Bijlage 1 Actualisatie kader participatie Z25.001105
Tekst van het document
Samenwerken aan opgaven in Zuidplas Kader Participatie gemeente Zuidplas
Voorwoord Met het collegeprogramma Ruimte voor iedereen | 2022 – 2026 bouwen we verder aan onze groeiende gemeente. De ruimte in onze dorpen en buitengebieden willen we zo goed mogelijk verdelen, we gaan voor wonen voor iedereen, een groene en gezonde leefomgeving en goede en veilige vervoersmogelijkheden. Het eigen karakter en de identiteit van onze dorpen willen we daarbij behouden. We willen ook dat iedereen zijn stem kan laten horen, zijn kennis en ervaring met ons kan delen en begrijpt waar we aan werken in Zuidplas. Dat vraagt van ons om met elkaar in gesprek te blijven en samen te werken waar dat kan. Goede samenwerking zorgt voor betere besluiten. Als we elkaar weten te vinden dan kunnen we plannen aanvullen met kennis en ervaring uit onze dorpen. En hebben we een beter beeld van de verschillende belangen en behoeften bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Als lokale overheid bevinden we ons in het hart van die samenleving. Een samenleving die steeds meer van ons vraagt en verwacht. En wil meedenken over opgaven waar dat mogelijk is. Kortom, een samenleving die wil participeren in de opgaven en de uitdagingen waar we als gemeente voor staan. Het nemen van besluiten over opgaven vraagt om zorgvuldige afweging van belangen én ideeën. Dit is onderdeel van onze representatieve democratie. Want die belangen zijn meer dan eens niet allemaal hetzelfde.
Of sterker nog, soms botsen die belangen met elkaar. Dat hoort nu eenmaal bij het democratische proces. Het laat zien dat goede samenwerking belangrijk is. En dat voor iedereen begrijpelijke uitleg over die besluiten noodzakelijk is. We willen daarom dat onze participatieprocessen zorgvuldig, voorspelbaar en navolgbaar zijn. Duidelijk beleid passend bij de kennis van nu, biedt daarbij belangrijke houvast. We hopen daar met dit kader participatie de basis voor te leggen.
Frans Klovert, wethouder Inwoners- en ondernemersparticipatie
1
1. Inleiding In gemeente Zuidplas werken we aan verschillende opgaven groot en klein. Vaak gebeurt dit op initiatief van de gemeente. En ook vanuit de samenleving worden wij gevraagd om initiatieven te beoordelen. Al deze opgaven hebben invloed op de leef- en werkomgeving van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. In de openbare ruimte en ook binnen onder andere zorg, veiligheid en onderwijs. Dat vraagt om samenwerking met iedereen die ermee te maken heeft, met ons als gemeente, met medeoverheden zoals waterschappen en provincie én met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We werken aan de toekomst van hun dorpen. Zij zijn de kritische gesprekspartners, waardoor plannen en projecten beter aansluiten op hun behoeftes en leef- en werkomgeving. Een goed participatieproces leidt niet automatisch tot uitkomst waar iedereen tevreden mee is. Tegenstellingen blijven altijd bestaan. Juist daarom is een zorgvuldig proces zo belangrijk. In dit Kader Participatie geven we inzicht in onze visie op participatie en in hoe we daar in de gemeente invulling aan geven. We gaan in op de vormen van participatie, onze uitgangspunten, de rollen van het bestuur (college en raad) en de invloed die inwoners kunnen hebben.
Kortom: we beschrijven hoe we omgaan met participatie in de gemeente Zuidplas En we beschrijven wat we verwachten van initiatiefnemers vanuit de samenleving als zij aan de slag gaan met participatie (bijlage 3). Het is een actualisatie van het eerdere Kader Participatie uit 2021.
We blijven leren en ontwikkelen. In deze actualisatie nemen we samen met ambtenaren en raadsleden de lessen mee die we met elkaar hebben geleerd, zoals: • We brengen meer structuur in de participatieaanpak; • We zorgen voor heldere verwachtingen vooraf door duidelijke kaders te stellen; • We beseffen dat draagvlak lang niet altijd een realistisch en haalbaar doel is en stellen daarom doelstellingen die realistisch en haalbaar zijn; • We zorgen voor duidelijke afwegingen voordat gekozen wordt voor participatie; • Informeren is niet hetzelfde als participatie maar is wel als laagste niveau onderdeel van onze participatieladder en daarnaast een onmisbaar onderdeel bij alle niveaus van participatie in Zuidplas (reageren, adviseren, samenwerken, meebepalen); Dit kader participatie is bedoeld voor zowel projectleiders, beleids- en communicatieadviseurs die aan participatie werken als voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en raadsleden. Het kader vormt de basis voor de afspraken die we met elkaar maken over participatie en het biedt extra steun om vanaf de start van participatieprocessen te werken aan gelijke verwachtingen.
Een goed participatieproces leidt niet automatisch tot een uitkomst waar iedereen tevreden mee is. Wel tot een begrijpelijk en navolgbaar proces.
Leeswijzer: De volgende onderdelen beschrijven we in dit Kader participatie: • Hoofdstuk 2 - Wat we verstaan onder participatie en de vormen van participatie die we in Zuidplas het meest gebruiken. • Hoofdstuk 3 - Onze visie op participatie en waarom we participatie belangrijk vinden. • Hoofdstuk 4 – De verschillende rollen bij participatie. • Hoofdstuk 5 – De invloed die inwoners kunnen hebben (niveaus van participatie). • Hoofdstuk 6 - De stappen die we volgen in participatieprocessen van onze eigen gemeentelijke opgaven. • Hoofdstuk 7 - Hoe we de afspraken uit dit kader meenemen in de manier waarop we werken in de gemeentelijke organisatie. • Bijlage I beschrijft de ambities die we benoemden vanuit de Quick Scan Lokale Democratie (2020) en het onderzoek van het digitaal inwonerspanel (2021). Deze geven bij het actualiseren van dit kader (2025) nog steeds richting aan ons beleid.
2
• • • •
3
Bijlage II geeft een overzicht met middelen en media waarmee we vanuit de gemeente inwoners informeren. Bijlage III geeft een overzicht met de spelregels die de gemeente gebruikt bij inwonersparticipatie. Bijlage IV geeft uitleg over de Omgevingswet en hoe wij als gemeente ondersteunen bij initiatieven vanuit de samenleving. Bijlage V geeft een kort overzicht van de wetten die het belang van participatie onderstrepen en vastleggen.
2. Participatie in Zuidplas Wat bedoelen we nu precies met participatie? Welke verschillende vormen van participatie kennen we in Zuidplas? Waar gaan en staan we voor en welke verwachtingen mogen deelnemers aan participatie van ons hebben? In dit hoofdstuk leggen we dit uit.
2.1 Wat is participatie Het woord participatie heeft meer dan één betekenis. Letterlijk betekent participeren – meedoen. Dat kan gaan over maatschappelijke participatie, zoals meedoen in (vrijwilligers)werk, onderwijs, sociale netwerken en verenigingen. In dit kader bedoelen we met participatie het betrekken van belanghebbenden bij beleid, plannen of projecten voordat we een besluit nemen.
Participatie betekent het betrekken van mensen en organisaties bij een plan of project. Zo kunnen zij meedenken en meedoen en invloed hebben. Als mensen meedoen, weten we welke ideeën en belangen er zijn. Dit helpt bij het maken van goede keuzes en besluiten. Deelnemers kunnen inwoners zijn en ook ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. In dit kader gebruiken we het woord ‘inwoners’, waarmee we ook de andere deelnemers bedoelen.
Onder participatie verstaan wij niet hetzelfde als onder inspraak. Inspraak is het recht om als inwoner gehoord te worden voordat de gemeenteraad of het college een besluit neemt. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van spreekrecht tijdens een vergadering van de gemeenteraad. Of door een zienswijze, beroep of bezwaar in te dienen.
Quote bestuurder gemeente Zuidplas ‘Als gemeente zorgen we bij participatie voor duidelijke en begrijpelijke processen. Eerst luisteren we naar verschillende meningen. Daarna nemen we een besluit. We informeren deelnemers tijdens het proces over de vervolgstappen en leggen ons besluit en de keuzes uit. We verwachten dit ook bij participatie die vanuit de samenleving wordt gestart.’ Participatie moet beginnen, als er nog iets te kiezen is en meningen of ideeën meetellen. Dat betekent niet dat we alle ideeën overnemen. Hoeveel invloed inwoners hebben, hangt af van het effect van het project of plan op de omgeving (denk aan grootte, overlast, maatschappelijke aandacht). Dit kan per fase verschillen. Ook zijn beschikbare tijd, geld en menskracht van belang. Soms is participatie niet of alleen minimaal mogelijk. Dan zeggen we dat duidelijk. Participatie in verschillende (beleids)fasen Participatie kan plaatsvinden in verschillende (beleids)fasen. Denk hierbij aan een verkennende fase waarin mogelijkheden worden onderzocht, een ontwerpfase waarin plannen worden ontworpen en gedefinieerd en aan een uitvoeringsfase waarin plannen of beleid worden uitgevoerd. Voor deelnemers aan de participatie is het belangrijk dat duidelijk is in welke fase zij deelnemen aan de participatie. Wij zorgen daarom altijd dat dit bij de start van de participatie duidelijk is voor deelnemers.
Soms is participatie niet of alleen minimaal mogelijk. 2.2 Vormen van participatie Samenwerken aan een fijne leef- en werkomgeving kan in verschillende vormen. De gemeente kan participatie starten en ook de samenleving (bijvoorbeeld inwoners, ondernemers, projectontwikkelaars,
4
bouwbedrijven) kan dit doen. De gemeente kan ook samen met bijvoorbeeld inwoners of ondernemers een plan of project ontwikkelen. Soms start een project vanuit de samenleving, maar is (enige) ondersteuning vanuit de gemeente nodig. Hieronder leggen we uit welke hoofdvormen van participatie we kennen in Zuidplas. Inwonersparticipatie (Burgerparticipatie) Bij inwonersparticipatie betrekt de gemeente inwoners (of ondernemers, maatschappelijke organisaties, adviesorganen) bij het maken van plannen en beleid. Bijvoorbeeld bij keuzes en vragen rond belangrijke onderwerpen in de samenleving. Dit kan op verschillende manieren en passend bij de grootte en het effect van de opgave. Bijvoorbeeld door inwoners in de wijk te vragen mee te denken over keuzes en vragen over de inrichting van een speeltuin. Of door in gesprek te gaan met inwoners over de inrichting van hun dorp. Hoeveel invloed inwoners krijgen kan per project, onderwerp, fase van het project en per belanghebbende verschillen. Overheidsparticipatie Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen ook zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van hun eigen leven en leefomgeving. De overheid kan hieraan meedoen en deze plannen versterken. Bij overheidsparticipatie is ondersteuning of goedkeuring vanuit de gemeente nodig of gewenst.
Dit gaat bijvoorbeeld om plannen van inwoners voor het verbeteren van een straat of wijk. Voorbeelden van overheidsparticipatie is het burgerinitiatief en het uitdaagrecht. Gemeente Zuidplas doet ook mee in regionale projecten waarin participatie van belang is. Vanuit de gemeente zetten we ons ervoor in dat participatie vanuit deze regionale projecten zo goed mogelijk aansluiten bij ons beleid. Uitdaagrecht Met het uitdaagrecht kunnen inwoners verzoeken om de uitvoering van een taak van de overheid over te nemen, al dan niet met bijhorend budget, omdat zij denken deze taak beter of efficiënter te kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan het beheer of onderhoud van een park of buurthuis. Op deze manier wordt de betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke partijen bij hun directe leefomgeving vergroot. Het biedt daarnaast kansen om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren en kan leiden tot nieuwe vormen van samenwerking en sociale verbinding.1
3. Waarom vinden we participatie belangrijk? Gemeente Zuidplas is rijk aan ambities, plannen initiatieven vanuit de samenleving. We zijn een groeigemeente waar ‘bouwen’ centraal staat. En dan gaat het niet alleen om bouwen in de letterlijke zin van het woord. Het gaat ook om bouwen aan een veilige en duurzame omgeving, aan ondernemerschap, aan goede openbare voorzieningen en aan een gezonde, duurzame en prettige leef- en werkomgeving waarin iedereen mee kan doen. Het gaat om bouwen aan de toekomst van onze dorpen én aan het vertrouwen dat we dat in goede samenwerking doen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Dat is waarom we participatie belangrijk vinden. We zien participatie vooral als samenwerken aan een fijne leefomgeving en aan een goede relatie en vertrouwen.
3.1 Lokale kennis en ervaring Waar dat mogelijk is, zien we graag dat inwoners meedoen en meedenken aan het verbeteren van hun eigen leefomgeving en de gemeente als geheel. We luisteren graag naar lokale kennis en ervaring bij de opgaven waar we voor staan. Het levert energie en creativiteit op. Uit ontmoetingen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties ontstaan ideeën, betere plannen, meer begrip en soms onverwachte resultaten. Door inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te betrekken, krijgen we een beeld van de belangen en behoeften die er zijn rondom 1
De wet versterking participatie op decentraal niveau geeft gemeenten tot 01-01-2027 de tijd om het uitdaagrecht vast te leggen in de verordening inspraak en participatie. Bij het vaststellen van dit kader verkent de gemeente Zuidplas nog hoe dit vorm te geven.
5
projecten en of beleid. En kennen we de vragen, zorgen en bezwaren die er zijn. Participatie brengt gemeente en samenleving met elkaar in gesprek. In de gemeente Zuidplas vinden we het belangrijk dat participatie helpt aan: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
het vergroten van vertrouwen tussen inwoners en gemeente; het verbeteren van de kwaliteit van beleid en initiatieven met lokale kennis en ervaring; het versterken van de lokale democratie; het dichterbij elkaar brengen van gemeente en samenleving; duidelijke en begrijpelijke processen (voorspelbaar en navolgbaar).
3.2 Bouwstenen voor besluitvorming Uiteindelijk is het in de meeste situaties aan de gemeente (college en raad) om besluiten te nemen over de uitdagingen waar we in Zuidplas voor staan. En deze uitdagingen worden steeds groter en ingewikkelder. Voordat we als gemeente besluiten nemen met grote invloed op inwoners, willen we een goed beeld hebben van wat de verschillende belangen en behoeften zijn. Dit betekent niet dat we aan ieders belang en behoefte tegemoet kunnen komen. Wel vinden we het belangrijk deze belangen en behoeften te kennen. Zo kunnen we betere keuzes maken voor een besluit. Het komt bijna nooit voor dat iedereen het met elkaar eens is. Vaak zijn er verschillende of zelfs tegengestelde wensen of belangen. Het is uiteindelijk aan de gemeente om te besluiten wat de meeste waarde oplevert voor de samenleving van Zuidplas. En welke keuze in het algemeen belang is. We vinden het belangrijk dat de gemeente de keuze voor haar besluit goed uitlegt. Samenwerking met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties levert de gemeente de bouwstenen op om tot een besluit te komen. Besluiten waarover goed is nagedacht en waarbij de voor- en nadelen zijn meegenomen.
Quote bestuurder ‘Als gemeentebestuur luisteren we naar alle inwoners, ook naar inwoners die hun mening minder laten horen. We nemen besluiten in het algemeen belang. Dat zijn ook besluiten die soms pijnlijk zijn of die niet door iedereen enthousiast worden ontvangen. Belangrijk is dat inwoners begrijpen waarom we tot een besluit komen.’ 3.3 De samenleving verandert; ieders stem is belangrijk We zien in de wereld en in Nederland steeds meer scherpe tegenstellingen (polarisatie). Die zien we ook terug in onze lokale samenleving in Zuidplas. We horen vaak de stem van mensen met een duidelijke mening of van mensen die fel voor of tegen ontwikkelingen zijn. Sociale mediakanalen maken deze meningen zichtbaar voor veel mensen. Daarnaast is er een grote groep mensen van wie we de stem meestal niet horen. Dit gaat vaak om grote groepen inwoners. We noemen deze groep het stille midden. Als gemeente horen we ook graag hun meningen, ideeën en plannen. In de gemeente spannen we ons daarom in om zoveel mogelijk verschillende inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te betrekken. Jong, oud, gezinnen, alleenstaanden, onafhankelijk van inkomen en opleidingsniveau en/of culturele afkomst. In de praktijk is het niet altijd haalbaar om iedereen te bereiken en te betrekken. We doen als gemeente hiervoor wel ons uiterste best.
We maken hiervoor bijvoorbeeld gebruik van scholen, sportverenigingen en buurtinitiatieven. We bouwen ten slotte met participatie aan vertrouwen en een goede relatie met al onze inwoners.
6
4. Rollen bij participatie Wat is de relatie van de gemeente tot de andere betrokkenen in het proces? Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de participatie? Iedereen heeft een eigen rol in het participatieproces: de samenleving (inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties), de gemeentelijke organisatie en het bestuursorgaan (college en raad). Het is belangrijk dat vanaf de start van de participatie duidelijk is hoe de rollen zijn verdeeld. 4.1 Rol bestuur (raad en college) Het bestuur (raad en college) heeft de volgende rollen (dit kan zijn als initiatiefnemer, maar ook om een initiatiefnemer uit de samenleving te ondersteunen):
Het bestuur beweegt zich in een U-vorm binnen dit schema: van koersbepaler, naar procesontwerper, verbinder en tenslotte belangenafweger. Bij projecten en plannen met een kleine en of gemiddelde impact op inwoners- of de leefomgeving bepaalt het college de richting (koers) en de voorwaarden. Bij onderwerpen met een grote impact op inwoners of de leefomgeving informeert het college de raad. Het college kan de raad ook vragen om gezamenlijk de richting te bepalen. De raad is dan aan het begin van het proces betrokken om antwoord te geven op de vijf kernvragen bij stap 2: kaderen & plannen. Aan het einde van de participatie maakt het bestuur (college en/of raad) een afweging tussen het algemene en het individuele belang. Mogelijk zijn na afweging van alle belangen niet alle inwoners tevreden over het genomen besluit. Dat betekent echter niet dat het participatieproces niet goed is gegaan. Hieronder staat de invulling van de rollen voor college en raad afzonderlijk. 4.2 Rol college Het college is vooral aan het begin van de participatie actief om richting en voorwaarden te bepalen en als procesontwerper. Het college besluit afhankelijk van het project, plan of beleidsvoornemen of zij de raad hierover informeert of dat ze de raad vraagt om vaststelling van het participatieproces.
Tijdens de participatie zorgt het college als verbinder dat zoveel mogelijk inwoners en belanghebbenden kunnen meedoen en meepraten. Aan het einde van de participatie pakt het college de rol van belangenafweger. Als het om een raadsbesluit gaat legt het college de overwegingen voor aan de raad. Ook legt het college deze afwegingen in openheid uit, zodat inwoners weten hoe het college tot een bepaald besluit is gekomen. In alle participatie moet er een goede balans zijn tussen deze rollen van het college. 4.3 Rol raad De raad kan vormgeven aan participatie vanuit de drie rollen van de raad: de kaderstellende rol, de volksvertegenwoordigende rol en de controlerende rol. Het plaatje hieronder laat zien hoe de raad vorm kan geven aan deze rollen.
7
Bij door de gemeente geïnitieerde projecten, plannen en beleidsvoornemens waarbij sprake is van een grote impact op inwoners en/of de leefomgeving, kan de raad de voorwaarden (kaders) zelf vooraf vaststellen. Dit kan ook bij projecten waarin de gemeente nauw samenwerkt met initiatiefnemers uit de samenleving en waarbij het te verwachten effect op inwoners en/of de leefomgeving groot is. In andere gevallen toetst de raad de voorwaarden die door het college zijn vastgesteld. Tijdens de participatie kan de raad ook een actieve rol pakken door mee te luisteren en aanwezig te zijn als toehoorder, zonder te sturen op inhoud en details. De raad zorgt als verbinder dat tijdens de participatie zoveel mogelijk inwoners kunnen meedoen en meepraten. De raad controleert aan het einde of de participatie is gegaan zoals vooraf afgesproken (volgens het vastgestelde participatiebeleid en de project specifieke voorwaarden) en of het proces goed is gevolgd. Aan het einde van de participatie pakt de raad de rol van belangen afweger. Hoewel raadsleden in hun rol als volksvertegenwoordiger specifieke belangen vertegenwoordigen, is bij besluitvorming het algemeen belang het uitgangspunt.2 Bij besluitvorming over ruimtelijke initiatieven zijn ruimtelijke afwegingen doorslaggevend. Mogelijk zijn na afweging van alle belangen niet alle inwoners tevreden over het genomen besluit.
Daar is de raad zich van bewust. In het Besluit Verplichte Participatie staat voor welke buitenplanse omgevingsactiviteiten de raad participatie verplicht. 4.4 Rol samenleving De rol van de inwoner, ondernemer of maatschappelijke organisatie verschilt. Deze hangt af van welke invloed mogelijk is. Inwoners kunnen betrokken zijn op basis van eigen behoefte en kunnen. Zo kunnen inwoners andere inwoners vertegenwoordigen of ambassadeur zijn voor groepen van wie de belangen (te) weinig aandacht krijgen (denk aan toekomstige generaties of kwetsbare groepen). De samenleving kan en mag de gemeente kritisch volgen en het bestuur aanspreken op de manier waarop zij met participatie omgaat. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Zij kunnen ook zelf initiatief nemen in het herkennen of aanpakken van onderwerpen die belangrijk zijn in de omgeving. Ook dorps- of wijkraden of andere adviesraden kunnen hierin een rol spelen.
2
Bron: Nederlandse Vereniging van Raadsleden: https://www.raadsleden.nl/het-raadslid/wat-doet-de-gemeenteraad/takengemeenteraad/
8
5. Welke invloed kunnen inwoners hebben? (niveaus van participatie) Per participatieopgave bekijken we welke invloed passend is bij het doel, de participatieruimte en het effect van het project op de omgeving. Als hulpmiddel gebruiken we daarbij de participatieladder. De participatieladder heeft een aantal treden. Iedere trede staat voor het niveau van invloed. Hoe hoger het niveau op de ladder, hoe meer invloed inwoners hebben bij een project of plan. Het niveau kan per projectfase en deelnemende (groepen) personen verschillen. Hieronder leggen we de niveaus op de participatieladder uit.
5.1 Informeren en luisteren Informeren en luisteren naar inwoners is de basis bij alle participatie. In gemeente Zuidplas houden we inwoners op de hoogte van ontwikkelingen via eigen- en externe mediakanalen. Soms zijn er ontwikkelingen waar we alleen over informeren en waar inwoners niet (actief) bij betrokken worden. Wel willen we dan weten of inwoners ons goed begrijpen. Of dat ze vragen hebben. Inwoners moeten weten waar ze hun vragen kunnen stellen over het plan of project. Voor informeren, kiezen we bijvoorbeeld als er geen ruimte is voor participatie (geen tijd, geld of ruimte voor inbreng). Wij maken dan een communicatieplan in plaats van een participatieplan. Met luisteren bedoelen we dat de gemeente op signalen reageert en uitlegt wat binnen een project wel of niet mogelijk is en waarom. Onze oren en ogen blijven altijd open voor nieuwe ideeën en inzichten. Besluitvorming: Vragen, ideeën en signalen van inwoners worden bijgehouden. Indien nodig nemen we nieuwe informatie en de kijk van inwoners op het onderwerp mee in de keuze voor het besluit. Bestuur (college of raad)3 beslist. 5.2 Reageren (meedenken) Inwoners kunnen reageren op of meedenken over een plan, project of beleidsvoorstel van de gemeente door hun mening, idee of visie te delen.
Dit kan bijvoorbeeld door mee te doen aan een vragenlijst, aan het digitaal inwonerspanel, door een reactiemogelijkheid via internet of via bijeenkomsten/ (meedenk)sessies. Zo krijgt de gemeente zicht op hoe inwoners over bepaalde onderwerpen denken en welke ideeën zij hebben. De deelname is kort en kost weinig moeite. Besluitvorming: de reacties, ideeën en meningen wegen mee in de besluitvorming, maar zijn niet doorslaggevend. Bestuur (college of raad) beslist en licht het besluit toe.
3
Beslissing door college of raad hangt af van het gekozen traject bij de start. In de meeste gevallen beslist het college. Daar waar de impact hoog is en college en raad afstemmen dat de raad vaststelt dan beslist de raad.
9
5.3 Adviseren (meepraten) Inwoners krijgen informatie over een onderwerp, overleggen daarover en komen tot een voorstel of advies over dat onderwerp aan raad of college. Denk bijvoorbeeld aan adviesraden, klankbordgroepen en jury’s. Deelname kost beperkt tijd van de betrokkenen. Inwoners zijn verantwoordelijk voor hun advies. Besluitvorming: adviezen en voorstellen wegen mee in de besluitvorming. Bestuur kan (een deel van) het advies naast zich neerleggen. Bestuur (college of raad) beslist en legt uitgebreid uit waarom ze dat doen. 5.4 Samenwerken (meedoen/ meewerken) Inwoners en gemeente werken samen aan beleids- of planvorming. Samen met beleidsambtenaren en mogelijk met specialisten van buiten de gemeente, werken inwoners voorstellen uit. Deelname kost ruim tijd. Inwoners zijn samen met de gemeente verantwoordelijk voor de voorstellen/plannen. Besluitvorming: het gezamenlijke resultaat moet voor college en raad zwaar meewegen in de besluitvorming. Bestuur (college of raad) legt uitgebreid uit waarom ze besluiten het voorstel over te nemen of waarom niet. Bestuur neemt uiteindelijke besluit. 5.5 Meebepalen (meebeslissen) Inwoners en gemeente zijn gelijke partners. Samen bepalen zij de probleemagenda, samen zoeken zij naar oplossingen en ook samen beslissen zij binnen vastgestelde kaders. Besluitvorming: Bestuur moet het gekozen resultaat zwaar laten meewegen.
Zij geven terugkoppeling de reacties en ideeën van inwoners. Hoe hoger het niveau van invloed hoe uitgebreider de uitleg en terugkoppeling van het college en of de raad aan inwoners zal zijn.
10
6. Waar gaan we vanuit bij participatie die de gemeente organiseert? Bij participatie die de gemeente Zuidplas organiseert, sturen we op begrijpelijke, voorspelbare en navolgbare processen. De invulling van ieder participatietraject is maatwerk. Hoe intensief de participatie zal zijn hangt onder andere af van het effect van de opgave op de omgeving, de ruimte die er is voor participatie en hoeveel tijd, menskracht en budget beschikbaar is. Duidelijke keuzes maken en zorgen voor heldere verwachtingen is bij ieder participatieproces noodzakelijk. Dat doen we aan de hand van 4 stappen: Stap 1: verkennen; Stap 2: kaderen; Stap 3: middelen kiezen & plannen; Stap 4: uitvoeren. Deze stappen vormen de basisregels voor de participatieprocessen voor projecten, plannen en beleid van de gemeente. We zorgen ervoor dat iedereen in de gemeentelijke organisatie die werkt aan participatie, volgens deze stappen werkt.
Stap 1: Verkennen We verkennen het project of plan eerst om te bepalen hoe groot de invloed van het project of plan op de samenleving is. De impactscan helpt hierbij. Is het plan, project, of (beleids)voornemen klein of groot? Veroorzaakt het weinig of veel hinder voor de omwonenden? Krijgt het weinig of veel aandacht in de maatschappij en van de politiek? Antwoorden op deze vragen geven zicht op het verwachte effect van een plan, project, of (beleids)voornemen op de omgeving. Dat effect noemen we impact. Per plan, project, of (beleids)voornemen verschilt de impact op de omgeving. Na het beantwoorden van enkele vragen volgt een inschatting hoe groot de impact (klein, gemiddeld, of groot) van het plan, project of (beleids)voornemen is. En volgt een advies hoe daarmee om te gaan. Vervolgens bekijken we of er voldoende ruimte is voor inbreng en of er budget, tijd en capaciteit is voor participatie. En als deze er niet zijn, maar de impact van beleid, project of plan groot is, dan bekijken we of we alsnog kunnen zorgen voor voldoende ruimte, tijd en capaciteit.
Stap 2: Kaderen Is het onderwerp belangrijk voor inwoners en is er voldoende tijd, geld en capaciteit dan volgt stap 2, het maken van een participatie aanpak. Het maken van een aanpak is belangrijk voor een succesvol participatieproces. Een goede aanpak helpt bij het sturen op een begrijpelijk, voorspelbaar en navolgbaar proces. En bij het scheppen van heldere verwachtingen voor alle betrokkenen. De aanpak start met het kader voor participatie. Dit is het raamwerk dat de basis legt voor de verdere invulling van de aanpak. Dit raamwerk moet antwoord geven op de onderstaande vragen: •
Waarom organiseren we participatie? (doel) ! Meerdere doelen tegelijk zijn mogelijk. Doelen kunnen ook per fase van project of plan wisselen. Of per doelgroep verschillen. ! Participatie leidt niet automatisch tot draagvlak. Het leidt er niet toe dat iedereen zijn zin of gelijk krijgt. We benoemen draagvlak daarom niet als doel.
• • • •
Met wie gaan we in gesprek? (doelgroep) Welke ruimte is er voor participatie? (waar gaat de participatie over en waarover niet?) Welke invloed hebben deelnemers? (welk niveau van invloed is passend bij het doel, de participatieruimte en de impact van het project op de omgeving) Wie heeft welke rol in het participatieproces?
De antwoorden op deze vragen vormen de voorwaarden (het kader) voor de participatie aanpak. Deze vragen zijn niet (alleen) voor de ambtelijke organisatie en/of het college. Afhankelijk van de impact en gevoeligheid van een plan, project of (beleids)voornemen kan het college ervoor kiezen, om de raad te betrekken bij de antwoorden.
11
Stap 3: Middelen kiezen & plannen De antwoorden op de kernvragen vormen het raamwerk voor de verdere invulling van de participatie aanpak. Als deze vragen zijn beantwoord kan invulling worden gegeven aan de vragen: Welke middelen zetten we in? En welke planning houden we aan? Middelen en methoden Hoe gaan we in gesprek met de deelnemers aan de participatie? In welke vorm doen we dat en hoe gaan we ze bereiken? De middelen en methodes kiezen we als het raamwerk helder is. De middelen moeten passen bij het doel van de participatie, de doelgroep (kennis, vaardigheden en omvang), de invloed die zij krijgen, de ruimte voor participatie, de planfase en ook bij de beschikbare tijd, menskracht en budget. Er zijn veel verschillende middelen en methoden om uit te kiezen. Een praktische ‘gereedschapskist’ met mogelijke middelen en methoden helpt bij het maken van keuzes. Keuze voor on – en offline participatie: Gemeente Zuidplas heeft veel ervaring met het organiseren van (bewoners)bijeenkomsten (offline). Inwoners hebben vaak de voorkeur om in gesprek te gaan over plannen of projecten die binnen het eigen dorp spelen. Ze doen dat het liefst op een locatie binnen het eigen dorp. Dit is begrijpelijk en blijft ook in de toekomst het uitgangspunt. Er zijn daarnaast ook onderwerpen die voor alle dorpen van Zuidplas belangrijk zijn.
Dan kan het gesprek plaatsvinden op een centrale locatie of door dezelfde bijeenkomsten in alle 4 de dorpen te organiseren. Dit laatste kost meer tijd en geld en er is minder onderlinge uitwisseling tussen inwoners van de dorpen. Het digitale inwonerspanel, online vragenlijsten of webinars bieden daarvoor een oplossing. We kiezen in de praktijk vaak voor een mix tussen on- en offline methoden. Planning en menskracht Hoeveel tijd nemen we voor de participatie en hoe volgen de verschillende activiteiten elkaar op. Dit hangt af van het plan of project maar zeker ook van de beschikbare tijd. Of de gemeente bij het gebruik van bepaalde methoden en instrumenten experts nodig heeft van buiten de gemeente, hangt af van: • aanwezigheid van experts in de ambtelijke organisatie die zelf participatieprocessen kunnen ontwerpen, organiseren en begeleiden; • de tijd die de gemeente kan vrijmaken voor het ontwerpen en organiseren van de participatie; • de behoefte aan een onafhankelijke expert van buiten de gemeente bij de participatie.
Stap 4: Uitvoeren Als keuzes zijn gemaakt en de participatieaanpak duidelijk is dan start de uitvoering. Tijdens de uitvoering is het belangrijk dat de vooraf gekozen kaders/het raamwerk duidelijk zijn en blijven en dat voor iedereen helder is wat de spelregels zijn.
12
7. Borgen van participatie Dit participatiebeleid staat niet op zichzelf. Het is belangrijk dat het onderdeel wordt van de manier van werken in de gemeentelijke organisatie. Het werken aan een participatieve/omgevingsgerichte organisatie betekent bouwen aan participatie op verschillende niveaus in de organisatie en vanuit verschillende rollen. Zie afbeelding Borgingshuis. We hebben al veel kennis en ervaring sinds de Verordening inspraak en participatie van de gemeente Zuidplas (2023) en de Omgevingswet (2024) in werking zijn. We weten dat het werken aan zorgvuldige, voorspelbare navolgbare participatieprocessen een blijvend andere manier van werken vraagt. Voor zowel ambtenaren, college en raad. Een verandering van houding en gedrag en van inzet van personeel, geld en tijd. Zorgvuldige, voorspelbare en navolgbare participatieprocessen vragen om een andere manier van werken. Een verandering van houding en gedrag en van inzet van personeel, geld en tijd.
Het vraagt van alle betrokkenen om nieuwe kennis op te doen en te blijven leren uit de dagelijkse praktijk van onze gemeente. En om regelmatig samen te evalueren. Dat vraagt om eigenaarschap van programma- en projectleiders, om de juiste kennis- en ervaring en om regie op werkprocessen. Hoe we dat doen werken we uit in een implementatieplan met bijbehorend budget. Daarnaast streven we naar implementatie van het uitdaagrecht voor 1-1-2027.
Bronnen Kader participatie Zuidplas 2021 Rijksoverheid Omgevingswet RO Magazine VPNG / Think Gesprekken met en voorbeelden van beleid uit andere gemeenten (o.a. Amsterdam, Voorne aan Zee, Leiden, Houten) Voorbeelden van participatietrajecten en lopende initiatieven in Zuidplas zijn te vinden op maakzuidplas.nl
13
Bijlage I: Onze ambities Uit de Quick Scan Lokale Democratie (2020) en het onderzoek van het digitaal inwonerspanel benoemden we in 2021 een aantal ambities voor participatie. Deze ambities4 blijven ook in de toekomst richting geven aan ons participatiebeleid. Hieronder een samenvatting van deze ambities. 1. We informeren op tijd en begrijpelijk; - We zorgen voor duidelijke verwachtingen; - We communiceren in begrijpelijke taal en vanuit de blik van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 2. We gaan in gesprek en luisteren actief - We nemen inwoners serieus; - We stellen ons actief open voor de stem van inwoners en tonen begrip; - We leggen onze keuzes voor besluiten uit. 3. We maken meedoen en meepraten met beleid en plannen mogelijk - We bieden inwoners de kans om zélf te werken aan de leefbaarheid in buurt of wijk; - We stimuleren speciale doelgroepen om mee te praten over lokale zaken. Inwoners krijgen meer kans om zélf te werken aan de leefbaarheid van hun buurt of wijk. We maken mogelijk dat inwoners of (groepen inwoners) zelf kunnen bijdragen aan verbeteringen of kunnen mee ontwerpen aan de inrichting van hun straat of dorp. Denk hiervoor bijvoorbeeld aan meedoen in buurtpreventieteams, toegankelijkheid (schouw), meedoen met acties om zwerfafval op te ruimen, meedoen aan duurzaamheid en groen.
Ook stimuleren we jeugd actief om mee te doen en mee te praten over beleid en plannen. Inwoners kunnen ook met het uitdaagrecht de gemeente verzoeken om de uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen. Soms kan dit met bijhorend budget. Dit omdat zij vinden deze taak beter of goedkoper te kunnen uitvoeren.5 4. We ondersteunen bij initiatieven uit de samenleving - We hebben een duidelijk stappenplan en spelregels voor initiatiefnemers . - We hebben een loket voor het aanvragen van vergunningen.
4
De ambities beschreven in het Kader Participatie 2021 zijn leidend. We hebben ze hier in iets andere woorden opgeschreven passend bij het nu. 5
14
De wet versterking participatie op decentraal niveau geeft gemeenten tot 01-01-2027 de tijd om het uitdaagrecht te implementeren. Bij het vaststellen van dit kader verkent de gemeente Zuidplas nog hoe de implementatie vorm gaat krijgen.
Bijlage II: Hoe worden inwoners geïnformeerd? Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen informatie van de gemeente vinden via verschillende communicatiemiddelen. Zowel online- als offline en in gedrukte media. Hieronder een overzicht: Communicatiemiddelen Zuidplas Online Uitzendingen van raadsvergaderingen Het raadsinformatiesysteem Sociale mediakanalen van de gemeente (X, Facebook, Youtube, Instagram, LinkedIn) Websites van de gemeente: • www.zuidplas.nl – biedt informatie over diensten, projecten, plannen en werkzaamheden. Deze website biedt onder andere informatie over wat de Omgevingswet betekent voor inwoners en ondernemers in Zuidplas (www.zuidplas.nl/omgevingswet). Inwoners worden vanuit deze website ook doorverwezen naar andere websites van de gemeente zoals: • www.maakzuidplas.nl – de centrale plek waar inwoners informatie vinden over participatie in projecten en plannen. Zij kunnen hier het proces volgen en ontwerpen en gebiedskaarten bekijken. www.duurzaamzuidplas.nl – biedt • informatie voor inwoners over duurzaamheid / energietransitie / biodiversiteit en klimaatadaptatie. • Beleefzuidplas.nl • Wonenincortelande.nl Digitale nieuwsbrieven waar inwoners zich op kunnen abonneren. • Officielebekendmakingen.nl (o.a. officiële bekendmakingen Omgevingswet, officiële publicaties over omgevingsplannen en omgevingsvergunningen)
15
Offline Gemeentepagina in lokale krant Hart van Holland Lokale media Brieven aan huis Via deze offline kanalen worden inwoners geïnformeerd over bekendmakingen, beleid, plannen en projecten. Een voorbeeld hiervan is de begrotingscyclus.
Bijlage III. Spelregels bij inwonersparticipatie Tijdens de uitvoering van participatieprocessen is het belangrijk dat voor iedereen helder is wat de spelregels zijn. Hieronder een overzicht van de spelregels die de gemeente gebruikt bij participatieprocessen waarbij de gemeente initiatiefnemer is.
6
16
•
We zijn vanaf de start van ieder participatieproces duidelijk over het proces;
•
We communiceren tijdens het hele project in begrijpelijke taal, afgestemd op de deelnemers;
•
We zorgen voor (tussentijdse) verslaglegging;
•
Alle deelnemers en vertegenwoordigers van de gemeente en/of (mede-)organisator van de participatie, stellen zich open op en luisteren naar elkaar;
•
We leggen de keuzes die tijdens het proces worden gemaakt eerlijk, met redenen en helder uit;
•
De gemeente en/of de (mede-)organisator van de participatie spant zich ervoor in dat bij de participatie deelnemers met verschillende belangen goed vertegenwoordigd zijn;
•
We informeren deelnemers over het proces en de voortgang. Als een proces stilligt of als er geen nieuwe informatie is, dan horen deelnemers dat ook;
•
We organiseren bestuurlijke betrokkenheid bij opgaven met grote en gemiddelde impact en informeren bij belangrijke mijlpalen over de voortgang van de participatie;
•
Raadsleden kunnen tijdens bijeenkomsten de rol van toehoorder aannemen; als zij die rol aannemen dan luisteren ze naar wat inwoners inbrengen, maar gaan niet zelf inhoudelijk in discussie;
•
Ieder participatieproces sluiten we af met een eindverslag 6. Hierin staat wat we wilden bereiken, wat we hebben georganiseerd, hoe het proces is verlopen en wat het heeft opgeleverd. Ook staat hierin welke afspraken zijn gemaakt, een duidelijke uitleg over de gemaakte keuzes en wat vervolgstappen zijn. De inbreng van deelnemers en wat daarmee wordt gedaan wordt hierin in hoofdlijnen, samenvattend beschreven. Een geanonimiseerd logboek wordt bijgehouden en is opvraagbaar. Hierin staat de inbreng van deelnemers die de gemeente ontvangt buiten de participatiebijeenkomsten om (per email, telefoon);
Het eindverslag is altijd geanonimiseerd, namen en contactgegevens van deelnemers zijn hierin niet terug te lezen.
Bijlage IV. Participatie onder de Omgevingswet Vanuit de Omgevingswet zijn er landelijk wettelijke regels voor participatie. Hiervan is sprake bij het opstellen en aanpassen van beleid en regelgeving in de leefomgeving en bij vergunningverlening. In dit hoofdstuk leggen we dit uit. Ook leggen we uit hoe we externe initiatiefnemers ondersteunen bij hun plannen. Wat is de Omgevingswet? De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin we wonen, werken en ontspannen. Deze wet bundelt bestaande regels en bepaalt wat we buiten zien, horen en ruiken. Ook stelt de wet landelijke regels voor participatie vast. Wanneer is participatie verplicht? Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is participatie voor de gemeente verplicht bij het opstellen van een omgevingsvisie, omgevingsplan of omgevingsprogramma. Voor initiatieven uit de samenleving is meestal een omgevingsvergunning nodig. Soms is participatie dan ook verplicht. Omgevingsvisie-, plan, - programma Om te komen tot een omgevingsvisie, omgevingsplan of een omgevingsprogramma zal de gemeente tijdens het proces inwoners, ondernemers en overlegpartners betrekken via participatie en/of informatievoorziening. Per onderdeel kijkt de gemeente wat aan participatie nodig is. Bij het omzetten van bestaand, vastgesteld beleid naar het omgevingsplan worden inwoners, ondernemers en overlegpartners alleen geïnformeerd.
Bij veranderingen tijdens het omzetten van bestaand vastgesteld beleid naar het omgevingsplan, bekijkt de gemeente per wijziging wat er op dat moment nodig is aan participatie, eventueel in afstemming met de initiatiefnemer. Omgevingsvergunning Voor veranderingen in de leefomgeving zoals het kappen van bomen, de bouw van een huis of sloopwerkzaamheden is meestal een omgevingsvergunning nodig. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning is participatie niet altijd verplicht. Alleen als het gaat om activiteiten die niet binnen het Omgevingsplan passen, is participatie verplicht. Dit noemen we een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA). De gemeenteraad heeft dit bepaald en vastgelegd in het Besluit Verplichte Participatie Hoe wordt participatie beoordeeld? Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beoordeeld door de gemeente. Bij deze beoordeling is de gemeente verplicht om de resultaten van participatie mee te nemen. De gemeente is verantwoordelijk voor het besluit om een vergunning te verlenen of niet. De gemeente controleert of de informatie compleet is en klopt. Als participatie onvoldoende is geweest, kan dit betekenen dat de vergunningaanvraag niet in behandeling wordt genomen of niet wordt verleend. Wat ook kan is dat het langer duurt voordat een vergunning wordt verleend. Daarom moedigt de gemeente initiatiefnemers aan om tijdig belanghebbenden te betrekken.
Soorten participatie bij initiatieven De Omgevingswet maakt onderscheid tussen verschillende soorten initiatieven: 1. Kleine impact: past binnen het omgevingsplan en veroorzaakt weinig overlast, zoals een dakkapel. Informeren van omwonenden is wenselijk, maar niet verplicht. 2. Middelgrote impact: meestal buitenplanse initiatieven, zoals woningbouw, die enige overlast geven. Participatie is gewenst, input van omwonenden wordt meegewogen. 3. Grote impact: grootschalige projecten zoals nieuwbouw. Participatie is verplicht en weegt zwaar mee in de besluitvorming.
17
4. Zeer grote impact: projecten zoals een nieuwe camping of sporthal in het buitengebied. Hier is participatie verplicht en van grote invloed op het besluit. Bij de laatste drie categorieën is participatie verplicht bij buitenplanse initiatieven. Een initiatiefnemer moet dan laten zien dat hij inwoners en andere belanghebbenden heeft betrokken bij zijn plan. Als dit niet is gebeurd, dan neemt de gemeente de vergunning aanvraag niet in behandeling. Hoe ondersteunen we initiatieven van inwoners en ondernemers? De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie en bepaalt hoe en wie hij betrekt. Dit betekent dat hij zelf de participatie organiseert en eindverantwoordelijk is voor het resultaat. De gemeente ondersteunt met: • een stappenplan en spelregels; Handreiking Participatie bij ruimtelijke initiatieven; • het beantwoorden van vragen en het geven van informatie over (onder andere) participatie tijdens de behandeling van het conceptverzoek op de omgevingstafel. Hoe groter het effect van het plan of project is op de omgeving, hoe meer verantwoordelijkheid en aanwezige kennis de gemeente verwacht. De gemeente verwacht dat de initiatiefnemer een zorgvuldig, voorspelbaar en navolgbaar participatieproces doorloopt. De gemeente adviseert en volgt aandachtig het gehele participatieproces. De uitvoering en de verantwoordelijkheid blijven bij de initiatiefnemer.
Ook kunnen de gemeente en de initiatiefnemer afspraken maken dat zij samenwerken in de participatie. Het is dan extra belangrijk om in de participatie aanpak duidelijk te maken wie welke rol heeft in het participatieproces. Voor inwoners (en voor raadsleden) moet duidelijk zijn wie waarop aanspreekbaar is. Let op! Gemeente en de initiatiefnemer kunnen ook samenwerken aan een project of plan. Het is dan extra belangrijk om in de participatie-aanpak te beschrijven wie welke rol heeft in het participatieproces 7. Voor inwoners (en voor raadsleden) moet duidelijk zijn wie waarop aanspreekbaar is. Ook als het gaat om praktische zaken als: wie zorgt voor middelen (ruimte, koffie, digitale hulpmiddelen), wie zorgt voor de planning en wie voor de communicatie (uitnodiging, eindverslag etc.).
Conclusie Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. De mate van participatie hangt af van het effect/ de invloed op de omgeving. Initiatiefnemers organiseren zelf de participatie. De gemeente biedt ondersteuning waar nodig. Via het Omgevingsloket op https://omgevingswet.overheid.nl/home kunnen initiatiefnemers een vergunning aanvragen. Ook kunnen ze hier de haalbaarheid van hun initiatief checken.
7 Dit wordt grotendeels bepaald door wet- en regelgeving en beleid.
18
Begrippen Binnenplans: een initiatief dat voldoet aan de regels in het omgevingsplan maar waar toch een vergunning voor nodig is, heet een binnenplanse activiteit. Buitenplans: wanneer een initiatief niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan, heet dit een buitenplanse activiteit. Ruimtelijke omgeving: hiermee bedoelen we de omgeving waarin alles is wat we nodig hebben om te leven, wonen, werken, studeren, recreëren, zoals water, lucht, bodem, natuur, wegen, energie en gebouwen. Initiatieven/initiatiefnemer: met initiatieven wordt bedoeld: alle projecten/plannen in de fysieke leefomgeving, ongeacht of deze van inwoners, bedrijven of de gemeente komen. Omgevingstafel: aan de Omgevingstafel beoordelen adviseurs van de gemeente samen met ketenpartners (zoals provincie, omgevingsdienst) of een initiatief haalbaar is. Aanvragen gaan eerst langs de intaketafel. De Omgevingstafel beoordeelt alleen initiatieven die door de intaketafel als wenselijk zijn beoordeeld. Het doel is om samen met de initiatiefnemer tot een plan te komen waar alle partijen zich in kunnen vinden. Omgevingsvisie: de omgevingsvisie is een lange termijnplan voor de inrichting van de gehele ruimtelijke omgeving. Hierin legt de gemeente maatschappelijke en ruimtelijke doelen vast en hoe ze die wil gaan bereiken.
Omgevingsprogramma: In het omgevingsprogramma geeft de gemeente uitwerking aan het te voeren beleid. Het laat zien hoe de Omgevingsvisie wordt uitgewerkt. Ook kunnen er maatregelen opgenomen worden om te voldoen aan andere doelstellingen voor de ruimtelijke omgeving. Een gemeente is niet verplicht om van programma’s gebruik te maken: de gemeente kan de Omgevingsvisie globaal houden en het beleid verder uitwerken in programma’s. Of ze kan ervoor kiezen om de omgevingsvisie veel specifieker te maken en zo minder met programma’s werken. Omgevingsplan: In het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) staan alle juridische regels die betrekking hebben op de ruimtelijke leefomgeving. In het plan staat of mensen een vergunning nodig hebben voor een uitbouw of het bouwen van gebouwen, aan welke regels bedrijven zich moeten houden en hoeveel parkeerplekken nodig zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Aan deze regels moet iedereen zich houden.
19
Bijlage V. Wetten die het belang van participatie onderstrepen en vastleggen We zien graag dat inwoners meedoen en meedenken aan het verbeteren van hun eigen leefomgeving en de gemeente als geheel. Samen komen we tot betere oplossingen en plannen. Naast deze wens zijn er verschillende wetten die het belang van participatie onderstrepen en vastleggen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste wetten: 1. De Wet open overheid (Woo): deze wet legt vast dat overheidsorganisaties informatie moeten geven uit zichzelf, of als iemand daarom vraagt. De informatie wordt dan openbaar. Iedereen heeft recht op informatie over wat de overheid doet, hoe ze dat doet en waarom. Zo kunnen bijvoorbeeld inwoners, maar ook bijvoorbeeld Kamerleden of journalisten, de overheid controleren. Openbaarheid is daarom belangrijk voor de democratie in ons land. 2. De Omgevingswet: deze wet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze wet is in werking sinds 1 januari 2024 en bestaat uit regels voor wat buiten te zien, horen en ruiken is. Deze wet moedigt aan dat inwoners actief en vroeg worden betrokken bij nieuwe plannen in de buurt. Dat gaat om plannen vanuit de overheid, van ondernemers, maatschappelijke organisaties én van inwoners zelf. In bijlage III geven we verdere toelichting op de wet- en regelgeving vanuit de Omgevingswet. 3.
De wet Versterking participatie op decentraal niveau: deze wet is in werking sinds 1 januari 2025 en verplicht onder andere gemeenten een ‘participatieverordening’ op te stellen met heldere voorwaarden voor participatie. In deze wet staat hoe gemeenten inwoners een rol kunnen geven bij plannen, besluiten en uitvoering. De wet regelt ook dat inwoners kunnen voorstellen om een taak van de gemeente over te nemen. Bijvoorbeeld het beheren of onderhouden van een park of buurthuis (Uitdaagrecht). Zie ook hoofdstuk 2.
20