CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

B 1615 1 - Bijlage 1 Startnotitie Mobiliteitsvisie Zuidplas A23.001757

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: B 1615 - Startnotitie Mobiliteitsvisie4.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding – waarom een mobiliteitsvisie?........................................................................... 3 Mobiliteitsvisie - wat verstaan we eronder? ......................................................................... 5 Abstrac:eniveau ................................................................................................................... 6 2. Doel van de startno44e .................................................................................................. 7 3. Na4onale, regionale en lokale kaders ............................................................................. 8 Na:onale Omgevingsvisie ..................................................................................................... 8 Coali:eakkoord Zuid-Holland ................................................................................................ 9 Regio Midden-Holland .......................................................................................................... 9 Lokale kaders....................................................................................................................... 10 4.

De ontwikkelingen rond en in Zuidplas ......................................................................... 13 5. Urgen4e van de mobiliteitsvisie .................................................................................... 14 6. Strategische uitgangspunten voor de mobiliteitsvisie.................................................... 15 7. Par4cipa4e, communica4e en procesplanning .............................................................. 16 Par:cipa:e en communica:e ............................................................................................. 16 Planning en besluitvorming ................................................................................................ 18

2

1. Inleiding Deze startno--e is de opmaat naar een nieuwe mobiliteitsvisie voor Zuidplas. In dit eerste hoofdstuk beschrijven we waarom het belangrijk is om op dit moment te starten met de uitwerking van een nieuwe mobiliteitsvisie, wat het belang is van een mobiliteitsvisie voor de gemeente en hoe de mobiliteitsvisie samenhangt met andere visies, beleidsdocumenten en uitvoeringsprogramma’s van de gemeente Zuidplas.

Aanleiding – waarom een mobiliteitsvisie? Er zijn verschillende aanleidingen voor een nieuwe mobiliteitsvisie. Allereerst zijn er na-onaal, provinciaal en regionaal veel ontwikkelingen. Bijvoorbeeld rond duurzame mobiliteit, ketenmobiliteit en verkeersveiligheid. In de startno--e worden de belangrijkste kaders van hogere overheden opgesomd. De huidige mobiliteitsvisie stamt uit 2015 en na die -jd zijn er veel nieuwe ontwikkelingen en kaders bijgekomen. Daarnaast is lokaal gezien de meest in het oog springende aanleiding uiteraard de groei van onze gemeente. We hebben te maken met een bovenregionale bouwopgave en bouwen in en aan de dorpen en zelfs een nieuw dorp. Hierbij hanteert de gemeente conform het collegeprogramma het uitgangsprincipe ‘eerst bewegen, dan bouwen’. In de prak-jk lijkt dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Er spelen op lokaal niveau veel vraagstukken op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid (ontslui-ng, conges-e op (boven)regionaal wegennet, verkeersveiligheid, kwaliteit openbaar vervoer, etc.) en er ontbreekt een strategische visie met daarin een heldere lijn hoe dat uitgangsprincipe goed vorm te geven. En dat op een manier dat we zo min mogelijk schade doen of liefst zelfs bijdragen aan de duurzaamheid, leeMaarheid, veiligheid en gezondheid van en in onze gemeente.

Een derde aanleiding is dat mobiliteit in veel uitvoeringstrajecten op fysiek, sociaal en economisch gebied een rol speelt en dat al die trajecten vragen om een integrale langetermijnvisie op mobiliteit. Er is behoeOe aan een visie op mobiliteit die strategische doelen stelt voor de inspanningen op uitvoeringsniveau; bijvoorbeeld gewenste verbeteringen aan onze infrastructuur in rela-e tot beheerprojecten. Verderop in deze startno--e gaan we in op verschillende ontwikkelingen die vragen om een strategische en integrale blik op mobiliteit. Vanwege bovengenoemde aanleidingen is de nieuwe mobiliteitsvisie vastgelegd in het collegeprogramma en zijn er middelen vrijgemaakt voor de realisa-e van de visie. In de opera-onalisering van het collegeprogramma is met betrekking tot de mobiliteitsvisie het volgende vastgelegd: Visie op de mobiliteitsopgave en de verkeersontslui:ng per modaliteit op dorpsniveau en voor heel Zuidplas. Duurzame en collec:eve mobiliteit maken hier onderdeel van uit.

3

De aOeelding hieronder toont de meest relevante visies en themagerichte en gebiedsgerichte uitvoeringstrajecten in Zuidplas waarin mobiliteit een rol speelt, maar waarin een samenhangende langetermijnvisie op mobiliteit veelal ontbreekt.

4

Mobiliteitsvisie - wat verstaan we eronder? Mobiliteit is geen doel op zich, maar mobiliteit moet bijdragen aan het woon-, werk- en leeVlimaat van Zuidplas. Niet voor niets zit mobiliteit verweven in zoveel visies, beleid en uitvoeringsprogramma’s. Om ervoor te zorgen dat iedereen hetzelfde beeld heeO bij de op te stellen mobiliteitsvisie, wordt de volgende ‘defini-e’ gehanteerd: “Bij het opstellen van mobiliteitsbeleid is mobiliteit geen doel op zich, maar slechts een middel waarmee we bereikbaarheidsdoelen nastreven, terwijl we nadelige gevolgen voor de leeOaarheid en veiligheid willen beperken. De mobiliteitsvisie is gericht op het maken van een afweging tussen het bevorderen van bereikbaarheid voor personen en goederen enerzijds en het beperken van de nega:eve gevolgen van mobiliteit voor leeOaarheid en veiligheid anderzijds.”1 In bovenstaande ‘defini-e’ valt duurzaamheid onder leeMaarheid en gaat het bij veiligheid om verkeersveiligheid en externe veiligheid. We lichten de defini-e kort toe: • Goede bereikbaarheid is belangrijk voor onze brede welvaart. Voor personen is bereikbaarheid de mogelijkheid om zich naar ander gezelschap, naar school, werk, natuurgebied, winkel of sportcentrum etc. te begeven. Keerzijde is dat mobiliteit ook leidt tot schade aan klimaat en milieu en tot letsel door ongevallen. Om die reden wil het Rijk de negatieve gevolgen van mobiliteit beperken.

Meer elektrische voertuigen, meer woon-werkverkeer per fiets of OV, schoner goederenvervoer, etc. In de nieuwe mobiliteitsvisie vertalen we dit naar onze lokale situatie in Zuidplas. • Bereikbaarheid wordt ook beïnvloed door keuzes op andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld: hoeveel voorzieningen moeten er in een dorp aanwezig zijn?) en economische dynamiek (bijvoorbeeld: hoe meer mensen ergens (gaan) wonen, hoe meer bedrijven zich er naar verwachting zullen vestigen). Mobiliteitsbeleid is dus ook niet los te zien van keuzes en ontwikkelingen op andere (beleids)terreinen. In de nieuwe mobiliteitsvisie worden die integrale strategische dwarsverbanden gelegd. Hieronder enkele voorbeelden van de samenhang tussen het bevorderen van bereikbaarheid en het beperken van de schade van mobiliteit. • Voorbeeld 1: Emissievrij autorijden is noodzakelijk voor het klimaat (leefbaarheid), maar vergt grote investeringen in de energietransitie inclusief voorzieningen voor energieopslag voor als het niet waait en/of de zon niet schijnt. • Voorbeeld 2: Het aanleggen van extra parkeerplaatsen kan de bereikbaarheid vergroten, maar gaat ten koste van openbaar groen en daarmee de leefbaarheid van een gebied.

• Voorbeeld 3: De toename van (thuis)bezorgdiensten vergroot de bereikbaarheid van goederen voor grote groepen inwoners, maar het vergroot ook de druk op de leefbaarheid in onze kernen en de verkeersveiligheid.

1

Uit ‘Mobiliteit is een vehikel’ van het Kennisins3tuut voor Mobiliteitsbeleid (Ministerie IenW)

5

•

•

Voorbeeld 4: Alternatieve vormen van vervoer (bijv. deelmobiliteit) kunnen de mobiliteit en bereikbaarheid in/van Zuidplas vergroten, maar mogelijk onbedoeld vanwege mobiliteitsarmoede mensen ook uitsluiten. Voorbeeld 5: Mobiliteitshubs (bijv. bij een NS-station) kunnen de mobiliteit versterken, maar vragen wel ruimte en hebben daarmee een effect op de (groene) leefomgeving.

Overigens ontstaan er door technische en maatschappelijke ontwikkelingen ook nieuwe mogelijkheden die een posi-ef effect hebben op de bereikbaarheid en die niet of nauwelijks nega-eve consequen-es hebben voor de leeMaarheid en veiligheid. Denk hierbij aan de toename van het thuiswerken sinds corona. Een ontwikkeling die een posi-eve impact heeO en die voor de toekomst kansen biedt. Bovengenoemde en andere vraagstukken, dilemma’s én kansen worden meegenomen in de nieuwe mobiliteitsvisie. Mobiliteit en bereikbaarheid raken veel thema’s. Het balanceren tussen het bevorderen van bereikbaarheid aan de ene kant en het beperken van de schade aan de andere kant vraagt poli-eke afwegingen. Deze worden in de mobiliteitsvisie gemaakt.

Abstractieniveau Vanwege de behoeOe aan een integrale langetermijnvisie op mobiliteit worden in de nieuwe mobiliteitsvisie onze ambi-es en doelstellingen voor heel Zuidplas rondom het vraagstuk mobiliteit geformuleerd (het ‘waarom’). Concrete ac-es en inspanningen (het ‘hoe’ en ‘wat’) worden niet opgenomen in de mobiliteitsvisie zelf, maar worden opgenomen in een of meer uitvoeringsprogramma’s. Op deze manier zorgen we ervoor dat in de mobiliteitsvisie alle ruimte is voor de noodzakelijke strategische afwegingen en komen de tac-sche en opera-onele consequen-es ervan op andere logische plaatsen aan bod. Om de consequen-es van de mobiliteitsvisie te kunnen inschagen en afwegen, wordt samen met de mobiliteitsvisie ook een concept-uitvoeringsprogramma opgesteld en tegelijker-jd ter besluitvorming aangeboden. Meer hierover o.a. in de hoofdstukken ‘6. Strategische uitgangspunten’ en ‘7. Par-cipa-e, communica-e en procesplanning’.

6

2. Doel van de startnotitie Deze startno--e vormt het vertrekpunt voor de op te stellen mobiliteitsvisie. Met deze startno--e worden na consulta-e met college en raad de rich-nggevende uitgangspunten benoemd die bepalend zijn voor de totstandkoming van de mobiliteitsvisie. In deze startno--e staat beschreven welke procesma-ge keuzes worden gemaakt om het traject van de mobiliteitsvisie succesvol te laten verlopen. Daarnaast geeO de startno--e inzicht in de strategische uitgangspunten voor de inhoudelijke uitwerking van de mobiliteitsvisie. Tensloge geeO de no--e op hoofdlijnen inzicht in de wijze waarop het par-cipa-eproces wordt ingericht. De startno::e beschrijV wat de scope is van de mobiliteitsvisie, welke opgaven in de visie aan de orde komen, wat in de visie en wat in het uitvoeringsprogramma (of andere (beleids)documenten) landt en via welk proces we samen met stakeholders tot een mobiliteitsvisie komen. De startno::e zorgt ervoor dat iedereen hetzelfde beeld heeV bij de inhoud en vorm van de Mobiliteitsvisie Zuidplas en de planning waarin de visie tot stand gaat komen.

7

3. Nationale, regionale en lokale kaders De mobiliteitsvisie van Zuidplas staat niet op zichzelf. Landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen hebben invloed op de bereikbaarheid en mobiliteit van Zuidplas. Op verschillende beleidsniveaus zijn al kaders vastgesteld die van invloed zijn op de inhoud van onze mobiliteitsvisie. Het gaat te ver om in deze startno--e alle kaders op de verschillende niveaus tot in detail uit te werken. We beperken ons tot de hoofdlijnen per niveau die duidelijk maken wat de actuele rode draad is in het overheidsbeleid op het gebied van mobiliteit.

Nationale Omgevingsvisie Op landelijk niveau vormt de Na-onale Omgevingsvisie (NOVI) een belangrijk kader. De NOVI biedt een langetermijnperspec-ef op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. De NOVI meldt met betrekking tot mobiliteit o.a. het volgende: “Zonder een goed func:onerend mobiliteitssysteem komen onze economie en onze samenleving leZerlijk tot s:lstand. Het economische en sociale belang is gediend bij een goede bereikbaarheid op alle schaalniveaus. De bereikbaarheid voor personen en goederen komt steeds meer onder druk te staan. In, om en tussen de steden gebeurt dit omdat de vraag op bepaalde delen van de dag de capaciteit van de verschillende netwerken overs:jgt. In sommige landelijke gebieden neemt door de afname van de bevolking ook de vraag naar openbaar vervoer af en wordt de klassieke vorm - met vaste routes en een vaste dienstregeling - te duur om goed te exploiteren.” In de NOVI zijn verschillende opgaven benoemd met betrekking tot mobiliteit. De meest relevante voor Zuidplas zijn: 1. Het slim en veilig inrichten van de (verkeers)ruimte. 2. Het voorkomen en oplossen van de (voorziene) knelpunten op weg, spoor en water.

Dit vergt onder andere het beter benugen, uitbreiden en goed verknopen van de verschillende (inter)na-onale, regionale en lokale netwerken (waaronder ook voetgangers- en fietsnetwerken, inclusief hoogwaardige stallingen), en verbetering van overstap- en overslagpunten. 3. Het behalen van de doelstellingen voor de uitstoot van CO2(-equivalenten), vastgelegd in het Klimaatakkoord. De inzet richt zich op elektrifica-e en slim en efficiënt gebruik van het mobiliteitssysteem.

8

Coalitieakkoord Zuid-Holland In het recent gesloten coali-eakkoord Zuid-Holland (2023) wordt de na-onale lijn doorgetrokken op provinciaal niveau: “Onze sterke bereikbaarheidsposi:e staat onder druk. Economische groei, een groeiende bevolking en een trek naar de stad zorgen voor toenemende drukte op de bestaande infrastructuur, zowel wat betreV goederen- als personenvervoer. Het openbaar vervoer, dat steeds schoner en slimmer wordt, is nog herstellende van de enorme teruggang van het personenvervoer :jdens de coronapandemie. Onze wegen blijven onverminderd druk. Fietspaden worden steeds drukker. En de bereikbaarheid van de landelijke gebieden staat onder druk. (…) Onze uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame leefomgeving voor onze inwoners.

Wij willen vitale en goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn werken, wonen en recreëren is en waar culturele voorzieningen elkaar versterken.” Provincie Zuid-Holland hanteert voor haar mobiliteitsbeleid enkele heldere uitgangspunten: • STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service en Privéauto) bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen; • Beschikbaarheid van openbaar vervoer, deelmobiliteit, wegen en fietsinfrastructuur vanaf het moment van oplevering van nieuwe wijken; • Betaalbaar openbaar vervoer heeO prioriteit; • Kleine kernen en steden moeten met het openbaar vervoer toegankelijk blijven: fijnmazig openbaar vervoer in dunbevolkte gebieden.

Regio Midden-Holland Regio Midden-Holland werkt aan de mobiliteit van onze regio. Om in te spelen op alle ontwikkelingen heeO de regio het RVVP (regionaal verkeers- en vervoerplan) in 2022 geactualiseerd. De ambi-e van de regio is om een evenwicht te zoeken tussen bereikbaarheid, economie, leefmilieu en klimaat. Als het gaat om mobiliteit staan duurzaamheid, leeMaarheid en verkeersveiligheid centraal. Deze ambi-e is uitgewerkt in belangrijke speerpunten en vervolgens vertaald in zo’n 40 projecten op lokaal en integraal niveau. Integraal wil zeggen dat de projecten moeten bijdragen aan de hoofddoelen van de regio: “Midden-Holland wil een concurrerende regio zijn, die leeMaar, groen en veilig is voor de inwoners en die adap-ef is ten aanzien van ontwikkelingen die op ons aVomen.” Speerpunten In het bestaande RVVP en uitvoeringsprogramma uit 2017 van de regio Midden-Holland zijn 10 speerpunten benoemd. Dit zijn speerpunten voor het beleid, als antwoord op de hoofdopgaven binnen de regio op het gebied van verkeer en vervoer. De volgorde geeO geen prioritering aan: A. Doorstroming hoofdroutes voor regionaal autoverkeer op-maal benugen B. Economische bereikbaarheid voor goederen garanderen langs kwaliteitsnetwerken C. Doorstroming rond brugopeningen voor auto en scheepvaart D. S-muleren OV-gebruik en ketenmobiliteit van en naar grote(re) steden E.

OV in buitengebied borgen, faciliteren kleinschalig collec-ef vervoer F. Afmaken van het kwaliteitsnetwerk veilige fietsroutes 9

G. Bevorderen van de veiligheid op recrea-eve wandel- en fietsnetwerken H. Minimaliseren conflict tussen zwaar (landbouw-)verkeer en zwakkere verkeersdeelnemers I. Flexibel en duurzaam reisgedrag bevorderen door gebruik van ICT en nieuwe technologie J. Bevorderen van deelgebruik van mobiliteitsvoorzieningen In het nieuwe uitvoeringsprogramma zijn hier vanuit het thema duurzaamheid en naar aanleiding van het Klimaatakkoord en Schone Lucht Akkoord nog twee speerpunten aan toegevoegd: K. S-muleren van fietsen, lopen, OV-gebruik en deelmobiliteit door fysieke- en gedragsmaatregelen. L. S-muleren schone mobiliteit door versnellen van zero emissie tank- en laadinfrastructuur. Belangrijk voor Zuidplas Diverse ontwikkelingen en opgaven zijn voor Zuidplas bijzonder belangrijk: • Doorontwikkeling spoorverbinding Rogerdam-Gouda; • Rich-ng Gouda: bij elkaar komende vervoersknooppunten (wegen en OV) creëren kansen voor nieuwe verbindingen; • Verbreding A20; • Ontslui-ng A12-west; • Regionaal fietsroutenetwerk en Ambi-eroute Fiets Rogerdam-Gouda; • Regionaal beleidskader Deelmobiliteit.

Lokale kaders In Zuidplas zijn recent enkele documenten vastgesteld die een kader vormen voor de nieuwe mobiliteitsvisie: • Omgevingsvisie Samen maken we Zuidplas 2040; • Collegeprogramma 2022-2026; • Mobiliteitsconcept Middengebied; • Deelovereenkomst Mobiliteit Middengebied (28 en 29 juni 2023); • Motie deelmobiliteit. Hieronder lichten we de Omgevingsvisie, het Collegeprogramma 2022-2026 en de Deelovereenkomst Mobiliteit Middengebied kort toe. Omgevingsvisie Samen maken we Zuidplas 2040 In de Omgevingsvisie wordt het thema Mobiliteit niet uitgebreid belicht (hiervoor is immers de mobiliteitsvisie), maar wel worden de volgende uitgangspunten en doelen benoemd: 1. We hanteren bij nieuwbouwontwikkelingen het principe ‘Eerst bewegen, dan bouwen’; 2. We streven naar een beter en aantrekkelijk Openbaar Vervoer; 3. We werken aan een goede bereikbaarheid met de auto; 4. We zorgen voor een aantrekkelijk langzaam verkeersnetwerk binnen de gemeente en de regio (fietsers en voetgangers); 5. We hebben aandacht voor goede recrea-eve verbindingen; 6. We gaan voor een goede ontslui-ng van het rijkswegennet (A12 en A20). 10

Collegeprogramma 2022-2026 In het collegeprogramma blijkt het belang van mobiliteit en bereikbaarheid als middel voor de realisa-e van de verschillende ambi-es van de gemeente. In het collegeprogramma worden vijf sporen uitgewerkt, in drie daarvan komt het thema mobiliteit terug. Hieronder per spoor de belangrijkste ambi-es en kaders uit het collegeprogramma met betrekking tot mobiliteit op een rij. Tijdens de laatste begro-ngsbehandeling zijn enkele ambi-es en doelen aangescherpt. Deze wijzigingen worden uiteraard in de mobiliteitsvisie meegenomen. Spoor 2: Duurzaam Zuidplas

• • • • • •

Elektrisch vervoer s-muleren door meer en toegankelijke laadinfrastructuur; Deelmobiliteit mogelijk maken; De fiets s-muleren en wandelen binnen de dorpen en tussen voorzieningen aantrekkelijk maken; Duurzame vormen van mobiliteit bevorderen; Meer recrea-eve verbindingen tussen voorzieningen realiseren; Beweegvriendelijke leefomgeving voor jong en oud.

Spoor 3: Vitaal & beleeUaar Zuidplas

11

• • • • •

Verkeersafwikkeling krijgt een prominente plek; Verminderen van piekbelas-ng van lokale en regionale infrastructuur; Bevorderen van duurzame mobiliteit: netwerk van fiets en wandelroutes aantrekkelijker maken; S-muleren van elektrisch vervoer; Ruimte creëren voor deelmobiliteit.

Spoor 4: Groeiend Zuidplas

• • • •

Dankzij de woningbouw ontstaat ruimte voor investeringen in autowegen, langzaam verkeerroutes en openbaar vervoer; Vergroten van de verkeersveiligheid, het verbeteren van de verkeersafwikkeling en het verminderen van piekbelas-ng van de infrastructuur (lokaal en regionaal); Meer werk maken van het uitgangspunt ‘eerst bewegen, dan bouwen’; In het kader van slim combineren meer mogelijkheden voor mobiliteitshubs.

Deelovereenkomst Mobiliteit Middengebied In de deelovereenkomst heeO gemeente Zuidplas afspraken gemaakt met provincie, gemeente Gouda en Rogerdam over een infra- en mobiliteitspakket van maatregelen. Dit betreO o.a. maatregelen aan de N219 en de N457, het realiseren van een modal shiO bij de ontwikkeling van het nieuwe dorp, aanbod van deelmobiliteit, het realiseren van goede fietsverbindingen naar belangrijke OV-loca-es en voorzieningen en onderzoek naar hoogwaardig openbaar vervoer in Zuidplaspolder. Deze afspraken worden in projecten en onderzoeken uitgewerkt en gelden als uitgangspunt in de autonome ontwikkeling van Zuidplas.

12

4. De ontwikkelingen rond en in Zuidplas In het vorige hoofdstuk staan de ambi-es en kaders voor mobiliteit en bereikbaarheid op landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Deze kaders en ambi-es zijn uitgewerkt in reeds vastgestelde beleidsvisies, -programma’s en -documenten. Daarnaast zijn er verschillende ontwikkelingen die op ons aVomen die ook relevant zijn voor de nieuwe mobiliteitsvisie. Die ontwikkelingen schetsen we in dit hoofdstuk. Omdat het doel van deze startno--e is om tot rich-nggevende uitgangspunten te komen voor de mobiliteitsvisie Zuidplas, benoemen we de ontwikkelingen op hoofdlijnen. In de nieuwe mobiliteitsvisie werken we de hoofdlijnen verder inhoudelijk uit. Ontwikkelingen in de regio Rond Zuidplas komen verschillende (snel)wegen samen, namelijk de A12, A20, N219 en N457 (Moordrechtboog). Dit wegennet vormt een van de grootste verkeersknelpunten in Nederland. En de druk lijkt de komende jaren nog groter te worden. Zo spelen er verschillende grote ontwikkelingen in onze buurgemeenten. Denk hierbij aan Bleizo, Triangel en Westergouwe. Gezien de totale woningbouwopgave in Zuid-Holland van 250.000 woningen voor 2030 zal het verkeer verder toenemen. Er zijn op dit moment al verschillende verbeteringen voorzien om de hinder van de toenemende verkeersdruk te beperken.

Zo wordt de A20 mogelijk verbreed en lopen er onderzoeken naar een nieuw treinsta-on op de lijn Gouda en Rogerdam. De verkeersdruk zal echter – ondanks deze verbeteringen - leiden tot langere en onzekere reis-jden, vooral in de rich-ng van Rogerdam en Den Haag. De ligging van Zuidplas in Zuid-Holland vraagt om strategische keuzes op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. Deze keuzes – in rela-e tot de ontwikkelingen in de regio – maken we in de mobiliteitsvisie. Ontwikkelingen in Zuidplas Ook binnen de gemeentegrenzen zijn er veel ontwikkelingen die de verkeersdruk doen toenemen en die het belang van een visie op mobiliteit en bereikbaarheid vergroten. Zo bouwen we de komende jaren nog volop woningen in en aan de dorpen. Er is onder andere een groei voorzien van de kernen Moerkapelle (Jonge Veenen) en Zevenhuizen (Koningskwar-er). En daarnaast is er nog ruimte voor bestaande en nieuwe bedrijvigheid. Denk hierbij met name aan Dryport (ofwel Knibbelweg-Oost). Naast de groei van en in de bestaande kernen, is er uiteraard de ontwikkeling van het Middengebied. Hier komen 8.000 nieuwe woningen. Met daarbij ruimte voor nieuwe vormen van werkgelegenheid: werken aan huis, flexwerken en ontmoe-ngsplekken in het dorpscentrum. Ook komen er twee nieuwe bedrijventerreinen: Doelwijk II en Gouwepark II.

Om het Middengebied bereikbaar te maken, wordt deels de N219 aangepast en wordt het deel van de N457 vanaf de A20 rich-ng Westergouwe verdubbeld (onderdeel Deelovereenkomst Mobiliteit).

13

5. Urgentie van de mobiliteitsvisie Alle ambi-es en nieuwe kaders op rijks-, provinciaal, regionaal en lokaal niveau en alle ontwikkelingen die op ons aVomen, maken de komst van een nieuwe mobiliteitsvisie urgent. We hebben in voorgaande hoofdstukken gezien dat het belangrijk is om de bereikbaarheid van en in Zuidplas voor personen en goederen op peil te houden en op onderdelen te versterken en daarbij de nega-eve impact van mobiliteit voor de leeMaarheid en veiligheid zoveel als mogelijk te beperken. Dat vraagt om een integrale langetermijnvisie op mobiliteit. De nieuwe mobiliteitsvisie maakt het na vaststelling mogelijk om: • Zuidplas strategisch te posi-oneren op landelijk, provinciaal en regionaal niveau (’lobbyagenda’); • In te kunnen springen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen (wendbaarheid en innova-e); • Passende investeringskeuzes voor de (langere) termijn te maken en daarop voor te sorteren; • Consistente en samenhangende oplossingen te kiezen voor lokale knelpunten die er nu al zijn en die mogelijk nog gaan ontstaan; • Ontwikkelingen en projecten consistent en concreet vorm te geven dankzij een heldere s-p op de horizon. Een nieuwe mobiliteitsvisie is noodzakelijk en maakt dat de gemeente Zuidplas goed gesteld staat voor de mobiliteitsopgaven van nu en de toekomst.

In de laatste hoofdstukken beschrijven we de strategische uitgangspunten voor de mobiliteitsvisie en het proces waarin de visie tot stand gaat komen.

14

6. Strategische uitgangspunten voor de mobiliteitsvisie Op basis van de ambi-es en kaders op landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau en de ontwikkelingen in Zuidplas en onze regio, komen we tot enkele strategische uitgangspunten voor de mobiliteitsvisie. In de nieuwe mobiliteitsvisie wordt een strategische en integrale visie op mobiliteit uitgewerkt op basis van in ieder geval de volgende rich-nggevende uitgangspunten: 1. Bij het opstellen van mobiliteitsbeleid is mobiliteit geen doel op zich, maar slechts een middel waarmee we bereikbaarheidsdoelen nastreven, terwijl we nadelige gevolgen voor de leefbaarheid en veiligheid willen beperken. De mobiliteitsvisie is gericht op het maken van een afweging tussen het bevorderen van bereikbaarheid voor alle doelgroepen (inclusiviteit) enerzijds en het beperken van de negatieve gevolgen van mobiliteit voor leefbaarheid en veiligheid anderzijds. 2. Bij het uitgangspunt “Eerst bewegen dan bouwen” denken we bij ‘bewegen’ in termen van een ‘gezonde, aantrekkelijke en duurzame gemeente’ aan actieve mobiliteit (lopen en fietsen), openbaar vervoer en deelmobiliteit als aantrekkelijke alternatieven in aanvulling op de auto. En uiteraard aan thuiswerken, omdat dit niet of nauwelijks mobiliteit vraagt. 3. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen vragen om slim ruimtegebruik in de gemeente Zuidplas.

Daarom zoeken we in de mobiliteitsvisie naar alternatieve vormen van mobiliteit die slim(mer) gebruik maken van deze ruimte. Denk aan ketenmobiliteit en gemotoriseerde twee- en driewielers. 4. Gezien de doelstellingen van de Omgevingsvisie (aantrekkelijk, gezond, vitaal Zuidplas) en Zuidplas als forensengemeente zijn in de nieuwe mobiliteitsvisie de verbindingen tussen Zuidplas en de regio minimaal even belangrijk als de verbindingen tussen de dorpen in Zuidplas. 5. De nieuwe mobiliteitsvisie is een langetermijnvisie waarin onze ambities en doelstellingen voor heel Zuidplas rondom het vraagstuk mobiliteit worden geformuleerd (het ‘waarom’). Concrete acties en inspanningen (het ‘hoe’ en ‘wat’) worden opgenomen in een of meer uitvoeringsprogramma’s. De mobiliteitsvisie en een concept-uitvoeringsprogramma worden tegelijkertijd ter besluitvorming aangeboden, zodat helder is wat de impact en consequenties van de mobiliteitsvisie zijn.

15

7. Participatie, communicatie en procesplanning In dit hoofdstuk sluiten we af met de planning voor de realisa-e van de mobiliteitsvisie en de hoofdlijnen voor het par-cipa-eproces en de communica-e rond de totstandkoming ervan.

Participatie en communicatie Deze startno--e maakt duidelijk dat mobiliteit een middel is om verschillende gemeentelijke ambi-es te (helpen) realiseren. Omdat mobiliteit raakvlakken heeO met een groot aantal thema’s, is het vanzelfsprekend om -jdens de uitwerking van de mobiliteitsvisie in gesprek te gaan met uiteenlopende doelgroepen (mede-overheden, ondernemers, maatschappelijke organisa-es en inwoners). Tegelijker-jd is het wel belangrijk daarbij vanaf het allereerste begin een heldere verwach-ng te scheppen: juist omdat mobiliteit een middel is om ‘hogere’ doelen te bereiken, zal het gemeentebestuur uiteindelijk een afweging maken en defini-eve besluiten nemen. In termen van ons gemeentelijk Kader Par-cipa-e blijven we daarmee op de tredes ‘raadplegen’ en ‘adviseren’. In lijn met het doel van deze startno--e beschrijven we hier alleen de hoofdlijnen van het par-cipa-eproces. Tijdens fase 1 van het proces rond de totstandkoming van de mobiliteitsvisie werken we het par-cipa-eproces verder uit binnen de kaders van deze startno--e. We hanteren in ieder geval de volgende uitgangspunten: •

•

•

We maken gebruik van wat er al is. Er is de afgelopen periode al veel met doelgroepen gesproken over mobiliteit. Bijvoorbeeld tijdens de processen rond de totstandkoming van de gebiedspaspoorten. Die opbrengsten nemen we uiteraard mee. Over de onderwerpen waarover al veel is gesproken, gaan we niet opnieuw in gesprek. Zo voorkomen we dat we doelgroepen overvragen en zorgen we voor een efficiënt proces. Omdat de mobiliteitsvisie een strategische visie is voor de lange termijn, steken we de gesprekken ook zoveel als mogelijk op dat niveau in. We gaan dus bewust niet in gesprek over lokale knelpunten, omdat dan onterecht de verwachting zou kunnen ontstaan dat de mobiliteitsvisie die lokale knelpunten direct gaat oplossen. Op verschillende momenten in het proces gaan we in gesprek met de gemeenteraad om bijvoorbeeld tussentijds de opbrengsten van het participatieproces te duiden, inzichten te toetsen en richting te bepalen. Op die manier ligt er uiteindelijk een mobiliteitsvisie die zoveel als mogelijk tegemoet komt aan de behoefte van de gemeenteraad.

16

Het par-cipa-eproces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

Hieronder volgt per onderdeel een korte toelich-ng: • Fase 1: in de eerste fase van het proces wordt op basis van deze startnotitie het proces verder voorbereid. De uitgangspunten uit deze notitie worden zowel op inhoud als proces verder uitgewerkt. Doel is dat aan het einde van fase 1 alle betrokkenen eenzelfde helder beeld hebben van de wijze waarop de mobiliteitsvisie tot stand komt, wat vaststaat en waarover en met wie gesprekken gaan plaatsvinden en hoe het (participatie)proces er precies komt uit te zien. Voor dit laatste wordt in deze fase ook een stakeholderanalyse uitgewerkt. • Fase 2: in de tweede fase worden de ambities en opgaven die in fase 1 zijn gedefinieerd besproken en in gesprekken uitgewerkt. Er wordt gericht gewerkt aan de verschillende ‘puzzelstukken’ die uiteindelijk de mobiliteitsvisie vormen. o In gesprek: in fase 2 vindt het participatieproces plaats en gaat de gemeente gericht in gesprek met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en mede-overheden. Tijdens dit gesprek raadpleegt de gemeente doelgroepen gericht over specifieke vraagstukken. Uitgangspunt is dat we waardevolle input die in die eerdere en/of andere processen is opgehaald al direct meenemen. Zie ook de uitgangspunten hierboven.

• Fase 3: in de laatste fase worden alle opbrengsten van het participatieproces samengebracht, integraal bekeken en verwerkt in een concept-mobiliteitsvisie (incl. concept-uitvoeringsprogramma). Dit concept wordt voorgelegd aan de deelnemers van het participatieproces, waarbij wordt getoetst of hun inbreng op een zorgvuldige wijze is verwerkt. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat alles op inhoud volledig is overgenomen. Wel is belangrijk dat de deelnemers het gevoel hebben dat er op een zorgvuldige wijze is omgegaan met hun input. Na deze feedbackronde(s) worden de definitieve documenten opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan het college en de gemeenteraad.

17

Planning en besluitvorming In het collegeprogramma is vastgelegd dat de mobiliteitsvisie in 2024 wordt vastgesteld. Omdat de ambi-e is om parallel aan de visie ook een concept-uitvoeringsprogramma uit te werken, wordt de planning iets gewijzigd. Om de financiële consequen-es van het uitvoeringsprogramma zorgvuldig te kunnen afwegen, vindt volgens planning nu een integrale afweging plaats bij de zomernota van 2025. De belangrijkste mijlpalen in de planning voor de realisa-e van de mobiliteitsvisie en het concept-uitvoeringsprogramma zijn: • • •

Januari 2024: Maart 2025: Juli 2025:

Start met aanbesteding mobiliteitsvisie Concepten mobiliteitsvisie en uitvoeringsprogramma gereed Integrale afweging bij zomernota 2025

Deze planning wordt -jdens de eerste fase van de totstandkoming van de mobiliteitsvisie gedetailleerd uitgewerkt. In ieder geval worden tussen februari 2024 en maart 2025 op verschillende momenten het college en de raad geraadpleegd en vindt het par-cipa-eproces plaats. De wereld staat niet s4l 4jdens het opstellen van de mobiliteitsvisie Het uitwerken van een goede mobiliteitsvisie vraagt -jd. Ondertussen gaan de ontwikkelingen binnen en buiten Zuidplas gewoon door. Uiteraard blijven we gedurende het proces voortdurend afstemmen met relevante ontwikkelingen en projecten binnen en buiten Zuidplas (denk hierbij aan het RVVP). En uiteraard gaat ook de uitvoering van lopende projecten en ontwikkelingen gewoon door.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13500318/1