CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidskader cameratoezicht gemeente Zuidplas 2024 Z24.000544

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Voorstel Beleidskader cameratoezicht gemeente Zuidplas 2024 - 20275.350 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cameratoezicht gemeente Zuidplas 2024 Cameratoezicht openbare ruimte, ter handhaving openbare orde

Pagina 1 van 13

Z24.000544

Beleidskader

Inhoudsopgave Inleiding 1. Wettelijk kader 1.1. Bevoegdheid van de burgemeester 1.2. Artikel 8 EVRM en Grondwet artikel 10 1.3. Wet politiegegevens (WPG) en aanwijzingsbesluiten 1.4. Bewaartermijn camerabeelden Wet politiegegevens

2. Doelstelling, uitgangspunten en werkwijze 2.1. Doelstelling 2.2. Uitgangspunten 2.3. Werkwijze 2.3.1. Cameratoezicht voor een langere periode 2.3.2. Cameratoezicht voor een kortere periode met flexibele camera’s 2.3.3.Cameratoezicht door middel van een drone 2.4. Duur en afbakening van het cameratoezicht 2.5. Bekendmaking cameratoezicht

3.

3 4

5

6 7 9 10 11

Privacybescherming en verantwoording

12

3.1. Privacy 3.2. Data Protection Impact Assessment (DPIA) 3.3. Waarborgen 3.4. Verantwoording

13

Pagina 2 van 13

Inleiding Voor u ligt het beleidskader ‘cameratoezicht publieke ruimte’. Sinds 2006 kunnen burgemeesters op grond van artikel 151c van de Gemeentewet cameratoezicht inzetten met als primair doel bij te dragen aan de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Daarbij draagt het cameratoezicht ook bij aan het voorkomen van strafbare feiten en is de preventieve werking van camera’s een inmiddels bewezen feit. Hoewel deze vorm van cameratoezicht wordt ingezet ter handhaving van de openbare orde, kunnen camerabeelden ook worden gebruikt in het kader van de opsporing van strafbare feiten. Dat kan indien er een concrete aanleiding bestaat om te vermoeden dat de beelden noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit. Cameratoezicht is een belangrijk instrument dat bijdraagt aan het verminderen van aantasting van de openbare orde en het voorkomen van overlast. Bovendien kan met gebruikmaking van cameratoezicht in de publieke ruimte adequaat worden optreden indien aantasting van de openbare orde en veiligheid plaatsvindt. De camera’s houden toezicht in bijvoorbeeld uitgaansgebieden, stationsgebied(en) of andere gebieden waar veel overlast of ernstige criminaliteit plaatsvindt. Met behulp van cameratoezicht kan de gemeente samen met de politie indien nodig snel optreden. In Zuidplas is voorheen altijd gebruik gemaakt van statisch cameratoezicht in de openbare ruimte.

Deze camera’s staan op vaste locaties waar eerder openbare orde problematiek is vastgesteld. Het nadeel van statische camera’s is echter dat deze niet gemakkelijk en snel te verplaatsen zijn. Het brengt bovendien hoge (onderhouds)kosten en tijd met zich mee. Gebruikmaking van flexibele/mobiele camera’s die bij (ernstige dreiging van) aantasting van de openbare orde kunnen worden ingezet is daarom wenselijk. Het biedt grote voordelen omdat cameratoezicht gerichter en sneller kan worden ingezet in gebieden waar verhoogd risico op ordeverstoringen aanwezig is. Dat betekent overigens niet dat er meer camera’s noodzakelijk zijn, maar dat flexibeler omgegaan kan worden met het inzetten van cameratoezicht op locaties waar dat op dat moment noodzakelijk is. De flexibele/mobiele camera’s worden in periodes van maximaal drie maanden ingezet in een bepaald gebied, waarna de periode kan worden verlengd voor nog eens drie maanden. Voorop staat daarbij dat we ons goed bewust moeten blijven dat camera’s de privacy van inwoners kunnen schenden. Daarom blijven we onverminderd terughoudend met het plaatsen van zowel statische als flexibele camera’s en is het maken van zorgvuldige afwegingen tussen het doel van de camera enerzijds en de privacy van het publiek anderzijds noodzakelijk. De wetgever vraagt dat ook van ons.

De inzetperiode is zo kort mogelijk en altijd in samenhang met andere (veiligheids)maatregelen. Het beleidskader gaat in op het wettelijke kader, alsook de voorwaarden voor het inzetten van cameratoezicht in de publieke ruime, procedures en privacybescherming.

Pagina 3 van 13

Hoofdstuk 1 Wettelijk kader 1.1 Bevoegdheid van de burgemeester Aan de burgemeester is door de gemeenteraad, in overeenstemming met artikel 151c, lid 1 van de Gemeentewet1, de bevoegdheid verleend tot het inzetten van cameratoezicht. Dit is vastgelegd in artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)2. Op grond van deze artikelen kan de burgemeester overgaan tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur, ten behoeve van de handhaving van openbare orde, op een openbare plaats. Een dergelijk besluit van de burgemeester is een concretiserend besluit van algemene strekking waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor belanghebbenden de mogelijkheid van bezwaar en beroep openstaat. Driehoek Voorafgaand aan het instellen van cameratoezicht en het bepalen van de omvang daaromtrent, wordt te allen tijde overlegd met de driehoek. De driehoek bestaat uit de burgemeester, de teamchef van de politie en de Officier van Justitie namens het Openbaar Ministerie. Gemeenteraad De gemeenteraad wordt over een besluit tot aanwijzen cameratoezicht voorafgaand aan plaatsing van camera’s geïnformeerd door de burgemeester. Indien vanwege hoge urgentie cameratoezicht op een locatie ter handhaving van de openbare orde moet worden ingesteld, informeert de burgemeester de gemeenteraad ten spoedigste achteraf.

1.2 Artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en Grondwet artikel 10 Uit het EVRM en de Grondwet volgen de kerncriteria voor de toepassing van cameratoezicht. De inzet van cameratoezicht staat dan ook altijd op gespannen voet met artikel 8 EVRM en artikel 10 van de Grondwet. Art. 8 EVRM schrijft onder meer namelijk dat eenieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, familie- en gezinsleden en woning. Ook is inmenging van enig openbaar gezag niet toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van onder ander de nationale of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten. Art. 10 Grondwet stelt dat eenieder recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer heeft, behoudens bij of krachtens de wet gestelde beperkingen. Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is een groot goed, maar geen absoluut recht. Zowel het EVRM als de Grondwet bieden namelijk ruimte voor inperkingen van dit recht, mits deze inperking bij wet is voorzien en noodzakelijk is voor een legitiem doel. Zorgvuldige afweging van de privacy tegen andere rechten en belangen, zoals de openbare veiligheid, is daarom van groot belang.

1 Artikel 151c Gemeentewet

De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor eenieder toegankelijk zijn. 2

Artikel 2:78 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Pagina 4 van 13

1.3 Wet politiegegevens (WPG) en aanwijzingsbesluiten Wet politiegegevens Dit regime is van toepassing op de verwerking van camerabeelden, gelet op artikel 151c, lid 9, van de Gemeentewet. Omdat de gegevensverwerking namelijk plaatsvindt in het kader van de uitoefening van de politietaak, is de Wet politiegegevens van toepassing op deze camerabeelden. De beelden mogen maximaal vier weken worden bewaard, tenzij (het vermoeden bestaat dat) de gegevens noodzakelijk zijn bij de opsporing van een strafbaar feit. Aanwijzingsbesluiten Aanwijzingsbesluiten cameratoezicht zijn zoals eerder aangehaald besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De burgemeester besluit binnen welk gebied, bestaande uit openbare plaatsen of andere voor eenieder toegankelijke plaatsen camera’s worden ingezet en daarnaast voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt. Dit besluit dient te allen tijde te worden gepubliceerd en daarmee kenbaar gemaakt. Openbare plaatsen Cameratoezicht op basis van artikel 151c Gemeentewet kan alleen ingezet worden op openbare plaatsen. Het gaat hier om een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. Het gaat om een plaats die volgens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Andere plaatsen die voor iedereen toegankelijk zijn kunnen door de gemeenteraad worden aangewezen in de APV.

Wanneer een camera naar binnen kan kijken bij besloten plaatsen (denk aan een woning) wordt zogeheten ‘blurring’ toegepast waardoor de privacy van de inwoner(s) gewaarborgd blijft. In de praktijk wordt dit in beginsel zoveel als mogelijk voorkomen. Handhaving van de openbare orde Onder handhaving van de openbare orde wordt begrepen: de algemene bestuurlijke voorkoming van (onrechtmatige) gedragingen in de publieke ruimte die hinder of gevaar voor één of meerdere personen of goederen veroorzaakt, en het voorkomen van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeentelijke samenleving.

1.4 Bewaartermijn camerabeelden Wet politiegegevens (WPG) De met de camera’s gemaakte beelden (politiegegevens) mogen wettelijk gezien maximaal vier weken (28 dagen) worden bewaard (artikel 151c lid 9 Gemeentewet). Camerabeelden moeten daarna automatisch worden verwijderd, tenzij langer bewaren noodzakelijk wordt geacht voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De politie verwerkt in dat geval de camerabeelden die daarmee worden aangemerkt als politiegegeven. Opgenomen camerabeelden van bijvoorbeeld evenementen, demonstraties of zaken omtrent handhaving horeca worden (i.h.k.v. de handhaving van de openbare orde) door de politie zo nodig aan de gemeente verstrekt voor interne handhavings- en evaluatiedoeleinden. Deze verstrekking vindt plaats met inachtneming van de Wet politiegegevens. Afhankelijk van de duur van het onderzoek worden de beelden na voltooiing ervan uiterlijk binnen 28 dagen verwijderd tenzij er ander zwaarwegend belang is de beelden langer te bewaren.

Pagina 5 van 13

Hoofdstuk 2 Doelstelling, uitgangspunten en werkwijze 2.1 Doelstelling Het doel voor vast en flexibel cameratoezicht in de gemeente Zuidplas volgend uit de wet- en regelgeving is en blijft: • Primair: handhaving van de openbare orde, inclusief het voorkomen van strafbare feiten en ernstige overlast die invloed hebben op de orde en rust in de samenleving; • Secundair: het voorkomen en terugdringen van criminaliteit en ernstige overlast, het vergroten van de efficiëntie en effectiviteit van het optreden van de politie, gemeentelijke handhavers en andere diensten, preventieve werking door aanwezigheid van cameratoezicht en het bevorderen van het gevoel van veiligheid. Tot slot heeft cameratoezicht een repressieve functie; politie en justitie kunnen de camerabeelden gebruiken voor opsporingsdoeleinden. Openbare orde is een breed begrip en dat kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Het begrip duidt in het algemeen op een ordentelijk verloop van het maatschappelijk verkeer in de openbare ruimte. Wat onder openbare orde moet worden verstaan kan verschillen naar plaats, situatie en tijd. Wat in de ene plaats of situatie als een verstoring van de openbare orde wordt ervaren, kan elders dus mogelijk niet als zodanig ervaren worden.

De Hoge Raad heeft hierover in 2007 in een arrest geconstateerd dat bij de invulling van het begrip openbare orde zal moeten worden gekeken naar het 'normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval'. Concluderend komt de Hoge Raad tot de conclusie dat de openbare orde is aangetast als sprake is van 'een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte.' In 2010 gaf de Nederlandse regering verdere uitleg aan het begrip ‘verstoring van de openbare orde’. Het gaat vaak om strafbare feiten, variërend van overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) tot misdrijven zoals de vernieling van auto's of bushokjes. Daarnaast kan het ook gaan om gedragingen die op zichzelf niet als strafbaar feit zijn gekwalificeerd, maar onder omstandigheden wel kunnen worden aangemerkt als 'orde verstorende gedragingen'. Als voorbeeld hierbij wordt genoemd 'intimiderend groepsgedrag in de vorm van joelen, najouwen of bespugen van voorbijgangers' Bij het inzetten van cameratoezicht kan ook een van de volgende subdoelen van toepassing zijn: Subdoel

Omschrijving

Preventie

Potentiele daders zien af van het plegen van criminaliteit of overlast.

Vroege interventies

Repressief

Veiligheidsgevoel Opsporing

Bij digitale surveillance door een Team Technisch Toezicht van Nationale politie of meldkamer van een handhavingsteam, kunnen incidenten vroegtijdig waargenomen en zo mogelijk in de kiem gesmoord worden. Bij (dreigende) incidenten kunnen eenheden ter plaatse door de meldkamer van de politie of het handhavingsteam direct en doeltreffend worden aangestuurd. Cameratoezicht werkt hierbij ondersteund aan fysiek toezicht ter plaatse. De aanwezigheid van camera’s geeft inwoners, bezoekers en/of ondernemers een veiliger gevoel. Achteraf kunnen beelden worden gebruikt voor de opsporing van strafbare feiten.

Pagina 6 van 13

Het bevorderen van het veiligheidsgevoel door gebruikmaking van cameratoezicht en het opsporen van strafbare feiten met gebruikmaking hiervan, vormen op zichzelf hier nooit een zelfstandig doel voor het instellen van gemeentelijk cameratoezicht. Camera’s alleen inzetten om het veiligheidsgevoel te vergroten, zonder dat andere maatregelen worden genomen werkt schijnveiligheid in de hand. Bij opsporing kunnen op opgenomen beelden strafbare feiten en daders zichtbaar zijn. Zij kunnen worden herkend, opgespoord en vervolgd. Dit heeft een afschrikwekkend effect op andere potentiële daders waardoor de veiligheid verder kan verbeteren. Deze inzet met gebruikmaking van cameratoezicht valt niet onder de bevoegdheden van de burgemeester en is daarom nooit een beoogd doel op zich. 2.2 Uitgangspunten De gemeente Zuidplas is en blijft terughoudend met het plaatsen van camera’s in het kader van cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde. Het maken van zorgvuldige afwegingen tussen het doel van de camera’s enerzijds en het waarborgen van de privacy van het publiek anderzijds is van groot belang. Zonder een voorafgaande zorgvuldig gemaakte afweging, wordt op een locatie geen cameratoezicht ingesteld. Om een zorgvuldige afweging goed te kunnen maken, worden met een aantal belangrijke criteria gewerkt. Deze criteria worden hierna als volgt benoemd en toegelicht.

Bepalen doel en te bereiken effect Voorafgaand aan het instellen van cameratoezicht moeten eerst het beoogde doel en het te bereiken effect worden bepaald. Uitgangspunten kunnen per doel verschillen en niet bij alle problemen is cameratoezicht per definitie effectief. Andere maatregelen die genomen worden, bijvoorbeeld het opschalen van fysiek toezicht, wegen hierbij mee. Op basis van deze beoordeling kan worden bepaald of een gebied in aanmerking komt voor cameratoezicht of dat camera’s verplaatst of juist weggehaald moeten worden. Europese richtlijnen cameratoezicht Na het bepalen van het doel en te bereiken effect, moet bepaald worden of de inzet van cameratoezicht in een bepaald gebied voldoet aan basisuitgangspunten, overeenkomstig de Europese richtlijnen voortkomend uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit zijn doorslaggevende uitgangspunten voor het wel of niet instellen van cameratoezicht. De basisuitgangspunten zijn: -

Maatschappelijke behoefte Er is sprake van een dringende maatschappelijke behoefte.

-

Proportionaliteit en subsidiariteit Cameratoezicht kan ingesteld worden ter handhaving van de openbare orde als dit noodzakelijk is. Dit noodzakelijkheidsvereiste omvat de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De openbare ordeverstoring of dreiging daarvan, moet ernstig genoeg van aard zijn (proportionaliteit). Ook moeten andere minder vergaande maatregelen nog niet hebben geleid tot het gewenste resultaat (subsidiariteit). Deze voorwaarden volgen uit de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Proportionaliteit De inzet van cameratoezicht dient gerechtvaardigd te zijn gezien de omvang van de criminaliteit, de (on)veiligheid en/of ernstige overlast. Dit betekent dat de burgemeester per geval moet beoordelen of de inbreuk die het cameratoezicht maakt op de persoonlijke levenssfeer van inwoners, bezoekers en/of ondernemers van Zuidplas evenredig is aan het doel dat bereikt moet worden. Subsidiariteit Daarnaast dient de inzet van cameratoezicht gerechtvaardigd te zijn omdat de verstoring van openbare orde niet met andere minder ingrijpende maatregelen voldoende teruggedrongen kan worden. Voorbeelden van alternatieve maatregelen zijn: het intensiveren van surveillance door de politie en gemeentelijke handhaving, de inzet van jongerenwerk of het aanpassen van de openbare ruimte (verlichting, groenvoorziening). Dit wordt per geval gewogen.

Pagina 7 van 13

Naast vorenstaande Europese richtlijnen, zijn aanvullende criteria met betrekking tot proportionaliteit en subsidiariteit van toepassing. Deze criteria luiden als volgt. -

Maatregelen pakket Cameratoezicht is altijd onderdeel van een pakket aan maatregelen en is hierbij een uiterst middel. Denk bij maatregelen aan intensievere en/of opgeschaalde inzet van politie, gemeentelijke handhavers, toezichthouders, jongerenwerk en/of hulpverlening bijv. verslavingszorg. Maar ook Persoonsgerichte aanpakken (PGA) met al dan niet het nemen van bestuurlijk of strafrechtelijke maatregelen zoals een gebiedsverbod of meldplicht kunnen hier deel van uitmaken. Het nemen van fysieke maatregelen in de buitenruimte is een eerder genoemd ander voorbeeld hierbij.

-

Ernst van de problematiek: Er moet sprake zijn van ernstige problematiek al dan niet met kans op verdere escalatie. Alléén (eenvoudige) overlast is onvoldoende. Er moet immers duidelijk sprake zijn van ernstige aantasting van de openbare orde of dreiging daarvan.

-

Actuele analyse van problemen en incidenten: • Analyse van de problemen: verstoringen van de openbare orde, beeld van ernstige overlast en onveiligheid, mogelijke problemen door evenementen, demonstraties, voorzieningen (winkels, horeca, coffeeshops, daklozenopvang), grote stromen van bezoekers (crowd-control). • Analyse van (ernstige) incidenten: (uitgaans-)geweld, straatroof, mishandeling, bedreiging, intimidatie, autobrand(en), autokraken, woninginbraken, drugs-, jeugd- of supportersoverlast. Het aantal geregistreerde incidenten is in vergelijking tot andere gebieden en het gemiddelde hoog.

-

Opvolging: Er zijn (werk)afspraken gemaakt over het uitkijken van de beelden en de opvolging.

-

Evaluatie: Er zijn afspraken gemaakt over de evaluatie: cameratoezicht wordt na een inzetperiode geëvalueerd.

Aanvullend wordt gekeken naar de aard van het gebied om de subdoelen te bepalen. Sommige gebieden hebben te maken met structurele problemen en zorgen voor een verminderd veiligheidsgevoel. Die gebieden zijn kwetsbaar voor overlast en criminaliteit en lenen zich gemakkelijk voor het plegen van strafbare feiten. Dergelijke gebieden zijn bijvoorbeeld de uitgaansgebieden en het stationsgebied. Daarnaast zijn er gebieden waar problemen niet (uitsluitend) gerelateerd zijn aan de functies die daar gevestigd zijn. Hierbij valt te denken aan gebieden met ernstige (jongeren)overlast, autokraken of autobranden. Deze gebieden kennen vaak pieken in de overlast en criminaliteit. Camera’s verwijderen Of cameratoezicht in een gebied moet worden voortgezet, is afhankelijk van het vooraf bepaalde (sub-)doel en een eventuele termijn die daaraan gekoppeld is. Per cameragebied is het daarbij maatwerk om afspraken over indicatoren en informatiebronnen te maken. Is het vooraf bepaalde doel bereikt, dan worden camera’s in het betreffende gebied verwijderd. Ingesteld cameratoezicht in een gebied stopt van rechtswege als de door de burgemeester vastgestelde plaatsingsduur is verlopen. Het cameratoezicht moet wel worden afgebouwd. Camera’s moeten worden verwijderd, maar ook dienen inwoners en bedrijven waar mogelijk te worden geïnformeerd. De afbouw wordt tijdig gestart.

Ingesteld cameratoezicht dient te worden beëindigd als niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden en/of het beoogde doel is bereikt. Een dergelijk besluit door de burgemeester wordt slechts op basis van een evaluatierapport genomen. Het evaluatierapport wordt opgemaakt door het team Veiligheid van de gemeente Zuidplas op basis van daartoe verkregen informatie van de politie, gemeentelijke handhavers en eventuele andere belanghebbenden. De burgemeester neemt het besluit na toetsing of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Ook dit is een besluit in de zin van de Awb. Vervolgens informeert de burgemeester de raad over het besluit.

Pagina 8 van 13

2.3 Werkwijze Aan de hand van de hiervoor genoemde doelstelling en uitgangspunten wordt overwogen of het instellen van cameratoezicht op een locatie ter handhaving van de openbare orde in aanvulling op andere maatregelen legitiem is. Als het instellen van cameratoezicht tot de mogelijkheden behoort, is het van belang zorgvuldig te bepalen welk type camera’s gewenst zijn. Ook het bepalen van een afgebakende periode is noodzakelijk, evenals het kenbaar maken van de aanwezigheid van cameratoezicht. Dat kan zijn naar omwonenden en ondernemers, maar ook naar derden die een cameratoezichtgebied betreden. Vormen van cameratoezicht Bij de afweging voor het plaatsen van camera’s wordt afhankelijk van de problematiek, het te bereiken doel en de aard van het gebied een keuze gemaakt tussen langdurend en kortdurend cameratoezicht. De voorwaarden voor het instellen van deze vormen van cameratoezicht zijn hetzelfde, maar de keuze is afhankelijk van het te bereiken doel. Hierbij zijn de volgende mogelijkheden te onderscheiden: Langdurend cameratoezicht: - met vaste, statische camera’s; - met flexibele camera’s; - een combinatie van vaste en flexibele camera’s. Kortdurend cameratoezicht: - met flexibele camera’s

2.3.1

Cameratoezicht voor langere periode

In Zuidplas is altijd gebruik gemaakt van langdurend, statisch cameratoezicht (vaste camera’s). Dat gold ook voor gebieden waar problemen piekten. Voorheen werd ook voor die gebieden gedacht aan vaste camera’s omdat flexibel cameratoezicht op dat moment nog niet tot de mogelijkheden behoorde. Dit kan ook nadelige effecten hebben omdat deze vorm van cameratoezicht vaak voor langere perioden wordt ingesteld op een bepaalde locatie, terwijl de problemen verschuiven of zich slechts in kortere periode manifesteren. Ook zijn montage- en verplaatsingskosten hoger dan bij flexibel cameratoezicht. Toch valt de effectiviteit van de vaste, statische camera’s niet zomaar teniet te doen. Cameratoezicht voor een langere periode wordt ingezet met als doel om langdurend toezicht te houden op een bepaald gebied of locatie. Omdat voor een langdurende periode inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van eenieder die het gebied betreedt waar het cameratoezicht geldt, dient de aard, omvang en de duur van de problematiek de plaatsing te legitimeren. Langdurend cameratoezicht wordt ingezet indien met grote regelmaat en terugkerend ongeregeldheden plaatsvinden zoals geweldsincidenten, overlastproblematiek of overige incidenten die vragen om extra toezicht naast de andere maatregelen die worden ingezet. Langdurend cameratoezicht betekent in Zuidplas voor een periode van maximaal twee jaar.

Na deze periode vindt er een evaluatie plaats en kan het cameratoezicht eventueel worden verlengd. -

Vaste, statische camera’s Met het begrip ‘vast’ wordt bedoeld dat de camera’s nagelvast zijn bevestigd. Dit bevestigen gebeurt doorgaans door montage aan de gevels of dakranden van gebouwen of op daarvoor geplaatste palen. Met het begrip vast (statisch) wordt dus niet bedoeld dat camera’s een vast ingekaderd beeld weergegeven. Het gebruik van de camera’s kan dynamisch zijn; dat wil zeggen dat de observatiehoek en de grootte van de observatiehoek op afstand bediend kunnen worden (pendelen / in- en uitzoomen). Langdurend cameratoezicht met vaste camera’s wordt ingezet bij locatie gebonden problematiek, bijvoorbeeld in gebieden die door hun functie een grote aantrekkingskracht op het publiek hebben, zoals grote winkel- of uitgaansgebieden en andere locaties waar een verhoogde kans op verstoring van de openbare orde doorlopend aanwezig is.

Pagina 9 van 13

-

2.3.2

Flexibele camera’s Onder flexibel cameratoezicht wordt verstaan het gebruik van mobiele camera’s die makkelijk en relatief snel geplaatst en/of verplaatst kunnen worden indien betreffende veiligheidsproblematiek zich verplaatst of acuut aandient. Met flexibele camera’s bij cameratoezicht voor een langere periode kan worden gereageerd op veranderende patronen van openbare ordeproblemen en criminaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan overlast veroorzaakt door hangjongeren, drugsgebruikers en drugsdealers, straatrovers, zakkenrollers en personen die vernielingen plegen in de publieke ruimte. Cameratoezicht voor een korte periode met flexibele camera’s Kortdurend cameratoezicht met flexibele camera’s wordt ingezet indien naar verwachting het openbare ordeprobleem in een kort tijdsbestek kan worden opgelost. Het doel van deze vorm van cameratoezicht is tijdelijk een bepaald gebied of een locatie te monitoren wegens ernstige overlast, incidenten of delicten met grote maatschappelijke impact en/of maatschappelijke onrust.

Bij een ernstige verstoring van de openbare orde, bijvoorbeeld een schietincident of een incident met een explosief, kan de burgemeester met spoed kortdurend cameratoezicht instellen indien de inzet van cameratoezicht (veelal in aanvulling op andere maatregelen) het meest passende instrument is om de openbare orde te herstellen en verdere verstoring van de openbare orde te voorkomen. Dit gebeurt slechts in uitzonderlijke gevallen waarin de openbare orde (herhaaldelijk) ernstig is verstoord of dreigt te raken, er kans is op herhaling én als er sprake is van grote onrust in de buurt. Deze camera’s worden ook hier in principe niet op woningen gericht en hebben enkel zicht op de openbare ruimte. Dit cameratoezicht wordt in beginsel voor de duur van drie maanden ingesteld en wordt indien nodig verlengd of eerder gestopt als niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en/of het beoogde doel is bereikt. Daarnaast kan uit het kortdurend cameratoezicht leiden tot het instellen van langdurend cameratoezicht indien uit het kortdurende cameratoezicht blijkt dat er sprake is van aanhoudende ernstige problematiek. Flexibele camera’s zijn gemakkelijk en snel verplaatsbaar. De camera’s staan wel voor enige tijd op een vaste plaats.

2.3.3

Cameratoezicht door middel van een drone Het inzetten van cameratoezicht middels een drone op grond van artikel 151c Gemeentewet is uitzonderlijk en vraagt om zeer zorgvuldige afweging alvorens tot een dergelijke vorm van cameratoezicht over te gaan. Toch is dit niet ondenkbaar en kan een drone juist een zeer effectief middel zijn in het kader van het uitoefenen van toezicht ter handhaving van de openbare orde. De inzet van drones zal minder snel voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit dan de inzet van de statische en flexibele camera’s die hiervoor werden toegelicht. Vanwege de mogelijkheid om drones (letterlijk en figuurlijk) flexibel in te zetten kan er ook meer inbreuk worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Het belang van het treffen van waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt hierdoor onderstreept. Indien het doel van het cameratoezicht ook kan worden bereikt op een voor de burger minder ingrijpende wijze, bijvoorbeeld door middel van statische of flexibele camera’s, dan is de inzet van drones niet geoorloofd. Bovendien mag cameratoezicht op grond van artikel 151c Gemeentewet alleen betrekking hebben op openbare plaatsen (artikel 151c, lid 1 en 2, Gemeentewet).

Het is dus niet toegestaan dat gemeenten ter handhaving van de openbare orde video-opnames maken van privévertrekken zoals tuinen en het interieur van woonhuizen. Het inzetten van een drone in het kader van cameratoezicht kan bijvoorbeeld bij (zeer) grote of complexe evenementen of demonstraties. Het vliegen met een drone is overigens aan strenge voorwaarden gebonden.

Pagina 10 van 13

2.4 Duur en afbakening van het cameratoezicht De burgemeester besluit over de uiteindelijke duur van een gebiedsaanwijzing voor cameratoezicht. Op het moment dat het cameratoezicht niet langer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde moet de burgemeester de camera's binnen een bepaald gebied (laten) verwijderen. Wanneer de duur van een gebiedsaanwijzing van rechtswege verloopt, kan de burgemeester overwegen het aanwijzingsbesluit te verlengen en daartoe een besluit nemen. Dit doet hij alleen als het nog steeds noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. Ook bij dit besluit wordt de duur van de verlenging vastgesteld. Het instellen van cameratoezicht en de daaraan gekoppelde termijnen, evenals het verlengen daarvan wordt besproken tijdens het driehoeksoverleg met de teamleiding van de politie en Officier van Justitie namens het Openbaar Ministerie. Het gebied of de locatie waar cameratoezicht plaatsvindt dient beperkt te blijven tot wat voor de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. 2.5 Bekendmaking cameratoezicht Een vereiste voor de toelaatbaarheid van cameratoezicht is dat burgers in kennis worden gesteld van het feit dat zij (mogelijk) op beeld komen wanneer ze een bepaald gebied binnentreden. Het aanwijzingsbesluit van de burgemeester is daarbij het middel dat gepubliceerd wordt.

Het staat belanghebbenden vrij daartegen bezwaar en beroep aan te tekenen (Awb). Dit vereiste strekt zich niet tot het feit dat camera’s zichtbaar opgehangen moeten worden of dat men moet kunnen zien dat de camera’s ingeschakeld staan. Door het plaatsen van waarschuwingsborden met daarop een duidelijke herkenning ‘cameratoezicht aanwezig’ aan de randen van het aangewezen gebied moeten voorbijgangers kunnen zien dat ze een gebied met toezichtcamera’s betreden. Bovendien wordt in de aanwijzingsbesluiten door middel van een plattegrond aangegeven in welk gebied de camera’s komen te hangen. Via de gebruikelijke gemeentelijke communicatiekanalen worden inwoners en bezoekers geïnformeerd over de inzet van cameratoezicht. Hierin wordt de mogelijkheid tot eventuele bezwaren ook kenbaar gemaakt. Daarnaast worden omwonenden en ondernemers in het betreffende gebied geïnformeerd over het voornemen en/of besluit om cameratoezicht in te stellen en eventueel opnieuw bij de beëindiging van het cameratoezicht. Het hangt af van de tijdsduur van het cameratoezicht en de te verwachten impact op de omgeving.

Pagina 11 van 13

Hoofdstuk 3 Privacybescherming en verantwoording 3.1 Privacy Gebruikmaking van cameratoezicht en het waarborgen van de privacy gaan op gespannen voet met elkaar. Daarom is het van belang om bij het inzetten van cameratoezicht zorgvuldige afwegingen te maken zoals eerder is opgemerkt. Onnodige schending van de privacy moet te allen tijde worden voorkomen. Daarbij moet rekening gehouden worden met het te bereiken doel, de uitgangspunten zoals hiervoor beschreven en de wettelijke kaders. Maar ook de grondbeginselen ten aanzien van proportionaliteit en subsidiariteit zijn onverminderd van toepassing. Met gemeentelijke camera’s worden beelden gemaakt en verwerkt. De burgemeester is verantwoordelijk voor de inzet van het cameratoezicht en de daaraan klevende vereisten. De politie is op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) verwerkingsverantwoordelijke ten aanzien van de daadwerkelijk verwerking van camerabeelden. Om de privacy van burgers te beschermen worden de camera’s in principe niet op woningen gericht. In hoofdstuk 2 is het kenbaar maken van het cameratoezicht op een locatie naar inwoners, bezoekers en/of ondernemers reeds toegelicht.

3.2 Data Protection Impact Assessment (DPIA) Onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) kunnen organisaties verplicht zijn een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit te (laten) voeren. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft ook een lijst vastgesteld waarop aangegeven staat bij welke gegevensverwerkingen een DPIA uitgevoerd moet worden. Daaronder het verwerken van camerabeelden verkregen middels cameratoezicht in de openbare ruimte. Met dit instrument worden vooraf de privacy-risico’s van al dan niet digitale gegevensverwerking in kaart gebracht. Daarna worden voor zover mogelijk maatregelen genomen om deze risico’s te verkleinen. Een DPIA wordt ook wel een gegevensbescherming-effectbeoordeling (GEB) genoemd. Zowel de burgemeester als de korpschef van de politie zijn beiden verantwoordelijk voor publiek cameratoezicht en de verwerking van de camerabeelden die hiermee verkregen worden. Daarom dienen zij beiden voor hun deel van het proces een DPIA uit te (laten) voeren. De DPIA-verplichting is voor de korpschef opgenomen in de Wpg onder artikel 4c. Voor de burgemeester is de DPIA gericht op de inzet van cameratoezicht in de openbare ruimte. Indien er sprake is van gebruik van nieuwe technologie wordt de DPIA opnieuw uitgevoerd.

Ook als de gegevensverwerking zelf niet verandert is er elke drie jaar sprake van herijking van de DPIA.

3.3

Waarborgen

De camerabeelden zijn door fysieke, softwarematige en organisatorische maatregelen beveiligd. Fysieke waarborgen Onder fysieke waarborgen vallen de beveiligingsmaatregelen bij uitkijkruimten vanuit waar het proces van cameratoezicht technisch wordt ondersteund. De ruimtes zijn niet vrij toegankelijk voor eenieder en kunnen slechts door een beperkt aantal daartoe bevoegde medewerkers worden betreden.

Pagina 12 van 13

Softwarematige waarborgen Softwarematige waarborgen zijn de ‘blanking’ en het automatisch wissen van beelden. Met de camera’s wordt niet in woningen gekeken. Middels software wordt een grijs vlak gelegd over woningen waar er risico is dat een camera beelden van in de woning ‘opvangt’. Het grijze vlak draait mee als de camera beweegt zodat de afgeschermde locatie ook afgeschermd blijft bij het bewegen van de camera. Opgenomen beelden vallen onder de Wet Politie Gegevens (Wpg) en worden maximaal 28 dagen opgeslagen en daarna automatisch gewist. In die 28 dagen kunnen beelden van strafbare feiten eventueel teruggezocht, gebruikt en veiliggesteld worden voor opsporing en vervolging. Organisatorisch waarborgen Een organisatorisch waarborg is dat beelden alleen worden bekeken door daartoe geautoriseerde en bevoegde partijen en medewerkers. Slechts een kleine groep personen kijkt camerabeelden uit vanuit hun functie. Vanuit hun functie vindt ook gebruikelijke screening plaats (toezichthouders, Buitengewoon Opsporingsambtenaren of Algemeen opsporingsambtenaren). Van medewerkers die daadwerkelijk de camerabeelden actief bekijken worden handelingen in het systeem gelogd. Als beelden worden bewaard conform de wettelijke bewaartermijnen, wordt hiervan een register bijgehouden.

De politie beslist bij een waargenomen incident zo mogelijk over het doorschakelen van de beelden naar de zogenoemde meekijkstations van de politie. De camera’s staan altijd aan maar de beelden worden niet altijd live uitgekeken. Als ze niet live bekeken worden zijn ze gericht op door de gemeente en politie overeengekomen vaste positie. Er kan besloten worden hiervan bij incidenten of calamiteiten tijdelijk af te wijken. Om de inbreuk op de privacy te beperken gebeurt het live uitkijken alleen op de dagen en tijdstippen dat dit noodzakelijk is. 3.4 Verantwoording De gemeenteraad stelt het integrale veiligheidsprogramma (IVP) vast en controleert de uitvoering daarvan. Cameratoezicht is een van de terugkerende onderwerpen in het IVP. In dat kader informeert de burgemeester de gemeenteraad jaarlijks over de inzet van het cameratoezicht, de effectiviteit en de resultaten die zijn behaald. Namens de burgemeester vraagt het team Veiligheid van de gemeente Zuidplas daarvoor relevante informatie op bij de teamleiding van de politie. Het team Veiligheid draagt ook zorg voor (tussentijdse) evaluaties van cameratoezichtgebieden en het beleidskader cameratoezicht.

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14097470/1