneringsplan bij de provincie of de omgevingsdienst in worden gediend. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen). Na goedkeuring door het bevoegd gezag kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet.

Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas inwerking treden nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2. c. Wabo). Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch-) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Deze bodemonderzoeken zijn ook noodzakelijk bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Plangebied In het kader van voorliggend planvoornemen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport hiervan is toegevoegd in Bijlage 1. De belangrijkste resultaten worden hier besproken. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "grootschalig onverdacht" (ONV-GR). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk zandig veen.

Plaatselijk bestaat de bovengrond uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De ondergrond bestaat voornamelijk uit veen en is plaatselijk zwak tot sterk zandig en/of zwak tot sterk kleiïg en/of plantenrestenhoudend. Plaatselijk bestaat de ondergrond uit zwak siltig klei of matig siltig, matig fijn zand. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig baksteenhoudend. Verder is de bovengrond plaatselijk matig puinhoudend. De ondergrond is plaatselijk zwak baksteenhoudend of sterk puinhoudend. Tijdens de veldwerkzaamheden is plaatselijk (boring 02 en 16) een stabilisatielaag (volledig puingranulaat) aangetroffen, waardoor de boringen zijn gestuit. Aanvullend voor boring 02 is boring 02a geplaatst.

26

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Dergelijke stabilisatielagen zijn verdacht voor aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. De boringen waar bijmeningen met puin zijn aangetroffen (boring 02, 16 en 17) zijn dicht bij dammen/duikers en verharde paden gesitueerd. Gezien het puin zich ook in de ondergrond bevindt, is het puin naar verwachting niet afkomstig van paden, maar van dammen/duikers. Mogelijk is bij de realisatie van de dammen/duikers puinhoudende grond toegepast, of is door de jaren heen puin aangebracht om deze te verstevigen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met metalen (kwik, lood, molybdeen, kobalt en zink). De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met metalen (kwik, lood, molybdeen, kobalt, zink en nikkel) en ter plaatse van boring 17 ook met PAK. Het grondwater is over de gehele onderzoekslocatie licht verontreinigd met barium. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "grootschalig onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er voor de onderzochte parameters géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de ontwiikkeling van de onderzoekslocatie.

Het aangetroffen puin kan, met betrekking tot de parameter asbest, mogelijk wel milieuhygiënische belemmeringen vormen. Er zijn bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden aanwijzingen gevonden (aantreffen van puin(resten)) die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten, waardoor geadviseerd wordt een onderzoek asbest in bodem/puin uit te voeren. Conclusie Het uitgevoerde onderzoek heeft aangetoond dat er lichte mates van verontreiniging aanwezig zijn in het plangbied. Echter, de mate en aard van de verontreiniging geven geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Wel zijn er aanwijzingen gevonden die kunnen duiden op een asbestverontreiniging. Dit dient middels een aanvullend onderzoek verder geanalyseerd te worden.

4.5

Ecologie

Toetsingskader Vanuit de Wet natuurbescherming is, bij ruimtelijke ingrepen en niet bestendig beheer, de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het doel van de Wet natuurbescherming is onder andere het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Door, voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen en niet bestendig beheer, stil te staan bij aanwezige natuurwaarden, kan onnodige schade aan beschermde soorten worden voorkomen of beperkt. Voor een uitgebreide toelichting op de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar Bijlage 2. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt tussen de provinciale weg N457 en de Oost ringdijk, tussen de plaatsen Moordrecht en Gouda. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

27

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Afbeelding 4.2: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 (bron: Rapport berekening stikstofdepositie)

De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn: Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein, gelegen op een afstand van circa 5,5 km; Nieuwkoopse plassen & De Haeck, gelegen op een afstand van circa 12,5 km; De Wilck, gelegen op een afstand van circa 14,2 km. Hierbij dient wel te worden vermeld dat het Natura 2000-gebied De Wilck niet stikstofgevoelig is. Om de gevolgen voor Natura 2000-gebieden in kaart te brengen is een stikstofberekening uitgevoerd. Het volledige rapport is te lezen in Bijlage 3. Naar aanleiding van deze berekening wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied is niet gelegen in het NNN en het voetpad dat verbreed wordt ligt buiten de 100 m afwegingszone voor NNN (zie onderstaande afbeelding). Hiermee kunnen effecten op het NNN op voorhand worden uitgesloten.

28

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Afbeelding 4.3: Ligging plangebied ten opzichte van NNN (bron: rapport BEC)

Soortenbescherming In onderstaande teksten wordt ingegaan op de afzonderlijke soortgroepen die voorkomen binnen het plangebied en of hier een effect op te verwachten is en zo ja hoe deze effecten gemitigeerd kunnen worden. Vogels Het plangebied is gesitueerd in de zogenaamde Groenblauwe Zone, een gebied met zeer veel broedvogels. Om een conflict met broedvogels te voorkomen dient opgaande beplanting en rietland buiten het broedseizoen (1 maart tot en met 1 september) te worden verwijderd. Gedurende het vogelbroedseizoen dient de vegetatie kort gehouden te worden om vestiging van broedvogels te voorkomen. Het bouwrijp maken buiten het kritische vogelbroedseizoen is daarom wenselijker. Jaarrond beschermde vogels worden niet verwacht, geschikte opgaande beplanting of bebouwing ontbreekt binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. De twee opstallen gemaakt voor steenuil bevinden zich niet binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingrepen. Vissen In de zomer van 2022 is door middel van E-Dna onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van grote modderkruiper. Deze soort is niet aangetroffen. Andere zwaarder beschermde vissen worden niet verwacht. De voorgenomen ingrepen hebben geen effect op beschermde vissen. Amfibieën In de zomer van 2022 is door middel van E-Dna onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van rugstreeppad. Deze soort is niet aangetroffen.

Andere zwaarder beschermde amfibieën worden niet verwacht. De voorgenomen ingrepen hebben geen effect op zwaarder beschermde amfibieën. Wel kunnen algemeen voorkomende amfibieën voorkomen zoals de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Door bij de aanlegfase de zorgplicht te hanteren en dieren een vluchtroute te bieden en eventueel aanwezige kikkerdril en larven over te zetten bij vergraven watergangen wordt het doden van dieren voorkomen.

29

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Reptielen In het gebied de Groenblauwe Zone zijn ringslangen gesignaleerd, hiervoor zijn ook speciale broeihopen aangelegd. Ter plaatse van de voorgenomen ingrepen zijn geen organische hopen aanwezig waarin ringslangen zich kunnen ophouden of voortplanten. Om te voorkomen dat ringslangen zich gaan vestigen dient organisch materiaal niet geconcentreerd te worden op hopen in en direct rond het plangebied waar de ingrepen zijn voorzien. Hiermee wordt het doden en verwonden van ringslangen voorkomen. Eventuele sloten en oevers blijven ongemoeid. Eventuele werkzaamheden worden gedaan tussen 1 november en 1 maart. Grondgebonden zoogdieren In het gebied waar het fietspad moet worden verlegd en de grootschaligere voorzieningen zijn voorzien is door middel van E-Dna onderzoek gedaan naar het voorkomen van de waterspitsmuis. Deze soort is hier niet aangetroffen. Wel is in het aangrenzende gebied met tijdelijke natuur met E-Dna een match gevonden met waterspitsmuis. Om de waterspitsmuis te stimuleren wordt geadviseerd om zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers te hanteren zodat deze soort in de toekomst langs het plangebied kan migreren. Andere zwaarder beschermde grondgebonden zoogdieren worden niet verwacht op basis van verspreiding en biotoop. Vleermuizen Het is aannemelijk dat vleermuizen foerageren in de Groenblauwe Zone.

Om die reden is het niet wenselijk om extra verlichting aan te brengen die uitstraalt naar het ecologische (niet opengestelde) deel van de Groenblauwe Zone en de Vijfde Tocht die fungeert als een ecologische verbindingszone. Indien er wordt overwogen het extra fietspad en verbrede voetpad te verlichten dient gebruik te worden gemaakt van lage oriëntatieverlichting met bewegingssensor zodat er alleen sprake is van functionele verlichting die alleen aanspringt als het nodig is. Indien er permanente en grootschaligere verlichting is voorzien dient er nader vleermuisonderzoek plaats te vinden om eventuele effecten te bepalen. Ook kan de kleur verlichting verkend worden. Planten Er groeien geen beschermde planten ter plaatse van de voorgenomen ingrepen en die worden op basis van verspreiding ook niet verwacht. Het plangebied is zeer voedselrijk waardoor soorten van schrale bodem ontbreken. Ongewervelden Er worden geen effecten verwacht op ongewervelden. Op basis van verspreidingsgegevens worden die niet verwacht Conclusie Gebiedsbescherming Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.

Soortenbescherming De ingreep moet bij voorkeur buiten het kwetsbare broedseizoen worden gepland (na 1 september en voor 1 maart). Indien dit niet mogelijk is zal een ecoloog een flora en faunacheck moeten uitvoeren binnen het plangebied om er zeker van te zijn dat er geen broedvogels worden verstoord. Verlichting mag niet uitstralen naar de niet toegankelijke (donkere) delen van de Groenblauwe Zone. Indien er toch verlichting toegepast gaat worden is het advies eerst de functionaliteit voor vleermuizen te beoordelen. Een aantal soorten is namelijk lichtgevoelig. Het uitstralen van licht kan hiermee als opzettelijke verstoring worden gezien.

30

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Vanwege het voorkomen van ringslang dienen hopen met organisch materiaal te worden voorkomen waar ringslangen in kunnen overwinteren of voortplanten binnen het plangebied. Verder liggen er kansen om op een natuurinclusieve manier te bouwen, wat meegenomen kan worden bij het ontwerp van de gebouwen. Hierbij kan gedacht worden aan vleermuiskasten, nestkasten voor vogels en het groen inrichten van de ruimte.

4.6

Verkeer en parkeren

Verkeer en parkeren Binnen het plangebied wordt niet voorzien in de verkeersgeneratie van gemotoriseerd verkeer, afgezien van leveringen en hulpdiensten. Dit komt omdat het directe verzorgingsgebied voor het plangebied de woonwijk Westergouwe ten noorden en Moordrecht ten zuiden van het plangebied is. Hierbij geldt dat eventuele bezoekers die wel van verder komen en zodoende mogelijk met de auto komen, in Westergouwe worden opgevangen. Parkeren Het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren' is op 24 april 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Zuidplas. De bedoeling van het paraplubestemmingsplan is dat in ieder deel van de gemeente Zuidplas bij (bouw)ontwikkelingen in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Deze herziening verklaarde de Parkeernota uit 2013 van toepassing, of diens opvolger. Inmiddels is dat de Nota Parkeernormen 2019. Op voorliggend bestemmingsplan is het Paraplubestemmingsplan van toepassing verklaard. Daarmee wordt geregeld dat bij aanvragen voor omgevingsvergunningen voor het bouwen of afwijken van het bestemmingsplan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het geldende parkeerbeleid van de gemeente Zuidplas. In het plangebied wordt geen parkeergelegenheid gerealiseerd, de bezoekers worden gestimuleerd om te voet of met de fiets naar het plangebied te komen.

(Mindervalide) bezoekers die wel met de auto komen kunnen in Westergouwe parkeren. Op basis van het Masterplan Westergouwe 2.0 zal het plangebied ruwweg ingevuld worden met de volgende functies: Horeca: met een maximaal oppervlak 780 m2 . Dit is een plek waar men kan lunchen, dineren, borrelen en eventueel ook locatie kan bieden aan evenementen voor groepen tot 200 personen. Kleinschalige horeca: met een totaal maximaal oppervlak van 280 m2 . Hier kan gedacht worden aan een bar, café of cafetaria. Recreatieve voorzieningen: hierbij worden voorzieningen beoogd die een directe relatie met de landschappelijke kwaliteiten hebben in de Groenblauwe Zone. Hierbij kan gedacht worden aan kanoverhuur, bootverhuur en supboards. Andere recreatieve voorzieningen zijn ook denkbaar, zoals een klimmuur met een beperkte hoogte tot maximaal 5 m, een pijl-en-boogbaan, kookatelier, natuurlijke speelplek en een huttendorp. Natuureducatie: hierbij kan gedacht worden aan een kinderboerderij, een cluster volkstuintjes, een landbouwkas met eventueel een winkeltje voor het verkopen van groente. Uitgaande van vorengenoemde functies kunnen de volgende parkeercijfers worden berekend: Horeca met een maximaal oppervlak van 780 m2 . Hiervoor geldt een norm van 14 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Dit komt neer op 109,2 parkeerplaatsen. Café/bar/cafetaria van maximaal 280 m2 .

Hiervoor geldt een parkeernorm van 7 parkeren per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Dit komt neer op 19,6 parkeerplaatsen. Recreatieve voorzieningen. De norm hiervoor is 27 parkeerplaatsen per terrein.

31

bestemmingsplan Groenblauwe Zone

Kanoverhuur, hiervoor wordt uitgegaan van 0,7 parkeerplaats per ligplaats. Uitgegaan wordt van circa 20 ligplaatsen. Dit komt neer op 14 parkeerplaatsen. Natuureducatie. Hiervoor is uitgegaan van een kinderboerderij, waarvoor 7,6 parkeerplaatsen per terrein als norm gelden. Volkstuintjes, hiervoor geldt 1,6 parkeerplaats per 10 tuintjes. Uitgaande van 30 tuintjes, komt dit op ongeveer 4,8 parkeerplaatsen. Daarmee bedraagt de totale parkeerbehoefte 182 parkeerplaatsen. Gecorrigeerd voor het dubbelgebruiken van parkeerplaatsen en de hantering van de aanwezigheidspercentages die voortvloeien uit het gemeentelijk parkeerbeleid is het maatgevende moment de zaterdagavond waarbij de horeca maximale aanwezigheid heeft. De sportfuncties (buiten) hebben dan nog een aanwezigheidspercentage van 25% en de natuureducatie 0%. De totale parkeerbehoefte bedraagt dan, afgerond, 139 parkeerplaatsen. Voor die parkeerbehoefte zal ruimte gereserveerd worden in het centrumgebied. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor functies met een bezoekers-aantrekkende werking zullen conform de Paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren' worden getoetst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13990484/1