Bijlage 1 Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021 Z21.001277
Tekst van het document
met de verordening handelt (bijvoorbeeld als deze het graf niet goed onderhoud, zoals beschreven in artikel 23) en wanneer de rechthebbende is overleden en de aanvraag voor overschrijving van het grafrecht niet binnen zes maanden na diens overlijden plaatsvindt. Ook wordt hier de definitie van ‘in verval zijnde graven’ beschreven. Artikel 21. Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het graf kan doen. Artikel 22. Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. Dit model geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de nadere regels van het college. De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en voor die op eigen graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde beplantingen. Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf lopen.
Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven is. Artikel 23. In dit nieuwe artikel wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van grafbedekking, gedenkmonument, beplanting en andere voorwerpen bepaald. Zolang het graf niet geruimd mag worden, ligt dit bij de rechthebbende of de gebruiker. Dit houdt in dat de grafbedekking, gedenkmonument, beplanting en andere voorwerpen voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende is. Deze is ook aansprakelijk voor schade en eventuele gevolgschade door derden is. Op eerste aanschrijven dient deze de schade te herstellen. Wanneer dit niet op tijd gebeurt, dan mag de beheerder gedenktekens of beplanting en andere voorwerpen verwijderen en afvoeren zonder dat hij daarvoor dient te betalen. De beheerder mag meteen ingrijpen wanneer een gevaarlijke situatie ontstaat door een ondeugdelijke constructie. Artikel 24. In dit artikel is duidelijk omschreven welke onderdelen van het onderhoud door de gemeente worden verzorgd. Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Artikel 25. In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de grafbedekking omschreven.
Alleen in dit artikel is sprake van plichten voor (bepaalde) nabestaanden van overledenen die zijn bijgezet in een algemeen graf. Daarom wordt hier de in artikel 1 (‘Begripsbepalingen’) gedefinieerde term ‘gebruiker’ gebezigd in plaats van de ruimer op te vatten term ‘belanghebbende’, die voorkomt in verband met het begrip ‘algemeen graf’ in de Wet op de lijkbezorging (artikel 27a). De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag worden. Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het verrichten Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021 20
van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf. Artikel 26. In dit nieuwe artikel wordt gesteld dat het college nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de grafbeplanting. De beheerder mag naar eigen oordeel niet-blijvende beplanting verwijderen zonder dat daar een vergoeding voor verschuldigd is. Artikel 27. Het verwijderen van gedenkteken of afdekplaat is soms nodig bij een begraving of bijzetting. In wiens naam dit gebeurt, wie dit betaalt, wie het risico op zich neemt en hoe de gemeente en rechthebbenden van nabijgelegen graven dienen om te gaan met de eventuele invloed die een dergelijke actie heeft op nabijgelegen graven ligt vast in dit artikel. Voor rekening en risico van de rechthebbende is het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken of afdekplaat vanwege een begraving of bijzetting. Dit gebeurt ook namens deze. Wanneer er een begraving of bijzetting plaatsvindt, kan dit invloed hebben op naburige graven.
In dat geval zijn de rechthebbenden of belanghebbenden van deze naburige graven verplicht toe te staan dat hun gedenktekens, beplanting en voorwerpen tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst en dat er tijdelijk grond op hun graf wordt geplaatst. De gemeente zal de beplanting na terugplaatsing in een zo goed mogelijke staat houden. Wanneer de beplanting na terugplaatsing niet meer aanslaat, dan neemt de gemeente hiervoor geen verantwoordelijkheid. Artikel 28. De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het recht op de hoogte te worden gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf dienen, volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden gesteld van het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze mededeling dient volgens de wet ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf te worden gedaan.
Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van die graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur. De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen, of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar. Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht. Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021 21
Artikel 29. In dit nieuwe artikel zijn de regels ten aanzien van losse voorwerpen vastgelegd. Voorwerpen die op het graf liggen nadat het grafrecht is verstreken vervallen aan de gemeente zonder dat deze een vergoeding verplicht is. Artikel 30. Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een eigen graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 19, derde lid van dit model). Ook kan het recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging. De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan zowel aan de rechthebbenden op eigen graven als aan de nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. Eenieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf van historische betekenis is (zie artikel 31). Het vierde lid van artikel 30 opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te geven dan die welke genoemd is in het derde lid. Met betrekking tot het ruimen is in het model gekozen voor een zorgplicht voor de gemeente, als beheerder van de begraafplaats.
Op de beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de menselijke resten worden geconfronteerd. Artikel 31. Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als voorbeeld kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te worden getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Artikel 32. Het register van de bezorgde as is niet opgenomen in het model, aangezien artikel 10 van het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 gedetailleerde voorschriften voor dit register geeft.
In een openbaar te raadplegen register dat in beheer is bij de administratie zijn diegenen te vinden die begraven zijn of waarvan de as is bezorgd. In dit register zijn naam, geboortedatum en de datum van overlijden, grafaanduiding en dag van begraving of bijzetting opgenomen. Niet openbaar zijn de gegevens ten aanzien van rechthebbenden en belanghebbenden. Wanneer dit in hun belang is, kunnen deze gegevens wel verstrekt worden aan derden. Rechthebbenden, belanghebbenden en eigenaren van grafbedekkingen zijn verplicht hun actuele adresgegevens door te geven aan de administratie. Bij verhuizing dienen zij dit binnen een maand door te geven aan de administratie.
Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021 22
De plattegrond van de begraafplaats en het grafregister worden bijgehouden door de beheerder van de begraafplaats. Artikel 33. Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 34. In artikel 34 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. Artikel 35. Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 36. De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de Gemeentewet). Voorts is de gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen, volgens artikel 143 van de Gemeentewet. Artikel 37. Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 38. In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling.
Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2021 23