CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 B 1628 5 - Bijlage 5 16e wijziging van de legesverordening 2016 A23.001743

Gemeenteraad 5 november 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen legesverordeningen 2016, 15e, 16e en 17e wijziging15.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.31.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel […] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.

als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:

b.

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:

€ 49,00

Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg]

Pagina 25 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

2.32.1

a. b.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel [2:10] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,:

€ 221,80 € 213,25

als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

€ 177,35

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

2.33.1

Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:

2.34.1

2.34.2

a.

betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

b.

betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

1

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

2

voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit:

3

€ 170,60

€ 125,00

€ 177,45 € 177,45 € 0,00

€ 125,00 € 450,00 € 125,00

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

Pagina 26 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

2.35 2.35.1

a.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

1.

het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

2.

bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

3. 4.

het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

2.35.1

b.

2.36.1

1.

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

a.

één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:

b.

twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]:

c.

vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, [in afwijking van artikel 2.3, tweede lid OF per milieubelastende activiteit]:

2.36.2

2.

2.37

€ 500,00

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 500,00

€ 2.200,00 € 1.540,00

€ 1.320,00

€ 2.200,00

€ 250,00

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 2.38.1

1.

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

a.

een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:

b.

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:

€ 110,00 € 110,00

Pagina 27 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

2.38.2

c.

een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur:

d.

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

€ 110,00 € 110,00

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

2.39

€ 250,00

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning

2.40

2.41

€ 221,85

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 221,85

€ 221,85

€ 177,45

€ 177,45

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning

2.42

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens

2.43

85].

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen: Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten

2.44

De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan

2.45

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

0,6%

Pagina 28 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

Van de bouwkosten met een minimum van En een maximum van € 29.990,00.

€ 1.870,00 € 0,00

€ 2.500,00 € 29.990,00

€ 177,45

€ 185.00

€ 1,50

10%

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

2.46

Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag

2.47

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:

2.47.1

met een maximum van:

€ 10.000,00

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

€ 12.000

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: 2.49.1

a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

b.

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

f.

voor de beoordeling van een geluidrapport betreffende de geluidbelasting: voor de beoordeling van een luchtrapport betreffende de luchtbelasting: voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:

g.

Voor de beoordeling van externe veiligheid

h

Voor de beoordeling van een ROM aanvraag

i

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

c. d. e.

j

2.50.1

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: Artikel 2.50 Advies

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

€ 551,70 € 441,36 € 551,70 € 220,68 € 500,00 € 551,70 € 662,04 € 1.213,40 € 2.500,00 € 750,00

€ 150,00

Pagina 29 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

2.50.2

b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie] dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:

1

1)

€ 100,00

bouwkosten tot €50.000

per aanvraag, max 3 behandelingen 2

2)

bouwkosten van €50.000 tot €2.000.000

0,2%

per aanvraag, max 3 behandelingen 3

3)

(bouwkosten / €2.000.000) x 0,05% + €4.000

bouwkosten van €2.000.000 tot €6.000.000

per aanvraag, max 3 behandelingen 4

4)

bouwkosten boven €6.000.000

5

5)

vanaf 4e behandeling aanvraag omgevingsvergunning

c.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b:

e.

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

€ 6.000,00 25% van het legestarief voor de beoordeling door de gemeentelijke advies commissie € 250,00

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.50.3

Artikel 2.51 Instemming

2.51.1

2.51.1.1

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

€ 316,20

€ 326,00

Pagina 30 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

2.51.2

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Vermindering

2.52.1

1.

2.52.2

2. a. b.

c.

2.52.3

3.

Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges.

50%

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen […] maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:

€ 50,00

Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. De vermindering bedraagt: 2.53.1

a.

bij 5 tot 10 activiteiten:

2%

2%

3%

3%

5%

5%

van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.53.2

b.

bij 10 tot 15 activiteiten: van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

2.53.3

c.

bij 15 of meer activiteiten: van de voor die activiteiten verschuldigde leges.]

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

Pagina 31 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.55 Teruggaaf als de aanvraag omgevingsvergunning op verzoek van het bevoegd gezag wordt omgezet in een beoordeling conceptverzoek Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat de aanvraag omgevingsvergunning kan worden omgezet in een beoordeling conceptverzoek, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: Artikel 2.56 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges, met een maximum van:

2.54

2.55

2.56.1

a. a.

2.56.2

b. b.

2.56.3

c. c.

Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen [vier] weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf [vier] weken tot [zes] weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf [zes] weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

85%.

€ 1,00

85%.

€ 1.950,00

€ 0,75

€ 0,75

€ 0,50

€ 0,50

€ 0,25

€ 0,25

Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

Pagina 32 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

2.57.1

a.

2.57.2

a.

2.57.4

c.

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen 6 maanden na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen 6 weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

75%

50%

25%

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

2.58

25%

25%

nvt

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.60 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

2.59.1

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

a.

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

2.60

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf

2.61

Een bedrag minder dan € 116,00 wordt niet teruggegeven.

25%

25%

€ 112,55

€ 116,00

Pagina 33 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.1

een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening:

3.1.2

een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 332,40

€ 342,70

€ 110,95

€ 114,35

€ 332,80

€ 343,10

€ 332,80

€ 343,10

€ 110,95 € 110,95

€ 114,35 € 114,35

€ 110,95

€ 114,35

€ 1.823,40 € 1.824,40

€ 1.879,90 € 1.880,90

Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

3.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

3.2.1 3.2.2 3.2.3

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet: een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

3.2.4 3.2.5

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven 2.6.1

Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf

3.3

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel [3:3] van de Algemene plaatselijke verordening:

3.3.1

b.

voor een escortbedrijf:

3.3.1.1 3.3.1.2 3.3.2 3.3.2.1 3.3.2.2

3.3.3

voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a: voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b: Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt: voor iedere beheerder die zal worden aangesteld bij het seksbedrijf vermeerderd met als de aanvraag tot het verlenen van de vergunning mede ziet op een seksinrichting vermeerderd met: Als meerdere aanvragen als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig worden ingediend en betrekking hebben op hetzelfde seksbedrijf en dezelfde exploitant, worden de op grond van dat lid verschuldigde leges voor iedere tweede en volgende van die aanvragen verminderd met:

Pagina 34 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

Als een vergunning als bedoeld in de het eerste lid, onderdelen a of b, is verleend onder de voorwaarde dat er ten hoogste één prostituee voor of bij het prostitutiebedrijf mag werken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

3.3.4

van de op grond van die onderdelen voor het betreffende prostitutiebedrijf verschuldigde leges.] Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van: 3.4.1

a.

de exploitant aan wie de vergunning is verleend:

3.4.2

b.

de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders:

3.4.3

c.

de activiteit waarvoor de vergunning is verleend:

3.4.4

d.

het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt:

3.4.5

e.

het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend:

3.4.6

f.

3.4.7

[g.

het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend: het aantal prostituees dat ten hoogste voor of bij het seksbedrijf mag werken:

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden

2.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 3.3.5.1

a.

een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

3.3.5.2

b.

wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:

€ 199,70

€ 205,85

€ 199,70

€ 205,85

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement

2.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel [2.25, eerste lid,] van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: 3.4.6.1

a.

een grootschalig evenement of een evenement met verhoogd risicoprofiel:

3.4.6.2

b.

een herdenkingsplechtigheid:

3.4.6.3

c.

een braderie:

3.4.6.4

d.

een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg:

3.4.6.5

e.

een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg:

3.4.6.6

f.

een klein evenement dat niet voldoet aan de eis bedoeld in artikel [2:25, derde lid,] van de Algemene plaatselijke verordening:

2.6.1

Artikel 3.7 Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning:

Pagina 35 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

3.4.7.1

a.

3.4.7.2

b.

voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel [5:23] van de Algemene plaatselijke verordening: voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 4 van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016:

Paragraaf 3.5 Standplaatsen

3.8.1

1.

3.8.1.1

a.

3.8.1.2

b.

3.8.1.3

c.

3.8.1.4

d.

3.8.2

2.

3.8.3

3.

3.9.1

a.

3.9.2

b.

3.9.3

c.

3.9.4

d.

2.6.1

Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een vaste-standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 14, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 : een dagplaatsvergunning als bedoeld in artikel 19, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 , die leidt tot vergunningverlening:

€ 177,35

€ 182,80

een standwerkvergunning als bedoeld in artikel 20, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 , die leidt tot vergunningverlening: een bedienvergunning als bedoeld in artikel 21, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 : Als een aanvraag om een vaste-standplaatsvergunning, te verlenen via het selectiestelsel, niet leidt tot vergunningverlening, bestaat aanspraak op teruggaaf van 50 % van de op grond van het eerste lid, onderdeel a, verschuldigde leges. Als een aanvraag om een vaste-standplaatsvergunning, te verlenen via loting, niet leidt tot vergunningverlening, bestaat aanspraak op teruggaaf van [… (bijvoorbeeld 75)] % van de op grond van het eerste lid, onderdeel a, verschuldigde leges.

Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: overschrijving van een vaste-standplaatsvergunning op naam van een ander als bedoeld in artikel 15 van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 : toestemming met vervanging van de vergunninghouder artikel 17, tweede lid, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 : toekenning van een andere vaste standplaats als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 : ontheffing van de verplichting om de standplaats in te nemen tot de sluitingstijd van de markt artikel 23, tweede lid, van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2016 : Artikel 3.10 Losse standplaatsen

Pagina 36 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

3.10.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening:

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap] Artikel 3.11 Vergunning [of ontheffing] onttrekken woonruimte

3.11

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:

€ 108,75

€ 112,10

€ 108,75

€ 112,10

€ 108,75

€ 112,10

€ 108,75

€ 112,10

Artikel 3.12 Vergunning [of ontheffing] samenvoegen woonruimte

3.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: Artikel 3.13 Vergunning [of ontheffing] omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte

3.13

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: Artikel 3.14 Vergunning [of ontheffing] verbouwen woonruimte tot meer woonruimten

3.14

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: Artikel 3.15 Splitsingsvergunning [of -ontheffing]

3.15

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste[, respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: [Artikel 3.16 Vergunning of ontheffing toeristische verhuur

Pagina 37 van 38

onderwerp

registratienummer

16e wijz. van de legesverordening 2016*

A23.001743

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing van het verbod om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven als bedoeld in artikel 23c, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:

3.16

[Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: [Artikel 3.18 Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte

2.6.1

3.17

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet goed verhuurderschap:

3.18.1 3.18.2

a.

voor een verhuurvergunning woonruimte:

b.

voor een verhuurvergunning verblijfsruimte:

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag

3.19

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 177,45

€ 182,95

Behoort bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2023.

De secretaris van de gemeente Zuidplas,

A.de Graaf

Pagina 38 van 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14651817/1