CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.13 AnteaGroup omgang met brandaandachtsgebieden Z20.002581

Gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Masterplan Middengebied Zuidplaspolder18.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden

projectnummer 0461456.100 definitief 21 januari 2021

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden

projectnummer 0461456.100 definitief revisie 03 21 januari 2021

Auteurs Jeroen Eskens Frank Meijer

Opdrachtgever Gemeente Zuidplas Raadhuisplein 1 2914 KM Nieuwerkerk aan den IJssel

datum vrijgave beschrijving revisie 03 21 janauri 2021 definitief 2020

goedkeuring Roel Kouwen

vrijgave Jeroen Eskens

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Veiligheid bij hogedruk aardgastransportleidingen De huidige en komende wetgeving Werkwijze onderzoek/rapportage

1 2 3

2

Het plangebied en de leidingen

4

2.1

De aanwezige leidingen

5

3

Bescherming binnen brandaandachtsgebieden

7

4

Verkenning mogelijke maatregelen

8

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.4

Maatregelen bij de buisleidingen Maatregelen bij de bron Leidingen in de leidingstrook Solitaire leidingen Bestrijdbaarheid Conclusie maatregelen bij de buisleiding Maatregelen in het overdrachtsgebied (het brandaandachtsgebied) Afscherming Afstand houden en het reguleren van de bebouwingsdichtheid Het bieden van vluchtroutes Risicocommunicatie (Alternatieve) bouwkundige maatregelen Toepassen van houtbouw

8 8 9 9 10 10 10 10 11 12 12 12 14

5

Gasafblaaspunten

15

6

Conclusie en aanbevelingen

16

6.1 6.2

Aanbevelingen Advisering door de veiligheidsregio

17 17

Eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving

18

Bijlage 2: Maatregelen bij buisleidingen

20

Bijlage 3: Berekening groepsrisico ODMH

28

Bijlage 1:

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

1

Inleiding Om tot ontwikkeling van het Middengebied te komen, dient een groot aantal aspecten onderzocht te worden. Het onderhavige onderzoek richt zich op externe veiligheid, en daarbij met name op de ruimtelijke keuzes binnen de veiligheidszoneringen langs de hogedruk aardgastransportleidingen. Dit rapport betreft een afzonderlijk onderzoek maar zal in later stadium in het MER worden geïntegreerd.

1.1

Veiligheid bij hogedruk aardgastransportleidingen Vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is een zeer veilige vervoersmethode. De kans op een incident is bijzonder klein. Maar, mocht zich een incident voordoen, dan kunnen de gevolgen groot zijn. Doordat het gas onder hoge druk wordt getransporteerd, kan bij een beschadiging van de buisleiding (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) een brandende fakkel van (ruim) meer dan 100 meter hoog1 ontstaan die een immense hitte naar de omgeving afgeeft. Uit veiligheidsoogpunt bestaan er dan ook meerdere veiligheidszoneringen langs hogedruk aardgastransportleidingen. Figuur 1: Indicatieve impressie fakkelbrand en omgevingsbrand na breuk in hogedruk aardgastransportleiding. Veiligheidszoneringen bij (hogedruk aardgas)transportleidingen In de Omgevingswet worden eisen gesteld aan het bouwen nabij hogedruk aardgastransportleidingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: 1. De zone waar de kans op overlijden van een onbeschermd persoon ten gevolge van een incident met de leiding te groot is2. Hierbinnen mogen bijvoorbeeld geen woningen gebouwd worden. In de Zuidplaspolder zijn de hogedruk aardgastransportleidingen zodanig veilig dat de deze zones klein zijn en geen beperking opleveren voor de planontwikkeling. 2. De belemmeringenstroken van 4 of 5 meter breed waarbinnen niet gebouwd mag worden.

Ook deze zoneringen vormen geen knelpunt voor de geprojecteerde ontwikkeling. 3. De leidingstrook van 70 meter breed waarin een aantal leidingen is gelegen. Hierbinnen mogen geen woningen en dergelijke gebouwd worden. In het plan wordt hiermee rekening gehouden, en als zodanig vormt deze strook geen knelpunt. 4. Het brandaandachtsgebied langs de hogedruk aardgastransportleidingen. Het grootste brandaandachtsgebied in de Zuidplaspolder heeft een breedte van 585 meter. In deze zone mag wel gebouwd3 worden, maar moet overwogen worden welke extra bescherming geboden moet worden aan de personen in gebouwen.

1

In het gebied liggen meerdere leidingen, de fakkelhoogte verschilt per leiding.

2

De plaatsgebonden risico 10-6-contour

3

De regelgeving richt zich op nieuwe (beperkt)kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen.

Blad 1 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

In deze rapportage wordt vooral ingegaan op die onder punt 4 genoemde brandaandachtsgebieden omdat hier ruimtelijke afwegingen moeten worden gemaakt. Gekeken is hoe de kans op een incident en de gevolgen zo klein mogelijk kunnen worden gehouden door via: 1. Maatregelen bij de bron (de buisleidingen) 2. Maatregelen in het overdrachtsgebied (het brandaandachtsgebied) 3. Bouwkundige maatregelen Door de ODMH is het groepsrisico indicatief berekend voor de geprojecteerde ontwikkeling. Deze berekeningen zijn opgenomen in bijlage 3 van deze rapportage. Er is indicatief berekend omdat de verdeling van de personendichtheid binnen het plan nog niet definitief is vastgesteld. Uit de berekeningen blijkt dat de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt.

1.2

De huidige en komende wetgeving De rapportage is opgezet vanuit de denklijnen van de Omgevingswet, welke 1 januari 2022 in werking treedt4. Uitgangspunt bij het opstellen van de Omgevingswet is dat het oude wettelijk kader zoveel mogelijk beleidsneutraal overgezet zou worden. Voor het bouwen nabij buisleidingen is ten aanzien van het treffen van beschermende bouwkundige maatregelen sprake van duidelijke verschillen. In tabel 1.2 zijn de eisen van de huidige en toekomstige wetgeving naast elkaar gezet. Tabel 1.2 Eisen huidige wetgeving en Omgevingswet inzake bouwen bij buisleidingen Huidige wetgeving Omgevingswet Onveranderd: De normering van het plaatsgebonden risico en belemmeringenstrook langs buisleidingen en de zonering in het kader van het Structuurschema buisleidingen. Benadering groepsrisico Verantwoordingsplicht groepsrisico binnen inSpecifieke verantwoordingsplicht vervalt, wel vloedsgebied ruimtelijke keuzes motiveren. Verplichting tot berekening groepsrisico Geen verplichting, maar groepsrisico mag berekend worden tbv. de motivatie ruimtelijk besluit. Onderzoeken alternatieven met een lager groepsRuimtelijke (veiligheids)keuzes moeten gemotirisico. veerd worden. Optimaliseren zelfredzaamheid en bestrijdbaarVanuit het thema zelfredzaamheid geldt een hoheid. gere bescherming voor zeer kwetsbare gebouwen. Introductie aandachtsgebieden als communicatiemiddel.

Gemeente mag geen bouwkundige maatregelen Binnen aandachtsgebieden: voorschrijven nabij hogedruk aardgastransportlei- • Verplichte toepassing aanvullende bescherdingen/leidingen voor gevaarlijke stoffen. mende bouwkundige maatregelen bij zeer kwetsbare gebouwen. • Verplichte afweging of aanvullende beschermende bouwkundige maatregelen toegepast moeten worden ter optimalisatie van de veiligheid. Een verplichting tot het treffen van bouwkundige maatregelen ontstaat pas als binnen een aandachtsgebied door een gemeente een voorschriftengebied is vastgesteld. 4

Het in werking treden van de Omgevingswet is in 2020 met een jaar uitgesteld.

Blad 2 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

1.3

Werkwijze onderzoek/rapportage Na een voorverkenning door het projectteam van de gemeente, de Omgevingsdienst, de Veiligheidsregio, de stedenbouwkundige (Kuiper Compagnons) en Antea Group, heeft Antea Group de ruimtelijke veiligheidssituatie nader verkend. Aansluitend heeft op 12 maart ’20 een gezamenlijk overleg plaatsgevonden waarin de consequenties nader zijn verkend en deze informatie in context van de planontwikkeling is geplaatst. De onderhavige rapportage bevat de essenties van dit overleg, de context en de aanbevelingen aan de gemeente Zuidplas. De rapportage is afgestemd met Gasunie, de Veiligheidsregio, en de Omgevingsdienst.

Blad 3 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

2

Het plangebied en de leidingen Op figuur 2.1 is het geprojecteerde plangebied aangegeven. Het betreft de ontwikkeling van voornamelijk woningbouw in het hart van de Zuidplaspolder. In figuur 2.2 zijn de aandachtsgebieden geprojecteerd over figuur 2.1. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling voor het overgrote deel is geprojecteerd binnen de brandaandachtsgebieden van de thans aanwezige leidingen.

Figuur 2.1 (boven). Het geprojecteerde plangebied. Figuur 2.2. (rechts). Het geprojecteerde plangebied met de aandachtsgebieden langs de hogedruk aardgastransportleidingen. De kleuren op de kaart geven het geprojecteerde verschil in woningdichtheid aan. Hoe dieper rood/paars, hoe groter de dichtheid. De grootste woningdichtheid is 40 woningen/ha.

Blad 4 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

3

Bescherming binnen brandaandachtsgebieden Indien zich een incident voordoet met een transportleiding voor brandbare stoffen, dan kunnen personen die in gebouwen in het brandaandachtsgebied verblijven, onvoldoende beschermd zijn tegen de effecten van dat incident. Een gemeente moet daarom in het Omgevingsplan aangeven welke bescherming geboden wordt. Bij het verkennen van maatregelen wordt de volgende indeling aangehouden: 1. Maatregelen bij de bron (de buisleidingen) 2. Maatregelen in het overdrachtsgebied (het brandaandachtsgebied) 3. Bouwkundige maatregelen In hoofdstuk 4 worden de mogelijke maatregelen verder uitgewerkt. Relevant is dat in een aandachtsgebied vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving (welke 1 januari 2022 in werking treden) verschil wordt gemaakt in de bescherming voor: • Zeer kwetsbare gebouwen. • (Beperkt)kwetsbare gebouwen. Zeer kwetsbare gebouwen In een brandaandachtsgebied moeten de personen in nieuwe zeer kwetsbare gebouwen, via aanvullende bouwkundige maatregelen (zie bijlage 1), beschermd worden tegen de hittestraling6. Aanvullende brandwerende maatregelen hoeven niet getroffen te worden als een initiatiefnemer aantoont dat via maatregelen sprake is van een gelijkwaardig beschermingsniveau 7.

In het tekstblok is de wettelijke definitie voor zeer kwetsbare gebouwen opgenomen 8 Zeer kwetsbaar gebouw: Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan: a. een woonfunctie voor 24-uurszorg; b. een bijeenkomstfunctie: 1°. voor kinderopvang; of 2°. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied; of e. een onderwijsfunctie: 1°. voor basisschoolonderwijs; of 2°. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

(Beperkt)kwetsbare gebouwen Indien er een Omgevingsplan wordt vastgesteld waarin de mogelijkheid is opgenomen om nieuwe (beperkt)kwetsbare gebouwen in een brandaandachtsgebied te bouwen, dan moet een bevoegd gezag bepalen of er aanvullende bouwkundige maatregelen getroffen moeten worden9. In tegenstelling tot bij zeer kwetsbare gebouwen, kan een gemeente besluiten om deze maatregelen niet te treffen of de bescherming op een andere wijze te realiseren. Het besluit omtrent het aan te houden beschermingsniveau moet in het Omgevingsplan gemotiveerd worden. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op argumenten voor deze afweging. 6 7

8 9

Indien er sprake is van een zeer kwetsbaar gebouw, dan geldt ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving automatisch een voorschriftengebied en zijn aanvullende bouwkundige maatregelen verplicht. Hierbij valt te denken aan gelijkwaardigheid zoals thans geregeld via artikel 1.3 van het Bouwbesluit. Vanuit de Omgevingswet is echter een breder scala aan gelijkwaardige maatregelen mogelijk. Zie bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving Indien deze getroffen moeten worden dan stelt een bevoegd gezag een voorschriftengebied vast.

Blad 7 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

4

Verkenning mogelijke maatregelen In dit hoofdstuk worden de mogelijke maatregelen verkend op basis waarvan het bevoegd gezag – in de lijn van de Omgevingswet - keuzes kan maken omtrent het aan te houden beschermingsniveau. Vanuit de Omgevingswet gelden er deels harde eisen ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen nabij buisleidingen. Het betreft hier een verbod op het bouwen van (zeer)kwetsbare gebouwen binnen de 10-6-contour, en bouwkundige eisen voor zeer kwetsbare gebouwen. Het bouwverbod wordt in deze rapportage niet nader behandeld omdat de plannen hieraan al voldoen. Daarnaast moet worden overwogen hoe de veiligheid in een aandachtsgebied geoptimaliseerd kan worden. Voor het resultaat van deze afweging bestaan geen harde normen, behalve dat de eindkeuze gemotiveerd moet worden. In het Handboek omgevingsveiligheid van het RIVM wordt een voorkeursvolgorde gegeven bij het onderzoeken van de maatregelen. Deze volgorde is: 1. Maatregelen bij de bron (de buisleidingen) 2. Maatregelen in het overdrachtsgebied (het brandaandachtsgebied) 3. Bouwkundige maatregelen Het uiteindelijke veiligheidsniveau bestaat veelal uit een combinatie van maatregelen. Per gebied en ruimtelijk plan verschillen veelal de mogelijkheden om de maatregelen toe te passen of het effect van de maatregelen. Uiteindelijk bepaalt de combinatie van de maatregelen het veiligheidsniveau in het gebied.

4.1

Maatregelen bij de buisleidingen Het vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleidingen is een zeer veilige vervoerswijze. De toegepaste materialen en ligging moeten aan hoge veiligheidseisen voldoen. Uit onderzoek naar incidenten bij buisleidingen blijkt dat de grootste faalkans wordt veroorzaakt door externe factoren, en dan met name door graafschade. De veiligheid valt dan ook vooral te verbeteren door de kans op graafschade zoveel mogelijk weg te nemen.

4.1.1

Maatregelen bij de bron Bij maatregelen bij de bron moet onderscheid worden gemaakt in: • De leidingen in de leidingstrook • De solitaire leidingen

Blad 8 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

4.1.2

Leidingen in de leidingstrook In de leidingstrook liggen de leidingen met de grootste aandachtsgebieden. De leidingstrook is in de Structuurvisie buisleidingen (2012) speciaal aangewezen voor het transport met buisleidingen. In de huidige situatie liggen deze leidingen onder de grond en vindt op maaiveldniveau agrarisch gebruik plaats. (zie afbeelding rechts). De belangrijkste faalkans bij een ondergrondse leiding is graafschade. Mogelijke maatregelen 1. De leidingstrook uitvoeren als een geïsoleerd gebied dat (nagenoeg niet) voor derden toegankelijk is. Extensief recreatief kan echter worden toegestaan. Aan één zijde wordt de strook reeds begrensd door een waterloop (De Vierde Tocht). Verdere isolatie valt te bereiken door een extra water aan de andere langszijde. Waar de leidingstraat doorkruist wordt door verkeersinfra, kunnen afsluitingen gerealiseerd worden die alleen toegang geven voor extensieve recreatie. Zwaarder materieel kan alleen toegang krijgen indien een sleutel is verstrekt door de gemeente / de leidingstraatbeheerder. 2. Graven mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. 3. Bij de toegangen van de zone wordt met bebording gewezen op de verboden. 4. De leidingstrook heeft nu nagenoeg geen beplanting. Eventuele nieuwe beplanting moet voldoen aan eisen van Gasunie. In bijlage 2 zijn de mogelijke maatregelen gekoppeld aan veiligheidsfactoren.

Uit bijlage 2 volgt dat door toepassing van de maatregelen 1 tm 4 de veiligheid ten opzichte van de huidige situatie zeer substantieel wordt verbeterd. Verdere veiligheidsverbetering aan de bron is nagenoeg niet mogelijk. De zone wordt doorkruist door infrastructuur. Ten behoeve van deze infrastructuur zal overkluizing van de leidingen plaatsvinden. Deze constructie moet goedkeuring hebben van Gasunie. Deze goedkeuring wordt niet opgevoerd als maatregel, omdat dit een algemeen geldende eis is.

4.1.3

Solitaire leidingen In het gebied is een drietal solitaire hogedruk aardgastransportleidingen en één DPO-leiding aanwezig. Deze leidingen hebben een ten opzichte van de leidingen in de leidingstrook een beperkte diameter en een kleiner aandachtsgebied. De ligging van deze leidingen valt samen met de verkeersinfrastructuur (de Zuidelijke dwarsweg) of ligt vrij in het landschap.

Blad 9 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

In tegenstelling tot de leidingen in de leidingstrook, kunnen nabij de solitaire leidingen ruimtelijke veranderingen gaan plaatsvinden door bijvoorbeeld het aanpassen of verleggen van verkeersinfrastructuur en bouwplannen. Een vanuit de wet verplichte basismaatregel is het hanteren van een belemmeringenstrook van maximaal 5 meter breedte aan weerszijde langs de leidingen. Daarnaast kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: 5. Graven nabij de hogedruk aardgastransportleidingen uitsluitend onder actief toezicht van Gasunie. 6. In afstemming met Gasunie boven de leidingen kunststoffen signaleringsplaten aanbrengen. 7. Ten aanzien van de DPO leiding kunnen maatregelen 5 en 6 in ook worden toegepast.

4.1.4

Bestrijdbaarheid Algemeen gesteld kunnen door de inzet van hulpdiensten de nadelige effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen verminderd worden. Bij transport via buisleidingen is de belangrijkste bestrijdingsmaatregel het afsluiten van de leiding. Op lokaal niveau valt een dergelijk ingrijpen niet via maatregelen te beïnvloeden. Als zodanig wordt bestrijdbaarheid niet als een stuurbare maatregel beschouwd.

4.1.5

Conclusie maatregelen bij de buisleiding Het vervoer via buisleidingen is in de huidige situatie al bijzonder veilig. Met de beschreven maatregelen kan het veiligheidsniveau op een kosteneffectieve wijze verhoogd worden, zonder dat hierdoor beperkingen gaan gelden voor de ontwikkeling van het plangebied. Dit verbeterde veiligheidsniveau wordt als uitgangspunt aangehouden bij het beschouwen van de maatregelen in de volgende paragrafen.

4.2

Maatregelen in het overdrachtsgebied (het brandaandachtsgebied) De maatregelen in het overdrachtsgebied zijn (theoretisch) te verdelen in: • Afscherming • Afstand houden en het reguleren van de bebouwingsdichtheid • Het bieden van vluchtroutes • Risicocommunicatie

4.2.1

Afscherming Afscherming is vooral een theoretische maatregel. Bij een incident met een buisleiding ontstaat een fakkel van meer dan honderd10 meter hoog. Een goede afscherming nabij de bron dient van een vergelijkbare hoogte zijn. Deze hoogte is voor één enkele locatie al niet te realiseren vanuit kosten- en stedenbouwkundige overwegingen, laat staan voor de gehele lengte van het tracé. In het plangebied is daarnaast ook nog sprake van elkaar kruisende leidingen, hetgeen de afscher-

10

Dit is een indicatieve hoogte. De werkelijke hoogte verschilt per leiding (vanwege de verschillende druk in de leiding) en verschilt afhankelijk van het tijdstip na het incident.

Blad 10 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

ming nog complexer maakt. Afscherming wordt daarom als niet verder beschouwd als realiseerbare maatregel die veiligheid toevoegt ten opzichte van de al eerder beschreven veiligheidstoevoeging door maatregelen bij de buisleiding zelf.

4.2.2

Afstand houden en het reguleren van de bebouwingsdichtheid Figuur 2.2. laat zien dat nagenoeg het hele plangebied binnen een of meer aandachtsgebieden ligt. Als hierbij de denklijn wordt gehanteerd dat brandaandachtsgebieden vrij moeten blijven van nieuwe bebouwing, dan is de ontwikkeling van het plangebied onmogelijk. Echter, die denklijn is dan alleen gebaseerd op de bescherming tegen het effect van een incident, en niet op de kans dat een dergelijke effect optreedt. In de voorgaande paragrafen is geconstateerd dat die kans bijzonder klein is en dat door maatregelen bij de buisleidingen die kans nog kleiner wordt. In figuur 2.1 is de geprojecteerde bebouwingsdichtheid aangegeven. De hoogste bebouwingsdichtheid bedraagt 40 woningen per hectare11, en dit vlak ligt verder weg bij de leidingen dan de vlakken met een lagere dichtheid. Deze ruimtelijke verdeling en het hanteren van lage bebouwingsdichtheden op een kortere afstand van de leidingen valt op zichzelf al te zien als een veiligheidsmaatregel. Voor deze situatie is door de Omgevingsdienst het groepsrisico berekend (zie bijlage 3. Bij deze berekeningen is het risico reducerende effect van maatregelen bij de buisleiding (zie paragraaf 4.1), vanwege beperkingen van het rekenmodel, niet meegenomen12).

Door een verdere verschuiving van woningen tot buiten de 100% letaliteitcontour kan verdere verlaging van het groepsrisico gerealiseerd worden. Hierbij moet opgemerkt worden dat het groepsrisico al relatief laag is en een dergelijke verschuiving invloed hebben op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied. Voordat een dergelijke maatregel verder overwogen wordt, moet eerst de stedenbouwkundige impact nader worden beschouwd. Afstandsverdeling per type kwetsbaarheid In hoofdstuk 3 is aangeven dat bij het beoordelen van de kwetsbaarheid van gebouwen een verdeling wordt aangehouden tussen: • Zeer kwetsbare gebouwen en • (Beperkt)kwetsbare gebouwen In de Omgevingswet is aangeven dat binnen brandaandachtsgebieden bij zeer kwetsbare gebouwen verplicht aanvullende bouwkundige eisen van toepassing zijn. Zeer kwetsbare gebouwen In het plangebied zijn voorzieningen zoals kinderdagverblijven, bassischolen enz. Omdat in het plan het benodigde oppervlak voor de zeer kwetsbare gebouwen relatief klein is, wordt de veiligheid van het plan verbeterd door deze gebouwen zoveel mogelijk buiten de brandaandachtsgebieden te realiseren. Indien het niet mogelijk blijkt om de zeer kwetsbare gebouwen buiten het brandaandachtsgebied te realiseren, kan overwogen worden om deze objecten op en zo kort mogelijke afstand van de begrenzing van het aandachtsgebied te realiseren.

11 12

Dit betekent een personendichtheid van 85 personen per hectare. Vergeleken met een stedelijke omgeving is dit een relatief lage personendichtheid. Het kansreducerende effect van de veiligheidsmaatregelen bij de leidingen kan niet tot niet tot zeer beperkt in de risicoberekening worden meegenomen. Door de maatregelen is het groepsrisico lager dan berekend, en zal het effect van het uitwaarts verschuiven van de bebouwingsdichtheid op de hoogte van het groepsrisico ook minder zijn

Blad 11 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

Mogelijke maatregel 8. Zeer kwetsbare gebouwen primair buiten het aandachtsgebied realiseren en anders tegen de buitenrand13 van het aandachtsgebied.

4.2.3

Het bieden van vluchtroutes De thans bekende verkeersstructuur biedt de mogelijkheid om van de leidingen af te vluchten naar niet warmte belaste gebieden. Als maatregel kan opgenomen worden dat de uiteindelijke verkeersstructuur de mogelijkheid blijft bieden om van de leidingen weg te vluchten. Mogelijke maatregel 9. Verkeersinfra zodanig situeren dat vanaf de leidingen weg gevlucht kan worden.

4.2.4

Risicocommunicatie Via een goede risicocommunicatie kan bevorderd worden dat toekomstige kopers zich bewust zijn van de aanwezigheid van de leidingen en de hieraan verbonden risico’s. Ook kan bevorderd worden dat de bewoners bij een (dreigend) incident het juiste handelingsperspectief gaan tonen. Mogelijke maatregel 10. Na het vaststellen van het bestemmingsplan/ omgevingsplan voor de toekomstige bewoners een document gereed hebben waarin worden geïnformeerd over de veiligheidssituatie en de acties ten tijde van een (dreigend) incident.

4.3

(Alternatieve) bouwkundige maatregelen Toepassen van aanvullende bouwkundige maatregelen bij (beperkt)kwetsbare gebouwen is vanuit de Omgevingswet geen verplichting, maar een keuzemogelijkheid. Een gemeente kán bepalen om deze maatregelen toe te passen en daardoor de veiligheid verder te optimaliseren. De aanvullende bouwkundige maatregelen betreffen het toepassen van brandwerend glas, brandwerende kozijnen en deuren alsmede brandwerende gevelmaterialen en aansluitingen. Deze eisen en een toelichting over zonering in het brandaandachtsgebied, staan in bijlage 1. Het toepassen van bouwkundige maatregelen bij woningen is de laatste stap in het afwegingsproces tot optimalisering van de veiligheid in het gebied. Op basis van de voorgaande stappen moet reeds geconstateerd worden dat, vooral door de maatregelen bij de leidingen zelf, al een nadrukkelijke verbetering van de veiligheid in het plangebied bereikt kan worden. Voor deze beoordeling van de vraag of met bouwkundige maatregelen een verdere verbetering van de veiligheid gerealiseerd kan worden, bestaat geen beoordelingssystematiek. Wel is een aantal constateringen te doen inzake veiligheids- en kosteneffectiviteit van de aanvullende bouwkundige maatregelen.

Veiligheids- en kosteneffectiviteit bouwkundige maatregelen Bouwkundige maatregelen bestaan uit het aan de buitenzijde brandwerend maken van de woningen, door het toepassen van bouwmaterialen met een brandwerendheid van ten minste 60

13

Tegen de buitenrand betekent binnen het aandachtsgebied. Als de Omgevingswet van kracht is, en er voorschriftengebied is vastgesteld, gelden hier verplicht aanvullende brandbeschermende maatregelen.

Blad 12 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

minuten. De meerkosten van deze maatregelen zijn, zonder dat er een concreet ontwerp van een woning voor een locatie beschikbaar is, niet aan te geven. Indicatief kan worden gesteld dat, uitgaande van glas dat de vereiste brandwerendheid heeft en ook de personen in de woningen beschermd tegen de warmtestraling, dit een factor 5 duurder is. Het gaat om de brandwerendheid van de hele buitengevel, naast het glas, moet daarom ook de brandwerendheid van het kozijn, de aansluiting op het dak, het dak zelf enz. verbeterd worden, ook dit zijn meerkosten. Opgemerkt wordt dat, in de vakwereld discussie gaande is over de effectiviteit van deze maatregelen bij sommige branden bij hogedruk aardgastransportleidingen14. Ook is relevant dat (nog) niet voor alle gewenste toepassingen brandwerende bouwmaterialen beschikbaar zijn die effectief beschermen15. Antea Group signaleert dat: • het berekende groepsrisico voor het plan zonder toepassingen van veiligheidsmaatregelen bij de buisleidingen verhoudingsgewijs ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. • de gemeente bij de ontwikkeling van het plan de veiligheid moet optimaliseren maar daarbij, naast een aantal verplichtingen, bij (beperkt)kwetsbare gebouwen vrij is om te bepalen of bouwkundige maatregelen moeten worden toegepast.

• de situaties waar in Nederland nu aanvullende bouwkundige maatregelen verplicht zijn, situaties langs spoorwegen betreffen en hier de kans op een incident met gevaarlijke stoffen aanzienlijk hoger is, dan bij het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. • door maatregelen bij de leidingen en de andere beschreven maatregelen de veiligheid in het plangebied nadrukkelijk toeneemt. • het toepassen van bouwkundige maatregelen duidelijk kostenverhogend is en de ontwerpvrijheid en keuze in materialen beperkt. Het is aan de gemeente om te bepalen of het verplichten van aanvullende bouwkundige maatregelen, ten opzichte van de eerder genoemde maatregelen, veiligheids- en kosteneffectief is. De kosteneffectiviteit moet hierbij niet alleen beschouwd worden in relatie tot de externe veiligheid, maar ook in relatie tot andere maatregelen die de kwaliteit van de leefomgeving bevorderen. Zeer kwetsbare gebouwen in het brandaandachtsgebied Bij maatregel 8 is aangeven zeer kwetsbare gebouwen zoveel mogelijk buiten het brandaandachtsgebied te realiseren. Ook is aangeven dat als dit niet lukt, zeer kwetsbare gebouwen zo dicht mogelijk bij de buitengrens van het brandaandachtsgebied te situeren. In dit laatste geval is er vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht een voorschriftengebied van toepassing en moeten aanvullende bouwkundige maatregelen getroffen worden.

Geadviseerd wordt om, als situering van deze gebouwen in het brandaandachtsgebied noodzakelijk is, te onderzoeken hoe via het principe van gelijkwaardigheid tot het vereiste beschermingsniveau kan worden gekomen.

14 15

De voorgeschreven bouwmaterialen zijn gebaseerd (en gecertificeerd) op standaardbranden en niet op de zwaardere koolwaterstofbranden. Met het toepassen van baksteen in de buitengevel valt deze brandwerendheid relatief eenvoudig te realiseren. Met gecertificeerde 60 minuten brandwerende houten kozijnen valt dit beschermingsniveau ook te realiseren. Bij glas ligt dit complexer. Het aanbrengen van houten gevelbekleding is echter zeer complex.

Blad 13 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

4.4

Toepassen van houtbouw Het toepassen van houten woningen (houtskeletbouw met stenen buitenzijde of volledig hout) wordt als een optie gezien bij het bouwen in plangebied. In een brandaandachtsgebied gaat het om de bescherming tegen brand van buiten naar binnen in de woning. Hierbij is de bescherming aan de buitenzijde bepalend. Als de buitenzijde met hout wordt afgewerkt, dan is woning gevoeliger voor een externe brand dan een ‘standaard’ stenen woning. Houten gevelbekleding kan verbeterd brandwerend worden uitgevoerd door het hout een speciale brandwerende behandeling te geven. Soms moet deze behandeling na verloop van tijd herhaald worden. Houten gevelbekleding is als zodanig veelal een duurdere en meer onderhoudsgevoelige bouwkundige optie. Opgemerkt wordt dat de certificering van de brandwerendheid is gebaseerd op een lagere brandkromme dan de koolwaterstofbrandkromme die bij een brandende hogedruk aardgastransportleiding van toepassing is. Toepassing van een stenen buitengevel biedt onder die omstandigheden een betere bescherming. Geadviseerd wordt om de keuze tussen houtbouw of traditionele stenen gebouwen vooral te baseren op de kans op een incident bij een hogedruk aardgastransportleiding. Deze kans is in de huidige situatie al zeer klein en wordt aanzienlijk verder gereduceerd door de in deze rapportage geadviseerde maatregelen.

Blad 14 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

5

Gasafblaaspunten In het plangebied is een drietal gasafblaaspunten aanwezig. Deze zijn op figuur 5.1 aangeven: • S 5938 (blauw in het figuur en de foto’s). Dit is de afsluiter met grootste ruimtelijke impact. • S 5938 en S 5942, dit zijn afsluiters in kleinere leidingen. Figuur 5.1 Gasafblaaspunten in het plangebied.

Rondom de afsluiters gelden veiligheidsafstanden die conflicteren met de nieuw beoogde bestemming. De gemeente Zuidplas is tijdens dit onderzoek opdracht gegeven aan Gasunie om de mogelijkheden te onderzoeken om deze afsluiters buiten gebruik te stellen. Gasunie heeft de intentie uitgesproken om hieraan mee te werken.

Blad 15 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

6

Conclusie en aanbevelingen In het geprojecteerde woongebied is een zestal hogedruk aardgastransportleidingen aanwezig. Langs deze leidingen gelden verschillende veiligheidsnormen/zoneringen: • De wettelijk harde normering voor het plaatsgebonden risico: deze levert geen knelpunt op. • De belemmeringenstrook van 4 of 5 meter waarin niet gebouwd mag worden: deze levert geen probleem op. • De leidingstrook van 70 meter uit het Structuurschema buisleidingen: De ruimtelijke belemmering ten gevolge van deze zonering lijkt goed in het plan in te passen. • De aandachtsgebieden langs de hogedruk aardgastransportleidingen vragen een speciale afweging omtrent het aan te houden veiligheidsniveau en het onderhavige onderzoek heeft zich hierop toegespitst. Uit het onderzoek blijkt dat door het treffen van veiligheidsmaatregelen nabij de bron, een nog hogere veiligheid gerealiseerd kan worden dan in de huidige situatie. Daarnaast biedt de voorgenomen wijze van ontsluiting van het plangebied goede vluchtmogelijkheden bij een incident met gevaarlijke stoffen. Het bij een incident volgen van het juist handelingsperspectief door bewoners kan verder geoptimaliseerd worden door gerichte risicocommunicatie. In de rapportage is een tiental realistisch haalbare maatregelen genoemd om de veiligheid verder te optimaliseren: 1.

De leidingstrook uitvoeren als een geïsoleerd gebied dat (nagenoeg niet) voor derden met zwaar (graaf)materieel toegankelijk is. 2. Graven in de leidingstrook en nabij de hogedruk aardgastransportleidingen mag uitsluitend plaatsvinden onder actief toezicht van Gasunie. 3. Bij de toegangen van de zone wordt met bebording gewezen op de verboden, waaronder het verbod van grondroering. 4. Nieuwe beplanting in de leidingstrook moet voldoen aan eisen van Gasunie. 5. Graven nabij de solitaire hogedruk aardgastransportleidingen uitsluitend onder actief toezicht van Gasunie. 6. In afstemming met Gasunie boven de solitaire leidingen kunststoffen signaleringsplaten aanbrengen. 7. Ten aanzien van de DPO leiding kunnen maatregelen 5 en 6 in principe ook worden toegepast. 8. Zeer kwetsbare gebouwen zo veel mogelijk buiten het aandachtsgebied realiseren en anders tegen de buitenrand van het aandachtsgebied. 9. Verkeersinfra zodanig situeren dat vanaf de leidingen weg gevlucht kan worden. 10. Na het vaststellen van het bestemmingsplan voor de toekomstige bewoners een document gereed hebben waarin worden geïnformeerd over de veiligheidssituatie en de acties ten tijde van een (dreigend) incident. Het is zinvol om hierbij ook de andere gevaren (overstroming) in het gebied te betrekken.

Ten aanzien van het als finale maatregel brandwerend uitvoeren van (beperkt) kwetsbare gebouwen wordt gesignaleerd dat: • Het door Gasunie geboden veiligheidsniveau al bijzonder hoog is en dat dit niveau nog verhoogd kan worden door de hiervoor genoemde maatregelen.

Blad 16 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

•

•

6.1

Het treffen van aanvullende bouwkundige bescherming bij (beperkt)kwetsbare objecten verhoudingsgewijs een beperkte extra veiligheid bieden, terwijl toepassing van deze maatregelen ook nadelen heeft ten aanzien van de bouwkosten, ontwerp- en gebruiksmogelijkheden van de woningen. Het is aan de gemeente om te bepalen of het verplichten van aanvullende bouwkundige maatregelen bij (beperkt) kwetsbare objecten, ten opzichte van de eerder genoemde maatregelen, veiligheids- en kosteneffectief is. De kosteneffectiviteit moet hierbij niet alleen beschouwd worden in relatie tot de externe veiligheid, maar ook in relatie tot andere maatregelen die de kwaliteit van de leefomgeving bevorderen. Deze constatering is van toepassing op stenen gebouwen, maar ook op houtbouw.

Aanbevelingen Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd tegen de abstractie van de eerste stedenbouwkundige schetsen. Naar de toekomst toe zal die abstractie afnemen en zullen de plannen concreter worden. De aanbevelingen richten zich op het stadium dat de plannen concreet zijn: • De criteria voor de inrichting van de leidingstrook nader uitwerken • De criteria voor ruimtelijke veranderingen binnen de belemmeringenstrook van de solitaire hogedruk aardgastransportleidingen nader uitwerken. • De kopers van de woningen wijzen op de juiste handelswijze bij een incident bij de leidingen en daarbij aangeven dat de kans op een incident bijzonder klein is.

6.2

Advisering door de veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft schriftelijk gereageerd op het concept van de onderhavige rapportage. Geadviseerd wordt om alle hiervoor genoemde maatregelen over te nemen.

Blad 17 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

Bijlage 1: Eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 4.91 (brandwerendheid) Een uitwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment heeft voor zover die constructie in een brandvoorschriftengebied ligt een brandwerendheid van buiten naar binnen van ten minste 60 minuten, bepaald volgens NEN 6069. Bij het bepalen van de brandwerendheid wordt het in het brandvoorschriftengebied gelegen aansluitende terrein aangemerkt als een brandcompartiment en uitgegaan van de in NEN-EN 13501-2 bedoelde buitenbrandkromme. Artikel 4.92 (brandklasse buitenoppervlak) 1. Een aan de buitenlucht grenzende zijde van een uitwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment voldoet voor zover die constructie in een brandvoorschriftengebied ligt aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2. In afwijking van het eerste lid voldoet een deur, een raam, een kozijn of een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 3. Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen in ieder vlak van de uitwendige scheidingsconstructie met een afmeting van 3 m bij 3 m, waarvoor volgens het eerste lid een eis geldt, is die eis niet van toepassing. 4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. Artikel 4.93 (brandklasse dak) 1.

Een dak van een brandcompartiment is, voor zover dat dak in een brandvoorschriftengebied ligt, bedekt met constructieonderdelen waarvan de aan de buitenlucht grenzende zijde voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. 2. Op ten hoogste 5% van de oppervlakte van het dak is de eis van het eerste lid niet van toepassing. Artikel 4.94 (vluchtroute) 1. In een aan de buitenlucht grenzende zijde van een gedeeltelijk in een brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk is geen in het brandvoorschriftengebied gelegen doorgang waardoor een vluchtroute voert aanwezig. 2. In een aan de buitenlucht grenzende zijde van een volledig in een brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk voert een vluchtroute door een van het hart van het voorschriftengebied afgekeerde doorgang. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een in meer dan één brandvoorschriftengebied gelegen bouwwerk voor elk brandvoorschriftengebied een vluchtroute door een uitgang van het bouwwerk die niet grenst aan een brandvoorschriftengebied of die is afgekeerd van het voorschriftengebied.

Artikel 4.95 (sterkte bij brand) Voor een bouwwerk of een gedeelte daarvan dat gelegen is in een brandvoorschriftengebied, zijn de regels van paragraaf 4.2.2 van overeenkomstige toepassing waarbij een in een brandvoorschriftengebied gelegen buitenruimte een brandcompartiment is en wordt uitgegaan van een buitenbrandkromme volgens NEN-EN 13501-2.

Blad 18 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

Informatie over zoneringen binnen het brandaandachtsgebied. Indien de gemeente besluit om bouwkundige maatregelen voor te schrijven, dan is het relevant binnen het brandaandachtsgebied een zonering kan worden aangehouden. Binnen welke afstand bieden de maatregelen effectieve bescherming? Aanvullende bouwkundige maatregelen kunnen toegepast worden om personen in een gebouw te beschermen tegen de warmtestraling van een incident bij de buisleiding. Bij de afstandsbepaling gelden een aantal nuanceringen: • Hoe groter de afstand tot de buisleiding, hoe kleiner de kans dat een woning bij een incident te veel warmtestraling krijgt. De afstand tussen de buisleiding en de grens van het aandachtgebied wordt haaks op de leiding gemeten. Voor de meeste woningen is bij een incident de diagonale afstand bepalend, en deze is groter dan de haakse afstand en de warmtestraling derhalve minder. • Daarnaast is relevant dat de buitengrens van het wettelijke aandachtsgebied berekend is op basis van de 1% letaliteitcontour. Deze contour geeft de afstand weer waarop nog 1% van de onbeschermd aanwezige populatie komt te overlijden. Zonder de aanvullende bouwkundige maatregelen geven woningen altijd een betere bescherming dan een persoon in het vrije veld krijgt.

• Binnen het aandachtsgebied kan daarom een grens worden berekend waarbuiten de aanvullende bouwkundige maatregelen geen toegevoegde waarde hebben. Deze afstand wordt ook wel de House Burnings Distance (HBD) genoemd. Echter, een juiste omgang met de HBD vereist dat bekend is wat de materiaaltoepassingen in de buitengevel van de woning zijn (simpel gesteld: heeft het huis een rieten dak of is het huis een bunker).

Blad 19 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

Bijlage 2: Maatregelen bij buisleidingen In deze bijlage worden maatregelen genoemd waarmee het risico van hogedruk aardgastransportleidingen kan worden verminderd. Het betreft hier maatregelen zoals met leidingexploitanten zijn afgesproken ten tijde van het opstellen van het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Bij toepassing van deze maatregelen is afstemming met de leidingexploitant een absolute noodzaak. Uiteraard is ook toezicht nodig van de exploitant bij het aanbrengen van de fysieke maatregel. De maatregelen in deze bijlage zijn specifiek afgestemd op hogedruk aardgastransportleidingen.

B2. 1 Inleiding Bij knelpuntsituaties rond hogedrukaardgastransportleidingen kan een aantal maatregelen worden toegepast om het risico terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau. In deze bijlage worden maatregelen besproken waarbij een schatting wordt gegeven van hun effectiviteit 16). De gegeven reductiefactor van een maatregel moet gezien worden als de gemiddelde reductiefactor binnen een range. Aan de gegeven randvoorwaarden moet worden voldaan wil de bijbehorende reductiefactor kunnen worden ingeboekt. Of de geschatte reductiefactor in de praktijk daadwerkelijk wordt gehaald, zal door monitoren van de maatregelen moeten worden bepaald. Bij het bepalen van de haalbaarheid en kosteneffectiviteit van maatregelen komt uiteraard de nodige expertise kijken. De leidingexploitant zal op dat gebied dan ook zoveel mogelijk moeten worden betrokken. Alle hierna genoemde maatregelen grijpen in op de voornaamste faaloorzaak van aardgas transportleidingen: 'beschadiging door derden'17. Voor de situatie in de Zuidplaspolder is relevant dat de leidingstrook een geïsoleerde zone wordt, waarbij zwaar materieel alleen in de zone aanwezig kan zijn als er toestemming van de gemeente en toezicht van de leidingbeheerders is. Deze verplichting zal ook met bebording worden aangegeven. Door deze maatregelen wordt de hoogst mogelijke veiligheid tegen graafbeschadiging gerealiseerd.

16 17

De inhoud van deze bijlage is gebaseerd op de brief van het Centrum voor Externe Veiligheid van het RIVM aan het VROM, d.d. 14 september 2007. Het bijbehorende briefnummer is 243/07 CEV Lah/sij-1633. Omdat de bijdrage van corrosie ook in de faalfrequentie van een leidingbreuk wordt meegenomen, zal de reductiefactor voor de oorzaak 'beschadiging door derden' niet met eenzelfde factor doorwerken in de totale kans op een leidingbreuk. Echter, omdat corrosie maar voor enkele procenten de totale kans op een leidingbreuk bepaalt, zal de totale reductiefactor vrijwel gelijk zijn aan de geschatte reductiefactor voor de oorzaak 'beschadiging door derden'.

Blad 20 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

B2.2 Maatregelen Markering Markeren is het bovengronds plaatsen van waarschuwingen die duidelijk maken dat er een leiding onder de grond ligt. Dit kan onder andere door het plaatsen van borden in de directe nabijheid van de leiding. Deze maatregel mag niet los gezien worden van andere maatregelen. De effectiviteit van markering is daarom al verwerkt in de betreffende maatregel. B3.2a Wettelijke grondroerdersregeling Doordat de grondroerdersregeling de kans op leidingbreuken verminderd, is hiervoor een reductiefactor bepaald van2,5 op het aantal leidingbreuken. Deze reductie is reeds verwerkt in het rekenprogramma Carola. Strikte begeleiding van de werkzaamheden Door een striktere begeleiding van de werkzaamheden door de leidingbeheerder kan een verdere reductie van het aantal graafincidenten worden gerealiseerd.

Randvoorwaarden zijn: • bij een melding neemt de leidingbeheerder zelf direct contact op met de daadwerkelijke uitvoerder van de werkzaamheden; bij dit contact worden werkafspraken gemaakt die schriftelijk worden vastgelegd; tot het moment dat er contact wordt gelegd met de uitvoerder moet dagelijks de situatie ter plekke worden gecontroleerd; • indien er tussen de melding en de aanvang van de werkzaamheden meer dan een week zit, moet de leidingbeheerder iedere week (tot aanvang van de werkzaamheden) contact opnemen met de uitvoerder van de werkzaamheden; • als de werkzaamheden langer dan een week duren, moet wekelijks (totdat de werkzaamheden zijn afgerond) een extra inspectie ter plaatse plaatsvinden door de leidingbeheerder; • er wordt tijdens de werkzaamheden extra markering toegepast; • het moet voor degene bij de leidingbeheerder die de melding van de werkzaamheden afhandelt direct duidelijk zijn dat voor het betreffende leidingdeel een strikte begeleiding van toepassing is; dit zal in de procedure voor de afhandeling van de meldingen moeten worden geborgd. Inclusief de grondroerdersregeling bedraagt de reductiefactor voor striktere begeleiding 7,5. Deze reductie is niet volledig verwerkt in het rekenprogramma. Voor toepassing van een aanvullende reductiefactor vanwege strikte begeleiding is instemming van de leidingbeheerder noodzakelijk.

Cameratoezicht Door cameratoezicht kunnen werkzaamheden bij een leiding snel worden gedetecteerd en kan er adequaat worden ingegrepen. Randvoorwaarden bij deze maatregel zijn: • het toezicht moet continu zijn; • het toezicht moet mogelijk zijn over het gehele leidingstuk waarvoor de reductiefactor wordt toegepast; • bij constatering van (voorbereidingen van) werkzaamheden nabij de leiding moet binnen enkele minuten ingegrepen kunnen worden om de werkzaamheden stil te leggen.

Blad 21 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

Als niet aan bovenstaande randvoorwaarden wordt voldaan, kan er geen reductiefactor worden toegekend. Ook zal er ook een terugkoppeling moeten zijn van gemelde werkzaamheden richting de toezichthouder, zodat er geen valse alarmen ontstaan. Inclusief de grondroerdersregeling, wordt bij cameratoezicht een reductiefactor van 6,5 gegeven. Voor toepassing van een aanvullende reductiefactor vanwege strikte begeleiding is instemming van de leidingbeheerder noodzakelijk. Frequentere inspecties Frequentere inspecties zijn een waardevolle maatregel om te controleren of de reductiefactor van de grondroerdersregeling ook in de praktijk gehaald wordt. B3.2b Maatregelen onafhankelijk van de grondroerdersregeling Vergroten van dekking De reductiefactor van deze maatregel is bekend. Een meter extra dekking geeft ongeveer een factor 10-reductie voor de kans op raken van de leiding. Randvoorwaarde bij deze maatregel is dat de dekking aan weerszijden van de leiding effectief moet zijn. De dekking moet zodanig zijn aangebracht, dat verwacht mag worden dat een grondroerder die loodrecht op de leiding graaft, het maaiveld blijft volgen en niet de extra gronddekking negeert door het niveau op graafdiepte aan te houden. Als leidraad geldt dat bij een extra gronddekking tot 20 cm de extra dekking over minimaal 10 m. aan weerszijden van de leiding moet worden aangebracht.

Bij een extra gronddekking groter dan 20 cm moet de extra dekking minimaal over de belemmeringenstrook worden aangebracht. Tabel B3.1 geeft een overzicht van de reductiefactor per 10 cm extra gronddekking. Tabel B3.1 Invloed vergroten gronddekking Extra gronddekking in meters 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 0,9 1,0

Reductiefactor 1,3 1,6 2,1 2,6 3,3 4,2 5,4 6,8 8,7 11,0

Omdat bij nog te realiseren woonbebouwing vaak de grond standaard wordt opgehoogd, zal deze maatregel in die situatie relatief eenvoudig kunnen worden toegepast. Afdekken met beschermend materiaal. De reductiefactor van de maatregel is bekend voor betonplaten in combinatie met waarschuwingslinten (reductiefactor 30). In de praktijk kunnen verschillende varianten worden toegepast (onder andere betonmatten). De randvoorwaarden bij deze maatregel zijn: • de minimumafstand tussen een leiding en het beschermende materiaal en de breedte van de afdekking moet in een standaarddocument worden vastgelegd; de combinatie van beide factoren (beschermend materiaal en de afstand tussen het materiaal en de leiding) moet dusdanig zijn, dat ook bij toepassing van de grootste graafmachines die op dat moment worden gehanteerd, de afdekking effectief is en de leiding niet wordt geraakt; • de sterkte en geschiktheid van afwijkende materialen of constructies dient te worden aangetoond door middel van veldtesten; uitgangspunt is dat veldtesten op dezelfde wijze worden

Blad 22 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

• •

uitgevoerd als de veldtesten die zijn uitgevoerd voor de reductiefactor voor betonplaten; de reductiefactor kan dan op dezelfde wijze worden afgeleid; indien door de afdekking van een leiding ook andere leidingen worden afgedekt zal hierover met de andere leidingbeheerders moeten worden overlegd; deze maatregel kan alleen worden toegepast wanneer de leidingbeheerder toestemming geeft voor het nemen van deze maatregel. In de afweging zijn vooral de invloed op de kathodische bescherming en de bereikbaarheid voor bijvoorbeeld coatinginspecties van belang.

In tabel B3.2 wordt een overzicht gegeven van de reductiefactoren voor verschillende maatregelen. Tabel B3.2 Effectiviteit beschermend materiaal Effectiviteit beschermend materiaal Waarschuwingslint Betonplaat/afdekkingsplaat Betonplaat en waarschuwingslint

Reductiefactor 1,67 5 30

Een waarschuwingslint kan ook worden vervangen door een duidelijk opschrift te plaatsen op het beschermende materiaal. Hierbij moet worden geborgd dat het opschrift niet in de loop van de tijd kan verweren en dus altijd bij het blootleggen van het beschermende materiaal duidelijk zichtbaar is. (Nadere info: Velin richtlijn Beschermplaten ondergrondse leidingen VELIN Richtlijn© nr. 2013/1 versie 2 Datum: november 2013)

Vermijden van andere kabels en leidingen Door het vermijden van andere kabels en leidingen zal er minder noodzaak zijn om in de buurt van een aardgastransportleiding te graven in verband met onderhoud en reparaties. Ook het aanboren van een verkeerde leiding zal hiermee worden voorkomen. Er zijn geen gegevens om in te schatten wat het effect op het risico is wanneer er geen andere leidingen of kabels in de buurt van de aardgasleiding liggen. In de vaststelling van de basisfaalfrequentie is de invloed van naast elkaar liggende leidingen al meegenomen. Daarom is er geen reductiefactor voor deze maatregel. In speciale gevallen wordt er juist voor gekozen om leidingen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van andere leidingen te leggen. De naburige leidingen schermen de leiding met gevaarlijke stoffen dan af. Beheermaatregelen Onder beheermaatregelen wordt verstaan dat beperkingen aan graafwerkzaamheden worden gesteld of dat deze worden uitgesloten door middel van een beheerovereenkomst. Algemeen wordt gesteld dat de duur van een overeenkomst minimaal een jaar moet bedragen. Indien een beheerovereenkomst door één van de betrokken partijen wordt opgezegd, zal een gewijzigde si-

Blad 23 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

tuatie ontstaan en moet er gezocht worden naar alternatieve maatregelen met vergelijkbare effectiviteit. Hiermee wordt voorkomen dat door het opzeggen van een overeenkomst de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar groter wordt. Indien dit niet door de leidingbeheerder is geborgd in procedures, kan geen reductiefactor worden toegepast. Voorbeelden van deze maatregelen zijn: 1. Overeenkomst waarbij de eigenaar van de grond afziet van het gebruik van de grond met vergaande beperkingen De grond wordt uit gebruik genomen door het pachten van de grond of door een strikte beheerovereenkomst die alle gebruik van de grond uitsluit. Verdere randvoorwaarden zijn: • het betreffende deel van de grond wordt afgerasterd; • er wordt markering toegepast; • er moet periodiek (minimaal eens per jaar) contact worden opgenomen met de grondeigenaar waarbij de betreffende situatie wordt doorgesproken; • bij de helikopterinspecties moet het leidingdeel waarvoor de overeenkomst geldt specifiek aandacht krijgen; • aanvragen voor graafwerkzaamheden door derden moeten altijd kunnen worden afgewezen en worden nooit gehonoreerd; bij een melding moet ook direct actie worden ondernomen; voor degene die de melding afhandelt moet het direct duidelijk zijn dat voor het betreffende leidingdeel een beheerovereenkomst van toepassing is.

Door deze maatregel kan vrijwel worden uitgesloten dat er op het betreffende stuk grond wordt gegraven. Aangenomen wordt dat de overeenkomst in 1% van de gevallen niet wordt nageleefd. De resulterende reductiefactor is dan een factor 100. Indien een overeenkomst niet aan alle randvoorwaarden voldoet, zal de overeenkomst hooguit de reductiefactor opleveren van een overeenkomst waarbij grondroerende activiteiten zijn uitgesloten. 2. Overeenkomst waarbij grondroerende activiteiten worden uitgesloten Bij een overeenkomst waarbij grondroerende activiteiten worden uitgesloten, is het gebruik van de grond als bijvoorbeeld weidegebied toegestaan. Het gebruik als bijvoorbeeld parkeer- of opslagterrein is ook mogelijk, maar dan moeten voor de realisatie hiervan geen graafwerkzaamheden nodig zijn. In de praktijk zal dat betekenen dat een grondeigenaar schadeloos gesteld moet worden voor de beperking van het grondgebruik.

Verdere randvoorwaarden zijn: • er moet periodiek (minimaal eens per jaar) contact worden opgenomen met de grondeigenaar waarbij de betreffende situatie wordt doorgesproken; • bij de helikopterinspecties moet het leidingdeel waarvoor de overeenkomst geldt specifiek aandacht krijgen; • aanvragen voor graafwerkzaamheden door derden moeten altijd kunnen worden afgewezen en worden nooit gehonoreerd; bij een melding van een graafactiviteit moet ook direct actie worden ondernomen; voor degene die de melding afhandelt moet het direct duidelijk zijn dat voor het betreffende leidingdeel een beheerovereenkomst van toepassing is. Deze overeenkomst is minder effectief dan de overeenkomst met vergaande beperkingen. Gasunie heeft momenteel 60 van dergelijke overeenkomsten en in totaal 100 ervaringsjaren waarbij nog geen incidenten zijn opgetreden. Er is aangenomen dat de overeenkomst in 10% van de situaties niet wordt nageleefd. De resulterende reductiefactor is dan een factor 10. Indien een overeenkomst niet aan alle randvoorwaarden voldoet, zal de overeenkomst hooguit de reductiefactor opleveren van een overeenkomst met beperkte restricties.

Blad 24 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

3. Overeenkomst met beperkte restricties Bij een overeenkomst met beperkte restricties zijn grondroerende activiteiten niet helemaal uitgesloten, maar worden wel beperkingen opgelegd voor de diepte van bewerking van de grond. Verdere randvoorwaarden zijn: • er moet periodiek (minimaal eens per jaar) contact worden opgenomen met de grondeigenaar waarbij de betreffende situatie wordt doorgesproken; • bij de helikopterinspecties moet het leidingdeel waarvoor de overeenkomst geldt specifiek aandacht krijgen; • omdat niet alle graafwerkzaamheden zijn uitgesloten, is deze overeenkomst minder effectief dan de andere varianten van de beheerovereenkomst; voor de reductiefactor is aangenomen dat de maatregel even effectief is als het verhogen van de dekking met 20 cm; de reductiefactor is dan een factor 1,6. Vergunningafspraken Voor werkzaamheden in de openbare grond nabij een leiding, zoals het aanbrengen van lantaarnpalen, speeltoestellen, putten en ondergrondse containers, kunnen vergunningafspraken gemaakt worden. Op deze manier kunnen zowel activiteiten voor onbepaalde tijd als activiteiten met een tijdelijk karakter (bijvoorbeeld reclameborden) binnen de belemmeringenstrook worden uitgesloten omdat ze niet toegestaan zijn. Er zijn geen gegevens beschikbaar die de effectiviteit van deze maatregel kunnen onderbouwen.

Onzekere factoren bij deze maatregel zijn: • niet iedereen zal een vergunning aanvragen voor een activiteit; dit kan zowel bewust als onbewust gebeuren; als er geen vergunning wordt aangevraagd, is de maatregel niet effectief; • de gemeente moet de controle en handhaving van genomen besluiten borgen; dit is vooral van belang bij tijdelijke activiteiten. Fysieke barrières Fysieke barrières dienen ervoor dat bij graafwerkzaamheden duidelijk is dat de werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd. Onderstaand worden enkele mogelijkheden en hun doorwerking in de kans op een leidingbreuk besproken. Deze maatregel moet altijd in combinatie met markering worden toegepast. De barrières mogen de bereikbaarheid van de leiding niet belemmeren. Hekwerk Als een hek een fysieke belemmering vormt voor de voortzetting van werkzaamheden kan de invloed van 'beschadiging door derden' worden uitgesloten. De maatregel moet in combinatie met markering plaatsvinden. Het moet voor de graver duidelijk zijn dat hij zijn werkzaamheden niet verder mag uitvoeren. In de faalfrequentie wordt dan alleen nog de invloed van corrosie meegenomen. Deze benadering wordt ook gebruikt voor de leidingscenario's op meet- en regelstations.

De overall reductiefactor is afhankelijk van de diepteligging en wanddikte van een leiding, maar in de meeste gevallen zal het plaatsen van een hekwerk betekenen dat het knelpunt is opgelost. Indien een hekwerk alleen het gebied in de nabijheid van de leiding omsluit, maar dat het gebied verder vrij eenvoudig kan worden betreden, moet een hekwerk worden gezien als markering. Dijklichaam boven de leiding Door het maken van een dijklichaam boven de leiding in combinatie met markering moet het duidelijk zijn dat graafwerkzaamheden in de ophoging alleen met toestemming van de leidingbeheerder mogen worden uitgevoerd. De randvoorwaarden zijn: • de ophoging ten opzichte van het maaiveld is minimaal 1 m hoog en deze hoogte moet ook worden onderhouden. Een andere optie is om een dijklichaam van 50 cm hoog te creëren, maar dan moet het dijklichaam worden omsloten door een (metalen) net dat genoeg weerstand kan bieden indien er toch gegraven mocht worden. Hierdoor moet de graver nogmaals opmerkzaam gemaakt worden op de leiding;

Blad 25 van 28

Ontwikkeling Middengebied - Zuidplaspolder Omgang met brandaandachtsgebieden projectnummer 0461456.100 21 januari 2021 revisie 03 Gemeente Zuidplas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10041775/1