Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023 - vastgesteld
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023
Artikel í Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt:
a. gemeentelijke riolering: een vooziening of combinatie van voozieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afualwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. water: huishoudelijk afualwater, bedrijfsafualwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft. d. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte ervan.
c.
Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden ztln aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afualwater en bedrijfsafualwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afualwater; en b. de inzameling van afuloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
1. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het gebruik heeft van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Als gebruiker wordt aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Artikel 4 Zelfstandig gedeelte lndien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheelworden gebruikt, deze als één perceelworden aangemerkt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
1. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag, vermeerderd met een percentage van de waarde in het economisch verkeer van het perceel. lndien het aantal kubieke meters afualwater dat vanuit de onroerende zaakwordt afgevoerd meer is dan 500m3, wordt de belasting vermeerderd met een bedrag per 100 m3 boven de 500m3. 2. Het aantal kubieke meters afualwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande en volledig afgesloten verbruiksperiode naar de onroerende zaak is toegevoerd of is opgepompt. lngeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. 3. lngeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
4. ln afirvijking van het tweede lid, wordt bij afwezigheid van de verbruiksperiode voor het perceel ingeval van nieuwbouw of verbouw, het aantal kubieke meters afualwater gesteld op 500 m3, tenzij het aannemelijk is dat er meer dan 500 m3 wordt afgevoerd. ln de laatste situatie zal de gebruiker worden verplicht een aangifte in te vullen. ln dat geval wordt de belastingschuld voor het eerste belastingjaar vastgesteld aan de hand van het waterverbruik in het eerste jaar 5. De op de voet van dit artikel berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afualwater is afgevoerd, met dien verstande dat met afirvijkingen van minder dan20o/o geen rekening wordt gehouden. 6. ln geval een perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer de op de voet van hoofdstuk lV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 8 bedoelde kalenderjaar geldt. 7. lngeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk lV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17 ,18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 6 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van gebruikers van percelen met een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering, indien het perceel is een: onroerende zaakin aanbouw; onroerende zaak met een WOZ-waarde tot en met € 50.000,-.
1. 2.
Artikel 7 Belastin gtarieven
1. Het tarief van de belasting bedraagt € 76,60 vermeerderd met 0,0153 % van de WOZ-waarde
van het perceel, met dien verstande dat de totale belasting niet meer beloopt dan €294,80 per perceel. 2. lndien meer dan 500 m3 afualwater vanuit een perceel wordt afgevoerd, wordt de belasting als bedoeld in het eerste lid vermeerderd met € 23,31 voor elke 100 m3 afualwater of een gedeelte daarvan dat boven de eerste 500 m3 afualwater wordt afgevoerd.
Artikel I Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar
Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bijwege van aanslag geheven Artikel 10 Termijnen van betaling
1. ln afintijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 geldt ingeval op het
aanslagbiljet, dat de aanslag rioolheffing bevat, een totaalbedrag staat van meer dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld. 2. ln afintijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 geldt ingevalop het aanslagbiljet, dat de aanslag rioolheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld. 3. ln afiruijking van het tweede lid geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag rioolheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag(en) moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de lnvorderingswet 1990 met de belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de
overige leden van dit artikel van toepassing, voor zovet deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel í 1 Aangiftetermijn De termijn voor het indienen van een aangifte bedraagt veertien dagen. De termijn vangt aan een dag na dagtekening van de uitnodiging tot het doen van aangifte.
Artikel í2 Kwijtschelding Bij de invordering van rioolheffing kan voor maximaal l00o/o van het verschuldigde bedrag kwijtschelding worden verleend.
Artikel í3 lnwerkingtreding en citeertitel 1. De'Verordening rioolhetfing2022'van2O december 2021wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande datzq van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rioolheffing 2023. Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2022,
de
nd MCM
rs. M.J. Bezuijen