CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

B 947 1 - Bijlage 1 Voorstel TenneT inzake locatiekeuze transformatorstation E19.001346

Gemeenteraad 29 juni 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder7.011 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van Datum

27 maart 2019

Team

Asset Management Stedin, Liander en TenneT

Aan

Algemeen Bestuur Grondbank RZG

Naam

Lida Rietveld (Stedin)

Zuidplas

Daphne Goedhart (Liander)

Versie

definitief 27 maart 2019

Chantal ter Braak (TenneT)

Onderwerp

Realisatie 150/23/20kV-transformatorstation

Tessa van der Voet (Reddyn) Telefoon

06 51109760

E-mail

daphne.goedhart@alliander.com

Doel notitie Het doel van deze notitie is om nadere informatie te verstrekken over het transformatorstation Zuidplaspolder en de vele aansluitende kabeltracés zodat een principebesluit kan worden genomen over de verkoop van grond door de Grondbank (en onder welke eventuele voorwaarden) ten behoeve van realisatie van het transformatorstation. Aansluitend daarop kan door de netbeheerders het (ruimtelijk) besluitvormingsproces gezamenlijk met de gemeenten worden opgepakt. Daarmee kan de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder worden voorzien van een toekomstbestendig elektriciteitsnet (ontsloten vanaf het 150kVstation Zoetermeer). Gevraagd wordt aldus een besluit te nemen ten aanzien van de mogelijkheid tot verkoop van grond ter plaatse van focusgebied Y (zoveel als mogelijk westelijk gelegen in dit gebied) ten behoeve van realisatie van een 150/23/20kV-transformatorstation (4 hectare groot).

Nut en noodzaak realisatie nieuw transformatorstation In de regio Zuidplaspolder, gelegen tussen Rotterdam, Zoetermeer en Gouda, zijn de netbeheerders Stedin (23kV-middenspanningsnet) en Liander (20kVmiddenspanningsnet) actief als beheerder van deze netten. TenneT is beheerder van het hoogspanningsnet (110 kV en hoger). Uit verschillende onderzoeken en berekeningen van deze netbeheerders is gebleken dat door de groeiende elektriciteitsvraag in de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder uitbreiding van het midden- en hoogspanningsnetwerk op zeer korte termijn noodzakelijk is. Deze noodzakelijkheid blijkt uit de huidige congestie alsook de verwachte ontwikkelingen: -

Congestie: Op 20 juli 2018 heeft Liander bekend gemaakt dat er congestie is ontstaan in de netten (m.a.w. er is onvoldoende capaciteit om nieuwe aanvragen voor aanvullend transportvermogen te kunnen accepteren). Liander heeft met haar huidige onderstation Zevenhuizen niet de capaciteit om te voldoen aan alle nieuwe aanvragen voor transportcapaciteit. Ook kunnen bestaande aansluitingen niet verder doorgroeien. Onderstation Zevenhuizen voedt de volgende gebieden: Zevenhuizen, Moerkapelle, Boskoop en een industrieterrein in gemeente Hazerswoude-dorp. Stedin heeft nog geen congestie maar de netstructuur is zo opgebouwd dat Stedin al wel tegen haar grenzen van congestie aan zit. Dit geldt met name in de netten in gemeenten Gouda, Zoetermeer en Lansingerland, omdat de capaciteit van de huidige 50kV-kabelverbindingen tussen Alphen aan den Rijn, Waddinxveen en de Zuidplaspolder niet toereikend is om de groeiende elektriciteitsvraag in de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder te kunnen faciliteren. Gezien de capaciteitsproblematiek wordt er in de tussentijd een oplossing geboden door middel van ‘flexen’. Dit houdt in dat tuinders en andere grootschalige afnemers in dit gebied de energievraag anders inplannen op het net. Bijvoorbeeld door een prijsprikkel te geven voor het afnemen van energie of energie terug leveren op momenten dat het energienet ontlast moet worden.

Hiermee wordt voorkomen dat in de periode tot oplevering van het nieuwe station in 2023 het net wordt overbelast (NB Het ‘flexen’ heeft beperkingen, m.a.w. niet alle vraag van de klanten kan structureel opgelost worden).

-

Toekomstige ontwikkelingen: De komende jaren wordt in de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder een verdere toename verwacht van het gebruik van elektriciteit en het elektriciteitsnet. Immers er zijn diverse ontwikkelingen in de glastuinbouwsector (WKK’s), duurzame initiatieven (zonne – en

windparken) en ook particulieren in dit gebied wekken steeds vaker zelf energie op. Dat wordt ondersteund door omgevingsanalyses die zijn uitgevoerd met diverse partijen (gemeenten Zuidplas en Waddinxveen en provincie Zuid-Holland, projectontwikkelaars en LTO). Daarnaast wordt door de gemeenten een grote toename voorzien van woningen en overige bedrijvigheid in deze regio. Verder vragen de afspraken uit Parijs, het klimaatakkoord en straks in de regionale energiestrategieën (RES’en) een ingrijpende verandering van onze energievoorziening. Dat heeft zijn weerslag op de assets en werkzaamheden van de netbeheerders. De opgave is groot: Het aantal invoedingspunten zal naar verwachting ten minste verdubbelen richting 20501, en in de wijken worden vele kilometers laag- en middenspanningskabels verzwaard en zal de benodigde ruimte voor transformatorstations mogelijk verdubbelen2. Het realiseren van deze infrastructuur is de wettelijke taak van de netbeheerder. Uitvoering daarvan is niet mogelijk zonder goede relatie met stakeholders, stakeholders hebben invloed op grondposities, vergunningen en besluitvorming. Concreet betekent het bovenstaande dat het in veel gevallen niet mogelijk is om vragen van nieuwe klanten te faciliteren. Uitbreiding van de elektriciteitsvraag van bestaande klanten is in veel gevallen niet mogelijk.

Ook nieuw te ontwikkelen woonwijken en bedrijven in de regio kunnen op dit moment niet aangesloten worden. Hetzelfde geldt voor duurzame initiatieven, zoals zonneparken (waardoor de in Nederland noodzakelijk zijde energietransitie niet wordt geholpen). Gelet hierop is een forse capaciteits- en kwaliteitsimpuls van de bestaande energie-infrastructuur in de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder op korte termijn dan ook noodzakelijk om (verdere) congestie in het net voor deze regio te voorkomen en dus een betrouwbare robuuste energievoorziening te borgen. Daartoe moet een nieuw 150/23/20kV-station worden gerealiseerd in deze regio (gezamenlijk station van TenneT, Stedin en Liander) inclusief ontsluitende middenspanningsverbindingen. Daarnaast dient een nieuwe 150kV-verbinding te worden gerealiseerd vanuit het 150kV-station Zoetermeer naar het nieuwe station. Daarmee kan de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder worden voorzien van een toekomstbestendig elektriciteitsnet (ontsloten

1 2

Visual inpasbaarheid van een 150/23/20kV-station Bron: concept flyer Stedin ‘Ruimte voor de energietransitie - Overzicht opbouw elektriciteitsnet en impact op uw wijk’

vanaf het 150kV-hoogspanningstation Zoetermeer). Het station moet zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2023 gereed zijn. Zie bijlage 1 voor een visualisatie en een impressie van een landschappelijk inpassing van hetgeen moet worden gerealiseerd. Focusgebied realisatie station vanuit netbeheerders De netbeheerders hebben gezamenlijk een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om te komen tot een focusgebied voor de realisatie van het station. Hierin is ook de tracering van de midden- en hoogspanningsverbindingen op hoofdlijnen meegenomen. Aldus is bekend dat realisatie van de verbindingen – al dan niet onder voorwaarden - mogelijk zou moeten zijn. Gezien de vele (harde en zachte) plannen en ontwikkelingen in dit gebied ligt er wel een grote uitdaging om ruimte te vinden en te behouden om het station en de verbindingen (tijdig) te kunnen realiseren. In november 2017 zijn de eerste resultaten van de haalbaarheidsstudie van de netbeheerders gedeeld met de gemeenten Zuidplas, Waddinxveen en de provincie Zuid Holland. Ook is de gemeente Lansingerland op hoofdlijnen geïnformeerd (omdat de 150kV-verbindingen naar verwachting binnen de gemeentegrens van Lansingerland komen te liggen). Op basis hiervan is een drietal focusgebieden bepaald waar het station zou kunnen worden gerealiseerd te weten locatie Y, 7 en 9 (zie bijlage 2).

De netbeheerders hebben een sterke voorkeur om het transformatorstation zoveel mogelijk westelijk in focusgebied Y te realiseren. De hoofdredenen zijn: -

Het gebied is gunstig gelegen voor alle drie de netbeheerders ten opzichte van de huidige en toekomstige elektriciteitsvraag in de regio MiddenHolland / Zuiplaspolder. Immers hierdoor zijn de zogenaamde netverliezen het laagst omdat gemiddeld gezien de kabelverbindingen relatief kort zijn. Gelet hierop heeft aldus een locatie zoveel als mogelijk westelijk gelegen in focusgebied Y de voorkeur.

-

Het gebied ligt gebalanceerd in de bestaande energie-infrastructuur. Het gebied is gunstig gelegen ten opzichte van de bestaande transformatorstations Waddinxveen (Liander) en Zevenhuizen (Stedin).

-

Het lijkt mogelijk de diverse kabelverbindingen te realiseren op een wijze die ook voor de omgeving zo min mogelijk belastend lijkt te zijn.

-

Het lijkt mogelijk het station landschappelijk gezien inpasbaar te maken. Aansluiting bij criteria van het ‘Plantagekwadrant' lijkt mogelijk;

-

Om de akoestische impact van het 150/23/20kV-transformatorstation te bepalen is een akoestisch haalbaarheidsonderzoek door Peutz verricht (bijlage 5). Het onderzoek biedt inzicht in de situering van de vanwege het station optredende geluidcontouren. Het meest van belang hierbij is de 50dB(A) etmaalwaardecontour, mede gelet op de vast te stellen geluidzone in een nieuw op te stellen bestemmingsplan en de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling rondom locatie Y. De contouren van geluidzone hangt af van de indeling van het station op locatie Y. De contouren van de geluidzone kunnen mogelijk worden verkleind door mitigerende maatregelen. Niet geluidgevoelige bestemmingen en bedrijven lijken inpasbaar binnen de geluidzone van het station.

De focusgebieden 7 en 9 voldoen deels aan deze criteria. Echter op hoofdlijnen geldt; de netverliezen zijn hier groter en de kabels relatief langer. Hierdoor is focusgebied Y gunstiger dan 7 en 9. Kortere kabels betekent minste maatschappelijke kosten voor de netbeheerders, maar ook voor klanten. Voor alle focusgebieden geldt overigens dat - gelet op milieuhygiënische en planologische aspecten alsook het feitelijk (toekomstig) ruimtegebruik - geen zodanige belemmeringen worden voorzien waardoor realiseerbaarheid niet mogelijk zou zijn. Echter per focusgebied zijn wel enkele aandachtspunten te noemen. Deze zijn vermeld in bijlage 3. Ten slotte is in bijlage 4 ingegaan op de haalbaarheid van de aangedragen locaties van de Grondbank, zoals besproken in het overleg 10 januari 2019. 150kV verbindingen TenneT Zoals in deze notitie al eerder is vermeld is de gemeente Lansingerland op hoofdlijnen geïnformeerd over de nut en noodzaak van het voornemen tot realisatie van een 150/23/20kV-station inclusief benodigde verbindingen waaronder de 150kV-verbinding vanaf het 150kV-station Zoetermeer of Bleiswijk naar het te realiseren station. De aan te leggen 150kV-verbinding, bestaande uit 4 circuits, heeft een ruimtebeslag van (afhankelijk van de wijze van aanleg) maximaal 17meter breed.

Het concept 150kV-tracé tussen het 150kV-station Zoetermeer naar locatie Y ligt voor zover nu te voorzien binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Zoetermeer, de gemeente Lansingerland en de gemeente Zuidplas. Om te komen tot een 150kV-tracé dient nog een

verdiepingsslag gemaakt te worden in de tracéstudie. Ook is uiteindelijk medewerking nodig van de gemeente Zoetermeer, de gemeente Lansingerland en de gemeente Zuidplas om de vereiste planologische procedure te kunnen starten en daartoe o.a. onderzoeken te kunnen uitvoeren. Gevraagd besluit Gelet op de nut en noodzaak om op korte termijn het project te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat een besluit wordt genomen ten aanzien van de verkoop van grond (al dan niet onder bepaalde voorwaarden) door de Grondbank aan de netbeheerders ter plaatse van focusgebied Y ten behoeve van realisatie van een 150/23/20kV-transformatorstation (4 hectare groot). Dit besluit dient mede gezien te worden in de context van de verdere ontwikkeling van de regio Midden-Holland / Zuidplaspolder. Mogelijk vervolgproces Na besluitvorming van de Grondbank over verkoop van grond in focusgebied Y kan de besluitvormingsprocedure in gang worden gezet zodat planologischjuridisch en bestuurlijk een keuze kan worden gemaakt omtrent de locatie voor het transformatorstation en de kabelverbindingen. Dit doen wij als netbeheerders graag in goed en gezamenlijk overleg met de betreffende gemeenten en andere stakeholders. Wij realiseren ons dat dat proces de nodige tijd kost en zorgvuldig moet worden uitgevoerd.

Echter zonder duidelijkheid omtrent de mogelijke verkoop van deze grond aan ons vinden wij het in de huidige situatie niet wenselijk dat besluitvormingsproces te starten. De netbeheerders verzoeken u dan ook dringend om spoedig tot een besluit te komen tot verkoop van grond (bij voorkeur zoveel als mogelijk westelijk gelegen in focusgebied Y).

Bijlage 1: Nadere duiding focusgebied Y en visualisatie / impressie landschappelijke inpassing onderstation Zuidplaspolder

Visualisatie

Impressie landschappelijke inpassing

Bijlage 2: Ligging focusgebieden Y, 7 en 9, 150kV-station Zoetermeer en klantvragen Stedin en Liander. Kaart: Indicatieve tracering 150kV-verbinding van station Zoetermeer naar focusgebied Y, 7 en 9

Kaart: Indicatieve tracering 23kV en 20kV verbindingen van focusgebied Y naar klantvragen

Indicatieve tracering 23kV en 20kV verbindingen van focusgebied 7 naar klantvragen

Indicatieve tracering 23kV en 20kV verbindingen van focusgebied 9 naar klantvragen

Bijlage 3: Onderbouwing locatiekeuze focusgebieden Beschrijving voorgeschiedenis locatiekeuze focusgebieden In fase 1 van de haalbaarheidsstudie Zuidplaspolder is onderzocht welke focusgebieden het meest haalbaar zijn vanuit het oogpunt van omgeving, milieu en nettechniek. Het resultaat van de studie is beschreven in het rapport ‘haalbaarheidsstudie Zuidplaspolder fase 1, Reddyn, versie 1.1, 26-april-2018’. Uit besprekingen van de resultaten en plannen met de betrokken gemeenten en andere stakeholders zijn nieuwe inzichten ontstaan die zijn verwerkt in een tussennotitie ‘Van fase 1 naar fase 2, haalbaarheidsstudie Zuidplaspolder, Reddyn versie 1.0, 26-april-2018’. In deze notitie zijn de uiteindelijke voorkeursfocusgebieden voor fase 2 van de haalbaarheidsstudie vastgesteld. In de genoemde tussennotitie wordt aanbevolen om in haalbaarheidsstudie fase 2 de geschiktheid van de focusgebieden 1, 2, 7 en 9 verder te onderzoeken voor de vestiging van een transformatorstation. Om de haalbaarheid van de focusgebieden 1, 2, 7 en 9 te onderzoeken zijn in een werksessie met Liander, Stedin en Tennet op 4 juni 2018 de uitgangspunten voor de traceringen vastgelegd (o.a. benodigde breedte van het kabelbed en de werkstrook) en de mogelijke traceringen verkend. In een tweede werksessie d.d. 29 juni 2018 met Liander en Stedin zijn de klantverbindingen verder uitgewerkt.

De uitkomsten van de werksessie zijn gedeeld met de gemeente Waddinxveen, gemeente Zuidplas en de provincie Zuid – Holland d.d 5 juli 2018. De gemeenten en de provincie gaven aan dat er nieuwe (harde en zachte) ontwikkelingen zijn in het gebied, waarmee nog geen rekening is gehouden in de haalbaarheidsstudie en in de gepresenteerde traceringen uit de werksessie. De focusgebieden 1 en 2 zijn afgevallen door de ontwikkelingen waarmee tijdens het bepalen van de traceringen nog geen rekening mee was gehouden. Dit is toegelicht in het overleg van 8 oktober 2018 met de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Zuidplas en Waddinxveen. Locatie Y is naar voren gekomen als nieuw focusgebied door de beperking bufferzone los te laten. Daarbij heeft de provincie Zuid-Holland, de gemeente Zuidplas en de gemeente Waddinxveen aangegeven kansen te zien op deze locatie in het overleg dat heeft plaatsgevonden op 8 oktober.

Op dit moment worden de locaties Y, 7 en 9 door de netbeheerders verder uitgewerkt. Hieronder wordt per locatie ingegaan op de voor- en nadelen. Het een en ander heeft ertoe geleid dat de netbeheerders een sterke voorkeur hebben het transformatorstation zoveel mogelijk westelijk in focusgebied Y te realiseren. De hoofdredenen zijn: -

Het gebied is gunstig gelegen voor alle drie de netbeheerders ten opzichte van de huidige en toekomstige elektriciteitsvraag in de regio MiddenHolland / Zuiplaspolder. Immers hierdoor zijn de zogenaamde netverliezen het laagst omdat gemiddeld gezien de kabelverbindingen relatief kort zijn. Gelet hierop heeft aldus een locatie zoveel als mogelijk westelijk gelegen in focusgebied Y de voorkeur.

-

Het lijkt mogelijk de diverse kabelverbindingen te realiseren op een wijze die ook voor de omgeving zo min mogelijk belastend lijkt te zijn.

-

Het lijkt mogelijk het station landschappelijk gezien inpasbaar te maken. Aansluiting bij criteria van het ‘Plantagekwadrant' lijkt mogelijk.

-

Om de akoestische impact van het 150/23/20kV-transformatorstation te bepalen is een akoestisch haalbaarheidsonderzoek door Peutz verricht (bijlage 5). Het onderzoek biedt inzicht in de situering van de vanwege het station optredende geluidcontouren. Het meest van belang hierbij is de 50dB(A) etmaalwaardecontour, mede gelet op de vast te stellen geluidzone in een nieuw op te stellen bestemmingsplan en de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling rondom locatie Y. De contouren van geluidzone hangt af van de indeling van het station op locatie Y. De contouren van de geluidzone kunnen worden verkleind door mitigerende maatregelen. Niet geluidgevoelige bestemmingen en bedrijven lijken inpasbaar binnen de geluidzone van het station.

-

Uit het uitgevoerde akoestisch haalbaarheidsonderzoek (bijlage 5) blijkt bij alle woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op basis van de Wet geluidhinder 50dB(A) etmaalwaarde.

-

Focusgebied Y ligt gebalanceerd tussen de twee bestaande energie-infrastructuren (gunstig gelegen ten opzicht van de bestaande transformatorstations Waddinxveen en Zevenhuizen).

De focusgebieden 7 en 9 voldoen deels aan deze criteria. Echter op hoofdlijnen geldt; de netverliezen zijn hier groter en de kabels relatief langer. Hierdoor is focusgebied Y gunstiger dan 7 en 9. Kortere kabels betekent minste maatschappelijke kosten voor de netbeheerders, maar ook voor klanten. Voor alle focusgebieden geldt overigens dat - gelet op milieuhygiënische en planologische aspecten alsook het feitelijk (toekomstig) ruimtegebruik - geen zodanige belemmeringen worden voorzien waardoor realiseerbaarheid niet mogelijk zou zijn. Echter per focusgebied zijn wel aandachtspunten te noemen. Aandachtspunten focusgebied Y 

De aanwezigheid van diverse kabels en leidingen alsook spoor en wegen. Hiermee dient rekening te worden gehouden en kan ertoe leiden dat maatregelen moeten worden getroffen. Echter dit is oplosbaar en niet onoverkomelijk;

De toekomstige gewenste bestemming van het perceel (nutsvoorziening o.i.d.) sluit niet aan bij de huidige bestemming

Aandacht voor het aspect geluid. Vooralsnog wordt niet verwacht dat geluid een issue is en voor zover er maatregelen moeten worden getroffen wordt dat uitgevoerd, op basis van het uitgevoerde akoestisch haalbaarheidsonderzoek (bijlage 5).

Aandachtspunten focusgebied 7 

Aanwezigheid van andere kabels en leidingen alsook spoor en wegen. Hiermee dient rekening te worden gehouden en kan ertoe leiden dat maatregelen moeten worden getroffen. Echter dit is oplosbaar en niet onoverkomelijk;

De benodigde percelen zijn in eigendom van verschillende particuliere eigenaren;

De toekomstige bestemming (nutsvoorziening o.i.d.) sluit niet aan bij de huidige bestemming of bij de in de structuurvisie van de gemeente gemeente Waddinxveen gewenste bestemming.

Nauwe afstemming noodzakelijk met de provincie, omwonenden en andere stakeholders in verband met de aanleg van de Vredenburghlaan. Mogelijk lastig in de tijd te regelen.

Aandacht voor het aspect geluid. Vooralsnog wordt niet verwacht dat geluid een issue is en voor zover er maatregelen moeten worden getroffen wordt dat uitgevoerd, op basis van het uitgevoerde akoestisch haalbaarheidsonderzoek (bijlage 5).

Aandachtspunten focusgebied 9 

De benodigde percelen zijn in eigendom van één particuliere eigenaar.

De locatie ligt ingeklemd tussen infrastructuur, waardoor dure technische maatregelen nodig zijn om de locatie te bereiken tijdens zowel de aanleg als de beheersfase. Hierdoor zijn naar alle waarschijnlijkheid veel boringen noodzakelijk (onduidelijk of dit door beheerders van die infra wordt toegestaan).

Als gevolg van de lange afstanden naar het gebied waar de belasting is geconcentreerd is het waarschijnlijk dat Liander nog een extra schakel / regelstation in regio Zuidplaspolder moet realiseren. De betreft dan een locatie ten westen van Y. Een extra schakel/regelstation leidt tot extra ruimtebeslag voor het station zelf en de kabels alsook een vermeerdering van de kosten.

De toekomstige bestemming (nutsvoorziening o.i.d.) sluit niet aan bij de huidige bestemming.

Bijlage 4: Haalbaarheid aangedragen locaties Grondbank De volgende twee alternatieve locaties zijn aangedragen door de Grondbank in het overleg van 10 januari 2019 (zie onderstaande afbeelding): 

Locatie III, ten westen van locatie Y en de N219 en ten zuiden van de spoorlijn en de A12.

Locatie IV, ten noorden en ten oosten van locatie Y. De locatie wordt doorsneden door de N457 en de spoorlijn.

Aangedragen locaties Grondbank

III

IV

Zowel in locatie III als in locatie IV is geen ruimte voor de realisatie van een 150/23/20kV-transformatorstation (4 hectare groot). Locatie III wordt grotendeels belemmerd door de ligging van buisleidingen (gasleidingen en de DPO-leiding). Locatie IV wordt belemmerd door buisleidingen, door de bestaande infrastructuur (N457 en spoorlijn) en door de omliggende woningen. Hierdoor is locatie IV niet haalbaar voor de realisatie van een transformatorstation, omdat er geen 4 hectare grond beschikbaar is. Zie onderstaande afbeelding waarin de ruimtelijke en milieutechnische belemmeringen voor locatie III en locatie IV weergegeven zien. Weergave ruimtelijke en milieutechnische belemmeringen voor locatie III en locatie IV

Bijlage 5: Akoestisch haalbaarheidsonderzoek ‘150/23/20kV – station Zuidplaspolder, concept, d.d. 14 februari 2019 Het akoestisch haalbaarheidsonderzoek is al apart pdf bestand verstrekt, bij deze notitie.

pEUTZ 1 5 0 /2 3 /2 0 kV-station Zuidplaspolder

Akoestisch h a a lb a a rh e id s o n d e rz o e k

Concept

Rapportnummer F 21613-2-RA d.d. 14 februari 2019

1 5 0 /2 3 /2 0 kV-station Zuidplaspolder

Akoestisch h a a lb a a rh e id s o n d e rz o e k

Concept

opdrachtgever

Q i r i o n B.V.

rapportnummer

F21613-2-RA

datum

1 4 f e b r u a r i 201 9

referentie

Gv L / G v L / K S/ F 2 1 6 1 3 -2 -R A

verantwoordelijke

i n g . G. R. M. v a n L e e m p u t

opsteller

i n g . G. R. M. v a n L e e m p u t + 31 24 3 5 7 0 7 2 9 g.vanleem put@ peutz.nl

peutz bv, postbus 66,6585 zh mook, +31 24 357 07 07, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

m ook-zoeterm eer- groningen -d ü sse ld o rf- dortmund - herlijn - nüm berg- leuven - parijs - lyon

F 21613- 2-RA Concept

2

pEUTZ Inhoudsopgave 1

InIeiding

4

2

Uitgangspunten

5

2.1

S i t u e r i n g 1 5 0 / 2 3 / 2 0 k V s t a t i o n ZPP

5

2.2

Inrichting

5

2. 3

R e l e v a n t e g e I u i d b r o n n e n en b e d r i j f s v o e r i n g

3

1 5 0 / 2 3 / 2 0 k V s t a t i o n ZPP e n o n d e r z o c h t e l o c a t i e v a r i a n t e n

9

Toetsingscriteria

10

3.1

W e t g e l u i d h i n d e r en g e l u i d z o n e r i n g

10

3.2

V N G - r i c h t l i j n B e d r i j v e n en m i l i e u z o n e r i n g

11

3. 3

Overige geluidaspecten

11

Berekeningen

12

4

4. 1

L a n g t i j d g e m i d d e l d e b e o o r d e l i n g s n i v e a us

12

4.2

Maximale geluidniveaus

14

Beoordeling

en c o n c l u s i e

15

5. 1

Langtijdgem iddelde beoordelingsniveaus

15

5.2

Maximale geluidniveaus

15

5

pEUTZ i Inleiding

In opdracht van Qirion B.V. is een akoestische studie (haalbaarheidsonderzoek) uitgevoerd in verband met de mogelijke realisatie van een 150/23/20 kV transformatorstation in de Zuidplaspolder, ten oosten van Zevenhuizen. Het betreft een gezamenlijk initiatief van Liander, Stedin en TenneT. Eén van de mogelijke locaties van het station is 'locatie Y', gesitueerd tussen de N219 en het Distributiepark A12, direct ten zuiden van de spoorlijn Zoetermeer-Gouda. Op het station zullen maximaal 6 transformatoren worden gerealiseerd (3 stuks voor Stedin en 3 stuks voor Liander, elk circa 100 MVA). Het TenneT-deel van het station biedt ruimte voor een openlucht schakeltuin waarop de 150 kV verbindingen uit Zoetermeer, de genoemde 6 transformatoren en 2 stuks 150 kV compensatiespoelen kunnen worden aangesloten. Gelet op het buiten op te stellen elektrische vermogen, kan worden vastgesteld dat voor het station een vergunningplicht (voor het aspect milieu) in het kader van de Wabo van toepassing is. Ook dient een geluidzone ex artikel 40 van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden vastgesteld. Het onderhavig onderzoek biedt inzicht in de situering van de vanwege het station optredende geluidcontouren. Het meest van belang hierbij is de 50 dB(A) etmaalwaardecontour, mede gelet op de vast te stellen geluidzone.

Er zijn vele mogelijkheden denkbaar voor de opstelling en de oriëntatie van de transformatoren en het schakelveld. In het rapport is, binnen het onderzoeksgebied, een 4tal varianten beschouwd voor wat betreft de locatie en oriëntatie van het station (uitgaande van de aangeleverde tekening).

F 2 161 3-2 -R A Concept

4

pEUTZ 2 Uitgangspunten

2.1

Situering

Liander,

150/23/20

Stedin

kV s t a t i o n

en TenneT zijn

ZPP

voornemens

om

een

gezamenlijk

150/23/20

kV

transformatorstation te realiseren in de Zuidpiaspolder. Eén van de mogelijke locaties hiervoor is 'locatie Y' tussen de N219 en het Distributiepark A12, direct ten zuiden van de spoorlijn Zoetermeer-Gouda. Voor het 'zoekgebied' wordt verwezen naar onderstaande figuur 2.1. f2. 7 Zoekgebied 150/23/20 kV station Zuidpiaspolder

2.2

Inrichting

150/23/20

kV s t a t i o n

Z PP en o n d e r z o c h t e

I o c a t i e va r i a n t e n

Op het station zullen maximaal 6 transformatoren worden gerealiseerd (3 stuks voor Stedin en 3 stuks voor Liander, elk circa 100 MVA). Het TenneT-deel van het station biedt ruimte voor een openlucht schakeltuin waarop de 150 kV verbindingen uit Zoetermeer, de genoemde 6 transformatoren en 2 stuks 150 kV compensatiespoelen kunnen worden aangesloten. In de schakeltuin zullen 13 vermogensschakelaars worden geplaatst. De afmetingen van het totale terrein bedragen circa 210 x 180 meter.

pEUTZ De transformatoren zullen worden opgesteld tussen 3 scherfwanden. Hiermee blijft één zijde van de trafocellen open. Ook de bovenzijde van de trafocellen is open. De compensatiespoelen zullen rondom 'vrij' worden opgesteld, zonder scherfwanden. Zowel aan de zijde van Liander als aan de zijde van Stedin zal een 20 (23) kV installatie- en bedieningsgebouw worden opgericht. Min of meer in het midden van het terrein is een bedieningsgebouw voorTenneT voorzien. NB. Voor wat betreft de hoogte van de scherfwanden en van de gebouwen zijn de gegevens ontleend aan het onderzoek dat door Peutz is uitgevoerd ten behoeve van het 150/20 kVstation Rijsenhout/A4 (rapport F 21124-2-RA-001 d.d. 16 mei 2017). In figuur 2.2 is een overzicht gegeven van de inrichting van het transformatorstation. f2.2 Inrichting 150/23/20 kV-station ZPP

In onderhavig onderzoek zijn 4 varianten onderzocht met betrekking tot de locatie en oriëntatie van het transformatorstation binnen het zoekgebied. De onderzochte varianten zijn weergegeven in de navolgende figuren 2.3 t/m 2.6. In de figuren zijn tevens de rekenpunten 01 t/m 10 bij woningen in de omgeving weergegeven. F 2 1 6 1 3 -2 - R A Concept

6

p E U IZ f2.3 Weergave Variant 'West' en rekenpunten 0 1 t/m 10 bij woningen

f2.4 Weergave Variant 'Noord' en rekenpunten O7 t/m 7Obij woningen

pEUTZ

f2.6 Weergave Variant 'Zuid' en rekenpunten 01 t/m 10 bij woningen

F 2 1 6 1 3-2-RA Concept

8

pEUTZ 2.3

Relevante

g e I u i d b r o n n e n en

bedrijfsvoering

Als relevante geluidbronnen voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) zijn de transformatoren (3 stuks van Liander en 3 stuks van Stedin) en de 2 compensatiespoelen (gesitueerd in het schakelveld van TenneT) aan te merken. Van de transformatoren zullen maximaal 4 stuks op vollast opereren (2 trafo's van Liander en 2 stuks van Stedin), 24 uur per dag. De 2 resterende transformatoren staan reserve en draaien op nullast. De compensatiespoelen zijn beide continu, 24 uur per dag in bedrijf. Voor de transformatoren van Liander zijn de volgende geluidvermogens gehanteerd (opgave Liander): Transformator vollast: LWa = 79,5 dB(A) Transformator nullast: LWa = 70,0 dB(A) Door Stedin is aangegeven dat voor de transformatoren kan worden uitgegaan van het geluidvermogen zoals is gehanteerd voor trafo 3 van 150 kV-station Merwedehaven (rapport F 20478-1-RA-004 van 21 december 2015). Dit geluidvermogen bedraagt 81 dB(A) bij vollast (overeenkomend met een geluiddrukniveau van 60 dB(A) op 0,3 meter afstand). Volgens de opgave van Stedin d.d. 17 januari jl. ligt het geluidvermogen bij nullast 3 dB lager (derhalve 78 dB(A)). Voor het geluidvermogen van de compensatiespoelen is uitgegaan van 93 dB(A) per stuk, e.e.a. conform het onderzoek dat door Peutz is uitgevoerd ten behoeve van het 150/20 kVstation Rijsenhout/A4 (rapport F 21124-2-RA-001 d.d. 16 mei 2017).

Voor de 'maximale geluidniveaus' LAmax zijn de vermogensschakelaars van belang. Voor het (piek)geluidvermogen tijdens het schakelen is uitgegaan van 116 dB(A) (conform 'Rijsenhout/A4'). Normaliter zal alleen in de dagperiode worden geschakeld. In een uitzonderlijk geval zal ook in de avond- of nachtperiode kunnen worden geschakeld.

pEUTZ 3 Toetsingscriteria

3.1

Wet g e l u i d h i n d e r

en g e I u i d z o n e r i n g

Omdat het gelijktijdig in te schakelen elektrische vermogen van de buiten opgestelde transformatoren meer dan 200 MVA bedraagt, valt het transformatorstation onder categorie 20.1 .b van onderdeel C van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (verder te noemen: Bor). Gelet op onderdeel D van bijlage I (artikel 1.n) van het Bor wordt de inrichting tevens aangemerkt als een inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken. Het terrein waarop het transformatorstation wordt opgericht zal daarom voorzien moeten worden van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. Op het transformatorstation zijn derhalve de bepalingen van de Wet geluidhinder van toepassing, te weten: - ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen geldt voor de geluidbelasting een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) (i.e. ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode); - ter plaatse van de zonegrens geldt een harde grenswaarde van 50 dB(A) voor de geluidbelasting ten gevolge van alle installaties op het gezoneerde terrein. Hierbij wordt in de regel volgens de Wet geluidhinder geen rekening gehouden met het karakter van het geluid. In onderhavige situatie is het betreffende terrein nog niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. Gelet hierop wordt in onderhavig onderzoek een zonegrens voorgesteld.

Rondom het terrein wordt een contour aangegeven waarbuiten de geluidbelasting van het industrieterrein (het terrein van het transformatorstation) niet meer mag bedragen dan 50dB(A). Het terrein tussen de contour (de zonegrens) en het industrieterrein geldt als de zone. Bij vergunningverlening zullen de ten gevolge van het transformatorstation optredende geluidbelastingen (langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus) worden getoetst aan deze zone. Zoals eerder opgemerkt gaat de Wet geluidhinder hierbij normaliter uit van toetsing aan de zone exclusief toepassing van een toeslag voor het karakter van het geluid. Transformatorgeluid wordt in het algemeen beoordeeld als tonaal van karakter waardoor bij beoordeling in het kader van de Omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu (voorheen Wet milieubeheer) een toeslag van 5 dB van toepassing zal kunnen zijn (e.e.a. mede afhankelijk van het achtergrondniveau en de plaatselijke 'waarneembaarheid' van de tonaliteit). Om eventuele conflicterende toetsingen te voorkomen zou in onderhavig geval overwogen kunnen worden om de zonegrens inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid vast te stellen. De toetsing aan de zonegrens zal in dat geval ook inclusief toeslag voor het tonale karakter geschieden. Deze benadering kan worden toegepast omdat het station de enige inrichting op het te zoneren industrieterrein zal zijn.

3.2

V N G - r i c h 1 1i j n B e d r i j v e n

en

milieuzonering

Voor het 150/23/20 kV-station Zuidplaspolder geldt dat het gelijktijdig in te schakelen elektrische vermogen van de buiten opgestelde transformatoren meer bedraagt dan 200 MVA. Volgens de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering' dient voor het aspect geluid in dat geval een richtafstand ('hinderzone') tot geluidgevoelige gebouwen van 300 meter te worden aangehouden. Bij het vaststellen van de richtafstanden is in de VNG-richtlijn uitgegaan van de omgevingstypen 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' waarvoor op basis van de 'Handreiking industrielawaai en vergunningverlening' een streefwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde van toepassing is (hetgeen overeenkomt met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45, 40 en 35 dB(A) voor respectievelijk de dag-, de avond- en de nachtperiode). Met andere woorden: met een voor dergelijke transformatorstations voorgeschreven richtafstand van 300 meter wordt beoogd dat de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen in de omgeving niet hoger zal zijn dan 45 dB(A) etmaalwaarde. Uitgaande van de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering' dient er naar te worden gestreefd om de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige locaties (hier: woningen) zo ver als redelijkerwijs mogelijk te beperken tot 45 dB(A) etmaalwaarde, zijnde de richtwaarde op basis waarvan de hinderzones in deze richtlijn tot stand zijn gekomen.

De richtafstand voor geluid volgens de VNG-richtlijn bedraagt overigens 300 meter (categorie 4.2). Of in onderhavig geval aan deze richtafstand wordt voldaan hangt af van de exacte locatie waarvoor gekozen gaat worden.

3.3

Overige

g e I u i d a sp e ct e n

Maximale geluidniveaus

Voor de maximale geluidniveaus (LAmax "piekgeluiden") worden voor geluidgevoelige bestemmingen normaliter grenswaarden gehanteerd van 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. Het (piek)geluid als gevolg van het schakelen met de vermogensschakelaars is getoetst aan de bovenstaande waarden. Indirecte gevolgen

In de Circulaire d.d. 29 februari 1996 (ook wel "Schrikkelcirculaire" genoemd) wordt een beoordelingswijze gepresenteerd voor het geluid afkomstig van verkeersbewegingen van en naar de inrichting over de openbare weg. Conform deze Circulaire dienen de equivalente geluidniveaus ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting te worden getoetst voor zover deze als 'akoestisch herkenbaar' zijn toe te rekenen aan de inrichting. Gelet op het verwachte geringe aantal vervoersbewegingen wordt dit aspect als niet relevant verder buiten beschouwing gelaten in onderhavig onderzoek.

pEUTZ 4 Berekeningen

Op basis van de uitgangspunten zoals vermeld in hoofdstuk 2 zijn akoestische rekenmodellen opgesteld waarmee de geluidimmissie in de omgeving is berekend. Er zijn totaal 4 locatie- en oriëntatievarianten onderzocht (zie hiertoe paragraaf 2.2). Alle berekeningen zijn uitgevoerd conform de methoden II van de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai", uitgave 1999 (HMRI 1999). De berekeningen zijn uitgevoerd ter plaatse van concrete ontvangerposities bij woningen in de omgeving. Hierbij is een rekenhoogte van 5 meter aangehouden. De rekenposities zijn weergegeven in figuren 2.3 t/m 2.6. Tevens zijn berekeningen uitgevoerd in de vorm van geluidcontouren (etmaalwaarden). Daar de nachtperiode in het onderhavige geval maatgevend is voor de etmaalwaarde, zijn ook deze berekeningen uitgevoerd voor een ontvangerhoogte van 5 meter. Bij de overdrachtsberekeningen is met betrekking tot de bodem uitgegaan van volledig hard voor het terrein van het transformatorstation en omliggende wegen (bodemfactor B = 0) en een half harde, half absorberende bodem voor het overige gebied (B = 0,5). Opgemerkt wordt dat de bovenstaande benadering als 'worst case1kan worden aangemerkt. In de praktijk zullen grote delen van het station uit gras of grind bestaan.

4.1

L a n g t ij d g e m i d d e I d e b e o o r d e l i n g s n i v e a u s

In de representatieve bedrijfssituatie zijn er steeds 2 van de 3 aanwezige transformatoren belast. De derde transformator staat hierbij in nullast. Dit geldt voor zowel het Liander-deel als voor het Stedin-deel. Er zijn derhalve 9 mogelijke representatieve bedrijfssituaties denkbaar. De verschillen in geluidimmissie tussen de bedrijfssituaties zullen zeer gering zijn. Om die reden is in dit stadium maar één bedrijfssituatie doorgerekend: met (voor zowel Liander als Stedin) steeds de middelste trafo op nullast (TR2 en TR5). In de tabellen 4.1 t/m 4.4. zijn de ter plaatse van bestaande woningen (de punten 01 t/m 10, zie figuur 2.3 t/m 2.6) berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (inclusief toeslag Ki voor tonaal geluid) weergegeven voor de 4 beschouwde locatie-varianten. In de figuren 1 t/m 4 achterin dit rapport zijn de berekende etmaalwaarden in de vorm van contouren weergegeven.

pEUTZ t4. 7 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en etmaalwaarden, Variant 'West', inclusief toeslag K ,

Rekenpositie (zie figuur 2.3)

L*r,iTin dB(A)

Etmaalwaarde in dB(A)

BredewegHO

31,8

42

02

Bredeweg114

32,6

43

03

Bredeweg120

32,5

42

01

04

Bredeweg 128

31,7

42

05

Bredeweg 138

29,0

39

06

Bredeweg 162

28,9

39

07

Noordelijke Dwarsweg 132

28,6

39

08

Noordelijke Dwarsweg 114

26,6

37

09

Knibbelweg 37c

26,9

37

10

Knibbelweg 69a

25,3

35

t4.2 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en etmaalwaarden, Variant 'Noord', inclusief toeslag K ,

L»,,lt in dB(A)

Etmaalwaarde in dB(A)

01

Bredeweg 110

32,2

42

02

Bredeweg 114

34,2

44

03

Bredeweg 120

36,2

46

04

Bredeweg 128

38,3

48

05

Bredeweg 138

35,4

45

06

Bredeweg 162

33,9

44

07

Noordelijke Dwarsweg 132

26,5

36

08

Noordelijke Dwarsweg 114

24,3

34

09

Knibbelweg 37c

24,3

34

10

Knibbelweg 69a

23,2

33

Rekenpositie (zie figuur 2.4)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en etmaalwaarden, Variant 'Oost', inclusief toeslag K,

Rekenpositie (zie figuur 2.5)

LAr,lTin dB(A)

Etmaalwaarde in dB(A)

01

Bredeweg 110

27,7

38

02

Bredeweg 114

29,1

39

03

Bredeweg 120

31,0

41

04

Bredeweg 128

34,2

44

05

Bredeweg 138

34,4

44

06

Bredeweg 162

35,6

46

07

Noordelijke Dwarsweg 132

23,7

34

08

Noordelijke Dwarsweg 114

23,8

34

09

Knibbelweg 37c

24,6

35

Knibbelweg 69a

26,0

36

10

F21613-2-RA Concept

13

pEUTZ f4 .4 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en etmaalwaarden, Variant 'Zuid', inclusief toeslag Kt

BredewegHO

26,9

37

02

Bredeweg114

27,9

38

03

Bredeweg120

28,1

38

01

4.2

Etmaalwaarde in dB(A)

LAr,LTin dB(A)

Rekenpositie (zie figuur 2.6)

04

Bredeweg 128

28,5

39

05

Bredeweg 138

28,6

39

06

Bredeweg 162

30,5

41

07

Noordelijke Dwarsweg 132

25,7

36

08

Noordelijke Dwarsweg 114

25,2

35

09

Knibbelweg 37c

26,7

37

10

Knibbelweg 69a

27,7

38

Maximale

geluidniveaus

In tabel 4.4 zijn voor de 4 varianten de berekende maximale geluidniveaus LAmax als gevolg van het schakelen met de vermogensschakelaars weergegeven. f4 .5 Maximale geluidniveaus LAmax vanwege het schakelen met vermogensschakelaars

Laimx indB(A)

Rekenpositie (zie figuur 2.3) Variant'West'

01

Bredeweg 110

Variant'Noord'

Variant'Oost'

Variant'Zuid'

47

46

42

40

43

41

46

42

02

Bredeweg 114

48

48

03

Bredeweg 120

48

51

04

Bredeweg 128

47

54

50

44

05

Bredeweg 138

45

51

49

43

06

Bredeweg 162

43

49

51

45

07

Noordelijke Dwarsweg 132

42

39

37

38

08

Noordelijke Dwarsweg 114

39

37

36

37

09

Knibbelweg 37c

39

37

37

40

10

Knibbelweg 69a

38

36

39

41

In figuur 5 achterin dit rapport zijn de LAmax-contouren weergegeven voor het schakelen met één vermogensschakelaar, voor een ontvangerhoogte van 5 meter.

5 B e o o r d e l i n g en c o n c l u s i e

5.1

L a n g t ij d g e m i d d e I d e b e o o rd e I i n g s n i ve a u s

Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat in alle beschouwde varianten de vanwege het 150/23/20 kV-station optredende geluidbelasting bij alle bestaande woningen lager is dan 50 dB(A), zelfs indien een toeslag voor tonaal geluid in rekening wordt gebracht. Bij alle woningen wordt derhalve voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op basis van de Wet geluidhinder (50 dB(A) etmaalwaarde). In de varianten 'West' en 'Zuid' is de berekende geluidbelasting ter plaatse van de bestaande woningen overal lager dan 45 dB(A) en wordt derhalve zelfs voldaan aan de richtwaarde voor een 'rustige woonwijk' of'rustig buitengebied'. De richtwaarde van 45 dB(A) is de basis waarop de richtafstanden uit de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering' (zie § 3.2) tot stand zijn gekomen. Bij deze varianten wordt dan ook voldaan aan de richtafstand uit de VNG-richtlijn (te weten 300 meter). Variant 'Zuid' scoort, met het oog op de bestaande woningen, het beste (geluidbelasting maximaal 40 dB(A) inclusief toeslag); variant 'Noord' het slechtste: de geluidbelasting bedraagt hier maximaal 48 dB(A), inclusief toeslag. De compensatiespoelen zijn maatgevend voor de geluidbelasting.

5.2

Maximale

geluidniveaus

Vanwege het schakelen met de vermogensschakelaars treden 'maximale geluidniveaus' (geluidpieken) op. Berekend is dat in alle varianten de 'maximale geluidniveaus' ruimschoots lager zijn dan de normaliter te vergunnen waarden (te weten: 70 dB(A) voor de dagperiode, 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode).

Mook, Dit rapport bevat 15 pagina's, 5 figuren.

Figuur

1

E t m a a l w a a r d e c o n t o u r e n incl.

pEUTZ

Variant 'West'

J—

i—

i—

102200

i—

i—

i—

i—

i—

102400

i___i____ i

i

i

102600

F 21 6 1 3-2-RA Concept

Figywr 2

E t m a a l w a a r d e c o n t o u r e n i n c l . Ki V a r i a n t ' N o o r d '

pEUTZ

F21613-2-RA C oncept

pEurz Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Bedrijven GPS punten

449200

Kavels periode:

Etmaalwaarde Inclusief groepsreducties 45 - 45 dB(A)

W

45 - 50 dB(A)

449000 50 - 55 dB(A) 55 - 60 dB(A) 60 - 65 dB(A) 65 - 99 dB(A) 448800

schaal = 1 :10000

448600

448400

448200

448000

447800

447600

447400

447200

447000

101000

101200

101400

101600

101800

102000

102200

102400

102600

F 2 1 6 1 3-2-RA Concept

Figuur 4

E t m a a l w a a r d e c o n t o u r e n i n c l . Kt V a r i a n t ' Z u i d ' Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden

449200

Gebouwen Bedrijven GPS punten Kavels periode:

Etmaalwaarde Inclusief groepsreducties

449000 I

i

I

1 45 - 50 dB(A)

[

]

I

1 55 - 60 dB(A)

I

448800

I

45 - 45 dB(A)

50 - 55 dB(A)

1 60 - 65 dB(A) .

1 65 - 99 dB(A)

448600

schaal = 1 : 10000

448400

448200

448000

447800

447600

447400

447200

447000

446800

101000

101200

101400

101600

101800

102000

102200

102400

102600

F 2 1 6 1 3-2-RA Concept

F iguur

5

LAmax- cont our en v a n we g e schakel en

449000

448800

448600

448400

448200

448000

447800

447600

447400

447200

447000

446800

446600

F 2 1 6 1 3-2-RA Concept

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10312038/1