B 1591 - Informatienota onteigening Knibbelweg-Oost Z23.002235
Tekst van het document
*Z23.002235*
Informatienota aan de raad
onderwerp
nummer raadsstuk
Informatienota onteigening Knibbelweg-Oost
B 1591
datum 19 september 2023 afzender
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
College van burgemeester en wethouders
Daan de Haas
D. van den Bos en S. Wassenaar
registratienummer
bijlagen
openbaar of geheim
Z23.002235
14
Openbaar
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Kernboodschap Deze informatienota heeft als doel om de toegezegde (T1917) informatie en documenten aan te leveren zoals verzocht door uw raad in de vergadering PC Ruimte vergadering van 22 augustus 2023 met betrekking tot het benodigde onteigeningsbesluit voor de ontwikkeling Knibbelweg-Oost. Het college beschouwt hiermee de toezegging als afgedaan. We blijven proberen om de percelen op een minnelijke manier te verkrijgen. Lukt de koop echter niet, dan kan als laatste middel onteigening plaatsvinden. Een rechter bepaalt in dat geval de waarde van de grond als onderdeel van de volledige schadeloosstelling waar de eigenaren recht op hebben. De stukken geven inzicht in het gevoerde minnelijk overleg teneinde de benodigde gronden in der minne te kunnen verwerven en waarom het nodig is een verzoekbesluit tot onteigening te nemen. Voor dit doel bestaat deze informatienota uit twee delen: 1. Deze informatienota betreft openbare / niet geheime informatie met betrekking tot de globale inhoud, het proces en stand van zaken. 2. In de bijlagen bij deze informatienota is de niet openbare / geheime informatie opgenomen met betrekking tot de specifieke afstemming van wensen met de grondeigenaren, de reeds gemaakte afspraken en de stand van zaken.
Achtergrond ontwikkeling Knibbelweg-Oost De basis voor deze ontwikkeling is reeds in 2009 gelegd met het bestemmingsplan ‘Zuidplas Noord’. Het gebied Knibbelweg-Oost is hierin aangewezen voor glastuinbouw gecombineerd met bedrijven door middel van de bestemming ‘Uit te werken Glastuinbouwbedrijvenlandschap’. Zoals ook verwoord in de toelichting: “Hier kunnen zich tevens bedrijven vestigen die nu in de kommen van Zevenhuizen en Moerkapelle gevestigd zijn, alsmede transport- en distributiebedrijven en glastuinbouw gerelateerde bedrijven die geïnteresseerd zijn in deze type bedrijventerreinen. “ In dit bestemmingsplan zijn alleen bestaande bedrijven en woningen in de lintzones direct langs de Knibbelweg en Noordelijke Dwarsweg geconserveerd. Alle andere activiteiten zijn toentertijd feitelijk ‘wegbestemd’ om zoveel mogelijk ruimte te creëren voor de gewenste ontwikkeling van het gebied. Op 9 oktober 2013 zijn Ondernemen A12-A20 BV (hierna OA12-A20) en de Gemeente Zuidplas de “Samenwerkingsovereenkomst Ontwikkeling Knibbelweg-Oost, gemeente Zuidplas” (hierna: “de SOK pagina 1 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
2013”) aangegaan ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van een duurzaam glastuinbouw- en bedrijvenlandschap van circa 65 hectare op de locatie Knibbelweg-Oost te Zuidplas. De SOK 2013 is vervolgens aangepast door middel van een vijftal allonges respectievelijk d.d. 1 april 2014, 22 juli 2014, 28 oktober 2014, 11 februari 2015 en 19 mei 2021(hierna: "de Allonges"). Op 4 maart 2019 is de Samenwerkingsovereenkomst A12 corridor (hierna: “BOK 2019”) gesloten tussen de zes kernpartijen VNO-NCW West, de Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Lansingerland, Waddinxveen, Zoetermeer en Zuidplas. In deze BOK 2019 zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot het versterken van de logistieke hotspot A12 door samenwerking van de bij de BOK 2019 betrokken partijen, waarbij onder andere tevens nadrukkelijk is vastgelegd dat gestart kan worden met de ontwikkeling van een deel van Knibbelweg-Oost ten behoeve van circa 15 ha uitgeefbare ruimte logistiek/bedrijfsruimte in combinatie met glastuinbouw en circa 4 ha uitgeefbare ruimte voor kleinschalige bedrijven. Op 9 juni 2021 is door de gemeente raad de Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU) opgesteld, waarin de randvoorwaarden ten aanzien van de ontwikkeling zijn vastgelegd. Op 6 juni 2023 is het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost door de gemeenteraad vastgesteld.
Zoals reeds in de NvU en ook in de Toelichting op het vastgestelde bestemmingsplan van 6 juni 2023 is verwoord, omsluit het plangebied nog een aantal kavels van grondeigenaren aan de zuidzijde van het plangebied die nodig zijn voor het realiseren van het gehele plan. Inspanningen initiatiefnemer Conform de SOK 2013 en de Allonges, spant OA12-A20 zich al sinds 2014 in om tot overeenstemming te komen met de huidige grondeigenaren. Ter informatie is een memo van OA12-A20 waarin dit proces en de contactmomenten met de grondeigenaren is beschreven toegevoegd als bijlage A23.001389. Deze memo en de hierin beschreven inspanningen vormen geen onderdeel van het onteigeningsdossier van de gemeente, maar hieruit blijkt dat er sprake is geweest van serieuze en redelijke pogingen om tot minnelijke overeenstemming te komen met de grondeigenaren over de benodigde verwerving van gronden door OA12-A20. In augustus 2015 werd een eerdere variant van het bestemmingsplan in procedure gebracht (hierna BP 2015). Het tegenhouden van het BP in 2015 door de provincie heeft dit proces flink gefrustreerd en vertraagd. Na de totstandkoming van de BOK 2019 is in de periode 2020-2021 het contact door OA12A20 geïntensiveerd. OA12-A20 heeft meerdere gesprekken gevoerd met de grondeigenaren.
Ondanks de intensieve inspanningen en meerdere voorstellen (zowel ruimtelijk als financieel) die OA12-A20 aan de grondeigenaren in deze periode heeft gedaan kwamen de grondeigenaren niet met een inhoudelijk reactie op deze voorstellen. De grondeigenaren hebben eind 2021 aangegeven niet verder te willen overleggen met de initiatiefnemer, maar te willen wachten totdat de gemeente verder was met de bestemmingsplanprocedure en de gemeente de minnelijke grondverwerving ter hand zou nemen. Inspanningen gemeente In de SOK 2013 en de Allonge d.d. 19 mei 2021 is vastgelegd dat indien en voor zover OA12-A20 er niet in slaagt de benodigde gronden minnelijk te verwerven, de Gemeente zich (onder de in de SOK genoemde voorwaarden) zal inspannen om tot onteigening over te gaan. OA12-A20 is gedurende de periode 2014-2021 intensief bezig geweest om de benodigde gronden voor de hiervoor genoemde pagina 2 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
ontwikkeling minnelijk te verwerven. Deze inspanningen hebben helaas niet geleid tot het gewenste resultaat. Eind december 2021 heeft OA12-A20 dan ook op grond van hetgeen conform de bepalingen in de SOK 2013 en de Allonge 5 van 19 mei 2021 is overeengekomen, het formele verzoek aan de Gemeente gedaan om zich in te spannen om tot onteigening over te gaan, althans daar een aanvang mee te maken. Na het formele verzoek hiertoe van OA12-A20 op 21 december 2021, heeft de Gemeente vanaf begin 2022 conform de afspraak in de SOK 2013 de gesprekken met beide grondeigenaren opgepakt. In de bijlagen zijn de logboeken toegevoegd waarin de contactmomenten in dit proces tussen Gemeente en grondeigenaren worden aangegeven en verwoord (zie bijlagen A23.001372 & A23.001373). Deze logboeken en de hierin beschreven inspanningen vormen een formeel onderdeel van het onteigeningsdossier van de gemeente en deze stukken zijn ook reeds getoetst en akkoord bevonden door de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat. In de gesprekken tussen de Gemeente en grondeigenaren zijn de wensen en belangen (ruimtelijk en financieel) van de grondeigenaren verder geconcretiseerd. In afstemming met OA12-A20 zijn deze (ruimtelijke) wensen middels het ontwerp van de inrichting van het plangebied zo veel mogelijk vastgelegd en tevens verwerkt in het bestemmingsplan dat op 6 juni 2023 werd vastgesteld.
Voor beide grondeigenaren geldt dat door de intensieve detailafstemming er feitelijk overeenstemming is over de ruimtelijke eindsituatie ter plaatse van hun perceel en de inrichting hier omheen. Feitelijk bestaat er alleen nog verschil van inzicht over de hoogte van de schadeloosstelling voor de verwerving van de benodigde grond. Zie bijlagen A23.001278 en A23.001279 voor meer gedetailleerde informatie over de wensen en afspraken. De Gemeente heeft conform de procedure aan de grondeigenaren, naar aanleiding van een aantal met hen gevoerde gesprekken, een aantal voorstellen tot minnelijke grondverwerving gedaan. Deze voorstellen zijn gebaseerd op waardebepalingen die in opdracht van de Gemeente zijn uitgevoerd door een onafhankelijke taxateur van Kendes Rentmeesters & Adviseurs (zie bijlagen A23.001374 & A23.001375). Deze zijn uitgevoerd om de waarde van de percelen volgens de richtlijnen van de Onteigeningswet met bijbehorende jurisprudentie vast te stellen. De formele aanbiedingen voor A zijn opgenomen als bijlagen A23.001376, A23.001378, A23.001379 & A23.001380 en die voor B als bijlagen A23.001381, A23.001382 & A23.001383.
De inspanningen van de gemeente (en ook die van de initiatiefnemer) tonen aan dat een redelijke poging tot minnelijke verwerving is ondernomen en dat ten tijde van het nemen van het verzoekbesluit voldoende aannemelijk is dat het minnelijk overleg voorlopig nog niet tot het gewenste resultaat (vrijwillige eigendomsoverdracht) zal leiden. Daarom is het nodig dat de gemeenteraad een verzoekbesluit tot onteigening neemt om de administratieve fase van de onteigeningsprocedure (de 1e fase van de formele onteigeningsprocedure) te kunnen starten. Specifieke toelichting wens grondeigenaar bouwmogelijkheid in de lintzone Tijdens de vergadering PC Ruimte is ook uitgebreid gesproken over de wens van een van de grondeigenaren dat hij als onderdeel van de minnelijke grondverwerving graag zou zien dat hij een vergunning verkrijgt voor het mogen bouw van een woning of twee-onder-een kapper op een perceel waarvan hij eigenaar is aan de Knibbelweg in de lintzone. Graag gaan we daar nog apart op in. De Gemeente heeft in haar gesprekken aangegeven hier niet aan mee te kunnen werken en wel om de pagina 3 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
volgende reden. Naast de structuurvisie en het beeldkwaliteitsplan dat van toepassing is op dit perceel, is in het bestemmingsplan Zuidplas Noord (2009) wat nog steeds het geldende bestemmingsplan is voor dit perceel, een regel opgenomen met betrekking tot de minimaal vereiste breedte voor een perceel om tot verlening van een vergunning voor realisatie van een vrijstaande woning of een tweeonder-een-kapwoning over te gaan middels een wijzigingsbevoegdheid: “50.15 Wijzigingsbevoegdheid - 'Wro-zone – wijzigingsgebied 3' o. de breedte van het perceel bedraagt ten minste 25 meter voor halfvrijstaande woningen en tenminste 30 meter voor vrijstaande woningen;” Het perceel in eigendom bij de grondeigenaar is slechts circa 17 m breed. Het dusdanig ver afwijken van de minimale breedte is niet ruimtelijk te onderbouwen en zou stevige consequenties hebben door de precedentwerking. Deze wens kunnen we dan ook niet inwilligen. De grondeigenaar gaf tijdens de vergadering PC Ruimte aan dat elders in de omgeving van het plangebied Knibbelweg-Oost wel woningen zijn gerealiseerd op smallere percelen. Echter, op die desbetreffende percelen is een ander bestemmingsplan van toepassing (BP Zuidplas West) met andere regels waardoor voor die percelen deze mogelijkheid wel bestaat.
Specifieke toelichting methode waardebepaling Een van de grondeigenaren heeft een rapport met waardebepaling gedeeld met uw raad. In deze paragraaf lichten we daarom toe welke methoden er bestaan voor waardebepalingen van percelen, welke methode door onze specialist is toegepast en waarom deze in dit geval het meest geschikt is. De waarderingsleer kent drie waarderingsbenaderingen: de comparatieve benadering, de inkomstenbenadering en de kostenbenadering. Deze drie benaderingen zijn allen gebaseerd op het beginsel van substitutie; de comparatieve benadering gaat uit van substitutie door middel van aankoop van een vergelijkbare andere zaak, de inkomstenbenadering stelt de vraag tegen welke toekomstige geldstromen de zaak te substitueren is en de kostenbenadering gaat uit van substitutie door middel van herbouw van de zaak. Daarnaast zijn binnen de benaderingen verschillende waarderingsmethoden te onderscheiden. Voor de comparatieve benadering is de meest toegepaste de vergelijkingsmethode. Voor de inkomstenbenadering betreft dit onder andere de kapitalisatiemethode, discounted cashflowmethode en residuele grondwaardemethode. Voor de kostenbenadering wordt de vervangingswaardemethode toegepast.
Bij de door onze specialist toegepaste comparatieve methode wordt een parallel getrokken met vergelijkbare transacties in het plangebied, in de directe nabijheid daarvan of in anderszins vergelijkbare gebieden. Bij het bepalen van de waarde dient rekening te worden gehouden met specifieke plaatselijke omstandigheden, zoals de ligging, de grootte, de gebruiksmogelijkheden, de kwaliteit, de marktsituatie enzovoorts. Het voordeel van deze methode is dat bij voldoende vergelijkbare transacties de waardebepaling zeer betrouwbaar is binnen een kleine bandbreedte. Dit maakt deze methode objectief van aard, waarbij het voor de uitkomst niet uitmaakt door welke specialist de waardebepaling wordt uitgevoerd. De door de grondeigenaar toegepaste methode is de residuele waardemethode. Dit is een methode die in beginsel alleen van toepassing is bij waardebepaling van gronden met een mogelijkheid tot ontwikkeling en/of bebouwing. Deze methode wordt in de economische theorie aangeduid als 'backward pricing'. Door de productiekosten exclusief de prijs van de grond in mindering te brengen op pagina 4 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
de te verwachten marktwaarde na realisatie van het gereed product, verkrijgt men de waarde van grond, althans de prijs die men maximaal zou kunnen besteden bij verwerving van de grond. Hoewel deze methode in beginsel geschikt is om een indicatie van een grondwaarde te geven volgt uit de onteigeningsarresten HR 13 augustus 2004, NJ, 2005, 151, HR 15 februari 2008, LJN: BB4775 (art. 81 RO) en HR 15 februari 2008, LJN: BB7646 (art. 81 RO) dat terughoudendheid gepast is bij deze methode. Want hoewel het mogelijk is om alle kosten en opbrengsten die samenhangen met de exploitatie van het gehele complex te ramen naar actueel prijspeil geldt dat een dergelijke exercitie aanmerkelijk theoretisch is en daardoor tot gevolg heeft dat de uitkomsten van de berekening in belangrijke mate worden bepaald door de gehanteerde uitgangspunten. Dit maakt deze methode zeer subjectief van aard, waarbij het voor de uitkomst veel uitmaakt door welke specialist de waardebepaling wordt uitgevoerd en welke belangen hierbij een rol spelen. Indien er voldoende vergelijkbare transacties in de nabijheid van het plangebied worden gevonden prevaleert het gebruik van de comparatieve methode dan ook boven dat van de residuele methode.
In dit geval zijn er voldoende transacties voorhanden om een goed beeld te krijgen van de prijzen voor dergelijke ontwikkelingen in deze omgeving en daarom is voor de aanbiedingen de waarde van de gronden bepaald op basis van de comparatieve methode. Stand van zaken minnelijke overleg Uiteraard is het bereiken van minnelijke overeenstemming met de grondeigenaren steeds het uitgangspunt voor de Gemeente geweest. Echter, nu de door Gemeente op basis van de uitgevoerde onafhankelijke waardebepaling voorgestelde grondwaarde en de door grondeigenaren in reactie hierop gedane tegenvoorstellen zo ver uit elkaar liggen, lijkt het erop dat de onderhandelingen voorlopig niet tot vrijwillige eigendomsoverdracht van de gronden zullen leiden. Bij de ene grondeigenaar is de gevraagde grondprijs ongeveer 2,5 maal zo hoog als die op basis van onze waardebepaling en bij de ander vertegenwoordigd het gevraagde zelfs een waarde die ongeveer 6 maal zo hoog is als onze waardebepaling van de volledige schadeloosstelling.
Gezien de verschillen tussen vraag en aanbod, onze contractuele verplichting richting OA12-A20 en de plicht om realisatie van het vastgestelde bestemmingsplan mogelijk te maken, vragen we de raad om te besluiten om de administratieve onteigeningsprocedure (de eerste fase van de formele onteigeningsprocedure) te mogen starten en in te stemmen met het raadsvoorstel tot onteigening van de desbetreffende percelen in het plangebied Knibbelweg-Oost. Het starten van de administratieve onteigeningsprocedure ontslaat de gemeente overigens niet van de plicht om verder te onderhandelen met de grondeigenaren. Het is gebruikelijk om een tweesporenbeleid te hanteren waarbij enerzijds het minnelijke overleg wordt voortgezet en anderzijds de voorbereidingen voor de administratieve onteigeningsprocedure worden opgestart, zodat geen verder tijdverlies optreedt. Nu een van de grondeigenaren een rapport heeft laten opstellen (na herhaaldelijk verzoek om inhoudelijk overleg door de deskundige van de gemeente heeft de gemeente 5 september jongstleden een conceptrapport van medio april ontvangen), kunnen we de inhoudelijke gesprekken een vervolg geven.
De ervaring is dat de tijdige inzet van het onteigeningsinstrument in combinatie met een continue en zorgvuldige grondverwerving in het overgrote deel van de gevallen bijdraagt aan het alsnog tijdig bereiken van minnelijke overeenstemming met de grondeigenaren ter voorkoming van onteigening. pagina 5 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
Toelichting op de onteigeningsprocedure Een onteigeningsprocedure bestaat uit twee fasen, een administratieve fase (verkrijgen onteigeningstitel) en de gerechtelijke fase (het verkrijgen van eigendom). Administratieve onteigeningsprocedure De onteigeningsprocedure begint als de overheid (in dit geval de gemeente) aan de Kroon vraagt om grond ter onteigening aan te wijzen. Dit is de administratieve onteigeningsprocedure. Deze procedure eindigt met een koninklijk besluit waarin de Kroon ofwel de grond ter onteigening aanwijst ofwel het verzoek om onteigening afwijst. De Corporate Dienst van Rijkswaterstaat voert de administratieve onteigeningsprocedure uit voor de Kroon. Deze fase ziet er in vogelvlucht als volgt uit: Voordat een procedure start moet er voldoende minnelijk onderhandeld zijn. Uit standaardoverwegingen van de Kroon blijkt dat hieraan in beginsel voldaan is als: o voor de datum van het verzoekbesluit met de onderhandelingen over de minnelijke eigendomsverkrijging tijdig een begin is gemaakt; en o het op het moment van het verzoekbesluit aannemelijk is dat die onderhandelingen tot een redelijk punt zijn voortgezet; maar o dat deze voorlopig niet tot vrijwillige eigendomsoverdracht zullen leiden.
Daarbij moet het gaan om een concreet en serieus minnelijk overleg, waarbij het uitgangspunt is dat ten tijde van het verzoekbesluit al een formeel schriftelijk aanbod is gedaan. Vervolgens kan een bestuursorgaan een verzoekbesluit tot onteigening nemen. Dat besluit wordt binnen drie maanden na nemen van het verzoekbesluit ingediend bij de Corporate Dienst. De benodigde stukken zijn: o Uitgewerkt plan kaarten en grondplantekeningen o Een lijst met te onteigenen percelen o Een zakelijke beschrijving ter onderbouwing van het verzoek o Overzicht van gevoerd minnelijk overleg (de zogenaamde logboeken) o Lijst van belanghebbenden (pachters, huurders) o De kaarten behorend bij het bestemmingsplan met daarop geprojecteerd de grondplantekeningen o Andere documenten waaruit kan blijken welke wijze van uitvoering de verzoeker voor ogen staat Na ontvangst van een verzoek wordt nagegaan of de stukken aan de vereisten voldoen (hier is geen termijn aan verbonden!). Op de voorbereiding van een onteigenings-koninklijk besluit is uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb van toepassing. Het ontwerp koninklijk besluit wordt dan 6 weken ter inzage gelegd. Partijen kunnen zienswijzen naar voren brengen. De Kroon moet de Raad van State horen en neemt binnen 6 maanden na einde termijn ter inzage leggen een besluit (wel vaste termijn).
Toetsingsmaatstaven van de Kroon: o Strijd met het recht o Publiek belang o Noodzaak (voldoendeminnelijk overleg gevoerd?) o Urgentie pagina 6 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
Binnen twee jaar na dagtekening van het koninklijk besluit dient de onteigenende partij de eigendom hetzij bij minnelijke overeenkomst verkregen te hebben, hetzij de in het koninklijk besluit aangewezen eigenaren gedagvaard te (doen) hebben. Zo niet, vervalt het koninklijk besluit.
Een verzoek aan de kroon om tot een onteigening te besluiten, zal in beginsel vanuit de basis van een vastgesteld bestemmingsplan geschieden. Het is gangbare praktijk dat zowel het voorstel om het betreffende bestemmingsplan vast te stellen als het voorstel om het verzoekbesluit tot onteigening in te dienen, in dezelfde raadsvergadering aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Aangezien het bestemmingsplan in veel gevallen nog niet onherroepelijk is op het moment dat de Kroon op het verzoekbesluit moet besluiten, is het gangbare praktijk dat hieraan een ontbindende en een opschortende voorwaarde wordt verbonden. De ontbindende voorwaarde houdt in dat het onteigeningsbesluit vervalt indien het betreffende bestemmingsplan onverhoopt niet onherroepelijk wordt. De opschortende voorwaarde borgt dat niet eerder tot onteigening mag worden overgegaan dan nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Vooroverleg Kroon Om te voorkomen dat het onteigeningsverzoek tijdelijk wordt gestopt of wordt afgewezen vanwege fouten of onvolledigheden in het dossier, adviseert Rijkswaterstaat om een vooroverleg in te plannen met de adviseurs van hun Corporate Dienst. Daarbij kan een voortoets worden uitgevoerd op het onteigeningsdossier. Geadviseerd wordt dit overleg te laten plaatsvinden als het dossier zo goed als klaar is, maar voordat het verzoekbesluit aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
Door de Gemeente is in juli 2023 conform het advies van RWS een vooroverleg met de adviseurs van de Corporate Dienst opgestart waarbij een voortoets is uitgevoerd op het onteigeningsdossier. De Corporate Dienst had geen inhoudelijke opmerkingen op het proces van minnelijk overleg dat door de gemeente is doorlopen. De Kroon toetst niet de samenstelling en de hoogte van de geboden schadeloosstelling. De Kroon kan zich daarover namelijk in een besluit op een onteigeningsverzoek niet uitspreken. De hoogte van de schadeloosstelling wordt immers door de rechter vastgesteld in de gerechtelijke onteigeningsprocedure. Gerechtelijke onteigeningsprocedure Als de Kroon de gronden ter onteigening aanwijst, dan zal de overheid (Gemeente) vervolgens de eigenaar dagvaarden bij de rechtbank. De procedure bij de rechtbank heet de gerechtelijke onteigeningsprocedure. In deze procedure wordt de waarde van de te onteigenen grond bepaald waarbij als uitgangspunt geldt: objectieve volledige schadeloosstelling. Hierbij zullen de in opdracht van de Gemeente door de rentmeester opgestelde waardebepalingen –die conform de regels niet alleen toezien op grondwaarde maar betrekking hebben op volledige schadeloosstelling- getoetst worden door de rechter/deskundigen.
Indien de rechtbank mocht oordelen dat de vergoeding zoals in de waardebepaling van de gemeente is bepaald te laag zijn, dan wordt deze vergoeding alsnog naar boven bijgesteld door de rechter. Andersom geldt echter ook dat indien de rechter mocht oordelen dat deze waardebepalingen te hoog zijn, deze naar beneden worden bijgesteld. Als Gemeente hebben wij derhalve bij het bepalen van onze biedingen ons te richten tot een objectieve maatstaf bij het bepalen van de grondwaarde, onderbouwd met een waardebepaling die op de juiste methode is gebaseerd. Consequenties Het instemmen met het raadsbesluit en derhalve het opstarten van de administratieve onteigeningsprocedure, heeft niet tot gevolg dat er niet alsnog tot minnelijke overeenstemming kan pagina 7 van 8
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z23.002235
worden gekomen. Aan het onteigeningsbesluit zitten geen consequenties indien we alsnog minnelijke overeenstemming weten te bereiken. Echter, het door de raad niet nemen van het benodigde onteigeningsbesluit, zou tot gevolg hebben dat de ontwikkeling Knibbelweg-Oost niet tot stand kan komen conform de afspraken in de anterieure overeenkomst en de door de raad vastgestelde nota van uitgangspunten en het bestemmingsplan. Vervolg Conform de aanpak zoals verwoord in het raadsvoorstel ‘Onteigening percelen Knibbelweg-Oost’ (R23.000078). Inclusie N.v.t. Bijlagen 1. Memo OA12-A20 inspanningen verwervingen (A23.001389) GEHEIM 2. Logboek gemeente A (A23.001372) GEHEIM 3. Logboek gemeente B (A23.001373) GEHEIM 4. Toelichting onderhandelingen A (A23.001278) GEHEIM 5. Toelichting onderhandelingen B (A23.001279) GEHEIM 6. Waardebepaling A (A23.001374) GEHEIM 7. Waardebepaling B (A23.001375) GEHEIM 8. Aanbieding A 1 (A23.001376) GEHEIM 9. Aanbieding A 2 (A23.001378) GEHEIM 10. Aanbieding A 3 (A23.001379) GEHEIM 11. Aanbieding A 4 (A23.001380) GEHEIM 12. Aanbieding B 1 (A23.001381) GEHEIM 13. Aanbieding B 2 (A23.001382) GEHEIM 14. Aanbieding B 3 (A23.001383) GEHEIM
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,
J.F. Weber Burgemeester
A.R. de Graaf Gemeentesecretaris
pagina 8 van 8