CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 A23.001975

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Beleidskader Armoede en Schulden8.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 Omdat iedereen het waard is!

December 2023

Voorwoord Armoede, schulden en bestaanszekerheid zijn onderwerpen die landelijk hoog op de politieke agenda staan, maar waar wij als gemeente ook een grote rol in spelen. Het raakt onze inwoners en dit zien we onder andere terug in de hoeveelheid en de aard van hulpvragen. Als gemeente gaan we niet over inkomenszekerheid, maar we kunnen ons wel hard maken om armoede- en/of schuldenproblematiek onder onze inwoners zoveel mogelijk te voorkomen door in zetten op preventie. Daarnaast spelen we als gemeente een belangrijke rol in het beperken van de gevolgen van geldproblemen en het bestrijden van problematische schulden. Ook het aangaan van de maatschappelijk dialoog over geldproblemen is iets waar we ons als college voor in willen zetten, omdat er nog steeds sprake is van schaamte rondom deze onderwerpen. Voor u ligt het nieuwe beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 waarin we ons beleid presenteren. Om tot dit resultaat te komen is de input van zoveel mogelijk inwoners en betrokken organisaties meegenomen en zijn er twee lokale onderzoeken uitgevoerd. Daarnaast hebben raadsleden tijdens de Programmacommissie Samenleving van 7 juni jl. belangrijke aandachtspunten meegegeven. In de programmacommissie is aandacht gevraagd voor preventie. Voorkomen is beter dan genezen. In deze avond kwam ook naar voren dat we onze minimaregelingen steeds moeten blijven evalueren.

Zijn er nieuwe regelingen nodig en/of kunnen we inkomensgrenzen van regelingen mogelijk differentiëren om zo een ‘armoedeval’ te voorkomen? Al deze input hebben we in ons achterhoofd meegenomen om tot dit resultaat te komen. Als college hebben we gekeken naar de grote beleidsmatige uitdagingen binnen het sociaal- en maatschappelijk domein en naar hoe dit beleidskader kan bijdragen om de collegeambities binnen deze domeinen te realiseren. Denk hierbij aan gezondheid (fysiek en mentaal), bewegen, basisvaardigheden en integratie. Dit beleidskader staat niet op zichzelf, omdat armoede- en schuldenproblematiek ook zelden op zichzelf staan. Het is een integraal kader, waarin zoveel mogelijk de verbinding is gelegd met de ambities uit het collegeprogramma. In de afgelopen bezuinigingsronde is het armoedebeleid onaangetast gebleven. Daar ben ik zeer dankbaar voor. De financiële positie van de gemeente geeft echter ook uitdagingen om de komende jaren het voorliggende beleid om te zetten naar concrete acties. In de komende jaren gaan we ons inzetten om, zoveel mogelijk binnen bestaande en incidentele middelen, de ambities te realiseren. De concrete vertaling hiervan zal jaarlijks in een uitvoeringsprogramma vorm krijgen waarvan de inspanningen zullen landen in de P&C-cyclus. Indien er daadwerkelijk extra middelen nodig zijn zal dit opgenomen worden in de Zomernota en/of Begroting.

We beseffen ons daarbij heel goed dat we dit niet alleen kunnen. Daarom spreek ik tot slot mijn grote waardering uit naar alle maatschappelijke initiatieven in onze gemeente. Zonder onze maatschappelijke organisaties en de maatschappelijke initiatieven in de samenleving komen we er niet. We willen er zijn voor al onze inwoners, omdat iedereen het waard is.

Jan Willem Schuurman Wethouder Armoede en Schulden

2

Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1: Inleiding, definities en uitgangspunten ............................................................................. 5 1.1 Inleiding......................................................................................................................................... 5 1.2 Definities ....................................................................................................................................... 6 1.3 Uitgangspunten ............................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 2: Evaluatie ............................................................................................................................ 9 2.1 Ondersteuning in Zuidplas ............................................................................................................ 9 2.2 Armoedemonitor ..........................................................................................................................

9 2.3 Inwonerspanel ............................................................................................................................ 11 2.3 Conclusie ..................................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 3: Preventie armoede en schulden ..................................................................................... 13 3.1 Basisvaardigheden ...................................................................................................................... 13 3.2 Vroegsignalering betaalachterstanden ....................................................................................... 14 3.4 De gemeente als werkgever ....................................................................................................... 15 3.5 Taboe doorbreken....................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 4: Minimaregelingen ........................................................................................................... 17 4.1 Huidige minimaregelingen .......................................................................................................... 17 4.2 Gebruik minimaregelingen stimuleren .......................................................................................

18 4.3 Lokale voedselbank ..................................................................................................................... 18 4.4 Energiearmoede.......................................................................................................................... 19 4.5 Sporten voor minima .................................................................................................................. 20 Hoofdstuk 5: Schulden .......................................................................................................................... 21 5.1 Schuldhulp in Zuidplas ................................................................................................................ 21 5.2 Kredietbank ................................................................................................................................. 22 5.3 De gemeente als schuldeiser ...................................................................................................... 22 5.4 Nazorg ......................................................................................................................................... 23 5.5 Beleidsregels schuldhulpverlening..............................................................................................

24 Vervolg .................................................................................................................................................. 25

3

Samenvatting1 Het plan over Armoede en Schulden voor de tijd tussen 2024 en 2027 bouwt verder op eerdere landelijke en lokale plannen. Het is gemaakt na het bekijken van hoe dingen nu gaan, wat maatschappelijke partners zeggen, onderzoek op lokaal niveau, en meningen vanuit de PC Samenleving op 7 juni. Het belangrijkste doel van dit plan is om onze inwoners sterker te maken in geldzaken en zelfstandiger te laten zijn. Hierbij moet het Rijk ervoor zorgen dat mensen genoeg inkomen hebben. De belangrijkste ideeën in dit plan zijn: 'Iedereen doet mee', 'Voorkomen dat mensen problemen krijgen met geld en schulden', 'Snel uitzicht op een toekomst zonder financiële zorgen' en 'De gemeente geeft het goede voorbeeld'. Deze ideeën betekenen dat we de volgende stappen gaan nemen: Preventie  Zorgen dat meer mensen weten over laaggeletterdheid.  Kijken hoe we vanaf 2025 signalen van problemen vroeg kunnen herkennen.  Overleggen met scholen over hoe we mensen kunnen leren over geld.  Jongeren die 18 worden vertellen over hun geldrechten en -plichten.  De gemeente zorgt dat het eigen personeel weet over laaggeletterdheid en geldproblemen.  We blijven praten over armoede, schulden en geldproblemen om het minder moeilijk te maken erover te praten. Minimaregelingen  De regelingen die er al zijn, maken we beter.

 Op onze website is het makkelijker te vinden en er staat meer informatie over armoede en schulden.  We vertellen regelmatig over de minimaregelingen.  We helpen, als dat kan, met het opzetten van de lokale voedselbank.  We blijven de energietoeslag en andere dingen om energie te besparen geven.  We willen dat mensen met minder geld ook kunnen sporten. Schulden  We laten mensen gebruik maken van saneringskredieten.  We vertellen mensen eerder dat ze hulp kunnen krijgen als ze moeite hebben met het betalen van gemeentebelastingen.  We zorgen beter voor mensen die klaar zijn met hun schuldhulp.  We passen de regels voor schuldhulp aan. Het beleidskader is een plan waarin we proberen te verbinden met de belangrijkste doelen in het sociale domein, vooral die in het collegeprogramma. Het college zal elk jaar een uitvoeringsprogramma opstellen met concrete acties om deze doelen te bereiken.

1

De samenvatting is geschreven en daarna naar B1 niveau vertaald door ChatGPT.

4

Hoofdstuk 1: Inleiding, definities en uitgangspunten 1.1 Inleiding Armoede, schulden en bestaanszekerheid staan het afgelopen jaar nadrukkelijk in het nieuws. Landelijk zijn er de laatste jaren diverse maatregelen genomen vanuit het Rijk op het gebied van armoede en schulden. De meest recente maatregelen zijn de wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en het plan van de minister van Armoedebeleid uit 2022 “Aanpak geldzorgen armoede en schulden”. Het Centraal Planbureau (CPB) stelt daarnaast medio augustus 2023 dat zonder extra kabinetsbeleid een steeds grotere groep inwoners in armoede komt te leven. Effectieven maatregelen om armoede te bestrijden zijn daarbij het verhogen van de bijstand en het minimumloon, dit zijn maatregelen van het Rijk. Dit wordt nog eens bevestigd door het eerste rapport van de Commissie Sociaal Minimum. Hier ligt een duidelijke rol voor de Rijksoverheid. Bij Prinsjesdag 2023 worden daarvoor de eerste maatregelen genomen in afwachting van een nieuw kabinet. Steeds verder stijgende prijzen in de supermarkt, hogere energierekeningen en een tank benzine die steeds duurder wordt. Ook inwoners in Zuidplas ervaren deze steeds stijgende kosten en kijken naar de gemeente voor hulp en oplossingen.

Naast de rol van de Rijksoverheid draagt het lokale armoedeen schuldenbeleid in Zuidplas ook bij aan het terugdringen van de effecten van armoede en het bestrijden van problematische schulden. Met het lokale armoede- en schuldenbeleid wil de gemeente de financiële weerbaarheid en zelfredzaamheid van onze inwoners vergoten. Daarbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor de relatie tussen armoede en schulden en de andere grote opgaven binnen het sociaal- en maatschappelijk domein. Hiermee geeft het beleidskader invulling aan de ambities en doelstellingen uit het coalitieakkoord en collegeprogramma 2022-2026: Ambitie: Sterker inzetten op vroegsignalering om zo armoede, problematische schulden en andere maatschappelijke problemen, die bijvoorbeeld jeugdhulp noodzakelijk maken, tegen te gaan. Doelstellingen: 1. Het percentage inwoners met geregistreerde problematische schulden daalt van 6,2% (t.o.v. 6,1% landelijk in gemeenten van gelijke grootte) in 2020 naar 5,6% in 2025. 2. Meer inwoners in Zuidplas beheersen de basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Ambitie: Stimuleren van gezonde fysieke en mentale gezondheid en levensstijl om ernstige problematiek te voorkomen van jong tot oud. Doelstelling: 1. Het percentage inwoners tussen 18 en 64 dat veel stress ervaart daalt (is 22% in zowel Zuidplas als de regio Hollands Midden).

Het beleidskader heeft daarbij niet als doel om een bepaalde inkomenszekerheid te garanderen. De hoogte van de uitkeringen, belastingen, toeslagen en minimumloon zijn geen gemeentelijke taken. Onderwerpen waar de gemeente noch het geld noch de bevoegdheid voor heeft om dit te regelen, maar die wel in grote mate de armoede in een land (en dus gemeente bepaalt). Na deze inleiding worden kort de definities toegelicht binnen het armoede- en schuldenbeleid, waarna de gemeentelijke uitgangspunten voor dit beleidskader worden gedeeld. Hoofdstuk 2 geeft daarna een evaluatie van de armoede en schulden in Zuidplas en de huidige dienstverlening en minimaregelingen. De eerdere startnotitie over armoede en schulden (bijlage 1) maakt hier ook onderdeel van uit. Hoofdstuk 3 gaat in op de Preventie van Armoede en Schulden en welke interventies we de komende jaren in willen zetten. Hoofdstuk 4 beschrijft dit voor de minimaregelingen. Hoofdstuk 5 gaat nader in op de hulp en ondersteuning op het gebied van

5

schulden en welke extra interventies er voorgesteld worden. Hoofdstuk 6 sluit het beleidskader af en licht de werkwijze met uitvoeringsplanen toe, inclusief de beoogde budgetten.

1.2 Definities Armoede en schulden zijn bekende begrippen, maar kennen vele varianten en definities. Armoede is daarbij ook een relatief probleem. De armoede in Nederland is anders dan de armoede in derdewereldlanden. Ook schulden en financiële problemen zijn er in verschillende vormen en omvang. Om in Zuidplas een gedeeld beeld van het probleem armoede en schulden te krijgen starten we met afbakenen van de begrippen. Armoede Het SCP spreekt over armoede wanneer men te weinig financiële middelen heeft om de minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen te bekostigen. Iemand is arm wanneer hij onvoldoende inkomen heeft voor bijvoorbeeld voeding of een goede woning. Dit lijkt erg op de lage inkomensgrens van het CBS die rondom het bijstandsniveau zit. Veel gemeenten in Nederland, maar ook bijvoorbeeld het Rijk bij de energietoeslag, hanteren 120% van het wettelijk sociaal minimum (meestal even hoog als de bijstandsnorm) als grens voor armoedebeleid en inkomensregelingen. Het CPB hanteert in een publicatie van december 2022 het ‘niet-veel-maar-toereikend-criterium’ (nvmt). Het nvmt-criterium is gebaseerd op referentiebudgetten en bevat noodzakelijke posten zoals wonen, voedsel en vaste lasten. Ook uitgaven aan sociale participatie en ontspanning zijn hierin opgenomen (op bezoek gaan, vervoerskosten, contributie of abonnementen).

Het leven in armoede volgens de nvmt-criterium houdt in dat men onvoldoende kan participeren in de maatschappij (sociaal vlak en vrije tijd) en dat basisbehoeften als kleding, voeding en wonen in het geding komen. Voor kinderen die opgroeien in armoede heeft dit sociale gevolgen als niet kunnen sporten of het niet kunnen vieren van een verjaardag. Voor een alleenstaande komt het nvmt-criterium volgens het CPB in 2023 uit op € 1.533. Voor een stel (zonder kinderen) bedraagt het nvmt € 2.100. Het is ingewikkeld om deze bedragen 1 op 1 te vertalen naar inwoners die leven van een bijstandsuitkering door alle mogelijke toeslagen die iemand kan aanvragen. Ook (extra) zorgkosten kunnen van invloed zijn op de vraag of iemand in armoede leeft. Tot slot beschrijft het eerste tussentijdse rapport van de Commissie Sociaal Minimum dat armoede niet in één getal te vangen is en sterk afhankelijk is van de samenstelling van het huishoudens (leeftijd, alleen of met partner, aantal kinderen). Armoede in Nederland en dus in Zuidplas is dus niet vast te stellen op een vast bedrag of percentage van de bijstandsnorm. Het is sterk afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden waarin iemand verkeerd. Wisselende omstandigheden door overlijden, scheiding of het verlies van werk kan ook plotseling zorgen voor armoede.

Wanneer een dergelijke ingrijpende gebeurtenis zich voordoet is het niet altijd mogelijk om hier direct op te anticiperen en bijvoorbeeld vaste lasten te verlagen (woning). Hierdoor blijven er onvoldoende middelen over om in andere basisbehoeften te voorzien of er ontstaan financiële problemen.

Financiële problemen Voordat er problematische schulden ontstaan is er sprake van financiële problemen. Je hebt financiële problemen als de betalingsachterstand van de vaste lasten (huur, hypotheek, energie of verzekering) meer is dan twee maanden, of als er geen eigen geld is om de schuld mee af te kunnen betalen, of wanneer er meerdere betalingsachterstanden zijn, of wanneer je langere tijd niet aan je financiële verplichtingen kan voldoen. Wanneer financiële problemen lang aanhouden kunnen deze verergeren en ontstaan problematische schulden.

6

Problematische schulden Veel Nederlanders hebben een schuld. Vrijwel alle woningbezitters hebben een hypotheek bij de bank en er zijn vele studenten die afstuderen met een studieschuld. In de meeste gevallen worden deze schulden niet als problematisch ervaren. Een schuld is problematisch als kan worden voorzien dat de inwoner de schulden niet zal gaan terugbetalen. In de regel gaat het dan om schulden die niet binnen 36 maanden afgelost kunnen worden. De hypotheek- en studieschuld vallen niet onder de definitie van problematische schulden. Vrijwel alle organisaties (NVVK, NIBUD, Algemene Rekenkamer) hanteren deze definitie of een definitie die hier sterk op lijkt zonder een specifiek aantal maanden als grens te hanteren. Voor onze collegedoelstelling wordt gebruik gemaakt van CBS-gegevens over problematische schulden. Per schuldeiser is er sprake van verschillende informatie. Daarom is er ook per schuldeiser een andere maatstaf voor wanneer er problematische schulden zijn.

1.3 Uitgangspunten Dit beleidskader 2024-2027 bouwt voort op eerder vastgestelde landelijke en lokale plannen. In het Integrale beleidskader Sociaal Domein uit 2020 wordt het voorkomen en verhelpen van armoede en schulden genoemd als belangrijkste ambitie, naast het voorkomen van de negatieve effecten van armoede (voor kinderen). Dit is in lijn met indeling van het vorige beleidskader armoeden en schulden uit 2018. Daarnaast heeft de minister in 2022 de “aanpak geldzorgen, armoede en schulden” gelanceerd die werkt langs vier programmalijnen:  Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid  Preventie van geldzorgen  Sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst  Een overheid die werkt voor mensen Voor Zuidplas vertalen we dit naar de uitgangspunten voor de komende vier jaar als: 1. Iedereen doet mee 2. Preventie van geldzorgen en problematische schulden 3. Sneller perspectief op een financieel zorgeloze toekomst 4. De gemeente geeft het goede voorbeeld De vier uitgangspunten worden hieronder toegelicht. Iedereen doet mee In de gemeente Zuidplas kan iedereen meedoen. Huishoudens die leven in armoede krijgen daarom ondersteuning om financieel zelfstandig en weerbaar te worden en te blijven. Dit doen we enerzijds door hen te begeleiden naar (beter) betaald werk.

Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar de risicogroepen laaggeletterden, inwoners met een bijstandsuitkering en statushouders. Anderzijds bieden we gerichte (financiële) ondersteuning zodat het meedoen aan specifieke onderdelen wordt gewaarborgd. Hierbij hebben we nadrukkelijk oog voor de positie en participatie van kinderen. Preventie van geldzorgen en problematische schulden Mensen met geldzorgen en/of problematische schulden ervaren hier veel stress van. Deze stress zorgt ervoor dat mensen meer bij de dag gaan leven, moeite hebben om in actie te komen, het moeilijker vinden om “vol te houden”, en beslissingen gericht op de korte termijn nemen. Langdurige financiële schaarste beïnvloedt het gedrag van mensen in negatieve zin. Het veroorzaakt blinde vlekken (tunnelvisie) en het beperkt het denken. Hierdoor worden keuzes gemaakt die voor de korte

7

termijn zinvol lijken, maar vaak schadelijk zijn voor de lange termijn. Naast mentale gezondheid heeft stress ook invloed op de fysieke gezondheid. De illustratie van Pharos laat goed deze effecten zien. Om bovenstaande redenen is het voorkomen van (langdurige) financiële schaarste en problematische schulden een belangrijk uitgangspunt in ons beleid.

Figuur 1: Infographic Pharos, 2021

Sneller perspectief op een financieel zorgeloze toekomst De effecten van stress op de gezondheid van mensen komt ook terug in het advies van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) ‘Van schuld naar een schone lei’ uit 2022. Perspectief houden op een financieel zorgeloze toekomst zorgt ervoor dat mensen gemotiveerd blijven om hun eigen leven in handen te nemen en te houden. Daarom is het sneller bieden van perspectief voor inwoners die nu in een problematische schuldsituatie zit van groot belang. De gemeente geeft het goede voorbeeld Tot slot speelt de gemeente zelf ook diverse rollen in het domein van armoede en schulden, naast het bieden van hulp en ondersteuning en het maken van beleid. De gemeente is ook schuldeiser en werkgever. Omdat de gemeente Zuidplas het goede voorbeeld wil geven gaat de gemeente zich inzetten om de rol als schuldeiser en als werkgever verder te verbeteren. Dit sluit goed aan bij de landelijke verandering die is gezet naar ‘een overheid die werkt voor mensen’ zoals de minister dit beschrijft in haar Kamerbrief (Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, 12 juli 2022).

8

Hoofdstuk 2: Evaluatie Dit nieuwe beleidskader bouwt voort op eerder beleid en de daarbij al ingestelde minimaregelingen. Daarom laat paragraaf 2.1. zien welke huidige dienstverlening in onze gemeente beschikbaar is. Deze paragraaf is een samenvatting van de eerder opgestelde startnotitie (bijlage 1). De doelgroep(en) in Zuidplas en het gebruik van de minimaregelingen worden gepresenteerd in paragraaf 2.2. als onderdeel van de Armoedemonitor. In paragraaf 2.3 staan de ervaringen en opvattingen van onze inwoners beschreven die uit het onderzoek onder het inwonerspanel (2.3) zijn gekomen. Hoofdstuk 2 sluit af met een aantal conclusies.

2.1 Ondersteuning in Zuidplas Zuidplas zet in op het voorkomen van geldproblemen, het beperken van de gevolgen van geldproblemen en het verhelpen van geldproblemen. Hiervoor hebben we verschillende vormen van ondersteuning, zowel in de vorm van dienstverlening als in minimaregelingen. In onderstaande tabel ziet u om welke ondersteuning het gaat. Meer uitleg over de ondersteuning vindt u in de startnotitie (bijlage 1).

Dienstverlening

Minimaregelingen

Ondersteuning Vroegsignalering Schuldhulpverlening Geldfit Geldplannen Geldzaken Stichting ZO!: Preventie Financieel ontzorgen statushouders Bijzondere bijstand Energietoeslag Jeugdfonds Sport & Cultuur Leergeld Rotterdampas Cupcakes voor Kids Non-foodbank Gouda e.o.

2.2 Armoedemonitor Bij de evaluatie van het beleidskader in 2020 heeft de gemeente Zuidplas een Armoedemonitor laten uitvoeren door onderzoeksbureau KWIZ. In 2023 heeft KWIZ ditzelfde onderzoek nogmaals uitgevoerd. In bijlage 2 vindt u hiervan een beknopt rapport. Hieronder presenteren we de belangrijkste resultaten over de omvang van armoede en kinderarmoede in Zuidplas, het gebruik van regelingen en de vertegenwoordiging van minimahuishoudens in de Wmo, Jeugdwet en schuldhulpverlening. De resultaten uit 2023 zullen daarbij zoveel als mogelijk ook afgezet worden tegen het onderzoek uit 2020. Voor de volledigheid melden we dat het onderzoek in 2020 gebruik maakt van gegevens uit 2019 en het onderzoek uit 2023 van gegevens uit 2022. In de toelichting beschouwen we huishoudens met een inkomen tot 120% als minimahuishouden.

Omvang Armoede in Zuidplas Naar schatting 1.162 huishoudens in Zuidplas betreffen minimahuishoudens. Dit bedraagt ruim 6,3% van alle huishoudens in Zuidplas. KWIZ maakt deze schatting op basis van huishoudens die in beeld zijn in combinatie met cijfers vanuit het CBS. In absolute aantallen is dit een stijging van 60 huishoudens in 2023 ten opzichte van 2020. Door de groeiende gemeente betekent dit relatief een stabiel beeld. Van deze 1.162 is ruim 85% in beeld bij de gemeente via een uitkering of minimaregeling. Wanneer we de inkomensgrens van 130% hanteren zien we eenzelfde soort beeld.

9

aantal huishoudens tot 100% tot 120% tot 130%

2020 687 1.100 1.350

2023 758 1.162 1.416

Tabel 1: Aantal geschatte minimahuishoudens in Zuidplas

Het aandeel kinderen in minimahuishoudens blijft ongeveer gelijk tussen de 7,2% (2020) en 7,4% (2023). We zien in absolute aantallen wel een stijging. Deze stijging komt overeen met een stijging van het aantal kinderen door de groei van de gemeente.

kinderen minima niet minima

2020 696 7,20% 8.969 92,80% 9.665

2023 785 9.823 10.608

7,40% 92,60%

Tabel 2: Aantal kinderen in minimahuishouden vs kinderen in niet-minimahuishoudens

In de verdeling tussen de inkomens van de huishoudens waar deze kinderen opgroeien zien we een stabiel beeld voor de kinderen in huishoudens waar men leeft van een bijstandsuitkering. De toename betreft vooral inkomens tussen de 100% en 120% van het wettelijk sociaal minimum. Huishoudens dus waarin door een of beide ouders gewerkt wordt. Dit is in lijn met het landelijke beeld.

minima kinderen tot 100% 100% tot 120% Totaal

2020 459 237 696

2023 456 329 785

% -0,65% 38,82% 12,79%

Tabel 3: Verdeling minimakinderen naar hoogte huishoudinkomen

De Armoedemonitor laat ook zien dat het aantal zelfstandige zonder personeel (zzp-ers) die in een minimahuishouden leven 82 zzp-ers bedraagt. Dit is 2,7% van alle zzp-ers in Zuidplas. Wanneer we dit vergelijken met alle huishoudens in Zuidplas dan zien we dat zzp-ers veel vaker niet in minimahuishoudens leven dan alle overige huishoudens. Zowel relatief als absoluut geeft dit geen aanleiding om extra aandacht aan deze doelgroep te geven vanuit het armoede en schuldenbeleid naast de voor iedereen toegankelijke minimaregelingen en al bestaande dienstverlening van het RBZ (Regionaal Bureau Zelfstandigen).

aandeel minima t.o.v. totaal onder zzp-ers onder alle huishoudens

2023 2,7% 6,3%

Tabel 4: Aandeel minimahuishoudens onder ZZP-ers vs totale aantal huishoudens

10

Gebruik inkomensregelingen regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Collectieve zorgverzekering Rotterdampas Regeling schoolgaande kinderen Jeugdfonds Sport en Cultuur Leergeld Inkomenstoeslag

2020 76% 27% 16% 37% 27% 26% onbekend onbekend

2023 71% 17% 22% 28% 23% 40% 22% 46%

Tabel 5: Overzicht gebruik regelingen

Tabel 5 laat zien in welke mate de regelingen door de doelgroep gebruikt worden. Hiervoor is het gebruik van de regeling afgezet tegen de totale omvang van de doelgroep. Het gebruik van de regelingen laat een wisselend beeld zien. De afname van de Rotterdampas is deels te verklaren door een gedeelte Corona lockdowns waardoor de pas minder bruikbaar was.

Minimahuishoudens in Jeugdwet, Wmo en Schuldhulpverlening Ondersteuning Wmo Jeugdzorg Schuldhulpverlening

2020 minima niet minima 22,8% 8,8% 20,8% 11,8% 6,6% 0,3%

2023 minima niet minima 22,8% 8,8% 19,5% 10,2% 5,8% 0,1%

Tabel 6: Deel van de (minima)huishoudens dat ondersteuning krijgt

Tabel 6 laat zien dat ook in Zuidplas inwoners met armoede een grotere zorgvraag hebben op het gebied van Jeugdzorg, Wmo en schuldhulpverlening. Van alle minimahuishoudens ontvangt 22,8% ondersteuning vanuit de Wmo, voor alle huishoudens is dit 8,8%. Dit ligt overigens onder het landelijk gemiddelde van 30% tot 35%. Voor het aandeel van minimahuishoudens die Jeugdzorg ontvangen (19,5%) ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. Het aandeel van de minimagezinnen dat schuldhulpverlening ontvangt (5,8%) ligt een stuk lager dan het landelijke gemiddelde van ca. 10%. Hoofdstuk 3 gaat verder in op de preventieve werking van armoedebeleid.

2.3 Inwonerspanel In mei jl. heeft de gemeente Zuidplas een onderzoek uitgevoerd onder de leden van het Inwonerspanel (bijlage 3). Inwoners zijn via een online enquête bevraagd over het hebben van geldzorgen, schaamte en vindbaarheid van ondersteuning in Zuidplas. Naast het verkrijgen van input voor dit beleidskader had het onderzoek als nevendoel om deze onderwerpen binnen de gemeente bespreekbaar te maken en taboes te verminderen. 378 inwoners hebben de vragenlijst ingevuld. De belangrijkste bevindingen worden hieronder toegelicht. Geldzorgen groter dan enkel rondkomen Hoewel slechts 6 procent van de respondenten aangeeft niet of met heel veel moeite rond te kunnen komen, maakt meer dan 30 procent zich soms of vaak zorgen of hij/zij genoeg geldt heeft om rond te komen. Niet alleen inwoners die in armoede leven hebben dus geldzorgen. Hoewel het feitelijke probleem (aantal inwoners dat in armoede leeft) in Zuidplas misschien relatief beperkt is, is dit

11

gegeven een belangrijke bouwsteen om aan te tonen dat het toch belangrijk is om een goed armoede- en schuldenbeleid te hebben. Schaamte over armoede en schulden Inwoners beoordelen het zelf hebben van schulden veel negatiever dan schulden van een ander. Ca. 40 procent van de respondenten vindt het zelf hebben van schulden niet kunnen, terwijl 80 procent aangeeft er begrip voor te hebben dat mensen soms niet anders kunnen. Ca. 60 procent van de respondenten met geldzorgen deelt deze zorgen ook nooit of slechts af en toe met een ander. Deze uitkomsten kunnen wijzen op schaamte. Dit wordt bevestigd door de antwoorden die respondenten geven op de vraag wat de gevolgen zijn van de geldzorgen die ze hebben. 35% geeft aan dat dit (o.a.) de schaamte is die ze voelen. Uit onderzoek blijkt dat schaamte armoede in stand houdt en er zelfs voor kan zorgen dat het erger wordt (Willen, 2019). Het is daarom belangrijk om, ook in Zuidplas, aandacht te hebben voor het doorbreken van taboes omtrent geldzorgen. Invloed van geldzorgen op andere leefgebieden De gevolgen van geldzorgen zijn, naast schaamte, (o.a.) dat de gezondheid van de respondenten eronder lijdt, het levensgeluk wordt verminderd en dat mensen hun kinderen niet kunnen geven wat ze zouden willen.

In het volgende hoofdstuk leest u meer over deze gevolgen en hoe Zuidplas (nog meer) in gaat zetten op preventie van armoede en schulden, om bovengenoemde gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen.

2.3 Conclusie Hoofdstuk 2 laat zien, samen met de startnotitie (bijlage 1), dat er in Zuidplas een breed scala aan voorzieningen beschikbaar is. Zowel gericht op ondersteuning bij vaardigheden als specifieke minimaregelingen. Uit de Armoedemonitor blijkt echter dat niet alle voorzieningen even veel gebruikt worden. Het vergroten van de bekendheid van onze regelingen verdient dan ook blijvende aandacht. Naast bekendheid blijkt uit o.a. het inwonerspanel ook dat er een taboe op geldzorgen is en dat geldzorgen ook effect heeft op andere leefgebieden. Het vergroten van de bekendheid van onze regelingen, het doorbreken van het taboe op armoede en schulden, en de wisselwerking met andere leefgebieden geven input voor de komende hoofdstukken. Samen met de signalen van ons maatschappelijke partners en de uitgangspunten uit paragraaf 1.3 worden in de komende hoofdstukken interventies voorgesteld op het gebied van preventie (hoofdstuk 3), minimaregelingen (hoofdstuk 4) en schulden (hoofdstuk 5).

12

Hoofdstuk 3: Preventie armoede en schulden Preventie werkt twee kanten op: Enerzijds leidt het voorkomen van armoede- en/of schuldenproblematiek tot minder problemen op andere levensdomeinen. Anderzijds werkt het voorkomen van problemen op andere levensdomeinen ook als preventie voor armoede- en/of schuldenproblematiek. Dit hoofdstuk beschrijft een aantal relaties tussen armoede- en schuldenproblematiek en de problemen op andere levensdomeinen. Daarbij worden enkele interventies voorgesteld.

3.1 Basisvaardigheden Er bestaat een verband tussen schulden en taal- en rekenvaardigheid. Van de circa 6.650 huishoudens met problematische schulden binnen de regio Midden-Holland is ongeveer de helft laaggeletterd. Uit onderzoek blijkt ook dat sommige mensen meer kans hebben op geldproblemen. Laaggeletterde inwoners hebben daarbij een grotere kans op geldproblemen. (o.a. Pharos, Stichting Lezen & Schrijven, Movisie). Uit onderzoek blijkt ook dat laaggeletterden twee keer zoveel kans hebben om ten minste één jaar onder de armoedegrens te leven (ten opzichte van niet-laaggeletterden) en dat zij drie keer vaker een uitkering ontvangen dan inwoners die geletterd zijn. Daarbij weten we uit onderzoek dat ca. 50 procent van mensen bij de Kredietbank Nederland en Syncasso in de risicogroep voor laaggeletterdheid vallen en dat mensen met beperkte basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden) zijn oververtegenwoordigd onder mensen die zich aanmelden voor een traject schuldhulpverlening. Deze groep komt echter vaak niet makkelijk binnen bij de schuldhulpverlening, omdat zij vaak niet zonder ondersteuning weten welke weg te bewandelen. Het hebben van voldoende basisvaardigheden is een randvoorwaarde voor krijgen en behouden van een stabiele financiële huishouding.

Voor laaggeletterden uit Zuidplas is er diverse ondersteuning beschikbaar. Voor non-formeel aanbod kunnen inwoners terecht bij Bibliotheek de Groene Venen en voor het formele aanbod bij taalaanbieder Sagènn (regionale aanbesteding). We bereiken laaggeletterde inwoners echter tot nu toe onvoldoende, terwijl we weten dat ca. 20 procent van de 15-65-jarigen in Zuidplas beperkte basisvaardigheden heeft (uit Regioplan Bevordering Basisvaardigheden regio Midden Holland). Het is een blinde vlek binnen het sociaal domein. Dit heeft verschillende mogelijke oorzaken, waaronder onwetendheid onder professionals, bang zijn om te problematiseren (taboeonderwerp), schaamte en handelingsverlegenheid. Binnen het sociaal domein zijn we nog onvoldoende bewust van dit onderwerp en de gevolgen ervan én zijn we onvoldoende getraind om laaggeletterdheid te signaleren, het gesprek hierover aan te gaan en dit aan te pakken. Daarom gaat Zuidplas in de komende jaren, samen met partners, aan de slag met de volgende interventie:

Zuidplas gaat de bekendheid van en het bewustzijn over laaggeletterdheid vergroten binnen het maatschappelijke middenveld.

13

3.2 Vroegsignalering betaalachterstanden Sinds 1 januari 2021 zijn gemeenten van Nederland vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht om vroegsignalering toe te passen. Dit houdt in dat de gemeente aan de slag moeten met signalen van zogenaamde ‘vastelastenpartners’ als zorgverzekeraars, verhuurders, waterbedrijven en energieleveranciers. Door hulp aan te bieden als er enkel nog maar sprake is van een betaalachterstand wordt voorkomen dat deze betaalachterstanden uitgroeien tot problematische schulden. De wijze waarop gemeenten dit doen is de beleidsvrijheid van de gemeente.

In Zuidplas wordt de vroegsignalering van betaalachterstanden sinds de oprichting van Stichting ZO! door ZO! uitgevoerd. De vroegsignalering is een outreachende aanpak waarbij inwoners ongevraagd hulp krijgen aangeboden. Dit hulpaanbod kan men doen via een huisbezoek, telefonisch contact, een e-mail of brief. Het huisbezoek is verreweg het meest effectieve middel om hulp aan te bieden, maar ook het meest kostbaar. Momenteel worden ca. 20% van de signalen door middel van een huisbezoek opgepakt. Dit zijn 310 huisbezoeken geweest in 2022. Meer informatie over de signalen en hulpaanbod in Zuidplas is te lezen in de startnotitie (bijlage 1). Zuidplas wil deze vorm van hulp aanbieden graag doorzetten omdat we constateren dat er elke maand 100 tot 200 signalen van een betaalachterstand binnen komen bij de gemeente / Stichting ZO!. De exacte maatschappelijke en financiële opbrengst is moeilijk te kwantificeren en de opbrengsten zijn ook niet allemaal voelbaar voor de gemeente. Effecten als voorkomen kosten huisuitzetting woningcorporatie, minder huisartsenbezoek en minder overlast zijn geen opbrengsten die direct in te boeken zijn. Toch is deze vorm van vroegsignalering een belangrijke vorm van preventie die de gemeente graag wil doorzetten op de huidige voet. Er zijn echter slechts middelen in de begroting opgenomen tot en met 2024.

Vanaf 2025 is er daarom een (financiële) uitdaging om deze aanpak te continueren. Het komende jaar gaan we onderzoeken op welke wijze we de aanpak vroegsignalering kunnen vormgeven vanaf 2025. De recente extra middelen die bij Prinsjesdag afgekondigd zijn om schulden sneller te signaleren zullen hier ook in meegenomen worden. 

Zuidplas gaat de mogelijkheden verkennen om de aanpak vroegsignalering vanaf 2025 te continueren.

3.3 Voorlichting jongeren Uit onderzoek blijkt dat jongeren met een lage opleiding meer kans hebben om geldproblemen (armoede en/of schulden) te krijgen. (o.a. Pharos, Stichting Lezen & Schrijven, Movisie). Ander onderzoek laat zien dat intergenerationele mechanismes één van de oorzaken zijn die ten grondslag liggen aan armoede. Dit betekent dat armoede doorgegeven wordt van generatie op generatie. Werk, gezondheid, opleidingsniveau en samenstelling van het huishouden liggen hieraan ten grondslag. Om jongeren toch zoveel als mogelijk gelijke kansen te geven in het leven willen we inzetten op financiële voorlichting voor jongeren. Vanaf hun 18e verjaardag krijgen jongeren namelijk veel financiële verantwoordelijkheid. Vaak voelen zij zich echter onvoldoende voorbereid op deze verantwoordelijkheid, wat als gevolg heeft dat ze financiële risico's niet zien. Financiële educatie op school kan jongeren hierbij helpen, vooral wanneer zij dit vanuit huis onvoldoende meekrijgen. Nibud

14

en Wijzer in Geldzaken benadrukken hierbij dat het belangrijk is om de financiële educatie structureel aan te bieden, anders heeft het geen effect op het gedrag. Daarnaast moet het aansluiten op de belevingswereld van jongeren en bij hun cognitieve, sociale een psychologische ontwikkeling. In Zuidplas zijn er twee VO-scholen. Beide scholen bieden, naast onderbouw op verschillende niveaus, bovenbouw op mavo-niveau. Samen met deze scholen willen we gaan bekijken waar de behoefte ligt en op welke manier financiële educatie een structurele plek kan krijgen. Met deze twee scholen bereiken we alleen niet alle jongeren in Zuidplas en daarom willen we ook op andere wijzen onze jongeren informeren. De interventie in het kader van preventie voor jongeren is:

 

Zuidplas gaat in overleg met de twee VO-scholen om samen te kijken waar de behoefte ligt en op welke manier financiële educatie structureel geïmplementeerd kan worden. Zuidplas gaat jongeren die bijna 18 worden informeren over hun (financiële) rechten en plichten.

3.4 De gemeente als werkgever De gemeente heeft vele rollen in de maatschappij en is ook een werkgever voor ambtenaren. Ook deze medewerkers kunnen te maken hebben met armoede en schulden. Medewerkers die hiermee te maken hebben kunnen zich minder focussen op andere zaken, waaronder hun werk, kunnen stress ervaren en mogelijk zelfs uitvallen. Hiermee raakt armoede en schulden onder gemeentelijk personeel ook de inwoners. Het is ook van belang dat de gemeente Zuidplas voorbeeldgedrag vertoont en zo het goede voorbeeld aan werkgevers in Zuidplas geeft. We vinden het belangrijk om als gemeente het goede voorbeeld te geven aan o.a. andere werkgevers. Daarnaast staat het welzijn van onze medewerkers bij ons voorop. We willen ook dat de gemeente een plek is waar mensen met elkaar durven te spreken over onderwerpen die vaak als taboe worden gezien, waaronder armoede- en/of schuldenproblematiek. Wanneer er sprake is van deze problematiek en dit is bekend bij personeelszaken of de clustermanager, dan wordt samen met de werknemer gekeken wat er aan de hand is, wat er nodig is en of de gemeente hulp kan bieden. Daarnaast vinden we het belangrijk om onze medewerkers te helpen om armoede- en/of schuldenproblematiek zoveel mogelijk te voorkomen. Dit gaan we op de volgende manieren doen.

 

Zuidplas informeert het eigen personeel over omgaan met geld en waar ze ondersteuning kunnen vinden (in Zuidplas en andere gemeenten); Zuidplas gaat de bekendheid en bewustzijn van laaggeletterdheid vergroten binnen de eigen organisatie (zie ook 3.1).

15

3.5 Taboe doorbreken Een echtscheiding, een ontslag of een maand huurachterstand; het kan het begin zijn van grote financiële problemen. Meer dan een miljoen Nederlandse huishoudens hebben problematische schulden of een risico daarop. Vaak brengt dit dusdanig veel schaamte met zich mee dat mensen met financiële problemen te laat hulp vragen waardoor de problemen zich opstapelen en er problematische schulden ontstaan. Ook in het inwonerspanel zien we dat inwoners schulden bij de ander veel minder problematisch beoordeelt als eigen schulden. Het taboe op schulden doorbreken waardoor inwoners sneller hulp zoeken is dan ook een belangrijk, maar moeilijke interventie.

In een relatief welvarende gemeente zoals Zuidplas kan het taboe op schulden en de bijkomende schaamte nog weleens groter zijn dan in een gemiddelde Nederlandse gemeente. Wanneer het bij andere mensen financieel goed gaat is de drempel mogelijk nog hoger om je geldzorgen bespreekbaar te maken. Omdat het van groot belang is dat inwoners met geldzorgen tijdig hulp en ondersteuning aanvragen blijven we inzetten op het doorbreken van het taboe op en de schaamte rondom geldzorgen door het maatschappelijke gesprek te blijven voeren over deze onderwerpen.

Zuidplas blijft periodiek aandacht vragen voor het probleem van armoede en schulden om het taboe op armoede en schulden te doorbreken.

16

Hoofdstuk 4: Minimaregelingen Zuidplas kent diverse minimaregelingen, zie ook 2.1 en startnotitie in de bijlage voor een overzicht. Deze minimaregelingen zijn ingesteld om een specifiek effect te realiseren. Bijvoorbeeld “zorgmijding tegengaan”, “alle kinderen kunnen meedoen”, en “sport en cultuur stimuleren onder kinderen”. Dit hoofdstuk gaat in op de huidige minimaregelingen zoals Zuidplas deze kent en naar de toegangscriteria, doet voorstellen om het gebruik van de regelingen te vergroten en stelt twee nieuwe minimaregelingen voor.

4.1 Huidige minimaregelingen Het eerste tussenrapport van de Commissie Sociaal Minimum laat voor diverse huishoudens zien welk bedrag huishoudens maandelijks tekort kunnen komen. De gemeente heeft niet de opdracht of de middelen om deze tekorten aan te vullen. Wel kan het op basis van deze inzichten gericht ondersteuning bieden om specifieke effecten te bewerkstelligen. In algemene zin komt uit dit rapport een beeld naar voren dat bij een inkomen van 120% van het huidige sociaal minimum er vrijwel geen tekort zou zijn.

De huidige minimaregelingen (zie ook 2.1) bieden een breed pallet aan ondersteuning en aan verschillende inkomensgroepen. Door verschillende inkomensgrenzen te hanteren bereiken we dat er niet één grens is waarna inwoners alle ondersteuning verliezen. Daarnaast bieden verschillende inkomensgrenzen de mogelijkheid om het bereik en effect van regelingen te vergroten of verkleinen. Daarom is de inkomensgrens van de collectieve zorgverzekering een inkomen tot 130% van het sociaal minimum en voor de Rotterdampas 120%. Wanneer we inzoomen op specifieke regelingen zien we regionaal en landelijk wel verschillen ontstaan tussen gemeenten. Zo is de vergoeding voor indirecte schoolkosten in Zuidplas relatief hoog, maar is er geen vergoeding voor mondzorgkosten naast de vergoeding uit de collectieve zorgverzekering (max € 500). In samenwerking met IJsselgemeenten, Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel wordt gekeken op welke wijze we de regelingen verder kunnen optimaliseren. Daarom wordt de volgende interventie opgenomen:

Zuidplas gaat de bestaande minimaregelingen verder optimaliseren binnen de bestaande middelen.

17

4.2 Gebruik minimaregelingen stimuleren Zuidplas kent verschillende vormen van minimaregelingen. We bieden deze ondersteuning, omdat het inkomen uit werk of een uitkering voor veel huishoudens niet altijd voldoende is om specifieke zaken te kopen of te doen. Met een minimaregeling kan de gemeente specifieke doelen en effecten stimuleren zoals: - Voorkomen van zorgmijding door de collectieve zorgverzekering - Meedoen van kinderen door de Rotterdampas, Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur en de Cadeaukast Wanneer inwoners geen gebruik maken van een minimaregeling terwijl ze daar wel recht op hebben, bestaat de kans dat ze meer risico lopen op armoede en schulden vanwege hoge zorgkosten of zorg mijden vanwege de kosten. Andere risico’s zijn dat kinderen zich onvoldoende kunnen ontwikkelen en/of in een sociaal isolement komen. Het is daarom van belang om de bekendheid van de regelingen te vergroten zodat iedereen die het nodig heeft er ook gebruik van kan maken.

In paragraaf 2.2 heeft u kunnen lezen wat het gebruik is van de minimaregelingen in Zuidplas. Duidelijk is dat we lang niet de gehele doelgroepen bereiken waarvoor de regelingen bedoeld zijn. Niet-gebruik van minimaregelingen vinden wij ongewenst, omdat dit afbreuk doet aan de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regelingen, mogelijk leidt tot kansenongelijkheid en dit kan zorgen voor bijvoorbeeld schuldenproblematiek en/of een slechtere omstandigheden voor kinderen. Daarom zetten we in op de volgende interventies:

 

Zuidplas verbetert de vindbaarheid en informatie over armoede en schulden op de gemeentelijke website. Zuidplas vraagt periodiek aandacht voor de lokale minimaregelingen.

4.3 Lokale voedselbank Gemeente is het vangnet voor inwoners die tijdelijk in de knel zitten en waar reguliere, landelijke maatregelen voor bestaanszekerheid niet voldoende blijken. Een voorbeeld daarvan is voldoende en gezond eten. De Raad voor Volksgezondheid benadrukt dan ook in het rapport ‘Van schuld naar schone lei’ dat schulden (ook) gezondheidsproblemen zijn. Dit omdat schulden o.a. leiden tot een lagere levensverwachting, impact hebben op de psychische gezondheid en vaak gepaard gaan met een ongezonde leefstijl. Gezonde en voldoende voeding is hier een belangrijk onderdeel in.

In Zuidplas zijn meerdere organisaties actief in het verstrekken van voedsel aan inwoners die (tijdelijk) geen mogelijkheden hebben om zelf hierin te voorzien. De Voedselbank Gouda e.o. bedient inwoners uit Moordrecht. Stichting Zuidplas Helpt verstrekt de pakketten die de Voedselbank Rotterdam aanlevert (en vult deze, waar nodig en mogelijk, aan) voor inwoners Moerkapelle, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen. Daarnaast is de Boodschappenkast actief. De Boodschappenkast is een lokaal initiatief die boodschappen verstrekt aan inwoners die niet in aanmerking komen voor de voedselbank, maar wel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. De Voedselbank Rotterdam heeft aangegeven te willen gaan stoppen met het verstrekken van voedselpakketten en stapt over op een winkelconcept waar klanten van de Voedselbank op locatie

18

hun eigen boodschappen kunnen pakken. Hiermee dreigt er een gat te ontstaan voor inwoners uit Moerkapelle, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen. Op initiatief van Stichting Zuidplas Helpt is er een groep vrijwilligers actief geworden die een Voedselbank Zuidplas hebben opgericht bij de notaris. De gemeente is met de Voedselbank Zuidplas in gesprek. Aan de gemeente is gevraagd om een financiële bijdrage te leveren ter dekking van de oprichting van een Voedselbank Zuidplas. Daarom nemen we de volgende interventie op:

Zuidplas ondersteunt, binnen de financiële mogelijkheden, bij de oprichting van de lokale Voedselbank.

4.4 Energiearmoede Sinds het einde van 2021 en het begin van 2022 zijn de energieprijzen flink gestegen. De oorlog in Oekraïne heeft de stijging nog verder aangewakkerd. Inwoners die op de armoedegrens leven zijn financieel minder weerbaar waardoor deze prijsstijgingen grote gevolgen voor hen kunnen hebben. Lage inkomens worden vaak nog extra hard getroffen omdat zij in woningen wonen die vaak ouder en slechter geïsoleerd zijn waardoor de energielasten hoger zijn dan die van de gemiddelde Nederlander. Daarom heeft het Rijk enkele maatregelen genomen die door gemeenten, met enige beleidsvrijheid, worden uitgevoerd: - Het verstrekken van de energietoeslag. - Inwoners ondersteunen bij het verlagen van de energierekening door kleine(re) energiebesparende maatregelen. Daarnaast stelt het Rijk ook het Tijdelijke Noodfonds Energie in de winter van 2023/2024 weer open. Binnen de twee maatregelen die het Rijk bij de gemeenten heeft belegd is een beperkte mate van lokale beleidsvrijheid mogelijk. Voor de energietoeslag 2023 heeft de gemeente de vrijheid om de inkomensgrens te bepalen van wie recht heeft op de energietoeslag en of de gemeente het vermogen in de beoordeling meeneemt. In 2022 is de inkomensgrens op 120% gezet en is het vermogen niet meegenomen in de beoordeling. Voor 2023 worden landelijk dezelfde richtlijnen geadviseerd.

Bijkomend voordeel voor inwoners en gemeenten is dan dat inwoners die de energietoeslag 2022 hebben ontvangen ambtshalve, via een landelijke procedure, gecheckt kunnen worden op het recht voor 2023. Dit scheelt enorm in de belasting voor inwoners en uitvoeringsorganisaties. Zodra het Rijk de noodzakelijke wetswijziging doorvoert, zal het college de beleidsregels energietoeslag 2023 vaststellen zodat inwoners de energietoeslag spoedig kunnen ontvangen. De energiebesparende maatregelen voert de gemeente sinds 2023 uit. Zuidplas biedt de inwoners die de energietoeslag hebben ontvangen (ruim 1.400 huishoudens) energieadvies, een klussendienst of een witgoedvoucher aan. Meer informatie daarover is te vinden in de aanpak energiearmoede.  

Zuidplas stelt de beleidsregels energietoeslag 2023 vast en hanteert daarbij zoveel als mogelijk de landelijke richtlijnen. Zuidplas biedt minimahuishoudens de mogelijkheid om hun energieverbruik te verlagen door middel van energiebesparende maatregelen zoals opgenomen in de aanpak energiearmoede inwoners.

19

4.5 Sporten voor minima Sporten en bewegen hebben positieve effecten op de lichamelijke en mentale gezondheid van volwassenen. Sporten en bewegen hangen samen met een kleiner risico op hart- en vaatziekten en diabetes, op fracturen en het is aannemelijk dat het de kans op cognitieve achteruitgang, dementie en de ziekte van Alzheimer verkleint. Daarnaast verlaagt sporten en bewegen de kans op symptomen van depressie bij volwassenen. Mensen gaan lekkerder in hun vel zitten en krijgen meer geloof in het eigen kunnen. Het bevordert participatie en sociale contacten en het bevordert de integratie (van statushouders). Volwassenen met een laag inkomen kampen vaker met een minder goede gezondheid en ongezonde leefstijl dan mensen met hogere inkomens. Bekend is ook dat mensen met een laag inkomen minder vaak sporten en dat beperkte financiële middelen een drempel kunnen zijn om te sporten. Daarnaast hebben andere factoren, waaronder schaamte, stress en andere culturele opvattingen over sport, invloed op de deelname aan sport- en beweegactiviteiten onder volwassenen met beperkte financiële middelen. Een slechte(re) gezondheid kan weer leiden tot geldproblemen, omdat iemand bijvoorbeeld noodgedwongen minder gaat werken, wat weer gepaard gaat met inkomensverlies (o.a. De Raad voor Volksgezondheid, Pharos).

Het is daarom belangrijk om sporten ook voor inwoners met een laag inkomen mogelijk te maken.

We gaan sporten financieel toegankelijker maken voor kwetsbare inwoners met een laag inkomen en een andere kwetsbaarheid. De doelgroepen waarvoor we dit beschikbaar stellen zijn inwoners met overgewicht, inwoners die eenzaam zijn en inburgeraars (asielmigranten). De spelregels en criteria voor deze pilot stellen we op in samenwerking met onze maatschappelijke partners.

Zuidplas stimuleert het sporten voor inwoners die zowel beperkte financiële middelen hebben en die te maken hebben met overgewicht, eenzaam zijn en/of bezig zijn met inburgeren.

20

Hoofdstuk 5: Schulden Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) kunnen inwoners met (dreigende) problematische schulden terecht bij de gemeente voor advies, bemiddeling of een saneringskrediet. Het begin van hoofdstuk 5 laat zien op welke wijze dit nu in de gemeente Zuidplas is ingericht. De daaropvolgende paragrafen doen verbetervoorstellen op dit vlak. Deze worden uiteindelijk verwerkt in nieuwe beleidsregels die worden beschreven in de laatste paragraaf.

5.1 Schuldhulp in Zuidplas De ondersteuning bij schulden kan op twee manieren worden verdeeld: - Naar doelgroep - Naar fase van ondersteuning Doelgroepen Wanneer we naar de doelgroepen kijken wordt er onderscheid gemaakt tussen inwoners en inwoners die zelfstandig ondernemer zijn. Inwoners uit Zuidplas die zelfstandig ondernemer zijn kunnen terecht bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ). Het RBZ biedt ondersteuning aan zelfstandig ondernemers aan een groot aantal gemeenten in de regio. Zelfstandig ondernemers kunnen bij het RBZ terecht wanneer er onvoldoende middelen zijn om van te kunnen leven, maar ook voor ondersteuning bij schulden. De Rotterdamse Zaak kan tevens ondersteuning bieden bij de administratie, belastingaangifte of boekhouding. Voor alle overige inwoners is er ondersteuning via stichting ZO! en IJsselgemeenten zoals verder omschreven zal worden bij ‘fases van ondersteuning’. Fase van ondersteuning Binnen de hulp en ondersteuning van schulden zijn er diverse fases te onderscheiden, variërend van preventie tot daadwerkelijk een schuldregeling met schuldeisers:  Het eerste stadium dat de gemeente hulp en ondersteuning biedt is via de vroegsignalering betaalachterstanden zoals beschreven in 3.2.  Wanneer een inwoner zichzelf meldt met betalingsproblemen of schuldenproblematiek volgt er een intake.

Bij de intake wordt ook direct laagdrempelige hulp geboden wanneer met een korte interventie (bellen met schuldeiser voor een betaalregeling) de hulpvraag is opgelost.  Wanneer er sprake is van onvoldoende overzicht in de financiële situatie, of het aantal schuldeisers onbekend is en of de omvang van de totale schuld onduidelijk is volgt er een stabilisatiefase. Deze fase is gericht op het verkrijgen van overzicht en inzicht en om te voorkomen dat er nieuwe schulden ontstaan.  Wanneer er inzicht en overzicht is en er geen nieuwe schulden ontstaan kan er gestart worden met het regelen van de schulden. Veelal wordt dit via een minnelijk schuldentraject (Msnp) gedaan. In het Msnp werken de schuldeisers vrijwillig mee aan de schuldregeling.  Na afronding van de schuldregeling (duur 18 maanden) is er sprake van nazorg. Afhankelijk va de situatie kan dat kort of lang duren. De vroegsignalering, intake en stabilisatiefase vinden plaats bij Stichting ZO! en de daadwerkelijke schuldregeling (Msnp) vindt plaats bij IJsselgemeenten.

21

5.2 Kredietbank Schuldentrajecten duren te lang zo schrijft de minister in haar brief over de aanpak geldzorgen, armoede en schulden. Een van de maatregelen die daarbij genoemd wordt is het verstrekken van saneringskredieten. Met een saneringskrediet neemt de gemeente de schulden over van de schuldeisers, waarmee de totale schuld wordt afgelost tegen finale kwijting. De inwoner / schuldenaar houdt daarmee 1 schuldeiser en aflossing over.

Het verstrekken van saneringskredieten heeft meerderde voordelen: - Voor de schuldenaar ontstaat er rust omdat er slechts één schuldeiser overblijft en er daarmee overzicht ontstaat over de omvang en maandelijkse aflossing. - Voor de schuldeiser is het voordeel dat de schuld direct wordt afgekocht en er zekerheid is over de uiteindelijke aflossing. De schuldeiser kan daarmee de administratie sluiten wat extra kosten scheelt. - Voor de gemeente scheelt een saneringskrediet in de administratiekosten. Het verstrekken van saneringskredieten kent voor alle partijen voordelen. Daarom wil Zuidplas dit ook gaan aanbieden. Dit past ook goed bij het uitgangspunt om inwoners sneller perspectief te bieden. Op basis van de eerste ervaringen van IJsselgemeenten met het saneringskrediet voor inwoners uit Capelle aan den IJssel denken we dat ca. 75% van de schuldhulpaanvragen zal leiden tot een saneringskrediet. Voor Zuidplas betekent dit circa 40 saneringskredieten per jaar

Zuidplas gaat het gebruik van saneringskredieten bij schuldhulpverlening mogelijk maken.

5.3 De gemeente als schuldeiser De overheid is de grootste schuldeiser in Nederland. De Belastingdienst en het CJIB (Centraal Justitieel Incassobureau) zijn daarbij de grootste schuldeisers (Jaarverslag NVVK, 2022). Ook de gemeente kan een schuldeiser zijn wanneer de gemeentelijke belastingen niet of gedeeltelijk worden voldaan. Het is daarom goed dat de gemeente Zuidplas laat zien op welke wijze de rol van schuldeiser wordt ingevuld en dat er daar waar mogelijk verbeteringen worden aangebracht. De gemeente vordert jaarlijks de gemeentebelastingen (OZB, rioolheffing en afvalstofheffing). Dit vindt jaarlijks plaats in februari. Inwoners hebben dan de mogelijkheid om deze rekening op drie manieren te voldoen: i. In 1x volledig betalen ii. Zelf in twee delen betalen iii. De gemeente machtigen om in tien termijnen af te schrijven De gemeente hanteert hierbij een maatschappelijk incassobeleid dat zich vertaalt in de volgende punten: Inwoners waarbij, door schulden, geen mogelijkheid tot automatische incasso is kunnen een aparte betaalregeling afspreken met de gemeente. Inwoners dienen hier zelf contact voor op te nemen. Wanneer inwoners met een aparte betaalregeling een betaling niet voldoen wordt er eerst contact gezocht (vaak per e-mail) voordat er een incassotraject start. De inwoners waar contact mee is worden gewezen op ondersteuning vanuit Stichting ZO!.

De herinnering die de gemeente verstuurt brengt geen extra kosten met zich mee.

22

De aanmaning die de gemeente daarna verstuurt als er geen reactie komt brengt € 8 extra kosten met zich mee. Daarna volgt er een traject met de deurwaarder waarvoor gemiddeld € 46 aan extra kosten in rekening gebracht wordt.

-

In alle gevallen geldt dat zo lang er geen deurwaarder bij betrokken is, er altijd contact gezocht kan worden met de gemeente om een betaalregeling af te spreken. In het contact met de gemeente worden inwoners ook gewezen op de hulp en ondersteuning van Stichting ZO! bij financiële problemen. Het is van groot belang voor de inwoner met beginnende betaalproblemen om zo snel mogelijk contact te zoeken met de gemeente of Stichting ZO!. Daarom wil de gemeente Zuidplas de volgende interventie uitvoeren:

Zuidplas gaat inwoners eerder wijzen op de hulp en ondersteuning van Stichting ZO! wanneer er moeite is met het betalen van de gemeentebelastingen.

5.4 Nazorg Nazorg is de eerste preventie voor nieuwe financiële problemen. De nazorg is nog belangrijker geworden nu de looptijd van de Wsnp en de Msnp verkort is van 36 naar 18 maanden. Er is dus korter de tijd voor inwoners om aan de nieuwe situatie te wennen en goede (financiële) gewoontes aan te leren. De VNG wijst hier ook op in de implementatierapporten en handleidingen over de verkorting van schuldsaneringstrajecten. Breuer & Intraval heeft, in opdracht van o.a. de NVVK, in 2020 onderzoek gedaan naar wat werkt bij nazorg in de schuldhulpverlening. Zij trekken daaruit de volgende conclusies: Begin vroeg met nazorg: hoe ga je het doen als je straks uit het saneringstraject bent? Biedt maatwerk: wat heeft iemand nodig en welke opties zijn er? Nazorg is vanzelfsprekend: het is een standaard onderdeel van het traject Geef de klant de regie over het eigen nazorgtraject

De gemeente Zuidplas wil inzetten om de nazorg verder te verbeteren nu de looptijd van de schuldsaneringstrajecten is ingekort. Samen met onze twee belangrijkste uitvoeringspartijen, IJsselgemeenten en Stichting ZO!, willen we onderzoeken op welke manier we de nazorg beter vorm kunnen geven op basis van bovenstaande uitgangspunten.

Zuidplas gaat de nazorg na een schuldsaneringstraject verder verbeteren.

23

5.5 Beleidsregels schuldhulpverlening Gemeenten in Nederland kunnen voorwaarden en richtlijnen stellen aan de schuldhulpverlening. De gemeente Zuidplas heeft deze vastgelegd in de “Beleidsregels Schuldhulpverlening”. Met deze beleidsregels maakt de gemeente duidelijk wat inwoners van de gemeente mogen verwachten op het gebied van schuldhulpverlening. De regels in Zuidplas zijn in 2012 vastgesteld. Sinds 2012 is meerdere malen gekeken naar de beleidsregels, maar deze zijn destijds altijd nog actueel bevonden. Na de recente wijziging in de Wgs in 2021, de verkorting van de schuldsaneringstrajecten én de nieuwe ondersteuning die in dit beleidskader is opgenomen, is het goed om de beleidsregels te actualiseren. De wijzigingen die doorgevoerd zullen worden zijn: Het verkorten van de recidive periode. Deze was 3 jaar. Gelet op de kortere looptijd van de schuldsaneringstrajecten en de beleidslijn om sneller perspectief te bieden aan inwoners, wordt deze recidive periode ingekort. Daarbij wordt gekeken om af te wijken van de recidive periode als de inwoner voldoet aan specifieke voorwaarden. Het saneringskrediet wordt als instrument toegevoegd. Dit leidt tot de volgende interventie: 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13724549/1