Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2022 - vastgesteld
Tekst van het document
Raadsbesl u it 06377 4407 4 De raad der gemeente Zoetermeer; gelezen het voorstel van het college van 16 november 2021; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
besluit vast te stellen de
VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2022
Artikel í Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder'gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
AÉikef 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1 Onder de naam 'afualstoffenheffing'wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2 De afualstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afualstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22van de
Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afualstoffen geldt.
Artikel 4 Maatstaf van hefÍing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende tarieventabel.
Artikel 5 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing
1
2
De belasting bedoeld in de artikelen 1,2,4 en 5 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel wordt geheven bijwege van
voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het na het
invoeren van de gevraagde gegevens in de daartoe bestemde automaat betalen bij de pinpaal op het Zelfbrengdepot op de daartoe bestemde wijze. 3
4
De belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabelwordt geheven bijwege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. ln aflrijking van lid í wordt de belasting bedoeld in de artikelen 4 onderdeel 1, 2 en 3 en artikel 5 onderdeel 1 geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
AÉikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1
2
3
4 5 6 7 I I
De belasting bedoeld in artikel 1, van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 1, van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. lndien de belastingplicht van de belasting bedoeld in artikel 1, van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 19,00. De aanvraag tot aanspraak op ontheffing wordt ingediend bij de heffingsambtenaar binnen een termijn van zes weken na het eindigen van de belastingplicht. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Van de belasting bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel worden geen bedragen geheven van minder dan € 19,00.
De belasting bedoeld in artikel 2, artikel 4 en artikel 5 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van het verzoek. ln afrruijkíng van lid 6 is de belasting bedoeld in de artikelen 4 onderd eel 1, 2 en 3 en artikeÍ 5 onderdeel 1, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald, verschuldigd op het moment van het doen van de kennisgeving. De belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van aangifte. De belasting bedoeld in artikel6 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van het doen van de kennisgeving.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1
ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 geldt ingevalop het
aanslagbiljet, dat de aanslag afualstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat van
2
3
4
5
6
7
I
meer dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld. ln afiadjking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag afualstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld. ln afiltrijking van het tweede lid geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag afualstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag(en) moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
ln afirijking van zowel artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 als het derde lid moet de belasting bedoeld in artikel 2,4 en 5 van de tarieventabel worden betaald binnen een maand na dagtekening van de aanslag. ln afirijking van het vierde lid, moet de belasting bedoeld in artikel 4, onderdeel 1,2 en 3 en artikel 5, onderdeel 1, van de tarieventabel, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald, direct worden betaald. ln afirijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in aflrijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990, moet de belasting bedoeld in artikel 3 de tarieventabel direct worden betaald, of direct na het doen van aangifte. Als dit niet mogelijk blfikt wordt de belasting onder voonruaarde van vertoon van legitimatie betaald per eenmalige automatische incasso, door middelwaarvan de belasting binnen 3 weken na de datum waarop aangifte is gedaan van de betaalrekening van belastingplichtige wordt afgeschreven. ln afwijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in afl'trijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990, moet de belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabel direct worden betaald. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
AÉikel9 Afgifte
1
Met betrekking tot de belasting die geheven wordt bij voldoening op aangifte, wordt de aangifte in afwijking van artikel 10 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gedaan direct voorafgaand aan de afgifte van het afual op het
2
De aangifte wordt gedaan door het invoeren van de gevraagde gegevens in de daartoe bestemde automaat op het Zelfbrengdepot.
Zelfbrengdepot.
Artikel í 0 Kwijtschelding
1 Blj de ínvordering van afualstoffenheffing volgens artikel 1 van de tarieventabel kan voor maximaal 1000,Á van het verschuldigde bedrag kwijtschelding worden verleend.
2 Bij de invordering van de tarieven van artikelen2,3,4,5 en 6 wordt geen kwijtschelding verleend.
AÉikel 1í lnwerkingtreding en citeeÉitel
1
2 3 4
De 'Verordening afualstoffenheffing 2021' van 14 december 2O2O wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Deze verordenÍng wordt aangehaald als Verordening afualstoffenheffing 2022.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 decembet 2021
de
de voorzitter,
Blokland MCM
Bezuijen