B 1667 - Infonota Moties en toezeggingen Regionale Opvanglocatie Z24.000243
Tekst van het document
*Z24.000243*
Informatienota aan de raad
onderwerp
nummer raadsstuk
Moties en toezeggingen Regionale
B 1667
Opvanglocatie datum 1 maart 2024 afzender
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
College van burgemeester en wethouders
J.W. Schuurman
Taskforce Huisvesting Ontheemden
registratienummer
Bijlagen
openbaar of geheim
Z24.000243
-
Openbaar
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Kernboodschap Deze informatienota informeert u over de stand van zaken over de aangenomen moties en toezeggingen inzake de Regionale Opvang Locatie. Inleiding Op 24 januari 2024 is het debat gevoerd over de informatienota B1616 betreffende de Regionale Opvanglocatie (Z23.002529). In het debat zijn vragen gesteld aan het college en zijn er verschillende moties aangenomen. In de raadsvergadering is door het college de toezegging gedaan om de capaciteit en voorzieningenniveau van de regionale Opvang Locatie nader te onderbouwen. Deze informatienota geeft u informatie en stand van zaken over de toezeggingen en aangenomen moties in de raadsvergadering. Toelichting Het betreffende volgende toezeggingen en moties: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Motie 2024M07 ‘Samen plaatsen we flexwoningen’ Motie 2024M08 ‘Informatiepunt’ Motie 2024M09 ‘Spoed huisvesting eigen inwoners’ Toezegging 1957 Overleg met COA over de bestuursovereenkomst Toezegging 1958 Permanente locatie van tijdelijke opvang Toezegging 1959 Informatie over de schaalgrootte ROL en de impact daarvan.
Hieronder wordt per toezegging en motie de informatie gegeven en/of de stand van zaken weergegeven. Ad 1 en 3: Motie 2024M07 en 2024M09 De moties 2024M07 en 2024M09 worden in de organisatie samen projectmatig opgepakt. De ROL is echter wel randvoorwaardelijk voor de komst van ten minste 48 flexwoningen. Dat wil zeggen dat bij de komst van de ROL de pilot ook kan doorgaan. Indien de ROL niet door gaat, zal de pilot flexwoningen statushouders niet door gaan. Deelname aan de pilot flexwonen is vastgelegd in een intentieovereenkomst tussen het COA en de gemeente Zuidplas. Het overleg over deze flexwoningen is bijna afgerond, waarna de afspraken over pagina 1 van 6
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000243
de flexwoningen in een bestuurlijke overeenkomst tussen het COA en het college worden vastgelegd. De pilot Flexwoningen Statushouders houdt in dat het COA financiële middelen beschikbaar stelt voor ten minste 48 woningen. Van deze woningen dienen gedurende 10 jaar minimaal 24 woningen beschikbaar te worden gesteld voor statushouders. De rest mag voor eigen doelgroepen ingezet worden. Een statushouder dient vanuit deze flexwoning binnen 2 jaar in een reguliere woning geplaatst te worden. Het COA zal het totaalbedrag van €4.800.000,= voor de flexwoningen met een jaarlijkse bijdrage over een periode van 10 jaar vergoeden. Voor het zoeken naar mogelijkheden en locaties voor deze beide moties om flexwoningen voor eigen inwoners te kunnen realiseren wordt een plan van aanpak gemaakt, waarin ingegaan wordt op het proces, de participatie en de planning van de realisatie. Ad 2 Motie 2024M08 Informatiepunt In de motie 2024M08 is aangegeven dat er behoefte is aan een laagdrempelig informatiepunt waar inwoners terechtkunnen met vragen, zorgen en meldingen met betrekking tot de regionale opvang van statushouders. Daarnaast is het gewenst dat constructieve samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners om gezamenlijk te werken aan oplossingen wordt bevorderd.
De motie roept het college op: Om op korte termijn een informatiepunt in te richten waar inwoners terechtkunnen met vragen, zorgen en meldingen over de regionale opvang van statushouders, waarbij een deskundige hen te woord kan staan. Actief te communiceren over het bestaan en de functie van dit informatiepunt, zodat alle inwoners op de hoogte zijn van de mogelijkheid om deel te nemen aan de dialoog. Om invulling te geven aan deze motie gebeurt het volgende: 1. De tekst op de website is aangepast. Onder het kopje vluchtelingen op de homepagina van de gemeentelijke website is melding gemaakt van het informatiepunt. 2. De al bestaande vragen en antwoorden Regionale Opvanglocatie (ROL) zijn hieronder geplaatst. 3. Op de website zijn de contactgegevens van de omgevingsmanager (mailadres en 06telefoonnummer) aangegeven waarop de omgevingsmanager tijdens werkdagen bereikbaar is. 4. Alle telefonische vragen worden gearchiveerd, zodat op verzoek inzage gegeven kan worden op aantallen en aard van de gestelde vragen, meldingen of zorgen. 5. In de antwoorden per mail zal bij de ondertekening tevens melding worden gedaan van het telefoonnummer van de omgevingsmanager. 6. Er zullen daarnaast periodiek (digitale) nieuwsbrieven verschijnen. Ook hier zal melding gemaakt worden van mailadres en telefoonnummer. 7.
Indien gewenst maakt de omgevingsmanager een afspraak om nader in gesprek te gaan. Van elk gesprek wordt tevens verslag gemaakt. Conclusie: Met bovenstaande beschouwt het college deze motie als afgedaan. Toezegging 1957 Overleg met COA over de bestuursovereenkomst. Toezegging: In de bestuursovereenkomst staat opgenomen dat het ‘primair’ gaat om statushouders en kansrijke asielzoekers. De heer van Wijnen vraagt waarom het woord ‘primair’ later is toegevoegd. Dit woord is in de laatste versie op verzoek van het COA toegevoegd. Wethouder Schuurman zegt toe dat, pagina 2 van 6
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000243
om helderheid over de doelgroepen te verschaffen, het college op zeer korte termijn in overleg gaat met het COA om dit in de bestuursovereenkomst aan te passen. Het college heeft d.d. 12 februari 2024 overleg gevoerd met het COA. Bovenstaande is met het COA besproken. Het COA is bereid om de passage over ‘primair’ te duiden en te expliciteren. In de ondertekende bestuursovereenkomst d.d. 27 november 2023 is verwoord dat er primair 300 statushouders en evident kansrijke asielzoekers worden opgevangen. Het COA heeft aangegeven dat er niet wordt afgeweken van de gemaakte afspraken over het aantal personen in de ROL. Het COA heeft echter de behoefte om het woord primair toe te voegen om zo de mogelijkheid te hebben om, in uitzonderlijke situaties waarbij de problematiek en urgentie in Ter Apel (aanmeldlocatie) te hoog wordt, na voorafgaand overleg van de gemeente leegstaande bedden voor een beperkte periode te kunnen vullen met andere groepen asielzoekers dan afgesproken in de bestuursovereenkomst. De bemensing van de opvanglocatie zal op die manier nooit een verrassing zijn voor de gemeente en worden er afspraken gemaakt over de duur van de gewijzigde tijdelijke opvang. Het college beraadt zich over deze behoefte van het COA en komt daar zo spoedig mogelijk op terug. Conclusie: Het college beschouwt de toezegging nog niet als afgedaan en is nog met het COA in gesprek.
Toezegging 1958 Permanente locatie van tijdelijke opvang Op dit moment gaat alle tijd en aandacht naar de realisatie ROL aan de Zuidplasweg en de discussie hierover. Op het moment dat de keuzes betreffende de opvanglocatie in de gemeente Zuidplas helder zijn, zal gestart worden met een plan van aanpak om permanente locatie elders in onze gemeente te zoeken voor tijdelijke opvang. De gemeenteraad zal over het plan van aanpak worden geïnformeerd. Toezegging 1959 Informatie over de schaalgrootte ROL en de impact daarvan. Toezegging: De heer De Ruiter vraagt het college om meer helderheid te geven over de schaal van de ROL. Hij vraagt het college om meer informatie over de drie volgende punten 1) eerst in kaart te brengen waarom dit schaalniveau nodig is 2) Wat het voordeel is van 1 locatie met 300 t.o.v. 2 locaties van 150 en 3) De impact die het heeft op de omgeving. Wethouder Schuurman zegt toe om het gesprek met het COA langs de lijn zoals de heer De Ruiter die schetst, te voeren. Algemeen Een Regionale Opvanglocatie is een opvanglocatie voor statushouders en kansrijke asielzoekers die elders in het land in een asielzoekerscentrum (AZC) hun proces hebben doorlopen en status hebben gekregen of een status in zicht hebben.
Door gebruik te maken van een ROL kan het COA enerzijds plekken vrijmaken in de diverse AZC’s en kan anderzijds deze doelgroep al beginnen met integreren in de regio waar zij uiteindelijk een woning toegewezen gaan krijgen. Omdat deze groep mensen een ander type begeleiding nodig heeft dan een asielzoeker in een AZC is het voor het COA van belang om een zekere schaalgrote te hebben. Op die manier wordt het mogelijk om een aantal zaken als multifunctionele ruimtes en extra personeel in te zetten. Dit maakt dat op de locatie bijvoorbeeld taallessen, dagbesteding, zorg en arbeidsbemiddeling kan plaatsvinden. De eerstelijnszorg vindt plaats op locatie door de door het COA gecontracteerde GZA. Hierdoor wordt er geen beroep gedaan op de huisartsen in de gemeente Zuidplas.
pagina 3 van 6
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000243
Naast de schaalgrootte, zorgt ook de periode van opvang (10 jaar) er voor dat het COA meer ruimtelijke kwaliteit in en om de opvanglocatie realiseert. Een opvanglocatie van deze omvang maakt het mogelijk om te zorgen voor: 1. Permanente aanwezigheid personeel 2. Adequate begeleiding van bewoners 3. Meerdere activiteiten die (groepsgewijs) uitgevoerd kunnen worden in multifunctionele ruimten 4. Minimale belasting voor de gemeente betreffende het regelen van zorg Ad 1 Personele bezetting in een ROL De grootte van de opvanglocatie maakt het mogelijk om verschillende functies permanent aanwezig te laten zijn op de opvanglocatie. De beveiligers zijn 24 uur aanwezig op de opvanglocatie. De overige medewerkers zijn hier op dagelijkse basis aanwezig. Het COA zorgt voor medewerkers met verschillende taakvelden en expertises. Naast de locatiemanager, die verantwoordelijk is voor de rol en aansturing van het gehele team, zijn er woonbegeleiders, met de voornaamste taak het begeleiden van de bewoners in hun dagelijkse activiteiten. Er zijn ook huismeesters die zorgdragen voor het onderhoud (en waar mogelijk met inzet van bewoners).
Daarnaast zijn er programmabegeleiders die trainingen verzorgen en het contact onderhouden met de gemeente waar een statushouder uiteindelijk gaat wonen en casemanagers die bewoners begeleiden op individueel niveau waarbij nauw samengewerkt wordt met stichting vluchtelingenwerk die ook op locatie aanwezig is. Omdat er sprake is van een ROL waar statushouders worden gehuisvest en statushouders mogen werken, is er ook een arbeidsbemiddelaar aanwezig. De aanwezige NT2 docent verzorgt de taallessen voor volwassenen op locatie. Ad 2. Adequate begeleiding van bewoners In een opvanglocatie van deze omvang zijn, zoals hierboven genoemd, veel medewerkers aanwezig. Deze hebben allen een eigen verantwoordelijkheid en expertise, maar kennen elkaar en werken actief samen om zorg te dragen voor een adequate begeleiding van de bewoners. Dit maakt niet alleen dat eventuele trauma’s snel herkend en behandeld worden, maar zorgt er ook voor dat bewoners makkelijker aangesproken en begeleid worden op hun algemene gedragingen. Mogelijke misstanden, door welke oorzaak dan ook kunnen binnen de opvanglocatie, maar ook daarbuiten grotendeels voorkomen worden doordat er een goed beeld is van de bewoners. Ad 3.
Meerdere activiteiten die (groepsgewijs) uitgevoerd kunnen worden in multifunctionele ruimten Door de groepsgrootte op de locatie zoeken mensen met eenzelfde taal, afkomst, gewoonten en leeftijd elkaar op. Dit versterkt het samenzijn en draagt bij aan het “thuis voelen”. Op de locatie kan zo gemakkelijker samen gekookt worden, kunnen er groepsactiviteiten worden aangeboden en taalonderwijs plaatsvinden. Dit wordt versterkt doordat er op een locatie van deze grootte meerdere functionele ruimten aanwezig zijn die geschikt zijn voor verschillende activiteiten. Naast de ruimtes binnen is het door de grootte van de locatie ook eenvoudiger om de buitenruimte aantrekkelijk in te richten met verschillende functionaliteiten. Ad 4.
Minimale belasting voor de gemeente betreffende het regelen van zorg pagina 4 van 6
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000243
Zoals hierboven verwoord zijn er door de grootte verschillende disciplines aanwezig die zorg (kunnen) bieden aan de bewoners. De GZA verzorgt de eerste lijnszorg. Er is zo geen belasting voor de huisartsen in onze gemeente. Door de aanwezigheid van een arts/verpleegkundige,woonbegeleiders en anderen is er een heel team dat ook oog heeft voor mogelijke mentale problematiek en hierdoor de juiste begeleiding kunnen geven. Verspreiden vluchtelingenopvang met meerdere kleinschalige AZC-locaties De gemeente Zuidplas heeft zich in de verkenning steeds gericht op duurzame opvang d.m.v. een ROL- concept. Dat is mogelijk door de opvang een minimale grootte te geven en de opvang te laten plaatsvinden voor een periode van 10 jaar. Dit betekent dus dat wanneer Zuidplas kiest voor het spreiden van opvang over de verschillende dorpen het concept van een Regionale Opvang Locatie wordt losgelaten en een verkenning gestart wordt gericht op de ontwikkeling van een aantal asielzoekerscentra. Gezien de grote opgave die het COA nu heeft, hebben zij inmiddels het onderscheid in verschillende concepten bij nieuwe verkenningen volledig losgelaten. Dat wil zeggen dat iedere gemeente die nu een verkenning start, hetzelfde type opvanglocatie realiseert.
De behoefte aan kleinere locaties komt vanuit de gedachte dat spreiding een kleinere impact heeft op (de zichtbare aanwezigheid van asielzoekers in) de omgeving en mogelijk ook op de integratie van asielzoekers in hun nieuwe omgeving. Daarnaast wordt de gemeentelijke taakstelling over meerdere dorpen verdeeld. Onderstaande analyse over de verschillen en eventuele gevolgen is in navolging van de toezegging van het college. Het COA heeft aangegeven nog weinig ervaring te hebben met het realiseren van duurzame kleinschalige AZC-locaties van bijvoorbeeld 150 personen of kleiner. De huidige opvanglocaties met minder bewoners zijn vaak ontstaan vanuit de crisis- en noodopvang, die voorlopig is voortgezet of maken deel uit van een grote centrale opvanglocatie. Recent heeft het COA een pilot gestart om ervaring op te gaan doen met kleinschalige opvang. Zie https://www.coa.nl/nl/kleinschalige-opvang Uit de gesprekken met het COA is gebleken dat er een aantal belangrijke zaken zijn om rekening mee te houden bij het creëren van meerdere kleine AZC’s. Ten eerste verandert de behoefte van diegene die daar opgevangen worden. Het betreft hier immers een andere doelgroep. Het is financieel niet haalbaar om alle functies die bij een ROL van 300 personen dagelijks aanwezig zijn, ook permanent op alle kleine locaties in te vullen.
Veel inzet zal dan vanuit een ambulante situatie gaan plaatsvinden, of zal leunen op bestaande gemeentelijke voorzieningen. Voor veel type hulp en begeleiding zal de bewoner naar een andere locatie moeten. Dit is dan vaak in een andere naburige gemeente met een grote opvanglocatie. Voor de zorg zal een beroep worden gedaan op de reguliere zorg in de dorpen. Hierdoor kan het langer duren voordat er adequate hulp wordt geboden. Omdat de doelgroep opgevangen in een AZC doorgaans nog geen (zicht op een) status heeft, mogen zij niet werken. Bij een AZC-locatie is daarom goede dagbesteding van belang om ‘verveling’ onder bewoners te voorkomen. Bij kleinschalige locaties zijn de voorzieningen en recreatieruimtes minder en kleiner. Uiteraard wordt ook in kleine opvanglocaties ingezet op het organiseren van dagbesteding, maar dit zal een minder intensief programma kennen dan bij opvang georganiseerd op 1 locatie. Bewoners van een AZC zijn daarom meer op zichzelf aangewezen om invulling te geven aan de dag. pagina 5 van 6
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000243
Zij zullen hierom meer verblijven in en om de opvanglocatie dan de doelgroep die opgevangen wordt in een ROL. Ten opzichte van het functioneren van een ROL zal vanwege het ontbreken van diverse voorzieningen en personeel in een kleinschalig AZC het opstellen van een beheerplan voor adequate hulpverlening complexer zijn. Daarnaast zal de hulpverlening rondom de asielzoeker minder integraal plaats vinden dan in een ROL. Het college is zich er sterk van bewust dat de omgeving van de nu beoogde locatie vragen, zorgen en opmerkingen heeft op het voornemen om de ROL hier te realiseren. Zij doet er dan ook zo veel als mogelijk aan om in gesprek te gaan en blijven met inwoners en de direct omwonenden te betrekken bij de verdere uitwerkingen van de plannen. Het college verwacht echter dat de impact op de omgeving niet kleiner wordt bij het nu doorlopen van een participatieproces om te komen tot bijvoorbeeld 2 locaties van 150 personen.. Ervaringen uit onder meer Waddinxveen laten zien dat het ontwikkelen van een opvanglocatie hoe dan ook in veel gevallen veel reacties oproept. Consequenties Met deze toelichting op de moties en de toezeggingen wordt de raad geïnformeerd. Vervolg n.v.t. Inclusie n.v.t. Bijlagen
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,
J.F. Weber Burgemeester
M. Burgmans Gemeentesecretaris
pagina 6 van 6